Raadsvoorstel 9.1 Rapport Rekenkamercommissie Wonen in Ambacht het woonbeleid van Hendrik-Ido-Ambacht gew. exp.
Tekst van het document
Zaaknummer: Agendanummer: Datum raadsvergadering: Aan: Verzenddatum: Betreft:
9.1 3 oktober 2022 De Gemeenteraad 30 september 2022 Rapport Rekenkamercommissie "Wonen in Ambacht, het woonbeleid van Hendrik-IdoAmbacht".
Voorgesteld besluit _____________________________________________________________________________________ •
Kennis te nemen van het rapport Rekenkamercommissie Wonen in Ambacht, het woonbeleid van Hendrik-Ido-Ambacht";
•
Kennis te nemen van de bestuurlijke reactie van het college;
•
De genoemde conclusies en aanbevelingen in het rapport "Wonen in Ambacht, het woonbeleid van Hendrik-Ido-Ambacht wordt overgenomen met inachtneming van de bestuurlijke reactie van het college en
•
Het college opdracht te geven tot uitvoering van deze aanbevelingen 1, 2, 4, 5 en 6 en de raad op gezette tijden, zoals al geregeld is bij de P&C cyclus, informeren over de voortgang;
•
Ten aanzien van aanbeveling 3 de griffier opdracht te geven bij de uitwerking van het besluit inzake rapporteurs met betrekking tot verbonden partijen dit te verbreden ten aanzien van de woningmarkt.
Beknopte samenvatting ______________________________________________________________________________________ De Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht heeft een onderzoek uitgevoerd naar de woningmarkt in Hendrik-Ido-Ambacht. In heel Nederland staat de woningmarkt momenteel onder druk. Landelijke trends en ontwikkelingen zoals de vergrijzing en woningdruk zorgen voor een dynamische markt. Momenteel wordt er gesproken over een woningnood. De veranderingen in de vraag en aanbod zorgen ervoor dat woningbeleid op dit moment landelijk een belangrijk thema is. Daarbij zijn de laatste jaren ook steeds meer specifieke doelgroepen die verplicht in de gemeenten worden gehuisvest. Voor de rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht is dit aanleiding geweest om het woonbeleid binnen de gemeente nader te onderzoeken. Dit onderzoek heeft geleid tot een aantal conclusies (6) en een viertal aanbevelingen. Het rekenkameronderzoek "Wonen in Ambacht", het woonbeleid van Hendrik-Ido-Ambacht onderkent de volgende conclusies (C) en aanbevelingen (A): C1. Hendrik-Ido-Ambacht heeft behoefte aan relatief dure koopwoningen, maar ook aan goedkopere huurwoningen;
1
C2. Het woonbeleid adresseert de belangrijkste uitdagingen, maar biedt weinig ruimte voor de bouw van sociale huurwoningen; C3. De gemeente werkt met veel verschillende partners samen, doet een (te) beperkt beroep op inwoners C4. De gemeente ligt goed op koers om gestelde doelen te behalen, sommige doelstellingen vragen om aandacht zoals alternatieve woonvormen (zie bladzijde 8 van het rapport); C5. De raad wordt eerder te vaak geïnformeerd dan niet vaak genoeg, maar mist informatie over taken en bevoegdheden; C6. De raad ervaart beperkte grip op het thema wonen en stuurt zelden bij. A1. Monitor de doorstroming vanuit sociale huurwoningen; A2. Verken mogelijkheden om inwoners te betrekken bij de uitvoering van het woonbeleid; A3. Faciliteer kennisdeling tussen raadsleden; A4. Verken mogelijkheden tot het ontwikkelen van een woonkompas;
