Nr. 28 Bijlage 2 Jaarstukken 2025
Tekst van het document
Jaarstukken 2025 Voorlopige jaarstukken voor het DB van 9 april 2026
Inhoud
Inhoud ..................................................................................................................................................................... 1 Voorwoord ............................................................................................................................................................... 3 Deel I: Jaarverslag................................................................................................................................................... 5 1. Wat deed OZHZ in 2025? .................................................................................................................................... 6 2. Bestuurlijke en inhoudelijke ontwikkelingen ......................................................................................................... 7 2.1 Actuele missie, visie en strategie ........................................................................................................... 7 2.2 Financiële ombuigingen .......................................................................................................................... 8 2.3 Kwaliteitsimpuls vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies ............................................
8 2.4 Circulaire Economie ................................................................................................................................. 9 2.5 Energie ...................................................................................................................................................... 9 2.6 Indirecte lozingen en Kaderrichtlijn Water ............................................................................................. 9 2.7 Omgevingswet .........................................................................................................................................10 2.8 Regionaal Uitvoeringsniveau (RUN) Bodem .........................................................................................10 2.9 Stikstof .....................................................................................................................................................10 2.9 Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) .........................................................................................................11 3.
Kritische Prestatie indicatoren (KPI) ...................................................................................................................12 3.1 Algemene kpi ...........................................................................................................................................12 3.2 Vergunningen en meldingen ..................................................................................................................13 3.3 Toezicht en handhaving..........................................................................................................................14 3.4 Beoordelingen en beschikkingen bodem ..............................................................................................15 3.5 Overige kpi uit de Nota VTH voor gemeenten .......................................................................................16 4.
Wat heeft het gekost? .........................................................................................................................................17 4.1 Overzicht van baten en lasten 2025 .......................................................................................................17 4.2 Baten ........................................................................................................................................................17 4.3 Lasten .......................................................................................................................................................18 4.4 Reserves ..................................................................................................................................................20 5.
Paragrafen ..........................................................................................................................................................21 5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ..........................................................................................21 5.2 Onderhoud kapitaalgoederen .................................................................................................................25 5.3 Financiering .............................................................................................................................................26 5.4 Bedrijfsvoering ........................................................................................................................................30 5.5 Openbaarheidsparagraaf ........................................................................................................................34 1
Deel II: Jaarrekening 2025 .....................................................................................................................................36 1. Balans per 31 december 2025 ............................................................................................................................37 1.1
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling...........................................................................39
1.2
Toelichting op de balans per 31 december 2025 .................................................................................42
1.3
Niet uit de balans blijkende verplichtingen ..........................................................................................50
2. Overzicht van baten en lasten 2025 ....................................................................................................................52 3. Rechtmatigheidsverantwoording .........................................................................................................................54 4. Wet normering topinkomens (WNT) ....................................................................................................................55 5. Begrotingsrechtmatigheid ...................................................................................................................................57 6. Overzicht van taakvelden ....................................................................................................................................58 7. Verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen ......................................................................................59 Deel III: Overige bijlagen ........................................................................................................................................61 Bijlage 1: Verbonden partijen..................................................................................................................................62 Bijlage 2: Verantwoording over de robuustheidscriteria en de VTH-kwaliteitseisen ...............................................63
2
Voorwoord Voor u liggen de jaarstukken 2025 van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Een jaar waarin niet alleen de uitvoering centraal stond, maar we ook duidelijke keuzes hebben gemaakt voor de toekomst. Keuzes over wie we zijn, waar we voor staan en hoe wij onze opdrachtgevers het beste kunnen ondersteunen. 2025 stond in het teken van koersbepaling. Naar aanleiding van de externe visitatie stelden wij dit jaar onze vernieuwde missie, visie en strategie vast. OZHZ positioneert zich nadrukkelijk als een brede expertisedienst: een logische en vertrouwde partner voor gemeenten en provincie bij het realiseren van ambities voor een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Wij voeren omgevingsbrede VTH-taken uit – van milieu en bouwen tot advisering en APV – en doen dat integraal, datagedreven en met kennis van de lokale context. Tegelijkertijd gaven we verdere invulling aan de uitvoering van de Omgevingswet. Na de inwerkingtreding in 2024 lag in 2025 de focus op stabilisatie, doorontwikkeling en harmonisatie. Met gemeenten, provincie en ketenpartners scherpten we werkafspraken aan en versterkten we onze rol in de beleidscyclus: eerder betrokken, beter onderbouwd en met oog voor samenhang tussen thema’s als milieu, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. Een belangrijke mijlpaal in 2025 was de afronding van de Ontwikkelaanpak 2022–2025.
De afgelopen vier jaar investeerden we stevig in vakmanschap, data en vernieuwde werkwijzen. Die inspanning werpt haar vruchten af. De ervaringen vormen de basis voor de nieuwe Ontwikkelaanpak vanaf 2026, met twee programmalijnen. Deze versterken onze rol als brede expertisedienst en bereiden ons voor op de opgaven van morgen. Ook in de uitvoering hebben we duidelijke resultaten geboekt. Met de start van de Nota VTH 2025–2028 is een nieuwe fase ingegaan waarin risicogericht, regiobreed en datagedreven werken centraal staat. Binnen Toezicht Midden richtten we ons op activiteiten en branches met de grootste risico’s voor de leefomgeving. Zo had de administratieve en fysieke aanpak bij tankstations direct effect op naleving, en brachten we met ketentoezicht op grondstromen risico’s bij grote infrastructurele werken beter in beeld. Dit type toezicht laat zien hoe informatiegestuurd werken bijdraagt aan effectiever handhaven en het voorkomen van milieuschade. Samenwerking bleef daarbij een sleutelwoord. In Zuid-Holland is in 2025 een stevige basis gelegd voor intensievere samenwerking tussen de vijf omgevingsdiensten. Onder de vlag van Daadkracht x5 werken we toe naar een situatie waarin we als het ware functioneren als één virtuele omgevingsdienst, met behoud van ieders identiteit.
Samenwerking op thema’s als data, schaarse expertise, toezichtstrategieën en innovatie vergroot onze slagkracht en maakt ons minder
3
kwetsbaar in een krappe arbeidsmarkt. Duurzaamheid en de circulaire economie kregen dit jaar verder vorm, zowel in beleid als in de uitvoering. We bundelden regionaal de krachten, organiseerden de eerste innovatietafel Circulaire Bouw en kozen Het Nieuwe Normaal als leidraad voor aanbestedingen. Daarnaast verbinden we circulaire ambities steeds nadrukkelijker met VTH, onder meer via pilots rond grondstoffenefficiëntie in vergunningverlening. Ook intern hebben we stappen gezet. In 2025 ontwikkelden we een gezamenlijke datavisie en versterkten we onze informatiepositie. Veel vacatures zijn ingevuld en de afhankelijkheid van externe inhuur nam af. Daarmee bouwen we aan continuïteit, kwaliteit en een robuuste organisatie die klaar is voor de toekomst. De jaarstukken bestaan uit het jaarverslag (deel I) en de jaarrekening (deel II). In de jaarrekening ziet u dat we 2025 afsluiten met een solide financieel resultaat. Dat is belangrijk, maar minstens zo belangrijk is dat dit resultaat hand in hand gaat met inhoudelijke vooruitgang en bestuurlijke ambities. Ik dank alle medewerkers van OZHZ voor hun inzet en professionaliteit in het afgelopen jaar, en onze opdrachtgevers voor het vertrouwen en de samenwerking. Samen blijven we werken aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving in Zuid-Holland Zuid.
