Printversie notulen
Tekst van het document
GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT Notulen van de openbare vergadering van de raad der gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, gehouden op 4 oktober 2021 in het gemeentehuis, aanvangende om 20.00 uur. Voorzitter: de heer J. Heijkoop, burgemeester. Aanwezig zijn de leden: de heren ing. P. Boudewijn, O. Doevendans en J. van Hartingsveldt, de dames drs. W.P. van der Hee-Pasterkamp en M.T. Kamphuis-Stuij, de heren drs. K. van der Laan MEd, G.J.W. Lagendijk MSc RA, H.H.F. van der Lei, A. Mol, mr. J.P. Neijman en M. Nugteren BPM, mevrouw J. Oelfke-ten Seldam, de heren drs. A. Ouwerkerk, L.P. Platschorre, mr. A. Scheurwater, J. Struik en ir. C.W. Timmers, de dames A.L. Vlasblom-van der Vlies MSc en M.N.P. Vogelaar-Korpershoek en de heer E. van der Wulp Bhrm. Afwezig zijn de leden: de heren M.B. Braber en B.P. van Ginkel en mevrouw M.C.G. GommansDane. Tevens aanwezig zijn de heren drs. S. van Die, A.J. Flach MSc en drs. R.J. Lafleur, wethouders. Griffier: de heer drs. ing. G.H. Logt CMC, geassisteerd door mevrouw W. Buijser-de Waard (griffiemedewerker) en mr. A. Dekker (plaatsvervangend griffier). * Agenda: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Opening. ............................................................................................................................................................................ 1 Vaststelling van de agenda. ............................................................................................................................................. 2 Spreekrecht burgers. ........................................................................................................................................................ 4 Vragenhalfuurtje raadsleden. .......................................................................................................................................... 4 Vaststelling notulen. ......................................................................................................................................................... 4 Lijst van ingekomen stukken en berichten vanuit college en raad. ......................................................................... 4 Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden – Financiën. 7.1 Aanbestedingsprocedure accountantsdiensten 2022 – 2025. ......................................................................... 6 7.2 Verlenen van medewerking aan de instelling van een Ondernemersfonds. ................................................ 6 7.3 Vrijstelling woonplaatsvereiste.
.......................................................................................................................... 19 8. Welzijn, Onderwijs en Sociale Zaken. 8.1 Zienswijze begrotingswijzigingen 2021 Serviceorganisatie Jeugd. ............................................................... 20 9. Ruimtelijke zaken – De Volgerlanden. Er zijn geen voorstellen. 10. Sluiting. ............................................................................................................................................................................. 23
1. Opening.
*
De voorzitter heet iedereen heel hartelijk welkom, opent de vergadering en spreekt het ambtsgebed uit. Het is heel plezierig dat er weer in deze zaal kan worden vergaderd en dat de deelnemers ook weer de gewone afstand tot elkaar in acht kunnen nemen; men is zo weer op weg naar 'normaal'. Dit betekent niet dat nu alle anti-Covid-regels van de baan zijn en ook niet dat het virus is verdwenen; van de door
Vergadering van 4 oktober 2021.
2
het RIVM aangegeven regels blijft een aantal gelden, met als de belangrijkste dat men bij klachten thuis moet blijven en zich direct moet laten testen. Het welkom geldt ook en in het bijzonder voor de nieuwe tijdelijk gemeentesecretaris, Anne de Baat, die in de zaal aanwezig is. Na de vergadering kan men kennis met hem maken. Aanwezig zijn voorts de meeste deelnemers aan de cursus "Politiek actief" en ook met hen kunnen de leden na deze vergadering kennis maken. De griffie had een viertal avonden georganiseerd, avonden waarop aan de cursisten heel veel informatie is verstrekt; ook is er met hen een raadsvergadering nagespeeld. Zij kunnen nu voor zichzelf afwegen of het raadslidmaatschap wat voor hen is, en zo ja, of zij zich bij een politieke partij zullen aansluiten. Spreker dankt de griffie voor de wijze waarop de cursus was georganiseerd. Belangstellenden kunnen deze raadsvergadering thuis via de website van de gemeente volgen. Daarom wil spreker ook de kijkers en luisteraars thuis van harte welkom heten. In de afgelopen tijd is gebleken dat er in de gemeente in behoorlijke mate belangstelling voor het via op deze manier kunnen volgen van raads- en commissievergaderingen bestaat. Deze zullen dan ook blijvend digitaal worden uitgezonden.
Het is evenwel ook belangrijk dat men elkaar kan ontmoeten en daarom nodigt spreker de kijkers thuis uit om bij gelegenheid ook eens in persoon een raads- en/of commissievergadering bij te wonen. Bericht van verhindering is ontvangen van de heren Braber en Van Ginkel en van mevrouw Gommans-Dane. 2. Vaststelling van de agenda. De voorzitter vermeldt dat agendapunt 8.1, Zienswijze begrotingswijzigingen 2021 Serviceorganisatie Jeugd, naar aanleiding van de behandeling daarvan op 20 september jl. in de commissie WOS is aangepast. De heer Van der Wulp heeft laten weten bij agendapunt 2 een opmerking te willen maken. De heer Van der Wulp doet namens de fractie van de PvdA het verzoek om agendapunt 7.2, Verlenen van medewerking aan de instelling van een Ondernemersfonds, van de agenda te halen, omdat zij nu niet in staat is hierover een afgewogen beslissing te nemen. Na de vorige raadsvergadering en de commissievergadering is de fractie uit eigen onderzoek gebleken dat stichtingen en verenigingen in het geheel niet bij de voorbereiding van dit raadsvoorstel betrokken zijn geweest, maar straks wel mede onroerendzaakbelasting te betalen krijgen en zo moeten gaan bijdragen aan de vulling van het fonds. In de commissie heeft wethouder Flach toegezegd alsnog met de stichtingen en verenigingen te gaan overleggen, maar die toezegging is voor sprekers fractie te weinig.
Haar verzoek is dus dit agendapunt nu van de agenda te halen en het zo spoedig mogelijk in een volgende vergadering opnieuw aan de orde te stellen. De heer Platschorre stelt vast dat er, als er aan dit verzoek wordt voldaan, over het voorstel geen inhoudelijk debat zal kunnen plaatsvinden, ook niet over het standpunt van de heer Van der Wulp. Het lijkt dan ook beter agendapunt 7. 2 vanavond te behandelen, zodat er ook zal kunnen worden gediscussieerd over de informatie waarover de heer Van der Wulp beschikt. Vervolgens kan er dan een besluit worden genomen. De heer Doevendans heeft al in de commissievergadering gezegd dat ook Realistisch Ambacht meent dat de communicatie met een ieder die door de instelling van een ondernemersfonds in zekere zin gedupeerd kan worden te mager is geweest. Ook zijn fractie had vraagtekens bij het draagvlakonderzoek en kan zich nu dan ook wel in het verzoek van de heer Van der Wulp vinden. Wordt de behandeling van dit voorstel inderdaad tot een volgende raadsvergadering uitgesteld, dan is het wel nodig in de tussentijd een uitgebreid draagvlakonderzoek uit te voeren, want zonder zo'n onderzoek heeft uitstel weinig zin en kan dit voorstel net zo goed vanavond worden behandeld.
Vergadering van 4 oktober 2021.
3
De heer Scheurwater kan, als stichtingen en verenigingen inderdaad niet over dit onderwerp zijn gehoord, het uitstelverzoek van de heer Van der Wulp steunen. De heer Lagendijk verneemt graag de reactie van de wethouder. In de commissie is uitvoerig over het voorstel gesproken, ook wat de wijze van uitvoering van het draagvlakonderzoek betreft. De CDA-fractie kreeg de indruk dat het een gedegen onderzoek is geweest en zij is het dan ok eens met de fractie van SGP/ChristenUnie dat dit voorstel vanavond kan worden behandeld. De heer Neijman constateert dat dit voorstel in de commissievergadering niet voor niets als een debatstuk is aangemerkt. Hij is het dan ook eens met wat de heer Platschorre opmerkte, zodat er in de behandeling van het voorstel kennis zal kunnen worden genomen van de punten die de fractie van de PvdA wil inbrengen. Daarna wil de D66-fractie, die haar standpunt in principe al heeft bepaald, tot een heroverweging overgaan. Mevrouw Vogelaar-Korpershoek geeft te kennen dat de fractie van Gemeentebelangen onderschrijft wat de fracties van SGP/ChristenUnie en D66 hebben betoogd. De heer Struik wacht de reactie van de wethouder af. Wethouder Flach is door het verzoek van de fractie van de PvdA enigszins verrast. Het voorstel is in de commissie op een goede wijze besproken, waarbij ook talloze vragen zijn beantwoord, mede met inzet van ambtelijke expertise.
