Voorstel 8.4 Bijlage 4 - Zienswijze Financiele Verordening GR Sociaal
Tekst van het document
Postbus 619 3300 AP Dordrecht
uw brief van
11-12-2026
datum
09-03-2026
uw kenmerk
ons 2026-0003980 kenmerk Zienswijze Financiële verordening GR onderwerp Sociaal 2025-12
Geachte leden van het Dagelijks Bestuur, Op 11 december 2025 ontvingen wij de nieuwe Financiële Verordening 2026 van de GR Sociaal. In de bijbehorende aanbiedingsbrief geeft u ons de gelegenheid om een eventuele zienswijze op deze verordening kenbaar te maken. Graag maken wij van deze gelegenheid gebruik. Onze zienswijze treft u hieronder aan. Verantwoordings- en rapporteringsgrens Uit de aanbiedingsbrief en de nieuwe fnanciële verordening met daarin de wijzigingen zichtbaar gemaakt, maken wij op dat u de verordening aanpast op het onderdeel van de te hanteren verantwoordings- en rapporteringsgrens in de rechtmatigheidsverantwoording van de totale lasten (art. 6 lid 2). De aanleiding hiervoor is de actualisatie van de wet- en regelgeving. Specifek gaat het om de invoering van de Rechtmatigheidsverantwoording en daarmee de aanpassing van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO). Wij beschouwen dit als een technische aangelegenheid. Dit geeft voor ons geen aanleiding tot het kenbaar maken van een zienswijze. Echter, tegelijkertijd past u de verordening aan met een toevoeging van een voorwaarde onder welke een afwijking van de begroting acceptabel gevonden wordt. Hierover willen wij wel graag een zienswijze kenbaar maken. Voorwaarden voor het accepteren van afwijkingen van de begroting In art.
8 lid 4 voegt u een extra voorwaarde toe voor het accepteren van afwijkingen van de begroting. Deze voorwaarde heeft u toegevoegd als sub d. en deze geeft aan dat afwijking van de begroting acceptabel is als dit een gevolg is van ‘onvoorzienbare verplichte uitgaven’.
In de eerste plaats missen wij de onderbouwing voor deze aanpassing. U geeft in uw aanbiedingsbrief aan, dat dit in lijn was met het door het AB vastgestelde Controleprotocol. Maar dit protocol of het bijbehorende AB-voorstel heeft u niet bij de stukken gevoegd. Via het college van B&W van onze gemeente hebben wij deze stukken alsnog ontvangen. Echter, ook daarin ontbreekt een toelichting op en een onderbouwing van deze toevoeging. Aansluitend hierop vinden wij de formulering van deze toevoeging te breed. Juist het uitblijven van een toelichting hierbij, maakt dat wij onvoldoende beeld hebben bij hoe ‘onvoorziene verplichte uitgaven’ er in de praktijk uit zien. Wij kunnen daarom alleen met deze wijziging instemmen, voor zover het gaat om onvoorzienbare, verplichte uitgaven die voortvloeien uit specifeke wettelijke taken waarop de begroting niet tijdig kan worden aangepast. Zoals bijvoorbeeld de energietoeslag in 2023. Voor vergelijkbare toekomstige situaties als gevolg van verplichte wettelijk taken voor onze inwoners, kunnen wij dus met de wijziging instemmen. Wij verzoeken u dit als dusdanig in de verordening te verwerken.
Mocht u voornemens zijn om in de toekomst andere typen onvoorzienbare verplichte uitgaven zoals bijvoorbeeld bepaalde bedrijfsvoeringskosten onder deze uitzondering te brengen, dan is eerst een nadere afbakening nodig van welke onderwerpen hieronder kunnen vallen. Tot slot Wij verzoeken u om onze zienswijze te betrekken bij de besluitvorming in de ABvergadering van 23 april 2026. Met vriendelijke groet, De gemeenteraad van Hendrik-Ido-Ambacht De grifer,
De burgemeester,
J.G. Honcoop-van der Wulp Giessen
mr. P van der
*
*