NR. 27 Artikel 36 vragen Realistisch Ambacht Verkenning kleinschalige woningbouwontwikkeling in Hendrik-Ido-Ambacht
Tekst van het document
Vragen ex art. 36 Betreft: Verkenning kleinschalige woningbouwontwikkeling in Hendrik-Ido-Ambacht Geacht college van B&W, Inleiding In de Tweede Kamer is recent een motie aangenomen (Motie Nr. 273, van de leden Flach en Grinwis, 30 maart 2026) die beoogt gemeenten via de Nota Ruimte meer mogelijkheden te bieden voor kleinschalige woningbouwontwikkeling tot circa 200 woningen per kern, binnen of aansluitend op de bestaande kern. Daarom heeft onze fractie de volgende feitelijke schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 36 van het Reglement van Orde. Vragen 1.) Is het college bekend met de aangenomen motie die beoogt om gemeenten via de Nota Ruimte de mogelijkheid te bieden om per kern een ontwikkeling tot circa 200 woningen te realiseren, binnen of aansluitend op de bestaande kern? 2.) Heeft het college al een eerste beeld of er binnen of aansluitend op de bestaande kern van Hendrik-IdoAmbacht locaties denkbaar zijn die in aanmerking zouden kunnen komen voor een dergelijke kleinschalige woningbouwontwikkeling? 3.) Kan het college aangeven welke mogelijke locaties hiervoor op hoofdlijnen in beeld zouden kunnen zijn, uitgesplitst naar: a. inbreidingslocaties; b. transformatie- of herstructureringslocaties; c. locaties aansluitend op de bestaande kern? 4.) Kan het college per mogelijke locatie op hoofdlijnen aangeven: a. de geschatte ruimtelijke capaciteit; b.
of sprake is van ligging binnen of buiten bestaand stedelijk gebied; c. de voornaamste ruimtelijke, planologische of beleidsmatige belemmeringen? d. of er sprake kan zijn van stikstofbeperkingen? 5.) In hoeverre passen eventuele kansrijke locaties binnen de huidige Omgevingsvisie, het omgevingsplan en andere relevante gemeentelijke beleidskaders? 6.) Welke provinciale regels of beperkingen acht het college in dit verband met name relevant? 7.) Ziet het college mogelijkheden om met een dergelijke ontwikkeling bij te dragen aan de lokale woningbehoefte, in het bijzonder voor starters, senioren, sociale huur, middenhuur en betaalbare koop? 8.) Kan het college aangeven hoe deze beoogde mogelijkheid voor circa 200 woningen per kern zich volgens het college verhoudt tot de reeds bestaande bouw- en woonopgave van Hendrik-Ido-Ambacht, en of hierbij sprake is van aanvullende planruimte of van ruimte die in de praktijk binnen de huidige programmering wordt geacht te vallen?
Vragen ex art. 36 9.) Acht het college het realistisch dat Hendrik-Ido-Ambacht op termijn gebruik kan maken van deze verruimde mogelijkheid, en zo ja, eerder via één locatie of via een combinatie van meerdere kleinere locaties? 10.) Is het college bereid een ambtelijke verkenning uit te voeren naar de ruimtelijke, beleidsmatige en planologische haalbaarheid van een dergelijke ontwikkeling en de raad hierover te informeren? 11.) Zo ja, op welke termijn kan de raad een eerste ambtelijke notitie of memo tegemoetzien?
Namens de fractie van Realistisch Ambacht, dank voor uw aandacht en beantwoording, Bastiaan Bakker Hendrik-Ido-Ambacht, 9 april 2026