Het is natuurlijk aan de fractie van de PvdA zelf om te bepalen of zij op basis van de commissiebehandeling wel of niet in staat is nu een afweging te maken, maar hij bestrijdt dat er niet van een deugdelijk draagvlakonderzoek sprake is geweest. Hierover zal hij straks bij de behandeling van het voorstel zeker nog meer zeggen, want zo'n onderzoek heeft wel degelijk plaatsgevonden. Hierbij past wel de kanttekening dat pas recent is gebleken dat ook verenigingen en stichtingen te maken zullen gaan krijgen met de verplichting tot betaling van onroerendzaakbelasting, maar ook zij zijn bij het onderzoek betrokken geweest; alleen hebben zij weinig gebruik gemaakt van de gelegenheid om hun standpunten naar voren te brengen. Deze leemte zal spreker graag gaan invullen als het voorstel is aangenomen. Voor het college is bij dit alles de belangrijkste overweging dat er op verzoek van de ondernemers zèlf met dit voorstel is gekomen, een verzoek van de VAO en de Detailhandelsraad dat ook in het Actieplan Lokale Economie is terechtgekomen. Het was de bedoeling het ondernemersfonds per 1 januari 2021 in te voeren, maar vanwege de Coronapandemie hadden bedrijven toen wel àndere zaken aan hun hoofd. In overleg met de VAO en de Detailhandelsraad is daarom besloten de invoering een jaar uit te stellen. Zoals men in het voorstel kan zien, is de invoering nu voorzien per 1 januari 2022.
Wordt dit voorstel vanavond niet behandeld, dan haalt men die termijn niet, zodat de invoering weer een jaar zal moeten worden uitgesteld. Een uitstel van de behandeling van dit voorstel met een maand maakt dus wel degelijk een groot verschil. Spreker wil de raad al met al met klem vragen dit voorstel vanavond te behandelen. De voorzitter vraagt wat na deze reactie van de portefeuillehouder de mening van de heer Struik is geworden. De heer Struik: "Laten wij het debat over dit voorstel maar gaan voeren." De voorzitter stelt vast dat het ordevoorstel van de heer Van der Wulp alleen de steun van de fracties van Realistisch Ambacht en EVA heeft verkregen, zodat het is verworpen. Het raadsvoorstel zal dus vanavond worden behandeld. Wanneer agendapunt 7.3, Vrijstelling woonplaatsvereiste, aan de orde komt, zal de heer Platschorre het voorzitterschap van de vergadering tijdelijk overnemen.
Vergadering van 4 oktober 2021.
4
De agenda wordt hierop conform vastgesteld. 3. Spreekrecht burgers. Voor gebruikmaking van het spreekrecht burgers zijn geen aanmeldingen ontvangen. 4. Vragenhalfuurtje raadsleden. Hiervan wordt geen gebruik gemaakt. 5. Vaststelling notulen. De notulen van de openbare raadsvergadering van 5 juli 2021 worden zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming vastgesteld. 6. Lijst van ingekomen stukken en berichten vanuit college en raad. De heer Scheurwater verzoekt namens de fractie van EVA de brief onder nr. 12, Brief van Meldpunt Rookoverlast over overlast van houtstook, te betrekken bij het in de vergadering van de commissie ABA van de volgende week te behandelen voorstel aangaande de APV. De voorzitter noemt dit lastig, daar de agendering voor commissievergaderingen via de agendacommissie loopt. Het is daarvoor dus erg kort dag. Procedureel zou het ook niet correct zijn. Dit laat onverlet dat het de heer Scheurwater vrij staat om in de commissie in zijn bijdrage aan de discussie over het genoemde voorstel deze brief aan te halen. Zo klopt het weer. De heer Scheurwater: "Uitstekend." Aangaande de brief onder nr. 22, Raadsinformatiebrief betreffende uitvoering woonvisie, stand van zaken medio 2021, verzoekt spreker het college deze brief via de agendacommissie naar de raadscommissie door te geleiden.
De voorzitter ziet dat de raad hiermee kan instemmen, zodat dit zal gebeuren. De heer Scheurwater vervolgt met het verzoek om het ingekomen stuk nr. 24, brief van de AVR inzake Afvalverwerking HVC, door te geleiden naar de agendacommissie en wel vergezeld van een schrijven van het college. Wethouder Lafleur begrijpt heel goed dat deze brief vragen oproept. Alle gemeenten en waterschappen die aandeelhouders in de gemeenschappelijke regeling Gevudo zijn, hebben van de AVR een brief als deze ontvangen. De reactie die daarop inmiddels van HVC is gekomen, wordt thans inhoudelijk-juridisch getoetst. Het procesvoorstel is om op basis van de uitkomsten daarvan de raden van alle in de Gevudo deelnemende gemeenten door middel van een raadsinformatiebrief te informeren. Spreker wil de raad vragen dit proces de tijd te gunnen. Op dit moment zou hij in een begeleidend schrijven hooguit dat proces kunnen schetsen, want inhoudelijk kan hij er nu niet op ingaan. Aan de hand van de raadsinformatiebrief waarmee nog zal worden komen, zal men inhoudelijk over de materie kunnen spreken. De heer Scheurwater: "U komt er in de commissie op terug, begrijp ik. Dank u wel." De heer Doevendans voert inzake hetzelfde ingekomen stuk aan dat er bij de AVR sprake is van nogal wat ontwikkelingen welke heel interessant kunnen zijn, ook voor de gemeente Hendrik-IdoAmbacht.
De gemeente zit per slot van rekening niet voor honderd procent aan HVC vast; in 2022
Vergadering van 4 oktober 2021.
5
wordt alles weer overwogen. Naar aanleiding van de brief van de AVR had spreker de vraag willen stellen of men AVR niet een keer voor een gesprek zou kunnen uitnodigen, maar met het antwoord van de wethouder dat er nu al naar gekeken gaat worden en dat men hierover een raadsinformatiebrief kan verwachten, is hij op dit moment tevreden. Wel hoopt hij dat men, omdat men met HVC in het Gevudo-verband zit, niet een afwijzende houding zal aannemen, maar de AVR de mogelijkheid zal willen geven om zichzelf te presenteren als daaruit iets goed voor de gemeente zou kunnen voortkomen. De heer Ouwerkerk leest in ingekomen stuk nr. 43, Schrijven van het college van b. en w. met het antwoord op art. 48-vragen van de VVD inzake cameratoezicht op bedrijventerreinen, dat bedrijventerreinen in de gemeente niet met ANPR-camerasystemen zijn uitgerust. Op de vraag of er een waterbedeffect optreedt van bedrijventerreinen mèt zulke camerasystemen naar bedrijven zonder die systemen luidt het antwoord: "Zie het antwoord op vraag 1." Als echter de buren hun bedrijventerreinen beter beveiligen dan Hendrik-Ido-Ambacht, kunnen er hier dan niet zodanige problemen ontstaan dat de installatie van de bedoelde camera's op bedrijventerreinen alhier wèl noodzakelijk zal worden? Kan hiernaar nog eens goed worden gekeken? De voorzitter neemt kennis van deze opmerkingen. Het betreft art.
