Nr. 26 Brief VNG Brief VNG, IPO en UvW aan de informateur
Tekst van het document
(VNG
Aan de leden
Datum
30 januari 2024 Ons kenmerk
U202400039 Lbr. 24/002 Telefoon
070 373 8393 Bijlage(n)
1
Onderwerp
Brief VNG, IPO en UvW aan de informateur
Geachte leden van college en gemeenteraad
Via deze weg wil ik u op de hoogte brengen dat de bijgevoegde brief vandaag namens de VNG, IPO en UvW is verstuurd aan informateur Plasterk. In de brief doen we een aanzet voor een agenda voor Nederland. Graag gaan we hierover in gesprek met de formerende partijen, om vervolgens afspraken te kunnen maken over de samenwerking tussen het nieuwe kabinet en de decentrale overheden in de komende kabinetsperiode. Voor de VNG is de inhoud gebaseerd op de resolutie die u afgelopen ALV heeft aangenomen. We houden u op de hoogte van verdere ontwikkelingen. Mocht u in de tussentijd vragen hebben over de inzet van de VNG richting de formatie dan kunt u contact opnemen via inzetformatie@vnq.nl. Met vriendelijke groet,
mr L.K. (Leonard) Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
r
vng.nl
f'\/|Jq\
11/1
Interprovinciaal Overleg
S UNIE VAN
van, voor en door provincies
WATERSCHAPPEN
Naar een agenda voor Nederland Den Haag, 30 januari 2024
Geachte heer Plasterk, Gemeenten, provincies en waterschappen willen met het nieuwe kabinet een agenda opstellen die gericht is op de
aanpak van de grote maatschappelijke vraagstukken van onze tijd. Hierbij bieden wij u een aanzet voor een agenda voor Nederland aan. Wij doen dat in het besef dat de grote opgaven zonder de decentrale overheden niet kunnen worden gerealiseerd. U kunt deze aanzet voor een agenda voor Nederland dan ook lezen als het aanbod van de decentrale
overheden aan het nieuwe kabinet: wij willen samen optrekken bij het belangrijke werk dat moet worden gedaan. Graag bespreken we deze aanzet voor een agenda met de formerende partijen, om vervolgens afspraken te kunnen maken over de samenwerking tussen het nieuwe kabinet en de decentrale overheden in de komende kabinetsperiode. Gemeenten, provincies en waterschappen zijn onderdeel van de oplossingen voor de grote maatschappelijke vraagstukken. Wij staan dicht bij onze inwoner: we betrekken hen bij totstandkoming van nieuw beleid en uitvoering. Wij geven de overheid een persoonlijk gezicht in het contact met onze inwoners en geven inzicht in de noodzaak van
sommige keuzes, ook als die pijnlijk zijn. Tegelijkertijd zijn we wendbaar en flexibel, herkenbaar en laagdrempelig. Dit stelt ons in staat om maatwerkoplossingen te vinden voor levensgrote vraagstukken. Wij staan dicht bij de gebieden waar het moet gebeuren. Problemen die van plektot plek en van regio tot regio verschillen en dus om eigen oplossingen vragen. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben ruimte en vertrouwen nodig. En stabiele, structurele en voorspelbare inkomsten om hun rol te vervullen. Dit vraagt om erkenning vanuit het Rijk voor de huidige benarde financiële positie van provincies en met name gemeenten. Alleen met een goede (financiële) uitgangspositie kunnen de decentrale overheden bijdragen aan het oplossen van de grote maatschappelijke problemen.
Een afspraak in de Code interbestuurlijke verhoudingen is dat de decentrale overheden tijdig worden uitgenodigd aan tafel bij de formerende partijen om de gezamenlijke opgaven te bespreken. We zien uit naar dat gesprek en bieden u hierbij alvast onze inzet aan.
Sharon Dijksma Voorzitter VNG
Jaap Smit Voorzitter IPO
Rogier van der Sande Voorzitter UvW
Naar een agenda voor Nederland De inzet van de decentrale overheden De grote opgaven van deze tijd kunnen niet zonder de decentrale overheden worden gerealiseerd. Wij hebben daarbij samen met u de opdracht om het vertrouwen van mensen in de overheid te herwinnen. Samen met het nieuwe kabinet willen wij een agenda opstellen die gericht is op de aanpak van die grote opgaven. Wat ons betreft maken in ieder geval de hieronder genoemde thema's daar deel van uit. Graag bespreken we zo'n agenda met de formerende partijen, om
vervolgens afspraken te kunnen maken over de samenwerking tussen het nieuwe kabinet en de decentrale overheden in de komende kabinetsperiode.
