CConstaterende datHetHogeland
Koppel je AI →
Document · PDF

02B 05 101121 Brief aan raadsleden geanonimiseerd

Raadsvergadering 10 november 2021, gemeente HetHogelandBij agendapunt: (Facet-)bestemmingsplan gebouwd erfgoed1.118 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AAN de raad en raadsleden van gemeente het Hoge Land

Drogeham, 5 november 2021 Uw kenmerk Ons kenmerk Onderwerp

: : :

AJS/129 Facetbestemmingsplan gebouwd erfgoed.

Geachte raad, raadslid, Op 3 november jl. heb ik namens de fam. (client) tijdens uw raadsoverleg ingesproken over het in de aanhef genoemde onderwerp en met name over de aanwijzing van de bebouwing op perceel Oudedijksterweg 5 te Pieterburen. Helaas bent u tijdens uw beraadslaging niet ingegaan op hetgeen naar voren is gebracht. Dit is echter wellicht ook voorstelbaar omdat u daarvoor geen voorbereidingstijd had. Gelet daarop doe ik u hierbij mijn inspreekreactie thans nogmaals maar dan op papier toekomen. U kunt de inhoud dan ruim voor de besluitvormende raadsvergadering van 10 november a.s. tot u nemen en uw standpunt mede daarop baseren. Van deze gelegenheid maak ik echter tevens gebruik om u nog kort te wijzen op enkele zaken die m.i. uw aandacht zeker vereist. Deze zaken hebben te maken met de betrachte (on)zorgvuldigheid. 1.

Het bestemmingsplan is gebaseerd op een onderzoeksrapport van Battjes en Ladrak. Dit rapport is ook als bijlage bij de planregels gevoegd. Hierin wordt op pagina 4 gesteld dat elke afzonderlijke notie van een waardering 1, 2 of 3 is voorzien. Als dan vervolgens naar de bedoelde noties (cultuurhistorie, architectuurhistorie, stedenbouwkundig/ensemble, authenticiteit en zeldzaamheid) wordt gekeken blijkt dat daarin (bijna) geen waarderingen voorkomen maar louter feitelijkheden worden benoemd. Een waardeoordeel ontbreekt in het geheel (m.u.v. Stedenbouwkundig/ensemble onder 1.). Ik heb de betreffende notitie dan ook zes keer gelezen om er achter te komen welke parameters nu dan hoog scoren en waarom dan wel. Op deze vraag wordt in de rapportgage echter geen antwoord gegeven waarmee het rapport louter een feitelijk getuigenverslag wordt zonder waarderingen. Of de voorlaatste zin uit het rapport moet dan al het waarderingscriterium zijn: panden die een “thuisgevoel” oproepen voor de bewoners van De Marne zijn belangrijk. Dit zou echter wel erg subjectief zijn. Geconstateerd wordt dan ook dat de grondslag van het bestemmingsplan ontbreekt ofwel zeer mager is.

Terzijde wordt hier opgemerkt dat de bouwtechnische en gebruik technische staat van de geduide panden blijkens genoemde rapportage in het geheel niet is beoordeeld en ook niet is meegenomen in de inventarisatie. Panden die in zeer slechte technische staat verkeren vergen een forse investering om deze voor de toekomst te bewaren. Kan dit in die omstandigheid van een individuele burger worden gevraagd ten behoeve van het algemeen belang? In elk geval is deze omissie wederom onzorgvuldig. 2.

Verwacht zou worden dat de criteria (voorzover dit criteria zijn) uit het rapport van Battjes en Ladrak zijn overgenomen in het bestemmingsplan. Niets is echter minder waar. Waar de uitgedeelde cijfers in het rapport van Battjes en Ladrak staan voor de feitelijke beschrijvingen van de panden voor wat betreft de vijf genoemde aspecten worden dezelfde cijfers voor dezelfde panden in het bestemmingsplan geïnterpreteerd als 1=redelijk waardevol, 2=waardevol en 3=zeer waardevol. In het bestemmingsplan duiden de cijfers dus op de mate van waardering terwijl deze cijfers in het rapport van Battjes en Ladrak beschrijvingen van de feitelijkheid betreffen. Een vertaalslag naar waardering wordt daarbij niet gemaakt. Het bestemmingsplan doet dit dus kennelijk wel maar op grond waarvan wordt niet duidelijk gemaakt. Ook dit lijkt onzorgvuldig.

