Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020
Tekst van het document
Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020. De raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht;
Gelet op artikel 16 van de Gemeentewet
Besluit vast te stellen het:
Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen Artikel 2. Het Seniorenconvent
1. Er is een seniorenconvent dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 2. Elke fractievoorzitter heeft één stem in het seniorenconvent. De voorzitter heeft geen stemrecht, in geval de stemmen staken beslist de voorzitter. 3. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het seniorenconvent vervangt. 4. Het seniorenconvent kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 5. Het seniorenconvent stelt ten behoeve van zijn werkzaamheden een reglement op dat door de raad wordt vastgesteld. 6. De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het seniorenconvent aanwezig. https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 1
7. Het seniorenconvent doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie. Artikel 3. De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen
1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de voorzitters van raadscommissies en de voorzitter. Secretaris van de agendacommissie is de griffier. De gemeentesecretaris is adviseur. 2. De voorzitters van de commissie wordt door de raad uit zijn midden benoemd. 3. Elk lid heeft een stem in de agendacommissie. 4. Ze heeft in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies, en; c. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Wet, en in het vijfde lid. 5. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het tweede lid, onder b, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. 6. De taken van de agendacommissie zijn: a. het voorbereiden en vaststellen van de inhoud van de voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies; c.
het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Gemeentewet en lid 4 van dit artikel; https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 2
d. wanneer afwijkingen van het vastgestelde vergaderschema nodig zijn, wordt datum en aanvangsuur van de raads- of commissievergadering bepaald. Hiervan wordt mededeling gedaan aan het seniorenconvent; e. planning en afstemming voor het houden van extra raads- of commissievergaderingen vindt plaats, zo nodig na consultatie van het seniorenconvent; f. afstemming over de te volgen werkwijze en vergaderorde in raad en commissies; g. attenderen op kwalitatieve aspecten van praktische faciliteiten van raad en commissies (toezending stukken, werking van het RaadsInformatieSysteem (RIS), etc.). 7. De agendacommissie stelt ten behoeve van zijn werkzaamheden een huishoudelijk reglement op dat door de raad wordt vastgesteld. Artikel 4. De voorzitter
De voorzitter is belast met: 1. het leiden van de vergadering; 2. het handhaven van de orde; 3. het doen naleven van het reglement van orde; 4. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. Artikel 5. De griffier
1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het seniorenconvent en kan aanwezig zijn in de commissievergaderingen van de raad. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen. Artikel 6. De gemeentesecretaris https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 3
De raad kan het college verzoeken de gemeentesecretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement. Artikel 7. De wethouder
1. Met toepassing van artikel 21 Gemeentewet hebben wethouders toegang tot de vergaderingen en kunnen zij aan de beraadslaging deelnemen. 2. De raadsagenda geldt als uitnodiging aan de wethouders om bij de raadsvergadering aanwezig te zijn. Artikel 8. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden
1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling bedoeld in artikel 18 van de wet de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 4
Artikel 9. Benoeming wethouders
1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet en kan van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag vragen als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar. Artikel 10. Fracties
1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt
https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 5
hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. A. Indien: 1° één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; 2° twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; 3° één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. B. Met de onder A. beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan. 6. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Hoofdstuk 2. Raadsvergaderingen Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 11. Vergaderfrequentie
1. De vergaderingen van de raad vinden conform de door de raad vastgestelde werkwijze plaats en volgens het door de agendacommisie jaarlijks vastgesteld schema en worden in de regel op de eerste maandag van de maand gehouden in het gemeentehuis. 2. De vergaderingen vangen in de regel aan om 20.00 uur en eindigen in beginsel om 23.00 uur, doch uiterlijk om 23.30. Indien alsdan niet alle agendpunten zijn behandeld, wordt de vergadering geschorst en voortgezet op de eerstvolgende maandag van 20 uur tot uiterlijk 22.30 uur, tenzij de raad anders beslist. Deze maandag is als reservedatum opgenomen in het vergaderrooster. https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 6
3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met het seniorenconvent en de agendacommissie. Artikel 12. Oproep en voorlopige agenda
1. De stukken voor de vergadering worden conform het vergaderschema digitaal aan de leden ter beschikking gesteld, ten minste vijf dagen voor een vergadering, onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. 2. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 13 (aanvullende agenda; vaststellen agenda), lid 1, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 32 uur voor aanvang van de vergadering digitaal gepubliceerd. Artikel 13. Aanvullende agenda; vaststellen agenda