48-vragen, waarop het schriftelijk gegeven antwoord wordt voorgelegd aan de raad. Het staat raadsleden altijd vrij om naar aanleiding van het ontvangen antwoord over te gaan tot het in de commissie stellen van nadere vragen. De heer Ouwerkerk: "Dan gaat het heen en weer. Bij de beantwoording van de vragen is niet goed nagedacht over de risico's die er zijn; ik heb die nu willen signaleren." De voorzitter: "Ik neem hier kennis van. Het is niet de bedoeling bij de behandeling van ingekomen stukken een inhoudelijke discussie te beginnen. Ik adviseer u daarvoor een ander moment te kiezen." De heer Boudewijn ziet dat in het ingekomen stuk nr. 52, Brief van de gemeente Dordrecht aangaande wijziging in de GR Drechtsteden, wordt voorgesteld om de nieuwe tekst van de GR Sociaal voor kennisgeving aan te nemen. De verwachting bestaat echter – zo is het in feite ook afgesproken – dat er nog met een raadsvoorstel zal worden gekomen, zodat de raad kan besluiten er wel of niet mee in te stemmen. Het college wordt daarom gevraagd dit onderwerp als raadsvoorstel te agenderen en niet te volstaan met een verzoek aan de raad om de nieuwe tekst van de GR Sociaal voor kennisgeving aan te nemen.
De voorzitter zegt toe dat er precies volgens de afgesproken procedure zal worden gehandeld en daarin past het komen met een afrondend voorstel van de gemeenschappelijke regeling, een voorstel dat in de raad zal worden besproken. De onderhavige brief is te zien als tussentijdse informatieverstrekking. De heer Boudewijn: "Wij zien dat voorstel dan tegemoet." Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop, met inachtneming van het besluit inzake nr. 24, aangaande de overige ingekomen stukken conform de door het college van b. en w. gedane voorstellen besloten. Bericht vanuit het college. Wethouder Van Die merkt op dat op woensdagavond in deze raadszaal met een aantal initiatiefnemers over de eerste evaluatie van het preventieplan zal worden gesproken. Daarna zal men ook op werkbezoek gaan bij IKC De Meander; dat werkbezoek was al lang gepland, maar kon eerder van-
Vergadering van 4 oktober 2021.
6
wege de Coronapandemie niet doorgaan. Het aantal aanmeldingen voor deelneming aan het werkbezoek is echter letterlijk op de vingers van één hand te tellen. Organisaties waarderen het altijd als de raad bij hen langs komt en steken er ook tijd in. Spreker wil de leden van de raad daarom nog één keer verzoeken om voor deelname aan het werkbezoek tijd en ruimte vrij te maken, dit ondanks de drukke weken die men thans beleeft. De voorzitter wil dit verzoek met nadruk onderstrepen, omdat het goed is blijk te geven van belangstelling voor de eerste evaluatie van het door de raad vastgestelde preventieplan. 7. Algemene bestuurlijke aangelegenheden en financiën. 7.1 Aanbestedingsprocedure accountantsdiensten 2022 - 2025. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel besloten. 7.2 Verlenen van medewerking aan de instelling van een Ondernemersfonds. De heer Van der Wulp laat weten dat de fractie van de Partij van de Arbeid, hoewel zij van plan was de raad te vragen dit voorstel van de agenda voor deze vergadering af te voeren, zich ook op het toch behandeld worden hiervan heeft voorbereid. In de commissie heeft de fractie gevraagd van dit voorstel een debatstuk te maken, dit omdat zij dit na de antwoord van de portefeuillehouder op in de commissie gestelde vragen nog intern wilde kunnen bespreken.
Dat is gebeurd, terwijl zij ook heeft onderzocht in welke mate de voorgenomen instelling van het ondernemersfonds bekend was geworden en welk draagvlak daarvoor bestond. Tevens sprak zij met een ondernemer over de ervaringen die in de buurgemeente Zwijndrecht met zo'n fonds zijn opgedaan. Op grond van het solidariteitsbeginsel – maar dan wel met een verplichte deelname en betaling van een bijdrage – is dit een sympathiek voorstel. De fractie kan zich echter niet aan de indruk onttrekken dat er slechts met een klein deel van de ondernemers of afgevaardigden van hen is gesproken. Ook kan zij nog geen vinger krijgen achter de verwachting dat elke ondernemer naar rato van het bestaan van dit fonds zal kunnen profiteren. Voor sprekers fractie is een ander zwaarwegend punt het bestaan van onwetendheid over het voornemen tot instelling van dit fonds en dus ook over de waarde van verplichte deelname daaraan. Met de verenigingen en stichtingen die onroerend goed bezitten moet hierover namelijk nog worden gesproken. Terwijl zij al direct worden meegeteld bij de raming van de opbrengst van de verhoogde onroerendzaakbelasting hebben zij er nauwelijks een idee van wat dit voor hen gaat betekenen. In het te vormen bestuur van de Stichting Ondernemersfonds zullen ook zij moeten worden vertegenwoordigd.
Bij de verhoogde onroerendzaakbelasting gaat het om door de gemeente te innen gemeenschapsgeld. De portefeuillehouder moet nog eens uitleggen hoe straks de controle op de uitgaven van het fonds zal worden geregeld. Wat de fractie van de PvdA betreft, zal ook de gemeente in het stichtingsbestuur vertegenwoordigd moeten zijn. Alles overziende vindt de fractie van de PvdA dat de behandeling van dit raadsvoorstel had moeten worden aangehouden totdat alle genoemde zaken zouden zijn uitgezocht dan wel uitgevoerd. Het gaat voor haar om drie belangrijke zaken. Ten eerste moet er voor de instelling van het ondernemersfonds een breder draagvlak worden gecreëerd en moet daaraan een grotere bekendheid worden gegeven, zowel bij de ondernemers als – en vooral – bij de verenigingen en stichtingen. Ten tweede moet er met voorbeelden worden gekomen van de wijze waarop ook de verenigingen en stichtingen van het fonds zullen kunnen profiteren; in de bijlage bij het voorstel zijn daarvan nu alleen voorbeelden voor ondernemers genoemd. Ten slotte moet er gewerkt worden aan een concrete inrichting van het fonds, wat alleen kan gebeuren bij het hiervoor bestaan van een breed draagvlak bij alle partijen, partijen die ook in het stichtingsbestuur vertegenwoordigd zullen moeten zijn.
Vergadering van 4 oktober 2021.
7
De heer Neijman memoreert dat in de commissievergadering uitgebreid is gediscussieerd over de belastingautonomie van de gemeente en de daaruit volgende doelbinding wat de besteding van de belastingopbrengsten betreft; die besteding moet aan de gehele Ambachtse bevolking ten goede komen. Wanneer de raad als budgethouder daarvan wil afwijken, moet daarvoor wel een heel goede reden bestaan. Het dienen als doorgeefluik voor een stichting die ten doel heeft om voor een specifieke doelgroep belastingbetalers, de ondernemers in Hendrik-Ido-Ambacht, een veelheid aan initiatieven te gaan financieren, klinkt op zich sympathiek. De fractie plaatst echter vraagtekens bij het realiteitsgehalte hiervan als het gaat om de hoogte van de afstortingen in het ondernemersfonds en de daaruit te financieren uitgaven voor activiteiten. In de wijze waarop een en ander bestuurlijk wordt vormgegeven, kan zij zich vooralsnog vinden. Het ook als gemeente in deze stichting gaan participeren, zoals voorgesteld door de fractie van de PvdA, acht D66 op dit moment niet noodzakelijk. Sprekers fractie heeft bij het instemmen met dit voorstel zo haar aarzelingen, maar wil het wel een kans geven. Voor het overige wacht zij het antwoord van de wethouder op de inbreng van de PvdAfractie af.
Mevrouw Oelfke-ten Seldam constateert dat het enthousiasme voor het instellen van het ondernemersfonds vooral te vinden is bij het georganiseerd ondernemerschap. De voordelen van deze vorm van collectiviteit komen ten bate van de ondernemers, terwijl ook de kosten voor hun rekening komen. Door bij alle ondernemers en bij de maatschappelijke sector via de onroerendzaakbelasting de benodigde middelen binnen te halen, kan er in Ambacht aan het gezamenlijk oppakken van zaken worden gewerkt. Er is echter ook een groep die over dit voorstel nìet enthousiast is, dit vooral omdat zij vreest dat de gemeente het ondernemersfonds zal kunnen gaan gebruiken voor het daarop afschuiven van gemeentelijke taken. De fractie van de VVD wil van de wethouder de toezegging ontvangen dat er geen gemeentelijke taken op ondernemers zullen worden afgeschoven en dat, als een gebied als geheel een upgrade nodig heeft, de gemeente daartoe het voortouw zal nemen. Partijen in dit kader hebben enkele voorwaarden gesteld waaraan het ondernemersfonds moet voldoen om te kunnen slagen. Een voorwaarde is bijvoorbeeld dat er geen extra administratieve lasten mogen ontstaan, terwijl een andere voorwaarde zegt dat de trekkingsgebieden moeten overeenkomen met de huidige begrenzingen van gebieden waarin een winkeliersvereniging bestaat.
