Raadsvoorstel Wijzigingen Verordening maatschappelijke ondersteuning HIA 2024
Tekst van het document
Zaaknummer
2025-0083810
Agendapunt
8.1
Datum vergadering
maandag 1 december 2025 om 20:00
Aan
Gemeenteraad
Betreft
Wijzigingen Verordening maatschappelijk ondersteuning HendrikIdoAmbacht 2024
Portefeuillehouder
Van Die
Vertrouwelijk:
Nee
Voorgesteld besluit 1. In te stemmen met de voorgestelde wijzigingen van de verordening Maatschappelijke Ondersteuning Hendrik-Ido-Ambacht 2024. 2. Bijgevoegd wijzigingsbesluit, tot wijziging van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2024, vast te stellen.
Beknopte samenvatting Dit voorstel gaat over een aantal wijzigingen van de verordening Maatschappelijke Ondersteuning Hendrik-Ido-Ambacht 2024, betreffende de aanvraagprocedure, het herindicatieproces, het proces tariefberekening PGB-hulpmiddelen, de vergoeding voor PGB-dienstverleners en de tarieven voor het collectief vervoer.
Toelichting Inleiding In deze nota worden vijf voorstellen gedaan tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Hendrik-Ido-Ambacht 2024. Deze voorgestelde wijzigingen worden hieronder nader toegelicht. 1. Wijziging aanvraagprocedure In het meldings- en aanvraagproces voor maatwerkvoorzieningen Wmo van de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) is het nu zo geregeld dat altijd een ondertekend onderzoeksverslag of een aanvraagformulier ten behoeve van een Wmo-aanvraag moet worden ingediend. In sommige gevallen is echter tijdens het huisbezoek van de consulent in de onderzoeksfase al duidelijk dat er een indicatie voor een maatwerkvoorziening verstrekt zou moeten worden om de ondersteuningsvraag op te lossen. Daarom wil de SDD de mogelijkheid toevoegen om de aanvraag tijdens het huisbezoek mondeling in ontvangst te nemen en dit te noteren bij de conclusie en het advies in het onderzoeksverslag. De inwoner hoeft dan geen extra (administratieve) handeling meer uit te voeren en de consulent hoeft niet te wachten tot de gevraagde documenten ontvangen zijn. In artikel 4:1 van de Algemene wet bestuursrecht is over het aanvragen van een beschikking volgende opgenomen:
“Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk ingediend bij het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen.” - > aanpassing artikel 2.26 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 Om bovenstaande wijziging in de aanvraagprocedure mogelijk te maken, is een wijziging van artikel 2.6 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 (wettelijk voorschrift) nodig om af te wijken van het gesteld in artikel 4:1 van de Awb. 2. Wijziging herindicatieproces Sinds het ontstaan van de SDD worden beschikkingen afgegeven voor huishoudelijke ondersteuning en later ook voor begeleiding en dagbesteding vanuit de Wmo. Daarbij is het uitgangspunt dat er geen langdurige indicaties worden afgeven en de persoonlijke situatie steeds proactief onderzocht word om te beoordelen de ondersteuning nog nodig was na afloop van de indicatie. Dit levert voor inwoners met een levenslange en levensbrede ondersteuningsvraag bij elk moment van herindicatie angst om hun ondersteuning kwijt te raken en de daarbij behorende stress. Daarnaast richten de beleidskaders van gemeenten zich steeds meer op “bevorderen van zelfredzaamheid en participatie” voor de inwoners die dit kunnen. Verder zijn er landelijke ontwikkelingen die een rol spelen in het proces van herindiceren.
Zo is in 2024 de landelijke Richtlijn voor Passend beschikken verschenen, waar de SDD aan heeft meegewerkt. Hiermee is een andere visie op het proces van herindiceren ontstaan. Op basis van het bovenstaande wordt voorgesteld om het proces van (her)indiceren te herzien. Hierbij worden de cliënten in drie hoofdgroepen verdeeld, met elk hun eigen benadering. 1. Inwoners met een acute, maar tijdelijke ondersteuningsvraag 2. Inwoners met een ondersteuningsvraag én ontwikkelperspectief, waarbij de verwachting is dat zij op termijn weer zelfstandig, zonder maatwerkondersteuning kunnen functioneren. 3. Inwoners met een beperking waardoor professionele ondersteuning levenslang en levensbreed nodig is. - > aanpassing artikel 2.10 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 Om bovenstaande nieuwe werkwijze rechtmatig uit te kunnen voeren is een wijziging van artikel 2.10 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 nodig. Belangrijk om op te merken is dat dit voorstel gaat over de maatwerkvoorzieningen Wmo en dan met name over individuele begeleiding en dagbesteding en in mindere mate over huishoudelijke ondersteuning. De voorzieningen voor Beschermd Wonen en Opvang vallen buiten de reikwijdte van dit voorstel, omdat de beleidsvorming hiervoor niet bij de GR Sociaal ligt.
