Nr. 21 E-mail Stichting Gezond Water Vislood, gemeente en Sportvisserij Nederland
Tekst van het document
Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: Bijlagen:
info@stichtinggezondwater.nl zaterdag 18 november 2023 14:47 Gemeente H-I-Ambacht.nl vislood, gemeente en Sportvisserij Nederland uitspraak BRE22-5262 Vallei Veluwe RWS Oost6juli 2023 20230926_14292516.pdf; WUR onderzoek vislood.pdf; loodverlies_en_het_gebruik_van_loodvervangers_in_wageningen_university_and_research_586061 (1 ).pdf; reacie op reactei SN 14 november 2023.pdf
Opvolgingsvlag: Vlagstatus:
Opvolgen Met vlag
Geachte leden van de raad van de gemeente Hendrik-ldo-Ambacht, Recent heeft u een verzoek van SGW ontvangen om het onnodige gebruik en daardoor verlies van vislood te doen stoppen zoals onder andere de Gemeente Amersfoort doet. Daarna heeft u een bericht van Sportvisserij Nederland ontvangen waarin is aangegeven dat een lokaal verbod onhaalbaar is op basis van het recent door CVO uitgevoerde onderzoek. Sportvisserij Nederland verwijst naar haar samenwerking met de overheid over het (niet) gebruiken van vislood en stelt dat begin 2024 er een Europees vislood verbod zal komen.
F II
Maar Sportvisserij Nederland geeft u vijf belangrijke dingen niet mee: ___ 1. Onderzoek van de WUR uit juni 2023 waarin is aangetoond dat door vislood rode lijst soorten in het water, zoals de poelslak, worden bedreigd. Mogelijke risico's van vislood in het 2. Bestuursrechters in juli 2023 hebben uitgesproken dat: aquatische milieu Een sportvisser die met lood vist daarvoor een vergunning Waterwel dient te hebben. Een hengelsportvereniging die een viswedstrijd organiseert zonder een verbod voor het gebruik van WAOENINGEN vislood in het wedstrijdreglement, een overtreder is. Achtergelaten vislood in het water moet worden gemeld bij het bevoegde gezag en worden opgeruimd. 3. In het CVO onderzoek is onderzocht hoe sportvissers kijken naar loodvervangers en hoeveel sportvissers die gebruiken. Na 5 jaar (2017-2021) heeft slechts 23 % van de sportvissers wel eens een loodvervanger gebruikt. Dus van de sportvissers heeft 77 % nog nooit zonder lood gevist. Het verbod voor het vissen met lood komt in het onderzoek niet aan de orde. 4. Als de Europese Commissie al instemt met een verbod voor vislood in 2024 (het is al meermaals uitgesteld en niet onbetwist) dan duurt het nog minimaal 4 jaar voordat een verbod in werking treedt. Nu is zeker zeker dat er geen vislood verbod zal zijn voor 2029. 5.
Voor de Zeer Zorgwekkende Stof (vis)lood geldt minimalisatieplicht, dat houdt in niet gebruiken en geen emissie. Behalve als het echt niet anders kan. Maar voor vislood zijn meer dan 1000 alternatieven. Gemeenten hebben in 2021 met ZZS decentraal emissies van ZZS in hun gemeente bepaald en
preventiemogelijkheden daarvoor in kaart gebracht. De onnodige emissie van vislood is het eenvoudigst te voorkomen. Bijvoorbeeld, zoals voorgesteld, met een verbod in het visrecht. 1
SGW wil u deze informatie niet onthouden. Voor de volledigheid in de bijlage relevante stukken.
Laat u niets wijsmaken over vislood en realiseer dat het onnodige gebruik en daarmee verlies van lood in uw wateren stopt. Zorg voor water en mens verdient nu prioriteit.
Met vriendelijke groet, Egbert Lobée
SGW
Achting Gex°n^ Water
Egbett Lobée, secretaris Stichting Gezond Watet, Lange Geer 11 4417 AK Hansweert Telefoon: 0113 381340 Mobiel 06 13656549 E-mal info^stiditinggezondwatetjiI egbertlobee'ti stichting gezondwat er .nl Web: www.stictitinggezondwater.nl
2
uitspraak RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/5262 W ET
uitspraak van de meenoudige kamer xan 4 juli 2023 in de zaak tussen Stichting Gezond Water, uit Hansweert. eiseres (gemachtigde: ir. B.GJ. Lobêe). en
De minister van Infrastructuur en Waterstaat, de minister (gemachtigde: mr. M. Otten).
Inleiding
I In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afvv ijzing van haar handhav ingsverzoek. De minister heeft dit verzoek met het besluit v an 6 december 2021 afgewezen II. Met het bestreden besluit van 21 april 2022 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van het handhavingsverzoek gebleven
1.2
De minister heeft op het beroep gereageerd mei een \erweerschrift
De rechtbank heeft het beroep op 23 mei 2023 op zitting behandeld Hieraan 1.3. hebben deelgenomen: namens eiseres de gemachtigde en J. X. de Jonge en namens de minister de gemachtigde en mr. Saba Totstandkoming san het besluit ll 'a/ is er vooralleaaan’
2. Op 4 oktober 2010 heeft eiseres het waterschap Vallei en Veluwe (hierna: het waterschap) verzocht om handhavend op te treden. Dat verzoek betreft een viswedstrijd op 20 oktober 2010 in de IJssel. georganiseerd door hengelsponvereniging ' Tol Ons Genoegen' in Apeldoorn 2 1. Bij besluit van 30 oktober 2010 heeft het waterschap het handhavingsverzoek afgewezen, omdat de viswedstrijd toen al had plaatsgevonden. Volgens het waterschap heeft eiseres daarom geen belang meer bij een inhoudelijke reactie op haar verzoek Bij de beslissing op bezwaar van 23 januari 2020 heeft het waterschap het hiertegen door eiseres gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, vanwege het ontbreken van procesbelang
zaaknummer: BRI 22/5262 WF I
Eiseres heeft tegen deze beslissing van het waterschap beroep ingesteld bij de rechtbank Gelderland (AWB 201052) 1 1
In de uitspraak van 14 mei 20211 heeft de rechtbank Gelderland het beroep van eiseres gegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat eiseres belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar bezwaar, gelet op het feit dal er jaarlijks tientallen viswedstrijden worden georganiseerd. De rechtbank heeft het waterschap opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres met inachtneming van de uitspraak 2.3. Het vvaterschap heelt het bezwaarschrift van eiseres vervolgens doorgestuurd aan de bezwarenadv iescommissie Daar bleek dat niet het waterschap, maar Rijkswaterstaat (RW S) het bevoegd gezag is in de zin van de Waterwel Dit betekent dat niet het vvaterschap. maar de minister op hei handhav ingsverzoek v an eiseres moest beslissen. Het waterschap heeft het handhav ingsverzoek daarom op 15 september 2021 doorgezonden naar de minister.
2.4. r -- november 2021 heeft eiseres de minister in gebreke gesteld vanwege het niet <>p 25 met •men van i**»n tijdig nemen een hr-^hti» besluit 2.5. Bij besluit van 6 december 202 I (primair besluit) heeft de minister het verzoek om handhav mg afgewezen I taaraan heeft de minister ten grondslag gelegd dat de handeling waarop het verzoek ziet, namelijk het zonder vergunning organiseren van een viswedstrijd op 20 oktober 2019. geen overtreding is Bovendien kan de minister niet vaststellen dat er op die dag een overtreding heeft plaatsgevonden van artikel 6.2 van de U aterwet
len aanzien van de ingebrekestelling stelt de minister dat hij alsnog binnen de termijn v an twee weken een beslissing heeft genomen en dat hij dus geen dwangsom heeft verbeurd wegens niet tijdig beslissen.
