SchriftelijkevragenAmbulanteHandel D66
Tekst van het document
Memo
Aan: Leden van de gemeenteraad Van: Ralph Lafleur Betreft: Technische vragen Ambulante handel Datum: 21-11-2023 Vragen D66
1. Wat is de reden dat de vaste standplaats maar voor maximaal 2 dagen is en bijvoorbeeld niet 3 of 4 dagen?
Antwoord: Zo krijgen we een goede spreiding van kooplieden die verschillende goederen aanbieden. Hiermee behouden we de markten en voorkomen we dat die oneerlijk eruit geconcurreerd worden. Daarnaast biedt dit de kans om een goede diversiteit te krijgen gedurende de week. 2. Deze vraag is gerelateerd. De seizoensplaats heeft een maximale lengte van 4 aaneengesloten weken in een kalenderjaar. In onze beleving duurt een seizoen veel langer dan 4 weken. Waarom maken we hier niet 3 maanden van. 4 seizoenen in een jaar en de 12 maanden zijn vol. Kan ook direct de bijzondere regel over oliebollenverkoop eruit. Antwoord: Daar is destijds zo voor gekozen. 3. In artikel 5.17 staat bij lid 4: "De periode is productafhankelijk". Wat ons betreft een overbodige zin. Er wordt later alleen gerefereerd aan oliebollen wat wij al aangegeven hadden vreemd te vinden. Als een ondernemer denkt oliebollen te kunnen verkopen in de zomer moet dat kunnen. Wij moeten toch niet gaan bepalen wat er onder het seizoen valt. Dus deze zin kan er volgens ons uit. Antwoord: We hebben kennisgenomen van uw standpunt. 4. In artikel 5.17 worden in lid 3 en 5 de bijbehorende periodes genoemd, maar voor lid 4 is dit niet het geval. Dit lijkt ons inconsistent en zou aangepast moeten worden. Antwoord: Dat is geen inconsistentie. Dit komt omdat er een twee termijnen zijn waarvan één voor oliebollen.
Het noemen van het de termijn verandert de definitie niet. 5. Artikel 5.18a lid 5 kan in het licht van voorgaande wat ons betreft komen te vervallen. Antwoord: We hebben kennisgenomen van uw standpunt. 6. Ook artikel 5.18a waarbij lid 6 en 8 volgens ons hetzelfde zeggen. Ons inziens zou een van beide kunnen komen te vervallen.
Memo Antwoord: Dat klopt, dit is een fout. Dit is ambtshalve aangepast.
Vragen Gemeente Belangen 1. In relatie tot de “Marktverordening” vragen wij de portefeuillehouder in welke mate de marktkooplui zijn betrokken bij de totstandkoming van deze nieuwe verordening? Indien men is betrokken: Had men op- of aanmerkingen? Antwoord: Wij hebben de Marktadviescommissie op de hoogte gebracht en met ze gesproken over de vergunningsduur, maar gezien we gebonden zijn aan ingewikkelde wetgeving en onderzoeken was er weinig ruimte voor participatie. In het nieuwe jaar nodigen we alle vergunninghouders uit en leggen we de veranderingen uit en hoe we dat aanpakken. De transitie moet géén verassing voor ze worden. 2. Kan de portefeuillehouder tevens aangeven of de zo geheten "vader op zoon" vergunning in de nieuwe verordening is verwerkt? Hiermee bedoelen wij dat wanneer de "zoon" vijf jaar werkzaam is bij het bedrijf van zijn “vader”, de vergunning automatisch over kan nemen. Antwoord: Vergunninghouders die niet meer op de markt willen staan of niet meer op de markt kunnen staan kunnen het college verzoeken hun vergunning over te schrijven volgens artikel 15 van de Marktverordening - op naam van hun partner, zoon of medewerker die ten minste 5 jaar in loondienst is.