Raadsvoorstel 9.1 Rapport Rekenkamercommissie Raad weten met de omgevingswet
Tekst van het document
Zaaknummer: Agendanummer: Datum raadsvergadering: Aan: Verzenddatum: Betreft:
9.1 1 februari 2021 De Gemeenteraad 8 januari 2021 Rapport Rekenkamercommissie "Raad weten met de omgevingswet".
Voorgesteld besluit _____________________________________________________________________________________ -
Kennis te nemen van het rapport Rekenkamercommissie "Raad weten met de Omgevingswet"; Kennis te nemen van de bestuurlijke reactie van het college; De genoemde aanbevelingen in het rapport "Raad weten met de omgevingswet" over te nemen;
Beknopte samenvatting ______________________________________________________________________________________ De Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht heeft een onderzoek uitgevoerd naar hoe de gemeenteraad zich het beste kan positioneren in het kader van de nieuwe omgevingswet. Met de nieuwe Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. De wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Het is belangrijk dat de gemeente nu al bezig is met de voorbereidingen om de wet in 2022 goed te laten ingaan. De raad heeft een plan van aanpak vastgesteld. Is de raad doordrongen van wat de te maken stappen zijn? Hoe doen andere gemeenten dit? Weet de raad waar zij straks nog wel en niet bij betrokken is? Vooral om te kijken hoe in andere gemeenten de raden zichzelf in positie brengen en dit te vergelijken met Ambacht. Het gaat om een vorm van benchmark, het gemeentelijk plan van aanpak versus de landelijke aanpak/andere gemeenten. In welke mate is de raad zich bewust van haar rol en neemt zij hierbij de gewenste positie in? Het rapport is bedoeld om de gemeenteraad zelf haar positie te laten bepalen. Hierbij wordt gerefereerd aan het schuifjesspel van de VNG om als raad aan te kunnen geven in welke mate je betrokken wilt zijn bij de omgevingswet en op welk moment.
In het rapport "Raad weten met de omgevingswet" wordt op basis van onder meer een benchmark maar ook door een gesprek met een afvaardiging van de raad gekomen tot aanbevelingen.
Toelichting Inleiding De omgevingswet komt eraan. Juist nu de invoering van de wet is uitgesteld is het van belang om na te gaan welke mogelijkheden de gemeenteraad heeft om zijn rol te kiezen bij de invoering van de omgevingswet.
1
Omdat de gemeente het dichtst bij de burger staat en overheidstaken daarom beter en efficiënter zou kunnen uitvoeren, kiest de rijksoverheid voor decentralisatie. Dat is in het sociaal domein al gebeurd met de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), de participatiewet en de jeugdwet. Naast decentralisatie zet het Rijk ook in op versterking van de lokale democratie. Met de omgevingswet wil de wetgever een vierde decentralisatie doorvoeren: nu in het fysiek domein. Daarbij krijgt de gemeente meer afwegingsruimte, zodat besluiten op lokaal niveau maatwerk kunnen zijn. De omgevingswet borduurt voort op het dualisme. De bedoeling is dat de gemeenteraad zich niet bezighoudt met de uitvoering, maar met het vaststellen van beleid en regels en het controleren van de uitvoering door B&W. Voor de gemeenteraad betekent dit vooruit denken, werken op basis van kaders en randvoorwaarden en een goede monitoring en evaluatie van het beleid binnen de beleidscyclus. De gemeenteraad heeft met de omgevingsvisie het sturende instrument van de beleidscyclus in handen. Hierin staan de (kern)kwaliteiten, ambities en beleidsdoelstellingen die op basis van een integrale benadering zijn bepaald. Deze zijn ook voor B&W richtinggevend. De omgevingsvisie bevat het strategisch beleid.
Vanwege de controlerende rol van de raad is het belangrijk dat de in de omgevingsvisie opgenomen doelen zo zijn opgeschreven dat ook het halen van de doelen te controleren is. Daarbij is van belang om als raad het besef te hebben wat je wilt bereiken. Dus wat heb je als doelen gesteld en hoe is dit door het college vertaald in het omgevingsplan en had je dit als raad voor ogen. Raadsleden moeten goed begrijpen wat de reikwijdte is van de regels die ze vaststellen. Omdat dit ingewikkeld is, is het goed om raadsleden al tijdens de voorbereiding van het omgevingsplan te betrekken. Maar hoe doe je dat en in welke mate?