Toelichting Inleiding Na het onderzoek naar sport heeft de rekenkamercommissie, mede naar aanleiding van het overleg met het seniorenconvent gekozen voor een onderzoek naar volkshuisvesting/wonen. De basis van de uitvraag was de volgende vraag: Ambacht is vol gebouwd en wat kan je nog? Heeft Ambacht alle instrumenten gebruikt? Er wordt gerevitaliseerd? Afspraken met de corporatie? Misschien wel de conclusie dat het vol is en alles optimaal is benut. Dan weet je dat ook? Aanleiding was en is de crisis op de woningmarkt, ouderen, starters, jongeren/nestverlaters komen moeilijk aan bod. Er wordt flink overboden. Er vinden verschuivingen plaats van de metropool Rotterdam/Den Haag naar de Drechtsteden en vandaaruit ook weer naar bijvoorbeeld Brabant. Maar jongeren willen waarschijnlijk ook graag blijven wonen in het gebied waar ze geboren en getogen zijn? Wat zegt de regionale verdeling hierover? Is deze toegespitst op behoefte/regio-opgave? Wat zijn de lokale en regionale doelstellingen? Zijn die wel geformuleerd. Welke beleidsdoelen zijn er en zijn die ook haalbaar? De vraag is dus ook of vraag en aanbod op elkaar aansluiten? Demografische gegevens? Onderzoek hiernaar kan handvat bieden naar de komende raadsperiode. Meningsvormend voor de nieuwe raad?! Ook is het dan gewenst verband leggen met de regionale groeiagenda, regionale afspraken, lokaal maatwerk.
De rekenkamercommissie vindt het belangrijk dat er ook aandacht is in de onderzoeksopzet voor de wijze van het betrekken van inwoners en hun opvatting! Aanleiding Het woonbeleid van gemeenten is een onderwerp dat om verschillende redenen veel aandacht vraagt. De match tussen de demografische samenstelling van de gemeente en de woningvoorraad, de noodzakelijke verduurzaming en de regionale samenwerking zijn hier voorbeelden van.
2
De woningmarkt staat in heel Nederland onder druk. De landelijke ontwikkelingen van ‘urbanisatie’, ‘ontgroening’ en ‘vergrijzing’ van de bevolking zorgen vaak voor een mismatch op de huizenmarkt. Daarnaast is er sprake van een achterblijvende woningbouwproductie en een toename van alleenstaanden. Dit alles zorgt ervoor dat gemeenten steeds moeilijker geschikte woningen kunnen realiseren voor al hun inwoners. Het rekenkameronderzoek is tweeledig van aard. Enerzijds heeft het een inventariserend karakter door in kaart te brengen in hoeverre de gemeente op streek is met het realiseren van de doelstelling “een geschikte woning voor iedereen”. Anderzijds is dit onderzoek gericht op het onderzoeken van de rolneming van de raad en hoe hij kan sturen in het (regionale) speelveld waarin de woningvoorraad invulling krijgt. Doelstelling van het onderzoek In dit onderzoek wordt de blik zowel naar binnen als naar buiten gericht. We kijken naar de rolneming van raad, college en organisatie als het gaat om beleid, strategie en uitvoering (binnen). Omdat de gemeente er niet alleen voor staat, heeft het perspectief van wooncorporaties, huurdersverenigingen en projectontwikkelaars net zo’n prominente plek in dit onderzoek.
Het doel van dit onderzoek is om inzichtelijk te maken waar de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht staat in het realiseren van haar ambitie van een geschikte woning voor iedereen en om handvatten te bieden aan de gemeenteraad om te sturen op dit beleidsdossier. Bij sturing gaat het zowel om het beïnvloeden van het woonbeleid en de specifieke instrumenten die de raad daarvoor tot zijn beschikking heeft, als om het verkrijgen van zicht op de (mate van) informatievoorziening over Wonen aan de gemeenteraad. In het licht van het voorgaande is de volgende centrale vraag geformuleerd: In hoeverre zijn de gemeentelijke doelen op het gebied van wonen door de gemeente gerealiseerd en welke mogelijkheden voor (bij)sturing heeft de gemeenteraad op dit terrein? Procedure Nadat voor de zomervakantie 2021 de opdracht was verleend aan Necker van Naem (er waren drie offertes gevraagd) is het onderzoek aangevangen op 28 september 2021. Inwoners zijn digitaal bij het onderzoek betrokken. Eind december is gesproken met een afvaardiging van 11 raadsleden. De ambtelijke reactie is 15 maart ontvangen. Op 16 mei is gevraagd om een bestuurlijke reactie welke op 16 juni is ontvangen. De reactie van het college treft u als bijlage aan bij het rapport. Op pagina 6 van het rapport wordt verder ingegaan op het onderzoeksproces.