Hoe zal er aan deze voorwaarden worden voldaan, en wel op zo'n manier dat het voor alle deelnemers bindend zal zijn? Er wordt voorgesteld om de voor het ondernemersfonds benodigde bedragen door middel van subsidie aan de stichting te doen toekomen. Spreeksters fractie verkrijgt graag de toezegging dat de indexatie die het subsidieprogramma kent, niet ook op deze subsidie van toepassing zal zijn. Het zal dus moeten blijven bij het bedrag dat door middel van de verhoogde onroerendzaakbelasting wordt bijeengebracht. De heer Mol voert aan dat de fractie van Gemeentebelangen al in de commissievergadering heeft gezegd te kunnen instemmen met het instellen van het ondernemersfonds. Wel zijn er nog enkele opmerkingen te maken en vragen te stellen. De eerste vraag is of de besluitvorming in een trekkingsgebied per WOZ-adres wordt afgestemd, zodat zij niet gebaseerd zal zijn op de hoogte van de WOZwaardes. Anders zouden kleine ondernemers weinig inspraak hebben in de wijze van besteding van de gelden. Het instellen van het ondernemersfonds mag niet betekenen dat de gemeente zal afzien van haar normale inbreng in het in goede staat, schoon en veilig houden van de publieke ruimte. Van de proefperiode van drie jaar zal naar de mening van de fractie van Gemeentebelangen weinig stimulans uitgaan. Zij ziet dit meer als een zwaktebod aan de ondernemers.
Sommigen van hen vinden dat zij zich juist vanwege de onzekerheid die de proefperiode betekent moeten onthouden van het betuigen van instemming met het instellen van het ondernemersfonds. De werking van het fonds gaan evalueren is altijd mogelijk, maar het werken met een proefperiode betekent een onzekere factor.
Vergadering van 4 oktober 2021.
8
Ten aanzien van de bedrijfsstructuur van de stichting vindt Gemeentebelangen het belangrijk dat het in te stellen bestuur wordt samengesteld uit neutrale leden, dit om belangenverstrengeling te voorkomen. De fractie vraagt zich af of het instellen van een raad van toezicht dan nog wel noodzakelijk zal zijn. De heer Doevendans herinnert aan de uitgebreide discussie over dit voorstel in de commissievergadering. Voorafgaande aan die commissievergadering had Realistisch Ambacht al een column aan dit voorstel gewijd en wel op 13 juni 2021; de stukken waren er toen nog niet, maar men dacht al wel te weten welke kant het zou opgaan. Spreker wil uit die column iets voorlezen wat aangeeft wat het grootste probleem van zijn fractie met dit voorstel is. Onder het kopje "Vrijwillig of gedwongen" werd gezegd: "Ons probleem met dit ondernemersfonds is dat het college van SGP/ChristenUnie, Gemeentebelangen en het CDA deelname aan dit fonds wil afdwingen en forceren. Zij zijn van plan om de OZB voor niet-woningen te verhogen, waardoor alle ondernemers verplicht zijn hieraan mee te doen. Realistisch Ambacht is van mening dat deelname aan het fonds op basis van vrijwilligheid zou moeten gebeuren." Er staan in dit stukje nog meer interessante zaken en spreker raadt een ieder dan ook van harte aan om het nog eens te gaan lezen, maar zelf houdt hij het nu bij dit citaat.
Het is de kern van het probleem van zijn fractie met dit voorstel. Spreker gaat nòg iets voorlezen, iets wat te vinden is in de bijlage bij dit voorstel: "Het enthousiasme rond het ondernemersfonds en dus het voornaamste draagvlak zit bij het georganiseerd ondernemerschap. Dat is ook een logisch beeld; dat zijn de partijen die graag collectief iets willen bereiken, maar tegen problematiek aanlopen waarvoor een structurele financiële positie een oplossing zou kunnen bieden." Eigenlijk is het draagvlak cruciaal, en dat is ook de reden waarom de heer Van der Wulp bij de vaststelling van de agenda met zijn ordeverzoek kwam. Ook Realistisch Ambacht vraagt zich af of er onder degenen die aan dit fonds moeten gaan meebetalen – let wel: niet alleen de ondernemers, maar ook sportverenigingen, andere verenigingen en scholen, in het algemeen iedereen die met het moeten betalen van onroerendzaakbelasting voor niet-woningen van doen heeft – voldoende is gepeild hoe breed het draagvlak voor het instellen van het ondernemersfonds is. Net als de PvdA heeft de fractie van RA het gevoel dat het draagvlakonderzoek onvolledig is geweest, dus onvoldoende mensen heeft bereikt.
Een vraag aan de wethouder is of er eerst samen met de VAO en de Detailhandelsraad is geprobeerd om dit fonds op basis van vrijwilligheid ingesteld te krijgen, of dat men direct met z'n allen heeft besloten het fonds te gaan voeden door de onroerendzaakbelasting op niet-woningen te verhogen en de betaling daarvan een verplichting te laten zijn voor een ieder die daarvoor in aanmerking komt. Het voorstel laat zien dat er een zekere angst voor de zogeheten freeriders bestaat: 'Deze regeling wordt ingevoerd omdat een aantal ondernemers hieraan niet zou willen meebetalen.' Over het algemeen hebben zij daarvoor een goede reden. De fractie van RA gaat er niet vanuit dat de meerderheid van de ondernemers uit freeriders bestaat; het zal om uitzonderingen gaan. Waarom is dit fonds dan niet op basis van vrijwilligheid opgezet? Op het antwoord op één van de technische vragen wil spreker graag een toelichting ontvangen, namelijk de vraag of de sportverenigingen in het sportpark een eigen trekkingsgebied zullen krijgen; in dit voorstel wordt daarin nu niet voorzien. Spreker besluit zijn bijdrage in eerste termijn met de toezegging dat hij in de tweede termijn ook iets pósitiefs over dit voorstel zal zeggen.
De heer Scheurwater gaat ervan uit dat de wethouder in diens antwoord op het aanhoudingsverzoek van de PvdA terecht heeft betoogd dat aan de verenigingen en stichtingen voldoende inspraakmogelijkheden zijn geboden. Dit voorstel komt de organisaties en verenigingen van ondernemers ten goede doordat zij zich gezamenlijk voor een goede werking van het ondernemersfonds zullen gaan inspannen. Naast die sociale cohesie leidt dit voorstel ook tot economische cohesie. Er komt een onafhankelijke en dus zelfstandige Stichting Ondernemersfonds Hendrik-Ido-Ambacht. In het voorstel staat – spreker zet nu even
Vergadering van 4 oktober 2021.
9
zijn ondernemersbril op – dat de stichting elk jaar aan de gemeente verantwoording aflegt over de besteding van de middelen, zowel financieel als inhoudelijk – onder overlegging van een accountantsverklaring –, en ook over haar eigen exploitatie, "zodat de gemeente toezicht blijft houden op de bestedingssystematiek van middelen met een publieke oorsprong." Het fonds is echter nadrukkelijk onafhankelijk, bedoeld voor ondernemers en door hen gerund, terwijl de stichting ook een bestuur en een raad van advies krijgt. Moet de gemeente daar wel tussen gaan zitten, gelet op de verantwoordingsplicht van de stichting en de vereiste daarbij een accountantsverklaring te overleggen? De gelden in het fonds zijn immers door de ondernemers opgebracht. De fractie van EVA adviseert het college hier nog eens goed naar te kijken, eventueel bij de eerste evaluatie van de werking van het fonds. Wat haar betreft, kan het best een onsje minder. Uiteraard zal bij een faillissement zonder baten de opbrengst kleiner zijn, maar laat men erop vertrouwen dat dit niet zal voorkomen. De heer Struik haalt aan dat de gemeente, de VAO en de Detailhandelsraad in het Actieplan Lokale Economie hebben afgesproken om tot invoering van een ondernemersfonds over te gaan. Er is nu onderzocht of daarvoor in deze gemeente draagvlak bestaat.
