Nr. 32 Bijlage DB GR Sociaal - reactie op zienswijzen Financiële verordening
Tekst van het document
Zienswijze gemeente Alblasserdam 1. De eerste aanpassing heeft betrekking op de te hanteren verantwoordings- en rapporteringsgrens in de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening. U stelt voor deze grens te verhogen van 1 naar 2 procent, waarbij dotaties aan de reserves niet worden meegerekend. Wij hebben geen bezwaar tegen deze wijziging. Deze grens valt dan ook binnen de marge van het relevante wettelijk kader dat in de loop van 2025 is geactualiseerd (artikel 58b van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). Dank voor uw zienswijze. 2. De tweede aanpassing die u voorstelt betreft het toevoegen van een vierde lid aan artikel 8 van de financiële verordening. Hiermee wordt een vierde grond toegevoegd op basis waarvan een afwijking van de begroting als acceptabel kan worden aangemerkt. De inhoud ervan luidt als volgt: ‘de overschrijding is een gevolg van onvoorzienbare verplichte uitgaven”. Wij kunnen ons voorstellen dat u een vierde grond toevoegt. De flexibiliteit tot het doen van officiële tussentijdse bijstellingen is namelijk beperkt, wat samenhangt met het feit dat zienswijzeprocedures doorlopen moeten worden. Maar we vinden het wel van belang dat aanpassingen indien mogelijk worden verwerkt in officiële tussentijdse bijstellingen van de begroting.
Als we het goed zien, voorziet de door u voorgestelde formulering niet in de prikkel om dat te doen. Daarom stellen we voor de formulering van het vierde lid zo aan te passen dat duidelijk wordt dat het alleen gaat om onvoorzienbare verplichte uitgaven die redelijkerwijs niet tijdig geautoriseerd konden worden via officiële tussentijdse bijstellingen. Na zorgvuldige heroverweging zien wij geen aanleiding om het vierde lid aan te passen. De huidige formulering biedt namelijk al voldoende waarborgen om het beoogde doel te bereiken: het beperken van de bevoegdheid tot uitsluitend onvoorzienbare en verplichte uitgaven die niet tijdig via een reguliere tussentijdse begrotingswijziging konden worden geautoriseerd.
Zienswijze gemeente Dordrecht Geen zienswijze.
Zienswijze gemeente Hardinxveld-Giessendam Geen zienswijze.
Zienswijze gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 1. Verantwoordings- en rapporteringsgrens Uit de aanbiedingsbrief en de nieuwe financiële verordening met daarin de wijzigingen zichtbaar gemaakt, maken wij op dat u de verordening aanpast op het onderdeel van de te hanteren verantwoordings- en rapporteringsgrens in de rechtmatigheidsverantwoording van de totale lasten (art. 6 lid 2). De aanleiding hiervoor is de actualisatie van de wet- en regelgeving. Specifiek gaat het om de invoering van de Rechtmatigheidsverantwoording en daarmee de aanpassing van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO). Wij beschouwen dit als een technische aangelegenheid. Dit geeft voor ons geen aanleiding tot het kenbaar maken van een zienswijze. Dank voor uw zienswijze.
2. Voorwaarden voor het accepteren van afwijkingen van de begroting In art. 8 lid 4 voegt u een extra voorwaarde toe voor het accepteren van afwijkingen van de begroting. Deze voorwaarde heeft u toegevoegd als sub d. en deze geeft aan dat afwijking van de begroting acceptabel is als dit een gevolg is van ‘onvoorzienbare verplichte uitgaven’. In de eerste plaats missen wij de onderbouwing voor deze aanpassing. U geeft in uw aanbiedingsbrief aan, dat dit in lijn was met het door het AB vastgestelde Controleprotocol. Maar dit protocol of het bijbehorende AB-voorstel heeft u niet bij de stukken gevoegd. Via het college van B&W van onze gemeente hebben wij deze stukken alsnog ontvangen. Echter, ook daarin ontbreekt een toelichting op en een onderbouwing van deze toevoeging. Aansluitend hierop vinden wij de formulering van deze toevoeging te breed. Juist het uitblijven van een toelichting hierbij, maakt dat wij onvoldoende beeld hebben bij hoe ‘onvoorziene verplichte uitgaven’ er in de praktijk uit zien. Wij kunnen daarom alleen met deze wijziging instemmen, voor zover het gaat om onvoorzienbare, verplichte uitgaven die voortvloeien uit specifieke wettelijke taken waarop de begroting niet tijdig kan worden aangepast. Zoals bijvoorbeeld de energietoeslag in 2023.
