Voorstel 7.3 Wijziging rechtspositieverordening
Tekst van het document
Zaaknummer Agendanummer
7.3
Datum vergadering
2 februari 2026
Aan
Gemeenteraad
Betreft
Verordening wijziging Rechtspositieverordening Hendrik-Ido-Ambacht
Portefeuillehouder
P. van der Giessen
Vertrouwelijk:
Nee
Voorgesteld besluit De raad wordt gevraagd: 1. De Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 2026 (ingangsdatum 1 april 2026) vast te stellen; 2. De Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 2022 in te trekken.
Beknopte samenvatting Op 27 maart en 9 december 2025 verscheen een Circulaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de rechtspositie van raads- en commissieleden. Daarbij zijn wijzigingen doorgevoerd in het Rechtspositiebesluit Decentrale Politieke Ambtsdragers. Deze leiden tot noodzakelijke aanpassingen in de lokale Rechtspositieverordening van de gemeente Hendrik-IdoAmbacht. Daarnaast zijn enkele formuleringen in de huidige verordening niet in overeenstemming met de daadwerkelijke werkwijze van de raad, dan wel juridisch onvoldoende dekkend. In dit voorstel worden deze onvolkomenheden en noodzakelijke wijzigingen verwerkt en toegelicht.
Toelichting Inleiding De rechtspositie van raads- en commissieleden is geregeld in twee wetten. Het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is een algemene maatregel van bestuur (AMvB) die de basisregels voor de rechtspositie vastlegt. De Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers is een praktische uitwerking van de regels in dat besluit. Samen vormen ze de basis voor de lokale Rechtspositieverordening raads- en commissieleden van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Deze werd voor het laatst besproken en vastgesteld in 2022. Op 27 maart en 9 december 2025 verscheen een Circulaire van het Ministerie van BZK over de rechtspositie van raads- en commissieleden. Daarbij zijn wijzigingen doorgevoerd in het Rechtspositiebesluit Decentrale Politieke Ambtsdragers. De betreffende wijzigingen zijn van invloed op de lokale verordening van Hendrik-Ido-Ambacht. Zo is in een aantal gevallen een optionele regeling omgezet naar een verplichte regeling, waardoor er geen keuzeruimte meer is en in de verordening geen nadere uitwerking hoeft te worden opgenomen. Met dit voorstel wordt die Rechtpositieverordening aangepast aan de nieuwe wetgeving. Daarnaast zijn enkele kleinere wijzigingen meegenomen om de verordening in overeenstemming te brengen met de daadwerkelijke werkwijze van de raad en juridisch dekkend te maken.
Voorbeeld is hier de regeling met betrekking tot het bezoeken van het VNG-congres. Daarbij wordt in de huidige verordening gesproken over één ‘delegatie’ per fractie, waar in de praktijk deze delegatie uit maximaal één raads- of commissielid mag bestaan. Ook zijn de kosten die worden gemaakt voor een
dergelijk bezoek niet uitgezonderd van de limiet die gesteld wordt ten aanzien van nietpartijpolitiek georiënteerde scholing.
Beoogd effect • • • •
De rechtspositie van raads- en commissieleden in Hendrik-Ido-Ambacht is geregeld. Lokale wetgeving is in overeenstemming gebracht met (gewijzigde) hogere wet- en regelgeving Onduidelijkheden in (of over de interpretatie van) de verordening zijn weggenomen De lokale verordening is (waar mogelijk) in overeenstemming gebracht met de modelverordening van de VNG
Argumenten Terugdringen aantal regels/geen dubbele vermeldingen Een aanzienlijk deel van de wijzigingen in de (model-)verordening (van de VNG) is ingegeven door de wens het aantal regels terug te dringen en regelingen niet dubbel te vermelden. Uitgangspunt is dan ook dat alles wat al is geregeld in hogere wetgeving (Grondwet, gemeentewet, Rechtspositiebesluit), niet ook geregeld hoeft te worden in de lokale verordening. Zo blijkt duidelijk uit de gemeentewet dat raadsleden een vergoeding krijgen en is het overbodig dit in de verordening te herhalen (artikel 2 van de oude verordening). Gelijke behandeling In het verleden waren een aantal regelingen optioneel. Een gemeente moest dan in de verordening een dergelijke regeling verder uitwerken. Zo was het voorheen mogelijk al dan niet een voorziening te treffen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Met de wijziging van maart 2025 is een dergelijke voorziening opgenomen in het rechtspositiebesluit en daarmee niet meer optioneel, maar verplichtend voorgeschreven aan alle gemeenten. Artikelen die een nadere uitwerking zijn van een dergelijke wijziging in het rechtspositiebesluit, komen doorgaans te vervallen. Juridische onvolkomenheden In enkele gevallen is de oude verordening niet in overeenstemming met hogere wetgeving en/of houdt Hendrik-Ido-Ambacht zich niet aan de wet.