Het hoofddoel van dit ondernemersfonds is dat de ondernemers de bijdragen die via de onroerendzaakbelasting op niet-woningen zullen worden geheven kunnen inzetten voor de bekostiging van collectief te nemen maatregelen of te organiseren activiteiten. In het voorstel is te lezen dat er ondernemers zijn die tegenover de instelling van een ondernemersfonds een welwillende houding aannemen, maar met een voorbehoud, en dat twee ondernemers hebben gezegd er tegen te zijn. Dit laatste blijkt vooral te zijn ingegeven door de overweging dat zij niet via de onroerendzaakbelasting willen bijdragen in de bekostiging van collectief te nemen maatrelen op bedrijventerreinen welke in hun ogen eerst een algehele upgrade nodig hebben. De fractie van AUB vraagt het college nu of er nogmaals met de bedoelde ondernemers is gesproken met als doel hen alsnog over de streep te trekken. Aangaande de in het voorstel genoemde trekkingsgebieden heeft de fractie de vraag of zij geheel Hendrik-Ido-Ambacht beslaan. Zijn er in deze gemeente nog agrarische ondernemers, en waar moet men in dit verband de diverse losse ondernemers plaatsen? Denk bijvoorbeeld aan Florensis, Van Nes Plantenhandel, De Koning Groente en Fruit, Baan Stoffering en Koetsenverhuur, caravanstallingsbedrijven enzovoort.
Doen ook zij mee aan dit ondernemersfonds, of krijgen zij, zonder dat zij dit willen, de instelling van dit fonds op hun bord gedeponeerd met de mededeling dat zij dit maar hebben te slikken? De fractie van AUB is van mening dat het aan de ondernemers in de buitengebieden moet worden overlaten of zij wel of niet aan dit ondernemersfonds zullen gaan deelnemen. Zij dienen dus niet zonder meer met een ten gunste van dit fonds door te voeren verhoging van de onroerendzaakbelasting te worden belast. De heer Lagendijk noemt het namens de CDA-fractie een prima plan om in Hendrik-Ido-Ambacht een ondernemersfonds op te richten, vooral omdat dit gebeurt op initiatief van de ondernemers en ook voor hen bedóeld is. Het is belangrijk dat dit initiatief door de gemeente wordt gestimuleerd en gefaciliteerd. In feite is dit de beste vorm van burger- of, beter gezegd, ondernemerparticipatie die men zich kan wensen. De CDA-fractie begrijpt de wens van de PvdA dat er meer onderzoek zal worden uitgevoerd, maar haars inziens bestaat er in dit plan alle ruimte voor het verder ontwikkelen van het fonds en het uitvoeren van verder onderzoek. Vandaar ook dat het tarief een opbouw vertoont en dat er een evaluatiemoment is gepland, namelijk drie jaar na de instelling van het fonds.
Het lijkt er dus op dat een en ander niet in beton is gegoten, maar dat er mogelijkheden blijven bestaan om bij te sturen, bij te schaven en te leren. Een fonds als dit heeft ook tijd nodig heeft om bekend te worden en om de ondernemers en andere betrokkenen de voordelen ervan te laten ontdekken. De indruk van de CDA-fractie van het draagvlakonderzoek en de toelichting die portefeuillehouder daarop in de commissievergadering heeft gegeven, is dat alle betrokken partijen in ieder geval in de gelégenheid zijn gesteld om op het voornemen tot instelling van dit fonds te reageren of daarover mee te denken. Dat van die gelegenheid beperkt gebruik is gemaakt, is jammer.
Vergadering van 4 oktober 2021.
10
De portefeuillehouder heeft in de commissie toegelicht dat de categorie maatschappelijke instellingen in dit fonds een bijzondere plek inneemt. Er zal samen met deze instellingen worden onderzocht hoe er tot een gezamenlijke inzat kan worden gekomen, bijvoorbeeld in een sectoraal trekkingsgebied. Op pag. 4 van het rapport over het draagvlakonderzoek is vermeld dat het eerste beeld is dat een dergelijke opzet met betrekking tot het maatschappelijk vastgoed daaraan een bijdrage kan leveren. Bovendien zijn de opzet en de aanbevelingen die mevrouw Floor Dil (extern adviseur, HR-manager Stout Groep) in de commissie heeft toegelicht gebaseerd op ervaringen die in andere gemeenten zijn opgedaan; dit is dus niet iets nieuws. Tot slot vindt de CDA-fractie het van groot belang dat het fonds en de werking ervan in de praktijk na drie jaar goed zullen worden geëvalueerd. Zij verzoekt het college dit in de uitwerking een plek te geven. De heer Platschorre brengt naar voren dat men in de commissievergadering lange tijd bij dit voorstel tot instelling van een ondernemersfonds heeft stilgestaan. Er zijn vele vragen over gesteld, terwijl de wethouder ook nog het nodige heeft verduidelijkt. De raad werd al in mei over dit initiatief geïnformeerd, waarbij uit de doeken is gedaan welke kant het plan opging.
Het betreft een actiepunt en een initiatief in het Actieplan Lokale Economie – bij de vaststelling daarvan is dit onderwerp al besproken – en er is uitgebreid onderzocht of hiervoor onder ondernemers draagvlak bestaat. De fractie van SGP/ChristenUnie is blij met de daaruit gebleken breedte van het draagvlak en is ook benieuwd tot welke voorstellen, eventueel innovatieve voorstellen, de werking van dit fonds per trekkingsgebied zal opleveren. Zij hoopt voorts dat dit fonds de cohesie tussen ondernemers en andere partijen zal bevorderen en dat het fonds zijn bestaansrecht zodanig zal bewijzen dat hiervoor bij de evaluatie ervan nog steeds een voldoende breed draagvlak zal bestaan. De fractie gaat voorts akkoord met de verhoging van het onroerendzaakbelasting-tarief voor niet-woningen en met het beschikbaar stellen van de opbrengst daarvan aan de Stichting Ondernemersfonds Hendrik-Ido-Ambacht. Wethouder Flach zou, kijkend naar de lengte van ieders inbreng en het aantal nu nog gestelde vragen optellend bij alles wat in de commissievergadering al over dit voorstel is gezegd, bijna denken dat Hendrik-Ido-Ambacht de eerste gemeente in Nederland is waarin een fonds als dit wordt ingesteld. Niets is echter minder waar, want al een 50-tal gemeenten werkt met succes met dit middel.
Nadat hiermee een jaar of acht geleden in Leiden was begonnen en dit succesvol bleek te zijn – gekoppeld aan de wettelijke mogelijkheden die er via de onroerendzaakbelasting zijn, wat goed getoetst is –, is en wordt dit middel op steeds meer plekken in dit land ingezet. Zowel de gemeente als de VAO heeft ook al herhaaldelijk de vraag gekregen of er ook hier tot de instelling van een ondernemersfonds zou kunnen worden gekomen, bijvoorbeeld net zoals in de buurgemeente Zwijndrecht, waar zo'n fonds al een vijftal jaren actief is. De voorzitter van de stichting aldaar was de oud-burgemeester van Ambacht – of dit nog steeds het geval is, weet spreker niet –, door wie spreker en ook vele ondernemers enkele keren zijn aangesproken over de werking en de effectiviteit van een ondernemersfonds. Een en ander heeft ertoe geleid dat Ambachtse ondernemers aan de gemeente hebben laten weten voor het instellen van zo'n fonds te zijn. Men weet dat hij zeer regelmatig spreekt met de VAO en de Detailhandelsraad – dit is hedenmorgen nog gebeurd – en dat zij in een gezamenlijke setting één keer per vier jaar werken aan het Actieplan Lokale Economie. In dat verband is de wens geuit dat er ook in HendrikIdo-Ambacht tot de instelling van een ondernemersfonds zou worden gekomen.
