Vragen en antwoorden raadsvoorstel 9.1 en 9.2 Cie 22 Juni 2021
Tekst van het document
Antwoorden op vragen gesteld door de fractie van EVA
Vragen Agendapunt 9.1 – RES 1.0 Raadsvoorstel Blz. 2 - Beoogd effect De RES 1.0 heeft als doel een haalbare, betaalbare, betrouwbare, duurzame en rechtvaardige energievoorziening, waarbij de balans met onze regionale en lokale economie, leefbaarheid en kwaliteit van landschap en natuur voorop staat. We spelen actief in op kansen die de energietransitie biedt voor onder andere werkgelegenheid en het versterken van onze sociaal economische positie. 1. Dit beoogd effect is gebaseerd op de feiten van nu, zo neemt de fractie aan. Zo zou het raadsvoorstel nu worden moeten vastgesteld. Maar onzeker is de toekomst, b.v. de verscherping op de C02-uitstoot, de ontwikkelingen in technische zin gezien (andere beschikbare warmtebronnen zoals b.v. Waterstof en de op termijn plaats vindende herijkingen. Wat te doen met op korte termijn uit te voeren activiteiten als later blijkt dat dit niet de juiste waren? De RES1.0 bevat een strategie die over 2 jaar geactualiseerd wordt om te bezien of nieuwe (technische) ontwikkelingen benut kunnen worden. Voor de korte termijn vooral wordt vooral ingezet op ‘no regret’-maatregelen (“spijtvrije maatregelen”) zoals het stimuleren van het opwekken van duurzame energie op met name daken, energiebesparing en het stimuleren van duurzame mobiliteit.
Waar warmtenetten volgens diverse modellen de laagste maatschappelijk kosten betekenen en daar waar met succes subsidie is verkregen van het Rijk (SAH-subsidie: Subsidie aardgasvrije huurwoningen), wordt onderzocht of en zo ja hoe dit in kan worden gerealiseerd. Besluitvorming daarover wordt aan de raad voorgelegd in de vorm van wijkuitvoeringsplannen per wijk of buurt. Raadsvoorstel Blz. 4 – Kanttekeningen Met oog hierop kiezen wij in deze tussenfase voor een aanpak waar wij inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties stimuleren en faciliteren, om stappen te zetten waar het nu wél kan. 2. Waaruit bestaat die aanpak? Zie het antwoord op vraag 1: de aanpak bestaat uit het stimuleren van het opwekken van duurzame energie op met name daken. Daarnaast zal energiebesparing gestimuleerd worden in de vorm van 1. energiezuinig gedrag, 2. door isolatie en 3. Door meer duurzame installaties zoals zonnepanelen, zonnecollectoren en (hybride) warmtepompen. Ook stimuleren we dat op een ‘natuurlijk moment’ een stap in duurzaamheid gezet wordt. Dat betekent dat bij een nieuwe keuken elektrisch koken wordt gepropageerd (op weg naar ‘aardgasvrij in 2050’) en bij het vernieuwen van bijvoorbeeld een dak extra isolatie wordt gestimuleerd.
Het Energieloket heeft hierbij een belangrijke rol, maar ook de Omgevingsdienst die bedrijven en organisaties adviseert, stimuleert en uiteraard wetgeving gericht op energiemaatregelen uitvoert. Uiteraard zal ook het gemeentelijk vastgoed en maatschappelijk vastgoed zoals scholen verduurzaamd worden. Laatste zin, eerste alinea Blz. 4 12-02 - 01
We maken daarnaast bewust een pas op de plaats wat betreft stappen die nog niet haalbaar en betaalbaar gezet kunnen worden. 3. Wordt hier o.a. gedoeld op woningequivalenten die alleen tegen zeer hoge kosten Energie kunnen besparen en van het gas af kunnen? Dat klopt. Energie besparen kan voor een deel zonder extra kosten door meer energiezuinig gedrag of tegen zeer bescheiden kosten (kierdichting met bijv. tochtstrips, aanbrengen van radiatorfolie e.d.). Het aardgasvrij worden van alle gebouwen is een lange termijndoel voor het jaar 2050. Omdat de productie van duurzaam waterstofgas (waterstof in de industrie wordt op dit moment uit aardgas geproduceerd) ook kostbaar is op dit moment veel energie vergt, is dit ook een technische oplossing die op dit moment voor de verwarming van gebouwen nog slechts op experimentele schaal wordt ingezet. Raadsvoorstel Blz. 6 - Tweejaarlijkse herijking Kan aangegeven worden waarom de RES een Tweejaarlijkse herijking kent en de Transitie Warmte vijf jaar? Dit is van Rijkswege bepaald om redenen genoemd in vraag 1, de gemeente heeft daar geen invloed op. Door beide onderwerpen nu gelijktijdig te behandelen, zorgen we voor een goede koppeling van beide onderwerpen. 4.