3.

De portefeuille houdende wethouder reageerde op uw vragen ondermeer met te zeggen dat met dit bestemmingsplan geen verbod op ontwikkelingen worden gelegd maar dat daarmee louter een overlegmoment wordt gecreëerd waarmee maatwerk kan worden geleverd. De betreffende wethouder wordt hierin wel geloofd en serieus genomen maar de bestemmingsplanregels ademen een heel andere sfeer uit. In de regels is kort samengevat aangegeven dat er uitsluitend mag worden gesloopt als daarvoor een omgevingsvergunning wordt verleend. Verderop is dan bepaald dat deze vergunning uitsluitend wordt verleend indien: a. b.

Er sprake is van een algemeen belang waarvoor de panden moeten wijken; Een zinvol hergebruik objectief gezien niet mogelijk is en het belang van vergunning vrager bij de sloop van het gebouw in redelijkheid dient te prevaleren boven het cultuurhistorisch belang bij het behoud ervan.

Ad a. Normaliter zal een private eigenaar geen zaken aanvragen die louter een algemeen belang dienen. Ad b. De beoordeling van een zinvol hergebruik en de afweging van het belang van vergunning vrager tegenover het cultuurhistorisch belang liggen altijd bij het college. Een gang naar de Rechtbank of Raad van State heeft in de praktijk geen zin omdat het besluit van het college zijn grondslag vindt in het bestemmingsplan en de rechter bij de beoordeling niet op de stoel van het college mag gaan zitten (marginale toetsing). Dit betekent dat de eigenaar van een als karakteristiek aangeduid pand is overgeleverd aan de welwillendheid van het college en het besluit inhoudelijk gezien niet kan laten toetsen door een rechter. Bovendien weet de bedoelde eigenaar vooraf nooit wanneer hij nu wel of niet kan rekenen op een vergunning (rechtszekerheid). Terzijde moet aanvrager dan ook nog zelf zorgdragen voor een deskundigenrapport en mag dit zelf gaan betalen. En dit allemaal voor het “thuisgevoel” van sommige inwoners van de voormalige gemeente De Marne…. Nogmaals: de wethouder wordt op zijn woord geloofd maar als puntje bij paaltje komt heeft de eigenaar niets in te brengen! Van enig evenwicht van partijen in het gesprek en te leveren maatwerk zoals de wethouder dat voor zich ziet is geen sprake.

-2-

Met dit bestemmingsplan zadelt u eigenaren van de betreffende panden op met een grote onevenredige last zonder dat zij daarop invloed hebben. Dit kan leiden tot (plan)schade. Niet bekend is of (de gevolgen van) het bestemmingsplan is getoetst op financiële uitvoerbaarheid. Verzoek Ondanks het feit dat het proces rond dit facetbestemmingsplan reeds lang duurt en ondanks het feit dat dit beleid kennelijk reeds voor delen van uw (nieuwe) gemeente werkend is verzoek ik u namens cliënt: 1. 2. 3. 4.

Het bestemmingsplan beter en zorgvuldiger te motiveren (zie hierboven onder 1. en 2.); Meer evenwicht in het bestemmingsplan aan te brengen waarbij een werkelijk en eerlijk gesprek tussen u en de rechtszoekende tot stand kan komen en het standpunt van de gemeente niet bij voorbaat de (juridische) uitkomst zal zijn (zie hierboven onder 3.); In elk geval de aangewezen bedrijfsgebouwen Oudedijksterweg 5 te Pieterburen gelet op de (ontbrekende) waardering en de slechte bouwkundige en functionele staat niet aan te wijzen als karakteristiek. Cliënt te compenseren voor de te lijden (plan)schade indien u onverhoopt besluit tot ongewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

Ik spreek thans namens cliënt de wens uit dat u zich met in achtneming van het bijgevoegde en bovenstaande inhoudelijk beraadt op het voorliggende ontwerp-bestemmingsplan en dat dit tot uiting mag komen in uw besluitvorming op 10 november a.s. Uw reactie zie ik met belangstelling tegemoet.

-3-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10766680/1