Vragen en antwoorden comissie 16 december SGP-CU
Tekst van het document
Vragen en antwoorden SGP-CU voor de commissievergadering van 16 december 2025 bij de behandeling van de gebiedsvisie omgeving gemeentehuis De fractie van de SGP-CU heeft via de Griffier onderstaande vragen gesteld. Hierbij de beantwoording op de gestelde vragen. Vragen over de Gebiedsvisie 1. De fractie mist in de gebiedsvisie een integrale uitwerking van ondergronds parkeren voor het gehele gebied, inclusief zwembad De Schoof, de Ridderzaal en Cascade. Is deze optie onderzocht en zo nee, waarom niet, terwijl dit juist veel ruimtelijke kwaliteit kan opleveren? Antwoord: Nee, dit is in deze fase nog niet onderzocht. Bij de uitwerking van de verschillende deelprojecten is parkeren zeker een onderwerp dat verder onderzocht en uitgewerkt gaat worden. Waarbij naast ruimtelijke kwaliteit ook de betaalbaarheid meegewogen zal moeten worden. 2. Behoort het gebied naast Cascade, waaronder de huidige parkeerplaats, formeel tot het plangebied van deze gebiedsvisie? Zo ja, hoe wordt dit gebied meegenomen in de verdere planvorming? Antwoord: Ja, de directe omgeving, waaronder ook de parkeerplaats behoort tot het plangebied van de gebiedsvisie. Bij de uitwerking van het deelproject Hoge kadeWeteringsingel is dit een onderdeel van de uitwerking 3.
Hoe wordt in de verdere planuitwerking voorkomen dat de combinatie van gemeentehuis, woningen en maatschappelijke functies leidt tot ongewenste stapeling van programma’s en extra ruimtelijke en verkeerskundige druk op de directe omgeving? Antwoord: op grond van de gebiedsvisie hebben we een indicatief kader van de omvang van de totale ontwikkelingen in het gebied. Bij de uitwerking van de herinrichting (ook verkeerskundig) kunnen we op basis van modelberekening vooraf de juiste afwegingen en keuzes maken. 4. In de gebiedsvisie missen wij een expliciet aandachtspunt voor de bereikbaarheid met het openbaar vervoer. Hoe wordt OV-bereikbaarheid betrokken bij de verdere uitwerking van de plannen? Antwoord: een van de ambities in de gebiedsvisie is STOMP als basis voor de mobiliteit. In de visie hebben we vooral aandacht voor het verbeteren van de verbindingen voor de voetganger en de fietser. Het OV is onderdeel van het mobiliteitsplan, bij de verdere uitwerking zal het OV vanuit het mobiliteitsplan worden meegenomen.
5. Op pagina 17 wordt gesproken over het herontwikkelen van het gemeentehuis tot een “Gemeenschapshuis van de Toekomst”. Kan het college concreet en ruim toelichten wat hieronder wordt verstaan, zowel functioneel als qua gebruik door inwoners en organisaties? Antwoord: Hiermee wordt bedoeld dat naast de huidige functies en dienstverlening van de gemeente naar onze inwoners, functies en maatschappelijke voorzieningen worden toegevoegd. Onderdeel van de uitwerking van het deelproject voor het gemeentehuis is om een uitgebreide inventarisatie te maken van welke functies en voorzieningen op deze locatie kunnen worden ondergebracht. Dit zal uitgewerkt worden in een programma van eisen dat door de raad zal moeten worden vastgesteld en de basis vormt voor de verdere uitwerking van de plannen. 6. Bewoners geven in het participatieverslag duidelijk aan dat het (gedeeltelijk) afsluiten van de Hoge Kade geen wenselijke optie is. Kan het college toelichten hoe deze boodschap concreet is verwerkt in de uiteindelijke gebiedsvisie en de gekozen mobiliteitsrichting? Antwoord: Naar aanleiding van de reacties vanuit de participatie op de eerste ideeën om de Hoge Kade gedeeltelijk af te sluiten en vervolgens ook de verdiepende gesprekken met de klankbordgroep hebben we een verkeerskundige modelberekening laten uitvoeren.
Op grond van de reacties en ondersteund door de uitkomsten van de verkeerskundige berekeningen hebben we de keuze gemaakt om de Hoge Kade niet af te sluiten voor autoverkeer, maar in te richten als shared space. 7. Op pagina 18 wordt gesproken over een autoluwe verbinding tussen de Weteringsingel en de Hoge Kade. Wordt in het noodzakelijke vervolgonderzoek ook expliciet gekeken naar een maximumsnelheid van 30 km/u als onderdeel van deze autoluwe inrichting? Antwoord: ja, bij een verder uitwerking is dit een onderdeel van het onderzoek. 8. Op pagina 27 wordt gesproken over het autoluw maken van het gebied. Kan het college aangeven welke alternatieve routes worden voorzien voor autoverkeer, met name voor verkeer van de omgeving Weteringsingel richting De Schoof en Volgerlanden? * Antwoord: Zoals aangegeven op pag. 18 is verdiepend verkeerskundig onderzoek nodig om beter in beeld te brengen hoe de verkeerstromen zich gaan spreiden over de bestaand wegen zoals Weteringsingel, Reeweg en Van Godewijkckstraat , Graaf Willemlaan en een deel blijft gewoon gebruik maken van De Hoge Kade. Uit de eerste modelberekeningen blijkt dat dit geen knelpunten oplevert.