2.6 Eiseres heeft op 23 december 2021 bezwaar gemaakt tegen liet primaire besluit Op 14 april 2022 heeft eiseres de minister in gebreke gesteld vanwege het niet tijdig nemen van een besluit. 2.7. F Bij het bestreden besluit heeft de minister de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard. len aanzien van de ingebrekestelling stelt de minister dat hij alsnog binnen de termijn van . twee weken een beslissing heeft genomen en dat hij dus geen dwangsom heeft verbeurd wegens niet tijdig beslissen. Beoordeling door de rechtbank
3. De rechtbank beoordeelt de afw ijzing v an het handhav ingsverzoek door de minister Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres
EC11 NL RBGEl 2021 2396 ■ Anikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
zaaknummer: BRL 22/5262 \\ ET
3.1.
3
Eiseres heeft in beroep - samenge\al - hel volgende aangevoerd:
(1)1 let gebruiken v an v islood staal gelijk aan het lozen v an v islood en is dus een lozing in de zin van artikel 6.1 van de W aterwet en daarom is voor het gebruiken van vislood een vergunning op grond van artikel 6.2 van de Waterwel vereist. In de kamerbrief van 18 november 2016 geeft de minister aan dat het gebruik van v islood vergunningplichtig is op grond v an de W aterwet (Vis)lood is een zeer zorgwekkende stof (ZZS) waarvoor vanaf 1 januari 2016 een minimalisatieplicht geldt.
(II) Op grond van artikel 6.8 van de \\ aterwet moeten niet alleen indiv iduele v issers. maar ook wedstrijdorganisaties en de minister als bevoegd gezag handelen om waterverontreiniging te voorkomen doordat er v islood in het water komt. De minister is verantwoordelijk voor de naleving van de Waterwel, waaronder artikel 6.9 van die wel. (III) Volgens de evaluatie van de Green Deal Sportvisserij Loodvrij heeft slechts 17°o van de sportvissers wel eens een loodaltematief gebruikt Dat betekent dat 83% van de sportvissers altijd en alleen met lood vissen. Ook de ervaring bij eiseres leert dat bijna alle sportv issers bij wedstrijden met lood v issen (IX') Volgens eiseres stelt de minister ten onrechte dat. zo er al een v isloodje wordt achtergelaten, dit slechts een minieme tractie is van hel totale loodverlies en dat dil geen noem en sw aardige inv loed heeft op de waterkwaliteit. Handhav ing zou daarom onevenredig ingrijpen in de maatschappij. Eiseres vindt dit een bedenkelijk standpunt voor een waterkwaliteitsbeheerder
t\') De minister stelt ten onrechte dat de bevoegdheid om een besluit te nemen ontbreekt. Het is niet dat hel de minister aan bevoegdheden ontbreekt, het is dat hij weigert om iets aan het v islood te w illen doen (VI) Bij brief van 12 mei 202' heeft eiseres samengevat weergegeven dal haar beroep zich richt tegen het bestreden besluit, voor zover de minister bij het bestreden besluit heeft geoordeeld dal geen aanleiding bestond om preventief handhavend op te treden tegen de hcngelsportvereniging ' Tot Ons Genoegen' in Apeldoorn 11ISV') en tegen de sportv issers die deelnamen aan de sportv iswedstrijd. georganiseerd op 20 oktober 2019. door deze hengelsponvereniging. Volgens eiseres hebben deze partijen de minimalisatieplicht voor ZZS en de artikelen 6.2. 6 8 en 6 9 van de \\ aterwet. en de voorzorgbepalingen uit Wm. nb. \\ bb. -\P\ en P\1O overtreden Desgevraagd heeft eiseres ter zitting verduidelijkt dat de omvang van het beroep is beperkt tot hel bij het bestreden besluit weigeren preventief handhavend op te treden door de minister tegen overtreding van de minimalisatieplicht voor ZZS en van de artikelen 6.2. 6.8 en 6.9 van de Waterwel door HS\ en de deelnemers aan voornoemde sportv iswedstrijd.
Eiseres verzoekt de rechtbank bij dezelfde brief van 12 mei 2023 - samengevat weergegeven om in haar uitspraak op te nemen dat de minister uitvoering moet geven aan de minimalisatieplicht voor 77S door het verlies van lood tijdens v isvvedstrijden te handhaven wegens overtreding van voornoemde wetsartikelen door HSV en de deelnemers aan de door HSV georganiseerde sportwedstrijd.
zaaknummer: BRF 22/5262 WET
4 De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft 5. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgevmg is te v inden in de bijlage bij deze uitspraak. Is de minister hevocud <>m een preventieve lusl oude) dwangsom op ie lemen *
6. IEen 'herstelsanciic kan worden opgelegd zodra hei gevaar voor de overtreding I i 11 .1dreigt. * klaarblijkelijk Miniimihsuiieverplichiing ZZS
7. 1 er zitting heelt eiseres desgev raagd bevestigd dat eiseres met verwijzing naar de 'minimalisatieplicht voor ZZS' doelt op artikel 2.4. tweede lid. van het Activiteitenbesluil milieubeheer t \bm) en dal de HS\ moei worden aangemerkt als drijver van een inrichting als bedoeld in artikel I I. vierde lid. Wet milieubeheer. Eiseres heeft geen verdere omstandigheden aangevoerd om te staven of HSV destijds een inrichting dreef Als dat al het geval zou zijn, dan geldt dat artikel 2.4. tweede lid. van het Abm (</e miniiiiulisatieverplieluin^ zich enkel richt tot degene die een zogeheten inrichting tv pc C drijft. De rechtbank acht het niet aannemelijk is (eevveest)en eiseres» - dat daarvan sprake , ---- ,-----------heelt daarvoor ook geen onderbouwing aangcleverd. aangeleverd. Derhalve bestond er neen aanleiding aanleidine voor de minister om handhavend op te treden jegens HS\ op grond van artikel 2.4. tweede lid. van het Abm. Lozing zonder vergunning: artikel 6.2 van de II aterwet
8 olgens eiseres is hel gebruik van v islood gelijk aan een lozing in de zin van artikel 6.1 van de \\ aterwet en daarom is voor het gebruiken van v islood een vergunning op grond van artikel 6.2 van de Waterwel vereist. Doordat geen vergunning voorde v iswedstrijd is aangevraagd en verleend, is volgens eiseres artikel 6.2 van de Waterwel overtreden. 8.1. \ vlgens de minister is het verlies van lood tijdens het v tssen een lozing in de zin van artikel 6,1 van de W aterwet Op dat moment wordt er namelijk een schadelijke verontreinigende stof in het water gebracht. In bepaalde gevallen kan hel lood ook als afvalstof worden gekwalificeerd, bijvoorbeeld bij gebruik van een loodlossvsteem < tok het gebruik van v islood kan onder omstandigheden al als lozing in de zin van de W aterwet worden aangemerkt Gezien het veelvuldige verlies van lood bij het vissen, zal hel in bepaalde gevallen voorzienbaar zijn dat bij het gebruik van v islood. dit ook in hel water achtergelaten zal worden (bijvoorbeeld bij het gebruik van voornoemde loodlossvsternen). Loodverlies kan ook voorzienbaar zijn als de omstandigheden dat waarschijnlijk maken, bijvoorbeeld wanneer bij sterke stroming wordt gev ist. Het is echter niet in algemene zin het geval dat het gebruik van v islood vergunningplichtig is op grond van de W aterwel W anneer er wel sprake is van een lozing in de zin van de \\ aterwet.
geldt een vergunningplichl op erotid van artikel 6 2 van de Waterwel \ ooi het organiseren v an een v iswedstrijd. waarbij de Artikel 5 7 van de \vvb
4
zaaknummer: BRF 22 5262 WEI
5
deelnemers zelf mogen beslissen ot ze gebruik maken \an \ islood. is er volgens de minister in beginsel geen vergunningpliclit. 8.2. Op grond van artikel 6 1 van de Waterwel, is van ‘lozen’ sprake wanneer stoffen in een oppen laktevvaterlichaam worden gebracht of wanneer water of sloften op een zuiveringtechnisch werk worden gebracht. Op grond van artikel 6 2. eerste lid. Waterwel is het verboden om stoffen te brengen in een oppen laktevvaterlichaam. tenzij een daartoe strekkende vergunning is verleend door de minister of. ten aanzien van regionale wateren, door hei bestuur van hel betrokken waterschap of tenzij daarvoor vrijstelling is verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Vaststaat dat een dergelijke vrijstelling met is verleend voor het v issen met vislood op 20 oktober 2019.