Meindert Stolk voorzitter OZHZ
4
Deel I: Jaarverslag
5
1. Wat deed OZHZ in 2025?
Voor de inwoners en ondernemers Bekijk de online jaarverslagomgeving van OZHZ. Daar leest u het hele jaar door over de laatste vergunningsprocedures en toezichtacties. We nemen u ook mee in onze verhalen over de meest actuele onderwerpen en over strategische (verander) opgaven waarover medewerkers van OZHZ de gemeenten en provincie adviseren. Denk aan bijvoorbeeld bouwopgaven, duurzame energie en een klimaatbestendige leefomgeving. In onze online jaarverslagomgeving staat ook informatie over de uitvoering van de Omgevingswet en de resultaten van de programma's binnen de Ontwikkelaanpak. Van gezamenlijke controles op indirecte lozingen tot aan onze rol als het gaat om het toezicht op energiebesparingsverplichtingen. U leest interviews met experts en ziet wat onze adviezen in de praktijk betekenen. Het is de online omgeving waar iedereen kan zien wat OZHZ betekent voor de leefomgeving. U, maar ook iedere inwoner, ondernemer, raadslid, ambtenaar of samenwerkingspartner. Binnen de omgeving klikt u verder als u meer wilt weten over wat we gedaan hebben in een bepaalde gemeente of vanuit een van onze programma's. Scan de QR-code met uw mobiele telefoon of kijk op https://www.ozhz.nl/verslagen/jaarverslag-2025/.
6
2. Bestuurlijke en inhoudelijke ontwikkelingen 2.1 Actuele missie, visie en strategie Het AB actualiseerde op 10 juli 2025 de missie, visie en strategie van OZHZ. Onze missie Bij OZHZ werken we aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dat doen we in opdracht van de tien gemeenten in Zuid-Holland Zuid en de provincie Zuid-Holland. We dragen met onze vergunningen, toezicht, handhaving en adviezen bij aan een leefbare omgeving voor onze inwoners waarin bedrijven duurzaam kunnen ondernemen. We weten wat er lokaal speelt, wat onze opdrachtgevers belangrijk vinden en zorgen ervoor dat zij onze expertise en data kennen en op tijd inzetten. In een stimulerende werkomgeving en samen met andere omgevingsdiensten ontwikkelen onze medewerkers continu hun vakmanschap. Onze visie Bij OZHZ willen we de logische en vertrouwde partner voor gemeenten en provincie zijn bij het realiseren van hun ambities voor een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. We zetten hiervoor ons instrumentarium, netwerk en onze expertise zo optimaal mogelijk in. Voor al onze opdrachtgevers voeren we daarom een breed en integraal takenpakket uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving. Onze adviesrol omvat de hele beleidscyclus van onze opdrachtgevers.
We adviseren hen breed over de gevolgen van ontwikkelingen voor de fysieke leefomgeving en de invloed van activiteiten op de leefomgeving. De strategie De strategie om de visie te realiseren bevat de volgende kernelementen: -
Focus ligt op de uitvoering van VTH-taken die zien op de fysieke leefomgeving.
-
Ambitie van OZHZ is om voor alle deelnemers een breed VTH-takenpakket in de fysieke leefomgeving uit te voeren.
-
OZHZ professionaliseert de adviestaken overeenkomstig de landelijke afspraken in het kader van het IBP-VTH. In lijn met de geest van de Omgevingswet kiest OZHZ voor de variant met de meeste aansluiting bij de beleidscyclus van de opdrachtgevers.
-
OZHZ blijft investeren in de huidige en in nieuwe professionals.
Hiermee bepalen missie, visie en strategie sterk de koers van de organisatie. De strategie bevat op hoofdlijnen de stappen die OZHZ wil zetten om de visie te realiseren, en bestaat uit een afwegingskader voor de uit te voeren taken, het versterken van de samenwerking met andere omgevingsdiensten, een strategie voor datagestuurd werken (business-intelligence) en het blijven investeren in professionele medewerkers.
7
2.2 Financiële ombuigingen OZHZ werkt aan een collectieve bezuinigingsopgave van 5% om de financiële positie van gemeenten en provincie te ondersteunen. Het algemeen bestuur stelde de aanpak in november 2024 vast, gericht op efficiency in processen, gezamenlijke inhoudelijke keuzes en mogelijke kostenreductie door regionale uitvoering van taken. Tot nu toe is 4% ingevuld via maatregelen zoals minder inhuur, diverse kostenbesparingen, effectiever gebruik van ontwikkelbudget, het stoppen van het project asbestdaken, ILT-bekostiging van e-noses vanaf 2026 en de overdracht van bouwtaken van Hardinxveld‑Giessendam. De resterende 1% verwacht OZHZ te realiseren door verdere procesoptimalisatie en mogelijke uitbreiding van VTH‑omgevingstaken in de regio. Voor diepgaandere efficiencyverbeteringen is echter een substantiële investering nodig in procesanalyse, digitalisering, ICT en veranderkundige ondersteuning. Indien deze niet binnen de begroting 2026 past, wordt in 2026 voorgesteld een deel van het resultaat 2025 hiervoor te reserveren. OZHZ streeft ernaar alle omgevingsbrede VTHA‑taken voor gemeenten uit te voeren om samenhang, kwaliteit, continuïteit en efficiency te vergroten. Taakverbreding levert tevens een potentiële besparing op van circa € 850.000 (ongeveer 3%).
Gemeenten beslissen zelf of zij extra taken aan OZHZ willen overdragen; hierover zijn in 2025 eerste gesprekken gestart. 2.3 Kwaliteitsimpuls vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies De kwaliteitsimpuls VTH richt zich op het voldoen aan de landelijke robuustheidseisen voor omgevingsdiensten, het versterken van de Zuid-Hollandse samenwerking en het uitvoeren van het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel. OZHZ stelde eind 2025 een addendum op de begroting 2026 vast waarin basistaken, plustaken en overige taken zijn onderscheiden. Voor 30 april 2026 wordt aan het ministerie van IenW een eindrapportage over robuustheid opgeleverd. Met een subsidie van € 244.994 voert OZHZ drie robuustheidsprojecten uit: ontwikkeling van een datavisie, implementatie van MyForms voor kwaliteitsmonitoring en ontwikkeling van een gezamenlijk innovatieprogramma met de andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. De vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten werken intensiever samen op basis van de gedeelde visie Daadkracht x 5, gedreven door arbeidsmarktkrapte, behoefte aan specialistische kennis en toekomstige opgaven. In 2025 is een basis gelegd voor structurele samenwerking, hoewel verdere ontwikkeling nodig is vanwege verschillen tussen diensten, benodigde tijd en beperkte communicatie.
In 2025 liepen diverse gezamenlijke projecten, waaronder datagedreven werken (Datalab), arbeidsmarktpositie, informatiebeveiliging, interne controle, inkoop, branchegerichte toezichtaanpak, bundeling van schaarse expertise, drone-inzet, administratief toezicht, harmonisatie van milieuregels en digitale vergunninginformatie (Digi‑V). Vrijwel alle projecten worden in 2026 voortgezet, met nadruk op versterking van de samenwerkingscultuur en structurele inbedding.