Leeswijzer Het rapport bestaat uit twee delen: de bestuurlijke nota en de nota van bevindingen. In dit raadsvoorstel zullen we ons richten op de conclusies en aanbevelingen. De nota van bevindingen kunt u gebruiken als achtergrondinformatie. Conclusies en aanbevelingen Uit het onderzoek vloeien 6 conclusies voort: 1. Hendrik-Ido-Ambacht heeft behoefte aan relatief dure koopwoningen, maar ook aan goedkopere huurwoningen; 2. Het woonbeleid adresseert de belangrijkste uitdagingen, maar biedt weinig ruimte voor de bouw van sociale huurwoningen;
3
3. De gemeente werkt met veel verschillende partners samen, doet een (te) beperkt beroep op inwoners; 4. De gemeente ligt goed op koers om gestelde doelen te behalen, sommige doelstellingen vragen om aandacht zoals alternatieve woonvormen (zie bladzijde 8 van het rapport); 5. De raad wordt eerder te vaak geïnformeerd dan niet vaak genoeg, maar mist informatie over taken en bevoegdheden; 6. De raad ervaart beperkte grip op het thema wonen en stuurt zelden bij. Deze conclusies geven aanleiding tot de volgende vier aanbevelingen: 1. Monitor de doorstroming vanuit sociale huurwoningen Om oog te houden op de mate waarin de gewenste doorstroming van sociale huurwoningen naar andere woningen ook daadwerkelijk plaatsvindt, is het van belang dat deze doorstroming goed wordt gemonitord. Zo kan tijdig worden gesignaleerd of doorstroming in de vraag naar goedkope huurwoningen zal voorzien en kan de gemeente, indien dit niet het geval is, op tijd alternatief beleid ontwikkelen. In aanvulling op het regionale woonbehoefteonderzoek zou de gemeente contact kunnen zoeken met de woningcorporaties, om te verkennen welke informatie zij kunnen en willen delen. Deze informatie zou de basis kunnen zijn van een gemeentelijke monitor doorstroming. 2.
Verken mogelijkheden om inwoners te betrekken bij de uitvoering van het woonbeleid In de uitvoering van het woonbeleid gaat de gemeente in sterke mate uit van samenwerking met institutionele actoren en wordt er in die zin een beperkt beroep gedaan op inwoners. Gesprekken met inwoners suggereren echter dat inwoners wel degelijk bereid zijn om een bijdrage te leveren aan het realiseren van woondoelen. Om die reden strekt het tot aanbeveling om te verkennen hoe een bijdrage van inwoners kan helpen om het realiseren van beleidsdoelstellingen dichterbij te brengen. De recent aangenomen richtlijn voor de bouw van woningen op eigen grond is een goed begin, maar mogelijk zijn er nog andere kansen die benut kunnen worden. 3. Faciliteer kennisdeling tussen raadsleden Hoewel ondervraagde raadsleden over het algemeen tevreden zijn over de informatie die zij ontvangen, is het om twee redenen wenselijk dat raadsleden vaker in staat worden gesteld om informatie onderling uit te wisselen. De eerste is dat sommige raadsleden meer kennis van of ervaring met het thema wonen hebben en andere raadsleden kunnen helpen om wegwijs te worden in de taken en bevoegdheden van de raad op dit thema. Het delen van deze kennis faciliteren, zou er dan ook voor kunnen zorgen dat de raad beter weet welke informatie van belang is en hoe de raad ten aanzien van het thema wonen kan (bij)sturen.