8.> Naar het oordeel van de rechtbank is bij het vissen met v islood sprake van een vergunningplichtige lozing als bedoeld in artikel 6.2. eerste lid. Waterwel De wetgever heeft dit ook met zoveel woorden erkend in de toelichting bij het Besluit van 3 juli 2018. houdende regels ov er activ iteiten in de fvsieke leefonigev ing (Besluii ai tivileileii /ee/iimgeviiig. BliI}.' waar is overwogen dat voor de potentieel minst bezwaarlijke lozingen alleen is gekozen voorde specifieke zorgplicht, terwijl voor het aanwijzen van vereunninuplichten is uiteeüaan van de svstematiek «aluemene reeels. tenzij». Hierdoor wordt volgens deze toelichting hel gedogen beëindigd van lozingen die niet vanuit uitstroomvoorzieningen plaatsvinden, zoals het gebruik van v islood of hel schoonmaken van pleziervaartuigen in het water, die voorheen formeel vergunningplichtig waren, maar waarvoor nooit vergunningen werden aangevraagd of verleend, aldus de wetgever. Aangezien het Bal nog niet in werking is getreden, geldt op dit moment voor het gebruik van v islood een vergunningplicht op grond van artikel 6.2. eerste lid. van de \\ aterwet 8.4 \ ervolgvns is het de xraag tol wie artikel 6.2. eerste hd. van de W aterwet zich richt: tot de HSV die het v issen met \ islood niet verbiedt bij reglement en of een indh iduele sportv isser die het \ islood gebruikt bij het vissen.
Daarvoor is bepalend of zij stoffen in een oppers laktevvaterlichaam brengen
De rechtbank oordeelt dat de HSV met het organiseren van een sportviswedstrijd 8.5. zelf geen stoffen in een oppers laktevvaterlichaam brengt en dat zij derhalve ook met gehouden vsas voor het organiseren van de v issvedstrijd op 20 oktober 2019 een vergunning aan te vragen op grond van artikel 6.2. eerste lid van de \\atervvel Door geen vergunning aan te v ragen, heeft de IISV dus niet in strijd met dit artikel gehandeld \u geen overtreding van artikel 6.2 van de Waterwel kan worden vastgesteld, was de minister niet bevoegd om handhavend op te treden jegens de HSV op basis van deze bepaling
86 De rechtbank oordeelt dat de sportv issers die deelnemen aan een v iswedstrijd wel kunnen worden aangemerkt als degenen die stoffen in een oppers laktevvaterlichaam brengen, wanneer zij gebruik maken v an v islood. Dat betekent dat een sportv isser in dat geval een vergunning dient aan te vragen als bedoeld in artikel 6.2. eerste lid. van de \\ aterwet Dat betekent ook dat de minister in beginsel bevoegd was om handhavend op te treden tegen de aan de v iswedstrijd van 20 oktober 2019 deelnemende sportv issers. wanneer en voor zover zij v islood hebben gebruikt Echter, gelet op het verloop van deze kwestie kon
4 Staatsblad 2018 293. paragraaf 6 7
zaaknummer: BRE 22/5262 WET 6
de minister. <op het moment dat hij het handhav ingsverzoek ontv ing. niet meer vaststellen of de sportvissers met v islood hebben ge\ ist ti jdens d. leze \ isvvedstrijd en kan dus ook niet meer een I overtredingen van Artikel 6.S van de If uierwel
Ten aanzien
' an een oppen laktewaterlichaam kan worden
an de bodem of oever orden gevergd om
het handhav im-.vk;; 4, L.c x' ' g 'an de ,n,n,sfer ge|egen om om. na na ontvangst ontvangst van van het handhav ingsverzoek. bij de HS\ nav d raag te doen over hef gebruik van v islood tijdens deze viswedstrijd en v ; ; ' “ J. n.O „p ,e >ra8«,. op „o,,., lan Je toekomende loezichtbev oegdheden
9 1.
minister wel onderzoek net gebruik v an v tslood. aangezten ook onder het Bal voor deze activ iteit een specifieke zorgplicht zal gelden. -irtike! 6 9 va/i de II utcniei
I0.
d' " aKr"el »'> ,,a,ide,,ngen kerrijit a,s 6«” ■ ■ ■ •:J ■kennis neemtt van van een een verontreiniging of aantasting v an de bodem of oev ei v an een oppen lakten aterlichaam die door die handeling u ud XZX
X..Xe'
de
X ts sé?" j lierr ** ™ -.. —. . —---x:;
de sportv issers die aan deze v isvvedstrijd hebben deelgen, lomen
zaaknummer: BRE 22/5262 \K L I
5
deelnemers zelf mogen beslissen of ze gebruik maken van \ islood. is er volgens de minister in beginsel geen v crgunningplicht. 8.2. Op grond van artikel 6.1 van de W aterwel, is van 'lozen' sprake wanneer stoffen in een opperv laktewaterlichaam worden gebracht of wanneer water of stoffen op een zuiveringtechnisch werk worden gebracht Op grond van artikel 6.2. eerste lid. Waterwel is het verboden om stoffen te brengen in een opperv laktewaterlichaam. tenzij een daartoe strekkende vergunning is verleend door de minister of. ten aanzien van regionale wateren, dooi het bestuur van hei betrokken waterschap of tenzij daarvoor vrijstelling is verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Vaststaat dat een dergelijke vrijstelling niet is verleend voor het v issen met v islood op 20 oktober 2019.
Naar het oordeel van de rechtbank is bij het vissen met vislood sprake van een 8.3. vergunningplichtige lozing als bedoeld in artikel 6.2. eerste lid. W aterwel De wetgever heeft dit ook met zoveel woorden erkend in de toelichting bij het Besluit van 3 juli 2018. houdende regels ov er activ iteiten in de fv sieke leefomgev ing (Dc\ltiil uclh ileilen leefomgeving: Bell}, waar is overwogen dal voor de potentieel minst bezwaarlijke lozingen alleen is gekozen voor de specifieke zorgplicht, terwijl voor hel aanwijzen van vergunningplichten is uitgegaan van de svstematiek algemene regels, tenzij» Hierdoor wordt volgens deze toelichting het gedogen beëindigd van lozingen die niet vanuit uitstroomvoorzieningen plaatsvinden, zoals het gebruik van v islood of het schoonmaken van pleziervaartuigen in hei water, die voorheen formeel vergunningplichtig waren, maar waarvoor nooit vergunningen werden aangevraagd of verleend, aldus de wetgever. Aangezien het Bal nog niet in werking is getreden, geldt op dit moment voor het gebruik van v islood een vcrgunningplicht op grond van artikel 6.2. eerste lid. van de W atervvet. 8.4. \ ervolgens is het de vraag tot wie artikel 6.2. eerste lid. van de Waterwel zich richt: tot de 1ISV die het v issen met v islood niet v erbiedl bij reglement en of een indiv iduele sportv isser die het v islood gebruikt bij het vissen.