De eerste reden daarvan is dat er voldoende onderwerpen zijn – dit bleek ook uit het actieplan – waarbij collectiviteit van belang is, bijvoorbeeld in het kader van de energietransitie, bij het vergroten van de kwaliteit van buitenruimten waarvan het onderhoud niet tot de gemeentelijke taken behoort, enzovoort. Andere voorbeelden heeft men in de stukken kunnen lezen en ook enkele keren kunnen horen noemen. Men kan zich afvragen waarom er niet op basis van vrijwilligheid tot het instellen van een ondernemersfonds wordt overgegaan. Het is een even vriendelijke als naïeve veronderstelling van de heer Doevendans dat dit zou werken. In de praktijk blijkt dat niet zo te zijn. De heer Doevendans is zelf ondernemer en spreker is dat geweest, en met alle respect voor hun soortgenoten moet hij vaststellen
Vergadering van 4 oktober 2021.
11
dat zij niet allen gelijk zijn. In de praktijk zijn er altijd een groep koplopers, een kleinere groep mensen die na enig aandringen wil meedoen en een grote groep die denkt: 'Als ik niks doe en afwacht, gebeurt het toch wel en profiteer ik mee.' Die laatste groep noemt men freeriders; dit mag men tegenover die ondernemers niet vriendelijk vinden, maar dit is gewoon een praktijkverschijnsel, iets wat alle ondernemers zullen kunnen bevestigen. Daardoor krijgt vaak een beperkt aantal schouders collectieve lasten te dragen en dat wil men in Hendrik-Ido-Ambacht niet meer. Als een aantal dingen wordt vastgezet, verwacht men ook dat iedereen eraan meedoet, en zo is het ook in de stukken terechtgekomen. Eén van de drijfveren is dat er zaken op de rol staan die ook van collectief belang kunnen zijn en dat het daarom goed is die met elkaar op te pakken.
Spreker heeft tot de ondernemers gezegd: 'Als gemeente kunnen wij het middel van een ondernemersfonds instellen, want dat is een zaak voor de gemeenteraad, maar wij zullen dit niet zómaar doen, maar na het uitgevoerd hebben van een draagvlakonderzoek, want wij hebben niets aan een fonds waarin het grootste deel van de ondernemers niet wil deelnemen.' Al helemaal in het begin zijn er enkele varianten van een ondernemersfonds overwogen, zoals een bedrijfsinvesteringszone., en het bleek dat een ondernemersfonds de meeste voordelen zou bieden. In februari 2020 is er gestart met het draagvlakonderzoek en de informatievoorziening. Degenen die toen de VAO-jaarvergadering hebben bezocht, weten dat mevrouw Dil reeds toen de eerste uitleg over de mogelijkheden van een ondernemersfonds heeft gegeven. De Coronapandemie heeft vervolgens in die zin roet in het eten gegooid dat er moest worden besloten de instelling van een ondernemersfonds een jaar uit te stellen, daar er nauwelijks een fatsoenlijk draagvlakonderzoek kon worden uitgevoerd. Men kon namelijk mensen niet in persoon ontmoeten, terwijl het maken van contact al sowieso lastig was; bovendien hadden mensen toen wel wat anders aan hun hoofd dan het praten over het idee van het instellen van een ondernemersfonds.
Er is dus in goed overleg besloten deze zaak een jaar uit te stellen, waarna het draagvlakonderzoek alsnog heeft plaatsgevonden. Men kan in de stukken lezen hoe dat is gedaan. Spreker werpt elke suggestie dat het draagvlakonderzoek niet breed genoeg opgezet is geweest verre van zich. Wel is het waar dat de òpkomst niet altijd geweldig is geweest, maar door middel van nieuwsbrieven, de lokale krant, uitnodigingen via de website van de VAO en gerichte brieven is aan de ondernemers naar hun mening gevraagd. Daarop is op zich ook goed gereageerd. De eerste soort reacties getuigde van enthousiasme en de tweede soort liet zien dat men eerst beter uitgelegd wilde hebben wat een ondernemersfonds zou inhouden; uit die reacties bleek een zekere scepsis. De gegeven toelichting op wat een ondernemersfonds aan mogelijkheden biedt, zowel in voordelige als in nadelige zin, heeft ook een aantal ondernemers ervan overtuigd dat het instellen ervan nog niet zo gek zou zijn. Er is in verschillende verdiepingssessies met ondernemers gesproken, ook met ondernemers die in eerste instantie niet positief ingesteld waren – de heer Struik vroeg daarnaar –, en met een goed resultaat.
Er is op enig moment ook de voorzitter van de Ondernemersvereniging Walburg bij betrokken, die de werking voor Walburg van het in Zwijndrecht bestaande fonds heeft toegelicht; met name voor de winkeliers was dat een heel nuttig gesprek. Het kwam aan het einde van het proces als een verrassing dat jurisprudentie laat zien dat het uitzonderen van bepaalde categorieën niet mogelijk is. Het plan was dit fonds echt voor de ondernemers te laten zijn; de gemeente betaalt ook wel onroerendzaakbelasting, maar zij zou worden uitgezonderd – voor haar bestaat er al een ander fonds –, evenals stichtingen en verenigingen. Dit zou worden opgelost door middel van een regelmatige terugstorting van het retributiebedrag, maar dat bleek niet mogelijk te zijn. Dit leidde tot het praktische probleem dat hierover nog niet heel diepgaand met stichtingen en verenigingen had kunnen worden gepraat. Zij waren wel voor een gesprek uitgenodigd, ook in de fase van het draagvlakonderzoek, maar de opkomst was toen zeer gering, dit ondanks het feit dat zij niet wisten of de instelling van een ondernemersfonds ze wel of niet zou raken. Er zijn vanuit deze hoek slechts enkele reacties gekomen, inhoudend dat men op zich wel iets in een vorm van collectiviteit of iets dergelijks zag. Ten aanzien van die categorie is er dus echt nog wel wat te doen.
Overigens zouden stichtingen en verenigingen minder dan 20 % van het fonds gaan opbrengen; het zou dus om een kleiner aandeel gaan. Men kan zich indenken dat vooral binnensportverenigingen – buitensportverenigingen bezitten vastgoed waarover zij onroerendzaakbelasting betalen – baat zouden kunnen hebben bij een vorm van collectiviteit. Er zijn nu dingen die men gezamenlijk voor rekening
Vergadering van 4 oktober 2021.
12
van de clubs onderneemt en dit zou ook prima met gebruikmaking van een ondernemersfonds kunnen gebeuren. Spreker ziet dus nog wel aanknopingspunten. Dit is trouwens een onderwerp waarmee alle ondernemersfondsen in Nederland te maken hebben, dus ook de elders reeds bestaande 49 fondsen. De heer Van der Wulp zei de indruk te hebben gekregen dat er maar met een klein deel van de ondernemers is gesproken. Spreker bestrijdt dit, want de VAO heeft haar ongeveer 130 leden heel intensief bij dit onderwerp betrokken; er is met die organisatie ook heel intensief gesproken. Ook is er gesproken met voorzitters van winkeliersverenigingen en met individuele ondernemers. Direct of indirect is dus het merendeel van de ondernemers bereikt. Op de vraag van de heer Van der Wulp hoe men nu van het ondernemersfonds zal kunnen profiteren, is het simpele antwoord dat men wat men er in heeft gestopt, er in een collectieve vorm ook weer uit zal kunnen halen en wel door het werken met trekkingsgebieden. Men heeft kunnen zien om welke bedragen het per trekkingsgebied zal kunnen gaan. Overigens moet men zich er geen overdreven verwachtingen van maken. Zo kan men voor bijvoorbeeld het bedrag van € 5.000 voor het trekkingsgebied Louwersplein collectief leuke dingen doen, maar het is niet een bedrag waarvan een ondernemer per se wakker zou moeten liggen.
