CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nr. 44 Aanbiedingsbrief ontwerp 8e wijziging GR DGJ

raadsvergadering openbaar 7 oktober 2024, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken en eventuele mededelingen1.780 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan het college van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten in de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid

Uw kenmerk

Ons kenmerk UIT/2407558

Datum 15 juli 2024

Onderwerp Zienswijze op de achtste wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd

Bijlage(n) 4

Behandeld door/mailadres H.W. Ophoff/ hw.ophoff-hardeman@dgjzhz.nl

Geacht college, Bijgaand zenden wij u de stukken voor de achtste wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd. Op 11 juli 2024 stelde het algemeen bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) het voorstel tot achtste wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling vast. Artikel 1, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) bepaalt vervolgens dat de colleges hun raden in de gelegenheid stellen een zienswijze naar voren te brengen over een voorgenomen wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Indien zij geen zienswijze naar voren wensen te brengen dan stellen zij de colleges hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte. Namens het algemeen bestuur verzoeken wij u ons voor 2 december 2024 te berichten over de zienswijze van uw raad. Aanleiding Met ingang van 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd. De wijziging heeft tot doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. De kader stellende en controlerende rollen die gemeenteraden hierbij hebben, worden daartoe versterkt. Een aantal van deze wijzigingen is op 1 juli 2022 direct in werking getreden, een ander deel moet verwerkt worden in de gemeenschappelijke regeling. Wijziging van de gemeenschappelijke regeling vergt een besluit van alle deelnemers in de gemeenschappelijke regeling van de DG&J.

Zij hebben daarbij toestemming nodig van hun vertegenwoordigende organen. In de tekst van de gemeenschappelijk regeling worden de relevante artikelen op de wetswijziging aangepast. Bij het opstellen van het wijzigingsvoorstel is mede gebruik gemaakt van de brief van de gemeente Molenlanden van 19 oktober 2022 (zie bijlage).

Tijdens het proces van opstellen is gebleken dat de GR DG&J ook op andere punten aanpassing verdient. Na afstemming met de directeur is ervoor gekozen om ook deze punten op te pakken. Toelichting Wijzigingen Wgr De volgende wijzigingen van de Wgr dienen verwerkt te worden in de gemeenschappelijke regeling: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Aanpassing van de planning- en controlcyclus; Instelling van een regionale raadsadviescommissie; Toepassen van een zienswijze op andere besluiten dan de ontwerpbegroting; Opnemen van bepalingen over wijziging, toetreding, opheffing en uittreding; Invoeren van burgerparticipatie; Invoeren van evaluatie van de GR.

Op deze wijzigingen zijn de volgende afwegingen gemaakt: Ad 1. Planning- en controlcyclus Voor dit onderwerp is geen aanpassing van de GR DG&J nodig. De mogelijke wijzigingen vloeien rechtstreeks uit de Wgr voort. Het algemeen bestuur DG&J heeft in juni 2023 besloten de gemeenteraden om een zienswijze te vragen over de gewenste aanpassing van de planning- en controlcyclus. Daarbij werden drie opties voorgelegd. Op basis van de ingekomen zienswijzen heeft het algemeen bestuur onlangs, op 15 februari 2024, besloten om te kiezen voor optie 1, die ertoe strekt om het huidige tijdpad van de planning- en controlcyclus te handhaven. In de tekst van de GR is uit oogpunt van flexibiliteit niet gekozen voor het opnemen van concrete termijnen, maar voor het verwijzen naar de betrokken artikelen van de Wgr (zie artikel 34 en 40 GR) . Ad 2. Regionale raadsadviescommissie Een aantal raden heeft aangegeven een regionale raadsadviescommissie als bedoeld in artikel 24a Wgr te willen. Dat is onvoldoende om deze commissie te kunnen instellen. Alle raden zullen een voorstel voor instelling moeten steunen. Indien de commissie in de toekomst toch wenselijk wordt gevonden, is instelling op grond van artikel 24a Wgr altijd mogelijk.