Bestaanszekerheid
We zien dat steeds meer inwoners moeite hebben om rond te komen. Het is onze taak als overheid om deze inwoners houvast te bieden in een onzekere wereld. We willen ons richten op maatwerk in bijzondere situaties. Daarvoor dient de landelijke basis op orde te zijn. Om een menswaardig bestaan veilig te stellen, is het aan de politiek om fundamentele keuzes te maken. Het is belangrijk dat basisvoorzieningen als zorg, onderwijs, wonen, openbaar vervoer, kinderopvang, cultuur en bibliotheken voor iedereen toegankelijk en betaalbaar
zijn.
Kansengelijkheid We willen de meest kwetsbare gezinnen blijven helpen.
Met de Hervormingsagenda Jeugd en het toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming zetten wij goede stappen richting kansengelijkheid. Voor de continuïteit van de jeugdhulp is financiële zekerheid nodig vanaf 2026. Ook is op korte termijn inzicht nodig hoe de inperking van de reikwijdte in de wet op jeugdhulp eruit gaat zien. Onderwijshuisvesting is wat ons betreft topprioriteit: er liggen diverse rapporten die klip-en-klaar zijn over het belang hiervan voor de kansen van alle jongeren.
De VNG organiseert een Top Bestaanszeker Nederland op woensdag 31
januari 2024 om samen met
Asiel en migratie
maatschappelijke partners een stap naar voren te De decentrale overheden kunnen een bijdrage leveren
zetten.
aan een flexibel en effectief opvang- en migratiesysteem. Betrouwbaar rijksbeleid gericht op de Brede welvaart
Brede welvaart vraagt om verdienvermogen in elke regio. Een sterk regionaal bedrijfsleven is om die reden belangrijk voor Nederland. Iedere regio is anders en heeft zijn eigen kracht, waarden, normen en cultuur. Kennis van en directe betrokkenheid bij de regio zijn nodig om het regionale bedrijfsleven optimaal te kunnen ondersteunen met maatwerk gericht op
regionale meerwaarde en breed draagvlak. We werken daarom graag samen het nieuwe kabinet aan strategische investeringsagenda's voor de regio om invulling te kunnen geven aan de maatschappelijke opgaven en brede welvaart.
lange termijn, wetgeving waarin de taken goed zijn onderscheiden, en voldoende middelen en capaciteit in de hele keten zijn daarvoor belangrijke randvoorwaarden. Zo komen we tot een migratiesysteem dat kan rekenen op draagvlak in wijken, dorpen en steden, menswaardig is en zorgt voor goede integratie van nieuwkomers die mogen blijven. Een systeem waarbij de basisvoorwaarden weer op
orde zijn.
Over bovenstaande onderwerpen hebben de VNG en gemeenten een hernieuwde propositie 'de Waarde van het Sociaal Domein' opgesteld. Deze is op 26 januari
2024 gepubliceerd.
2
(vng) <ƒ> ‘rr:”
a UNIE VAN WATERSCHAPPCN
ruimtelijke keuzes. Hiermee voorkomen we problemen en kosten in de toekomst. We moeten in Nederland slim
Kiezen in de ruimte
Elke regio telt en elke regio draagt op z'n eigen wijze bij aan de brede welvaart en aan de kwaliteit van de
leefomgeving
in
Nederland.
In
de
ruimtelijke
voorstellen die iedere provincie in samenwerking met gemeenten, waterschappen en andere
gebiedspartners uitwerkt, krijgen de eigen regionale agenda's een stevige plek. Gemeenten werken aan de integratie van de ruimtelijke met de sociale agenda. Wij realiseren vanuit de visie voor een gebied of wijk nieuwe woningen, het behoud en uitbreiden van natuur, het vinden van een plek voor bedrijven en
ondernemers. De fysieke ruimte in Nederland is schaars en de herinrichtingsopgave is groot. Overal verdienen mensen kansen en hopen ze gezond oud te worden; daarvoor is ruimte nodig. Het is aan ons om daar met elkaar in goed samenspel keuzes te maken. Het afwegen van het waterbelang moet hierbij minder vrijblijvend worden. Dat betekent onder meer dat de gevolgen van het bouwen van woningen voor het water- en bodemsysteem inzichtelijk moeten zijn. Op die manier kan een goede afweging worden gemaakt waardoor afwenteling wordt voorkomen, bijvoorbeeld op toekomstige generaties. Hiermee vergroten we ook het bewustzijn en het draagvlak voor de te maken keuzen. Dit moet lokaal en regionaal, en waar nodig landelijk worden geborgd met regelgeving. Wat ons betreft wordt dit onderdeel van de bestuurlijke afspraken die we willen maken met het nieuwe kabinet.
