raad 4 oktober 2021
Tekst van het document
Terwijl het college in feite reageert vanuit een angst voor freeriders heeft Realistisch Ambacht het volste vertrouwen in de Ambachtse ondernemers. De fractie had het college dan ook willen uitdagen om het ondernemersfonds op basis van vrijwilligheid in te stellen, maar goed, dat zit er niet in. Spreker wil expliciet vermelden dat de fractie uiteraard niets heeft tegen de detailhandelsraad of de VAO. Zij is juist heel blij met deze vertegenwoordigers van de ondernemers; hij is zelf jaren lid van de VAO geweest. In de eerste termijn heeft spreker beloofd over dit voorstel ook iets positiefs te zullen zeggen. Een positieve benadering is namelijk dat het goed is dat de ondernemersvertegenwoordigers zich voor Hendrik-Ido-Ambacht willen inzetten. Over de manier waarop dat kan gebeuren, bestaan bij de fractie van Realistisch Ambacht wat andere ideeën, maar het is op zich heel mooi dat ondernemers dit soort initiatieven willen ontplooien. Ook over het ondernemersfonds zelf kan spreker iets positiefs zeggen. Het biedt namelijk goede mogelijkheden om in Hendrik-Ido-Ambacht meer activiteiten te organiseren, bijvoorbeeld het houden van evenementen en het 'opleuken' van winkelcentra. Dat is dus absoluut heel positief.
Vergadering van 4 oktober 2021.
16
De wijze waarop de fractie van Realistisch Ambacht over dit voorstel zal stemmen, is nìet heel positief, zoals men al wel zal hebben begrepen. Zij had volmondig akkoord kunnen gaan met het instellen van een ondernemersfonds als dit op basis van vrijwilligheid tot stand had kunnen komen. Nu dit echter gebeurt op basis van verplichte deelname kan zij dit niet, want zij wil geen ondernemers, verenigingen, scholen en alle anderen die onroerendzaakbelasting voor niet-woningen moeten betalen verplicht voor de vulling van dit ondernemersfonds laten opdraaien. De heer Scheurwater stelt vast dat de gemeente toezicht zal houden op de wijze waarop gelden uit het fonds zullen worden besteed, dit ondanks het feit dat er bij de verantwoording van de gedane uitgaven met een accountantsverslag zal moeten worden gekomen en ondanks de zelfstandigheid van het bestuur en de raad van advies van de Stichting Ondernemersfonds Hendrik-Ido-Ambacht. De fractie van EVA vindt dit wat te ver gaan. Men zou dit bijna repressief of misschien wel preventief toezicht kunnen noemen. De fractie raadt het college aan dit punt te betrekken bij de evaluatie van de werking van het fonds, want het is nogal iets wanneer men, als het bestuur tot iets heeft besloten en dit de instemming van de raad van advies en de accountant heeft gekregen, eventueel toch nog het lid op de neus kan krijgen.
In de verhouding tussen de gemeente en de provincie zou dit ook niet passen. De heer Struik zegt de portefeuillehouder dank voor diens antwoorden. Gesproken werd over de mogelijkheid voor kleine randgebieden om zich bij grotere gebieden aan te sluiten. De fractie van AUB ziet zeker de voordelen van de instelling van het ondernemersfonds, ook voor de winkeliersverenigingen en de maatschappelijke organisaties, maar heeft er moeite mee dat de ondernemers in de randgebieden worden meegezogen bij het verplicht stellen van het deelnemen in dit fonds. Zij wacht af wat de wethouder hierop te zeggen heeft en zal daarna bekijken hoe zij zal stemmen. De heer Lagendijk verklaart dat de fractie van het CDA kan instemmen met de vorming van het ondernemersfonds en met het heffen van de daarin te storten gelden via de onroerendzaakbelasting; de bedragen staan in het voorstel genoemd. Het betreft een kleine extra belasting die ook in het geval van de stichtingen en verenigingen één op één ten gunste van de deelnemers zal komen. In de eerste termijn wees de fractie op het belang van het komen met een goede en eerlijke evaluatie van de werking van het fonds. Juist naar aanleiding van de hier gevoerde discussie wil zij dit nog benadrukken. In het bijzonder verwacht zij dat de rol en de positie van de maatschappelijke sector na drie jaar onderdeel van die evaluatie zullen zijn.
