CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

roeien met te korte riemen 4 maart

raadsvergadering openbaar 5 juli 2021, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Kadernota 202225.416 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Een andere wettelijke beperking is de macronorm die jaarlijks

ringscapaciteit om durf en visie. De kost gaat immers voor de

landelijk wordt vastgesteld. Deze norm maximeert jaarlijks de

baat. Veel bestuurders snappen goed dat op de lange termijn

groei van OZB-opbrengsten voor alle gemeenten bij elkaar. De

diepgravende kennis van het sociaal domein en datagedreven

individuele gemeenten hebben wel de mogelijkheid hun tarie-

sturing zich uitbetaalt in beter beleid en besparingen. Alleen is

ven te verhogen.

het bijna ondoenlijk om tijdens een begrotingsproces prioriteit te geven aan een dergelijke investering. Er moeten immers lasti-

Daarnaast zit er een politieke grens aan de OZB-heffing, met

ge besluiten worden genomen over zaken als wegenonderhoud,

name voor woningen. Het is algemeen bekend dat gemeenten

groenvoorziening en het zwembad. De gemeente is beperkt in

hun eigen lastendruk vergelijken met die van buurgemeen-

haar sturingsruimte. Een overheidsorgaan begint daarmee ge-

ten. Grote verschillen, vooral aan de bovenkant, worden niet

lijkenissen te vertonen met een mens die in de schulden zit: op

geaccepteerd door inwoners en raadsleden. Dit effect wordt nog

het moment dat het geld schaars begint te raken, treedt stress

verder versterkt door de jaarlijkse publicaties van COELO over

op, en men richt zich voornamelijk op de korte termijn.

de lokale lastendruk. Geen enkele bestuurder wil in de krant komen met het bericht dat in zijn gemeente de lasten het meest zijn gestegen. Belangenorganisaties, met name Vereniging Eigen Huis, pikken deze ranglijsten ook graag op. De conclusie is dat OZB in theorie grote bewegingsruimte lijkt te bieden, maar politiek en maatschappelijk begrensd is.

Overige gemeentebelastingen Dan zijn er nog enkele andere gemeentebelastingen waarvan de besteding vrij is. Belangrijkste voorbeelden zijn toeristenbelasting, hondenbelasting en reclamebelasting. Hoewel het bij de meeste gemeenten om relatief geringe bedragen gaat, zijn de middelen wettelijk gezien vrij besteedbaar.

38

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Ook hier geldt dat toeristenbelasting maatschappelijk en

(Hoeben, 2015). Deze mogelijkheid is echter recentelijk door de

politiek gezien niet te veel uit de pas kan lopen met omlig-

wetgever afgeschaft. Ze geldt nog tot 2022.

gende gemeenten. De besteding van de hondenbelasting leidt regelmatig tot felle discussies. Hondenbezitters bepleiten vaak

Overige eigen middelen

dat deze belasting onrechtvaardig is: waarom wel voor honden

Tot slot de overige eigen middelen. Dit is de restcategorie waar-

betalen en niet voor katten? Er worden regelmatig procedures

bij vooral de dividenduitkeringen uit deelnemingen substan-

gevoerd over hondenbelasting. Tot op heden met weinig succes,

tieel zijn. Deze zijn vrij te besteden. Ontvangst van dividend

zie bijvoorbeeld Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 15-01-2016,

is afhankelijk van het bezit van aandelen in bedrijven. Naast

14/00632.

energiebedrijven zijn het vooral aandelenpakketten van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en waterleidingbedrijven.

Rioolheffing en afvalstoffenheffing De belangrijkste heffingen zijn de rioolheffing en afvalstoffen-

De laatste tien jaar hebben veel gemeenten hun aandelen in

heffing. Bij de besteding van de opbrengsten zijn gemeenten

energiebedrijven (Nuon, Eneco) verkocht. Dat leverde een een-

gebonden aan een doel: de heffing moet besteed worden aan

malig bedrag op. Op structurele basis zijn er door deze verkoop

respectievelijk het afval en de riolering. Volgens een wettelijk

nu minder dividendopbrengsten. Hiermee is de beleidsruimte

voorgeschreven model moet de gemeente ook onderbouwen dat

van gemeenten feitelijk verder verkleind.

er geen andere zaken betaald worden uit de heffing. Soms kan er, met enige creativiteit, nog wat ruimte gevonden worden om

Verdieping grondexploitaties

kosten van bijvoorbeeld straatvegen deels uit de rioolheffing te

Veel actueel en urgent overheidsbeleid heeft een ruimtelijk

betalen.

aspect in zich. De energietransitie, de stikstofcrisis en de woningbouw zijn belangrijke beleidspunten waarbij ruimte een rol

De kosten van afvalinzameling en -verwerking zijn recent sterk

speelt. De gemeenten hebben, naast het Rijk en de provincies,

gestegen. Dit komt door dalende prijzen voor reststoffen die

de komende jaren de verantwoordelijkheid om een samenhan-

gemeenten ontvangen van vuilverwerkers. Deze opbrengsten

gend ruimtelijk beleid te ontwikkelen.

worden gebruikt om de kosten die verbonden zijn aan het gescheiden inzamelen van plastic, gft en restafval te compense-

Grondposities vormen een groot financieel risico (zie 2012) en

ren. Het gescheiden inzamelen is niet wettelijk verplicht. Het is

tegelijkertijd een enorme mogelijkheid tot het creëren van extra

een uitvloeisel van landelijk beleid dat de VNG is overeengeko-

financiële armslag. Met grondposities lopen gemeenten minder

men met het Rijk. Ook hierbij voelen gemeenten grote druk van

risico’s op grote afboekingen bij een crisis (Binnenlands Be-

het beleid van hogere overheden.

stuur, 2020). Ze hebben daarmee meer ruimte om zelf richting te geven aan gemeentelijk beleid. Voor de financiële crisis van

In de tariefstelling voor riool- en afvalstoffen heeft de gemeen-

2018 was dat zeker het geval.