De Unie van Waterschappen organiseert dit voorjaar een
klimaat-
en
watertop
om
samen
met
maatschappelijke partners een stap naar voren te zetten.
Woningbouw
Voor de honderdduizenden woningzoekenden in Nederland is het van belang om snel veel meer te bouwen. Om dat te kunnen doen is het essentieel om gezamenlijk te investeren in bereikbaarheid, netcongestie, recreatief groen (zowel in als rond de stad) en met voorrang belemmeringen in wet- en regelgeving (waaronder stikstof en geluid) aan te pakken. Wij onderschrijven de ingezette koers dat water en bodem sturend moeten zijn bij het maken van
gaan bouwen. Dat betekent nieuwbouwlocaties kiezen waar ruimte isof wordt gereserveerd voor water, en niet bouwen op plekken die daarvoor ongeschikt zijn.
Hetzelfde geldt voor klimaatbestendig bouwen van nieuwe woningen, die ook voor toekomstige generaties geschikt moeten zijn om in te wonen. Om dit te
bereiken kan het nodig zijn aanvullende bouwvoorschriften op te nemen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (het voormalige Bouwbesluit). Klimaatadaptatief bouwen vergt naast een lange termijnperspectief ook extra geld. Op dit terrein zijn al de nodige tekorten, met speciaal aandacht voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma die door rijksoverheid en waterschappen in gezamenlijkheid wordt gefinancierd. Daarnaast is sprake van een grote vervangings- en onderhoudsopgave bij infrastructuur in bezit van decentrale overheden, zoals uit een recente verkenning van TNO blijkt.
Klimaat en energie Voor klimaat en energie staat één woord centraal: uitvoering, uitvoering en nog eens uitvoering! Dat slaagt alleen als Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen intensief met elkaar samenwerken. Dit
vergt ook een goed narratief waarin overheden duidelijk maken wat en wanneer gaat gebeuren en hoe inwoners en bedrijven daar mede vorm aan kunnen geven. Klimaatrechtvaardigheid - het eerlijk delen van lusten en lasten - is een belangrijk uitgangspunt om draagvlak te houden. Urgent thema is de
transportschaarste op het elektriciteitsnet. Deze belemmert niet alleen de voortgang van de energietransitie maar ook de ontwikkeling van
Nederland. Het vergt alle hens aan dek en onorthodoxe maatregelen om netcongestie aan te pakken en het energienet tijdig te verzwaren. Het lokaal opwekken van energie is daarvoor eveneens een van de oplossingen.
Aedes, VNG en IPO organiseren dit voorjaar een Woontop om samen met maatschappelijke partners een stap naar voren te zetten.
(vng)
euNitv.'.N WATCRSCHAPPCN
3
structurele beschikbaarheid van de benodigde juridische en financiële middelen en een helder
Bereikbaarheid & OV
We zien het hele land vast staan en het aantal verkeersdoden en gewonden stijgen. Daarom is een andere aanpak van het mobiliteitsbeleid nodig waarbij betaalbare bereikbaarheid in elke regio centraal staat. Investeer in snel, frequent en aantrekkelijk openbaar vervoer en goede fietsvoorzieningen, pas regelgeving aan zodat doelgroepenvervoer en vervoer op maat als één systeem werken en zorg voor voldoende budget. Daarvoor is het Mobiliteitsfonds de geijkte plek, naast middelen voor onderhoud, vernieuwing en het verkeersveilig maken van infrastructuur en handhaving.
Het IPO heeft over het landelijk gebied de propositie 'Handen uit de mouwen voor een toekomstbestendig
landelijk gebied' opgesteld. Deze is op 15 december
2023 gepubliceerd.
