CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 8.2 Herijking minimabeleid en herijkte verordening persoonlijk minimabudget

commissie WOS openbaar 21 november 2022, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Herijking minimabeleid en herijkte verordening persoonlijk minimabudget (van Die)2.776 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer

2022-0167302

Agendanummer

8.2

Datum vergadering

woensdag 7 december 2022 om 20:00

Aan

Gemeenteraad

Betreft

Herijking minimabeleid en herijkte verordening persoonlijk minimabudget

Portefeuillehouder

S. van Die

Vertrouwelijk:

Nee

Voorgesteld besluit 1. Voor het herijkte minimabeleid per 2023 te kiezen voor het adviesscenario uit de Vervolgnotitie herijking minimabeleid en specifiek voor het onderdeel persoonlijk minimabudget (PMB) te kiezen voor het plusscenario. 2. De meerkosten in 2023 als gevolg van het gekozen scenario verwerken in de Kadernota 2024. 3. In te stemmen met de herijkte Verordening Persoonlijk Minimabudget Hendrik-Ido-Ambacht. 4. De herijkte Verordening Persoonlijk Minimabudget Hendrik-Ido-Ambacht per 1 januari 2023 in werking te laten treden en met ingang van die datum de huidige verordening in te trekken.

Beknopte samenvatting Eind 2021 is het herijkingstraject minimabeleid in de Drechtsteden gestart. Dit traject heeft geresulteerd in een start- en vervolgnotitie die besproken zijn met de gemeenteraad. In de vervolgnotitie zijn vanuit de GR Sociaal drie scenario's geschetst voor de nieuwe vormgeving van het minimabeleid. Deze scenario's zijn in Hendrik-Ido-Ambacht op 19 september in de commissie W.O.S. en op 3 oktober in de raad besproken. In de raadsvergadering van 3 oktober deed de raad richtinggevende uitspraken over de gewenste keuzes. Deze uitspraken zijn in dit voorstel nader uitgewerkt. De raad wordt via dit voorstel gevraagd in te stemmen met deze keuzes (kaderstelling) en de bijbehorende verordening, zodat het nieuwe minimabeleid per 1 januari 2023 in werking kan treden.

Toelichting Inleiding Bij de vorming van de nieuwe GR Sociaal is afgesproken dat het volledige Drechtstedelijk sociaal beleid in eerste instantie ongewijzigd over gaat. Tevens is afgesproken dat gedurende 2022 het Drechtstedelijke beleid in tranches wordt herijkt, waarbij de mogelijkheid wordt geboden voor gemeentelijk maatwerk, te beginnen met het minimabeleid. Het herijkingstraject minimabeleid heeft in 2022 geresulteerd in een start- en vervolgnotitie. De startnotitie is in een beeldvormende sessie op 20 juni met de raad besproken. Na het zomerreces is de vervolgnotitie in de commissie W.O.S. van 19 september en in de raad van 3 oktober besproken. Op basis van de vervolgnotitie heeft de raad op 3 oktober richtinggevende uitspraken gedaan over de gewenste beleidskeuzes in het minimabeleid. Deze richtinggevende uitspraken zijn in dit voorstel nader uitgewerkt. Door in te stemmen met dit voorstel maakt de raad de beleidskeuzes voor het (herijkte) minimabeleid, en de bijbehorende PMB-verordening, definitief. Het beleid kan daarmee per 1 januari 2023 in werking treden.

Beoogd effect Herijkt minimabeleid: 1

Het herijkte minimabeleid draagt bij aan het versterken van de financiële positie van de brede doelgroep huishoudens die langdurig op een inkomen op minimumniveau zijn aangewezen. Herijkte verordening persoonlijk minimabudget: Dit voorstel beoogt vaststelling van een vernieuwde verordening PMB per 1 januari 2023. Daarnaast is beoogd dat de nadere regels persoonlijk minimabudget Hendrik-Ido-Ambacht worden overgeheveld naar de verordening, waardoor de huidige nadere regels kunnen worden ingetrokken.