De heer Doevendans hoorde de heer Lagendijk spreken over 'een kleine extra belasting'. In de commissie zei deze echter terecht dat het gaat om verhogingen van 6 tot 9 en van 12 tot 15 %. Spreker kan zich niet voorstellen dat de heer Lagendijk dat geringe verhogingen vindt. De heer Lagendijk bevestigt dat er in de commissievergadering is berekend wat dit voorstel ongeveer zou betekenen. Ten opzichte van de onroerendzaakbelasting die ondernemers al betalen gaat het inderdaad om zo'n percentage, maar in vergelijking met de totale vaste lasten van een gemiddelde ondernemer die vastgoed bezit, is het naar de mening van het CDA een beperkte bijdrage. Tot slot ziet sprekers fractie de initiatieven waarmee in de komende jaren vanuit dit fonds zal worden gekomen met positiviteit tegemoet. De heer Platschorre geeft te kennen dat de fractie van SGP/ChristenUnie niet is overtuigd door de argumenten welke door de tegenstanders van dit voorstel zijn aangevoerd. Zij zal dus met enthousiasme instemmen met dit voorstel, nieuwsgierig zijnde naar de ideeën welke straks vanuit dit ondernemersfonds zullen worden uitgevoerd. Wethouder Flach noemt de tot nu toe gevoerde discussie interessant. Hij heeft daaruit twee verwonderpunten opgedaan. Het eerste is dat de leden van de raad, als het straks gaat zoals men gewend
Vergadering van 4 oktober 2021.
17
is, in november allen weer zullen instemmen met een verplichte onroerendzaakbelasting die ongeveer € 5 miljoen moet opbrengen. Vanavond heeft men het over een min of meer verzòchte en dus vrijwillige verhoging van de onroerendzaakbelasting, welke – zo zei de heer Lagendijk terecht – één op één ten gunste zal komen van degenen die haar gaan betalen, en dat hiermee zoveel moeite blijkt te bestaan, is het tweede verwonderpunt. Het gaat nu echt om een ander type belasting. Hij is blij dat de meeste fractie dit ondernemersfonds een kans willen geven, omdat de ondernemers daarmee een dienst wordt bewezen. Woorden komen niet altijd over op de wijze waarop zij waren bedoeld, want kennelijk heeft spreker bij mevrouw Oelfke de indruk gewekt dat hij vindt dat de raad over dit voorstel niet te veel vragen zou mogen stellen. Zijn opmerking was met name bedoeld om de raad het comfortabele gevoel te geven niet alléén te staan, maar 49 gemeenteraden die dit proces al hebben doorlopen achter zich te mogen weten. Kennelijk heeft mevrouw Oelfke een andere perceptie van zijn bemoedigende woorden gehad. Mevrouw Oelfke-ten Seldam: "De ontvanger bepaalt!" Wethouder Flach: "Ja, maar ik vond dat ik dit wel even recht moest zetten." De heer Van der Wulp zei zorgen te hebben met betrekking tot de verenigingen en stichtingen en constateerde dat er wel èrg veel over ondernemers is gesproken.
Spreker geeft eerlijk toe dat de oprichting van het fonds is bedoeld voor ondernemers, niet voor stichtingen en verenigingen. Die stichtingen en verenigingen zijn eigenlijk een bijvangst, een bijvangst waarmee het college niet blij is, omdat de reikwijdte van het fonds erdoor wordt uitgebreid maar er niet wordt uitgekomen onder de klem van de onroerendzaakbelasting op niet-woningen. Men weze ervan overtuigd dat noch de gemeente noch de ondernemers zitten te wachten op de zuur gespaarde eurootjes van stichtingen en verenigingen, integendeel. Spreker zal er persoonlijk op toezien – ervan overtuigd zijnde dat hij daarvoor weinig moeite zal behoeven te doen – dat de middelen welke de stichtingen en verenigingen inbrengen aan henzelf ten gunste zullen komen door middel van sectorale of andersoortige trekkingsgebieden. De zorgen die zijn geuit, neemt hij dus serieus en zal hij in de uitwerking ook een plek geven; hij ziet daartoe voldoende mogelijkheden. Laat men het overigens wat de stichtingen en verenigingen betreft niet overdrijven. Hij heeft een bedrag genoemd dat oploopt van € 20.000 tot ongeveer € 45.000, maar het leeuwendeel daarvan betaalt de gemeente zelf als eigenaresse van Cascade en de schoolgebouwen. De heer Van der Wulp riep op tot het maken van een uitzondering voor de stichtingen en verenigingen.