Het voorgestelde nieuwe proces voor herindiceren Voor deze drie groepen stelt de SDD voor om het herindicatieproces in te richten op een manier die past bij de zwaarte van de ondersteuningsvraag en de beperkingen. In onderstaande tabel wordt dit nader uiteengezet.
3. Vereenvoudiging proces voor berekening tarieven PGB-hulpmiddelen Voor PGB-hulpmiddelen is bij de herijking van de Wmo in 2023 een nieuwe systematiek ingeregeld. Daarvoor waren de PGB-tarieven erg hoog in vergelijking tot de markttarieven voor hulpmiddelen. Dit heeft de SDD in 2023 geprobeerd bij te stellen, maar dit proces blijkt qua uitvoering tijdsintensief en arbeidsintensief voor zowel consulenten als de hulpmiddelenleveranciers. Daarom stelt de SDD voor om een wijziging in de berekening toe te passen die het proces vereenvoudigt, maar tegelijk zorgt voor redelijke en marktconforme PGB-tarieven. - > aanpassing artikel 4.11 van de verordening Maatschappelijke Ondersteuning Om bovenstaande wijziging uit te kunnen voeren is aanpassing van artikel 4.11 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 nodig. In de Was-Wordt tabel in de bijlage van dit advies, vindt nadere uitleg over deze wijziging van artikel 4.11 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 plaats. 4. Ophoging PGB-Tarief Zorgverleners -> wetsvoorstel wijziging Regeling dienstverlening aan huis (Rdah) Het wetsvoorstel wijziging van de Regeling dienstverlening aan huis betekent dat vanaf 1 januari 2026 zorgverleners, die werken via een PGB, recht krijgen op uitkeringen zoals de WW en de Ziektewet. In de huidige Rdah, hebben dienstverleners aan huis geen recht op deze werknemersverzekeringen.
De WW en enkele andere wetten worden met dit wetsvoorstel aangepast. De aanleiding is een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De rechter oordeelde dat de uitzondering op de verzekeringsplicht leidt tot indirecte discriminatie op grond van geslacht, omdat veel PGB-zorgverleners vrouw zijn. Het wetsvoorstel maakt een einde aan de uitzonderingspositie van deze PGB-zorgverleners. De wijziging van de wet Rdah heeft betrekking op cliënten met een zorgverlener die:
• geen ZZP'er is • niet in dienst is bij een instelling • 3 dagen of minder per week ondersteuning levert • uit het netwerk van cliënt komt, maar niet 1ste of 2de graad familie is • een arbeidscontract met cliënt heeft De consequentie van de wijziging van de wet Rdah, is dat het PGB-tarief in de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 vanaf 1 januari 2026 moet worden opgehoogd met het percentage werkgeverlasten (gemiddeld 20%) om in overeenstemming met de wet en jurisprudentie te handelen. -> aanpassing artikelen 4.11, lid 3 en artikel 4.11, lid 4 sub b van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 Om te anticiperen op de wijziging van de wet Rdah en de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 per 1 januari 2026 in overeenstemming te laten zijn met de praktijk, wordt aan de volgende artikelen, de volgende cursieve tekst toegevoegd. • Artikel 4.11 lid 3 Het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke ondersteuning is gelijk aan het loon uit de cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg behorende bij de hoogste trede van functiegroep ‘Hulp bij het huishouden’, vermeerderd met 20,7% in verband met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. Daarbij is het niet van belang of het om een formele of informele hulpverlener gaat. Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, kan het budget met die lasten worden verhoogd.
De werkgeverslasten zijn vermeld op de website van de Sociale Verzekeringsbank. • Artikel 4.11 lid 4 sub b in afwijking van sub a is een persoonsgebonden budget bij betrekking van respectievelijk individuele begeleiding of dagbesteding van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, waaronder een echtgenoot of bloed- of aanverwante in de eerste of tweede graad, of een persoon of hulpverlener die niet voldoet aan de in artikel 8.3 genoemde kwaliteitseisen, gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functiewaardering Gezondheidszorg (FWG) 30 van de voor de betreffende periode geldende cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT), vermeerderd met 20,7% in verband met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, kan het budget met die lasten worden verhoogd. De werkgeverslasten zijn vermeld op de website van de Sociale Verzekeringsbank. De verhoging zelf kan dan worden vastgesteld aan de hand van de op dat moment geldende tarieven voor de werkgeverslasten. Een toelichting daarop in de beschikking, verduidelijkt de hoogte van het tarief voor de cliënt. Voor de cliënt moet immers duidelijk zijn dat het uurtarief niet het bedrag is dat hij/zij aan zijn zorgverlener kan betalen.