Zou ook bij de RES 1.0 vijf jaar niet logischer zijn? Of in ieder geval gelijke periodes? Feitelijk bevindt de energietransitie richting duurzame energie zich nu nog in een pril stadium. Daarom is een eerste actualisatie van RES1.0 over 2 jaar voorzien. Wellicht dat Na RES2.0 een periode van vijfjaarlijkse herziening en samenloop met de Transitievisie Warmte passender is. Bijlage I Warmte Blz. 3 - Restwarmte Hier wordt aangegeven dat het wel van belang is dat er voldoende alternatieve duurzame warmtebronnen op beschikbaar zijn, zodat de leveringszekerheid van warmte kan worden gegarandeerd voor een zeer lange tijd. 5. Is het eveneens niet van belang dat er ook betaalbare alternatieve duurzame warmtebronnen beschikbaar moeten zijn? Zeker, vandaar het hoofduitgangspunt ‘haalbaar en betaalbaar’. Uiteindelijk zal een ‘mix’ van technieken, zoals warmtepompen, warmtenetten, duurzaam gas en biomassa en wellicht kernenergie en andere nieuwe technieken leiden naar een fossielvrije samenleving. De spectaculaire ontwikkeling in bijvoorbeeld de energieopbrengst van zonnepanelen (bijna een verdubbeling in de afgelopen tien jaar, terwijl de kosten zijn gehalveerd) geven ook reden tot optimisme. Winning van warmte uit oppervlaktewater of rioolwater is nu bijvoorbeeld nog innovatief maar over tien jaar wellicht ‘gangbare techniek’.
Bijlage I Warmte Blz. 5 - Laatste alinea En biomassa of groen gas inzet kan interessant zijn voor woningen die echt geen goed alternatief hebben, zoals dijklinten en de monumentale binnenstad van Dordrecht.
12-02 - 01
6. Zou het niet voor de Drechtsteden als geheel kunnen/moeten gelden dat er echt geen goed alternatief beschikbaar is? Belangrijk is allereerst dat energie die niet verbruikt wordt, ook niet hoeft te worden opgewekt. Dat geldt voor woningen, maar ook voor alle andere gebouwen. Vandaar de ambitie om in 2030 20% energie te besparen. Zie verder het antwoord op vraag 1: op dit moment is het nog erg moeilijk in te schatten welke alternatieven in welke mate haalbaar en betaalbaar worden. Dat hangt af van technische ontwikkelingen, maar ook van bijvoorbeeld subsidies van de Rijkoverheid en de ontwikkelingen in de (en belasting op) de aardgasprijs. Tot 2030 lijkt volgens de modellen bijvoorbeeld waterstofgas voor de woningbouw nog weinig perspectief te bieden. Het kost veel energie om het duurzaam te produceren en inzet is allereerst voor industrie en (zwaar) vervoer voorzien. Over de periode daarna is dat nog zeer onzeker. Warmtepompen en warmtenetten (met gebruik van restwarmte, geothermie of warmte uit oppervlaktewater of zonlicht) zijn plaatselijk in Drechtsteden wel een goed alternatief. Daarmee worden de komende jaren stappen gezet om nu al woningen aardgasvrij te maken.
