Nr. 33 Beantwoording artikel 36 vragen Realistisch Ambacht betasting vrouwelijke fietsers
Tekst van het document
Memo
Aan:
Gemeenteraad
Van:
Burgemeester en wethouders
Betreft: Beantwoording vraag artikel 36 Reglement van Orde – betasting vrouwelijke fietsers Datum: 24 juni 2026
De fractie van RA heeft op 23 juni jongstleden artikel 36 vragen gesteld naar aanleiding van betasting van meerdere vrouwen. RA schrijft:
De politie heeft bekendgemaakt dat zij op zoek is naar een jongen/jongeman die in enkele weken tijd zeven vrouwelijke fietsers heeft betast in HendrikIdo-Ambacht en Zwijndrecht. Onze fractie heeft daarover de volgende vragen aan uw college:
Hieronder vindt u de vragen inclusief de beantwoording: 1.
Weet u op welke datum het eerste incident plaatsvond?
Antwoord: Nee, dit is ons niet precies bekend. 2. Weet u bij de hoeveelste melding voor de politie duidelijk werd dat het om een serie gebeurtenissen ging door één verdachte? Antwoord: Dat vermoeden ontstond na onderzoek bij de 5e melding. 3.
Weet u op of omstreeks welke datum dat was?
Antwoord: Op donderdag 18 juni heeft de Politie de burgemeester hierover over geïnformeerd.
Memo
4. Is uw college c.q. de portefeuillehouder op of omstreeks die datum op de hoogte gebracht? Antwoord: Op donderdag 18 juni heeft de Politie de burgemeester hierover geïnformeerd. 5.
Zo nee, hoeveel eerder of later is dat gebeurd?
Antwoord: Niet van toepassing. 6. Vindt u dat het college c.q. de portefeuillehouder tijdig op de hoogte is gebracht? Antwoord: Ja. 7. Welke specifieke inzet van de politie is er geweest vanaf het moment dat het verband tussen de meldingen duidelijk werd? Antwoord: Het opsporen van verdachten is een verantwoordelijkheid van Politie en OM. Zij hebben hierin hun eigen werkwijzen en procedures. Om tactische redenen worden hierover ook met de gemeente geen details gedeeld. 8. Vindt het college c.q. de portefeuillehouder de termijn tussen de start van het onderzoek en de openbare bekendmaking door de politie dat een dergelijke serie-aanrander actief is, een redelijke en/of verdedigbare termijn (gaarne motiveren)? Antwoord: Het opsporen van verdachten is een verantwoordelijkheid van Politie en OM. Zij hebben hierin hun eigen werkwijzen en procedures. Het vertrouwelijk informeren van de burgemeester is hier een onderdeel van. Het moment waarop bepalen zij. Het hierover vertrouwelijk informeren op het moment dat het vermoeden ontstond, zien wij als acceptabel. 9. Heeft het college c.q. de portefeuillehouder de politie actief gevraagd om over te gaan tot openbaarmaking? Antwoord: Er zijn redenen denkbaar om wel én niet over te gaan tot openbaarmaking. Het is, in het kader van het belang van opsporing, vooral
Memo aan het OM en de Politie om hier een afweging in te maken. Op maandag 22 juni zijn we geïnformeerd over de plannen tot openbaarmaking. 10. Indien het zo zou zijn dat de politie een bepaalde periode heeft gewacht met bekendheid geven aan de incidenten, om de verdachte niet te alarmeren en hem wellicht op heterdaad te kunnen aanhouden: was er voor zover u weet in die periode sprake van substantieel verhoogde surveillanceinzet om tegelijk óók de veiligheid van meisjes en vrouwen te vergroten of garanderen? Antwoord: Het opsporen van verdachten is een verantwoordelijkheid van Politie en OM. Zij hebben hierin hun eigen werkwijzen en procedures. Om tactische redenen worden hierover, ook met de gemeente, geen details gedeeld. 11.
Heeft de politie gewerkt met lokagentes?
Antwoord: Het opsporen van verdachten is een verantwoordelijkheid van Politie en OM. Zij hebben hierin hun eigen werkwijzen en procedures. Om tactische redenen worden hierover, ook met de gemeente, geen details gedeeld. 12. Is er gedurende de betreffende periode extra BOA-inzet door de gemeente op de been gebracht om mee te kijken/helpen met de politie? Antwoord: Er zijn geen extra BOA’s ingezet daar we niet over extra BOA’s beschikken. Uiteraard hebben de BOA’s tijdens hun diensten in onze gemeente hun ogen open gehouden toen dit bekend werd. 13. Indien er inderdaad een bepaalde periode is gewacht zoals in vraag 11 beschreven: hebben meisjes en vrouwen naar uw idee onnodig extra risico of gevaar gelopen in die periode (gaarne motiveren)? Antwoord: Is ons niet bekend. Het opsporen van verdachten is een verantwoordelijkheid van Politie en OM. Zij hebben hierin hun eigen werkwijzen en procedures. Om tactische redenen worden hierover geen mededelingen gedaan. Wij kennen het OM en Politie wel als organisaties die hierin gewogen keuzes maken.
Memo 14. Nogmaals, als er sprake was van zo’n periode: kent u de afweging die is gemaakt tussen openbaarmaking en onderzoeksbelang en is de gemeente bij die afweging betrokken geweest? Antwoord: Nee, die afweging kennen wij niet. Het opsporen van verdachten is een verantwoordelijkheid van Politie en OM. Zij hebben hierin hun eigen werkwijzen en procedures. Om tactische redenen worden hierover geen mededelingen gedaan. Wij kennen het OM en Politie wel als organisaties die hierin gewogen keuzes maken. 15. Weet u hoe het is met de slachtoffers en kunt u daar in algemene zin iets over zeggen? Antwoord: Nee, dit is ons niet bekend. Wij hebben ook niet de beschikking over de contactgegevens van de slachtoffers. In algemene zin is ons bekend dat bij heftige gebeurtenissen de Politie hier zeker aandacht voor heeft en hen zonodig slachtofferhulp aanbiedt. Wij kunnen wel indenken dat dit zeer ingrijpende gebeurtenissen zijn en als we gelegenheid zien om er aandacht aan te besteden zullen we dit doen. 16. Is het college bereid om zeer spoedig ook zelf een prominente oproep via de gemeentekanalen te verspreiden aan inwoners om oplettend te zijn op deze verdachte? Antwoord: Direct na het naar buiten treden door de Politie en hun uitingen op social media, hebben wij deze overgenomen op ons kanaal ‘Ambacht Veilig’.
Inmiddels is verdere communicatie niet meer aan de orde, omdat de Politie een verdachte heeft aangehouden.