te wel aanzienlijke ruimte. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om geen afvalstoffenheffing op te leggen (zoals bijvoorbeeld in

Het gat tussen de vraag naar grond en het aanbod wordt nu

Nijmegen) en de kosten te dekken uit OZB-opbrengsten.

enerzijds ingevuld door particuliere investeerders en projectontwikkelaars die bijzonder actief zijn in het verwerven van grond-

Steeds meer gemeenten maken de afvalstoffenheffing afhan-

posities, anderzijds zijn de grondbedrijven van gemeenten de

kelijk van de hoeveelheid aangeboden huisvuil (Diftar) of de

laatste tijd weer meer actief. Ondanks de onzekerheden rondom

omvang van de containers. De meeste gemeenten hanteren een

de coronacrisis geeft 60% van de gemeenten aan de afgelopen

vastrecht voor rioolheffing, maar er zijn ook voorbeelden van

twee jaar grondposities te hebben verworven en 70% is dit de

gemeenten die het af laten hangen van het waterverbruik of

aankomende twee jaar van plan (Stec Groep, 2020).

koppelen aan de WOZ-waarde van de woning. Hierin hebben gemeenten dus behoorlijke ruimte om keuzes te maken.

De kans voor gemeenten om gebiedsontwikkeling en een deel van de bouwproductie draaiende te houden is afhankelijk van

Precario op kabels en leidingen

financiële mogelijkheden, beleidsmatige en politieke keuzen en

Gemeenten kunnen precario heffen op kabels en leidingen. Dit

de regionale behoefte. Niet alleen grondexploitatie is afge-

zorgt voor een behoorlijke opbrengst. In 2016 was de opbrengst

nomen, ook is de regelgeving op veel punten strenger en het

voor alle gemeenten in Nederland tezamen: € 206 miljoen

risico-bewustzijn is groter (Deloitte, 2020).

39

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

BIJLAGE 2:

Vijf persona’s

De gemeenten hebben weinig bewegingsruimte: ze zijn gebonden aan de AMvB reële prijs, waarin is bepaald hoe gemeenten de huishoudelijke hulp moeten inkopen. Ook zijn gemeenten gebonden aan de uitspraak van de rechtbank waarin is bepaald

Huishoudelijke hulp voor Ricardo

hoe de bekostiging eruit moet zien (met name het verbod op sec resultaatfinanciering).

Volume In de volgende grafiek is de ontwikkeling van het aantal Wmo cliënten per duizend huishoudens in Zuid-Holland zichtbaar. Hier is een stijgende trend te zien, wat zich uit in een toenemende druk op het domein. Het deel huishoudelijke hulp is een omvangrijk deel van het aantal Wmo cliënten, en door het vaststaande abonnementstarief van € 19 per maand uit zich dit in druk op het subdomein. 70 60 50

Achtergrond Ricardo is alleenstaand. Hij heeft steeds meer zorg nodig en daarom overweegt hij om te verhuizen naar een aanleunwoning in het nabijgelegen Rodenrijs. Ricardo weet dat hij in zijn nieuwe woonplaats Lansingerland via de gemeente goedkope huishoudelijke hulp kan krijgen, veel goedkoper dan de hulp die

40 30 20 10 0

2015

2016

2017

2018

2019

Figuur 31. Gemiddeld aantal Wmo-cliënten per duizend huishoudens.

hij in zijn oude gemeente uit eigen zak betaalde.

Knelpunten In een keukentafelgesprek in de aanleunwoning wordt door de

• Vanaf het begin van de decentralisaties gingen gemeenten

zorgverlener aan Ricardo gevraagd of hij zelf een hulp kan rege-

over de wijze waarop de wet Wmo werd uitgevoerd. Het Rijk

len, maar dat wil hij liever niet. Hoewel hij de hulp makkelijk

en de rechterlijke macht leggen echter steeds meer beperkin-

zelf kan betalen, wil hij graag een paar tientjes minder uitgeven.

gen op deze uitvoering. Gemeenten hebben daarmee minder sturingsmogelijkheden. Zo kunnen ze geen inkomensgrens

Juridisch

bepalen. Iedereen heeft recht op zorg vanuit de Wmo.

De gemeente is verplicht toegang tot zorg vanuit de Wmo te bieden. Hieronder valt ook huishoudelijke hulp. De gemeente

• Gemeentelijke beleidsruimte binnen de Wmo wordt steeds

is hierbij gebonden aan het abonnementstarief dat bepaalt wat

kleiner, doordat het aantal opgelegde beperkingen almaar

de maximale eigen bijdrage kan zijn. Dat tarief is vanaf januari

groter wordt.

2020 van kracht. Het abonnementstarief is niet inkomensafhankelijk.

• De demografische ontwikkelingen in een groot deel van Nederland zorgen voor een toenemende druk op de voorzienin-

Momenteel is er een maatschappelijke discussie gaande over de

gen die vanuit de zorg, en dus ook vanuit de Wmo, worden

wenselijkheid van een niet-inkomensafhankelijke bijdrage. De

geleverd. Dit komt door de ontgroening en vergrijzing. Per ge-

VNG wil dat gemeenten onderzoeken of mensen van de Wmo

meente verschilt het of er sprake is van een van deze twee, of

zijn uit te sluiten als zij hulp ook zelf kunnen betalen.

van beide. Helaas zijn dit factoren waar de gemeente slechts beperkt op kan sturen.