Belangrijkste voorbeeld is hierbij de vergoeding die maandelijks wordt uitgekeerd aan de commissieleden. De wet schrijft immers dwingend voor dat hier sprake moet zijn van presentiegeld per vergadering. Ook wordt een deel van de rechtspositie van raads- en commissieleden van toepassing verklaard op derden (niet nader gedefinieerde ‘schaduwfractieleden’). VNG-modellen Bij het aanpassen van de lokale verordening zijn waar mogelijk de modellen van de VNG gevolgd. Dit zijn beproefde modellen gemaakt en onderhouden door deskundige juristen. Het volgen van deze standaarden is een garantie dat een verordening zo min mogelijk fouten en onduidelijkheden bevat. Waar die er wel zijn, is de VNG beschikbaar voor advies. Ook zijn nieuwe (enigszins gevorderde) medewerkers op de griffie doorgaans goed op de hoogte van deze modellen. Specifieke wijzigingen 1. Voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden Op grond van artikel 3.1.9 van het Rechtspositiebesluit ontvangen raadsleden jaarlijks een bedrag waarmee ze voorzieningen kunnen treffen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Het eerste lid van dit artikel begon voorheen met de woorden: “De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat…” In het nieuwe rechtspositiebesluit is deze regeling niet meer optioneel.
Artikel 5 van de (oude) rechtspositieverordening van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht stelt ten aanzien van deze voorzieningen: “Hiervan wordt geen gebruik gemaakt”. Omdat de regeling niet langer optioneel is, komt dit artikel te vervallen. Raadsleden krijgen de vergoeding tot hun AOW-leeftijd, zolang ze raadslid zijn. Uitbetaling vindt plaats in december. 2. Reis- én verblijfkosten Aan artikel 3.1.7 van het rechtspositiebesluit is de mogelijkheid toegevoegd om (in uitzonderlijke gevallen) ook verblijfkosten vergoed te krijgen bij het bezoeken van
3.
4.
5.
6.
7.
8.
1
vergaderingen in de eigen gemeente. Het gaat om gemeenten waarbij grote reisafstanden spelen en gevallen waarin zowel tot laat in de avond als vroeg in de ochtend aanwezigheid wordt verlangd. De mogelijkheid geldt ook voor commissieleden (artikel 3.4.3). Omdat ook dit geen optionele regeling is en vergoedingen voor reis- en verblijfkosten daarmee zijn geregeld in het rechtspositiebesluit kan ook artikel 4 van de (oude) verordening komen te vervallen. Training van ‘schaduwfractieleden’ Lid 5 van het oude artikel 7 geeft fracties de mogelijkheid het budget voor scholing van raads- en commissieleden tevens in te zetten voor zogenaamde ‘schaduwfractieleden’. Een mogelijkheid die niet wordt geboden in de modellen van de VNG en daarvoor is een goede reden. Het is immers niet mogelijk de rechtspositie van raads- en commissieleden van toepassing te verklaren op derden. Daar komt bij dat de term ‘schaduwfractieleden’ niet nader is gedefinieerd. Deze mogelijkheid komt dan ook te vervallen. Voor het trainen van bij de fractie betrokken medewerkers kan gebruik gemaakt worden van het fractiebudget. 1 VNG-congres Lid 6 van het oude artikel 7 geeft aan dat jaarlijks per fractie voor één afvaardiging het bezoek aan het VNG-congres wordt vergoed. Uitgaande van de opgenomen toelichting bij de verordening gaat het om ‘één fractielid’. Een afvaardiging kan echter uit meerdere personen bestaan.