Deze twee voorgestelde wijzigingen kunnen beschouwd worden als technische wijzigingen van de verordening, die werken in het voordeel van de cliënt. Voorgesteld wordt om er een 'kan-bepaling' van te maken, omdat het nog niet 100% zeker is dat de Rdah per 1-1-26 wijzigt. 5. Aanpassing tarieven collectief vervoer (Drechthopper) De kostenstijging van het collectief vervoer in de Wmo van de afgelopen jaren, maakt dat na de eerdere tariefsaanpassing in het kader van de herijking van de Wmo, een nieuwe tariefsaanpassing wenselijk wordt geacht. Waar in 2023 nog door de gemeente besloten werd om in afwijking van de andere Drechtstedengemeenten tot een beperkte verhoging van de tarieven te komen en deze niet te koppelen aan het OV, zijn de kosten inmiddels dusdanig gestegen dat de andere Drechtstedengemeenten voornemens zijn de tarieven fors te verhogen tot zelf boven het OV-tarief. Ondanks het feit dat er in Hendrik-Ido-Ambacht geen directe urgentie is om te komen tot bezuinigingsmaatregelen, door het uitstel van het "Ravijnjaar" naar 2028, ontstaan er richting 2028 wel forse verschillen tussen de Ambachtse tarieven en de andere gemeenten in Drechtsteden.
Om deze verschillen niet al te groot te maken en de pijn voor de gebruiker bij mogelijke toekomstige tariefsverhogingen in Hendrik-Ido-Ambacht te beperken, wordt voorgesteld de Ambachtse tarieven voor de Drechthopper gelijk te trekken met de tarieven, zoals die in de 2023 door de andere Drechtstedengemeenten zijn vastgesteld. Hiermee gaan de tarieven wel beperkt omhoog, maar vindt nog geen 1 op 1 koppeling plaats met het OV-tarief en blijven de tarieven lager in vergelijking met de andere Drechtstedengemeenten. Concreet betekent dit het volgende voor de tarieven:
Tarieven in de daluren: Opstaptarief Km-tarief Tarieven buiten daluren Opstaptarief Km-tarief
Was Wordt Stijging € 0,60 € 0,64 7% € 0,10 € 0,10 0% € 0,84 € 0,15
€ 1,08 € 0,18
28% 2%
-> aanpassing artikel 5.2. Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 Voor het doorvoeren van deze wijziging dient aanpassing plaats te vinden van artikel 5, lid 2, sub a en sub b van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024. Reactie lokale Adviesraad Sociaal Domein (ASD) op bovenstaande wijzigingen: De voorgestelde wijzigingen zijn als zodanig voorgelegd aan de Adviesraad Sociaal Domein. In de bijlage bij dit advies vind u de reactie van de ASD. De Adviesraad adviseert over de voorgestelde wijziging positief met 2 aandachtspunten ten aanzien van de aanpassing van het herindicatie proces en 1 suggestie ten aanzien van de verhoging van de tarieven van de Drechthopper. Voor wat betreft het herindicatieproces worden door de Adviesraad de volgende opmerkingen gemaakt: Informeer de betrokken inwoners uitgebreid omtrent de veranderende procedure bij een aflopende indicatie. Vereenvoudig daar waar mogelijk de nieuwe aanvraag bij en aflopende indicatie. De ASD stelt dat hierbij dat een eenvoudige motivering, waarin wordt aangegeven waarom ondersteuning nog nodig is, afdoende moet zijn in dit proces. Voor wat betreft de Drechthopper doet de Adviesraad de suggestie om de meeropbrengst uit het hogere tarief voor collectief vervoer in te zetten voor armoede en eenzaamheidsvraagstukken in het Sociaal Domein.