40

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Het jeugdzorgtraject van Jeffrey

Volume In de volgende figuur is duidelijk zichtbaar hoe divers het spectrum van jeugdhulp is. Er zijn zeer grote volumes op de totalen, en met name de lichte vormen jeugdzorg (jeugdhulp zonder verblijf) en zeer kleine volumes op zware vormen van jeugdzorg (bijvoorbeeld jeugdbescherming of jeugdreclassering). Echter, de kleine volumes kennen de hoogste kosten. Zo is jeugdhulp met verblijf een van de duurste vormen van zorg die Nederland kent. 12.000 10.000 80.000

JZ Totaal jeugdzorg JH 1 Totaal jeugdhulp JH 121 Totaal jeugdhulp zonder verblijf JH 122 Totaal jeugdhulp met verblijf JB 1 Totaal jeugdbescherming JR 1 Totaal jeugdreclassering

60.000

Achtergrond Jeffrey woont tot zijn veertiende in Schiedam. Hij heeft problemen thuis en stopt met zijn vmbo-opleiding, waar hij niet goed mee kan komen. Een arts van een JGZ-instelling verwijst hem

40.000 20.000 0

2015

2016

2017

2018

2019

Figuur 32. Jeugdvolumes (totalen).

naar een aanbieder in de zware jeugdzorg. In die begeleiding voelt Jeffrey zich helaas niet gehoord. Volgens hem heeft het traject

Knelpunten

ook veel te weinig resultaat. Hij loopt weg van huis en komt

• Het aantal cliënten dat gebruik maakt van bepaalde jeugd-

uiteindelijk terecht in een tijdelijke opvang in Rotterdam. Via

zorg (zoals specialistische jeugdzorg) is dermate klein dat

die gemeente krijgt hij een nieuw jeugdhulptraject aangeboden.

gemeenten noodzakelijkerwijs moeten samenwerken bij dit soort taken.

Jeffrey begint vol goede moed. Hij hoopt in deze nieuwe omgeving helemaal opnieuw te kunnen beginnen. Maar tot zijn schrik

• Er zijn maar weinig aanbieders die zware jeugdzorg aanbie-

blijkt het nieuwe traject weer bij zijn oude zorgverlener te lopen.

den. Het beperkte aanbod maakt dat voorgestelde trajecten

Het verschilt nauwelijks van het vorige! Hij is zwaar teleurgesteld

niet altijd goed afgestemd kunnen zijn op individuele wensen

en verliest het vertrouwen dat het ooit nog goed komt.

en behoeften van jeugdzorgcliënten.

Juridisch

• De gemeente die (financieel) verantwoordelijk is voor een

Vanuit de Jeugdwet zijn gemeenten verplicht om toegang tot

jeugdige die van jeugdhulp met verblijf gebruik maakt, wordt

jeugdzorg te geven. Het grootste deel van de toegang wordt

bepaald door het woonplaatsbeginsel. De huidige definitie

verzorgd door externe verwijzers zoals huisartsen, medisch

daarvan stelt dat de gemeente waar de woonplaats van de

specialisten, rechters, officieren van justitie, maar ook door de

ouder met gezag zich in bevindt, verantwoordelijk is. De

Raad voor de Kinderbescherming. In het laatste geval gaat het

feitelijke woonplaats is echter vaak lastig te achterhalen. Per

voornamelijk om de zware jeugdhulptrajecten.

januari 2022 wordt een nieuw woonplaatsbeginsel ingevoerd. Dit vraagt om een aanpassing van het verdeelmodel onder

Voor gemeenten zijn er beperkte sturingsmogelijkheden op

gemeenten en een verdere implementatie van administratieve

de toegang. Daarbij komt dat de meeste taken rondom in-

processen en afspraken.

koop vanwege schaalgrootte of vanwege opgelegde bepalingen regionaal belegd worden. Vaak verlopen ze via convenanten en

• Zware jeugdhulp met verblijf is de allerduurste vorm van

DVO’s. De sturingsmechanismen liggen dan bij de opdracht-

zorg die we in Nederland hebben (+/- € 200.000 per jaar

gever en opdrachtnemer. Wat er overblijft, zijn de sturings-

per cliënt). Een stijging van slechts een paar cliënten kan

mogelijkheden in de sec uitvoering van de wet: het uitgeven

al een grote impact hebben op een begroting van een kleine

van beschikkingen, het betalen van de facturen. Wel kunnen

gemeente. Dit bemoeilijkt voor de gemeenten de financiële

gemeenten kiezen om preventieve activiteiten uit te voeren,

beheersbaarheid.

maar dit is geen wettelijke taak.

41

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

• Qua uitvoering van de wet heeft de gemeente weinig sturingsmogelijkheden. Dit komt doordat de toegang en program-

Het schuldhulpverleningstraject van Tamara

ma-uitvoering vaak extern belegd zijn. • Gemeenten kunnen op de preventie sturen. Echter, de wet veronderstelt een bepaalde maakbaarheid van de samenleving en de mens. Uit onderzoek van het NJI blijkt dat autonome megatrends, zoals vereenzaming, polarisatie en flexibilisering, gaan zorgen voor een grotere vraag naar jeugdzorg. De vraag zal zo groot zijn, dat deze niet zomaar met beleid opgelost kan worden. Het onderzoek stelt dan ook de rol van een overheid in de samenleving ter discussie.

Achtergrond Tamara is 45, woont in Leiden en heeft al vijf jaar een kapsalon. Ze was nooit een ster in administratie, maar dat het zo uit de hand kan lopen, wist ze niet. Bij de Belastingdienst bouwt ze een enorme schuld op. Ook heeft ze problemen met het betalen van de hypotheek, nutsvoorzieningen en haar private-leaseauto. In haar wanhoop gebruikt ze twee creditcards om een deel van de belastingschuld af te betalen, maar de schulden op die betaalkaarten worden na verloop van tijd natuurlijk ook torenhoog. Ze zit met haar handen in het haar en is bang dat ze haar kapsalon moet opgeven. Een vriendin die in de gemeente Zwijndrecht woont, krijgt voor hetzelfde probleem passende hulp van een vrijwilliger. Dat wil Tamara ook. Ze wil er alles aan doen om haar schulden af te lossen en te voorkomen dat ze naar de rechter moet vanwege een faillissement. Maar is deze hulp er in de gemeente waar zij woont?