2
Procedure In dat kader heeft de rekenkamercommissie een bureauonderzoek laten uitvoeren. Hierin is onderzocht op welke wijze de raad haar positie kan pakken: laat je het geheel over aan het college en wacht je waar het college mee komt en wat zijn dan de kansen en bedreigingen, sterke en zwakke punten of kies je als raad ervoor aan de voorkant te zitten en als raad zelf de kaders en randvoorwaarden te stellen. En wat zijn ook hier dan de sterke en zwakke kanten en de kansen en bedreigingen? Welke tussenvormen zijn er en hoe zijn er gemeenten al mee omgegaan (best practises). Op basis van dit advies kan de raad de huidige werkwijze zo nodig bij stellen. Bijpraten raad tot start rekenkameronderzoek De gemeenteraad is tot eind 2018 technisch bijgepraat over de omgevingswet. (Nico de op de Laak namens adviesburea Tonnaers). Begin 2019 heeft Pascale Georgepoulou namens de VNG, de raad geïnformeerd en meegenomen over wat de rol van de raad kan zijn. Daarvoor was net het plan van aanpak door de raad vastgesteld. Zoals een raadslid toen zei: "ik moet met dit in mijn achterhoofd het plan van aanpak nog eens goed lezen". Daarnaast is de raad zelf aan de slag gegaan met bouwstenen voor een nieuwe participatienota. Juist de omgevingswet is mede ingegeven vanuit participatie met de omgeving. Als raad is dit erg belangrijk.
Hoe gaan andere gemeenten hiermee om en wat past het beste bij de cultuur van Hendrik-Ido-Ambacht. Het college is ook aan de slag gegaan en er zijn door het college offertes gevraagd voor de uitvoering van het plan van aanpak waarbij duidelijk gevraagd is hoe de gemeenteraad hier het beste in mee genomen kan worden. Opdracht Aan bureau Over Morgen is opdracht gegeven dit onderzoek uit te voeren. Bureau Over Morgen heeft een onderzoek uitgevoerd naar de gewenste positionering van de gemeenteraad bij de invoering van de Omgevingswet, het vervolgproces hiervan en de aanpak van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Dit is gebaseerd op drie pijlers:
Benchmark 6 gemeenten
Gesprek met de ambtelijke organisatie zijnde trekker omgevingswet en ambtelijk opdrachtgever
Gesprek met raadsleden en griffie
Nadat het rapport gereed was, speelde tegelijkertijd ook de presentatie van de bouwstenen rondom de klankbordgroep participatie. In overleg met de organisatie is, voorafgaand aan een avond over de nota van uitgangspunten Omgevingvisie (15 september 2020), de raad bijgepraat over zowel de eerste conclusies van het rapport "Raad weten met de omgevingswet" alsmede de bouwstenen voor de participatienota (8 september 2020). Met als doel deze informatie te betrekken bij de informatieve avond op 15 september 2020. Op maandag 11 januari 2021 is de participatienota "Ambachtse aanpak" vastgesteld door de gemeenteraad. Op basis van het onderzoek zijn een aantal conclusies geformuleerd. Op pagina 20 e.v. zijn deze terug te vinden in de rapportage. Enkele worden hier genoemd, zonder uitputtend te willen zijn: o o
Er zijn aantoonbare verschillen tussen een actieve en passieve rol van de raad; Er wordt in de implementatieplannen/plannen van aanpak minimaal gesproken over het omgevingsplan en de rol van de raad daarbij. Het omgevingsplan wordt
3
o o o
o o o o o
genoemd als instrument waarin de ambities uit de omgevingvisie worden doorvertaald naar regels; Het betrekken van de raad wordt in alle implementatieplannen besproken. De invulling over op welke wijze dit gebeurt ontbreekt; Hendrik-Ido-Ambacht laat geen afwijkend beeld zien ten opzichte van andere gemeenten; Lange periode geen bijeenkomsten met de raad tussen het moment van vaststellen van het Koersdocument en Plan van aanpak en startbijeenkomst over de omgevingsvisie; In het proces om te komen tot een omgevingsvisie is een bewuste keuze gemaakt om de raad vroeg te betrekken. Er zijn vier momenten benoemd; Er is onvoldoende kennis aanwezig over de Omgevingswet en de rol van de raad bij raadsleden; Het is voor raadsleden onduidelijk welke rol zij moeten invullen gedurende de implementatie van de Omgevingswet; De raad is onvoldoende in positie in kaderstellende rol (betrokkenheid aan de voorkant); De raad is zoekende naar zijn rol bij de implementatie van de Omgevingswet c.q. de omgevingsvisie.