Landelijk gebied
samenhangende problemen: de vergunningverlening loopt vast waardoor maatschappelijke ontwikkelingen stagneren en boeren in onzekerheid zitten over de toekomst van hun bedrijf, het behalen van de doelen
van de Kaderrichtlijn Water 2027 vormt een stevige uitdaging, instandhouding van natuurdoelstellingen vraagt extra inzet en er is nog steeds geen duurzame oplossing voor PAS-melders en vergelijkbare gevallen. Provincies voeren regie op een samenhangende aanpak en slim ruimtegebruik. De decentrale overheden vragen van het nieuwe kabinet doelsturing die ondernemers perspectief biedt,
(vng) typ
Het IPO organiseert dit voorjaar een top over het landelijk gebied om samen met maatschappelijke partners een stap naar voren te zetten.
Water Gebruik water als transitiemotor voor het landelijk gebied. Relatief eenvoudige watermaatregelen kunnen
de veerkracht van de natuur vergroten en klimaatrisico's van de landbouw verkleinen. Water verbindt landbouw en natuur. Door te redeneren vanuit de draagkracht van het water- en bodemsysteem vinden we oplossingen
die houdbaar zijn voor de lange termijn. We mogen de problemen van nu niet afwentelen op toekomstige generaties. Daar kunnen we de 'waterknop' voor benutten. Een bronaanpak (wat er niet inkomt, hoeft er
ook niet uit) is nodig voor een goede waterkwaliteit (dus
De decentrale overheden willen zo snel mogelijk samen met het Rijk verder aan de slag om de problemen in het landelijk gebied aan te pakken. Het gaat om
4
generiek beleid.
s UNIC VAN WATERSCHAPPEN
voorzorgprincipe bij toelatingsbeleid) maar ook nieuwe investeringen in waterzuiveringen om aan EU-
regelgeving
te
voldoen.
De
middelen
uit
het
transitiefonds voor beekdal herstel zijn voor het waterbeheer onmisbaar. Het halen van de Kaderrichtlijn Water en ook het beschermen van drinkwaterbronnen vraagt om versnelling en versterking van de inzet op waterkwaliteit.
De Unie van Waterschappen en de vereniging van
drinkwaterbedrijven Vewin hebben een gezamenlijke agenda 'Water in Actie’ uitgebracht met acties voor het
beschikbaar houden van voldoende gezond water en het herstellen van de waterbalans .
Naar een agenda voor Nederland De decentrale overheden vragen ruimte en vertrouwen Deze aanzet voor een agenda voor Nederland is het aanbod van de decentrale overheden aan het nieuwe kabinet om bij te dragen aan de grote opgaven van deze tijd. We willen als gelijkwaardige partners met elkaar optrekken. Daar hoort ook een goede (financiële) startpositie bij. En omdat er in het hele land schaarste is aan personeel, willen we uitvoerbaarheid agenderen.
Versterking partnerschap We werken aan oplossingen die werken in onze buurten, wijken en gebieden. Oplossingen die uitlegbaar zijn aan onze inwoners en uitvoerbaar voor onze organisaties. We brengen daarom graag onze praktijkkennis vanaf de start in. We zien graag dat we met elkaar in de interbestuurlijke verhouding meer zekerheden inbouwen dat nieuwe plannen
ook uitvoerbaar en effectief zijn. De Code interbestuurlijke verhoudingen en de Uitvoerbaarheidstoets decentrale overheden zijn daarin onmisbaar, evenals een uitvoeringstoets door de VNG en gemeenten zelf. Daarmee zijn we er nog niet: professionals, data en ICT, en geld zijn komende jaren schaars. Maak samen met ons heldere keuzes waar gemeenten, provincies en waterschappen écht het verschil maken en welke taken het Rijk beter kan uitvoeren. Kijk ook waar vereenvoudiging mogelijk is, voor onze inwoners en onze mensen in de uitvoering.