Daar komt bij dat, ervan uitgaande dat het hier gaat om kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing, de beperking van een maximum van €500,- voor raadsleden (€250,- commissieleden), zoals opgenomen in het derde lid, dan niet van toepassing verklaard moet worden. De kosten voor het VNG-congres zijn immers doorgaans hoger dan deze limieten. Extra vergoeding voor commissievoorzitters Op basis van een nieuw lid (3.1.4a) in het Rechtspositiebesluit is het mogelijk de voorzitters van de commissies een toelage toe te kennen van maximaal €153,33. Het gaat dan om vaste voorzitters van een commissie, waarbij het uitgangspunt is dat het voorzitten van een commissie extra inspanning vraagt van een raadslid. Omdat de raad geen gebruik maakt van vaste commissievoorzitters en omdat het voorzitten van de commissie in Hendrik-IdoAmbacht geen grote extra inspanning vergt van de voorzitter, wordt voorgesteld hiervan geen gebruik te maken Vergoeding commissieleden Artikel 3.4.1 van het rechtpositiebesluit stelt dat commissieleden van buiten de raad presentiegeld ontvangen per bezochte vergadering. Een vaste maandelijkse vergoeding, zoals opgenomen in de oude verordening is dan ook niet toegestaan. Omdat dit geregeld is in hogere wetgeving, komt artikel 8 te vervallen.
Bedragen bijzondere commissies In artikel 3 van de oude rechtspositieverordening (artikel 1 van de nieuwe verordening) worden bedragen genoemd als extra toelage voor raads-/commissieleden die lid zijn van een onderzoekscommissie, bijzondere commissie, de vertrouwenscommissie en de rekenkamercommissie. Het gaat dan echter om een uitwerking van een regeling die slechts bedoeld is voor raadsleden. Commissieleden kunnen niet benoemd worden in de vertrouwenscommissie of een onderzoekscommissie. In een bijzondere commissie kan weliswaar een commissielid benoemd worden, maar krijgt deze daarvoor geen extra vergoeding. (zie artikel 3.1.2 t/m 3.1.4 van het rechtspositiebesluit. Verder wordt in de oude verordening uitgegaan van een toelage van €120,-. Voor de vertrouwenscommissie is echter geen sprake van een maximum, maar een vast bedrag van €153,33. Daarnaast is de Rekenkamercommissie omgezet naar een Rekenkamer zonder raadsleden. Deze commissie kan daarom uit het artikel worden geschrapt. Loopbaanoriëntatie raadsleden Deze regeling geldt alleen voor gemeenten in een hogere inwonersklasse. In de oude verordening wordt expliciet vermeld dat Hendrik-Ido-Ambacht hier geen gebruik van maakt.
In de praktijk betekent dit dat wanneer zowel raads-/commissieleden, als bij de fractie betrokken medewerkers (lees: leden van de ‘schaduwfractie’) deelnemen aan een betaalde training, de eerste groep de kosten kan declareren bij het college van B&W en de tweede groep bij de fractie (vanuit het fractiebudget).
Dat is niet nodig. Het is immers niet van toepassing. Artikel 6 uit de oude verordening is daarom komen te vervallen.