8
2.4 Circulaire Economie In 2025 zijn de landelijke circulaire doelen herzien en vastgelegd in drie pijlers: efficiënter grondstoffengebruik en hoogwaardige recycling, meer inzet van secundaire en biotische materialen, en behoud van grondstoffen via ontwerp, levensduurverlenging en hergebruik. Deze vernieuwde koers vormt de basis voor het regionale werk van OZHZ. OZHZ neemt deel aan de landelijke Krachtenbundeling Rijk‑Regio voor de circulaire economie. Daar wordt gewerkt aan het actualiseren van de IPO‑bouwstenenvisie, een toolbox voor VTH‑toepassing en inzicht in benodigde inzet en kosten. Doel is om circulaire economie expliciet als wettelijke basistaak te positioneren. Regionaal groeit de samenwerking op de thema’s beleid, bedrijvigheid en bouw. Een verkenning naar regionaal circulair beleid wordt in mei 2026 opgeleverd. Voor bouwprojecten wordt *Het Nieuwe Normaal* als leidraad gebruikt; in 2026 wordt kennis hierover verder versterkt. Daarnaast is in 2025 een innovatietafel Circulaire Bouw gestart, die in 2026 wordt vervolgd om tot een regionale standaard voor circulair bouwen in aanbestedingen te komen.
Naast deze regionale aanpak voert OZHZ aanvullende circulaire werkzaamheden uit, waaronder jaarlijkse LMA factsheets die basis vormen voor ketensamenwerking (zoals in Hoeksche Waard) en pilotprojecten om circulaire principes, zoals grondstoffenefficiëntie, te integreren in vergunningverlening en toezicht. 2.5 Energie OZHZ ondersteunt gemeenten en provincie bij de energietransitie via toezicht en stimulering. Energiecontroles vormen de basistaak en richten zich op handhaving van wettelijke energiebesparingsverplichtingen voor bedrijven. Daarnaast is een stimulerend spoor nodig om regionale doelen te behalen. Dit richt zich op preventie en vroegtijdig meedenken op basis van data en actuele innovaties, met nadruk op netcongestie. OZHZ verzamelt en analyseert gegevens uit energiecontroles, volgt nieuwe energieontwikkelingen zoals opslag en uitwisseling, en ondersteunt sectoren via convenanten met zorginstellingen en scholen. Binnen deze convenanten krijgen organisaties meer tijd voor naleving, maar wordt wel extra inzet op verduurzaming gevraagd. 2.6 Indirecte lozingen en Kaderrichtlijn Water De provincie Zuid-Holland, de omgevingsdiensten en diverse waterbeheerders hebben het convenant Samen grip krijgen op indirecte lozingen ondertekend; gemeenten in Zuid-Holland Zuid vooralsnog nog niet voor zover nu bekend.
Bij 28 van de 55 RWZI’s zijn metingen uitgevoerd naar 42 KRW-prioritaire stoffen die normoverschrijdend zijn in een of meerdere Zuid-Hollandse oppervlaktewateren. In het gebied van OZHZ is bij vijf RWZI’s gemeten, waar vooral metalen, gewasbeschermingsmiddelen, PFOS en als bijvangst diergeneesmiddelen normoverschrijdend bleken. Met de tools Hydrex en Deconcern kunnen bedrijven worden geselecteerd die vermoedelijk bijdragen aan deze overschrijdingen. In 2025 zijn bij een pilot naast RWZI’s ook vijf bedrijven bemonsterd. Hierbij zijn vergunningovertredingen en aanwezigheid van prioritaire stoffen vastgesteld, waarop OZHZ heeft gehandhaafd. De volgende stap is het per zuiveringsgebied bepalen van prioritaire stoffen en bedrijven. In 2026 worden per gebied de bedrijven met het 9
grootste verbeteringspotentieel in kaart gebracht. De top-10 bedrijven per zuiveringsgebied (in totaal 130) wordt in 2026–2027 prioriteit gegeven in toezicht en handhaving. 2.7 Omgevingswet In 2025 zette OZHZ, samen met de tien gemeenten en ketenpartners, het project voort voor harmonisatie van milieuregels in het Omgevingsplan op de thema’s geluid, lichthinder, duurzaamheid en externe veiligheid. OZHZ faciliteerde ook de regionale samenwerking en organiseerde twee goed bezochte netwerkbijeenkomsten, die in 2026 worden vervolgd. Daarnaast verkenden OZHZ en Omgevingsdienst Midden-Holland mogelijkheden voor gezamenlijke advisering over milieuthema’s in Omgevingsplannen. Vanwege regionale verschillen richt de samenwerking zich voorlopig op kennisdeling en uitwisseling van documenten. De Uitvoeringsafspraken Omgevingswet uit 2024 zijn samen met gemeenten en provincie geëvalueerd en aangevuld; een geactualiseerde versie is in december verspreid en wordt naar verwachting in februari 2026 vastgesteld. OZHZ blijft aandacht besteden aan ontwikkelingen rondom de Omgevingswet en leverde in 2025 input voor een ODNL-brede rapportage over ervaringen en knelpunten bij omgevingsdiensten. 2.8 Regionaal Uitvoeringsniveau (RUN) Bodem Het RUN Bodem is het uitvoeringskader voor risicogericht bodemtoezicht onder de Omgevingswet en bepaalt op basis van risico’s welke meldingen worden gecontroleerd.
Vergunningverleners vullen voor elke melding het RUN‑model in, dat automatisch een risicoscore toekent (blauw, groen, oranje, rood) die de controlefrequentie bepaalt. Het RUN is vanaf 2024 toegepast en opgenomen in de Nota VTH voor gemeenten. Uit de evaluatie blijkt dat 72% van de meldingen dankzij de risicogerichte aanpak niet hoefde te worden gecontroleerd. De meeste overtredingen kwamen voor bij oranje meldingen (circa 7%); in de rode categorie zijn geen overtredingen vastgesteld. Naar aanleiding hiervan worden de controlepercentages bijgesteld naar 40% voor oranje (was 50%) en 90% voor rood (was 100%). Daarnaast wordt meer ingezet op gebiedsgerichte controles. De evaluatieresultaten zijn in november aan het AB voorgelegd. 2.9 Stikstof In december 2024 en 2025 zijn belangrijke stikstofuitspraken gedaan die gevolgen hebben voor vergunningverlening aan bedrijven en woningbouwprojecten. OZHZ bespreekt deze juridische ontwikkelingen, samen met Omgevingsdienst Haaglanden en andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten, aan de hand van casussen en adviezen. Gemeenten in Zuid-Holland Zuid worden actief geïnformeerd over deze ontwikkelingen en over de jaarlijkse update van het rekeninstrument AERIUS (oktober 2025).
Op basis van deze update heeft OZHZ het beoordelingskader voor woningbouw aangepast, zodat aanvragers en gemeenten eenvoudig kunnen bepalen of een stikstofberekening vereist is.
10
2.9 Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) In 2025 hebben we ons vooral gericht op het opvolgen van onze eerdere vragen over ZZS, het opvragen van vermijdings- en reductieplannen (VRP's) en het goed vastleggen van gegevens. Het doel hiervan is om ZZS vast onderdeel te maken van het dagelijkse werk op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Vanaf 2026 maakt ZZS standaard deel uit van de jaarprogramma’s. Er is een document gemaakt waarin staat wat de belangrijkste doelen waren en wat we al hebben bereikt. In dit document staat ook welke taken zijn uitgevoerd, wie binnen OZHZ het aanspreekpunt is en uit welk budget deze taken worden betaald. Voor 2026 zijn er nog twee provinciale projecten. Het eerste project is het opvragen van de VRP’s van provinciale afvalbedrijven. Het tweede project is het regelmatig bekijken of ZZS goed is ingebed in het VTH‑werk. De beoordeling van de VRP’s van gemeenten gebeurt als onderdeel van het reguliere werk.