Juridisch Enerzijds is er de Wet op de gemeentelijke schuldhulpverlening. Deze stelt dat gemeenten beleid moeten vormen voor schuldhulp. Anderzijds is er de Wet op de schuldsanering natuurlijke personen. Deze regelt de schuldhulptrajecten via de rechter. Grofweg kan gesteld worden dat het doel van de eerste wet is om te voorkomen dat mensen in de tweede wet belanden, ook al zijn er naast de gemeente andere partijen, zoals bijvoorbeeld beschermingsbewindvoerders, die de bevoegdheid hebben om toegang tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen te geven. Omdat de Wet gemeentelijke schuldhulphulpverlening veel

42

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

ruimte laat voor invulling van de minnelijke schuldhulptrajec-

Het re-integratietraject van Jurre

ten, verschilt de uitvoering van de wet sterk per gemeente. Er zijn zelfs gemeenten die het traject niet aanbieden. Eigenlijk zijn de verschillen zo groot, dat er gesteld kan worden dat er geen stelselverantwoordelijke is voor een schuldregeling. Echter, gemeenten zijn sinds 2021 wel verplicht om meer moeite te doen mensen met schulden te bereiken. Dit ‘outreachend’ werken kan lastig zijn omdat schulden vaak worden opgebouwd bij andere overheden dan de gemeente, zoals bijvoorbeeld de Belastingdienst.

Volumes Er zijn geen betrouwbare cijfers over schuldhulpverlening beschikbaar.

Achtergrond Jurre is 36. Hij heeft een beperking en is voor zijn inkomen

Knelpunten

afhankelijk van de gemeente. Hij heeft eerder wel gewerkt en

• Er is sprake van gemeentelijke beleidsruimte. Omdat de

wil graag deelnemen aan een re-integratietraject bij een externe

gemeenten gaan over het ‘wat’ en het ‘hoe’ en daarmee de

partner van de gemeente. Afgelopen jaar zijn er echter veel in-

invulling van het beleid bepalen, maakt het voor mensen als

woners van deze gemeente in de bijstand ingestroomd. Daarom

Tamara uit in welke gemeente ze woont. Dit knelpunt speelt

koos de gemeente ervoor om de contracten met de externe part-

dus voornamelijk voor de doelgroep.

ners voor de re-integratietrajecten te stoppen.

• Een ander knelpunt betreft de bereikbaarheid van de doel-

Vanaf volgend jaar biedt de gemeente hopelijk weer zelf

groep. Schulden blijven vaak lang verborgen voor de gemeente

re-integratietrajecten aan, maar er zijn nog geen speciale

en soms ook voor de doelgroep zelf. In sommige gevallen zijn

trajecten voor mensen met een beperking opgezet. Jurre is

er andere partijen die de cliënten in de Wet schuldsanering

onzeker over zijn toekomst. Kan de gemeente hem straks nog

natuurlijke personen laten stromen, bijvoorbeeld de recht-

wel een re-integratietraject bieden? Kan hij ooit weer aan het

bank. Het ‘erbij zijn voordat het te laat is’ heeft ook financiële

werk?

impact: namelijk of een schuld kan worden voorkomen of opgelost voordat deze problematisch is geworden.

Juridisch De bundeling uitkeringen inkomensvoorziening gemeenten

• Het slecht kunnen bereiken van de doelgroep wordt versterkt

(BUIG) is de uitkering aan gemeenten om de bijstand en

door de AVG, waardoor gegevens slechts bij een partij bekend

ander levensonderhoud (IOAW, IOAZ, Bbz) van te betalen.

zijn. We merken hier op dat de interpretatie van de wet sterk

Gemeenten kunnen het geld gebruiken voor levensonderhoud

per gemeente kan verschillen. De wetsaanpassing per januari

maar ook voor re-integratietrajecten. Deze trajecten hebben het

2021 brengt wellicht verbetering in het bereiken van de doel-

doel om mensen naar werk te begeleiden. Zij stromen dan uit

groep, doordat deze het mogelijk maakt om vroegsignalering

de bijstand.

toe te passen.

43

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Volume In de volgende figuur is de opbouw van de financiering van

De verschillende hulpverleners van gezin Mulder

de Participatiewet (bedragen x € 1,0 miljoen). Gemeenten ontvangen hun middelen via verschillende bronnen. De bijstandsuitkeringen en de loonkostensubsidies worden betaald vanuit het bijstandsbudget. De re-integratie en begeleiding komt uit het participatiebudget en de vergoeding van de uitvoeringskosten komt uit het zogenoemde cluster Inkomen en Participatie in de Algemene Uitkering in het Gemeentefonds.

1.800

663

Achtergrond

6.220

Livina en Cor Mulder wonen hun met twee kinderen Kaylee

2.440

(15) en Giovanni (12) in Delft. Livina is arbeidsongeschikt Bijstandsbudget Cluster I&P Participatie, excl. Wsw Wsw

Figuur 33

Opbouw financiering Participatiewet

en loopt in de ziektewet. Cor is sinds kort zijn baan als rondvaartschipper kwijt. Het gezin moet nu rondkomen van één bijstandsuitkering en dat lukt nauwelijks. Livina en Cor maken zich grote zorgen.

Knelpunten

Maar hun problemen zijn niet alleen van financiële aard.

• Gezien de juridische en financiële uitgangspositie met

Giovanni zit in een jeugdzorgtraject via bureau Halt en Kaylee

betrekking tot de BUIG is er in beginsel sprake van

heeft een licht verstandelijke beperking waardoor ze veel hulp

gemeentelijke beleidsruimte. Gemeenten mogen voor een

nodig heeft bij haar schoolwerk. De spanningen in het gezin

belangrijk deel zelf bepalen hoe ze hun budget inzetten.

lopen regelmatig hoog op.

• De financiële kaders door instroom zijn dwingend.

Na tips van de buren heeft de gemeente een gezinsbegeleider

Gemeenten zijn verplicht om levensonderhoud uit te keren.

naar de familie Mulder gestuurd. Hier zitten Livina en Cor

Het is gemeenten niet toegestaan om bijstand te weigeren of

echter helemaal niet op te wachten: alweer een hulpverlener

mensen uit te sluiten.

die de boel overhoop komt halen! Ze hebben juist zo’n behoefte aan rust en regelmaat.

