CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel 7.3 BIJLAGE 2 Was-wordt-lijst

raadsvergadering openbaar 2 februari 2026, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 20261.943 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-lijst Rechtspositieverordening Hendrik-Ido-Ambacht Artikelnr. 1

Was Definitiebepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissielid/ burgerraadslid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. b. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. c. raadslid: lid van de gemeenteraad.

Wordt Vervalt

Toelichting De definities liggen erg voor de hand. De term burgerraadslid is specifiek voor Hendrik-Ido-Ambacht en is in de verordening vervangen door de term commissielid (van buiten de raad). Dit mede omdat de term burgerraadslid verwarrend kan werken. Het suggereert dat het om raadsleden gaat, dan wel dat raadsleden geen burger zijn.

2

Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden

Vervalt

Dit is geregeld in lid 1 van het artikel 3.1.1 van het rechtspositiebesluit (waarnaar wordt verwezen). Hierin staat vermeld: ‘Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van de gemeenteraad een vergoeding voor de werkzaamheden per maand die

Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het

Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties wordt herzien.

afhankelijk is van de inwonersklasse van de gemeente waarin hij raadslid is en wordt vastgesteld aan de hand van de volgende tabel.’ De raad kan in zijn verordening bepalen dat ten hoogste 20 % van de vergoeding wordt uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen (zie het VNG-model). In Hendrik-Ido-Ambacht was en is deze bepaling niet opgenomen. Het artikel is daarom komen te vervallen. Het raadslid kan de vergoeding niet weigeren en de gemeente is verplicht de raadsvergoeding aan het raadslid over te maken op zijn of haar bankrekening. Het raadslid mag zelf (een deel) van de raadsvergoeding afdragen aan de politieke partij, maar is in beginsel juridisch niet verplicht mee te werken aan een overdracht van (een deel) van zijn of haar raadsvergoeding. Een akte van cessie waarbij de raadsvergoeding direct aan een politieke groepering wordt overgemaakt is juridisch niet toegestaan. De reden hiervoor is dat het raadslid een onafhankelijke positie heeft

3

Artikel 3. Toelage raadslid Artikel 1. Toelage onderzoekscommissie en bijzondere onderzoekscommissie en bijzondere commissie commissie 1. Een (burger)raadslid dat lid is 1. Een raadslid dat lid is van een van een onderzoekscommissie als onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet lid, van de Gemeentewet ontvangt een maandelijkse wordt voor dc duur van de toelage van €120,- zolang de activiteiten van die commissie actief is. (De commissie ten laste van de toelage is per jaar maximaal gemeente een toelage driemaal de maandelijkse toegekend van € 120,-- per vergoeding voor de maand (Artikel 3.1.3. werkzaamheden, bedoeld in Rechtspositiebesluit). (De artikel 3.1.1, eerste lid, toelage is per jaar maximaal Rechtspositiebesluit driemaal de maandelijkse decentrale politieke vergoeding voor de ambtsdragers.) werkzaamheden, bedoeld in 2. Een raadslid dat lid is van een artikel 3.1.1, eerste lid, bijzondere commissie als Rechtspositiebesluit bedoeld in artikel 3.1.4, eerste decentrale politieke lid, van het ambtsdragers.) Rechtspositiebesluit 2. Een (burger)raadslid dat lid is decentrale politieke van een bijzondere ambtsdragers ontvangt, zolang commissie als bedoeld in de commissie actief is, een artikel 3.1.4, eerste lid, van maandelijkse toelage van € het Rechtspositiebesluit 120,-.

en niet financieel afhankelijk mag zijn van de politieke groepering. In tegenstelling tot wat vermeld staat in de huidige verordening is het niet mogelijk niet-raadsleden te benoemen in een onderzoekscommissie (zie lid 155a GemW) of de vertrouwenscommissie (zie artikel 3.1.2 van het Rechtspositiebesluit). Voor de bijzondere commissies geldt dat er wel commissieleden van buiten de raad kunnen worden benoemd, maar dat deze geen recht hebben op de extra vergoeding (zie artikel 3.1.4 van het Rechtspositiebesluit). Voor de vertrouwenscommissie geldt dat de extra vergoeding is geregeld in het Rechtspositiebesluit (artikel 3.1.3). Het gaat om een vast bedrag van €153,33 per maand. Bij de onderzoekscommissie is het mogelijk bij verordening het bedrag te bepalen. Hier wordt het oude bedrag van €120,aangehouden. Voor de bijzondere commissies geldt een maximum €153,33. Ook hier is het oude bedrag van €120,- gehandhaafd. Overwogen kan worden hier te werken met een percentage van het maximum genoemd

decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van maximaal € 120, - per maand. 3. Een (burger)raadslid dat lid is van een vertrouwenscommissie en rekenkamercommissie zoals bedoeld in artikel 3.1.2 wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van maximaal € 120, - per maand. 4