Dat had het college al gedaan – het wilde het dus óók –, maar jurisprudentie heeft daar een streep door gehaald. Uitzonderingen betreffen nu alleen kassen, o.z.b.-objecten met een WOZwaarde van minder dan € 12.000, kerken enzovoort. Dat zij uitzonderingen zijn, is in landelijke wetgeving bepaald; daaraan kan men hier vanavond dus geen uitbreiding geven. Bij de heer Van der Wulp bestaat de vrees dat het met betrekking tot de stichtingen en verenigingen niet goed zal gaan. Het college denkt meer aan de kànsen die het fonds zal gaan bieden en spreker wil de heer Van der Wulp dan ook vragen zich daarbij aan te sluiten en dit fonds dus een kans te geven, met inachtneming van wat hierbij is toegezegd. De heer Neijman sprak ook over de bereidheid van zijn fractie om het fonds een kans te geven, waarvoor dank. Op de door mevrouw Oelfke uitgesproken zorg aangaande de positie van de maatschappelijke instellingen is in het voorgaande al ingegaan. Niet alle leden van de VAO met wie haar partij heeft gesproken, waren over het voornemen tot instelling van dit fonds positief, maar het verheugt spreker zeer dat juist de voorzitter van de VAO de VVD-fractie heeft kunnen overtuigen. Dit bewijst weer dat de instelling van dit fonds geen 'dingetje van het college' is, maar dat hiermee wordt voldaan aan een wens vanuit de ondernemers.
Spreker heeft overigens gemerkt dat het veel uitmaakt wàt men aan ondernemers vraagt. Vraagt men: 'Zullen wij een fonds oprichten waaraan je 9 tot 12 % meer onroerendzaakbelasting gaat betalen?', dan is het antwoord: 'Nee', maar neemt men even de moeite om de systematiek van het fonds te
Vergadering van 4 oktober 2021.
18
schetsen en toe te lichten, dan ziet men vaak dat ondernemers er kansen in zien. "De kost gaat voor de baat uit" is een bekend ondernemersgezegde. De heer Doevendans goochelde wat met sprekers gevoelens bij dit voorstel. Er bestaat bij spreker geen àngst met betrekking tot dit fonds, maar wel is hij realistisch. Bij Realistisch Ambacht is dat realisme kennelijk wat minder aanwezig. De uitspraak dat er sprake is van freeriders-gedrag duidt niet op angst, maar betreft gewoon een feit. Uit ervaringen die in voorbije jaren zijn opgedaan, ook in Ambacht, is dat inderdaad een feit gebleken te zijn. Dit college kiest voor realisme en legt de instelling van dit fonds zodanig op dat het aan alle ondernemers ten goede komt en zonder de mogelijkheid om zich als eenling te onttrekken aan iets wat collectief moet. Dat de heer Doevendans geen lid meer van de VAO is, is jammer, maar te verwachten is dat hij, na de positieve woorden die hij vanavond over de VAO uitsprak, wel weer lid zal worden. De heer Doevendans gaat ervan uit dat dit soort privéaangelegenheden niet in de raad wordt besproken. Hij vindt deze opmerking van de wethouder eerlijk gezegd een beetje impertinent. Wethouder Flach biedt zijn nederig excuus aan als hij impertinent is geweest, maar de heer Doevendans was er zelf over begonnen en daardoor was hij nieuwsgierig geworden.
Betreffende het toezicht waarover de heer Scheurwater sprak, wil spreker naar voren brengen dat een ieder moet kunnen zien dat het geld dat met de oplegging van dit fonds is bijeengebracht op een nette manier is besteed. De toezichtsystematiek heeft twee kanten: a. het wordt daardoor duidelijk dat er op een eerlijke en transparantie manier geld is besteed – iets wat overigens allen die gemeentelijke subsidie ontvangen moeten kunnen aantonen –, en b. de ondernemers verkrijgen hierdoor décharge, inhoudend dat zij zich tegenover collega's kunnen verantwoorden door te laten zien dat zij op een transparante manier goede dingen hebben gedaan. Voor de ondernemers die straks hun nek uitsteken door in het stichtingsbestuur te gaan zitten is dat belangrijk. De heer Struik uitte zorgen over de positie van, zoals hij het noemde, 'losse ondernemers'. Eigenlijk zijn er geen losse ondernemers. want alle ondernemers vallen in een trekkingsgebied. Florensis past natuurlijk niet één op één in het trekkingsgebied Ambachtsezoom of Park Langestein, maar daarover moet binnen zo'n trekkingsgebied een gesprek gaan plaatsvinden. Het genoemde bedrijf kan erop wijzen een behoorlijk bedrag aan onroerendzaakbelasting te betalen en dus graag te willen weten wanneer het daarvan iets terug zal gaan zien.