• Deze twee punten brengen met zich mee dat gemeenten in eerste instantie wettelijk verplicht zijn de middelen

Juridisch

aan de bijstand te besteden wanneer er tekorten op de

Via zeer veel wetten en instanties en op basis van verplichtingen

BUIG ontstaan. Hierdoor kunnen eventuele aanvullende

kan een gemeente met een gezin in contact komen. De

investeringen uit de BUIG niet of in mindere mate gedaan

scheiding tussen deze wetten is vaak onduidelijk. Gemeenten

worden.

hebben de taak om passende zorg te leveren. Daarmee hebben ze ook de verantwoordelijkheid om de meest complexe casussen

• Wanneer gemeenten alsnog aanvullende investeringen willen

passende aandacht te geven. De vraag is of hier een rol voor

doen, moeten deze uit andere bronnen bekostigd worden.

gemeenten als stelselverantwoordelijke richting de burger ligt, of dat deze verantwoordelijkheid op ministerieel niveau ligt.

44

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Knelpunten • De gemeentelijke beleidsruimte ten aanzien van de wetten waar een gezin mee in contact kan komen verschilt. Door de hoeveelheid wetten die op een gezin van toepassing kan zijn, is het beleid in zijn totaliteit vrijwel uniek per gemeente. Dit maakt het voor individuen en gezinnen vaak moeilijk om te ontdekken waar ze hulp kunnen krijgen. • Ook voor ambtenaren geldt dat het vaak onduidelijk is welk beleid op wie van toepassing is. Is een multiprobleemgezin bijvoorbeeld primair doelgroep participatie of primair doelgroep jeugd? • Uit de eerdere analyses lijkt het beeld te ontstaan dat de beleidsruimte per subdomein ook verschilt. Financiële druk in het ene subdomein kan een aanpak verstoren in een ander subdomein waar geen financiële druk is. Voorbeeld: het opleggen van een participatiemaatregel aan iemand die net begonnen is aan een schuldhulptraject. Hier kunnen interactie-effecten ontstaan. • Vaak is er binnen dergelijke gezinnen ook sprake van crimineel gedrag. Hierdoor ontstaat een wisselwerking tussen de domeinen zorg en veiligheid. Deze wisselwerking levert beleids- en uitvoeringsproblemen op voor gemeenten binnen de netwerken van zorg en veiligheid. • De complexiteit van het stelsel maakt het lastig om effectieve interventies in te zetten. Het monitoren van de interventies is ook lastig vanwege de verschillende IT-systemen.

• Dit is temeer een probleem omdat informatie en cijfers vaak nodig zijn om autonoom te kunnen sturen. Zonder duidelijke informatie en kaders is het immers niet (goed) mogelijk om uitgangspunten en doelen te bepalen én te verwezenlijken.

45

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

BIJLAGE 3.

Geraadpleegde bronnen • AEF (2020a). Andersson Elffers Felix. Stelsel in groei. Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg. • AEF (2020b). Andersson Elffers Felix. Uitvoeringskosten van

• Minister van BZK, K.H. Ollongren (18 oktober 2019). Toekomst openbaar bestuur ‘Thorbeckebrief’. • Raad voor het Openbaar Bestuur (2019). Ondertussen

het Klimaatakkoord voor decentrale overheden in

in Den Haag. Over de invloed van de decentralisaties op

2022 – 2030.

het functioneren van de Rijksoverheid.

• BDO Benchmark (2021). Financiële situatie onhoudbaar.

• Raad voor het Openbaar Bestuur (maart 2019). Beleidsvrijheid geduid. Beleidsvrijheid bij decentrale taken: een na­

• Berenschot (2018). Capaciteitskosten van gemeentelijke

dere uitwerking ten behoeve van de financiële verhoudingen.

taken op het gebied van klimaatadaptatie. • Raad voor het Openbaar Bestuur (essaybundel) (juni 2020). • Binnenlands Bestuur (2020). Gemeenten minder kwetsbaar voor vastgoedcrisis.

Van den Berg, C. & Leurs, B.: Hoe bekostig je multilevel governance? Naar goede financiële verhoudingen voor ‘de opgave centraal’. In: Samenwerken, samen betalen?

• CBS (2021). Gemeenten begroten € 11,3 miljard euro aan heffingen in 2021. Digitaal benaderd via: https://www.cbs.

• Rijksoverheid (december 2020). 1e, 2e en 3e pakket corona­

nl/nl-nl/nieuws/2021/04/gemeenten-begroten-11-3-mil-

maatregelen. Digitaal benaderd via: https://www.rijksover-

jard-euro-aan-heffingen-in-2021

heid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-en-provincies/ documenten/circulaires/2020/12/16/decembercirculaire-ge-

• COELO (januari 2021). Kerngegevens belastingen

meentefonds-2020.

grote gemeenten 2021. • SIFV (2020). Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële ver• Decentraal bestuur (september 2020). Beginselen versus prak­

houdingen. Als één overheid. Slagvaardig de toekomst tegemoet!

tijken. Toetsing van decentralisatieprocessen, met aanbevelingen voor versterking.

• VNG-Commissie Gemeentewet en Grondwet (juni 2007). De eerste overheid.

• Deloitte (juni 2020). Omvang grondposities gemeenten verder afgenomen.

• Toonen (1987). Th.A.J.Toonen, “Denken over Binnenlands Bestuur”, VUGA 1987, pp. 186-187

• Hoeben, C (2015). Het onzichtbare precario op ondergrondse leidingen. ESB openbare financiën. Digitaal benaderd via:

• VNG (14 februari 2018). Programmastart Interbestuurlijk Pro­

https://www.coelo.nl/images/artikelen/ESB_onzichtbare_

gramma. Digitaal benaderd via: https://vng.nl/sites/default/

precariobelasting.pdf

files/brieven/2018/attachments/programmastart_ibp_0_0. pdf.