Argumenten Geuite richtinggevende wensen van de raad zijn vertaald naar definitieve keuzes en de verordening Tijdens de bespreking van de Vervolgnotitie herijking minimabeleid bleek dat een aantal fracties een voorkeur had voor het adviesscenario en een aantal fracties een voorkeur voor het plusscenario. Door de portefeuillehouder is het voorstel gedaan hierin een middenweg te vinden, waarbij het voorstel werd gedaan om bij het onderdeel PMB voor het plusscenario te gaan. Dit voorstel kreeg steun door de raad en de toezegging werd gedaan dit scenario nader uit te werken. Op basis van de uitkomst van de raadsvergadering van 3 oktober vindt u in bijlage 2 een totaaloverzicht van het minimabeleid in Hendrik-Ido-Ambacht vanaf 2023. Hieronder vindt u beknopt de wijzigingen van het herijkte minimabeleid ten opzichte van het huidige beleid: Regeling en knoppen:

Huidig beleid:

Keuzes Hendrik-Ido-Ambacht:

Inkomensgrens van 110% WSM

Inkomensgrens van 120% WSM

Persoonlijk minimabudget Inkomensgrens (bepaling van de definitie van laag inkomen):

Geen differentiatie per Differentiatie naar huishoudtype: huishouden De hoogte van de toeslag

Huishoudens met kinderen 100,- euro extra

35% van de geldende bijstandsnorm

45% van de geldende bijstandsnorm

Niet mogelijk

Wel coulance medische kosten

Bijzondere bijstand Coulance medische kosten:

Tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang Inkomensgrens:

110% WSM

120% WSM

Er is aanleiding om bij het PMB te kiezen voor het plusscenario Het PMB is bij uitstek het instrument binnen het minimabeleid om de koopkracht van de gehele doelgroep minima te bevorderen. Gezien het huidige tijdsbeeld waarin we een hoge inflatie en grote financiële onzekerheden kennen die met name voor de minimadoelgroep moeilijk te dragen is, zetten we in om de koopkrachtvermindering van de doelgroep tot 120% WSM zoveel als mogelijk te dempen. Het PMB is bedoeld voor inwoners ouder dan 21 jaar en jonger dan de AOW-leeftijd, die geen zicht hebben op inkomensverbetering. Het PMB kent een aantal knoppen om aan te draaien (zie de vervolgnotitie). In het plusscenario wordt bij onderstaande knoppen gekozen voor een ruimhartige(re) invulling: Bepalen definitie laag inkomen: verhogen naar 120% We zien in de meerjareneffectenrapportage (MER) van het NIBUD, zowel die van 2021 als in die van 2022, dat huishoudens tot 120% WSM over de gehele linie geen financiële flexibiliteit hebben. Hun financiële positie is zwak en zodra zich bijzondere kosten voordoen lopen zij groot risico om met maandelijkse tekorten te maken te krijgen. Tot de groep van 120% WSM behoort ook de (steeds groter wordende) groep 'werkende armen'. Juist voor hen willen we de koopkrachtdaling zoveel mogelijk dempen. Werken moet blijven lonen.

Differentiatie PMB naar huishoudtype: bij huishoudens met kinderen + €100 per jaar De MER laat zien dat in de gezinssituaties met kinderen, de ouder(s) minimaal of niet toekomen aan uitgaven voor participatie. Dit geldt met name voor paren met kinderen doordat een paar de kosten van twee volwassenen moet dragen, zoals de kosten van de zorgverzekering, kleding en voeding. 2

Deze kosten worden niet gecompenseerd door de hogere bijstandsnorm voor een paar, ten opzichte van de norm voor een alleenstaande (ouder). Om de participatiemogelijkheden van deze doelgroep te verbeteren en om kinderarmoede verder terug te dringen, is het advies om alle huishoudens met inwonende kinderen jonger dan 18 jaar een extra financiële tegemoetkoming te geven in de vorm van een verhoging van het PMB-bedrag van € 100,- per jaar per huishouden. Verhoging PMB-bedrag naar 45% van geldende norm voor demping koopdrachtverlies Het advies is om, onder invloed van de hoge inflatie op dit moment, het bedrag van 35% naar 45% van de geldende bijstandsnorm te doen laten stijgen op jaarbasis. Hiermee wordt via het PMB een deel van het huidige koopkrachtverlies zoveel mogelijk gedempt. De herijkte verordening en het intrekken van de nadere regels is de juridische vertaalslag van de gemaakte beleidskeuzes De beleidskeuzes voor het minimabeleid moeten ook juridisch vertaald worden. Op basis van de richtinggevende uitspraken zijn de keuzes vertaald naar een aangepaste, herijkte verordening. Deze verordening en de wijzigingen die daaraan zijn aangebracht, vindt u in bijlage 3. Daarnaast wordt voorgesteld om de huidige 'Nadere regels persoonlijk minimabudget Hendrik-Ido-Ambacht' onder te brengen in de herijkte verordening.