De in andere gemeenten opgedane ervaringen laten zien dat het, uitgaande van de goede wil van een ieder, in zulke gevallen meestal goed komt. De heren Lagendijk en Platschorre hebben gehandhaafd wat zij in eerste termijn hadden ingebracht, waarvoor dank. De voorzitter begrijpt dat de heer Van der Wulp ook na het antwoord van de wethouder prijs stelt op een korte schorsing van de vergadering. Deze wordt daarom bij dezen geschorst. Schorsing van 21.24 tot 21.34 uur. De voorzitter heropent de vergadering en geeft het woord aan de schorsingverzoeker. De heer Van der Wulp vermeldt dat de PvdA-fractie het voorstel nogmaals heeft besproken, dit naar aanleiding van de reactie van de portefeuillehouder in tweede termijn. Zij is getroffen door diens toezegging dat hij er persoonlijk op zal toezien dat een en ander voor de stichtingen en verenigingen goed zal worden geregeld. De fractie dacht toen dat dit toezicht wel eens iets van korte duur zou kunnen zijn. Als dat zo blijkt te zijn, hoe denkt de wethouder zijn toezegging dan te kunnen waarmaken? Voordat het voorstel in stemming wordt gebracht, wil de fractie graag een stemverklaring afleggen.
Vergadering van 4 oktober 2021.
19
Mevrouw Vogelaar-Korpershoek wijst erop dat de vraag van de fractie van Gemeentebelangen over de stemverhouding in het stichtingsbestuur nog niet is beantwoord. Wethouder Flach zal hierop meteen ingaan. De vraag van de heer Mol in eerste termijn was of de besluitvorming in een trekkingsgebied per WOZ-adres zal gebeuren, of gewoon door ondernemers onder elkaar. Het laatste is het geval. De besluitvorming zal dus niet worden bepaald door de ondernemer met het meeste vastgoed. In de tweede termijn is spreker niet ook nog ingegaan op wat de heer Mol naar voren had gebracht, ervan uitgaande – maar dit misschien ten onrechte – dat een fractie waarin de oud-voorzitter van de VAO zitting heeft dit voorstel wel zou steunen. De persoonlijke toezegging waarop de heer Van der Wulp reageerde, was echt gemeend. Omdat het onderwerp van de stichtingen en verenigingen nog te elfder ure in het voorstel is terechtgekomen, voelt spreker een speciale verantwoordelijkheid om hun positie netjes te regelen. Hij heeft evenals alle leden van de raad een mandaat tot 16 maart 2022; daarna zal hij demissionair zijn, maar dat kan tegenwoordig in dit land nog een lange tijd zo zijn. Komt spreker niet meer als wethouder terug, dan zal hij dit onderwerp opnemen in het overdrachtsdossier.
De heer Van der Wulp laat weten dat de fractie van de PvdA instemt met het voorstel voor zover het betrekking heeft op ondernemers met vastgoed, dus niet wat de stichtingen en verenigingen betreft. De heer Struik is na het antwoord van de wethouder overtuigd van het belang van dit voorstel. Namens de fractie van AUB zal hij hiermee dus instemmen. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten, met inachtneming van de aantekening van de fractie van de PvdA inzake de stichtingen en verenigingen en onder aantekening dat de fractie van Realistisch Ambacht geacht wil worden te hebben tegengestemd. De voorzitter verzoekt de heer Platschorre het voorzitterschap tijdelijk waar te nemen, dit met het oog op de behandeling van het volgende voorstel. 7.3 Vrijstelling woonplaatsvereiste. Mevrouw Oelfke-ten Seldam stelt vast dat de wet de ruimte biedt om aan beginnende wethouders en burgemeesters en aan burgemeesters in de herfst van hun carrière ontheffing van de woonplaatsvereiste te verlenen. De burgemeester is over zijn voornemen open geweest en heeft de mogelijkheid van realisering daarvan vakkundig laten uitzoeken.