Bijlage I Warmte Blz. 6 – 1.2.3. Afwegingen Er zijn vele vormen van warmtebronnen beschikbaar om woningen te verwarmen. Een randvoorwaarde voor het toepassen van een warmtebron is de beschikbaarheid van die bron in een gebied. 7. Betaalbaarheid is een breed begrip. Zou ook betaalbaarheid niet een randvoorwaarde moeten zijn? Zeker, zie antwoord op vraag 4. Daarvoor is de rol van het Rijk zeker belangrijk. Bijlage I Warmte Blz. 10 8. Bij Restwarmte en Ondiepe geothermie ontbreekt hoeveel woningequivalenten bediend zouden kunnen worden? Uit de TVW
Hoofddocument Bijlage RES 1_0 170521 - Blz. 8 Het nieuwe kabinet zal naar verwachting besluiten om de CO2-uitstoot voor 2030 met 55 procent (in plaats van 49) te verminderen. Een soortgelijk besluit zal ook leiden tot benodigde aanscherpingen op de RES 1.0.
12-02 - 01
9. Uitvoering van de RES 1.0 in afwachting van een kabinetsbesluit of eventuele wijzigingen bij herijking? Zie antwoord op vraag 1 en vraag 2: de RES1.0 wordt over 2 jaar geactualiseerd voor zover nodig.
10. 5.2 Energiebesparing woningen Blz. 22 Er zijn drie doelgroepen o.a. Verenigingen van Eigenaren (VvE’s). 11. Is de grote van een VvE maatgevend om tot die doelgroep te behoren? Nee. Wel is het zo dat voor VvE’s met veel leden de besluitvorming extra complex kan zijn, omdat deze moeten instemmen met het treffen van energiemaatregelen.
Energiearmoede Blz. 23 We vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen in de energietransitie en willen energiearmoede voorkomen. Er is specifieke aandacht voor deze doelgroep. 12. Kan dit nader geduid worden? Dit is nader uit te werken en zal zich voor een belangrijk deel richten op informatie, voorlichting en stimulering om minder energie te gebruiken. De RREW-subsidieregeling (Regeling Reductie Energiegebruik Wonen: gericht op het stimuleren van energiebesparende maatregelen) die op dit moment wordt uitgevoerd, is daar ook op mede op gericht. Omdat een belangrijk deel van deze doelgroep in huurwoningen van de woningcorporaties woont, kunnen zij profiteren van lagere energielasten door maatregelen die de woningcorporaties treffen.
Participatie 13. Het college heeft veel gedaan inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden te betrekken om te komen tot de RES 1.0. Bestaat er een plan van aanpak voor het participatieproject voor de periode zolang we als gemeente met dit project bezig zijn? Dit is een eerste stap in de uitvoering van RES1.0.
Vragen Agendapunt 9.2 – Transitie Warmte 2021 Raadsvoorstel – Blz. 1 Onderaan Twee jaar geleden stelde u de Transitievisie Warmte 1.0 vast (kenmerk 2269234). Inmiddels hebben we een grote stap gezet. 1. 12-02 - 01
Kan uitgelegd worden welke ‘grote stap’ is gezet?
Het onderzoeksbeeld is herijkt aan de hand van een groot aantal sessies met de betrokken stakeholders, bewoners en met u; de raad. Daarnaast hebben we aan de hand van het aangescherpte beeld een verder ingekleurde visie ontwikkeld op de warmtetransitie; de voorliggende TVW. 2.
Welke stappen kunnen inwoners, bedrijven en organisaties zelf zetten?
Zie de uitvoeringsstrategie zoals beschreven vanaf pagina 26, met daarin aandacht voor zowel het collectieve als het individuele spoor. Nu bewoners en stakeholders weten wat het transitiepad gaat worden voor hun wijk, kunnen ze daarop gaan voorsorteren. In alle gevallen begint de warmtetransitie met de basis: energie besparen door in te zetten op isoleren. Raadsvoorstel – Blz. 3 De conclusie is dat het warmtenet momenteel de meest kansrijke oplossing is in het oosten van de gemeente: Kruiswiel, Oostendam en een deel van De Volgerlanden. Een volgende conclusie is dat in de buurten Dorp, Krommeweg-Noord en Krommeweg-Zuid op een andere aardgasvrije oplossing wordt ingezet – waarschijnlijk een ‘all-electric’ individuele oplossing, zoals een warmtepomp. 3.