Kanttekeningen Gemeentelijk maatwerk gaat ten koste van de uniformiteit in het Drechtstedelijke minimabeleid De grootste differentiatie zien we op het Persoonlijk Minimabudget (PMB). Hierdoor zal de uniformiteit in het minimabeleid per 1 januari 2023 gaan verdwijnen. Niet langer is er voor iedere inwoner uit de Drechtsteden een uniform pakket aan regelingen. Vanuit de Cliëntenraad Regio Drechtsteden is daar eerder dit jaar ook aandacht voor gevraagd (zie bijlage 7). Tegelijkertijd was de mogelijkheid van gemeentelijk maatwerk vanaf het begin van het herijkingstraject het uitgangspunt, tenzij dit strijdig zou zijn met bestaande wet- en regelgeving. Vanuit de GR Sociaal is aangegeven dat de keuzes die gemaakt zijn, niet strijdig zijn met wet- en regelgeving. Kortdurende financiële begeleiding niet overgenomen Het bieden van kortdurende financiële begeleiding is onderdeel van het adviesscenario uit de Vervolgnotitie. Vanuit de regio is kenbaar gemaakt dat de andere gemeenten dat onderdeel uit het adviesscenario niet gaan overnemen. Daarmee zou Hendrik-Ido-Ambacht de enige gemeente worden die dit wel overneemt. Daar zit een financieel nadeel aan. Als we dit als gemeenten willen, dan draagt Hendrik-Ido-Ambacht daar zelfstandig de kosten voor.

Lokaal zijn er al de nodige voorzieningen als het gaat om financieel advies aan inwoners, zoals de adviseur geldzaken van het sociaal wijkteam en adviseurs van Bureau Sociaal Raadslieden (BSR). Om die redenen wordt voorgesteld ook voor Hendrik-Ido-Ambacht dit onderdeel niet over te nemen.

Consequenties van het voorstel Begrotingswijziging Ja

Duurzaamheid Niet van toepassing.

Financiën In het onderstaande gaan we in op de structurele financiële consequenties op lokaal niveau van de gemaakte keuzes. Tevens gaan we in op de eenmalige financiële consequenties voor de GR Sociaal en de kostenverdeling op regionaal niveau. Structurele financiële consequenties gemeente Hendrik-Ido-Ambacht Onderstaande tabel geeft een beeld van de financiële gevolgen voor zowel de programma- en apparaatslasten (personeel). De bedragen zijn gebaseerd op het rekenmodel dat de GR Sociaal aan de gemeenten ter beschikking heeft gesteld. We merken op dat het bij deze bedragen gaat om aanvullende kosten, omdat het gekozen scenario ruimhartiger is dan het huidige beleid. De kosten 3

in onderstaande tabel komen dus bovenop de reeds bestaande (reguliere) uitgaven voor het minimabeleid. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is dit inschatting van de extra kosten in 2023:

Gemeente

Eerste inschatting Eerste gevolgen programma/ inschatting gevolgen directe kosten apparaatskosten