Daarvoor is bepalend of zij sloffen in een oppers laktewaterlichaam brengen.
De rechtbank oordeelt dal Je I IS\ met het organiseren van een sportv i-ovedstrijd 8.5. zeil geen stoffen in een oppenlaktevvaterlichaam brengt en dat zij derhalve ook met gehouden vva> voor het organiseren van de v iswedstrijd op 20 oktober 2019 een vergunning aan te v ragen op grond van artikel 6 2. eerste lid van de \\ atervvet Door geen vergunning aan te vragen, heelt de HS\ dus niet in strijd met dit artikel gehandeld \’u geen overtreding van artikel 6.2 van de \\ atervvet kan worden vastgesteld, was de minister niet bevoegd om handhav end op te treden jegens de HS\ op basis van deze bepaling
De rechtbank oordeelt dat de sportv issers die deelnemen aan een v iswedstrijd wel 8.6. kunnen worden aangemerkt als degenen die stoffen in een opperv laktewaterlichaam brengen, wanneer zij gebruik maken van v islood Dat betekent dat een sportv isser in dat geval een vergunning dient aan te vragen als bedoeld in artikel 6 2. eerste lid. van de Waterwel. Dat betekent ook dat de minister in beginsel bevoegd was om handhavend op te treden tegen de aan de v iswedstrijd van 20 oktober 2019 deelnemende sportv issers. wanneer en voor zover zij v islood hebben gebruikt Echter, gelet op het verloop van deze kwestie kon i
Staatsblad 2018 2V3. paragraaf 6 7
zaaknummer: BRE 22/5262 WET
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Algemene u e/ besiiitirsrti hl
I loof’dstuk 5. I landhav ing
1 itel 5.1. Algemene bepalingen Artikel 5:1: I.I ‘ "V’ "Ordl 'erstaan onder overtreding: een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig vv ettelijk voorschrift.
2 Onder overtreder wordt verstaan: degene die de overtreding pleegt ofmedepleegt. lrtC?1'^fdin.gC".kl"’nJen ''°.rden begaan door naluurlijke personen en rechtspersonen. Artikel 5 I. tweede * * en derde ’ J 'lid. ’ 'an •’el Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing
Artikel 5:7: Feu herstelsancttc kan worden opgelegd zodra hel gevaar voor de overtreding klaarblijkelijk dreigt. II utem ei geldig up 20 vkiober 2019
Hoofdstuk 6 Handelingen in watersystemen > I
atervergunning en algemene regels
Artikel 6.1. v oor zov er hier v an belang: In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald . verstaan onder: Accu brengen van stoRen in een opperv lakten aterlichaam of brengen van water of stoffen op een zuiveringtechniseh werk
Artikel 6.2. v oor zov er hier v an belane: Het i> verboden om stoften te brengen in een oppervlaktevvaterlichaam. tenzij LT1dMrtOe strekikc".de vergunning is verleend door Onze Minister of. ten aanzien van regionale wateren, het bestuur van hel betrokken waterschap
Artikel 6.8: ïï a. ^C.!-an.d.';li,nv n 'err'.C!11 01 n.alaa’ en d,e ueet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen of het nalaten daarvan de bodem of oever van een G>pperv — ' laktevvaterlichaam 1 kan worden verontreinigd of aangetast, is verplicht alle maatregelen te nemen die rede lijk ervv ijs van hem kunnen worden gevergd om die verontremigmg of aantasting te voorkomen, dan wel indien die verontreinkina ol aantastim> zich voordoel, de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daanan te
8
7
zaaknummer: BRE 220262 W ET
Conclusie De rechtbank concludeert dan ook dat omdat het handhav ingsverzoek de minister II. pas heeft bereikt nadat de v iswedstrijd op 20 oktober 20)9 al had plaatsgevonden, het onmogelijk was voor de minister om vast te stellen of op 20 oktober 2019 voorschriften uit de Waterwel zijn overtreden Gelet daarop heeft de minister terecht afgezien van handhaving en dient het beroep ongegrond te worden verklaard. Ten overvloede De rechtbank w ijst er ten overv loede op dat de minister ook heeft betoogd dat hij 12. ook van handhaving zou hebben mogen afzien omdat dat onevenredig zou zijn met de daarmee te dienen belangen De minister w ijst er daarbij op dat het verlies v an vislood vooralsnog geen bedreiging vormt voor de waterkwaliteitsdoelen en dat dat verlies ook geen betekenisvol effect heeft op de waterkwaliteit. Voorts vv ijst de minister op het feit dat er sprake is van een overgangssituatie naar de Omgev ingswet en dat in die wet de landelijke vergunningplicht komt te vervallen en ten slotte wijst de minister op de mede door hem gesloten Green Deal Sportv isserij Loodvrij’, waarmee een reductie in het loodgebruik in de sportv isserij wordt nagestreefd De rechtbank wijst er in dat verband op dat de vraag of het verlies van v islood geen betekenisvol effect heeft op de waterkwaliteit in het kader van de beoordeling van vergunningaanvragen moet worden beoordeeld.
De bevoegdheid lot handhaving ligt in hel feit dat er geen v ergunningen zijn aangev raagd. Ook de stelling dat de inwerkingtreding v an de Omgev ingswet de handhav ingsbevoegdheid zou wegnemen is onjuist Daarvoor verwijst de rechtbank naar overweging 8.3.
Conclusie en gesolgcn De rechtbank rerklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr M G I Maas-Coovmans, voorzitter, en mr. I Peters en mr. S. Hindriks. leden, in aanwezigheid van mr. M A de Rooij. griffier, op 4 juli 2023 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www rechtspraak nl
Vanwege afwezigheid van de voorzitter ondertekent een van de leden
'.AS V griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op.
*#
0 6 JUL
Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de ' Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze -ê.l partij hel niet eens is met deze uitspraak Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden -------
'OKOPIE CO>Qxm-
Dl grdoer van de rcc
Zeeland-West-BralbaAt
I
zaaknummer: BRF. 22/5262 WET
8
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Alaeniene u et bestuursrecht Hoofdstuk 5. Handhaving
4
Titel 5.1. Algemene bepalingen Artikel 5:1: I. In deze wet wordt verstaan onder overtreding: een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig «ettelijk voorschrift.
2. Onder overtreder wordt verstaan degene die de overtreding pleegt of medepleegt 3. Overtredingen kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen Artikel 51. tweede en derde lid. van het \\ etbock van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing. Artikel 5:7: Een herstelsanclie kan worden opgelegd zodra het gevaar voor de overtreding klaarblijkelijk dreigt. IVareme! yeldia on 20 oktober
Hoofdstuk 6. Handelingen in watersystemen
§ I \\ atervergunning en algemene regels Artikel 6.1. voorzover hier van belang: In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder: lozen brengen van stoffen in een opperv lakievvaterlichaam of brengen van water of stoften op een zuiveringtechnisch werk.
Artikel 6 2. voor zover hier van belang: Het is verboden om stoffen te brengen in een opperv laktevvaterlichaam, tenzij: a. een daartoe strekkende vergunning is verleend door Onze Minister of. ten aanzien van regionale wateren, het bestuur van het betrokken waterschap
Artikel 6.8: leder die handelingen verricht of nalaat en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dal door die handelingen of hel nalaten daarvan de bodem of oever van een opperv laktewaterlichaam kan worden verontreinigd of aangetast, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om die verontreiniging of aantasting te voorkomen, dan wel indien die verontreiniging of aantasting zich voordoet, de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te
zaaknummer. BRk 22/5262 WET
9
'men
Artikel 6:9
bedoeld in artikel 6.8.
1'Zin?™ Ee'en
b"rekki"S 'O' d' “
maatregelen.