Wanneer en hoe worden inwoners betrokken en met hen genoemde conclusies gedeeld?
Inwoners zijn betrokken of hadden dat kunnen zijn tijdens het proces. De uitkomsten worden nu breed gedeeld via onze website en met een publieksversie die we breed gaan delen. Verder wordt de betrokkenheid relevant bij de daadwerkelijke start van het transitieproces in een wijk. Bij het opstellen van een breed ‘wijkuitvoeringsplan’ worden bewoners nadrukkelijk betrokken bij de warmtetransitie in hun wijk. Raadsvoorstel – Blz. 5 – Vervolgstappen We zijn in afwachting van extra financiële middelen van het Rijk. Zodra die middelen beschikbaar zijn, zetten we vervolgstappen aan de hand van deze Transitievisie Warmte 2021. 4.
Is er al meer duidelijkheid wanneer de gemeente kan beschikken over de extra financiële middelen van het Rijk? Op basis waarvan stelt het college – zonder te weten of die voldoende extra financiële middelen beschikbaar komen – voor nu al een besluit te nemen?
Nee, dat is helaas nog niet duidelijk. Met de TVW willen we als gemeente ons beeld bij de warmtetransitie vastleggen voor nu. We actualiseren dit elke vijf jaar, en het zal duidelijk zijn dat de uitvoering hiervan valt of staat met de financiele kaders. Het moet haalbaar en betaalbaar zijn voor iedereen, en de instrumenten die de rijksoverheid daarvoor ontwikkeld gaan daarbij helpen. Dat neemt niet weg dat bewoners met de stip op de horizon die deze TVW nu is, alvast aan de slag kunnen met het handelingsperspectief dat dit hen biedt. Denk aan isoleren op natuurlijke momenten van verbouwen en verhuizen, en daarbij bijvoorbeeld meteen een inductie kookplaat installeren, in plaats van onnodig investeren in aardgas, waarvan we weten dat dit op termijn niet meer beschikbaar is.
Bijlage TVW 2021 Drechtsteden – Bijlagen Warmtetransitiemodel (WTM) Voor duurzaam gas neemt het WTM aan dat deze beperkt is, maar kent daar geen waarde aan toe. In plaats daarvan wordt het gasnet toegekend aan buurten die op basis van praktijkervaring het meest kostbaar en complex zijn om gasvrij te maken, zoals oude binnensteden en dijklinten. 5. In tegenstelling tot de RES 1.0 worden hier wel oude binnensteden en dijklinten – zonder nadere naamplaats – genoemd? 12-02 - 01
Ja
Bijlage TVW 2021 Drechtsteden – Bijlagen – Blz. 16 Een groot deel van de buurten heeft als uitkomst ‘Geen overeenstemming’. In deze buurten geven de modellen verschillende uitkomsten of geven zij géén uitkomst, bijvoorbeeld omdat de uitkomst te onzeker is. Het is belangrijk deze uitkomst te verklaren omdat we ook in deze buurten een helder transitie pad moeten kunnen uitstippelen. Er zijn verschillende verklaringen voor deze uitkomst. 6.
Kan de portefeuillehouder dit nader duiden?
Op dit moment liggen de kosten voor een collectieve oplossing en een individuele oplossing niet ver genoeg uit elkaar om aan één hiervan een voorkeur te geven. Of er is op dit moment nog geen warmtebron voor een collectieve oplossing of is die te onzeker volgens onze partner HVC. Als dit in de toekomst wel kansrijk wordt, is een warmtenet een oplossing. Blijkt dit niet zo te zijn, dan zijn we in ieder geval alvast gestart met het terugbrengen van onze energiebehoefte in deze wijken door in te zetten op isolatie. Enquête – Blz. 6 Een van de vragen ‘Waar maak je je het meeste zorgen om bij de overstap naar aardgasvrij wonen? 7.
76,5% maakt zich (erg) veel zorgen. De achterliggende gedachte is misschien hier dat bekend is dat het m.n. voor oudere woningen een erg kostbare zaak is om over te stappen. Op welke wijze gaat daar de gemeente mee om?