46

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

BIJLAGE 4.

Kerncijfers per gemeente In deze bijlage worden een aantal kerngegeven gepresenteerd voor alle gemeenten in Zuid-Holland. Het grootste gedeelte van de gegevens, solvabiliteit (%), sociaal domein (%) en het aandeel GR’en (%) is samengesteld op basis van IV3-gegevens van het CBS. Voor beleidsruimte (%) geldt dat de IV3-gegevens van het CBS zijn gecombineerd met de methode van de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB, 2018), terwijl de inschattingen voor de structurele extra apparaatslasten op het gebied van de energietransitie zijn gebaseerd extern onderzoek dat eerder in opdracht van de ROB werd uitgevoerd (AEF, 2020b). Gemeente

Solvabiliteit (%) 2011

2015

Beleidsruimte (%) 2019

2011

Sociaal domein (%)

2015

2019

2011

2015

2019 38%

Alblasserdam

20%

19%

21%

5,0

4,6

4,4

30%

43%

Albrandswaard

33%

23%

18%

5,6

4,6

4,6

22%

23%

31%

Alphen aan den Rijn

60%

39%

53%

5,3

5,3

4,3

25%

33%

39%

Barendrecht

23%

28%

18%

5,3

4,5

4,5

24%

25%

32%

Bodegraven-Reeuwijk

9%

0%

9%

5,7

4,9

5,0

19%

31%

32%

Brielle

81%

73%

82%

6,4

5,8

5,0

15%

23%

25%

Capelle aan den IJssel

37%

44%

35%

4,4

3,9

4,0

41%

51%

49%

Delft

14%

22%

26%

5,4

3,9

4,3

31%

61%

47%

Dordrecht

58%

49%

51%

5,1

4,6

4,3

37%

48%

50%

Goeree-Overflakkee

27%

23%

23%

4,9

5,0

4,6

28%

38%

35%

Gorinchem

9%

16%

22%

6,5

5,0

4,4

16%

35%

40%

Gouda

7%

9%

17%

5,5

4,9

4,4

26%

43%

44%

Hardinxveld-Giessendam

25%

25%

27%

4,8

5,0

4,4

30%

34%

36%

Hellevoetsluis

23%

19%

3%

5,0

4,6

4,5

34%

43%

27%

Hendrik-Ido-Ambacht

10%

13%

18%

5,9

5,2

5,5

15%

30%

27%

Hillegom

88%

85%

77%

5,5

4,5

4,2

20%

37%

38%

Hoeksche Waard

49%

47%

48%

5,3

4,8

4,3

24%

36%

33%

Kaag en Braassem

9%

26%

23%

6,6

5,0

4,5

11%

32%

28%

Katwijk

41%

33%

33%

6,1

5,2

4,8

18%

34%

35%

Krimpen aan den IJssel

23%

19%

19%

5,3

4,5

4,2

28%

42%

42%

Krimpenerwaard

35%

35%

35%

5,0

4,6

4,4

23%

37%

37%

Lansingerland

23%

16%

31%

5,6

5,7

5,8

18%

22%

23%

Leiden

63%

55%

36%

4,8

4,7

4,4

39%

46%

44%

Leiderdorp

42%

44%

50%

4,8

4,7

4,2

25%

34%

37%

Leidschendam-Voorburg

60%

45%

37%

5,0

4,5

4,0

34%

48%

44%

Lisse

63%

37%

20%

5,2

5,1

4,3

19%

26%

33%

Maassluis

28%

31%

25%

4,1

4,4

4,2

48%

44%

44%

Midden-Delfland

79%

69%

39%

6,0

5,2

4,7

15%

26%

26%

Molenlanden

28%

39%

49%

4,6

4,9

4,6

19%

34%

32%

Nieuwkoop

61%

38%

54%

6,1

6,5

5,5

14%

16%

19%

Nissewaard

10%

10%

10%

4,9

4,8

4,4

36%

47%

45%

Noordwijk

52%

53%

59%

5,4

5,3

4,7

20%

26%

26%

Oegstgeest

14%

21%

31%

5,5

4,3

4,6

20%

33%

30%

Papendrecht

17%

20%

25%

5,7

5,2

4,5

23%

33%

37%

Pijnacker-Nootdorp

23%

23%

36%

6,5

5,3

5,0

13%

30%

29%

Ridderkerk

48%

37%

43%

4,7

4,1

5,0

40%

32%

34%

Rijswijk

15%

11%

8%

5,2

4,9

4,3

34%

39%

39%

Rotterdam

25%

28%

31%

5,0

4,5

4,3

39%

48%

43%

Schiedam

10%

19%

14%

4,9

4,8

4,7

41%

43%

40%

‘s-Gravenhage

41%

32%

18%

4,8

4,4

4,1

41%

50%

47%

Sliedrecht

38%

43%

33%

4,8

4,6

4,1

30%

40%

45% 36%

Teylingen

69%

68%

65%

5,2

5,1

4,4

24%

33%

Vlaardingen

11%

16%

11%

5,3

4,7

4,1

35%

47%

51%

Voorschoten

60%

37%

42%

5,4

5,0

4,0

23%

31%

36%

Waddinxveen

34%

25%

30%

5,6

5,5

5,0

23%

31%

31%

47

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Gemeente

Wassenaar

Solvabiliteit (%)

Beleidsruimte (%)

Sociaal domein (%)

2011

2015

2019

2011

2015

2019

2011

2015

2019

64%

78%

68%

4,9

4,6

4,3

25%

32%

33% 35%

Westland

36%

33%

35%

5,8

5,2

4,7

22%

31%

Westvoorne

28%

34%

25%

6,3

5,7

4,6

11%

22%

16%

Zoetermeer

71%

65%

57%

5,0

4,3

4,1

33%

48%

50%

Zoeterwoude

42%

47%

46%

5,1

5,0

4,2

18%

27%

24%

Zuidplas

37%

22%

24%

5,1

5,0

4,9

19%

29%

31%

Zwijndrecht

10%

17%

19%

5,0

4,4

4,2

31%

42%

44%

Gemeente

Alblasserdam

GR’en (%)