De fractie van de VVD acht het niet bezwaarlijk dat de burgemeester in het laatste jaar van zijn functie buiten deze gemeente gaat wonen, wetende dat hij vanuit zijn nieuwe woonplaats binnen tien à vijftien minuten in Hendrik-Ido-Ambacht zal kunnen zijn. De heer Boudewijn merkt op dat ook de fractie van SGP/ChristenUnie tegen dit voorstel geen bezwaar heeft. Zij kan er dus van harte mee instemmen. De heer Doevendans meent dat het nu niet zozeer gaat om de herfst van een carrière, maar meer over het mooie vooruitzicht om over niet te lange tijd met pensioen te kunnen gaan. Ook de fractie van Realistisch Ambacht heeft geen enkel probleem met dit voorstel om de burgemeester toe te staan alvast in een andere plaats te gaan wonen, waarmee deze gebruik maakt van een uitzondering die op de regels kan worden gemaakt. De fractie wenst hem heel veel woon- en leefplezier in de andere gemeente. Als er wat aan de hand is, zal hij heel snel hier kunnen zijn. De heer Heijkoop: "Ik spreek mijn dank uit voor het vertrouwen."
Vergadering van 4 oktober 2021.
20
Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten. De voorzitter (De heer Platschorre) stelt vast dat de heer Heijkoop thans aan zijn voornemen uitvoering kan gaan geven. (De burgemeester herneemt het voorzitterschap.) 8. Welzijn, Onderwijs en Sociale Zaken. 8.1 Zienswijze begrotingswijzigingen 2021 Serviceorganisatie Jeugd. De voorzitter wijst er nogmaals op dat de conceptzienswijze van de gemeenteraad van Hendrik-IdoAmbacht is aangepast naar aanleiding van de behandeling daarvan in de commissie WOS in haar vergadering van 20 september 2021. De heer Boudewijn stelt vast dat dit niet de eerste keer is dat de raad bij de Serviceorganisatie Jeugd met budgetoverschrijdingen en begrotingswijzigingen te maken heeft. In de commissie is overeengekomen in de zienswijze van de raad explicieter te verwoorden dat er grote teleurstelling bestaat over het feit dat de voorziene kostenreducties wederom niet zijn gehaald. De zienswijze is op dat punt dan ook gewijzigd, aangevuld met de oproep aan de serviceorganisatie om binnen de vastgestelde begroting meer taakstellend te gaan werken en daarbij de overeengekomen kaders te respecteren.
Tevens is in de zienswijze het verzoek opgenomen om het extra budget dat van het rijk wordt ontvangen als taakstellend te beschouwen en de beoogde kostenreducties alsnog door te voeren, dit zonder dat dit ten koste mag gaan van de inhoudelijke jeugdhulp en het realiseren van het aanjaagplan. Sprekers fractie vindt dat dit alles op een goede wijze in deze zienswijze is verwoord. Zij gaat hiermee derhalve akkoord. Zij verwacht dat de wethouder dit met deze steun van de raad in de rug zal kunnen inbrengen in het bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd en dat dit deze zienswijze zal overnemen. Mevrouw Van der Hee-Pasterkamp memoreert dat in de commissie WOS uitgebreid over de begrotingswijzigingen 2021 Serviceorganisatie Jeugd is gediscussieerd. Zij zal die discussie nu niet herhalen. Het CDA vindt goede jeugdhulp van groot belang en wil dat deze voor elke jongere die haar nodig heeft beschikbaar is en blijft. Wel is het zaak duidelijker af te bakenen wat jeugdhulp precies is, zodat de kosten ervan in de hand kunnen worden gehouden. Hiertoe heeft er deze maand een bijeenkomst plaatsgevonden. De fractie hoopt van harte dat nu aan de daar getoonde daadkracht en snelheid van handelen zal worden vastgehouden. Zij zal de wethouder hierop blijven aanspreken.
Het zal niet verbazen dat het CDA grote moeite heeft met de forse overschrijding van het budget die de voorliggende begrotingswijzigingen laten zien, zeker ook in combinatie met de – voor zover de raad hiervan op de hoogte is – tot nu toe trage uitvoering van de acties in het aanjaagplan. De fractie beseft heel goed dat de gemeente daarbij een heel belangrijke rol heeft; het hangt dus niet van alleen de SOJ af. De fractie kan achter de aangescherpte zienswijze staan, verlangt dat er met een duidelijke tijdslijn zal worden gekomen betreffende de uitvoering van de afgesproken acties en eist dat de door te voeren besparingen niet ten koste mogen gaan van de jeugdhulp zelf of de uitvoering van het aanjaagplan. De heer Struik kan zich na de uitvoerige behandeling van dit voorstel in de commissie vinden in de zienswijze zoals deze na de laatste wijziging is komen te luiden. De heer Scheurwater constateert dat de beoogde kostenreducties, kostenreducties waarom al in eerdere zienswijzen was gevraagd, wederom niet zijn behaald. Met het beroep op de SOJ en het bestuur ervan om de begrotingswijziging te beperken tot € 11,4 miljoen en de gevraagde aanvullende € 1,8 miljoen niet in de begroting op te nemen, maar zich in te zetten voor het alsnog realiseren van de beoogde kostenreducties kan de fractie van EVA instemmen. Dit mag echter, zoals in de commissie al
Vergadering van 4 oktober 2021.