Kanttekeningen Puzzelwerk De modellen van de VNG gaan ervan uit dat wat in hogere wetgeving is geregeld, niet nog eens expliciet geregeld of vermeld hoeft te worden in de verordening. Dit leidt tot een aanzienlijk kortere verordening en zorgt ervoor dat bij wijzigingen zaken maar op één plaats hoeven te worden aangepast. Dat verkleint de kans op fouten en onvolkomenheden, maar maakt ook dat de verordening slechts een half beeld geeft. Wie de rechtspositie van raads- en commissieleden volledig in beeld wil hebben, zal ook de hogere wetgeving moeten betrekken. Dit maakt dat het soms wat ‘puzzelwerk’ vraagt om te achterhalen wat nu precies de regels zijn. Zo zijn er in de verordening wel bedragen opgenomen voor de toelage van raadsleden die deelnemen aan een onderzoekscommissie of bijzondere commissie, maar staat de extra vergoeding voor leden van de vertrouwenscommissie vermeld in het rechtpositiebesluit. Specifieke wijzigingen 1. Voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden Er zijn geen voorwaarden gesteld aan de voorziening voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Ook vindt geen controle plaats. Het is een verantwoordelijkheid van het raadslid zelf de voorzieningen waarvoor de vergoeding wordt toegekend daadwerkelijk te treffen. Hoewel de verordening pas ingaat per 1 april 2026, wordt de verplichte voorziening opgedragen via hogere wetgeving.
In december 2025 zal daarom een eerste betaling plaatsvinden. 2. Reis- én verblijfkosten Het gaat bij het vergoeden van verblijfskosten voor het bezoek van raads- en commissievergaderingen om noodzakelijk en redelijkerwijs gemaakte kosten, naar het oordeel van ‘de gemeente’. Gezien de beperkte omvang van de gemeente Hendrik-IdoAmbacht mag ervan worden uitgegaan dat er weinig of geen gebruikgemaakt wordt van de mogelijkheid verblijfkosten in de eigen gemeente vergoed te krijgen. Er wordt daarom geen extra budget gereserveerd in de begroting(swijziging). 3. Training van ‘schaduwfractieleden’ Medewerkers van de fractie kunnen geen gebruik maken van de mogelijkheid trainingen te declareren bij de gemeente, maar wel getraind worden door gebruik te maken van het fractiebudget. Dit inzicht kan tot de overweging leiden het fractiebudget op te hogen. Hiervoor is een aanpassing van de verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning noodzakelijk.
Consequenties van het voorstel Begrotingswijziging Ja
Duurzaamheid Er is geen sprake van een duurzaamheidseffect.
Financiën Voorliggend besluit heeft financiële consequenties. Ophogen van de budgetten met het oog op de vergoeding voor de voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden is niet te voorkomen. Dit is van invloed op de jaren 2025 en verder. Extra kosten in verband met het verplicht
vergoeden van (in redelijkheid gemaakte) reis- en verblijfkosten in de eigen gemeente hebben geen noemenswaardig financieel effect.
Juridisch Met voorliggend voorstel voldoet Hendrik-Ido-Ambacht aan de vigerende wetgeving en brengt zijn verordening in overeenstemming met hogere wetgeving. Ook wordt iets gedaan aan enkele juridische onvolkomenheden en onduidelijkheden in de oude verordening.
Communicatie en participatie De verordening wordt na besluitvorming openbaar gemaakt en op de daartoe gebruikelijke wijze gepubliceerd. Ingangsdatum is 1 april 2026.
Vervolgstappen Planning van de vervolgstappen • • •
Publicatie van het besluit, cq. de verordening; Verwerken van de begrotingswijziging via de eerste bestuursrapportage van 2026; Waar nodig verwerken van de consequenties voor de afdeling HRM;
Verantwoordelijkheid voor uitvoering Griffie(r) in samenwerking met HRM.
Bijlagen Bijlage 1: Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 2025 (te ondertekenen besluit) Bijlage 2: Was-wordt-lijst Bijlage 3: Modelverordening VNG Bijlage 4: Rechtspositiebesluit politieke ambtsdragers
Het seniorenconvent van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht De griffier,
De burgemeester,
J.G. Honcoop
P. van der Giessen
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht; Gezien het voorstel van het seniorenconvent d.d. 17 december 2025,
besluit: 1. De Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 2026 (ingangsdatum 1 april 2026) vast te stellen; 2. De Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 2022 in te trekken. Aldus besloten door de raad der gemeente Hendrik-Ido-Ambacht in zijn openbare vergadering van 2 februari 2026
De griffier,
De voorzitter,
J.G. Honcoop
P. van der Giessen