Nr. 62 Reactie AB op zienswijzen ontwerp programmabegroting NRIJ
Tekst van het document
Z25-5867/D25-31499
Geachte raadsleden,
Het Algemeen Bestuur heeft de programmabegroting 2026 van het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (NRIJ) definitief vastgesteld. In aanloop daarnaartoe zijn zienswijzen ontvangen van de deelnemende gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Ridderkerk en Zwijndrecht. Deze reacties zijn via het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur voorgelegd ter bespreking en besluitvorming bij de begrotingsbehandeling. Wij danken de colleges en gemeenteraden voor hun betrokkenheid en constructieve inbreng. De zienswijzen geven richting en bevatten waardevolle signalen. Het Algemeen Bestuur herkent en onderschrijft de rode draden in de reacties. Per hoofdthema wordt hieronder ingegaan op de belangrijkste punten. 1. Financiële positie en structureel tekort vanaf 2026 Alle gemeenten uiten ernstige zorgen over het oplopende structurele tekort vanaf 2026, mede als gevolg van de structureel lagere bijdragen van Rotterdam en mogelijk de provincie Zuid-Holland. Deze zorgen worden door het Algemeen Bestuur volledig gedeeld. ▪
De gepresenteerde weerstandsratio van <1 bevestigt dat de financiële positie van het schap precair is. Het Algemeen Bestuur verzoekt het Dagelijks Bestuur om, voor zover haalbaar, in de definitieve begroting 2026 concreet te maken: o Welke structurele maatregelen (kunnen) worden getroffen om het tekort op te vangen zonder verdere intering op de reserves; o En/of op welke wijze het weerstandsvermogen vanaf 2026 aantoonbaar wordt versterkt, dan wel hoe en wanneer deze versterking verder wordt uitgewerkt
2. Besparingsopgave en realisatiekracht Uit de zienswijzen blijkt dat het draagvlak voor nieuwe maatregelen onder druk staat zolang eerdere afspraken onvoldoende zijn gerealiseerd. Sinds 2021 is slechts een beperkt deel van de taakstellende besparing daadwerkelijk bereikt. Het Algemeen bestuur onderstreept de noodzaak om het Programma Toekomstbestendig NRIJ met voortvarendheid voort te zetten. Daarbij geldt: •
• •
de taakstelling van € 454.288 vanaf 2026 blijft onverkort van kracht; het DB maakt bij de begrotingsvaststelling, voor zover haalbaar, inzichtelijk welke maatregelen wanneer worden gerealiseerd en wat het verwachte financiële effect is; deelnemers worden tijdig geïnformeerd en betrokken bij besluitvorming over maatregelen.
Om tegemoet te komen aan de wens van de raden om inzicht te krijgen in de invulling van de taakstellende besparing en betrokken te worden bij de keuzes, wordt de uitwerking van de optimalisatiemaatregelen vastgelegd in een separaat voorgesteld besluit bij de begroting.
1
Z25-5867/D25-31499
Dit voorgesteld besluit wordt gelijktijdig met de vaststelling van de begroting aan de deelnemers en de provincie aangeboden, zodat er bestuurlijke besluitvorming over de maatregelen en hun financiële effect parallel kan lopen aan de vaststelling van de begroting. 3. Behoud van gebiedskwaliteit en recreatieve waarde De wens om bezuinigingen door te voeren zonder afbreuk te doen aan de kernwaarden van de gebieden wordt breed gedeeld. Gemeenten vragen om transparantie in de prioritering van maatregelen en de effecten ervan op de gebiedskwaliteit. Het Algemeen Bestuur onderschrijft dat beheer, veiligheid en toegankelijkheid van de natuuren recreatiegebieden gewaarborgd moeten blijven. Het Dagelijks Bestuur wordt gevraagd om: ▪ ▪
te concretiseren welke kwaliteitsverbeteringen binnen het huidige financiële kader nog wél mogelijk zijn; te borgen dat behoud van kwaliteit leidend blijft bij afwegingen binnen beheer en exploitatie.