Die taxatie hebben de ondernemers er ook zelf aan gegeven. Waarom de verenigingen en stichtingen nog niet intensief bij het overleg over het instellen van een ondernemersfonds zijn betrokken – de heer Van der Wulp constateerde dat terecht – heeft spreker in het voorgaande al uitgelegd, daarbij vermeldend wat daaraan nog zal kunnen worden gedaan. Voorts deed de heer Van der Wulp de suggestie dat de gemeente zitting zou moeten nemen in het bestuur van de Stichting Ondernemersfonds Hendrik-Ido-Ambacht. Daarvoor is met opzet niet gekozen, daar, zoals de heer Scheurwater al zei, de stichting aan de gemeente verantwoording zal moeten afleggen over de besteding van de geïnde belastinggelden. Als de gemeente in het bestuur zou worden vertegenwoordigd, zou dat kunnen leiden tot het verwijt dat er dubbele belangen worden behartigd. Straks zal spreker er nog op ingaan dat men overigens niet aan het bestaan van dubbele belangen kan ontkomen, daar de in het stichtingsbestuur zitting hebbende ondernemers een belang bij de besteding van de middelen zullen hebben. Het noemen van voorbeelden van bestedingen is in de fase van de draagvlakverwerving heel intensief gedaan; voor sommigen bracht dat ook helderheid. De heer Neijman bekeek het onderwerp ook vanuit de fiscale invalshoek.
Spreker begrijpt de scepsis met betrekking tot het in feite inzetten van een belasting als middel om tot een subsidieverlening aan ondernemers te kunnen komen; wettelijk kan het, maar in de belastingregelgeving is dit wel een bijzonderheid. Voorts zette de heer Neijman vraagtekens bij de realiteit van de te heffen bedragen in relatie tot hetgeen daarvoor allemaal zou kunnen worden gedaan. Er is gezegd dat er voorzichtig wordt begonnen met een bedrag van € 30 per ton, oplopend tot € 70 per ton. Als na drie jaar blijkt dat het ondernemersfonds heel succesvol heeft geopereerd, is het aan de ondernemers zelf om eventueel met een voorstel inzake een hóger bedrag te komen. Het bedrag waarmee nu wordt begonnen zou genoeg moeten zijn voor de realisering van op zo korte termijn te formuleren ambities. Dat er, zoals mevrouw Oelfke zei, ook een groep niet-enthousiaste ondernemers is, komt vooral doordat zij beducht zijn dat de gemeente met de instelling van het ondernemersfonds taken van zich zal kunnen gaan afschuiven. Ook het college heeft vragen gehoord als: 'Gaat u ons eerst extra belasting opleggen om daarna een aantal gemeentelijke taken door een collectief van ondernemers te laten uitvoeren?' Spreker heeft de ondernemers gezegd dat dit niet de bedoeling is en ook niet achter dit voorstel zit.
Het is puur een actie van de gemeente om ondernemers in de gelegenheid te stellen om collectief dingen te ondernemen. De gemeente wordt er geen cent beter van. Sterker nog: bij de vaststelling van de winternota in 2019 zijn hiervoor middelen beschikbaar gesteld. Bovendien gaat ook de gemeente onroerendzaakbelasting aan het fonds betalen. Van het afschuiven van gemeentelijke taken zal dus geen sprake zijn. Wel kan men zich voorstellen dat er in sommige gebieden wensen bestaan, ook qua openbare ruimte, die wat verder gaan dan wat er in de rest van de gemeente wordt gedaan. Men kan dan gezámenlijk actie ondernemen. Als men bijvoorbeeld vraagt om in plaats van normale
Vergadering van 4 oktober 2021.
13
lantaarnpalen koperen lantaarnpalen neer te zetten, kunnen het fonds en de gemeente daartoe na een gesprek gezámenlijk overgaan. Kortom, de gemeente gaat geen normale taken naar de ondernemers afschuiven. De voorwaarden waaraan het ondernemersfonds moet voldoen, zullen in de opzet ervan worden verwerkt; in het voorstel is dit al te lezen. Het is niet juist om, zoals mevrouw Oelfke deed, een relatie te leggen tussen de via het fonds te verstrekken subsidie en het subsidieprogramma. Het indexeren van subsidies geldt in dit geval dus niet, want dat is gericht op prestaties die de gemeente van de ontvangers vraagt. In het kader van het ondernemersfonds gaan de ondernemers zèlf over de prestaties. De heer Mol vroeg of het werken met een proefperiode niet een zwaktebod ten opzichte van de ondernemers is. Spreker denkt van niet. Hij zei al dat de gemeente met dit voorstel is gekomen naar aanleiding van een door de ondernemers zelf geuite wens, en dan is het niet vreemd om na drie jaar na te gaan hoe de werking van het fonds de ondernemers is bevallen. Hij heeft het vertrouwen dat het ondernemersfonds geen eendagsvlieg, maar een blijvertje zal blijken te zijn. Voorts bepleitte de heer Mol om het stichtingsbestuur uit neutrale leden te laten bestaan, teneinde belangenverstrengeling te voorkomen.
Dat kan het college niet toezeggen, want de ondernemers die het fonds gaan runnen, hebben ook een positie in de trekkingsgebieden. Er zal dus altijd sprake zijn van dubbele belangen, maar zolang men daarover maar helder is en naar een afstemming met het eigen trekkingsgebied zoekt, is er geen probleem. Het hebben van neutrale bestuursleden zou ook een extra en tot onnodige kosten leidende laag kunnen vormen en een gebrek aan draagvlak kunnen bewerkstelligen, want men zou dan een onafhankelijk bestuur krijgen, terwijl het juist de bedoeling is dat ondernemers het zèlf gaan doen. De heer Doevendans gaat natuurlijk over zijn eigen woordkeuze. In zijn bijdrage koos hij voor het gebruik van woorden als 'afdwingen' en 'forceren', woorden die het wezenskenmerk van èlke belasting weergeven. Net als andere leden van de raad gaat de heer Doevendans elk jaar akkoord met het heffen van belastingen van ondernemers en daarmee dwingt en forceert hij hen tot betaling daarvan. Dat is een taak van de raad. Het grappige met betrekking tot deze 7 % is dat de ondernemers zelf bij de gemeente op de deur hebben geklopt met de vraag of het niet een paar procent méér zou moeten worden. Bij andere belastingen heeft spreker zoiets nooit meegemaakt. Zo gezien, is dit bijna een soort vrijwillige belasting, zij het dat een aantal ondernemers hierover anders denkt.
Voor degenen die het nog gemist mochten hebben: het ondernemersfonds is gekoppeld aan vastgoed bezittende ondernemers, verenigingen en stichtingen. Een stichting die geen onroerendzaakbelasting betaalt, of een ondernemer die vanuit zijn huis werkt, dus een ZZP'er, betaalt dus niet mee aan dit fonds, tenzij die woning onder het bedrijfs-onroerend goed valt, maar daarover bestaat aparte jurisprudentie. In het begin van zijn antwoord is spreker al op een aantal opmerkingen van de heer Doevendans ingegaan. Reageren op diens columns doet hij niet, maar wel wil hij nog ingaan op de vraag of er voor sport en maatschappelijke voorzieningen aparte trekkingsgebieden zouden moeten gelden. Hij denkt van wel; zij zijn dermate afwijkend van de rest dat het logisch is er aparte trekkingsgebieden van te maken. Zo is het voorstelbaar dat het sportpark Schildman een trekkingsgebied vormt en dat er wordt geprobeerd de culturele voorzieningen te koppelen, maar dit is een kwestie van uitwerking. Het college zal zich daarover graag met de verenigingen en stichtingen zelf gaan buigen, net zoals het met de ondernemers die nu nog niet in een trekkingsgebied of in een heel klein trekkingsgebied zitten nog het gesprek zal aangaan over de vraag of het voor hen de moeite aard is om het zó te doen, of dat zij zich willen aansluiten bij een ander en groter trekkingsgebied.
De fractie van EVA komt de eer toe als eerste het begrip 'economische cohesie' te hebben gebruikt. Er ontstaat door de vorming van het ondernemersfonds inderdaad economische cohesie – een vaststelling die helaas niet van het college zelf afkomstig is –, want hoe men het ook wendt of keert, de ondernemers zullen meer met elkaar moeten gaan doen, een trend die in de gehele maatschappelijke ontwikkeling past. Er moet in de samenleving steeds meer worden samengewerkt, een besef dat men ook steeds meer bij ondernemers aanwezig ziet, zeker bij Ambachtse ondernemers. Er wordt samengewerkt op het gebied van verduurzaming en bij de uitvoering van sociale opgaven, en daarbij past
Vergadering van 4 oktober 2021.