11
3. Kritische Prestatie indicatoren (KPI) OZHZ rapporteert in de bestuursrapportages en in de jaarstukken over de kritische prestatie-indicatoren (kpi) die met de deelnemers zijn afgesproken. Algemene kpi: dit betreft de kpi die zijn opgenomen in de bijdrageverordening en de Nota Bedrijfsvoering en de kpi die voortvloeien uit landelijke afspraken over de robuustheid van omgevingsdiensten. Overige kpi: dit betreft de kpi over vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies. 3.1 Algemene kpi Speerpunt
Kpi
Realisatie
Taakuitvoering vindt plaats binnen de door het AB gestelde kaders voor financiën en kwaliteit (bijdrageverordening en de landelijke robuustheidscriteria).
OZHZ voldoet aan de landelijke criteria voor robuustheid van omgevingsdiensten, waaronder de VTH-kwaliteitseisen.
OZHZ voldoet aan de robuustheidseisen en aan de VTH-kwaliteitseisen.
Producten en prestaties worden gerealiseerd binnen een bandbreedte van 90 - 110% van het jaarprogramma. Volumeafspraken voor de uitvoering van de wettelijke en additionele wettelijke taken voldoen aan de afgesproken bandbreedten.
Realisatie PZH: 91%. Er is sprake van onderbesteding, maar realisatie blijft binnen bandbreedte.
Opdrachtgevers worden actief geïnformeerd.
Twee keer per jaar voortgangs- en eenmaal per jaar jaarrapportages conform planning in jaarprogramma.
De jaarrapportage 2024 en de voortgangsrapportages 2025 zijn conform planning opgesteld.
Periodiek overleg met de opdrachtgever.
Eens per twee maanden vindt een gesprek met de gedeputeerde plaats. Twee keer per jaar vindt gesprek plaats met de wethouders.
Het periodiek overleg met de gedeputeerde en wethouders heeft in de verslagperiode consequent plaatsgevonden.
Eens per vier maanden vindt een ambtelijk MARAP-overleg plaats.
De ambtelijke MARAP overleggen zijn conform planning gevoerd.
Klanttevredenheid.
Het gemiddelde van het klanttevredenheidsonderzoek is minimaal een 7.
OZHZ beschikt op dit moment niet over een werkende applicatie om de klanttevredenheid te meten.
Productiviteit.
Het aantal productieve uren per FTE bedraagt 1.381 uur. De productiviteitsnorm bedraagt daarmee 66%
De productiviteit bedraagt 66%.
Flexibele capaciteit.
Het aandeel uren inhuur ten opzichte van het totaal aantal uren is gemiddeld 10%.
De flexibele capaciteit bedraagt 11,1%.
Aandeel overhead.
Het aandeel uren overhead ten opzichte van het totaal aantal uren is genormeerd op 27,3%.
Het overheadpercentage is 24,7%.
Ziekteverzuim.
OZHZ hanteert een norm van 5% voor ziekteverzuim.
Het ziekteverzuim bedraagt 4,55% (voortschrijdend 12 maands gemiddelde).
Realisatie gemeenten: het gewogen gemiddelde van 100% bevindt zich op totaalniveau binnen de bandbreedte.
OZHZ wordt voor ruim 93% gefinancierd op basis van geleverde producten. Met de opdrachtgevers zijn prestatieafspraken gemaakt die OZHZ op jaarbasis binnen een bandbreedte van 90% - 110%, moet 12
realiseren. De omzet van OZHZ is per taakveld in verschillende mate variabel. Voor de wettelijke taken geldt dat budgetten binnen zekere marges mogen fluctueren. Voor adviestaken zijn gemeenten niet verplicht om opdrachten neer te leggen bij OZHZ. Wel onderschrijft het bestuur het preferred suppliership van OZHZ. Toelichting op de realisatie Bijlage 2 bevat de rapportage over de robuustheidscriteria en de VTH-kwaliteitseisen 3.0. 3.2 Vergunningen en meldingen Vergunningaanvragen moeten binnen wettelijke termijnen worden afgehandeld en meldingen moeten beoordeeld worden op juistheid en volledigheid. De door de inwoners en bedrijven ingediende documenten worden getoetst en leiden bij volledigheid en juistheid tot een bevestigingsbrief of een beschikking. OZHZ rapporteert over de KPI’s die zijn opgenomen in de Nota VTH voor gemeentelijke taken. Deze nota geldt met ingang van 1 januari 2025. Speerpunt
Kpi
Realisatie
Tijdige vergunningverlening
Vergunningen onder de Omgevingswet: 95% van de vergunningen wordt binnen de wettelijke termijn verleend.
85%.
Juridische kwaliteit
99% van de in mandaat genomen besluiten blijft in stand in bezwaar, beroep of hoger beroep.
99,7%.
Nota VTH gemeenten
Minimaal eenmaal per 5 jaar worden vergunningen getoetst op actualiteit. Als actualisering van de vergunning noodzakelijk is, wordt in hetzelfde jaar de procedure gestart.
In 2025 hadden we 67 dossiers gepland voor beoordeling op actualiteit. Van deze dossiers zijn er inmiddels 62 beoordeeld op actualiteit. Voor 28 dossiers is een start gemaakt met de actualisatie; deze werkzaamheden lopen door in 2026.
Toelichting op de realisatie Ten opzichte van de vorige periode is een daling te zien in de realisatie van de KPI; tot en met de tweede periode was de KPI 88%. Er is ingezet op het verkleinen van de onderbezetting bij vergunningverlening bouw. Dit in combinatie met hoge aantallen aanvragen, maakt dat het lastig is bij alle aanvragen de wettelijke termijn van 8 weken te behalen. Daarbij merken we dat de adviezen (met name vanuit welstand gemeente Dordrecht) veelal te laat worden ontvangen met als gevolg dat termijnen niet kunnen worden behaald. Over deze termijnen van advisering zijn we in gesprek met onze opdrachtgevers om achterstanden zoveel mogelijk in te lopen en hopen te voorkomen in de toekomst. Verwachting is dat deze effecten in ieder geval ook nog zichtbaar zullen zijn in de eerste periode van 2026.
13
3.3 Toezicht en handhaving Speerpunt
Kpi
Toezichtdichtheid en naleving PZH
Grijs:
Realisatie
TD grijs = 100%
TD grijs = 116%
NA grijs >= 60%
NA grijs = 41%
Rood: NA bouw en sloop = 90%.
NA rood = 71%
Groen:
Toezichtdichtheid en naleving gemeenten (Nota VTH gemeenten)
TD groen = 100%
TD groen = 96%
NA groen >= 80%
NA groen = 78%
Omgevingsgestuurd: NA bodem = 70%
NA bodem = 95%
NA bouw en sloop = 70%
NA bouw en sloop = 71%
Overheidsgestuurd:
Juridische kwaliteit
TD hoog = 100%
TD hoog = 123%
NA hoog = 70%
NA hoog = 42%
80% van de in mandaat genomen besluiten blijft in stand in bezwaar, beroep of hoger beroep.
89%
OZHZ voert in opdracht van gemeenten en provincie toezichts- en handhavingstaken uit. Hierbij hanteert OZHZ de landelijke handhavingsstrategie die alle gemeenten en de provincie als onderdeel van hun uitvoeringsbeleid hebben vastgesteld. Kpi zijn hier de toezichtdichtheid (TD) en naleving (NA). Deze zijn als volgt omschreven: -
TD is het percentage uitgevoerde planmatige controles in een verslagperiode ten opzichte van het aantal geplande controles in het jaarprogramma.
-
NA is het aantal uitgevoerde initiële controles zonder overtredingen ten opzichte van het aantal uitgevoerde initiële controles aan het einde van een verslagperiode.