_______
___ _
R ■ w»V & \ï, ♦ ■ -«s ■ ..»T,
w
*
W' ^- ’ ■. o Kil
i .
"'X <■
-■
W
<
/
w ’■ -■ --*• .
t
.Ji.' 'f
'■jj
E
\\ \
.^,.i ■w
... ■. .<KA.
/
/
/ /
/ / / . Jllii ■:
■
■'
U < ::r -•*
R.r sE.;
Mogelijke risico's van vislood in het aquatische milieu
Droge, S.T.J., E.-J. Otten, M.-C. Boerwinkel, E. Peeters, N. van den Brink, I. Roessink
WAGENINGEN UNIVERSITY & RESEARCH
rapport 388 mei 2023
Wetenschapswinkel
Mogelijke risico's van vislood in het aquatische milieu Droge, S.T.J., E.-J. Otten, M.-C. Boerwinkel, E. Peetere, N. van den Brink, I. Roessink
J3.
WAGENINGEN UNIVERSITY & RESEARCH
rapport 388 mei 2023
Colofon Titel
Mogelijke risico's van vislood in het aquatische milieu
Trefwoorden
Vislood, risico's, aquatische slakken, opgeloste concentraties
Keywords
Lead sinkers, environmental risk, aquatic snails, dissolved concentrations
Opdrachtgever
Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de WUR Wetenschapswinkel, op verzoek van Stichting Gezond Water (SGW).
Projectuitvoering
Droge, S.T.J., E.-J. Otten, M.-C. Boerwinkel, E. Peeters, N. van den Brink, I. Roessink
Projectcoördinatie
I. Roessink
Financiële ondersteuning
Wageningen Wetenschapswinkel
Begeleidingscommissie
Egbert Lobée - Stichting Gezond water Ton de Jong - Stichting Gezond Water Emiel Derks - sportvisserij Nederland Martin Goossen - Hoogheemraadschap Rijnland Lèneke Pfeiffer - Wetenschapswinkel Wageningen
Foto verantwoo rdi ng
De foto's, kaartjes en figuren zijn vervaardigd door de auteurs of de meewerkende studenten, tenzij anders aangegeven Wageningen University & Research, Communication Services RICOH, 's-Hertogenbosch Verspreiding van het rapport en overname van gedeelten eruit worden aangemoedigd, mits voorzien van deugdelijke bronvermelding 978-94-6447-675-0 10.18174/629473
Vormgeving Druk Bronvermelding
ISBN DOI
Wageningen, Wetenschapswinkel rapport 388
2
| Mogelijke risico's van vislood In het aquatische milieu
Mogelijke risico's van vislood in het aquatische milieu
Rapportnummer 388
Dr S.T.J. Droge; E-J Otten; M-C Boerwinkel; Dr ir E.T.H.M. Peeters, prof Dr ir N. J. Van den Brink, Dr ir I Roessink Wageningen, mei 2023 Stichting Gezond Water
Stichting Gezond Water (SGW) zet zich in voor schoon water en de gezondheid van watersystemen en mensen in Nederland. Hierbij heeft de stichting een brede blik en richt zich op het water zelf, de waterbodem, waterleven en het land dat beïnvloed wordt door het water. SGW heeft geen inkomsten en is afhankelijk van donaties. Vanaf de oprichting ligt de focus op het risico van het gebruik van vislood. Dit omdat lood toxisch is voor zowel mensen (bij eigen fabricage van loodjes en via handcontact vislood) als voor het aquatische milieu.
Wageningen Environmental Research Onderdeel van Wageningen University & Research
Wageningen Environmental Research draagt door deskundig en onafhankelijk onderzoek bij aan het realiseren van een kwalitatief hoogwaardige en duurzame groene leefomgeving.
Wetenschapswinkel Wageningen
Maatschappelijke organisaties zoals verenigingen en belangengroepen, die niet over voldoende financiële middelen beschikken, kunnen met onderzoeksvragen terecht bij de Wageningen Wetenschapswinkel. Deze biedt ondersteuning bij de realisatie van onderzoeksprojecten. Aanvragen moeten aansluiten bij de werkgebieden van Wageningen University & Research: duurzame landbouw, voeding en gezondheid, een leefbare groene ruimte en maatschappelijke veranderingsprocessen.
University & Research
Postbus 9101 6700 HB Wageningen (0317) 48 39 08 wetenschaDswinkel@wur.nl
Rapport 388 | Wagenlngen, Wetenschapswinkel |
3
4
| Mogelijke risico's van vislood in het aquatische milieu
Inhoud
Voorwoord
7
Samenvatting
9
Summary
11
1
Introductie
13
1.1
Achtergrondinformatie over de opdrachtgever
13
1.2
Draagvlak voor onderzoek binnen en buiten de aanvragende organisatie
13
1.3
Aanleiding voor het verzoek
13
1.4
Onderzoeksvragen
14
2
Literatuurstudie
15
2.1
Milieuchemisch gedrag van lood in water/sediment
15
2.2
Ontwikkelingen in regulering van (vis)lood
16
2.3
Milieu-concentraties van lood in Nederland
18
2.3.1 Achtergrond-concentraties van lood in Nederlandse oppervlaktewateren
18
2.3.2 Sediment concentratie van lood in Nederlandse oppervlaktewateren
23
Jaarlijks emissie van lood via vislood in Nederland
24
2.4.1 Vislooddichtheid bepalingen in wetenschappelijke literatuur
24
2.4.2 Experimentele emissiestudies van opgelost lood uit lood in vaste vorm
24
2.4.3 Schattingen voor Nederlandse oppervlaktewateren
26
Effect-concentraties van lood op aquatische organismen
27
2.5.1 Opgelost lood
27
2.5.2 Korte termijn effectconcentraties (acuut).
27
2.5.3 Lange termijn effectconcentraties (chronisch)
29
2.5.4 Samenvattende Europese evaluatie van lood effectconcentraties
30
2.5.5 Vislood
31
2.6
Kerninzichten waaruit experimentele opzet is afgeleid
31
3
Experimentele toxiciteitsstudie van waterslakken blootgesteld aan vislood
33
3.1
Introductie
33
3.2
Materiaal en methode
34
3.2.1 Materiaal
34
3.2.2 Methode van het loodemissie experiment
34
3.2.3 Methode van het blootstellingsexperiment
35
2.4
2.5
Rapport 388 | Wapeningen, Wetenschapswinkel |
5
3.3
3.4
4
3.2.4 Beëindiging van het experiment
35
3.2.5 Analyse methodes
36
3.2.6 Data-analyse
36
Resultaten
37
3.3.1 Hardheid, pH, en zuurstofgehalte
37
3.3.2 Ontwikkeling van loodemissie uit splitlood in systemen met alleen water
37
3.3.3 Ontwikkeling van loodemissie uit splitlood in systemen met sediment
40
3.3.4 Effecten van vislood op Potamopyrgus antipodarum (modderslak)
41
3.3.5 Effecten van vislood op Physella acuta (puntige blaashoorn)
42
Discussie
43
3.4.1 Emissie van opgelost lood uit vislood
43
3.4.2 Risico van opgelost lood uit vislood voor het aquatische ecosysteem
44
3.4.3 Toekomstige ontwikkelingen voor risico's van zware metalen in het aquatisch milieu afkomstig van sportvisserij.
45
Conclusies
47 49
Referenties Bijlage 1
6
Kamerstuk 33 118, Nr 41, vraag 77
| Mogelijke risico's van vislood In het aquatische milieu
51
Voorwoord Stichting Gezond Water probeert vislood van de lijn te krijgen. Via de Wetenschapswinkel heeft de vraag van SGW over de effecten van vislood voor waterorganismen geleid tot dit onderzoek. De resultaten spreken voor zich; vislood veroorzaakt schade bij rode lijst soorten. Bodem en waterbodemverontreiniging door lood is een gegeven, vislood dat bewust of onbewust achter wordt gelaten levert een forse bijdrage ruim 30% van de loodverontreiniging van het water wordt veroorzaakt door sportvisserij, en dat is onnodig!