Naar aanleiding van de conclusies komt de rekenkamercommissie tot de volgende aanbevelingen:
1. Kennisontwikkeling Organiseer als raad, collectief, een laagdrempelige toegang tot informatie rondom de Omgevingswet en voer regie op de agenda rond de Omgevingswet. Het uitstel van de Omgevingswet biedt extra ruimte om hier invulling aan te geven. Gebruik deze periode om kennis op te doen over de Omgevingswet en de rol en positie van de raad. Concrete aanbevelingen: • Stel een raadswerkgroep in die de implementatie van de Omgevingswet actief volgt en monitort; • Organiseer Omgevingswet thema-uren in de raadscyclus; • Vraag het college om een laagdrempelige toegang tot informatie op te zetten (digitaal dossier) met actuele feiten, voortgang en resultaten rond de invoering van de Omgevingswet binnen de eigen gemeente. • Verzoek het college om een periodieke terugkoppeling naar de raad van leerervaringen en resultaten uit het implementatietraject Omgevingswet. • Bezoek als gemeenteraadslid zelf regelmatig de website van het programma Aan de slag met de Omgevingswet. Hier staat de actuele informatie over de Omgevingswet, worden de landelijke ervaringen vanuit pilots en experimenten gedeeld en bijeenkomsten rond de Omgevingswet aangekondigd (www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl). • Leestip: De gemeenteraad en de Omgevingswet. Hoe raadsleden hun rol kunnen pakken en focus aanbrengen (mr. Trees van der Schoot en Dick Spel).
2. Omgevingsvisie en omgevingsplan Het college en de ambtelijke organisatie hebben het recht op een door de raad geformuleerd ambitieniveau voor de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Formuleer als raad dus het ambitieniveau op thema’s als bouwen, wonen, verkeer, mobiliteit en bedrijventerreinen, energie, milieu, veiligheid, gezondheid en andere sociale aspecten van de leefomgeving. Dit ambitieniveau is tevens het referentiekader voor de raad zelf en dan wordt het vanzelfsprekender om als raad een leidende rol in plaats van een volgende rol te hebben bij
4
het omgevingsvisie traject. Denk als raad vooraf, collectief en autonoom na over de invulling van de omgevingsvisie. Wacht niet op een voorstel van het college. Concrete aanbevelingen: • Steek tijd en energie in de omgevingsvisie en richt het proces zo in dat de raad het proces en uitkomsten met acties kan monitoren (idem voor het omgevingsplan); • Stel het ambitieniveau voor de omgevingsvisie vast (daar waar dat voor de implementatie van de Omgevingswet niet is gedaan); • Ken het krachtenveld in de samenleving en weet wie betrokken is bij participatietrajecten. Hierdoor is de raad op de hoogte van wat er speelt in de gemeente en is daardoor beter in staat toekomstgerichte keuzes te maken die een plek krijgen in de omgevingsvisie; • Wees als raad betrokken bij participatietrajecten om gevoel te krijgen bij de wensen en ideeën vanuit de samenleving. Laat je vanuit de griffie informeren wanneer welk participatietraject start; • Breng de afwijkingen van de huidige bestemmingsplannen in kaart. Dit geeft inzicht in de praktijk; het aantal afwijkingen, de omvang van de afwijkingen, verloop van de besluitvorming, de rol van de raad en het college daarbij, met welke procedure is afgeweken? Is de raad echt overal nodig en wat zegt dat over de toekomstige rol van de raad richting het omgevingsplan?