21
is betoogd, niet ten koste gaan van de inhoudelijke jeugdhulp en het realiseren van het aanjaagplan. Met de gewijzigde conceptzienswijze kan de fractie akkoord gaan. De heer Doevendans begrijpt dat de Serviceorganisatie Jeugd, die van het rijk ruim € 11 miljoen extra heeft gekregen ter besteding in het komende jaar, zegt nog méér nodig te hebben; zij wil bijna € 2 miljoen extra. Het is elk jaar hetzelfde verhaal: het lukt deze organisatie maar niet om haar zaakjes onder controle te krijgen. Het is erg triest dit ieder jaar weer te moeten constateren. Ondanks de kostenbesparingen waarmee zij reeds hard bezig zou moeten zijn, is er elk jaar in alle plannen te zien dat er weer werknemers bij komen. Wanneer houdt dat nu eindelijk eens op? Van de aanvankelijke zienswijze zeiden alle partijen in de commissievergadering dat zij wel wat steviger zou kunnen komen te luiden. Met de door de fractie van SGP/ChristenUnie voorgestelde aanvullingen is dat inderdaad bereikt. Met name de opmerking dat de organisatie de gevraagde € 1,8 miljoen extra in principe niet zal worden gegeven en dat zij moet proberen het te doen met het geld dat zij van het rijk krijgt, is een heel zinvolle aanvulling. De fractie van Realistisch Ambacht kan dan ook met het voorstel tot indiening van deze zienswijze instemmen.
De heer Van der Lei vraagt zich naar aanleiding van de uitvoerige discussie die in de commissie WOS over dit voorstel is gevoerd af of de raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht wel serieus wordt genomen. Er wordt de raad wel telkens weer gevraagd met een zienswijze te komen, maar naar de indruk van de fractie van Gemeentebelangen wordt er niet naar deze gemeente geluisterd. De kosten blijven namelijk maar oplopen, terwijl de benodigde bezuinigingen maar niet van de grond komen. Ook lukt het de Serviceorganisatie Jeugd al jaren niet om een realistische begroting te maken. Deze indruk wordt nog bevestigd door de overdenkingen van de werkgroep jeugd. Spreker wil de wethouder vragen of deze kan toezeggen de raad te zullen informeren over de wijze waarop er door de serviceorganisatie op deze zienswijze zal zijn gereageerd. De fractie van Gemeentebelangen is daar heel benieuwd naar. Met de aangepaste zienswijze kan de fractie instemmen. Mevrouw Oelfke-ten Seldam ziet evenals andere sprekers de budgetten van de Serviceorganisatie Jeugd alleen maar omhoog gaan. De fractie van de VVD kan dan ook onderschrijven wat de heer Boudewijn hierover heeft betoogd. Na de goede discussie in de commissie WOS waren de meeste partijen het erover eens dat de toon van de oorspronkelijke zienswijze scherper zou mogen worden.
Dit is ook enkele jaren geleden gebeurd en daarmee heeft de VVD-fractie de wethouder toen ook gecomplimenteerd, met het verzoek aan deze lijn te blijven vasthouden. Meerdere partijen ondersteunden dit toen en het is fijn te zien dat dit ook nu het geval is. De fractie kan zich vinden in de wijzigingen welke na de commissiebehandeling in de zienswijze zijn aangebracht en stemt hiermee dus in. De heer Neijman herinnert eraan dat de fractie van D66 in haar bijdrage bij de behandeling van de zienswijze op de begroting voor 2022 van de Serviceorganisatie Jeugd het belang van een goede afbakening van de jeugdhulp heeft benadrukt, dit om de kosten daarvan nu en in de toekomst beheersbaar te maken en te houden. Hiertoe is een project opgezet dat ten doel heeft om per 1 januari 2022 tot zo'n afbakening te komen. Dit project is onontbeerlijk om verzoeken om exorbitante aanvullingen ter dekking van tekorten, zoals nu van ruim € 13 miljoen, in de kiem te smoren. D66 realiseert zich dat het heel lastig is om de uit kwetsbare groepen komende vraag naar jeugdhulp te sturen en te monitoren. Het gaat daarbij namelijk om een autonoom proces. Soms heeft men echt jeugdhulp nodig, hulp die na indiening van een aanvraag daartoe ook wordt verleend.