Een tweede reden om kennisdeling te faciliteren, is dat de huidige informatie over regionale ontwikkelingen via fracties in andere gemeenten kan leiden tot informatieasymmetrie als sommige fracties via deze weg makkelijker aan informatie kunnen komen dan andere. Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat er van een dergelijke asymmetrie sprake is, zou het ontstaan daarvan de kwaliteit van het debat niet ten goede komen. Om kennisdeling te faciliteren, zou de raad bijvoorbeeld een of twee raadsrapporteurs kunnen aanwijzen die relevante ontwikkeling bijhouden en de andere raadsleden hierover periodiek informeren. 4. Verken mogelijkheden tot het ontwikkelen van een woonkompas Het succes van het projectkompas als een manier om raadsleden meer inzicht te geven in hun taken en bevoegdheden ten aanzien van woningbouwprojecten, suggereert dat het wenselijk zou kunnen zijn om een vergelijkbaar instrument te ontwikkelen voor het woonbeleid als geheel. Een 'woonkompas' zou de raad inzicht kunnen geven in de structuur van het woonbeleid, de taken en bevoegdheden van de gemeente ten aanzien van het thema wonen en de momenten waarop de gemeenteraad invloed kan uitoefenen op verschillende aspecten daarvan. Zo zou het woonkompas
4
nieuwe raadsleden kunnen helpen om wegwijs te worden en de raad als geheel kunnen helpen om meer grip te krijgen op zijn eigen rol in het vormgeven en controleren van het woonbeleid. Het rapport ondersteunt de opvatting van het college dat de gemeente, lees het college, goed op weg is met de ambities vanuit de woonvisie. Het college gaat nader in op de 6 conclusies Uit het onderzoek blijkt dat er een "mismatch" is tussen de plannen en de behoefte. Naar aanleiding van aanbeveling 1 (monitor doorstroming sociale huurwoningen) en de toelichting/reactie op de eerste conclusie geeft het college aan vooral in te zetten op doorstroming via onder meer wooncoaches dit aan te pakken. Om als raad vinger aan de pols te kunnen houden is monitoring voor uw raad van belang. Het college geeft aan dat inwoners inspraak hebben wat er in hun omgeving gebeurt. Is het betrekken van inwoners hetzelfde als inspraak? Uw raad heeft een participatienota vastgesteld. Hierbij spelen zaken zoals door uw raad is vastgesteld ten aanzien van andere beleidsvelden (economie, water en groen, onderwijs, klimaat en leefbaarheid [reactie op conclusie 2 en 3]) en de vraag is dan welke speelruimte er dan nog is voor inwoners? Het college geeft dit ook aan in haar reactie op aanbeveling 2.
Op basis van verandering van de woningmarkt (reactie college op de conclusies 3 en 4) en aanbeveling 3 wil het college graag met de raad in gesprek. Dit past ook in de eerdere besluitenvorming om te werken met een vorm van rapporteurs bij verbonden partijen. Dit sluit ook aan op de reactie van het college op de conclusies 5 en 6. Aanbeveling drie wijst ook nadrukkelijk op de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad zelf. Het is wenselijk dat de raad zelf gesprekken gaat voeren over de woningmarkt, of kennis op een andere manier deelt. Aanbeveling 4: woonkompas. Het college legt een relatie met het projectkompas uit het ruimtelijk proces. Wellicht kan voor woonbeleid een wat specifiekere uitwerking worden gegeven. Daarbij gaat het niet alleen om de projecten maar ook over de voortgang van het totale woonbeleid voor u als raad om sturing te kunnen geven. Op basis van de reactie van het college ziet de rekenkamercommissie geen reden tot geven van een nadere reactie, anders dan hierboven al gemeld of bijstelling van de aanbevelingen. Het is nu aan uw raad om hierover het gesprek met elkaar te voeren. In de raadscommissie RZ-De Volgerlanden van 20 september 2022 is het voorstel behandeld. Op basis van deze bespreking komt de raadscommissie tot de conclusie dat ingestemd kan worden met de conclusies en aanbevelingen.
