CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 9.2 Afvalinzameling maatschappelijke instellingen gew exp met wijzigingen bijhouden

raadsvergadering openbaar 15 januari 2024, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Afvalinzameling maatschappelijke instellingen3.132 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer

2023-0158463

Agendanummer

9.2

Datum vergadering

maandag 15 januari 2024 om 20:00 uur

Aan

Gemeenteraad

Betreft

Afvalinzameling maatschappelijke instellingen

Portefeuillehouder

R. Lafleur

Vertrouwelijk:

Nee

Voorgesteld besluit 1. de volgende criteria vast te stellen voor maatschappelijke instellingen om gebruik te mogen maken van de diensten en middelen voor de inzameling van huishoudelijk afval. Maatschappelijke instellingen die: 1. een ANBI-status hebben; 2. gevestigd zijn in Hendrik-Ido-Ambacht; een fysieke vestiging hebben in Hendrik-IdoAmbacht 3. activiteiten uitvoeren in Hendrik-Ido-Ambacht; 4. geen winstoogmerk hebben; 5. voor minimaal 95% gerund worden door vrijwilligers; 6. restafval produceren in een eigen accommodatie in Hendrik-Ido-Ambacht; 7. afval produceren dat naar aard en samenstelling vergelijkbaar is als huishoudelijk afval; en 8. maximaal 104 zakken restafval van 60 liter per jaar weggooien. 2. De tweede wijziging Afvalstoffenverordening Hendrik-Ido-Ambacht vast te stellen. 3. een private overeenkomst af te sluiten met maatschappelijke instellingen die voldoen aan de vastgestelde criteria en die gebruik wensen te maken van de voorzieningen en dienstverlening voor de inzameling van huishoudelijk afval. 4.

De tarieven voor de inzameling van afval bij de maatschappelijke instellingen die voldoen aan de door de raad vastgesteld criteria 2024 vast te stellen: • Vast basistarief € 368,98 • Variabele kosten: o € 2,50 per 60 liter restafval; o €1,25 voor een inworp van 30 liter; o €2,50 voor een inworp van 60 liter; o €5,85 voor een lediging van een 140 liter minicontainer; o €10,00 voor een lediging van een 240 liter minicontainer 5. Op grond van artikel 4:23 lid 3 onder a Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheid te bieden om aan maatschappelijke instellingen die voldoen aan de vastgestelde criteria in 2024 een structurele subsidie te vertrekken van maximaal het vaste basistarief als tegemoetkoming in de kosten voor het verwijderen van het afval. 6. In 2024 een subsidieplafond vast te stellen van € 10.000,- voor het verstrekken van de subsidies tegemoetkoming afvalkosten. 7. De structurele financiële consequenties ten laste te brengen van de begroting 2024. 8. Het college opdracht te geven om een regeling met kringloopbedrijven uit te werken om het mogelijk te maken om niet verkoopbare spullen kosteloos op het afvalbrengstation te brengen.

1

Beknopte samenvatting We stellen voor om maatschappelijke organisaties die voldoen aan de door de raad vastgestelde criteria gebruik te laten maken van de dienstverlening afvalinzameling voor huishoudelijk afval. Als tegemoetkoming in de kosten voor het afvoeren van het afval komen deze organisaties in aanmerking voor een subsidie.

Toelichting Inleiding De fractie van het CDA heeft een motie opgesteld waarin ze het college verzoeken om een voorstel aan de raad voor te leggen vóór 1 januari 2024 om de afvalstoffenverordening zodanig aan te passen dat maatschappelijke organisaties zonder winstoogmerk met ANBI-status een eigen afvalpas kunnen aanvragen voor de eigen omgeving, waarbij voor de inworpen in de mol voor restafval op gelijke wijze wordt betaald via HVC als natuurlijke huishoudens in ons dorp. Deze motie is op 30 oktober in een informatieve bijeenkomst met de raad besproken. Er is door meerdere fracties uitgesproken dat ze de strekking van de motie ondersteunen. Dit voorstel geeft invulling aan de wensen om de inzameling van afval bij maatschappelijke instellingen, die voldoen aan de door de raad vastgestelde criteria, tegen aanvaardbare kosten mogelijk te maken. Indien we als gemeente aan de slag willen met gescheiden inzameling van bedrijfsafval krijgen we te maken met verschillende rechtsgebieden (Wet Milieubeheer, Wet Markt & Overheid, Mededingingswet en Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen). Dit is complex, vergt een zorgvuldige besluitvorming van en is niet geheel zonder risico’s. Een positief signaal is de wijziging van de Wet milieubeheer.