Sprekers fractie meent dat men mag verwachten dat er inmiddels met de jeugdhulpverlening zó veel ervaring is opgedaan, ook landelijk, dat de Serviceorganisatie Jeugdhulp weet wanneer er in een jaar op een extra vraag daarnaar moet worden gerekend. Vanuit die wetenschap zou deze organisatie toch wel een tot kostenbeheersing leidende prognose kunnen opstellen. Voor D66 is het aanjaagplan tot kostenbeheersing dan ook niet aan dovemans oren gericht.
Vergadering van 4 oktober 2021.
22
De hulpverlening aan de kwetsbaren in de samenleving en dus ook in deze gemeente heeft de hoogste prioriteit. De aandacht van de fractie van D66 gaat naar hen uit, ook in financieel opzicht, en zij steunt daarom dit raadsvoorstel. De heer Van der Wulp acht het wel duidelijk dat ook de fractie van de Partij van de Arbeid met de in de commissie WOS besproken laatste versie van de conceptzienswijze zal instemmen. Waar het op neerkomt, is dat de raad niet meer verwàcht, maar ervan ùitgaat dat de Serviceorganisatie Jeugd beter haar best gaat doen om de afgesproken taakstellingen te halen. Wel moet het vuur dat de raad het bestuur van de organisatie met deze zienswijze aan de schenen legt, van de juiste temperatuur zijn, inhoudend dat taakstellingen een realistisch en tijdgebonden beeld moeten laten zien. De fractie is voorts blij met de toevoeging in de zienswijze inzake de kwaliteit van de jeugdhulp. Het behoud van die kwaliteit staat voor haar bovenaan. Wethouder Van Die dankt de fracties voor hun instemming met de eigen zienswijze, want dit is uiteindelijk een zienswijze van de raad. In de commissie en ook vanavond is over deze zienswijze uitvoerig van gedachten gewisseld. De raad vond een aanscherping daarvan nodig, niet zozeer inhoudelijk maar wat de uitgaven- en kostenkant betreft.
Ambacht heeft hierover al vaker een kritisch geluid laten horen en het zal in de regio dan ook niet als een verrassing worden ervaren dat Ambacht dit nu wederom doet. In sprekers regiorol helpt dit hem ook. Die rol van 'een luis in de pels' moet in de komende periode worden gehandhaafd, ook nu de inkomsten van de zijde van het rijk weer wat toenemen. De heer Boudewijn vroeg of deze zienswijze door het algemeen bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd zal worden overgenomen. Spreker kan dit natuurlijk nooit toezeggen. Wel zegt hij toe dat er een reactie op deze zienswijze zal worden geformuleerd en dat deze met de raad zal worden gedeeld. Dat gebeurt al altijd, dit tot de heer Van der Lei. Men vindt die reacties op de lijst van ingekomen stukken voor de raadsvergaderingen. Wanneer er naar aanleiding daarvan nieuwe vragen rijzen, kan de behandeling daarvan worden geagendeerd. Er is overigens te zien dat de gemeenten vaak verschillend reageren: de grotere gemeenten zien over het algemeen iets meer voordeel dan de kleinere gemeenten. Het is uiteindelijk aan het bestuur om te proberen er chocola van te maken. In zijn regiorol kan spreker hierin iets sturen. In het gesprek in de commissie met Bianca den Outer (strateeg afbakening jeugdhulp) is de afbakening van de jeugdhulp aan de orde gekomen.
Duidelijk werd welke dilemma's zich daarbij kunnen voordoen, dilemma's die deels ook de kostenstijgingen kunnen verklaren. Gesteld werd dat men de jeugdhulp hier wel heel scherp kan afbakenen, maar dat het voordeel daarvan dan onder een andere wet valt. Tevens zijn er ook buiten de gemeente om diverse routes – in de wet geregeld – die toegang tot de jeugdzorg verlenen; dienaangaande kan de gemeente dus nauwelijks sturend optreden. Voorts merkte mevrouw Den Outer op dat de instroom in de jeugdhulp redelijk stabiel is, maar dat momenteel de ùitstroom een groot probleem vormt. Dit zijn allemaal oorzaken van de stijging van de kosten, dit nog los van het in de huidige tijd toenemen van de maatschappelijke behoefte aan jeugdhulp. Alles wat er in het kader van het aanjaagplan gebeurt, is in de afgelopen tijd met de raad gedeeld, maar spreker heeft begrepen dat de raad zich onvoldoende betrokken heeft gevoeld bij de bepaling van de inhoud van dat plan. Het aanjaagplan ligt er nu anderhalf jaar en in die tijd is er zeker wel het een en ander in de steigers gezet en uitgevoerd – van de uitvoering van sommige opdrachten zijn er zelfs al evaluaties verschenen –, maar te merken is dat dit alles wat de raad betreft niet goed voor het voetlicht is gekomen.