Voorgestelde reactie van college aan Adviesraad Sociaal Domein De aandachtspunten van de Adviesraad ten aanzien van het herindicatieproces zijn in bovenstaande tabel door de SDD ondervangen, met het tijdig informeren van potentiële cliënten voor een herindicatie en het bieden van de de mogelijkheid aan deze cliënten om een "melding" te doen in plaats van een aanvraag en met het afgeven van een "levenslange en levensbrede" indicaties aan cliënten die naar verwachting levenslang en levensbreed Wmo-ondersteuning nodig hebben. Voor wat betreft de suggestie om de meeropbrengst uit de tariefsverhoging van de Drechthopper terug te laten vloeien in het Sociaal Domein voor vraagstukken rondom armoedebestrijding of eenzaamheid, geldt dat de gedachte creatief is, maar dat de verhoging van de tarieven niet noodzakelijkerwijs leidt tot een financieel voordeel voor de gemeente, maar slechts tot een beperking van de in de afgelopen jaren gestegen kosten voor het collectief vervoer. Voorgesteld wordt het bovenstaande als uw reactie aan de Adviesraad Sociaal Domein schriftelijk terug te koppelen onder dankzegging voor het advies, de aandachtspunten en de suggesties en een verwijzing naar een gepland raadsvoorstel over gratis collectief vervoer voor de minima in het kader van lokaal armoede en schuldenbeleid.
Beoogd effect Het doel van de wijzigingen is te komen tot een verordening die recht doet aan de geest van de Wmo en die een betere uitvoering van de Wmo voor uitvoeringsorganisatie SDD en de klant mogelijk maakt.
Argumenten Het aanvraagproces vereenvoudigen zorgt voor lagere administratieve last bij inwoners In sommige gevallen is tijdens het onderzoek al duidelijk dat een maatwerkvoorziening de enige oplossing is. Toch moeten inwoners voor het opstarten van het aanvraagproces nog een extra stap doen om de voorziening te krijgen. Door de mogelijkheid in te bouwen de inname van de aanvraag tijdens het huisbezoek en het onderzoek meteen mee te nemen, bespaart dit de inwoner wachttijd en extra administratieve handelingen zoals het invullen van extra formulieren.
De wijziging van het herindicatieproces maakt differentiatie naar doelgroepen mogelijk en helpt in de sturing op normaliseren. Doordat per doelgroep gekeken kan worden naar een passende indicatieduur en voor sommige doelgroepen het initiatief voor eventuele herindicatie bij inwoner en aanbieder te laten, wordt de prikkel ingebouwd om goed af te wegen of de ondersteuning nog nodig is en welke doelen nog behaald moeten worden. Dit wordt alleen gedaan voor inwoners waarbij het ontwikkelperspectief in voldoende mate aanwezig is. Voor andere doelgroepen zal juist gekozen worden voor levenslange en levensbrede indicaties, met evaluatiemomenten. Zo is het (her)indicatieproces individueel passend bij de doelgroep, maar biedt het tegelijkertijd betere mogelijkheden om te sturen op doelmatigheid van de ondersteuning. Aanpassen van de PGB-berekening vereenvoudigt de uitvoerbaarheid van het PGB hulpmiddelenproces. Zoals gezegd blijkt de nieuwe berekeningssystematiek na de herijking erg bewerkelijk. Vanuit de hulpmiddelenleverancier is gekeken hoe andere gemeenten dit proces inrichten. Analoog aan die inrichting betekent de voorgestelde wijziging enerzijds het vereenvoudigen van de uitvoerbaarheid en anderzijds het beheersbaar houden van de kosten voor PGB.
Aanpassing in de verordening van de vergoeding voor PGB-dienstverleners, brengt de verordening in lijn met landelijke wet- en regelgeving. Met het aanpassen van de verordening Maatschappelijke Ondersteuning conform de verwachte aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis. voldoet de verordening vanaf 1 januari aan landelijke regelgeving voor vergoedingen van PGB-dienstverleners.
Kanttekeningen Het vereenvoudigen van het aanvraagproces Wmo kan van invloed zijn op het aantal Wmoaanvragen. Omdat de consulent direct bij het onderzoek en gesprek met een inwoner een aanvraag in kan nemen, kan deze hiermee makkelijker een aanvraag doen voor een Wmo-maatwerkvoorziening. Deze vereenvoudiging in het aanvraagproces kan van invloed zijn op het aantal aanvragen, wat echter niet per definitie hoeft te leiden tot extra toekenningen. Om de impact van de vereenvoudiging van het aanvraagproces te beperken is deze optie in het wijzigingsbesluit tot aanpassing van de verordening Maatschappelijke Ondersteuning opgenomen als kan-bepaling en wordt dan, op grond van artikel 2.5, lid 2 van de verordening, opgenomen in het onderzoeksverslag. Het is dan aan de consulent om mede te bepalen of dat onderdeel is van het advies aan het einde van de onderzoeksfase. Vanuit de SDD zal de aflopende Wmo-indicatie niet automatisch nagebeld worden. Deze wijziging van het herindicatieproces zorgt ervoor dat de zorgaanbieder en/of de inwoner moeten motiveren waarom ondersteuning nog nodig is. Dit brengt wel het risico met zich mee dat de ondersteuning stopt als dit niet tijdig door zorgaanbieder of inwoner wordt opgepakt. Om dat te voorkomen gaat de SDD 4 maanden voor het aflopen van de indicatie een brief sturen aan de inwoner.