1. Naar aanleiding van de behandeling in de raadscommissies stelt de griffier de voorlopige agenda van de volgende raadsvergadering op. In de agenda wordt aangegeven of het een hamerstuk (aangeduid met H) betreft of een debat stuk (aangeduid met een D). 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het digitaal publiceren van de oproep en de vergaderstukken uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt. 3. Als omtrent de inhoud van de stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. 4. Voordat de digitale oproep wordt gepubliceerd, stelt de agendacommissie de voorlopige agenda van de vergadering vast. https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 7
5. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Ook kan bij de vaststelling een hamerstuk een debatstuk worden of een debatstuk alsnog een hamerstuk. 6. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. 7. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel 14. Ter inzage leggen van stukken
1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden zoveel mogelijk digitaal gelijktijdig beschikbaar met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken fysiek ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. 4. Stukken waaromtrent op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. Artikel 15. Openbare kennisgeving
https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 8
1. Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door plaatsing op de internetsite van de gemeente en zo mogelijk door aankondiging in het lokale dag- of weekblad ter openbare kennis gebracht. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden. Paragraaf 2. Ter vergadering Artikel 16. Presentielijst
1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld. Artikel 17. Opening vergadering; quorum
1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van de fracties door een of meerdere leden vertegenwoordigd is. Hierna wordt het volgende ambtsgebed uitgesproken: “Almachtige God, wij bidden U om Uw onmisbare zegen bij het werk dat ons wacht. Verlevendig in ons het besef van onze afhankelijkheid van U en geef ons wijsheid en kracht om het belang onzer gemeente te behartigen naar plicht en eed. Dit bidden wij U om Christus wil. Amen”. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na de digitale publicatie van de oproep is gelegen. Artikel 18. Spreekrecht burgers
https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 9
1. Na de opening van de vergadering en het vaststellen van de agenda kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. 2. Het woord kan niet gevoerd worden: a. over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; b. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. Artikel 19. Aantal spreektermijnen
1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.
https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 10
2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 20. Beraadslaging
1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. 3. De voorbereidende en technische behandeling van voorstellen vindt hoofdzakelijk in de raadscommissies plaats. De beraadslagingen in de raad richten zich met name op de besluitvormende discussie. Artikel 21. Deelname aan de beraadslaging door anderen
1. De raad kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen Artikel 22. Spreekregels https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 11
1. De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. 2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. Artikel 23. Volgorde sprekers
1. Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 2. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering. Artikel 24. Spreektijd
Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. Artikel 25. Voorstellen van orde
1. De voorzitter en ieder raadslid kan tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Artikel 26. Zitplaatsen
1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het seniorenconvent bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het seniorenconvent.
https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 12
3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, gemeentesecretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel 27. Handhaving orde, schorsing
1. De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering. 2. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een lid hem interrumpeert, via de voorzitter. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 3. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 4. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. 5. De voorzitter kan de raad voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen.
Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Paragraaf 3. Stemmingen Artikel 28. Stemverklaring
https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 13
Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten. Artikel 29. Beslissing
1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel 30. Stemming; procedure hoofdelijke stemming
1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder naar de volgorde van de presentielijst. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 14
6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit. Artikel 31. Volgorde stemming over amendementen en moties
1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel, tenzij het amendement het gehele besluit vervangt. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel 32. Stemming over personen
1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau tenzij de raadsleden geen stemming verlangen.
https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 15
2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blanco ingevuld stembriefje; b. een ondertekend stembriefje; c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6.