OZHZ rapporteert over de KPI die zijn opgenomen in de Nota VTH voor gemeentelijke taken. Deze nota geldt met ingang van 1 januari 2025. Toelichting op de realisatie Provincie TD Grijs: het controleprogramma (het aantal planmatige controles) van de provincie voor 2025 is uitgevoerd. Daarnaast zijn opleveringscontroles uitgevoerd bij in 2025 afgegeven vergunningen. Dat verklaart de score van 116%. NA Grijs: de bedrijven die we hebben gecontroleerd voldoen minder goed aan de regels dan verwacht. Dit past bij het beeld in de regio. Vooral het op tijd uitvoeren van terugkerende verplichtingen, zoals het keuren van installaties, gaat vaak niet goed. Om de naleving te verbeteren zetten we verschillende toezichtinstrumenten zoals voorlichting en handhaving in. Deze inzet zal komende jaren verder worden uitgebreid. 14
NA Rood: het naleefgedrag is in 2025 lager dan in de voorgaande jaren. Dit heeft te maken met het beperkte aantal controles bij in totaal 7 bedrijven, afgezet tegen het aantal geconstateerde overtredingen bij die bedrijven. Het toezicht op de bouw- en sloopfase is vraaggestuurd. In 2025 hebben we minder toezichtzaken ontvangen en behandeld dan in voorgaande jaren. TD Groen: het controleprogramma voor Groen is uitgevoerd, met uitzondering van het geplande toezicht op stikstof. Er zijn controles uitgevoerd ten aanzien van extern salderen en naar aanleiding van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken. In het kader van de cross-compliance zijn op verzoek van de NVWA controles uitgevoerd bij agrarische bedrijven. Er heeft echter geen afgestemd toezicht plaatsgevonden. Dit was eerder al gemeld. In het controleprogramma voor 2026 is hiermee rekening gehouden en daarom is voor toezicht op stikstofuitstoot geen gepland toezicht opgenomen. Gemeenten omgevingsgestuurd NA Bodem: de naleving van de gecontroleerde meldingen van bodemzaken ligt hoger dan de norm volgens het RUN bodem. De meeste overtredingen echter hebben betrekking op het vrije veld toezicht. Dat betreft veelal activiteiten die niet gemeld zijn. Gemeenten overheidsgestuurd TD Hoog: alle controleprogramma’s uit de gemeentelijke jaarplannen zijn uitgevoerd.
Daarnaast zijn extra controles gedaan bij bedrijven en instellingen die in 2025 bleken te vallen in de risicocategorie ‘Hoog’ volgens de Nota VTH 2025–2028. Deze bedrijven waren bij het maken van het jaarprogramma 2025 nog niet als risicovol in beeld. Dit is in 2025 hersteld en verwerkt in de planning voor de komende jaren. Ook zijn enkele in 2025 afgegeven milieuvergunningen of ontvangen meldingen brandveilig gebruik gecontroleerd met een opleveringscontrole. NA Hoog: de bedrijven en instellingen die we hebben gecontroleerd voldoen minder goed aan de regels dan de norm. Dit is hetzelfde beeld als in eerdere jaren. Vooral het op tijd uitvoeren van terugkerende verplichtingen, zoals het keuren van veiligheidsinstallaties, gaat vaak mis. Door de krapte op de arbeidsmarkt moeten bedrijven eerder opdracht geven aan bijvoorbeeld installatiebedrijven om deze verplichtingen op tijd en op de juiste manier uit te voeren. Dit vraagt om een actievere houding dan nu vaak het geval is. In de Nota VTH 2025–2028 is het verbeteren van de naleving van deze terugkerende verplichtingen een belangrijk speerpunt. Om de naleving te verbeteren zetten we verschillende toezichtinstrumenten zoals voorlichting en handhaving in. Deze inzet zal komende jaren verder worden uitgebreid. 3.4 Beoordelingen en beschikkingen bodem Speerpunt
Kpi
Realisatie
Tijdigheid
Minimaal 90% van de producten wordt afgerond binnen de termijn.
100%.
Juridische kwaliteit
99% van de in mandaat genomen besluiten blijft in stand in bezwaar, beroep of hoger beroep.
Er is dit verslagjaar één keer bezwaar gemaakt en wel tegen een zogenaamd maatwerkbesluit van B&W van Sliedrecht. Bezwaar is
15
gegrond, besluit wordt hersteld. Dienstbaarheid
Klanttevredenheid: het gemiddelde van het KTO is minimaal een 7.
Heeft om technische redenen (ontbreken van een goede applicatie) niet plaatsgevonden.
OZHZ levert expertise op het gebied van geluid, lucht, bodem en externe veiligheid aan de gemeenten en provincie voor het ontwikkelen, inrichten en beheren van een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Om de kwaliteit van de producten, waarvoor geen wettelijke termijn bestaat en ook een toets bij de rechter niet van toepassing is, te beoordelen is een klanttevredenheidsonderzoek (KTO) de beste aanpak. OZHZ voert regulier klanttevredenheidsonderzoek uit met behulp van projectevaluaties voor de adviestaken. Toelichting op de realisatie De beoordelingen en beschikkingen bodem voert OZHZ uit voor een relatief kleine klantenkring. Het klanttevredenheidsonderzoek heeft om technische redenen niet plaatsgevonden. Samen met andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland loopt een onderzoek naar een nieuwe opzet om klanttevredenheid te meten. 3.5 Overige kpi uit de Nota VTH voor gemeenten Speerpunt
Kpi
Realisatie
Analyseren van data
Jaarlijks opstellen van top 10 meest voorkomende bijzonderheden.
Nog niet gerealiseerd.
Jaarlijks voor minimaal 10 branches een analyse in naleving opleveren.
Idem.
OZHZ rapporteert over deze kpi alleen in de jaarstukken. Toelichting op de realisatie Voor het analyseren van data zijn in de gemeentelijke Nota VTH nieuwe KPI's beschreven. Deze zien op alle VTH-taken voor de gemeenten. Binnen Toezicht Midden passen we analyses op naleving nu al toe. Om het analyseren van data structureler te maken en ter verbreding en verdieping ontwikkelt OZHZ een dashboard voor inzage in naleving van branches met eigen data. Uitbreiding naar externe bronnen loopt. Hiervoor vindt aanschaf van I-GO (Informatievoorziening Gezamenlijke Omgevingsdiensten) plaats. I-GO is een dataplatform en samenwerkingsverband dat VTH-data van OD's bundelt, standaardiseert en verrijkt met meer dan 20 externe bronnen.
16
4. Wat heeft het gekost? Het overzicht van baten en lasten 2025 sluit met een positief resultaat van € 1.756.000. Ten opzichte van de tweede bestuursrapportage (€ 402.000 ) is er sprake van een voordeel van € 1.354.000. Per saldo is sprake van € 518.000 aan lagere lasten ten opzichte van de bijgestelde begroting 2025 in de tweede bestuursrapportage. De lagere lasten betreffen hoofdzakelijk de personeelskosten (€ 326.000). Daarnaast is sprake van lager dan geraamde kosten op de post onvoorzien (€ 172.000). 4.1 Overzicht van baten en lasten 2025 Hieronder treft u aan het overzicht van baten en lasten 2025 op detailniveau.