Energietransitie (€)

2011

2015

2019

2020

2024

2030

34%

41%

53%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Albrandswaard

13%

33%

37%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Alphen aan den Rijn

14%

23%

20%

€ 1.553.480

€ 3.718.857

€ 3.269.536

Barendrecht

10%

40%

40%

€ 485.693

€ 1.159.516

€ 1.293.443

Bodegraven-Reeuwijk

11%

22%

24%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Brielle

11%

10%

14%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Capelle aan den IJssel

5%

23%

27%

€ 485.693

€ 1.159.516

€ 1.293.443

Delft

7%

15%

13%

€ 1.553.480

€ 3.718.857

€ 3.269.536

Dordrecht

39%

48%

58%

€ 1.553.480

€ 3.718.857

€ 3.269.536

Goeree-Overflakkee

21%

13%

14%

€ 485.693

€ 1.159.516

€ 1.293.443

Gorinchem

14%

35%

44%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Gouda

16%

16%

20%

€ 1.553.480

€ 3.718.857

€ 3.269.536

Hardinxveld-Giessendam

20%

27%

48%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165 € 1.293.443

Hellevoetsluis

10%

13%

35%

€ 485.693

€ 1.159.516

Hendrik-Ido-Ambacht

21%

33%

42%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Hillegom

35%

51%

75%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Hoeksche Waard

26%

38%

23%

€ 485.693

€ 1.159.516

€ 1.293.443

Kaag en Braassem

7%

17%

28%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165 € 1.293.443

Katwijk

10%

21%

30%

€ 485.693

€ 1.159.516

Krimpen aan den IJssel

12%

25%

29%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Krimpenerwaard

16%

28%

17%

€ 485.693

€ 1.159.516

€ 1.293.443

Lansingerland

11%

15%

n.b.

€ 485.693

€ 1.159.516

€ 1.293.443

Leiden

12%

16%

26%

€ 1.553.480

€ 3.718.857

€ 3.269.536

Leiderdorp

17%

22%

27%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165 € 1.293.443

Leidschendam-Voorburg

13%

12%

17%

€ 485.693

€ 1.159.516

Lisse

16%

21%

63%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Maassluis

18%

26%

46%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Midden-Delfland

7%

8%

5%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Molenlanden

32%

21%

36%

€ 485.693

€ 1.159.516

€ 1.293.443

Nieuwkoop

13%

4%

8%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Nissewaard

12%

16%

25%

€ 485.693

€ 1.159.516

€ 1.293.443

Noordwijk

21%

21%

26%

€ 485.693

€ 1.159.516

€ 1.293.443

Oegstgeest

13%

27%

23%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Papendrecht

24%

34%

47%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Pijnacker-Nootdorp

6%

8%

14%

€ 485.693

€ 1.159.516

€ 1.293.443

Ridderkerk

20%

46%

33%

€ 485.693

€ 1.159.516

€ 1.293.443 € 1.293.443

Rijswijk

14%

11%

13%

€ 485.693

€ 1.159.516

Rotterdam

0%

4%

15%

€ 3.555.891

€ 6.750.628

€ 5.761.337

Schiedam

11%

20%

40%

€ 1.553.480

€ 3.718.857

€ 3.269.536 € 5.761.337

‘s-Gravenhage

15%

21%

15%

€ 3.555.891

€ 6.750.628

Sliedrecht

33%

42%

57%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Teylingen

33%

35%

68%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Vlaardingen

9%

22%

54%

€ 485.693

€ 1.159.516

€ 1.293.443

Voorschoten

5%

29%

45%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

48

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Gemeente

GR’en (%)

Energietransitie (€)

2011

2015

2019

2020

2024

2030

Waddinxveen

16%

7%

12%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Wassenaar

7%

33%

50%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Westland

6%

11%

14%

€ 485.693

€ 1.159.516

€ 1.293.443

Westvoorne

6%

12%

10%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Zoetermeer

10%

10%

15%

€ 1.553.480

€ 3.718.857

€ 3.269.536

Zoeterwoude

11%

6%

28%

€ 352.462

€ 1.099.447

€ 1.364.165

Zuidplas

11%

10%

17%

€ 485.693

€ 1.159.516

€ 1.293.443

Zwijndrecht

34%

44%

54%

€ 485.693

€ 1.159.516

€ 1.293.443

49

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

BIJLAGE 5.