14
een collectieve vorm van financiering. Bij winkeliers bestaat deze al heel lang – zij betalen al lange tijd collectieve bijdragen – en dit gaat nu ook voor andere ondernemers een rol spelen. Tussen de regels door is er reeds op de opmerkingen van de heer Struik ingegaan. Dit geldt ook voor wat de heer Lagendijk naar voren bracht. Deze zei terecht dat iedereen in de gelegenheid is geweest om een mening over het voornemen tot instelling van het ondernemersfonds te geven. Op het geven van die mening is ook aangedrongen en het was ook voor het college teleurstellend dat de opkomst erg laag is gebleven. Het voert liever een gesprek met een paar honderd ondernemers dan met alleen een gering aantal vertegenwoordigers van hen. De geringe opkomst heeft mede als oorzaak dat veel communicatie via voorzitters van verenigingen en stichtingsbesturen loopt. Dat is niet erg, maar er mag dan wel van worden uitgegaan dat die voorzitters nog met hun leden over het besprokene zullen communiceren. De heer Platschorre zei benieuwd te zijn naar de initiatieven die het werken met het ondernemersfonds zal gaan opleveren. Ook spreker is daarnaar heel benieuwd. Met de instelling van het ondernemersfonds wordt de ondernemers een handreiking gedaan om iets met een bedrag van een ton tot ruim twee ton te gaan doen.
Spreker heeft er alle vertrouwen in dat zij dit geld met elkaar op een heel goede manier zullen gaan besteden, in het belang van uiteindelijk alle ondernemers en wellicht zelfs ook van alle ìnwoners van Hendrik-Ido-Ambacht. De heer Van der Wulp dankt de portefeuillehouder voor diens uitgebreide uiteenzetting, die deels ook al in de commissievergadering was gegeven. Op voorhand is te bedenken dat stichtingen en verenigingen geen ondernemers zijn. De wethouder had het juist heel vaak over ondernemers, ondernemers en ondernemers. Wat de verwachte cohesie betreft, denkt spreker dat deze er alleen uit zal bestaan dat iedereen aan het fonds gaat meebetalen, dus ook de stichtingen en verenigingen. Er moet trouwens nog steeds met hen worden gesproken over de vraag wat het ondernemersfonds voor hen zal betekenen en kunnen opleveren. Het gaat om verenigingen en stichtingen met vastgoed, zei de wethouder, maar spreker meent dat het in Nederland wettelijk mogelijk is om instellingen met vastgoed uit te sluiten van de verplichting tot betaling van onroerendzaakbelasting. Dit geldt bijvoorbeeld voor kerkelijke organisaties: zij hebben leden, die wel of niet verplicht zijn tot het geven van bijdragen, en bezitten kerkgebouwen, maar toch betalen zij geen onroerendzaakbelasting. Dit is nu eenmaal wettelijk zo geregeld. Niet alle vastgoedbezitters betalen dus onroerendzaakbelasting.
Spreker zou graag zien dat verenigingen en stichtingen met onroerend goed van het moeten gaan meebetalen aan het ondernemersfonds zouden worden uitgesloten, waarna de instelling van dit fonds snel haar beloop zou kunnen krijgen. De wethouder zei dat zij toch maar een klein bedrag aan het fonds zouden gaan bijdragen en dus ook maar weinig subsidie zouden terugkrijgen. Bovendien zouden zij die subsidie geheel kunnen gaan mislopen, want in Ambacht is men niet scheutig met het verlenen van subsidies aan verenigingen. Het bij het fonds betrekken van de bedoelde verenigingen en stichtingen ziet spreker voor hen dan ook niet als een extra mogelijkheid, maar als een extra gevaar, uitgaande van de antwoorden die tot nu toe gegeven zijn. Op zichzelf is het heel welkom dat het ondernemersfonds vanuit het solidariteitsbeginsel gaat werken, dat dit tot economische cohesie zal leiden, dat alle deelnemers naar rato van hun inbreng van de werking van het fonds zullen kunnen gaan profiteren en dat dit niet zal afdoen aan de door de gemeente zelf uit te voeren taken. Dit is allemaal fantastisch en zou, als het hierbij bleef, direct sprekers handtekening kunnen verkrijgen, maar voor hem blijft er nog het punt van de deelname door verenigingen en stichtingen.
Wellicht zal hij de voorzitter straks vragen om, voordat er een beslissing wordt genomen, de vergadering een ogenblik te schorsen voor het kunnen voeren van beraad met zijn partijgenoten. De heer Neijman moet zeggen dat de fractie van D66 bij dit voorstel aarzelingen behoudt wat het punt van de deelname door stichtingen en verenigingen betreft, maar gelet op de toezegging van de portefeuillehouder dat hieraan de nodige aandacht zal worden gegeven en op het voor haar heel belangrijke feit dat het fonds voorlopig voor een periode van slechts drie jaar is bedoeld, waarna de
Vergadering van 4 oktober 2021.
15
werking ervan goed zal worden geëvalueerd, kan zij thans met dit voorstel instemmen en wil zij het dus een kans geven. Mevrouw Oelfke-ten Seldam geeft toe dat Hendrik-Ido-Ambacht niet de eerste gemeente in Nederland is waarin tot het instellen van een ondernemersfonds wordt overgegaan, maar wel is de huidige raad de eerste die gevraagd is zich over een voorstel daartoe uit te spreken. Het is dus logisch dat er vanuit de raad vragen zijn gekomen. Zoals de wethouder zei, is het college verrast door praktische problemen die zich bleken voor te doen, bijvoorbeeld met betrekking tot de retributie van de maatschappelijke sector. Het is dus niet vreemd dat er over dit voorstel lang wordt gepraat. De fractie van de VVD deelt de zorgen van andere partijen aangaande de deelname door de maatschappelijke sector en de stichtingen en verenigingen. De wethouder wordt bedankt voor de beantwoording van de door de fractie gestelde vragen; dit heeft voor de benodigde duidelijkheid gezorgd. Het ondernemersfonds is bedoeld voor en door ondernemers en de fractie wil bij het werken met dit fonds geen bemoeienis van de gemeente. De gemeente is alleen incasseerster van de onroerendzaakbelasting, een taak die alleen door haar kan worden uitgevoerd. Volgens de wethouder is onder meer de VAO met het verzoek gekomen om over te gaan tot instelling van een ondernemersfonds.
Spreeksters fractie wil erop wijzen dat niet alle bij de VAO aangesloten ondernemers over dit voorstel louter positief gestemd zijn. Uit een rondgang onder VVD-leden die ondernemer zijn bleek evenmin dat zij er unaniem positief over denken. Wel moet er nu na een afweging tot een besluit over dit voorstel worden gekomen. Naar aanleiding van de barbecue die twee weken geleden is gehouden, heeft de fractie nog de vorige week een gesprek met de voorzitter van de VAO gehad, en eerlijk gezegd heeft hij haar toen van het nut en de noodzaak van het ondernemersfonds overtuigd. Hiermee wil spreekster de wethouder overigens niet te zeer te kort doen, maar van de bedoelde voorzitter heeft de fractie de voorbeelden gehoord welke haar ervan hebben overtuigd dat het de moeite waard zal zijn om met de instelling van het ondernemersfonds te starten. De heer Van Hartingsveldt: "Is het een idee om de voorzitter van de VAO te vragen bij àlle VVDleden langs te gaan en te proberen ook hèn te overtuigen?" Mevrouw Oelfke-ten Seldam: "Heel goed dat u dat vraagt. Ik heb dit de voorzitter van de VAO ook voorgelegd en hij zou erover nadenken." De heer Mol laat weten dat de fractie van Gemeentebelangen, gehoord het antwoord van de wethouder, met het voorstel akkoord kan gaan. De heer Doevendans constateert een fundamenteel verschil van benadering van ondernemers tussen het college en Realistisch Ambacht.