In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. 7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel 33. Herstemming over personen https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 16
1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel 34. Beslissing door het lot
3. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 4. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 5. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken Artikel 35. Verslag en besluitenlijst
1. De griffier draagt zorg voor verslagen en besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij het begin van de vergadering wordt, zoveel mogelijk, het verslag/de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. 3. De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de gemeentesecretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan de https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 17
raad te doen, indien het verslag/de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeven wat gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststellen van de besluitenlijst bij de griffier te worden ingediend. 4. Uit een verslag/besluitenlijst blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een zakelijke samenvatting van het besprokene met vermelding van de namen van de sprekers; e. een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; f.
de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen, en;
5. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 21 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 6. Een conceptverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft. 7. Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de voorzitter en griffier. https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 18
8. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 9. Elektronisch beschikbare verslagen en besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst. Artikel 36. Ingekomen stukken
1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden en digitaal ter inzage wordt gelegd. 2. Na de vaststelling van het verslag stelt de raad op voorstel van de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. 3. Daarna worden de stukken ter afhandeling in handen gesteld van het college. Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen Artikel 37. Toepassing reglement op besloten vergaderingen (geheimhouding)
Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 38. Verslag besloten vergadering
1. Het conceptverslag en/of -besluitenlijst van een besloten vergadering wordt digitaal (vertrouwelijk) beschikbaar gesteld aan de raads- en burgerraadsleden en collegeleden en ligt ter inzage bij de griffier. 2. Dit verslag / deze besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van het vastgestelde verslag/ de besluitenlijst. 3. Het vastgestelde verslag/de vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 19
Artikel 39. Opheffing geheimhouding
Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding op te heffen dan wel niet te bekrachtigen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Paragraaf 6. Toehoorders en pers Artikel 40. Toehoorders en pers
1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. De voorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. Artikel 41. Geluid- en beeldregistraties
Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan vooraf mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Hoofdstuk 3. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Artikel 42. Amendementen en subamendementen
1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 20
2. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. 3. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden, die de presentielijst getekend hebben én in de vergadering aanwezig zijn. 4. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend een wijziging voor te stellen (subamendement). 5. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 43. Moties
1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 44. Initiatiefvoorstel
1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.
https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 21
2. Het college kan binnen 14 dagen nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is, wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. Artikel 45. Collegevoorstel
1. Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 46. Recht op onderzoek
1. Elk raadslid kan een voorstel doen om een onderzoek in te stellen. 2. Het onderzoek gaat alleen door als een meerderheid van de raad er voor stemt. 3. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een onderzoekscommissie, waarvan de leden door de raad worden benoemd. 4. Een onderzoekscommissie bestaat uit ten minste drie raadsleden. Collegeleden kunnen geen lid zijn van een onderzoekscommissie. Artikel 47. Interpellatie
1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval een https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 22
duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 48. Schriftelijke vragen
1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 2. Schriftelijke vragen aan he college of de burgemeester kort en krachtig formuleren. 3. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 4. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend. 5. Vragen die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend worden mondeling beantwoord in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 6. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden. https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 23
7. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel 49. Inlichtingen
1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 10 dagen nadat het verzoek is ingediend. 4. De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven Artikel 50. Vragenhalfuur
1. Aan het begin van de raadsvergadering is er een vragenhalfuur, tenzij bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan de agendacommissie bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt. 2. Raadsleden die tijdens het vragenhalfuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 48 uur voor aanvang van het vragenhalfuur bij de voorzitter. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de overige raadsleden, het college en de burgemeester. 4. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 24
toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 5. De voorzitter kan na overleg met de agendacommissie weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven, of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 6. De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 7. Tijdens het vragenhalfuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk 4. Begroting en rekening Artikel 51. Procedure begroting
Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad vaststelt. Artikel 52. Procedure jaarrekening
Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad vaststelt.
HOOFDSTUK 5. Lidmaatschap van andere organisaties Artikel 53. Verslag; verantwoording
1. Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de gemeentesecretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in aansluiting op de https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 25
behandeling van de lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de Voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie. 2. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 48, zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 49, zijn van overeenkomstige toepassing. 4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd. 5. De raad heeft de mogelijkheid een of meerdere rapporteurs aan te wijzen/te benoemen voor een specifieke gemeenschappelijke regeling/verbonden partij.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen Artikel 54. Uitleg reglement
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel 55. Intrekken Intrekking oude reglement
Het reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2015 wordt ingetrokken.
https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 26
Artikel 56. Inwerkingtreding en citeertitel
1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2020. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.