Indeling beleidsruimte taakvelden (ROB) Taakvelden

ROB

Berenschot

0.1 Bestuur

1-2

1,5

0.2 Burgerzaken

1-2

1,5

0.3 Beheer overige gebouwen en gronden

-

8

0.4 Overhead

Zeer beperkt

2

0.5 Treasury

4-6

5

0.61 OZB woningen

8-9

8,5

0.62 OZB niet-woningen

8-9

8,5

0.63 Parkeerbelasting

8-10

9

0.64 Belastingen overig

-

9

0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds

-

9

0.8 Overige baten en lasten

-

9

0.9 Vennootschapsbelasting

-

9

0.10 Mutaties reserves

-

-

0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten

-

-

1.1 Crisisbeheersing en brandweer

3-4

3,5

1.2 Openbare orde en veiligheid

3-5

4

2.1 Verkeer en vervoer

7-9

8

2.2 Parkeren

8-10

9

2.3 Recreatieve havens

8-10

9

2.4 Economische havens en waterwegen

7-9

8

2.5 Openbaar vervoer

6-8

7

3.1 Economische ontwikkeling

9-10

9,5

3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur

9-10

9,5

3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen

9-10

9,5

3.4 Economische promotie

9-10

9,5

4.1 Openbaar basisonderwijs

1-3

2

4.2 Onderwijshuisvesting

3-4

3,5

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken

3-4

3,5

5.1 Sportbeleid en activering

9

9

5.2 Sportaccommodaties

9

9

5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

9

9 8,5

5.4 Musea

8-9

5.5 Cultureel erfgoed

6-8

7

5.6 Media

8-9

8,5

5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

7-10

8,5

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

2-3

2,5

6.2 Wijkteams

3-4

3,5

6.3 Inkomensregelingen

1-3

2

6.4 Begeleide participatie

2-3

2,5

6.5 Arbeidsparticipatie

2-4

3

6.6 Maatwerkvoorziening (WMO)

4

4

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+

3-4

3,5

6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

3-4

3,5

6.81 Geescaleerde zorg 18+

3-4

3,5

6.82 Geescaleerde zorg 18-

2-3

2,5

7.1 Volksgezondheid

3-5

4

7.2 Riolering

4-5

4,5

7.3 Afval

4-5

4,5

7.4 Milieubeheer

5

5

7.5 Begraafplaatsen en crematoria

6-8

7

8.1 Ruimtelijke ordening

6-8

7

8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)

7-9

8

8.3 Wonen en bouwen

7-9

8

50

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

BIJLAGE 6.

Verantwoording data onderzoek De analyses in dit rapport zijn gebaseerd op Iv3-gegevens

In aanvulling op de gegevens die beschikbaar zijn bij het CBS

(Informatie voor derden) 2e plaatsing die gemeenten

zijn de volgende gegevens vanuit overige bronnen gebruikt om

aanleveren bij het CBS. Deze gegevens zijn gebundeld in

de analyse aan te vullen:

de databank Financiën Decentrale Overheden en bevatten informatie uit begrotingen en jaarrekeningen. Uit bovenstaande bronnen zijn de volgende gegevens onttrokken voor analyse:

• indeling van beleidsvrijheid voor de BBV-taakvelden, zoals gegeven door de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB, 2019). Deze indeling is opgenomen in bijlage 5. Om ook

• baten en lasten van gemeenten per Iv3-functie voor de jaren

beleidsvrijheid van de Iv3-functies te kunnen toewijzen, heeft

2011-2016 en per BBV-taakveld voor de jaren 2017-2020, op

Berenschot een beoordeling uitgevoerd van de beleidsvrijheid

basis van zowel de begroting als de jaarrekening;

van functies op basis van de beleidsvrijheid van corresponderende taakvelden in de BBV-indeling;

• solvabiliteit van gemeenten voor de jaren 2011-2019, op basis van de jaarrekening;

• inschatting van uitvoeringskosten van het klimaatakkoord voor decentrale overheden in de jaren 2022-2030, zoals

• totale solvabiliteit en activa van alle gemeenten tezamen voor de jaren 2011-2019, op basis van de jaarrekening; • lasten van gemeenten die toegeschreven kunnen worden aan

gegeven door Andersson Elffers Felix in opdracht van de Raad voor het Openbaar Bestuur (AEF, 2020b); • inschatting van de apparaatskosten voor klimaatadaptatie

gemeenschappelijke regelingen voor de jaren

voor decentrale overheden in de jaren 2022-2030, zoals gege-

2011-2019, op basis van de jaarrekening.

ven door onderzoek van Berenschot (2018);

In de databank van het CBS ontbreken voor sommige

• baten voor gemeenten uit decentralisatie-uitkeringen voor in-

jaargangen gegevens van enkele gemeenten. Dit gaat met

terbestuurlijke opgaven met betrekking tot klimaat in de jaren

name over gegevens uit begrotingen. In één enkel geval

2016-2020, op basis van gegevens van Gemeentekas B.V.

waren gegevens uit de jaarrekening van een gemeente niet beschikbaar. Hierbij zijn we uitgegaan van begrotingscijfers als

De persona’s in het sociaal domein hebben wij getoetst en

realisatie op de jaarrekening en hebben we gecontroleerd dat

aangescherpt bij een aantal gemeenten in Zuid-Holland.

mogelijke afwijkingen geen significant effect op de resultaten

Wij danken de gemeenten Albrandswaard, Dordrecht,

uit dit onderzoek hebben.

Krimpenerwaard, Teylingen en Zoetermeer voor de ambtelijke en bestuurlijke inzet bij dit onderdeel van het onderzoek.

We hebben de betrouwbaarheid van de data steekproefsgewijs gecontroleerd. Hiervoor vergeleken we de jaarrekeningen en

In de laatste fase van het onderzoek hebben wij met een

begrotingen van een aantal gemeenten met de gegevens in de

afvaardiging van gemeenten in Zuid-Holland een inhoudelijke

databank. We vonden slechts enkele kleine verschillen tussen

duidingssessie georganiseerd. Wij danken de deelnemers van

de gemeentestukken en de databank, voor ons het bewijs dat

de volgende organisaties voor de inhoudelijke bijdrage in deze

de beschikbare gegevens betrouwbaar zijn.

sessie: • Algemene Rekenkamer Zuidelijk Nederland • IPO • BAR-organisatie • Gemeente Delft • Gemeente Krimpenerwaard • Gemeente Leiden • Gemeente Rotterdam • Gemeente Zoetermeer • Gemeente Zwijndrecht

‘WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG’ Wij zien een Nederland dat altijd in ontwikkeling is. Zowel sociaal als organisatorisch verandert er veel. Al meer dan 80 jaar volgen wij deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. Daarbij staan we voor duurzaam advies en de implementatie hiervan. Altijd gericht op vooruitgang én echt iets kunnen betekenen voor mensen, organisaties en de maatschappij. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. In ons advies zijn we hard op de inhoud, maar houden rekening met de menselijke maat. Onze adviseurs doen er alles aan om complexe vraagstukken om te zetten naar praktische oplossingen waar u iets mee kan. Wij geven advies en bieden digitale oplossingen waarbij we ons focussen op: •

Toekomst van werk en organisatie

•

Energietransitie

•

Transformatie van zorg

•

Transformatie van openbaar bestuur

Berenschot Groep B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG Utrecht Postbus 8039, 3503 RA Utrecht 030 2 916 916 www.berenschot.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10260939/1