Nr. 41 Artikel 48 vragen SGP-ChristenUnie anti-Israel stickers
Tekst van het document
Artikel 48 vragen: anti-Israël stickers winkelpand Hendrik-Ido-Ambacht, 29-08-2025 Vragen van de leden Van Hartingsveldt en Van der Laan Een ondernemer (DMS Keukens) heeft ervoor gekozen om teksten op zijn winkelruit te plakken die een duidelijke positie innemen in het conflict Israël-Hamas. Daarop staat onder andere te lezen: ‘Stop met het bewapenen van kindermoordenaars’, ‘Aanval op Iran is schending nummer zoveel’ en ‘Israël kiest kinderen als doelwit’. Deze artikel 48-vragen hebben betrekking op deze uitingen, die zichtbaar zijn op een A-locatie in de publieke ruimte van onze gemeente. 1. Is het college bekend met het feit dat een ondernemer in onze gemeente stickers met opvattingen over het conflict Israël-Hamas op de winkelruit heeft aangebracht? 2. Kan het college aangeven hoeveel meldingen of klachten naar aanleiding van deze uitingen bij de gemeente zijn binnengekomen, bijvoorbeeld via de politie, handhaving en op andere wijzen? 3. Heeft er vanuit de gemeente contact plaatsgevonden met de betreffende ondernemer over deze uitingen, en zo ja, kan het college toelichten wat de aard van dit contact is geweest? 4. Hoe beoordeelt het college deze uitingen in het licht van de wettelijke kaders rondom de vrijheid van meningsuiting? 5.
Op welke wijze weegt het college de vrijheid van meningsuiting af tegen de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor het waarborgen van een veilige, neutrale, toegankelijke en inclusieve openbare ruimte? 6. Hoe duidt het college deze situatie voor onze gemeente in de bredere context van het maatschappelijk debat over de situatie in Israël en Gaza en de daarmee samenhangende spanningen in de Nederlandse en Ambachtse samenleving? 7. Ziet het college een rol voor zichzelf weggelegd in het bevorderen van verbinding en het faciliteren van dialoog, wanneer internationale conflicten lokaal tot verdeeldheid of spanningen leiden? 8. Kan het college uiteenzetten welke juridische en bestuursrechtelijke mogelijkheden er voor gemeenten bestaan om op te treden indien uitingen op particuliere panden leiden tot maatschappelijke onrust?