SGW benadert de overheid (waterschappen, Rijkswaterstaat, provincies, ministeries) en sportvisserijorganisaties (Sportvisserij Nederland, hengelsportverenigingen, Retail) om aan het onnodige loodgebruik en -verlies een eind te maken. Maar naar ons idee wordt daar nog te weinig aan gedaan terwijl voor het zeer zorgwekkende lood in Nederland vanaf 2016 minimalisatieplicht geldt. Er bestaan voor vislood vele alternatieven het zou mooi zijn wanneer daar meer gebruik van wordt gemaakt. Stichting Gezond Water dankt de Wageningen University & Research voor het enthousiasme en het werk.
Namens Stichting Gezond Water, Ton de Jonge en Egbert Lobée.
Rapport 388 | Wageningen, Wetenschapswinkel | 7
8 | Mogelijke risico's van vislood in het aquatische milieu
Samenvatting Stichting Gezond Water (SGW) heeft in 2020 de WUR Wetenschapswinkel benaderd om binnen de WUR een studie uit te laten voeren naar de risico's van verloren/losgekoppeld vislood voor het aquatisch milieu. Omdat er in Nederland zowel beroeps- als hobbymatig veel gevist wordt en dit deels op vaste stekken gebeurt, hoopt het verloren lood zich lokaal op. Het gebruik van vislood kent volgens de Waterwet officieel een vergunningplicht, echter hierop wordt niet gehandhaafd door de verantwoordelijke instanties. Er is in 2021 door de Europese instantie ECHA, als verantwoordelijke autoriteit voor regulatie van chemische stoffen, een voorstel ingediend om loodgebruik in de jacht en visserij uit te faseren. Doel is om daarmee de loodemissie naar het milieu te reduceren, en het risico van (directe en indirecte) negatieve effecten van lood op mens en ecosysteem aanzienlijk te verlagen. In 2023 zal de Commissie hierover beslissen. SGW vraagt met dit onderzoek voor extra wetenschappelijke onderbouwing van de inschatting van de risico's van lood voor het aquatische milieu.
Om de invulling van de experimentele fase in dit project over mogelijke risico van vislood op het watermilieu af te bakenen, is literatuuronderzoek gedaan naar mogelijke jaarlijkse hoeveelheid vislood die via hengelsport in het milieu komt, metingen van concentraties van opgelost lood in Nederlands oppervlaktewater, en effectconcentraties van lood in toxiciteitsstudies. Uit beschikbare gegevens van diverse meetlocaties blijkt dat het jaarlijks gemiddelde in heel Nederland onder de milieukwaliteitseis (JG-MKE) van 1,2 pg/L vrij-opgelost lood ligt, slechts sporadisch is een gemeten waarde boven de 1,2 pg/L gerapporteerd. Ter vergelijking, Nederlands regenwater heeft een gemiddelde loodconcentratie van 0,9 pg/L. Waterslakken lijken de gevoeligste waterdieren voor opgelost lood te zijn, met een grenswaarde waaronder geen langdurige effecten worden gevonden van 12 pg/L. Bovendien blijkt de giftigheid van lood afhankelijk van enkele watercondities, zoals zwevende stof in de waterkolom, water hardheid, en pH. Uit één experimentele emissiestudie met 4 loodkorrels in sediment-water systemen bleek dat bij neutrale pH loodconcentraties kunnen voorkomen die boven de JG-MKE liggen.
De emissiestudie met loodkorrels is als uitgangspunt genomen voor de experimentele projectfase. Een dosis effect relatie is onderzocht met waterslakjes, met 4 verschillende dichtheden van 3 mm splitlood (0, 4, 20, 100 loodjes per pot met 1 liter water) zowel met als zonder laagje van 2 cm fijn sediment. Na 4 weken incubatie van het lood zijn stekken blootgesteld gedurende 4 weken. Opgeloste loodconcentraties (gefilterd over 45 pm) waren ook in het huidige experiment met 4 loodjes per liter water boven de JG-MKE in testsystemen zonder sediment, maar in geen van de blootstellingen aan vislood was een significant effect op sterfte of groei op de (sub-)adulte Physella acuta waarneembaar. In testsystemen met sediment was het merendeel van vrijgekomen lood gebonden aan sediment, maar waren met 20 loodjes per liter water in alle replica's de opgeloste loodconcentraties boven de JG-MKE na 56 dagen. De waterslak Physella acuta ondervond geen effecten van lood op sterfte, maar in vergelijking met de controle groep was de groei van de slakken significant lager bij 4 loodjes per pot met 1 liter water. Dit komt overeen met 108 cm2 loodobject per m2 sedimentoppervlakte (1,1% van bodemoppervlak is lood). De emissiesnelheid van splitlood op sediment is bepaald op 3,1-3,8 mg/cm2/jr (0,26% van het vislood per jaar).
De resultaten van de laboratorium studie geven aan dat bij de laagst geteste looddichtheid (loodobjecten beslaan 1,1% van bodemoppervlak), verloren vislood op de waterbodemoppervlakte in stagnant water een milieurisico oplevert. De looddichtheid in deze studie lag ruim hoger dan op typische vislocaties (Engeland, Wales, VS).De risico's van loodemissie zou nog beter kunnen worden getoetst op juveniele stekjes die een grotere groei doormaken dan de nu gebruikte sub adulte individuen. Het realistische risico voor waterdieren van opgelost lood dat vrijkomt uit vislood in Nederlandse watersystemen is nog lastig in te schatten. Hiervoor is meer inzicht nodig in bijvoorbeeld de looddichtheid op populaire vislocaties, de mate waarin het vislood aan de sedimentoppervlakte ligt, de verdunningsfactor (doorstroomsnelheid), de sedimentatie snelheid van zwevende deeltjes (afdekking lood), en invloed van baggeren. De oppervlakte van loodobjecten op locaties waar veel sportvisserij wordt beoefend lijkt (nog) niet direct bepaald in Nederland, en zou gezien de decennialange nalevering van lood dat al aanwezig is in het milieu nader onderzocht moeten worden.
Rapport 388 | Wagenlngen, Wetenschapswinkel | 9
4
10 I Mogelijke risico's van vislood In het aquatische milieu
Summary Stichting Gezond Water (SGW) approached the Science Shop of the WUR in 2020 with the question to investigate the risks of lost/released fishing lead to the aquatic environment. Since both professional and recreational fishing activities are very abundant in the Netherlands, and can occur on rather fixed locations lost lead accumulates locally. The use of fishing lead is officially subject to licensing under the Water Act, but this is not enforced by the responsible authorities. In 2021, the European body ECHA, as the authority responsible for regulating Chemicals, submitted a proposal to phase out the use of lead in hunting and fishing. The aim is to reduce lead emissions to the environment and significantly reduce the risk of (direct and indirect) negative effects of lead on humans and ecosystems. The Commission will make a decision in 2023.
To delineate the interpretation of the experimental phase in this project on possible risks of fishing lead on the aquatic environment, literature research was conducted on the possible annual amount of fishing lead entering the environment via angling, measurements of concentrations of dissolved lead in Dutch surface water, and effect concentrations of lead in toxicity studies. Available data from various measurement sites show that the annual average throughout the Netherlands is below the environmental quality requirement (JG-MKE) of 1.2 pg/L free-dissolved lead, only sporadically has a measurement value above 1.2 pg/L been reported. In comparison, Dutch stormwater has an average lead concentration of 0.9 pg/L. Aquatic snails appear to be the most sensitive aquatic animals to dissolved lead, with a limit value of 12 pg/L below which no long-term effects are found. Moreover, lead toxicity appears to depend on certain water conditions, such as suspended solids in the water column, water hardness and pH. A previous experimental emission study with 4 lead pellets in sediment-water systems showed that lead concentrations above the JG-MKE can occur at neutral pH. The emission study with lead pellets was taken as a starting point tor the experimental project phase.