De opgaven waarvoor we gezamenlijk staan, vragen om een overheid die betrouwbaar is en vertrouwen geeft aan inwoners. Decentrale overheden werken aan een sterke betrokkenheid van inwoners en voor goede democratische legitimatie van noodzakelijke keuzes. Wij hebben de taak goed naar mensen te luisteren en wij willen dat zij dat ook zo voelen. Met eerlijke en rechtvaardige financiële
verhoudingen waarbij recht wordt gedaan aan de afspraken en de decentrale overheden structureel geld krijgen voor structurele taken, kunnen decentrale overheden vorm geven aan een verbetering van de leefbaarheid en bestaanszekerheid in alle regio's Doen we dit niet dan gaan zwembaden dicht, bibliotheken sluiten,
5
(vng)
eUNIt VAN WATtRSCHAPPtN
buslijnen worden opgeven en verschraalt het
sociaal domein.
Afschaffen van de opschalingskorting
We zien inmiddels brede steun in de Tweede Kamer
ontstaan voor onze vurige wens om de opschalingskorting voor gemeenten en provincies af te schaffen. Terugdraaien van deze korting verkleint het gat voor gemeenten in 2026 met € 675 miljoen en voor provincies met€ 40 miljoen.
Herstel van het accres vanaf 2026
Het vorige kabinet heeft eenzijdig een nieuwe aangekondigd. wordt in 2026 het gemeentefonds gekort met ongeveer € 2,3 miljard en het provinciefonds met € 400 miljoen. De aangekondigde nieuwe financieringssystematiek is er niet gekomen, maar de korting is wel blijven staan. Het gevolg is dat de decentrale overheden nietten volle hun bijdrage kunnen leveren. Zij zullen investeringen uitstellen of annuleren en bezuinigen op de uitvoering van vrijwel al hun kerntaken als deze korting niet wordt hersteld. financieringssystematiek Vooruitlopend daarop
Indexering van de fondsen passend bij stijgende kosten op wettelijke (zorgjtaken
Bij de Voorjaarsnota 2023 is eenzijdig een nieuwe normeringssystematiek gepresenteerd: het rijk wil voortaan het reëel accres koppelen aan de gemiddelde groei van het BBP over de afgelopen 8 jaar - een percentage van ongeveer 1,5%. Hoewel deze systematiek stabiliteit kan brengen, schiet ze
tekort om de groei van de uitgaven voor zorgkosten van gemeenten door vergrijzing, beheer en
onderhoud van infrastructuur, openbare ruimte en OV en natuurbeheer van de provincies op te vangen. Die kosten stijgen namelijk harder dan het gemiddelde BBP. Daarnaast leidt de nieuwe berekeningswijze van de accressen tot schommelingen met een extra nadeel, in plaats van het vergroten van de stabiliteit. Om ervoor te zorgen dat een nieuwe systematiek niet leidt tot een groeiend tekort en ook de steun van de decentrale overheden krijgt, treden wij graag in overleg over hoe het systeem wel kan bijdragen aan structurele en stabiele financiële inkomsten voor decentrale overheden.
In balans brengen van taken en middelen
Gemeente- en provinciebegrotingen kijken vier jaar vooruit. Vanwege het financiële gat in 2026 en verder kunnen zij nu veel beperkter structurele uitgaven plannen. Zij kunnen bijvoorbeeld geen
vast personeel aannemen voor structurele taken. Gemeenten en provincies starten begin 2024 met het opstellen van hun meerjarenbegroting 20252028. Het is dan noodzaak om gezamenlijk te kijken welke taken nog binnen de beschikbare middelen en op welke wijze kunnen worden uitgevoerd. Of we moeten noodgedwongen bezuinigingen op woningbouw, zorg, beheer en onderhoud en andere belangrijke zaken. Het corrigeren van de ingrepen op het gemeentefonds en provinciefonds en de normering daarvan dient voorrang te krijgen. Dit is noodzakelijk om de basis op orde te brengen. Daarnaast moeten we het gesprek blijven voeren over bestaande tekorten op huidige taken. Te denken valt bijvoorbeeld aan onderwijshuisvesting en de uitvoering van de participatiewet. Bij deze gesprekken betrekken we ook graag de arbeidsma rktkra pte.
Meer
algemene
en
minder
specifieke
uitkeringen Gemeenten en provincies hebben op dit moment te maken met veel specifieke uitkeringen. Dit beperkt de beleidsvrijheid van gemeenten en provincies en geeft veel administratieve lasten. Wij roepen een
nieuw kabinet dan ook op om vooral de algemene
6
(wie)
uni: v,*.n TT’mkumom, e WATCRSCHAPPtN
uitkeringen te benutten provincies te bekostigen.
om
gemeenten
en