We snappen dat mensen zich zorgen maken, en de enquete bevestigt dat. We hebben hier aandacht voor door continue onze website met vragen en antwoorden over de warmtetransitie te vullen en ze aanvullend te verwijzen naar het regionale energieloket. Daarnaast weten we dat we in een volgende fase, die van de Wijkuitvoeringsplannen, nog uitvoerig met bewoners in gesprek gaan. Aan hun zorgen komen we dan ruimschoots toe. We maken nu immers nog geen definitieve keuzes.
Bijlage TVW 2021 Drechtsteden – Hoofdtekst Warmtenetbuurten - Blz. 5 Gebouweigenaren kunnen we niet verplichten om aan te sluiten op het warmtenet. Er is keuzevrijheid, en die blijft er naar verwachting ook. Bovendien heeft de gemeente momenteel niet de bevoegdheid om het bestaande aardgasnet te laten verwijderen. Wel wordt de ‘Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW)’ in de nieuwe kabinetsperiode verwacht. Met deze wet kan de gemeente zogenaamde ‘warmtekavels’ aanwijzen waar binnen woningeigenaren moeten aansluiten op het warmtenet, tenzij zij kiezen voor een ander duurzaam en gasvrij alternatief, zoals een all-electric oplossing. 8.
Op welke wijze kan de gemeente een eigenaar verplichten van het gas af te gaan?
Niet. In de toekomst worden wel wijken aangewezen waar het gas afgesloten gaat worden. In deze buurten moet er dan een alternatief zijn. Besluit een bewoner niet mee te doen met het voorkeursalternatief (bijv. een warmtenet), dan mag een alternatief ook (bijv. een individuele warmtepomp), maar dan moet de bewoners wel laten zien dat de oplossing net zo duurzaam is als het voorkeursalternatief (en dus niet bijv. een butagastank installeren of op houtvuur gaan verwarmen). 9.
12-02 - 01
Betekent dit ook dat een gemeente achter de voordeur mag komen om de gasmeter te verwijderen?
Nee, dat mag de gemeente niet. Dat mag alleen de gasleverancier. 1e alinea - Blz. 6 Ook wordt er een natuurlijk moment gekozen om het gasnet ofwel te vervangen om mogelijk te kunnen gebruiken voor waterstof/duurzaam gas ofwel om het gasnet te verwijderen. Hendrik-IdoAmbacht heeft relatief veel jonge wijken met veel nieuwbouw, wat all-electric voor meerdere buurten een kansrijk alternatief voor aardgas maakt. 10. Wat is een natuurlijk moment?
Einde levensduur van een gasnet is zo’n natuurlijk moment: het net moet eruit en vervangen worden. Een mooie kans om een alternatief in de grond te leggen (warmtenet) als de grond toch open gaat. Participatie 11. Het college heeft veel gedaan inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden te betrekken om te komen tot de Transitie Warmte 2021. Bestaat er een plan van aanpak voor het participatieproject voor de periode zolang we als gemeente met dit project bezig zijn? Nee. Dat was er wel voor de periode waarin we kwamen tot de TVW. We gaan met het vaststellen hiervan een nieuwe periode in. We moeten ons nu herbezinnen op een nieuwe strategie voor de gehele gemeente + een strategie voor elke wijk waar we daadwerkelijk aan de slag gaan.
5.1.1 Doelgroepgerichte aanpak voor gasbesparing en individuele warmteopties – Blz. 26 Gebouweigenaren willen weten bij welke middelen ze terecht kunnen om de maatregelen te nemen, zoals rekentools, woningscans, (digitale) loketten, subsidies, leningen en voorbeeldwoningen. 12. Als gemeente kunnen we niet in de portemonnee van onze inwoners kijken. Er zijn diverse
middelen beschikbaar, zoals leningen (moeten terugbetaald worden) en subsidies. Kan de portefeuillehouder dit nader duiden? We denken aan bestaande tools zoals die beschikbaar zijn op de website van Milieu Centraal bijvoorbeeld en loketten zoals het Regionaal Energieloket.
12-02 - 01