A dose-effect relationship was investigated with water snails, with 4 different densities of 3 mm split lead sinkers (0, 4, 20, 100 lead sinkers per jar containing 1 liter of water) both with and without a layer of 2 cm of fine sediment. After 4 weeks of lead incubation, snails were exposed for yet another 4 weeks. Dissolved lead concentrations (filtered over 45 pm) were also above the JG-MKE in the present experiment with 4 leads per liter of water in test systems without sediment, but no significant effect on mortality or growth on the (sub-)adult Physella acuta was detected. In test systems with sediment, most of the released lead was bound to sediment, but at 20 sinkers per liter of water in all replicates, dissolved lead concentrations were above the JG-MKE after 56 days. The water snail Physella acuta experienced no effects of lead on mortality, but compared to the control group, snail growth was significantly lower at 4 lead sinkers per jar of 1 liter of water. This corresponds to 108 cm2 of lead object per m2 of sediment surface area (1.1% of bottom surface area is lead). The emission rate of split lead on sediment was determined to be 3.1-3.8 mg/cm2/yr (0.26% of fish lead per year).
The results of this laboratory study indicate that at the lowest density tested (lead sinkers covering 1.1% of bottom surface), lost sinkers on the water bottom surface in stagnant water pose an environmental risk. Lead densities in this study were well above those at typical fish sites (England, Wales, USA). Lead emission risks could be further tested on juvenile snails that experience greater growth than the sub-adult individuals currently used. The realistic risk to aquatic animals from dissolved lead released from sinkers in Dutch water systems is still difficult to estimate. For this, more insight is needed into, for example, the density of sinkers at popular fish sites, the extent to which sinkers stay at the sediment surface, the dilution factor (flow rate of water), the sedimentation rate of suspended solids (covering sinkers), and the influence of dredging. The area of lead objects at locations where there is a lot of recreational fishing activity seems not (yet) to be identified in the Netherlands, and should be further investigated in view of the decades-long lead backlog already present in the environment.
Rapport 388 | Wageningen, Wetenschapswinkel |
11
12 | Mogelijke risico's van vislood In het aquatische milieu
1
Introductie
1.1
Achtergrondinformatie over de opdrachtgever
Stichting Gezond Water (SGW) zet zich in voor schoon water en de gezondheid van watersystemen en mensen in Nederland. Hierbij heeft de stichting een brede blik en richt zich op het water zelf, de waterbodem, waterleven en het land dat beïnvloed wordt door het water. SGW heeft geen inkomsten en is afhankelijk van donaties. Vanaf de oprichting ligt de focus op het risico van het gebruik van vislood. Dit omdat lood toxisch is voor zowel mensen (bij eigen fabricage van loodjes en via handcontact vislood) als voor het aquatische milieu. Hiernaast is er tevens aandacht voor 'vispluis' (de resten aan draad die in kluwens kunnen aanspoelen), plastic en kunstaas. Omdat SGW impact wil hebben en ambitieus is, is het aantal onderwerpen beperkt zodat ze een duidelijke focus kan houden.
1.2
Draagvlak voor onderzoek binnen en buiten de aanvragende organisatie
De stichting is al sinds 2018 met deze materie bezig en heeft dit onderwerp tot op verschillende bestuurlijke niveaus op de agenda gezet dan wel geprobeerd te zetten. Daar vislood het belangrijkste aandachtspunt binnen de focus van de stichting is, is er een grote wens van de stichting om dit met wetenschappelijk onderbouwde argumenten te kunnen onderbouwen. Mede omdat de stichting de nodige weerstand ondervindt in verschillende (bestuurlijke) lagen van de samenleving om dit onderwerp geagendeerd te krijgen. Omdat het verlies van vislood door vissers een neveneffect is van o.a. de hengelsport is het een onderwerp dat in geheel Nederland (en ook daarbuiten) speelt1-2.
1.3
Aanleiding voor het verzoek
Vislood is een product dat in het milieu terecht komt als lood loslaat/loskoppelt van het vistuig of het vistuig zelf beschadigd raakt. Omdat er in Nederland zowel beroeps- als hobbymatig veel gevist wordt en dit deels op vaste stekken gebeurt, hoopt het verloren lood zich lokaal op. Een ophoping van zware metalen, zoals lood, in het milieu kan zeer onwenselijke effecten op aquatische evertebraten, vissen en andere wilde dieren. Hierbij dient opgemerkt te worden dat lood verschillende vormen kent en dat vooral het opgeloste lood voor het milieurisico zorgt, evenals looddeeltjes die door dieren kunnen worden opgegeten en in de maag oplossen. Evertebraten worden blootgesteld aan de opgeloste lood concentraties terwijl vissen en andere dieren het vislood ook kunnen binnenkrijgen tijdens het voedsel zoeken.
Het gebruik van vislood kent volgens de waterwet officieel een vergunningplicht, zoals gesteld op 18 november 2016 door de Minister van Infrastructuur en Milieu in de beantwoording van kamervragen (Zie Bijlage: Kamerstuk 33 118, Nr 41, vraag 77). Echter, hierop wordt niet gehandhaafd door de verantwoordelijke instanties. Hoewel er convenanten gesloten zijn, die o.a. door Sportvisserij Nederland worden ondersteund, om het gebruik van vislood uit te faseren is de bijbehorende termijn waarop dit moet gebeuren erg lang. Dit samen met de enorme hoeveelheid lood die verloren wordt, de onduidelijkheid over het gedrag van lood in het Nederlandse oppervlaktewater en het type organismen dat mogelijk op verschillende manieren wordt blootgesteld, maakt dat dit probleem mogelijk een hogere urgentie verdiend dat het momenteel krijgt. De Stichting Gezond Water heeft de wetenschapswinkel van Wageningen UR benaderd om antwoorden te krijgen op deze vragen.
Rapport 388 | Wageningen, Wetenschapswinkel |
13
WENR heeft dit project opgepakt in de vorm van een literatuurstudie en een experimentele laboratorium studie in samenwerking met de vakgroep Aquatic Ecology and Water Quality Management van Wageningen Universiteit.
1.4
Onderzoeksvragen
De hoofdvraag is gedefinieerd als zijnde in welke mate vislood onderdeel is van de aanwezige lood verontreiniging van oppervlaktewater en welke risico's dit lood met zich mee kan brengen voor het milieu. Om dit te kunnen beantwoorden is deze vraag onderverdeeld in verschillende deelvragen: 1. Wat zijn de concentraties van opgelost lood in het Nederlandse oppervlaktewater en hoe verhouden deze zich dit tot de toxiciteit van opgelost lood voor de verschillende aquatische organismen? 2. Wat is het gedrag van vislood in het Nederlandse oppervlaktewater? Komt het opgeloste lood inderdaad vrij en heeft dit een direct effect op het waterleven te hebben of zijn er andere blootstellingsroutes, zoals ingestie van lood, waardoor biota nadelige effecten kan ondervinden? 3. In welke mate levert verloren vislood een risico voor waterorganismen?