4.2 Baten De totale baten komen € 836.404 hoger uit dan begroot. Inwonerbijdrage (nihil) De inwonerbijdrage is een lumpsumbudget en kan worden beschouwd als een algemeen dekkingsmiddel. Vanuit de inwonerbijdrage wordt een deel van de overhead gedekt en algemene activiteiten van inspecteurs, vergunningverleners en adviseurs die ten goede komen aan alle deelnemers. Voorbeelden zijn: relatiebeheer, kwaliteitszorg, de voortgangsrapportages en de organisatie van de wachtdienst. De realisatie van de inwonerbijdrage (€ 2.615.419) is conform de begroting. 17
Wettelijke taken milieu/bouw/gebruik (€ 655.952 hogere baten) OZHZ maakt in de individuele jaarprogramma’s per opdrachtgever afspraken over de uit te voeren activiteiten en budgetten. Verantwoording vindt plaats door middel van financiële maandrapportages en de bestuursrapportages. Na het vaststellen van de begroting (zomer 2024), worden de jaarprogramma's 2025 opgesteld. Diverse opdrachtgevers hebben in hun jaarprogramma's hogere budgetten verwerkt dan in de primaire begroting. Dat is vervolgens verwerkt in begrotingswijzigingen: de begroting is op het onderdeel jaarprogramma's (wettelijke taken) opgehoogd met € 2,901 mln, oftewel met 10%. Uiteindelijk heeft OZHZ in het tweede deel van 2025 voor € 0,6 mln méér aan werkzaamheden uitgevoerd dan geraamd was bij de tweede bestuursrapportage. Deze extra werkzaamheden betreffen hoofdzakelijk expertise- en adviestaken (duurzaamheid en ecologie, geluid en licht en omgevingsadvies). Daarnaast zijn ook extra regionale omgevingsgestuurde taken (toezicht en handhaving bouwfase en omgevingsvergunningen bouwtechnische toetsing) mede oorzaak van de extra omzet. In de verantwoordingen die OZHZ opstelt per deelnemer, wordt meer in detail ingegaan op de realisatiecijfers per taakveld per deelnemer. Offerte- en subsidietaken (€ 166.626 hogere baten) De offerte- en subsidietaken vallen € 166.626 hoger uit.
De voornaamste verschillen bestaan uit meer opbrengsten uit hoofde van SPUK subsidie energie ad € 53.396 en daarnaast enkele offerte- en detacheringsprojecten die voor ruim € 89.213 meer omzet hebben gegenereerd dan begroot. Overige baten (€ 13.873 hogere baten) De post overige baten bestaat hoofdzakelijk uit rente-opbrengsten alsmede enkele doorbelastingen. De geringe afwijking behoeft geen nadere toelichting. 4.3 Lasten De totale lasten komen € 518.000 lager uit dan begroot. Personeelskosten (€ 326.271 lagere lasten) Onder personeelskosten vallen de kosten van eigen personeel en de kosten van inhuur. Voor het capaciteitsbeleid wordt verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering (paragraaf 5.4). Personele lasten
Begroting 2025
Realisatie 2025
Verschil
Personeelskosten intern
24.880.734
24.464.279
416.455
Flexibele capaciteit
5.136.039
5.226.223
- 90.184
Personele lasten
30.016.773
29.690.502
326.271
Bedragen x € Bovenstaand verschil betreft slechts een geringe afwijking van 1,1% ten opzichte van de begrote personeelslasten. Onderstaande punten kunnen nog worden gemeld als toelichting op het verschil: 18
• •
De ontvangen tegemoetkomingen van het UWV (zwangerschaps- en bevallingsverlof, tegemoetkoming in een WIA-uitkering, etc) waren ruim € 175.000 euro hoger dan begroot; Er is voor ruim € 140.000 euro meer verlofuren gekocht dan begroot.
Kapitaallasten (€ 28.789 lagere lasten) De kapitaalgoederen van OZHZ betreffen voornamelijk specifieke investeringen in meubilair, huisvesting en ICT. De omvang van de kapitaalgoederen is relatief beperkt, aangezien OZHZ de kapitaalgoederen grotendeels huurt of leaset. Voorbeelden zijn het huurcontract inzake Post 120 en leasecontracten voor het wagenpark. Voor de omvang en samenstelling van de kapitaalgoederen wordt verwezen naar de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen (hoofdstuk 5.2). De raming van de kapitaallasten is tussentijds met € 22.631 naar beneden bijgesteld. De realisatie is alsnog lager uitgevallen van de bijgestelde raming. Ondersteuning Bedrijfsvoering Drechtsteden (€ 35.521 lagere lasten) De ondersteuning door Bedrijfsvoering Drechtsteden heeft betrekking op de dienstverlening met betrekking tot ICT, personeelszaken, inkoop, verzekering en juridische diensten. Bij eerdere begrotingswijzigingen is de begroting neerwaarts bijgesteld met € 201.904. De realisatie 2025 bedraagt € 35.521 lager dan begroot. Dit is gelegen in aanvullende variabele kosten die door Bedrijfsvoering Drechtsteden in rekening zijn gebracht (bijvoorbeeld voor inkoop, en werving op vacatures). De onderverdeling per onderdeel is als volgt: Ondersteuning BD
Begroting 2025
Realisatie 2025
Verschil
1.530.000
1.515.848
14.152
395.000
373.631
21.369
1.925.000
1.889.479
35.521
ICT Personeel en Organisatie Ondersteuning BD Bedragen x € Huisvesting (€ 91.292 lagere lasten)
Begin 2026 ontvingen wij een afrekening servicekosten over het jaar 2024. Deze afrekening betrof een creditfactuur van € 90.000. Overige bedrijfskosten (€ 48.788 hogere lasten) De overige bedrijfskosten hebben onder meer betrekking op software licenties, externe advies- en accountantskosten, kantoorbenodigdheden, facilitaire kosten en verzekeringen.
19
Additionele productiekosten (€ 87.591 hogere lasten). De additionele productiekosten worden direct in rekening gebracht bij de opdrachtgevers. Het kan daarbij gaan om externe (juridische) expertise, uitgevoerde werkzaamheden door aannemers, etc. Aan het begin van het jaar is het doorgaans lastig te ramen welke kosten zullen ontstaan; immers, deze kosten hangen direct samen met de opdrachten van de deelnemers en deze verschillen van jaar tot jaar. Het effect op het financiële resultaat is nihil, omdat de lagere lasten leiden tot overeenkomstige lagere baten. Onvoorzien (€ 172.057 lagere lasten) Er is in het jaar 2025 uitsluitend een onvoorziene uitgave van extra consultancy uren ten laste van de post onvoorzien gebracht. Dit betreft een bedrag ad € 43.750 in verband met de benodigde extra expertise ten behoeve van de live gang van het nieuwe zaaksysteem Djuma. Daarnaast heeft er gedeeltelijk vrijval plaatsgevonden op de verliesvoorziening ad € 26.600. 4.4 Reserves Toevoegingen (conform begroting) Toevoeging reserves
Begroting 2025
Realisatie 2025
Verschil
Algemene reserve
604.106
604.106
-
Totaal
604.106
604.106
-
Bedragen x €
Algemene reserve Het positieve resultaat 2024 ad € 604.106 is via besluitvorming in de 1e Bestuursrapportage toegevoegd aan de algemene reserve. De algemene reserve is onderdeel van het weerstandsvermogen. Voor de beleidsuitgangspunten, omvang, en samenstelling van het weerstandsvermogen en de bijbehorende risico’s wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen.
20
5. Paragrafen Het Besluit Begroting en Verantwoording stelt de volgende paragrafen verplicht in de programmabegroting en de jaarstukken: -
Lokale heffingen.
-
Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
-
Onderhoud kapitaalgoederen.
-
Financiering.
-
Bedrijfsvoering.
-
Verbonden partijen.
-
Grondbeleid.