Met het aannemen van het amendement Schonis op 1 april 2020 wordt in de Wet milieubeheer de mogelijkheid gecreëerd van een grondslag voor gemeenten waarmee per algemene maatregel van bestuur aan gemeenten de mogelijkheid kan worden gegeven om afval in te zamelen dat naar aard en samenstelling vergelijkbaar is met huishoudelijk afval.

Beoogd effect De afvalinzameling voor maatschappelijke instellingen die voldoen aan de door de raad vastgestelde criteria te faciliteren tegen aanvaardbare kosten.

Argumenten Met deze regeling kunnen we aan maatschappelijke instellingen die voldoen aan de door de raad vastgestelde criteria een afvalpas verstrekken Tot op heden kon het restafval zonder extra kosten worden aangeboden. Bij veel maatschappelijke instellingen was het gebruikelijk dat vrijwilligers het afval meenamen en aanboden door gebruik te maken van de eigen afvalpas. Wanneer deze werkwijze vanaf 2024 wordt voortgezet krijgen de vrijwilligers de kosten voor het aanbieden van het restafval afkomstig van de instelling in rekening gebracht. Om dit te voorkomen is de wens om een afvalpas te verstrekken aan een beperkte groep van maatschappelijke instellingen. De wet milieubeheer geeft de mogelijkheid om bedrijfsafval dat qua aard en samenstelling vergelijkbaar is met huishoudelijk afval als huishoudelijk afval aan te merken Met het aannemen van het amendement Schonis op 1 april 2020 wordt in de Wet milieubeheer de mogelijkheid gecreëerd van een grondslag voor gemeenten waarmee per algemene maatregel van bestuur aan gemeenten de mogelijkheid kan worden gegeven om afval in te zamelen dat naar aard en samenstelling vergelijkbaar is met huishoudelijk afval.

2

Afvalstoffenheffing mag alleen worden geheven bij huishoudens waar wij de verplichting hebben om huishoudelijk afval in te zamelen De afvalstoffenheffing is evenals de wettelijk plicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, geregeld in de Wet milieubeheer. Deze belasting kan de gemeente pas heffen zodra zij voldoet aan de wettelijke inzamelplicht. Met de afvalstoffenheffing kunnen gemeenten de inzameling van het huishoudelijk afval bekostigen. De gemeenteraad kan ter bestrijding van de kosten die voor haar verbonden zijn aan het beheer van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen, waaraan kunnen worden onderworpen degenen die, al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Het heffen van afvalstoffenheffing van afval dat afkomstig is van maatschappelijke instellingen is in strijd met de Wet milieubeheer; want niet de samenstelling maar de afkomst bepaalt of het huishoudelijke afval of bedrijfsafval is. Met maatschappelijke instellingen die gebruik wensen te maken van de inzamelvoorzieningen voor huishoudelijk afval sluiten we een private overeenkomst. Het inzamelen van afval bij maatschappelijke instelling valt niet onder de inzamelplicht van de gemeente.

Voor deze niet-verplichte diensten kan geen afvalstoffenheffing worden geheven. Doordat de gemeente met deze dienstverlening deelneemt aan het economische verkeer moet de gemeente zich houden aan de wettelijke gedragsregels voor economische activiteiten van overheden. Zo moet de gemeente ten minste de integrale kosten van een economische activiteit doorberekenen in de prijs. De voorwaarden en de tarieven leggen we vast in een private overeenkomst. Omdat we de mogelijkheid slechts voor een beperkte en afgebakende groep bieden kiezen we, op advies van de gemeentelijke belastingdienst, niet voor een verordening reinigingsrechten. Volgens de Wet Markt en Overheid moeten de integrale kosten voor de dienstverlening worden doorberekend De wet Markt en Overheid schrijft voor dat wanneer wij als gemeente economische activiteiten verrichten, aan de afnemers van een goed of dienst ten minste de integrale kosten van dat goed of die dienst in rekening dienen te worden gebracht. Deze verplichting tot doorberekening is nader uitgewerkt in het Besluit markt en overheid. Besluit markt en overheid In het Besluit Markt en Overheid (hierna Besluit M en O) zijn nadere regels gesteld over de gedragsregel voor integrale kostendoorberekening. Uiteindelijk is bepalend of de aan afnemers gevraagde prijs ten minste de integrale kosten omvat.