Aldus besloten door de raad der gemeente Hendrik-Ido-Ambacht in zijn openbare vergadering van 2 december 2019.
De griffier,
G.H. Logt
de voorzitter,
J. Heijkoop
https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 27
Toelichting Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikelsgewijs
Artikel 1. Begripsbepalingen
In artikel 1 worden een aantal begrippen uit dit reglement van orde gedefinieerd. Deze spreken grotendeels voor zich. Voor wat betreft het begrip ‘voorzitter’ zij nog vermeld dat de burgemeester voorzitter is van de raad. Artikel 9 van de Gemeentewet (hierna: wet) schrijft dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, van de wet is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de wet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. Artikel 2. Het seniorenconvent
Het seniorenconvent heeft voornamelijk een algemeen adviserende rol (aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad). Diverse gemeenten hebben dit takenpakket uitgebreid met meer inhoudelijke taken. De VNG is van mening dat het seniorenconvent voor wat betreft de inhoudelijke aspecten van het raadswerk een ondergeschikte rol dient te vervullen, omdat anders het gevaar bestaat dat er binnen de raad een nieuw bestuursorgaan wordt gecreëerd, wat niet strookt met de Grondwet, die het primaat immers expliciet bij de raad legt (artikel 125, eerste lid, van de Grondwet). Het seniorenconvent als zodanig kan niet ook optreden als werkgeverscommissie. De werkgeverscommissie, ingesteld op basis van artikel 83 van de wet, bestaat immers enkel uit raadsleden (en dus niet, zoals
https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 28
het seniorenconvent, ook de voorzitter van de raad). Het seniorenconvent heeft voornamelijk een procedurele rol zoals hierboven aangegeven. Het is van belang dat in het seniorenconvent elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt. Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten.
De griffier is bij elke vergadering van het seniorenconvent aanwezig (artikel 4, eerste lid), omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden. Artikel 3. De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen
De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken in de raadscommissies en de raad. De agendacommissie heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de raad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. In veel gemeenten wordt gewerkt met jaaroverzichten waarbij specifieke vergaderingen lang van te voren bekend zijn. Denk hierbij aan de begroting en jaarrekening. In het geval een gemeente deelneemt in een gemeenschappelijke regeling is in deze regeling opgenomen hoe de raad geïnformeerd wordt door de vertegenwoordiger van de gemeente in de gemeenschappelijke regeling en hoe verantwoording wordt afgelegd (artikelen 16 t/m 19 van de Wet gemeenschappelijke regelingen). Van belang is dat de agendacommissie de vergadercyclus van deze besturen kent. Het kan nodig zijn dat de raad voorafgaand aan een vergadering van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de gemeentelijke vertegenwoordiger informatie of opvattingen wil meegeven. Ook de begrotingscyclus van de gemeenschappelijke regeling is relevant voor de agendacommissie zodat de raad tijdig noodzakelijke informatie kan leveren. HET IS AAN DE AGENDACOMMISSIE OM DE PLANNING IN TE VULLEN MAAR OOK OM DEZE TE BEWAKEN .