De paragrafen Lokale heffingen, Verbonden partijen en Grondbeleid zijn niet op OZHZ van toepassing, omdat OZHZ niet wordt gefinancierd door heffingen, niet participeert in verbonden partijen en geen gronden in bezit heeft. De overige paragrafen zijn hieronder toegelicht. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de meerjarenbegroting is en geeft inzicht in de financiële draagkracht van OZHZ indien zich onvoorziene gebeurtenissen voordoen. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt aangegeven hoe kapitaalgoederen worden beheerd. De financieringsparagraaf is een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens rond de bedrijfsvoering. 5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de meerjarenbegroting is en geeft inzicht in de financiële draagkracht van OZHZ indien zich onvoorziene gebeurtenissen voordoen. Een exact sluitende meerjarenbegroting zonder toereikende buffer betekent dat elke onvoorziene financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigen om alsnog een structureel sluitende begroting te houden. In dat geval staat het beleid van OZHZ ook direct onder druk. Daarom heeft OZHZ op elk moment voldoende weerstandscapaciteit nodig.
Begripsomschrijving Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de risico’s, waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen enerzijds, en de capaciteit van middelen en mogelijkheden (weerstandscapaciteit) die de organisatie heeft om niet begrote kosten op te vangen anderzijds. Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico’s die OZHZ op dat moment loopt. Hiertoe worden strategische risico’s onderscheiden van de reguliere.
21
Reguliere risico’s doen zich regelmatig voor en zijn over het algemeen goed meet- en beheersbaar. Voorbeelden van beheersmaatregelen zijn het afsluiten van verzekeringen, het vormen van voorzieningen, het creëren van bestemmingsreserves en het inrichten van de administratieve organisatie en interne controle. Kenmerkend aan strategische risico’s is dat er sprake is van niet of nauwelijks beïnvloedbare (externe) risico’s. Meestal is de kans dat het risico zich voordoet klein, terwijl de financiële gevolgen groot kunnen zijn. Beide zijn moeilijk in te schatten. Dergelijke risico’s kunnen samenhangen met bezuinigingen bij opdrachtgevers, onvoorziene kostenstijgingen, productiviteitsverlies en veranderingen in de vraag. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit geeft het weerstandsvermogen aan. Beleid OZHZ inzake risico’s en weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit van OZHZ bestaat uit de algemene reserve, het budget onvoorzien en de (structureel) aanwezige begrotingsruimte. Voorzieningen behoren niet tot de weerstandscapaciteit. Uitgangspunt is dat de structurele begroting van OZHZ sluitend is. Echter, als OZHZ geconfronteerd wordt met incidentele uitgaven die leiden tot een nadelig exploitatieresultaat, dan wordt dit nadelige resultaat ten laste gebracht van de deelnemers in de GR OZHZ.
De wijze waarop dit gebeurt is vastgelegd in de financiële verordening OZHZ. Het weerstandsvermogen/de algemene reserve van OZHZ wordt gevoed uit de positieve exploitatieresultaten, totdat de vereiste weerstandscapaciteit is bereikt. Hieronder vindt een verdere uitwerking plaats van het risicoprofiel. De totale benodigde weerstandscapaciteit wordt vervolgens gerelateerd aan de aanwezige weerstandscapaciteit. Risicoprofiel Omgevingsdienst Categorie
Omschrijving
Effect
Impact
Kans
Beheersmaatregel
risico
Financieel
Benodigde
risico
weerstandscapaciteit
1
Wettelijke taken
Bezuiniging
Schaalnadeel
Medium
Medium
Frictiekostenregeling
382
191
Regionaal Uitvoeringsniveau Tarifering 2
Overige omzet (offerte
Bezuiniging
Schaalnadeel
Groot
Hoog
Flexibele schil
632
474
Hoger dan de
Exploitatieverlies
Groot
Laag
Verzuimbeleid
543
136
Exploitatieverlies
Klein
Hoog
Bestuurlijk overleg
145
109
1.702
910
en subsidie) 3
Ziekteverzuim
4
BD samenwerking
norm (5%) Hogere kosten
Totaal benodigde weerstandsvermogen Bedragen x € 1.000
22
Waarschijnlijkheid Zeer hoog
Kans > 75%
Hoog
Kans > 50% en < 75%
Medium
Kans > 25% en < 50%
Laag
Kans < 25%
Impact Groot
financieel risico > € 400.000
Medium
financieel risico > € 150.000 en < € 400.000
Klein
financieel risico < € 150.000
Algemeen Het AB heeft in 2023 besloten om in vier jaar het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau te brengen, door in elk geval de (eventuele) positieve rekeningresultaten uit die jaren, toe te voegen aan de algemene reserve (en dus niet terug te geven aan de deelnemers). Met het positieve resultaat over het boekjaar 2024 ad € 604.000 is het weerstandsvermogen toegenomen tot een bedrag ad € 939.000. Met het bijgestelde niveau van de weerstandscapaciteit in 2025 ad € 910.000 is het weerstandsvermogen voldoende. 1.
Bezuiniging wettelijke taken
Met de uitvoering van wettelijke taken is een budget van circa € 31,8 mln. gemoeid. Gegeven de financiële positie van gemeenten is de kans op bezuinigingen medium (50%). Met inbegrip van onderstaande beheersmaatregelen is de financiële impact medium (€ 382.000). Daarbij is ervan uitgegaan dat het effect gedurende een periode van 2 jaar kan worden gedekt uit het weerstandsvermogen. Beheersmaatregelen -
De gemeenten hebben een minimaal regionaal uitvoeringsniveau (RUN) vastgesteld voor de uitvoering van milieutaken. Daarmee is een zekere mate van continuïteit gewaarborgd.
-
PZH heeft in dit kader de nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld.
-
Daarnaast zijn in de bijdrageverordening bepalingen opgenomen ten aanzien van de meerjarige budgetten. Opdrachtgevers die individueel meer willen bezuinigen dan de norm van 2% per jaar, dienen een frictievergoeding te betalen.
-
Het capaciteitsbeleid van OZHZ. Voor de wettelijke taken geldt dat budgetten binnen zekere marges mogen fluctueren. Doelstelling is om 95% van de benodigde capaciteit in te vullen met eigen formatie.
-
Voor het restant wordt de zogenaamde “flexibele schil” ingezet.
-
Structurele effecten worden opgevangen in het tarief.
Benodigde weerstandscapaciteit Vanwege bovengenoemde beheersmaatregelen beperkt de benodigde weerstandscapaciteit zich grotendeels tot de schaalnadelen, in geval van bezuinigingen. Inschatting is een bedrag van circa € 191.000.
23
2.
Overige omzet
De overige taken betreffen onder meer de offertetaken en subsidies. Met de uitvoering is een budget van circa € 2,1 mln. per jaar gemoeid. De kans op bezuinigingen is hoog (75%). Gerekend over een periode van 1 jaar en met inbegrip van onderstaande beheersmaatregelen wordt de financiële impact ingeschat op hoog (€ 632.000). Beheersmaatregelen Voor de adviestaken geldt dat er tot nu toe geen sprake is van enige verplichting naar gemeenten om werk bij OZHZ neer te leggen. Doelstelling is om 90% van de benodigde capaciteit in te vullen met eigen formatie. Voor het restant wordt de zogenaamde “flexibele schil” ingezet. Daarmee kan flexibel worden ingespeeld op omzetfluctuaties. Benodigde weerstandscapaciteit Vanwege bovengenoemde beheersmaatregelen beperkt de benodigde weerstandscapaciteit zich tot de schaalnadelen, in geval van bezuinigingen. Op basis van de jaarrekening is de inschatting circa € 474.000. 3.
Ziekteverzuim
In de begroting wordt uitgegaan van een norm voor ziekteverzuim van 5%. In geval van een hoger ziekteverzuim, is er sprake van productiviteitsverlies. Een laag risico is reëel gezien de ervaringscijfers over 2025 (uitkomst ziekteverzuim over 2025 is 4,55% (12-maands voortschrijdend gemiddelde)); de financiële impact met inbegrip van onderstaande beheersmaatregelen is groot (€ 548.000), gerekend over een periode van een jaar. De kans wordt ingeschat op laag (25%). Beheersmaatregelen: -
Het verzuimbeleid van OZHZ.