Desgevraagd moet een overheid kunnen aantonen dat de kosten integraal zijn doorberekend. De bewijslast dat de integrale kosten zijn doorberekend, ligt bij de desbetreffende overheid. Het is aan de overheid de berekening van de integrale kosten zodanig in te richten dat zij dit kan aantonen. Ondernemingen kunnen op grond van deze wet hun beklag doen bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM) over (decentrale) overheden die concurrentievervalsende commerciële activiteiten ondernemen. De ACM heeft de bevoegdheid onderzoek te doen naar klachten over de overtreding van de gedragsregels. Wanneer de ACM een overtreding constateert, kan zij een dwangsom of boete opleggen. In onze gemeente hebben wij in de begroting 2024 voor de inzameling van huishoudelijk afval ongeveer 100% kostendekkende tarieven. We stellen daarom voor om de hoogte van het basistarief voor een meerpersoonshuishouden (= € 368,98) te hanteren als vast basistarief voor maatschappelijke instellingen. Het vaste basistarief zal jaarlijks worden aangepast aan de hoogte van het vaste basistarief voor de afvalstoffenheffing bij meerpersoonshuishoudens. Voor de variabele kosten hanteren we ook dezelfde tarieven als de variabele tarieven in de afvalstoffenheffing.

Ter compensatie van de inzamelkosten verstrekken we een subsidie De wens van de raad is om de geselecteerde maatschappelijke instellingen financieel zo min mogelijk nadeel te laten ondervinden van de nieuwe systematiek voor afrekening van de afvalkosten. Omdat wij volgens de Wet Markt en Overheid de integrale kostprijs moeten doorbelasten kunnen we de tarieven niet verlagen. We stellen daarom voor om een jaarlijkse 3

subsidie te verstrekken ter hoogte van het vaste basistarief. Ook maatschappelijke instellingen die een inzamelcontract voor het bedrijfsafval met een commerciële inzamelaar hebben en voldoen aan de door de raad vastgestelde criteria komen in aanmerking voor deze subsidie. Hiervoor is een subsidieregeling nodig, welke door het college vastgesteld moet worden. Op dit moment zijn we bezig met het herzien van de Algemene subsidieverordening, waar deze regeling onder komt te hangen. Maar omdat de verordening nog niet is vastgesteld kunnen we subsidiëren op grond van artikel 4:23 lid 3 onder a Algemene wet bestuursrecht (er wordt een subsidie verstrekt in afwachting van een wettelijk voorschrift > de nieuwe ASV en subsidieregeling). In de subsidieregeling nemen we een maximaal bedrag op waarvoor een organisatie in aanmerking komt. We zijn voornemens een subsidieregeling op te stellen nadat de Algemene subsidieverordening is vastgesteld door de Raad in 2024. Tot die tijd kunnen we gebruik maken van art 4:23, lid 3 onder a Awb. De op te stellen subsidieregeling dient binnen een jaar opgesteld te worden en wordt met terugwerkende kracht door het college vastgesteld. De subsidies kunnen verleend worden mits er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Voor het jaar 2025 dient er door de raad in de begroting een subsidieplafond vastgesteld te worden.

Instellingen die voldoen aan de criteria, welke wij voornemens zijn op te nemen in de subsidieregeling, kunnen een schriftelijke ondertekende aanvraag indienen bij de gemeente. Kringloopbedrijven stimuleren het hergebruik van materialen Kringloopbedrijven stimuleren het hergebruik van materialen en leveren zo een belangrijke bijdrage aan het beperken van de hoeveelheid huishoudelijk afval. Omdat het afval afkomstig van kringloopbedrijven niet rechtstreeks afkomstig is van huishoudens, is het naar de letter van de wet geen huishoudelijk afval maar bedrijfsafval en mag daarom niet op het afvalbrengstation worden aangeboden. Wanneer de onverkoopbare spullen rechtstreeks van een huishouden afkomstig waren zou het wel kosteloos op het afvalbrengstation mogen worden aangeboden. Om kringloopbedrijven zo optimaal mogelijk te faciliteren onderzoeken we hoe we binnen kaders van wet- en regelgeving in overleg met HVC een regeling met de kringloopbedrijven kunnen treffen zodat ze beperkte hoeveelheden afval (naar aard en samenstelling vergelijkbaar met huishoudelijk afval) kosteloos op het afvalbrengstation mogen aanbieden.