Totaal eerste inschatting

Hendrik-Ido-Ambacht

€ 54.529,-

€ 6.138,-

€ 60.667,-

Kostenverdeling op regionaal niveau Ten tijde van de vorming van de GR Sociaal zijn ook de kostenverdeelprincipes en kostenverdeelsleutels herijkt. Deze zijn door de Drechtraad (als Algemeen Bestuur van de GR) vastgesteld op 5 oktober 2021. Binnen de regeling is bestuurlijk afgesproken om de vastgestelde sleutels over te nemen en 4 jaar lang niet ter discussie te stellen, om op die manier rust op dit dossier te krijgen en tijd om de wijzigingen goed in te regelen. Voor minimabeleid is gekozen voor het verdeelprincipe NUT, waar dit nu solidariteit is. Er is afgesproken de solidariteit in 4 jaar tijd af te bouwen. Voor de nieuwe apparaatskosten is gekozen voor het volgende: toewijzing van de apparaatskosten (uitvoeringskosten en overhead) aan de diensten en verdelen naar gemeenten op basis van dezelfde sleutels als de directe kosten. We merken op dat in de regio nog een discussie loopt over de precieze kostenverdeling. Zeker is dat er gedifferentieerd gaat worden per beleidsonderdeel vanaf 2023 (in enkele gevallen niet, maar veelal wel). Zolang echter de ingroeiperiode nog geldt om te komen tot de verdeelsleutel NUT geldt dat gemeenten tot die tijd ‘deels’ nog meebetalen aan de beleidskeuzes van andere gemeenten.

Het gesprek loopt regionaal in het AB van de GRS om versnelt het verdeelprincipe voor het minimabeleid om te klappen naar NUT en de ingroeiperiode voor het onderdeel minimabeleid te stoppen. Als de keuze gemaakt wordt om per 2023 over te stappen naar NUT, dan heeft dat als (beperkte) financiële consequentie voor Hendrik-Ido-Ambacht dat de meerkosten in 2023 € 72.417,gaan bedragen (in plaats van € 60.667,-). Daarnaast zal in dat geval ook de bijdrageverordening van de GR Sociaal aangepast moeten worden en opnieuw in procedure gaan richting de raden voor een zienswijze. Het voorstel is om de meerkosten pas in de Kadernota 2024 mee te nemen. De GR Sociaal gaat daarnaast bijhouden wat de daadwerkelijke aantallen zijn per gemeente en daarmee ook de daadwerkelijke gevolgen voor zowel programma/directe kosten als de apparaatslasten. Over de voortgang wordt gerapporteerd in de reguliere P&C-cyclus (begroting – BURAP – jaarrekening). De eerste financiële verwerking ervan voor 2023 vindt daarmee plaats in de 1e Burap van 2023. De begroting voor 2023 is inmiddels vastgesteld en ingediend. Mocht er een acuut probleem in de uitvoering ontstaan vanwege onverwachte gevolgen (aantallen wijken substantieel af bijvoorbeeld) dan zal de GR Sociaal dit eerder via DB en AB rapporteren.

Eenmalige financiële consequenties GR Sociaal als gevolg van algemene differentiatie van beleid In dit herijkingsproces ziet de GR Sociaal dat zij een aantal zaken opnieuw moet inrichten als gevolg van de mogelijkheden tot het gemeentelijk differentiëren in beleid. Deze zakenzijn het gevolg van het feit dat er in de vernieuwde GR Sociaal differentiatie in beleid tussen gemeenten mogelijk is. Dat betekent dat de bedrijfsvoering heringericht moet worden. Dat vraagt om aanpassing en dus eenmalige kosten die het feit zijn van verschillende keuzes. Specifiek doen die kosten zich voor bij deze bedrijfsvoeringsonderdelen: 1. ICT en informatievoorziening: het gemeentedashboard moet heringericht worden, zodat deze differentiatie er beter in verwerkt wordt en zichtbaar wordt voor gemeenten. 2. Communicatie: naast de communicatie over de regelingen moet de website van de GR Sociaal aangepast worden. Deze is nu nog ingericht op één uitvoeringsbeleid. Ongeacht waar een inwoner woont, de route op de website is hetzelfde. Dat moet worden aangepast en brengt eenmalige kosten met zich mee. Een eerste inschatting van de eenmalige kosten voor deze twee onderdelen is € 200.000.