Door het algemeen bestuur is op 11 juli 2024 besloten de raden in deze zienswijze uitvraag te vragen zich uit te spreken over in hoeverre zij een raadsadviescommissie wenselijk achten. Ad 3. Zienswijze op andere besluiten In de GR DG&J is al opgenomen dat de raden een zienswijze wordt gevraagd op de ontwerpbegroting (artikel 34) en op het Meerjarig Beleidsplan (artikel 5). Het algemeen bestuur doet dit ook bij belangrijke veranderingen van de organisatie (niet in GR vastgelegd). Het AB alert is op de positie van de raden en zal niet verzuimen de raden om een zienswijze te vragen wanneer het AB dat noodzakelijk acht. DG&J acht het derhalve niet nodig om ten aanzien van meer besluiten een zienswijzemogelijkheid op te nemen. Ingevolge het nieuwe artikel 10 leden 5 en 6 van de Wgr is het nu een verplichting hieromtrent een afweging te maken in de gemeenschappelijke regeling.

Het voorstel is in de GR DG&J een bepaling op te nemen die inhoudt dat er aan de raden een zienswijze zal worden gevraagd, indien dit naar het oordeel van het bestuur wenselijk en mogelijk is (zie artikel 5 lid 4 GR). Ad 4. Bepalingen over wijziging, toetreding, opheffing en uittreding DG&J heeft bij de wijziging van de GR in 2019 al bepalingen over uittreding opgenomen. De GR kent ook al bepalingen over wijziging, toetreding en opheffing (zie artikel 45 t/m 48 GR). Op deze onderwerpen behoeft de GR DG&J dan ook niet te worden aangepast. Ad 5. Burgerparticipatie Ingevolge artikel 10 lid 7 van de nieuwe Wgr moet de regeling een bepaling hebben over burgerparticipatie. In de GR DG&J is een bepaling opgenomen die luidt dat het algemeen bestuur ertoe kan besluiten om ingezetenen van de deelnemende gemeenten of andere belanghebbenden te betrekken bij de besluiten die het neemt en de manier waarop dat gebeurt. Op deze manier is er wel een directe manier van burgerparticipatie mogelijk, maar alleen als het algemeen bestuur daartoe besluit (zie artikel 15 lid 2 GR). Ad 6. Evaluatie Ingevolge het nieuwe artikel 11a Wgr houdt een regeling bepalingen in over de evaluatie van de regeling. Die bepaling kan ook luiden dat er niet geëvalueerd wordt, maar dat is dan een bewuste keuze waar de raden mee dienen in te stemmen.

Binnen de DG&J wordt doorlopend geëvalueerd, binnen het bestuur en de planning- en controlcyclus, ook kunnen rekenkamers een belangrijke rol vervullen bij de evaluatie van gemeenschappelijke regelingen. Erkend is wel dat een periodieke evaluatie van de gemeenschappelijke regeling in de communicatie met de raden toegevoegde waarde kan hebben. In de GR DG&J is een bepaling opgenomen die luidt dat het algemeen bestuur kan besluiten de regeling periodiek te evalueren (zie artikel 42 lid 2 GR). Overige wijzigingen Een korte toelichting op de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen: 1. Artikel 4 (oud) Dit artikel is vervallen. De beschrijving van de manier waarop het samenwerkingsverband de belangen van de deelnemende gemeenten behartigt, was niet (meer) herkenbaar. In artikel 3 (nieuw) is nu opgenomen dat het samenwerkingsverband de belangen behartigt door het adviseren over en uitvoeren van taken op de daar benoemde gebieden. 2. Artikel 5 (oud) De GR DG&J is het document waarin duidelijk geformuleerd zou moeten zijn welke taken en bevoegdheden bij de GR berusten (via delegatie of mandaat) en welke bij de deelnemende gemeenten. Door de onbepaaldheid van het oude artikel 5 ontbreekt die duidelijkheid.

In de praktijk wordt hier tegenaan gelopen, bijvoorbeeld bij privacyvraagstukken, wanneer onderzocht moet worden of er een grondslag voor gegevensverwerking is, en uit regelmatige vragen van binnen en buiten het samenwerkingsverband over wie nu verantwoordelijk is voor wat. In het nieuwe artikel 4 zijn de taken van het samenwerkingsverband zoveel mogelijk concreet benoemd.