9. Bewoners uiten zorgen over verkeersveiligheid, sluipverkeer en parkeerdruk op onder andere de Hoge Kade, Weteringsingel en P.C. Hooftsingel. Welke concrete verkeerskundige maatregelen en varianten worden onderzocht voordat woningbouw op deze locaties mogelijk wordt gemaakt? Antwoord: Onderdeel van de uitwerking van de deelprojecten is een parkeeronderzoek en een verkeerskundig onderzoek. 10. Hoe wordt geborgd dat toepassing van het STOMP-principe niet leidt tot het verplaatsen van verkeers- en parkeerproblemen naar omliggende woonstraten? Antwoord: door bij ontwikkelingen de juiste parkeervoorzieningen te realiseren. 11. Is onderzocht, of wordt nog onderzocht, wat de gevolgen van mogelijke verkeersmaatregelen zijn voor de bereikbaarheid en aanrijtijden van hulpdiensten? Antwoord: ja, dit is zoals bij elk project een onderdeel van de uitwerking en toetsing. 12. Op welke wijze wordt voorkomen dat parkeer- en verkeersvraagstukken pas achteraf moeten worden opgelost, in plaats van integraal vooraf onderdeel te zijn van de planvorming? Antwoord: door dit in de planvorming mee te nemen. 13. Inwoners geven aan woningbouw te ondersteunen, mits de dorpse maat en schaal behouden blijven. Welke maximale bouwhoogtes hanteert het college per ontwikkellocatie en hoe zijn deze onderbouwd? Antwoord: hier doen we in de gebiedsvisie geen uitspraken over.
Dit komt aan de orde bij de uitwerking van de deelprojecten. 14. Hoe sluit de voorgestelde woonmix concreet aan bij de lokale woningvraag in HendrikIdo-Ambacht en welke doelgroepen heeft het college hierbij voor ogen? Antwoord: dit leggen we niet vast in de gebiedsvisie. Bij de uitwerking van de woningbouwlocaties orden de keuze gemaakt voor doelgroepen en type woningen. 15. Op pagina 26 wordt de Shell-locatie benoemd. Wat is de afweging geweest om op deze locatie geen woningbouw te plannen, terwijl elders in het gebied wel verdichting plaatsvindt? Antwoord: deze keuze is gemaakt o.b.v. het verkennende gesprek met de raad en op basis van de uitkomsten van het participatieproces.
16. De Shell-locatie wordt door bewoners gezien als kans om het groen in en rond het park te versterken. Kan het college toezeggen dat hier geen publiektrekkende functies, zoals horeca, worden toegestaan? Antwoord: Op grond van de reacties vanuit de participatie hebben we de optie van horeca in de gebiedsvisie laten vervallen. 17. In paragraaf 3.4 (pagina 27) wordt gesproken over fasering. Kan het college bevestigen dat, ondanks deze fasering, wordt gewerkt vanuit één integraal plan voor het gehele gebied? Antwoord: Ja, de gebiedsvisie is bedoeld om de deelprojecten in samenhang te benaderen. 18. Is het college bereid om, conform suggesties van bewoners, te werken met een structureel omwonendenplatform voor de verdere uitwerking van de plannen, en zo ja, hoe wordt dit vormgegeven? Antwoord: Bij de uitwerking van elk deelproject kiezen we een vorm van participatie die het best aansluit. Dit kan een bewonersplatform/klankbordgroep zijn. We hebben bij de uitwerking van de gebiedsvisie goede ervaring opgedaan om met betrokken bewoners in gesprek te gaan en de samen de plannen verder uit te werken. 19.
Hoe houdt het college grip op de financiële risico’s, gezien de samenloop van woningbouw, infrastructuur, groen en publieke voorzieningen? Antwoord: door een gestructureerde en projectmatige aanpak met op meerdere momenten in het proces de raad te betrekken en besluitvorming te vragen over de deelfases, waarbij de raad kan besluiten om op grond van de financiële situatie of financiële risico's niet door te gaan naar de volgende fase. 20. Welke keuzemomenten en expliciete besluit punten krijgt de raad per vervolgfase voorgelegd, inclusief de bijbehorende financiële consequenties? Antwoord: Per deelproject zal de raad gevraagd worden om de volgende fases/momenten een besluit te nemen. Indicatief ziet dit er globaal als volgt uit: 1. Vaststellen uitgangspunten en programma van eisen, inclusief een financiële raming en het voorstel om een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen om door te gaan naar de volgende fase. 2. Vaststellen Schetsontwerp, een kostenraming en het voorstel om een voobereidingskrediet beschikbaar te stellen om door te gaan naar de volgende fase.
3. Vaststellen Definitief ontwerp (DO) en een uitvoeringskrediet beschikbaar te stellen, gebaseerd op de kostenraming bij het DO. 4. Wanneer de uitkomsten van de aanbesteding niet passen binnen het beschikbaar gestelde uitvoeringskrediet kan de raad het besluit nemen om niet te gunnen, of een besluit te nemen om het uitvoeringskrediet te verhogen en alsnog te gunnen.