Artikel 4. Reis- en verblijfkosten Vervalt raads- en commissieleden voor reizen buiten en binnen de gemeente 1. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;

in het rechtspositiebesluit. Het bedrag is dan, net als in de oude verordening, lager dan het genoemde maximum, maar wordt wel meegenomen in de indexeringen. Omdat de extra vergoeding voor leden van de vertrouwenscommissie is geregeld in het Rechtspositiebesluit (artikel 3.1.2), is deze uit de verordening geschrapt. Tenslotte is de Rekenkamercommissie omgezet naar een Rekenkamer zonder raadsleden. Deze commissie is daarom ook uit het artikel geschrapt. Reiskostenvergoedingen zijn geregeld in artikel 3.1.7 van het rechtspositiebesluit. Dit luidt: 1. Een raadslid heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van: a. reiskosten en, als daar redelijkerwijs aanleiding voor is, verblijfkosten voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies, en

b. bij gebruik van een eigen auto de vergoeding zoals deze geldt in de gemeente voor zakelijk verkeer. 2. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed; 3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het

b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten de gemeente gemaakt voor de uitoefening van de functie. 2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.

5

6

gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed. 6. Voor reizen binnen het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; 1. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt; Artikel 5. Verzekering raadsleden Vervalt voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden Hiervan wordt geen gebruikgemaakt.

Artikel 6. Loopbaanoriëntatie raadsleden Is niet van toepassing gezien de grootte van de gemeente.

Vervalt

Dit is geregeld in artikel 3.1.9 van het Rechtspositiebesluit. In het oude besluit was deze regeling optioneel en werd in de verordening aangegeven of een gemeente hier wel of geen gebruik van maakt. In het nieuwe rechtspositiebesluit is de regeling verplicht. Artikel 5 van de verordening kan daarmee komen te vervallen. Benoemen wat niet van toepassing is niet nodig.

7

Artikel 7. Nadere regels nietpartijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden (voorheen artikel 5) (rechtspositieverordening HIA) 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan nietpartijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt: a. € 500 per jaar per raadslid; b. € 250 per jaar per commissielid. 4. De griffier beslist op de aanvraag op basis van de bewijsstukken, overeenkomstig het tweede lid. 5. Een fractie kan deze gelden ook inzetten voor een training van de

Artikel 2. Nadere regels nietpartijpolitiek georiënteerde scholing 1. Een raads- of commissielid dat een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie, zoals bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daarvoor vooraf een gemotiveerd verzoek in bij het seniorenconvent via de griffier. 2. Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald. 3. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt: a. €500,- per jaar per raadslid; b. €250,- per jaar per commissielid.

Artikel 3.3.3 (3.4.4 voor commissieleden) van het rechtpositiebesluit is aangevuld met de voorwaarde dat de prijs/ kwaliteitverhouding (naar het oordeel van het bestuur) redelijk moet zijn. Hierop dient het artikel in de verordening te worden aangepast. Omdat het een oordeel van het bestuur betreft, is dit (conform de modelverordening van de VNG) bij het Seniorenconvent neergelegd. Lid 5 van het oude artikel betreft geen training van politieke ambtsdragers. Een rechtpositie kan ook niet zomaar van toepassing verklaard worden op derden. Het lid is daarom geschrapt. Training van fractiemedewerkers is wel mogelijk vanuit het fractiebudget. Lid 6 van de oude verordening spreekt van één afvaardiging. Uit de toelichting valt op te maken dat bedoeld wordt: één raads- of commissielid. Dit is een wezenlijk verschil en is aangepast. Omdat de kosten voor het bezoek van het VNG-congres de genoemde limieten in lid 3 overschrijden, zijn deze hiervan uitgezonderd.

fractie al dan niet uitgebreid met leden van de schaduwfractie. 6. Jaarlijks wordt per fractie één afvaardiging aan het VNGcongres vergoed.

8

Artikel 8. Vergoeding voor de werkzaamheden van commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen 1. Een commissielid ontvangt maandelijks een vergoeding voor de werkzaamheden die gelijk is aan tweemaal het bedrag, vermeld in 3.4.1. van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, rekening houdende met artikel 3.4.2. "hogere vergoeding zoals dit bedrag jaarlijks op basis van artikel 3.4.1. van de rechtspositie van decentrale politieke ambtsdragers Volksvertegenwoordigers onder 3 wordt herzien.

4. Jaarlijks wordt per fractie het bezoek van één raads- of commissielid aan het VNGcongres vergoed, inclusief reis- en verblijfkosten. Deze kosten worden niet verrekend met het jaarlijks beschikbare budget voor het betreffende raads- of commissielid, zoals opgenomen in het derde lid. Artikel 8 vervalt Dit is geregeld in artikel 3.4.1. van het rechtspositiebesluit: “Aan een commissielid wordt per bijgewoonde vergadering van de commissie ten laste van de gemeente een vergoeding toegekend die afhankelijk is van het aantal inwoners van de gemeente, en wordt vastgesteld aan de hand van de volgende tabel”. De methode met presentiegeld is verplichtend voorgeschreven. Het is niet mogelijk te werken met een maandelijkse vergoeding, zoals in de oude verordening.

Toelichting

De toelichting zoals opgenomen bij de verordening is verouderd en niet in overeenstemming met de hier doorgevoerde wijzigingen.

Diverse wijzigingen.

De toelichting zoals opgenomen bij de verordening is gemoderniseerd en in overeenstemming gebracht met bovenstaande wijzigingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16464364/1