Die taken en de daarmee samenhangende bevoegdheden worden in en door de gemeenschappelijke regeling door de deelnemende gemeenten aan het algemeen bestuur gedelegeerd. Waar sprake is van taken en bevoegdheden die het samenwerkingsverband in mandaat, dus namens de deelnemende gemeenten, uitoefent, wordt dat specifiek vermeld door de toevoeging 'namens het college'. 3. Artikel 10 lid 3 en 4 (oud) Lid 3 is vervallen naar aanleiding van een tekstuele wijziging van lid 1. Lid 4 is vervallen, omdat het laten vertegenwoordigen door een lid van een andere deelnemende gemeente juridisch gezien niet kan. Hiermee wordt de verantwoordingslijn van het betreffende AB-lid naar het eigen college en (vooral) de eigen raad verbroken. 4. Artikel 13 lid 2 (oud) Lid 2 is vervallen, omdat dit ook in het Reglement van Orde van het AB staat. Lid 3 en 4 zijn samengevoegd. 5. Artikel 14 sub e (oud) Sub e is vervallen, omdat dit geen bevoegdheid van het AB meer is, maar van het DB. 6. Artikel 22 lid 1 en 2 (oud) Deze leden zijn vervallen. Er kan worden volstaan met een verwijzing naar het artikel 33b van de Wgr, waarin staat welke bevoegdheden het DB in elk geval heeft. 7. Artikel 32 lid 1 (oud) Lid 1 is aangepast naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (2020).

Hiernaast is voor alle artikelen getoetst of deze begrijpelijk, duidelijk, bondig, actueel en in overeenstemming met bijvoorbeeld de Wgr en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn geformuleerd. Waar nodig zijn wijzigingen doorgevoerd. Daarbij is ervoor gekozen om de artikelen zoveel mogelijk concreet te formuleren en pas te verwijzen naar de wet waar dat vanwege de leesbaarheid en/of flexibiliteit van de GR DG&J wenselijk is. Verdere besluitvorming Graag vernemen wij voor 2 december 2024 uw reactie. Wij hebben voor een ruime zienswijzeperiode gekozen om daarmee voldoende mogelijkheden voor het lopen van een zorgvuldig proces met uw college en raad te bewerkstelligen. Na ontvangen van uw reactie wij uw deze verwerken en zal het resultaat voor vaststelling worden geagendeerd in de eerste bestuurlijke cyclus van 2025, vanuit waar het ter vaststelling wordt voorgelegd aan de colleges. Zij hebben daarbij de toestemming nodig van hun raden. Een en ander betekent derhalve dat de raden twee keer in het proces tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling worden betrokken. Vaststelling van de achtste wijziging van de GR DG&J staat zo gepland om begin 2025 te kunnen worden afgerond. Door onvoorziene personele omstandigheden wordt wijziging van de GR DG&J per 1 juli 2024 niet gehaald. Het risico dat hiervan uitgaat, is klein.

De belangrijkste wijzigingen die in de GR DG&J worden doorgevoerd, vormen een bestendiging van een al bestaande praktijk of leiden bij vertraging van invoering niet tot problemen.

Bijlagen Bijgaand treft u de tekst van het concept van de gemeenschappelijke regeling na achtste wijziging aan, waarvan een versie in was-wordt format met bijgehouden wijzigingen en een schone versie. Daarnaast treft u ter vergelijking de gemeenschappelijke regeling na zevende wijziging aan. Wanneer de regeling voor definitieve vaststelling wordt toegezonden, wordt ook een formeel wijzigingsbesluit toegevoegd waarmee de bestaande tekst te zijner tijd bij publicatie wordt geconsolideerd. Zoals bekend wordt de publicatie centraal verzorgd. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben ingelicht. Met vriendelijke groet, Het dagelijks bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd de secretaris,

de voorzitter,

E.S. Schurink

H. van der Linden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14510700/1