Kanttekeningen Er zijn mogelijk meer maatschappelijke instellingen die gebruik willen maken van deze regeling Door het vaststellen van de criteria door de raad wordt het aantal instellingen dat gebruik kan maken van de ze regeling beperkt. HVC is bereid om medewerking te verlenen aan de inzameling van afval afkomstig van maatschappelijke instellingen wanneer het aantal instellingen en de hoeveelheid afval beperkt is. Scholen betalen geen vast basistarief, waarom moeten andere maatschappelijke instellingen wel een vast basistarief betalen? Onder de noemer Afvalvrije Scholen zijn in het kader van educatie een speciale set van afspraken en voorwaarden overeengekomen (zie bijlage: Overeenkomst Afvalvrije School). Het is niet realistisch om een dergelijke set van afspraken ook met andere maatschappelijke instellingen te maken. Daarom wordt een subsidieregeling voorgesteld als tegemoetkoming in de afvalkosten voor de maatschappelijke instellingen die aan de door de raad vastgestelde criteria voldoen.

Consequenties van het voorstel Begrotingswijziging Ja

Duurzaamheid Door maatschappelijke instellingen gebruik te laten maken van de voorzieningen voor de inzameling van huishoudelijk afval hebben ze de mogelijkheid om het afval goed te scheiden. De prijsprikkel 4

om het huishoudelijk afval goed te scheiden voeren we hiermee ook voor deze maatschappelijke instellingen in. Ze gaan een variabel tarief betalen gebaseerd op de hoeveelheid restafval dat ze aanbieden.

Financiën Vennootschapsbelasting Door afval bij maatschappelijke instellingen in te zamelen nemen we deel aan een commerciële activiteit en zijn we vennootschapsbelasting verschuldigd over de mogelijke winst. We gaan bij de berekening van de integrale kostprijs uit van kostendekkende tarieven. We hebben advies aangevraagd bij de fiscale adviseur van de gemeente. Deze adviseert om aan te sluiten bij de systematiek in de aangifte vennootschapsbelasting (VPB) die we ook hanteren voor de afvalvrije scholen. We gaan ervan uit dat er maximaal 5% winst gemaakt wordt op de doorbelaste kosten aan de maatschappelijke instellingen en hierover betalen we dan maximaal 19% tot 25,8 % VPB. Uitgaande van +/- 20 maatschappelijke instellingen betekent dit totaal ongeveer € 150,00 VPB/jaar. Door deze systematiek te hanteren wordt voorkomen dat we een speciale boekhouding moeten opzetten voor de VPB aangifte. Begrotingswijziging Aparte kostenplaatsen opnemen in de begroting en de financiële administratie voor het boeken van de inkomsten en uitgaven van de kosten voor de afvalinzameling bij maatschappelijke instellingen. Raming kosten/baten 2024: Kosten: Subsidie tegemoetkoming afvalkosten : € 7.500,00 Inzamel-, verwerkings- en administratiekosten: € 9.500,00 Totale kosten: € 17.000,00 Baten: Vergoeding afvalkosten (vast en variabel) € 9.500,00

Juridisch Met dit voorstel voldoen we aan de eisen die gesteld worden in de Wet Milieubeheer en het Besluit wet markt en overheid: Wet milieubeheer Artikel 10.21 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede lid komt te luiden: • 2. In aanvulling op het eerste lid kunnen, in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen, bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over het zorgdragen door de gemeenteraad en burgemeesters en wethouders voor de inzameling van daarbij aan te wijzen afvalstoffen die in aard en samenstelling vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen en afkomstig zijn van daarbij aan te wijzen bronnen. 2. Onder vernummering van het derde lid tot het vierde lid wordt na het tweede lid een lid ingevoegd, luidende: • 3. Indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, worden die afvalstoffen aangemerkt als huishoudelijke afvalstoffen. Wet markt en overheid 4.1.1 Algemeen Artikel 25i eerste lid van de Mw bepaalt dat indien uw organisatie economische activiteiten verricht, aan de afnemers van een goed of dienst ten minste de integrale kosten van dat goed of die dienst in rekening dienen te worden gebracht. Deze verplichting tot doorberekening is nader uitgewerkt in het Besluit markt en overheid.