https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 29
Hetzelfde geldt met betrekking tot andere organisaties waar de gemeente mogelijk in vertegenwoordigd is (stichtingen, vennootschappen). Ook deze vergadercycli kunnen voor een agendacommissie aanleiding zijn om deze te agenderen voor een raads- of commissievergadering, zodat er informatie uitgewisseld kan worden tussen de vertegenwoordiger van de gemeente en de raad. De commissie stelt de agenda's van de raadscommissies en de raad voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van de raadscommissies en de raad geschiedt bij de aanvang van de betreffende vergadering. Ingevolge artikel 17 van de wet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. De voorzitter pleegt in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg met de agendacommissie. Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij vergaderingen die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie. Artikel 4. De Voorzitter
De burgemeester is Voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in
https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 30
de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als Voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. Artikel 5. De griffier
De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikelen 100 en 107 van de wet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De wet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid, van de wet). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de wet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Artikel 6. De gemeentesecretaris
De gemeentesecretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het college en het leiden van de ambtelijke organisatie. In het kader van die twee taken kan het tevens wenselijk zijn dat de gemeentesecretaris deelneemt aan de beraadslagingen van de raad. De gemeentesecretaris wordt echter benoemd en ontslagen door het college. Dit houdt in dat de raad de gemeentesecretaris niet kan dwingen om in de raad aanwezig te zijn. De raad zal het college moeten verzoeken of het college de gemeentesecretaris opdraagt in de vergadering aanwezig te zijn om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op deze wijze kan de raad onder meer een beroep doen op kennis en informatie, die de gemeentesecretaris bezit of kan de gemeentesecretaris bijvoorbeeld deelnemen aan een discussie over het functioneren van de gemeentelijke organisatie Artikel 7. De wethouder
Dit artikel is een nadere uitwerking van artikel 21, tweede lid, van de Gemeentewet. Het voorziet in de mogelijkheid dat wethouders door de raad worden uitgenodigd om ter vergadering aanwezig te zijn. Door kennis te nemen van de raadsagenda dient dit beschouwd te worden als een uitnodiging aan de wethouders om bij de raadsvergadering aanwezig te zijn. https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 31
Artikel 8. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden
Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde meldt schriftelijk aan de raad of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt legt hij aan de raad stukken over waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum en (indien nietNederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de wet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven en de beslissing over de toelating moeten in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de ) wet betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. I NGEVOLGE ARTIKEL V 4 VAN DE KIESWET BESLIST DE RAAD OVER DE TOELATING VAN ZIJN LEDEN.
DAARBIJ IS ER EEN VERSCHIL IN DE PROCEDURE BIJ DE SAMENSTELLING VAN EEN NIEUWE RAAD OF BIJ DE VERVULLING VAN EEN TUSSENTIJDSE VACATURE . Na de
raadsverkiezingen beslist de raad in oude samenstelling in zijn laatste vergadering over de toelating van de nieuw gekozen leden. Met ingang van 00:00 uur de volgende dag treedt de nieuwe raad aan (artikel 18 van de wet en artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet). Eerste en tweede lid
De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht
https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 32
nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Derde lid
Het onderzoek van het proces-verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten. Het derde lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (of deze juist is vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang omdat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad een dergelijk besluit kan baseren.
Op 28 februari 2014 heeft de minister van BZK een circulaire uitgebracht waarin toegelicht wordt wanneer de raad gebruik kan maken van deze bevoegdheid (Gemeenteraadverkiezingen: hertellingen, kenmerk 2014-0000116196, 28 februari 2014, Ministerie van BZK. Zie: https://vng.nl/files/vng/publicatie_bijlagen/2014/20140319-hertellinggemraadsverk-bzk2014-0000116196.pdf).
https://old.sharepoint.com/sites/swk-griffie/Gedeelde documenten/GRIFFIE/BEDRIJFSVOERING GRIFFIE/Verordeningen/2025 Aanpassing Reglement van Orde/RvO 2025/Reglement van orde voor de raad Hendrik-Ido-Ambacht 2020.docx 33
In deze circulaire wordt onder meer uiteengezet wanneer de raad tot hertelling kan besluiten. Het ligt niet voor de hand dat besloten wordt tot een hertelling waarvan tevoren duidelijk is dat deze niet tot een andere samenstelling in de raad kan leiden. Ook een verschil in zetels tussen de voorlopige uitslag en de definitieve uitslag is geen reden om over te gaan tot hertelling. Vierde en vijfde lid
Na een raadsverkiezing kunnen de toegelaten raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling als bedoeld in artikel 18 van de wet de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen (vierde lid). Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden (vijfde lid). De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de wet vastgelegd. Artikel 9. Benoeming wethouders Artikel 9 geeft invulling aan een leemte in de wet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De wet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen (eerste lid). De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (artikelen 36a, 36b, 41b en 41c van de wet). Bij de benoeming van een wethouder zal er een integriteitstoets plaatsvinden.