4. Relatie met provincie Zuid-Holland en gemeente Rotterdam De onzekerheid over de bijdrage van de provincie Zuid-Holland vanaf 2026 is een punt van zorg. De toezegging van Rotterdam tot 2031 wordt gewaardeerd, maar ligt structureel lager dan voorheen en is daardoor niet voldoende om het financiële tekort op te vangen. In lijn met de zienswijzen heeft het Dagelijks Bestuur het gesprek met de provincie reeds actief opgezocht. Op 9 juli is namens het recreatieschap ingesproken bij Provinciale Staten over de Kadernota 2026 - 2029. Daarin is met nadruk gewezen op de structurele financiële onzekerheid, het belang van de NRIJ-gebieden voor de regio en het uitblijven van helderheid over de provinciale bijdrage. Ook is expliciet aandacht gevraagd voor het Zuidelijk Randpark en de druk op het onderhoud en toezicht in de gebieden. Het Algemeen Bestuur verzoekt het Dagelijks Bestuur om: ▪ ▪ ▪
▪
in vervolg op deze inspraak het gesprek met de provincie te intensiveren en spoedig duidelijkheid te verkrijgen van de provincie over hun bijdrage vanaf 2026; in gesprekken met provincie en Rotterdam actief het belang van een structurele financiële betrokkenheid bij het recreatieschap te blijven uitdragen; in overleg met de provincie nadrukkelijk het belang van de NRIJ/gebieden onder de aandacht te brengen en het ongenoegen over de aanhoudende onduidelijkheid uit te spreken; het AB tussentijds te informeren over de voortgang van deze gesprekken.
5. Samenwerking met Staatsbosbeheer Gemeenten vragen naar de samenwerking met Staatsbosbeheer, mede in het licht van de financiële situatie en de evaluatie. Het Algemeen Bestuur onderstreept dat: ▪ ▪
de evaluatie eind 2024 de basis vormt voor besluitvorming over voortzetting na medio 2026; nieuwe afspraken gericht moeten zijn op betere financiële sturing, duidelijk opdrachtgeverschap van het NRIJ en versterking van bestuurlijke grip en regie;
2
Z25-5867/D25-31499
▪
de deelnemers hierbij actief worden betrokken.
6. Status en proces Barendrecht geen rechtsgeldig uittredingsvoornemen Tijdens de vergadering van het Dagelijks Bestuur op 19 juni 2025 is met het Dagelijks Bestuurslid van Barendrecht afgesproken dat uiterlijk op 16 juli 2025 door het college van Barendrecht schriftelijk duidelijkheid zou worden gegeven over het voornemen tot uittreding uit het NRIJ, inclusief het aan de gemeenteraad voor te leggen voorstel. Omdat deze duidelijkheid uitbleef, heeft het Dagelijks Bestuur, conform afspraak, op 17 juli 2025 een brief aan het college van Barendrecht verzonden. Hierin is, op basis van de juridische analyse en richtinggevende aanpak (besproken in het Dagelijks Bestuur van 26 mei 2025), vastgesteld dat er op dit moment geen formeel uittredingsproces loopt. Dat komt doordat er geen rechtsgeldig raadsbesluit tot uittreding is genomen en er geen rechtsgeldig voornemen tot uittreden is kenbaar gemaakt conform artikel 42 van de Gemeenschappelijke Regeling 2024. In reactie daarop heeft het Dagelijks Bestuurslid van Barendrecht namens het college laten weten vooralsnog af te zien van besluitvorming over uittreden, in afwachting van de aanbevelingen en conclusie van het rapport van bureau Cleverland en de daaropvolgende besluitvorming binnen het schap.
Daarmee is de formele status op dit moment helder: de gemeente Barendrecht is volwaardig deelnemer aan het NRIJ met de daarbij behorende bestuurlijke en financiële verplichtingen. Het Algemeen Bestuur benadrukt dat uitsluitend formele besluiten, kenbaar gemaakt volgens de vereisten van de Gemeenschappelijke Regeling, kunnen leiden tot een rechtsgeldig uittredingsproces. Zolang daarvan geen sprake is, het NRIJ uitgaat van vijf deelnemende gemeenten. 7. Vervolg De opmerkingen en aanbevelingen uit de zienswijzen zijn betrokken bij de behandeling van de ontwerpbegroting in het Algemeen Bestuur. In aansluiting hierop wordt medio oktober 2025 een richtinggevende sessie met het Dagelijks Bestuur en leden van het ambtelijk overleg georganiseerd in het kader van het programma Toekomstbestendig NRIJ. Deze bijeenkomst is gericht op het formuleren van bestuurlijke uitgangspunten voor de verdere koers van het NRIJ. Als uit de verdere uitwerking van het programma Toekomstbestendig NRIJ blijkt dat bepaalde financiële of beleidsmatige keuzes heroverwogen moeten worden (bijvoorbeeld ten aanzien van taakstellingen, onderhoud of investeringen), dan kan dat (indien nodig) worden verwerkt via een bestuursrapportage of een wijziging van de programmabegroting. Het Dagelijks Bestuur wordt verzocht het Algemeen Bestuur actief te betrekken bij het vervolg van het Programma Toekomstbestendig NRIJ.
3