Besluit markt en overheid In het Besluit Markt en Overheid (hierna Besluit M en O) zijn nadere regels gesteld over de gedragsregel voor integrale kostendoorberekening. In de Nota van toelichting bij dit besluit zijn de uitgangspunten voor de berekening van de integrale kostprijs nader toegelicht. In deze handreiking zijn de hoofdpunten uit deze Nota van toelichting samengevat en voorzien van enkele voorbeelden met als doel meer duidelijkheid te geven hoe de integrale kostprijs moet worden berekend. Van belang is te benadrukken dat het Besluit M en O slechts randvoorwaarden stelt aan de wijze waarop een overheid de kosten berekent en toerekent. Uiteindelijk is bepalend of de aan afnemers gevraagde

5

prijs ten minste de integrale kosten omvat. Desgevraagd moet een overheid kunnen aantonen dat de kosten integraal zijn doorberekend. De bewijslast dat de integrale kosten zijn doorberekend, ligt bij de desbetreffende overheid. Het is aan de overheid de berekening van de integrale kosten zodanig in te richten dat zij dit kan aantonen.

Communicatie en participatie De maatschappelijke instellingen die voor de regeling in aanmerking komen aanschrijven en de mogelijkheid bieden om gebruik te maken van de subsidieregeling.

Vervolgstappen Planning van de vervolgstappen Na vaststelling van dit voorstel door de raad zullen de maatschappelijke instellingen die voldoen aan de criteria worden aangeschreven waarbij we bekend maken dat ze in aanmerking komen voor een subsidie in de tegemoetkoming afvalkosten. Ook wijzen we ze op de mogelijkheid om gebruik te kunnen maken van de voorzieningen voor inzameling van huishoudelijk afval. En bieden ze hiervoor een overeenkomst aan zodat ze een afvalpas verstrekt krijgen en gebruik mogen maken van de faciliteiten en dienstverlening voor de inzameling van huishoudelijk afval.

Verantwoordelijkheid voor uitvoering Afdeling Beheer Openbare Ruimte

Bijlagen 1.

Tweede Wijziging afvalstoffenverordening ANBI Drop.docx

Burgemeester en wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht De secretaris,

De burgemeester,

6

RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht;

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders, voorstelnr. 2023-0158463

besluit:

1. de volgende criteria vast te stellen voor maatschappelijke instellingen om gebruik te mogen maken van de diensten en middelen voor de inzameling van huishoudelijk afval. Maatschappelijke instellingen die: 1. een ANBI-status hebben; 2. gevestigd zijn in Hendrik-Ido-Ambacht; een fysieke vestiging hebben in Hendrik-IdoAmbacht; 3. activiteiten uitvoeren in Hendrik-Ido-Ambacht; 4. geen winstoogmerk hebben; 5. voor minimaal 95% gerund worden door vrijwilligers; 6. restafval produceren in een eigen accommodatie in Hendrik-Ido-Ambacht; 7. afval produceren dat naar aard en samenstelling vergelijkbaar is als huishoudelijk afval; en 8. maximaal 104 zakken restafval van 60 liter per jaar weggooien. 2. De tweede wijziging Afvalstoffenverordening Hendrik-Ido-Ambacht vast te stellen. 3. een private overeenkomst af te sluiten met maatschappelijke instellingen die voldoen aan de vastgestelde criteria en die gebruik wensen te maken van de voorzieningen en dienstverlening voor de inzameling van huishoudelijk afval. 4.

De tarieven voor de inzameling van afval bij de maatschappelijke instellingen die voldoen aan de door de raad vastgesteld criteria 2024 vast te stellen: • Vast basistarief € 368,98 • Variabele kosten: o € 2,50 per 60 liter restafval; o €1,25 voor een inworp van 30 liter; o €2,50 voor een inworp van 60 liter; o €5,85 voor een lediging van een 140 liter minicontainer; o €10,00 voor een lediging van een 240 liter minicontainer 5. Op grond van artikel 4:23 lid 3 onder a Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheid te bieden om aan maatschappelijke instellingen die voldoen aan de vastgestelde criteria in 2024 een structurele subsidie te vertrekken van maximaal het vaste basistarief als tegemoetkoming in de kosten voor het verwijderen van het afval. 6. In 2024 een subsidieplafond vast te stellen van € 10.000,- voor het verstrekken van de subsidies tegemoetkoming afvalkosten. 7. De structurele financiële consequenties ten laste te brengen van de begroting 2024. 8. Het college opdracht te geven om een regeling met kringloopbedrijven uit te werken om het mogelijk te maken om niet verkoopbare spullen kosteloos op het afvalbrengstation te brengen.

Aldus besloten door de raad der gemeente Hendrik-Ido-Ambacht in zijn openbare vergadering van 15 januari 2024. De griffier,

De voorzitter,

7

Drs. Ing. G.H. Logt

mr. P. van der Giessen

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13644761/1