Voor vergelijkbare toekomstige situaties als gevolg van verplichte wettelijk taken voor onze inwoners, kunnen wij dus met de wijziging instemmen. Wij verzoeken u dit als dusdanig in de verordening te verwerken. Mocht u voornemens zijn om in de toekomst andere typen onvoorzienbare verplichte uitgaven zoals bijvoorbeeld bepaalde bedrijfsvoeringskosten onder deze uitzondering te brengen, dan is eerst een nadere afbakening nodig van welke onderwerpen hieronder kunnen vallen. Na zorgvuldige heroverweging zien wij geen aanleiding om het vierde lid aan te passen. De huidige tekst biedt voldoende basis om uitsluitend die onvoorzienbare en verplichte uitgaven te dekken die voortvloeien uit specifieke wettelijke taken, en waarvoor de begroting – gelet op het tijdstip waarop de verplichting ontstaat – niet tijdig kan worden aangepast.
Zienswijze gemeente Papendrecht 1. Ten aanzien van de wijziging van de te hanteren verantwoordings- en rapporteringgrens die wordt vastgelegd op 2%, maken wij geen zienswijze kenbaar. We hebben geconstateerd dat deze wijziging in lijn ligt met de geldende wettelijke regelingen op dit terrein. De wijziging vloeit hieruit logisch voort. Dank voor uw zienswijze. 2. Daarnaast vraagt u ons een zienswijze kenbaar te maken op artikel 8, lid 4. Dit betreft de wijziging op de uitzonderingsgronden, waarop afwijking van de begroting niet als onrechtmatig wordt beschouwd. U bent voornemens hieraan een vierde uitzonderingsgrond toe te voegen: "De overschrijding is een gevolg van onvoorzienbare verplichte uitgaven". In uw aanbiedingsbrief ontbreekt een definiëring van wat onvoorzienbare verplichte uitgaven zijn die onder deze uitzonderingsgrond zouden vallen. Wij maken daarom de volgende zienswijze kenbaar op deze wijziging: Wij volgen deze wijziging voor zover het gaat om onvoorzienbare, verplichte uitgaven die voortvloeien uit specifieke wettelijke taken waarop de begroting niet tijdig kan worden aangepast. Zoals de energietoeslag in 2023. Voor vergelijkbare toekomstige situaties als gevolg van verplichte wettelijk taken voor onze inwoners, volgen wij deze wijziging niet.
Mocht u voornemens zijn om in de toekomst andere typen onvoorzienbare verplichte uitgaven zoals bijvoorbeeld bepaalde bedrijfsvoeringskosten onder deze uitzondering te brengen, dan is eerst een nadere afbakening nodig van welke onderwerpen hieronder kunnen vallen. Wij vragen u op deze zienswijze in uw antwoord te reflecteren.
Na zorgvuldige heroverweging zien wij geen aanleiding om het vierde lid aan te passen. De huidige tekst biedt voldoende basis om uitsluitend die onvoorzienbare en verplichte uitgaven te dekken die voortvloeien uit specifieke wettelijke taken, en waarvoor de begroting – gelet op het tijdstip waarop de verplichting ontstaat – niet tijdig kan worden aangepast.
Zienswijze gemeente Sliedrecht Geen zienswijze.
Zienswijze gemeente Zwijndrecht Geen zienswijze.