-
Monitoren ziekteverzuim gedurende het jaar.
-
De norm van 5% is financieel vertaald in de begroting.
Benodigde weerstandscapaciteit Door bovengenoemde beheersmaatregel is een weerstandscapaciteit benodigd van circa € 136.000. 4.
BD samenwerking
Op dit moment wordt er gewerkt aan een nieuw dienstverlenings- en financieringsmodel van Bedrijfsvoering Drechtsteden. De financiële effecten van dit model zijn op dit moment nog niet te overzien. Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid accepteert een risico tot een bandbreedte van 7,5% van het offertebedrag voor de jaren 2026 en 2027. Het offertebedrag bedraagt € 1.930.000. De kans wordt ingeschat op hoog (75%). Beheersmaatregelen: -
Scherp contractbeheer in afstemming met Bedrijfsvoering Drechtsteden
-
Marktverkenning.
Benodigde weerstandscapaciteit Door bovengenoemde beheersmaatregel is een weerstandscapaciteit benodigd van circa € 109.000.
24
Weerstandscapaciteit versus benodigde weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit van OZHZ bestaat uit de algemene reserve en de post onvoorzien. De omvang van het weerstandsvermogen per ultimo 2025 bedraagt € 954.709 (zonder toevoeging van het positieve exploitatieresultaat 2025 aan de algemene reserve). Gegeven het risicoprofiel is voor 2025 een weerstandsvermogen van € 910.000 benodigd. Bovenstaande bedragen resulteren in een weerstandsratio van 1,0. De normering voor omgevingsdiensten om te voldoen aan de robuustheidscriteria qua weerstandsratio bedraagt 0,8. 5.2 Onderhoud kapitaalgoederen De omvang van de kapitaalgoederen is relatief beperkt, aangezien OZHZ de kapitaalgoederen grotendeels huurt of leaset. Het gaat daarbij om: -
Het huurcontract inzake de locatie Post 120;
-
De uitbesteding van de ICT-dienstverlening bij Bedrijfsvoering Drechtsteden (en derhalve geen eigen investering in een netwerk, rekencentrum en generieke hardware);
-
Leasecontracten voor het wagenpark.
De kapitaalgoederen van OZHZ betreffen voornamelijk gedane investeringen in de sfeer van huisvesting: OZHZ heeft in 2021 en 2022 fors geïnvesteerd om het kantoor geschikt te maken voor het hybride werken. Daarbij hoorden niet alleen de investeringen in het gebouw, maar ook de aanschaf van laptops voor alle medewerkers, docking stations voor alle werkplekken op kantoor, verbeterde audiovisuele apparatuur in de vergader- en projectruimtes, etc. De onderhoud- en gebruikskosten van de vaartuigen worden gedekt uit de provinciale bijdrage. Binnen de materiële budgetten die vanuit de provincie zijn opgenomen bij OZHZ zijn middelen vrijgemaakt om de kapitaallasten te kunnen opvangen van de noodzakelijke vervangingen van de kapitaalgoederen. Onderstaand een overzicht van de materiële vaste activa per categorie. Omschrijving
Boekwaarde 2024
Boekwaarde 2025
a
Huisvesting
600.478
458.109
b
ICT en audiovisuele investeringen
181.009
202.920
c
Meubilair
165.059
125.822
d
Software
50.705
28.325
e
Bedrijfsmiddelen
f
Vaartuigen
Totaal
13.456
9.204
2.626.535
2.515.000
3.637.242
3.339.380
Bedragen x €
25
5.3 Financiering De financieringsparagraaf in de begroting is een belangrijk instrument voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. In het Treasurystatuut Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid (vastgesteld door het AB op 20 maart 2025) zijn het begrippenkader en de doelstellingen van de treasury functie geformuleerd en geconcretiseerd naar de verschillende deelgebieden van treasury, risicobeheer, financiën en kasbeheer. Ook zijn de organisatorische randvoorwaarden weergegeven. Tot slot zijn in het statuut de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te houden. Algemene ontwikkelingen De treasury functie is gebaseerd op de Wet Fido. Een belangrijk element is het meer zicht krijgen op de ontwikkeling van de financieringspositie, zowel op de korte als lange termijn. Dit betreft met name het in beeld brengen van de behoefte aan financieringsmiddelen, gerelateerd aan de investeringsplanning en de inzet van vrijvallende dan wel beschikbaar komende financieringsmiddelen. Per 16 december 2013 is het Schatkistbankieren ingegaan. Decentrale overheden zijn verplicht om dagelijks overtollige kasgelden over te boeken naar het Rijk. Risicobeheer Algemene uitgangspunten met betrekking tot het risicobeheer zijn: ▪
Leningen en garanties uit hoofde van de "publieke taak" worden uitsluitend verstrekt aan door het Algemeen Bestuur goedgekeurde derde partijen;
▪
Uit hoofde van de treasury functie kunnen middelen worden uitgezet indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet gericht zijn op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico;
▪
Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.
Renterisicobeheer Algemene uitgangspunten met betrekking tot het renterisicobeheer zijn: ▪
Geen overschrijding van de renterisico norm conform de Wet Fido;
▪
Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning;
▪
De rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie;
▪
Streven naar spreiding in de rent typische looptijden en uitzettingen.
Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de wet FIDO een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop de organisatie haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming, dus met uitzondering van de stortingen in de reserves. Voor 2025 bedraagt deze limiet 8,5% van € 36,24 mln. (omvang bijgestelde begroting) = € 3,08 mln. De liquide middelen betreffen rekening-courant tegoeden; deposito’s komen voort uit de financiering van het lopende bedrijf 26
en de bestemmingsreserves. De totale netto vlottende schuld bedraagt -/- € 9,00 mln. en blijft daarmee ruim binnen de toegestane kasgeldlimiet. De ruimte bedraagt € 12.086 mln.
Kasgeldlimiet
31-12-2025
31-12-2024
36.241
35.032
Percentage
8,5%
8,5%
Bedrag
3.080
2.978
opgenomen gelden < 1 jaar
0
0
schuld in rekening courant
0
0
door derden gestorte gelden 1 < jaar
0
0
overige schulden
1.963
1.555
Totaal
1.963
1.555
Omvang begroting 1 Toegestane kasgeldlimiet
2 Vlottende schuld
3 Vlottende middelen contante gelden in kas
1
0
10.968
3.472
0
0
10.968
3.473
Totaal netto vlottende schuld (2 -/- 3)
-9.005
-1.918
Toegestane kasgeldlimiet
3.080
2.978
Ruimte
12.086
4.896
tegoeden in rekening courant overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal
4 Toets kasgeldlimiet
Bedragen x € 1.000
Renterisico norm Het renterisico op de lange financiering wordt wettelijk begrensd door de renterisico norm. Als lange financiering wordt volgens de wet Fido aangemerkt: alle financieringsvormen met een rente typische looptijd groter dan 1 jaar. Het renterisico wordt gedefinieerd als het minimum van de netto nieuw aangetrokken schuld en de betaalde aflossingen, vermeerderd met het saldo van de contractuele renteherzieningen op de opgenomen en uitgezette geldleningen. Het renterisico op de lange termijn wordt beperkt tot de in de wet genoemde 20% van de restant hoofdsom van de rente typische langlopende leningen. Achterliggende reden voor het gebruik van de renterisico norm is de spreiding van het renterisico over de jaren.
27
Doordat OZHZ per 31 december 2025 geen leningen heeft uitstaan is het renterisico nihil. Ook zijn er in 2025 geen kortlopende leningen aangegaan.