Samenvatting verschil modelverordening VNG en verordening ZHZ def
Tekst van het document
Samenvatting van verschil tussen modelverordening VNG en onze verordening Zuid-Holland Zuid (ZHZ). 1. Algemene opzet en structuur
De verordening van ZHZ volgt de hoofdstukindeling van het VNG-model. De definities zijn grotendeels overgenomen. o De definities ‘probleemoplossend vermogen’ en eigen mogelijkheden’ zijn vervangen door 'draagkracht’ en 'draaglast'. De laatstgenoemde definities zijn eenvoudiger te begrijpen en sluit aan bij de uitgave ‘Opgroeien en opvoeden’ van het Nederland Jeugdinstituut (NJI) (bijlage 2 behorend bij het voorstel) en is om deze reden gewijzigd.
2. Toegang tot jeugdhulp
Artikel 3 en 4 zijn vrijwel identiek aan het model, maar de verordening ZHZ voegt extra voorwaarden toe voor vergoeding bij niet-gecontracteerde aanbieders. o Dit wordt gedaan om de inzet van niet-gecontracteerde aanbieders tegen te gaan. Enerzijds om de groei van het aantal aanbieders in de regio tegen te gaan anderzijds om de kwaliteit te kunnen waarborgen. Bij niet gecontracteerde aanbieders zijn er namelijk geen overeenkomsten over de kwaliteit, prijs en duur van de inzet. Dit dient per inzet afgestemd te worden. De verordening ZHZ specificeert spoedeisende hulp uitgebreider dan het model. o Deze toevoeging is nodig om in het geval van spoed en crisis kortere doorlooptijden te hanteren zodat de hulp snel ingezet kan worden.
3. Onderzoek en besluitvorming
Artikel 5 t/m 8 zijn grotendeels conform het model. De verordening ZHZ voegt meer gedetailleerde criteria toe voor het onderzoek, zoals het expliciet betrekken van de jeugdige en het familiegroepsplan. o Dit is gedaan om de context van de hulpvraag beter in beeld te brengen. Het gezin van de jeugdigen maakt hier bijvoorbeeld onderdeel vanuit.
4. Criteria voor toekenning
Artikel 9 en 10 zijn uitgebreid met het concept van draagkracht/draaglast, terwijl het model spreekt over eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen. De verordening ZHZ verwijst naar het NJI-document “Opgroeien en opvoeden” als normatief kader – dit is een toevoeging in de verordening ZHZ. o Dit is gedaan zodat jeugdprofessionals beter kunnen afwegen wanneer professionele zorg nodig is. Het document kan helpen bij het bepalen wat nodig is voor een gezonde ontwikkeling om kinderen en ouders optimaal te ondersteunen.
5. PGB-regels
De verordening ZHZ heeft een uitgebreide set aanvullende eisen voor pgb-vaardigheid, kwaliteit en tariefbepaling. De modelverordening biedt hier slechts een basisstructuur; de verordening ZHZ is gedetailleerder.
o
Deze toevoeging bevorderd een rechtmatig inzet van PGB's zodat gemeenschapsgeld voor de juiste doeleinden worden ingezet. Hiernaast wordt er beter onderzocht of inwoners een PGB kunnen beheren om bijvoorbeeld oneigenlijk gebruik of misbruik tegen te gaan.
6. Afstemming met andere voorzieningen
Zowel de modelverordening VNG als de verordening ZHZ bevatten bepalingen over afstemming met Wmo, Zvw, Wlz etc. De verordening ZHZ voegt een perspectiefplan vanaf 16 jaar toe. o Dit is een regionale afspraak en geen standaardmodelbepaling. Dit is opgenomen om de overgang van 18- naar 18+ soepel te laten verlopen zodat er tijdig een plan wordt gemaakt richting volwassenheid.
7. Prijs-kwaliteitverhouding
Artikel 29 is grotendeels conform het model, maar de verordening ZHZ voegt extra eisen toe voor onderaanneming. o Deze toevoeging voorkomt dat er veel onderaannemers (niet gecontracteerde aanbieders) worden ingezet bij de uitvoering van jeugdhulp. Enerzijds is dat om het aantal jeugdhulpaanbieders terug te dringen, anderzijds is dat nodig om het zicht op de kwaliteitseisen te vergroten. Bij onderaannemers blijkt het ingewikkeld om na te gaan of zij voldoen aan de kwaliteitseisen zoals SKJ-registraties van professionals.
8. Klachten en medezeggenschap
Artikel 30 en 31 zijn overgenomen uit het model, met toevoeging van de lokale overlegvormen.