4

Inschatting eenmalige implementatiekosten 2022 De inschatting is dat het geheel aan geïnventariseerde beleidswensen zal leiden eenmalige implementatiekosten in 2022 van € 100.000,- en € 100.000,- in 2023. Door budgetten binnen de GR Sociaal te herschikken kunnen deze kosten gedekt worden binnen het huidige budget voor 2022. De kosten voor 2023 worden door de GRS meegenomen in de 1ste burap voor zover nodig. SMS Kinderfonds/Leergeld Speciale aandacht vragen we voor de gevolgen van de differentiatie bij het SMS kinderfonds. Dordrecht heeft verzocht om de financiële verdeling hiervan opnieuw te bezien. In Dordrecht verloopt de uitvoering van het SMS Kinderfonds grotendeels niet via Stichting Leergeld, maar via de Dordtpas. Dordrecht wil niet langer voor andere gemeenten betalen. Dordrecht wenst alleen nog de door Stichting Leergeld daadwerkelijk gemaakte kosten voor Dordrecht te betalen. De wens van Dordrecht om niet meer of slechts minimaal (namelijk alleen voor werkelijk gemaakte kosten) bij te dragen aan Stichting Leergeld heeft financiële impact op de andere gemeenten. Want het deel dat Dordrecht minder bijdraagt, moet worden verdeeld over de andere gemeenten. De financiële consequenties voor de andere zes gemeenten worden nog in beeld gebracht.

Juridisch Het PMB kent een aantal knoppen om aan te draaien, waarbij op grond van artikel 8 lid 2 Participatiewet op zijn minst lokaal invulling moet worden gegeven aan de begrippen "langdurig' (= referteperiode) en "laag inkomen" (= bepaling inkomensgrens). In de Verordening Persoonlijk Minimabudget Hendrik-Ido-Ambacht is de invulling van die knoppen/onderdelen van PMB juridisch vastgelegd. Op basis van de recente beleidskeuzes van de gemeenteraad is de Verordening Persoonlijk Minimabudget Hendrik-Ido-Ambacht gewijzigd. De wijzigingen in de herijkte verordening PMB zijn weergegeven in een 'was-wordt tabel' (zie bijlage 5).

Communicatie en participatie Als de raad instemt met het voorstel, dan zal dit leiden tot nieuw minimabeleid en een gewijzigde PMB-verordening. Dit zal gecommuniceerd moeten worden naar inwoners en partnerorganisaties. Er zal een persbericht worden opgesteld in samenwerking met de GR Sociaal. Ook wordt de informatie gewijzigd op de gemeentelijke en Drechtstedelijke communicatiekanalen. De SDD gaat met de gemeentelijke communicatiecollega’s overleggen hoe er het beste gecommuniceerd kan worden over de wijzigingen. De wijzigingen moeten ook verwerkt worden op de website van de SDD. Deze is nu nog ingericht op één uitvoeringsbeleid. Ongeacht waar een inwoner woont, de route op de website is hetzelfde. Dit zal niet langer werkbaar blijven. Beter is dat inwoners binnen komen en beter geleid gaan worden naar datgene dat voor hen van toepassing is bij de (ondersteuning)vraag die zij hebben.

Vervolgstappen Planning van de vervolgstappen •

•

Voor de Bijzondere bijstand geldt dat voor alle gemeenten een nieuwe beleidsregel moet worden toegevoegd die coulance op medische kosten mogelijk maakt. Deze nieuwe regel wordt afgestemd met gemeenten en zal worden voorgelegd aan het DB van de GR Sociaal. Door de differentiatie in de geuite beleidswensen zullen per gemeente nadere regels moeten worden opgesteld. Deze regels kunnen worden vastgesteld door het AB van de GR Sociaal.

Verantwoordelijkheid voor uitvoering Sociale Dienst Drechtsteden.

Burgemeester en wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht De secretaris,

De burgemeester, 5

RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht;

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders, voorstelnr. 2022-0167302

besluit:

1. Voor het herijkte minimabeleid per 2023 te kiezen voor het adviesscenario uit de Vervolgnotitie herijking minimabeleid en specifiek voor het onderdeel persoonlijk minimabudget (PMB) te kiezen voor het plusscenario. 2. De meerkosten in 2023 als gevolg van het gekozen scenario verwerken in de Kadernota 2024. 3. In te stemmen met de herijkte Verordening Persoonlijk Minimabudget Hendrik-Ido-Ambacht. 4. De herijkte Verordening Persoonlijk Minimabudget Hendrik-Ido-Ambacht per 1 januari 2023 in werking te laten treden en met ingang van die datum de huidige verordening in te trekken.

Aldus besloten door de raad der gemeente Hendrik-Ido-Ambacht in zijn openbare vergadering van 7 december 2022

De griffier,

De voorzitter,

Drs. ing. G.H. Logt

J. Heijkoop

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12036132/1