De raadscommissie constateert dat het geformuleerde besluit aangevuld dient te worden met een verwijzing in het besluit naar de bestuurlijke reactie van het college en dit is als zodanig aangepast. Voorstel: Wij stellen u voor: •
Kennis te nemen van het rapport Rekenkamercommissie Wonen in Ambacht, het woonbeleid van Hendrik-Ido-Ambacht";
•
Kennis te nemen van de bestuurlijke reactie van het college;
5
•
De genoemde conclusies en aanbevelingen in het rapport "Wonen in Ambacht, het woonbeleid van Hendrik-Ido-Ambacht wordt overgenomen met inachtneming van de bestuurlijke reactie van het college en
•
Het college opdracht te geven tot uitvoering van deze aanbevelingen 1, 2, 4, 5 en 6 en de raad op gezette tijden, zoals al geregeld is bij de P&C cyclus, informeren over de voortgang;
•
Ten aanzien van aanbeveling 3 de griffier opdracht te geven bij de uitwerking van het besluit inzake rapporteurs met betrekking tot verbonden partijen dit te verbreden ten aanzien van de woningmarkt.
De griffier,
de voorzitter,
Drs. Ing. G.H. Logt
J. Heijkoop
6
De raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht; Gezien het voorstel van 30 september 2022;
Gehoord de discussie in de raadscommissie RZ-De Volgerlanden van 20 september 2022 Overwegende dat: Het rekenkameronderzoek "Wonen in Ambacht, het woonbeleid van Hendrik-Ido-Ambacht de volgende conclusies (C) en aanbevelingen (A) onderkent: C1. Hendrik-Ido-Ambacht heeft behoefte aan relatief dure (koopwoningen, maar ook aan goedkopere huurwoningen; C2. Het woonbeleid adresseert de belangrijkste uitdagingen, maar biedt weinig ruimte voor de bouw van sociale huurwoningen; C3. De gemeente werkt met veel verschillende partners samen, doet een (te) beperkt beroep op inwoners; C4. De gemeente ligt goed op koers om gestelde doelen te behalen, sommige doelstellingen vragen om aandacht zoals alternatieve woonvormen (zie bladzijde 8 van het rapport); C5. De raad wordt eerder te vaak geïnformeerd dan niet vaak genoeg, maar mist informatie over taken en bevoegdheden; C6. De raad ervaart beperkte grip op het thema wonen en stuurt zelden bij. A1. Monitor de doorstroming vanuit sociale huurwoningen; A2. Verken mogelijkheden om inwoners te betrekken bij de uitvoering van het woonbeleid; A3.
Faciliteer kennisdeling tussen raadsleden; A4 Verken mogelijkheden tot het ontwikkelen van een woonkompas; Besluit • Kennis te nemen van het rapport Rekenkamercommissie Wonen in Ambacht, het woonbeleid van Hendrik-Ido-Ambacht"; • Kennis te nemen van de bestuurlijke reactie van het college; • De genoemde conclusies en aanbevelingen in het rapport "Wonen in Ambacht, het woonbeleid van Hendrik-Ido-Ambacht wordt overgenomen met inachtneming van de bestuurlijke reactie van het college en • Het college opdracht te geven tot uitvoering van deze aanbevelingen 1, 2, 4, 5 en 6 en de raad op gezette tijden, zoals al geregeld is bij de P&C cyclus, informeren over de voortgang; • Ten aanzien van aanbeveling 3 de griffier opdracht te geven bij de uitwerking van het besluit inzake rapporteurs met betrekking tot verbonden partijen dit te verbreden ten aanzien van de woningmarkt.oor de raad der gemeente Hendrik-Ido-Ambacht in zijn openbare vergadering van 03-02-2020. Aldus besloten door de raad der gemeente Hendrik-Ido-Ambacht in zijn openbare vergadering van 3 oktober 2022. De griffier,
de voorzitter
Drs. Ing. G.H. Logt
J. Heijkoop
7