CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht van annotaties voor Bijlage bij raadsvoorstel 9.2

raadsvergadering openbaar 5 juli 2021, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Transitie Warmte 2021981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht van annotaties voor Bijlage bij raadsvoorstel 9.2 TVW 2021 Drechtsteden - Bijlagen: Pagina 11: Tekst Kunnen wij de berekende kosten per BAG pand (basisregistratie adressen en gebouwen) krijgen om te beoordelen of dit hout snijdt? En uiteraard ook de berekeningen voor de Kostendefinitie Dit alles voor alle warmteopties. De kosten per woning zijn berekend op basis van een combinatie woningtype en bouwjaar. De kosten voor alle combinaties staan in paragraaf 2.4. De berekende kosten voor de onrendabele top (het deel van de investering dat zichzelf niet terugverdient) staat in paragraaf 2.4.2. De financiële en technische parameters die gehanteerd zijn in de netto-contante waardeberekening staan in paragraaf 2.4.3. Hier wordt toegegeven dat er niet echt onderzoek gedaan is in het WTM naar duurzaam gas maar dat er uitgegaan is van een aanname. Wat is het risico als er verkeerde keuzes volgen uit deze aanname? Het risico is enerzijds dat er minder duurzaam gas beschikbaar komt dan verwacht en anderzijds dat er meer beschikbaar komt dan verwacht. Ook bestaat de kans dat het eerder of later komt. De geraadpleegde bronnen (dezelfde die gehanteerd zijn in het Klimaatakkoord) wijzen erop dat er waarschijnlijk slechts beperkt duurzaam gas beschikbaar zal komen voor de gebouwde omgeving.

Daarom is de transitievisie warmte in belangrijke mate erop gericht om zoveel mogelijk gas te besparen. Enerzijds door warmtevraagbeperking, anderzijds door gasvrije warmteopties of hybride technieken die veel minder gas gebruiken. De transitie voltrekt zich stapsgewijs tussen nu en 2050. Dat betekent concreet dat het gasnet op de meeste plekken de komende jaren nog gewoon blijft liggen. Als er inderdaad meer duurzaam gas beschikbaar komt, en eerder, dan herijken we de transitievisie daarop en verwachten we in het eindbeeld meer inzet van duurzaam gas. Daar waar we al op korte termijn beginnen met gasvrije warmteopties wordt voldaan aan alle randvoorwaarden zoals beschikbaarheid van duurzame bronnen en een betaalbare overstap, met behulp van subsidie zoals de SAH-subsidie voor de corporaties. Kunt U verklaren waarom HVC, onze afvalverzamelaar, zoveel kennis heeft van ALLE warmtebronnen in deze regio? HVC is een afvalenergiebedrijf met een veel bredere expertise dan alleen afvalverwerking. HVC beschikt over een eigen geologische dienst voor geothermisch en aquathermisch onderzoek en neemt deel aan verschillende geothermieprojecten in het Westland en Noord-Holland. Daarnaast heeft HVC reeds ervaring met verschillende warmteopwektechnieken en levert zij op diverse plekken in het land al warmte aan de gebouwde omgeving. Vanuit die achtergrond is de expertise verklaarbaar.

Kunnen we een specificatiedocument krijgen die deze gegevensverrijking beschrijft? De vraag ligt bij HVC of dit document gedeeld mag worden.

Graag een specificatie hoe Over Morgen tot deze kentallen gekomen is. Als dat echt de tabel op de volgende bladzijde is klopt dit uiteraard niet helemaal.... Je kunt niet zo eenvoudig generaliseren in bouwjaar en type woning, maar ook zeker niet in bouwjaren en energielabel! Overigens... de categorie half-vrijstaand zit hier al niet tussen De basis voor de kostenkengetallen zijn de “Investeringskosten energiebesparende maatregelen”, van RVO en opgesteld door Arcadis: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/technieken-beheer-en innovatie/investeringskosten-energiebesparende-maatregelen Deze kengetallen zijn op basis van eigen projectervaring van Over Morgen aangescherpt. Deze kostendatabase wordt ook gebruikt voor andere gangbare

modellen, zoals Vesta MAIS van het PBL. Daarbij merken we op dat niet alleen het model van Over Mogen is gebruikt voor deze transitievisie warmte, ook Vesta MAIS van PBL en het model van Stedin (Openingsbod) zijn gebruikt. Het detailniveau van woningtype en bouwjaar is voldoende voor de transitievisie warmte omdat de transitievisie warmte een abstract detailniveau heeft. Deze modellen zouden niet geschikt zijn om op individuele woningen een analyse te doen. De foutmarge die ontstaat door aggregatie naar buurten en onzekerheid op woningniveau wordt in het model van Over Morgen ondervangen door een bandbreedte in de kosten. Pagina 15 Waarom wordt die maatschappelijke kosten berekening niet voor ALLE buurten gedaan? De drie gehanteerde modelstudies hebben ieder een eigen methodiek en criteria voor wanneer welke berekeningen worden gedaan. Redenen waarom een buurt geen berekening krijgt: te laag aantal gebouwen in een buurt, reeds een bestaand warmtenet in een buurt, een buurt die is aanwezen als Proeftuin Aardgasvrije Wijken en waarvoor dus al een warmteoptie is gekozen. Pagina 17: Text Kunnen wij de gedocumenteerde onlogische uitkomst per buurt ontvangen? Pagina 25: Text Ja natuurlijk, als je genoeg geld hebt en het ook wil verspillen is het allemaal geen probleem. Maar dat gaat voor de meerderheid van huiseigenaren niet op.

Wat moet die groep dan? Er is voor de meeste gebouweigenaren nog onvoldoende handelingsperspectief om daadwerkelijk aan de slag te gaan met aardgasvrij. Er zijn bijvoorbeeld nog nauwelijks financiële hulpmiddelen. Ook is er nog geen verplichting om aardgasvrij te worden. Daarom zien wij een rol voor de Rijksoverheid om financiële randvoorwaarden te creëren en gemeentes instrumenten te geven waarmee zij daadwerkelijk aan de slag kunnen. In buurten waar voorlopig nog geen duidelijk beeld is van een optimaal alternatief voor aardgas, zetten we in op energiebesparing. Pagina 40: Text Hier staat: Het merendeel van de duurzame elektriciteit die nodig is voor het duurzaam verwarmen van de Drechtsteden zal dus van buiten de regiogrenzen moeten komen. Het verduurzamen van de elektriciteitsvraag voor een aardgasvrije en duurzame verwarming is daarmee een opgave waar de Drechtsteden zelf in mindere mate invloed op heeft. Voor de transitievisie warmte is daarom aangenomen dat er voldoende elektriciteit buiten de regio duurzaam kan worden opgewekt en aangevoerd Fundamenteel: Is deze aanname ook gedeeld met aanliggende regios, provincie en rijk? Deze aanname volgt logisch uit de Regionale Energiestrategie en het landelijke Klimaatakkoord. Stedelijke regio’s kunnen niet op eigen grondgebied in eigen duurzame elektriciteit voorzien. Hetzelfde geldt overigens ook voor duurzaam gas.

Per definitie zijn stedelijke regio’s daarom afhankelijk van de regio en de rest van het land. Dit is

bekend en daarom hebben landelijke RES-regio’s een opwekpotentie die hun eigen vraag overtreft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10368166/1