3. Reflectie op eigen handelen en positionering De raad geeft politiek richting aan de wijze waarop de Omgevingswet wordt geïmplementeerd, bewaakt de voortgang en dient gelijktijdig te reflecteren op de eigen rol in het grotere geheel. Dat vraagt van een raad niet alleen dat men zich tijdig laat informeren over de voortgang van de implementatie, maar ook dat de raad zich op een kritische manier laat spiegelen over het eigen functioneren. In andere woorden; dat de raad zijn eigen functioneren kritisch laat bekijken. Concrete aanbevelingen: • Start als raad periodiek een kritische reflectie op de voortgang en breng de inhoud van de Omgevingswet in kaart. Ook een kritische reflectie op het eigen functioneren kan de raad goed helpen om hiaten of vraagstukken in kaart te brengen en de raad vooruit te helpen bij het werken richting de opzet van een integrale omgevingsvisie en de implementatie van de Omgevingswet. • Geef een impuls aan de lokale democratie door o.a.
in een vroeg stadium betrokken te zijn bij participatietrajecten; • Laat de Rekenkamercommissie ook onderzoek uitvoeren gedurende het proces van de implementatie van de Omgevingswet over de positiebepaling van de raad; • Organiseer kritische reflectie op inhoud, voortgang en rol van de raad bij de implementatie van de Omgevingswet; • Breng de griffie in positie om een verbindende rol te spelen tussen college, gemeenteraad en ambtelijk organisatie. Het rapport is in november 2020 aangeboden aan het college van B. en W. voor een bestuurlijke reactie. De reactie van het college d.d. 17 december 2020 treft u als bijlage aan bij het rapport. Het college ondersteunt deze aanbevelingen grotendeels, behoudens de raadswerkgroep en de laagdrempelige toegang tot informatie. Ten aanzien van de raadswerkgroep is het college van mening dat de werkwijze zoals nu is gestart, breed informeren van de raad met alle (burger)raadsleden, verder gaat dan een raadsbrede werkgroep die meedenkt in het proces.
Ten aanzien van de informatievoorziening heeft de griffie aangegeven naast de website www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl zij op basis van de door de griffie in ontwikkeling zijnde nieuwe website ook daar een dossier zal aanmaken met alle stukken die hebben gespeeld en nog gaan spelen rondom de omgevingswet met betrekking tot de gemeente zodat de raad één makkelijk toegankelijke bron heeft met alle documenten vanuit de gemeente zelf. Het kan niet de bedoeling
5
zijn dat raadsleden zelf moeten gaan zoeken naar deze informatie. Ten aanzien van de andere aspecten, inclusief de raadsbrede werkgroep is de rekenkamercommissie van mening dat dit aan de raad is om over te discussiëren en over te besluiten. Het advies van het onderzoeksbureau is helder, zo ook de bestuurlijke reactie van het college. Op basis van de reactie van het college ziet de rekenkamercommissie geen reden tot geven van een nadere reactie of bijstelling van de aanbevelingen. Voorstel Wij stellen u voor:
Kennis te nemen van het rapport Rekenkamercommissie "Raad weten met de Omgevingswet";
Kennis te nemen van de bestuurlijke reactie van het college;
De genoemde aanbevelingen in het rapport "Raad weten met de omgevingswet" over te nemen;
De griffier,
de voorzitter,
Drs. Ing. G.H. Logt
J. Heijkoop
6
De raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht; Gezien het voorstel van 5 februari 2020;
besluit:
Kennis te nemen van het rapport Rekenkamercommissie "Raad weten met de Omgevingswet";
Kennis te nemen van de bestuurlijke reactie van het college;
De genoemde aanbevelingen in het rapport "Raad weten met de omgevingswet" over te nemen;
Aldus besloten door de raad der gemeente Hendrik-Ido-Ambacht in zijn openbare vergadering van 03-02-2020. Aldus besloten door de raad der gemeente Hendrik-Ido-Ambacht in zijn openbare vergadering van 1 februari 2021.
De griffier,
de voorzitter
Drs. Ing. G.H. Logt
J. Heijkoop
7