Volgens mevrouw Van der Hee betreffen de opgaven die wat meer politiek zijn juist maatregelen die heel traag van start zijn gegaan, een waarneming die spreker onderschrijft. De afbakening van de jeugdhulp is politiek een heel belangrijk onderwerp; er is drie jaar over gesproken, maar zij is niet van de grond gekomen. Nu net in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen moet er in allerijl nog zo'n afbakening plaatsvinden. Spreker zal er alles aan doen om haar nog voor de gemeenteraadsverkiezingen rond te krijgen. Er bestaat een heel ambitieuze planning voor. Mevrouw Den Outer heeft gezegd dat de afbakening vóór 1 januari 2022 rond zal moeten zijn. Of deze dan tevens al zal kunnen
Vergadering van 4 oktober 2021.
23
zijn vastgesteld, vraagt spreker zich af, maar er zal hierover dan in elk geval de politieke discussie zijn gevoerd. Hij wil graag van het linkse tot en met het rechtse spectrum weten hoe de raad over de afbakening van de jeugdhulp denkt, daar deze ertoe zal leiden dat er strenger zal worden gecontroleerd of inwoners toegang tot de jeugdhulp kan worden verleend. Het gaat de inwoners dus direct raken en dus moet er wel eerst een politieke discussie over gevoerd zijn. Tot slot moet niet worden vergeten dat in de afgelopen jaren de rijksbijdragen voor jeugdhulp onvoldoende zijn geweest. Ook als alles perfect volgens het aanjaagplan zou zijn uitgevoerd, zou spreker er wel een half maandsalaris op durven zetten dat men ook dan niet binnen de bandbreedte van het rijksbudget zou zijn gebleven. De gemeentelijke begroting laat zien dat er in het komende jaar in financiële zin iets meer ruimte voor dit onderwerp beschikbaar zal zijn, maar zowel ambtelijk als bestuurlijk bestaat er in de regio nu het besef dat wat er is opgeschreven ook daadwerkelijk ten uitvoer moet worden gebracht. Spreker ziet het als zijn opdracht te proberen de raad hierbij meer te betrekken. Behalve door middel van de Burap zal hij de raad hierover vóór de verkiezingsdatum nogmaals informeren. Kan de garantie worden gegeven dat de kosten van de jeugdhulp niet meer zullen stijgen, zo vroeg één van de fracties.
Die garantie kan spreker niet geven, en dat kan ook niemand anders op dit moment. Het rijk zou daartoe naar zijn mening eerst een aantal systeemwijzigingen moeten doorvoeren, maar dat zal het in de komende jaren niet doen. De taak van de gemeente is om ervoor te zorgen dat openstaande ramen en luiken in de komende periode worden dichtgezet. Het zal heel goed zijn ook daarover een politieke discussie te gaan voeren. Dit is sprekers bespiegeling naar aanleiding van wat er in de commissievergadering en vanavond over dit voorstel is gezegd. De heer Boudewijn zegt de wethouder dank voor diens bespiegeling over wat men kan tegemoetzien. Als raad moet men inderdaad de verantwoordelijkheid durven nemen om politieke keuzes te gaan maken. Van het aanbod van de wethouder er een half maandsalaris op te zetten, zal de fractie geen gebruik maken, want zij wil ook hier haar waardering uitpreken voor het steeds weer inbrengen van de Ambachtse boodschap in het bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd. Het is begrijpelijk dat dit in dat bestuur voor een spanningsveld zorgt. Wanneer de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht alléén aan het stuur stond, zou er misschien wat anders gebeuren, maar er moet met negen andere gemeenten worden samengewerkt. De inzet van de wethouder daarbij wordt ten zeerste gewaardeerd. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten. 9.
Ruimtelijke zaken – De Volgerlanden. Er zijn geen voorstellen. 10. Sluiting. De voorzitter sluit de vergadering om 22.01 uur. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 november 2021. De griffier,
De voorzitter,
drs. ing. G.H. Logt.
J. Heijkoop
alg. verslagbureau drexhage c.s.