Daarnaast wordt nog onderzocht of een attendering naar de aanbieder kan worden verstuurd. Doordat een aanbieder betrokken is, is er regie op de indicatie. Mocht het onverhoopt toch mis gaan, ondersteuning noodzakelijk is en het proces van (her)indicatie zijn misgelopen, dan blijft altijd de technische mogelijkheid om een indicatie met terugwerkende kracht te repareren. Tariefstelling doelgroepenvervoer Wmo Bij het bepalen voor een nieuw tarief voor het collectief vervoer in dit voorstel is de keuze gemaakt om deze te harmoniseren met de huidige tarieven van de andere Drechtstedengemeenten. Deze keuze is ingegeven door de huidige financiële situatie van de gemeente, het voorkomen van forse prijsverhoging voor de gebruikers en het daarmee toegankelijk houden van collectief vervoer voor kwetsbare inwoners. In de andere gemeenten in de Drechtsteden worden voorstellen gedaan tot substantiëlere verhogingen van tarieven en koppeling aan het huidige OV-tarief of zelfs daarboven. Belangrijkste reden zijn de toegenomen kosten van de Drechthopper en de huidige en verwachte financiële situatie van deze gemeenten richting 2028. Mocht hiertoe aanleiding zijn, wat niet uit te sluiten is,
dan zal via een bredere lokale discussie over de houdbaarheid van Wmo, waaronder het collectief vervoer en algemene vervoersvoorzieningen, alsnog een herbezinning plaatsvinden.
Consequenties van het voorstel Begrotingswijziging Nee
Duurzaamheid Niet van toepassing.
Financiën De eerste drie wijzigingen van de verordening Maatschappelijke Ondersteuning in dit voorstel hebben geen financiële consequenties. Voor de vierde wijziging over de ophoging van het tarief voor PGB-zorgverleners geldt het volgende: Op 1-1-26 zijn er in de Drechtsteden totaal 44 lopende indicaties die onder de reikwijdte van de wetswijziging vallen. Uitgaande van een gemiddeld uurtarief en gemiddelde tijdsindicaties zijn de kosten naar aanleiding van de wetswijziging minimaal €18.500 per jaar. Hierbij is enkel rekening gehouden met lopende indicaties op 1-1-26 en niet met indicaties die mogelijk verlengd worden of nieuwe indicaties die ingaan vanaf 1-1-26. Uit de voorjaarsnota is gebleken dat gemeenten gecompenseerd worden naar aanleiding van de wijziging van de Regeling dienstverlening aan huis. Er zal hiervoor structureel elk jaar 1,8 miljoen in het gemeentefonds worden gestort.
Juridisch De, met name technische, aanpassingen van de verordening hebben geen juridische consequenties voor de gemeente.
Communicatie en participatie In samenwerking met de GR Sociaal wordt een persbericht opgesteld. Ook wordt de informatie gewijzigd op de website van de gemeente en SDD.
Vervolgstappen Planning van de vervolgstappen Na besluitvorming door college en gemeenteraad zal de verordening worden gepubliceerd op Lokale Regelgeving Overheid.
Verantwoordelijkheid voor uitvoering Team Sociaal Domein.
Bijlagen Bijlage 1: Huidige verordening maatschappelijke ondersteuning HIA 2024 Bijlage 2: Was-wordt-tabel Verordening Maatschappelijke Ondersteuning HIA oktober 2025 Bijlage 3: Wijzigingsbesluit Verordening Wmo versie oktober 2025 Bijlage 4: ASD - Advies aanpassing WMO Bijlage 5: Antwoordbrief ASD verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2024 Burgemeester en wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht De secretaris,
De burgemeester,
CONCEPT RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht;
Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders , voorstelnr. 2025-0083810
besluit:
1. In te stemmen met de voorgestelde wijzigingen van de verordening Maatschappelijke Ondersteuning Hendrik-Ido-Ambacht 2024. 2. Bijgevoegd wijzigingsbesluit, tot wijziging van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2024, vast te stellen.
Aldus besloten door de raad der gemeente Hendrik-Ido-Ambacht in zijn openbare vergadering van 1 december 2025
De griffier,
De voorzitter,