In antwoord op deelvraag 1 schetst een literatuuronderzoek een beeld van het milieuchemisch gedrag van opgelost lood (Hoofdstuk 2.1), de loodconcentraties in het Nederlands aquatische milieu (Hoofdstuk 2.2), en huidige stand van kennis over effectconcentraties op aquatische organismen (Hoofdstuk 2.3). Omdat opgelost lood onder invloed van eigenschappen van het water in verschillend vormen aanwezig kan zijn, en daarmee in meer of mindere mate beschikbaar is voor opname in aquatische organismen, is het milieuchemisch gedrag van lood deels bepalend voor mogelijke milieuschade. In dit rapport worden de gemeten concentraties van opgelost lood in Nederland vergeleken met milieukwaliteitseis waardes, en de laagste concentraties die mogelijk schadelijke blijken uit recente toxiciteitsstudies met aquatische organismen. In antwoord op deelvraag 2 kan worden gesteld dat de schade die lood afkomstig uit jacht en visserij kan aanrichten aan watervogels via ingestie tot nu toe de voornaamste reden voor zorg is geweest, wat in meerdere landen al tot restricties en regulering heeft geleid. Er wordt een kort overzicht gemaakt van internationale reguleringen op het gebied van vislood. Enkele monitoringsstudies die de hoeveelheid vislood per vislocatie hebben bepaald zullen worden besproken, waaruit conclusies worden getrokken over de (her)haalbaarheid van dit soort metingen binnen dit project.
Ingestie door aquatische organismen zoals op de bodem foeragerende vissen is voor zover bekend niet onderzocht.
In antwoord op deelvraag 3 kan ten eerste worden gesteld dat het risico van loodvervuiling op aquatische evertebrate organismen in talrijke studies is onderzocht, onder verschillende omstandigheden zoals in Hoofdstuk 2.3 in dit rapport is weergegeven. Deze studies gaan echter allemaal uit van gecontroleerde blootstelling aan opgelost lood. Studies naar de koppeling van jaarlijks verlies van vislood en mogelijke risico's gerelateerd aan deze bron van opgelost lood zijn we echter niet tegengekomen. Eén corrosie studie met vislood wordt bediscussieerd waarin verschillende omstandigheden zijn getoetst waarbij opgelost lood kan vrijkomen uit loodkorrels. Aan de hand van deze studie is ingeschat dat een experimentele toxiciteitsstudie met vislood kan worden opgezet die zou kunnen aantonen of verlies van vislood een mogelijk risico vormt voor aquatische organismen.
14
| Mogelijke risico's van vlslood In het aquatlsche milieu
2
Literatuurstudie
2.1
Milieuchemisch gedrag van lood in water/sediment
Vislood komt in vaste vorm (Pb(s)) in het water terecht en wordt voornamelijk door oxidatie omgezet naar opgeloste vormen. Lood komt eerst in de instabiele vorm 'PbO' en gaat vandaar over naar andere opgeloste vormen (Figuur 2.1). Zoals aangegeven in de grafieken zal bij pH lager dan 6.5 de opgeloste vorm Pb2+ dominant zijn. Afhankelijk van de hardheid van het water is bij pH 7-9 de dominante vorm PbOH’ of PbCO3. Een deel van het lood zal in de waterbeden terecht komen. Onder anaërobe omstandigheden is lood stabiel en zal nauwelijks corroderen en dus vrijwel niet oplossen in de water fase. Dit geldt ook voor sedimentenlagen enkele millimeters onder het oppervlak.
Low Dissolved Carbonate
High Dissolved Caibonate
1.0
1.0
L.8.
1
Pb**
PbOH’
O
PbfOHJj
l06e o
Pb2’
O- 0.8 ■s § 1 0.6
PbCO3
i
hXÖH)3
\
■
PbCO3OH
I
•5 0.2 ■ <D o>
/
c
PbQ’ 0.0 U 5.0
6.0
\
7.0
8.0 PH
9.0
'
i
V'
ƒ
30-2
RXOH>3
\ 10.0
Pb(OH)2
Pb(COj^2 11.0
00cn
5.0
6.0
7.0
80 pH
9.0
100
11.0
Figuur 2.1 Een voorbeeld van het effect van twee waterkwaliteitsparameters op lood in water. Het laat de dominante lood soorten als een functie van pH bij lage (links) en hoge (rechts) opgeloste totaal carbonaat-gehaltes zien. Overgenomen van National Academies of Sciences (2017)3.
Lood bindt vrij sterk aan in de waterkolom zwevende deeltjes (SPM, 'suspended particular matter'). Aangezien niet wordt verwacht dat de gebonden fractie van lood via de huid of kieuwen wordt opgenomen in het weefsel van waterorganismen, is de giftigheid van lood in oplossing mede afhankelijk van het zwevend stofgehalte [SPM], De opgeloste fractie van lood staat in evenwicht met de concentratie gebonden aan SPM. Het RIVM stofdossier van lood (httDs://rvszoeksvsteem.rivm.nl/stof/detail/877) geeft voor zwevende stof een bindingsratio "Kp" 646.000 L/kg A (logKp van 5.81). Deze bindingsratio geeft aan dat bij een opgeloste waterconcentratie van bijvoorbeeld 1 pg/L, de concentratie lood gebonden aan zwevend stof 646.000 pg/kg is (646 mg/kg). Als de SPM-gehalte in kg/L wordt uitgedrukt, is de relatie tussen de fractie opgelost lood (fopgeiost) ten opzichte van de totale hoeveelheid lood in de water matrix te berekenen via Kp met de volgende vergelijking: t'opgelost ~~
1 1 + (KP ■ (SPM]))
Rapport 388 | Wageningen, Wetenschapswinkel |
15
Bij een typisch SPM-gehalte van 10 mg/L (=0.00001 kg/L), en de Kp van 646.000, is de vrij-opgeloste fractie voor lood maar 13% van de totale lood aanwezig in de waterkolom: topgelost ~~
1
1 + (646.000 • 0.00001)
= 0.13
Uit bovenstaande berekening blijkt dat een milieurelevante concentratie [SPM] van 10 mg/L de toxiciteit sterk kan beïnvloeden (zie ook sectie 2.5.2). Aangezien zwevende deeltjes in de waterkolom in veel gevallen grotendeels organisch materiaal zijn, is de Kp ook in een versimpelde schatting vergelijkbaar met de fractie organische materiaal in sediment. Dit zou voor een sediment met 10% organisch materiaal betekenen dat een vrij opgeloste waterconcentratie van 1 pg/L in evenwicht is met een sediment concentratie van 64,6 mg/kg.
De binding van lood aan SPM en sediment is afhankelijk van meerdere variabelen, zoals pH (zie Figuur 2.1), zoutgehalte, concentraties ander zware metalen, organisch koolstof gehalte, en wellicht ook het kleigehalte en de type kleimineralen. Omdat waterconcentraties sterk kunnen fluctueren, en het bindingsproces niet instantaan is, zal in oppervlaktewater een bepaalde waterconcentratie niet overal in evenwicht zijn met de sedimentconcentratie. De sedimentconcentratie zal niet altijd de bovenliggende waterconcentratie bepalen omdat de uitwisseling niet snel genoeg verloopt. Bovendien kan de sedimentconcentratie ruimtelijk variabel zijn in de bovenste centimeters, bijvoorbeeld door historische vervuiling in een diepere sedimentlaag welke op specifieke plekken bloot komt te liggen, of juist depositie met recent vervuild zwevend materiaal.
2.2
Ontwikkelingen in regulering van (vis)lood
Lood is door het RIVM aangemerkt als zeer zorgwekkende stof (ZZS, sinds 2-12-2013 op lijst), en opgenomen op de lijst van 45 stoffen vastgesteld in de Richtlijn prioritaire stoffen uit de 2013 Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Voor ZZS stoffen geldt in Nederland op grond van het Activiteitenbesluit een minimalisatieplicht middels vervanging door minder gevaarlijke stoffen en technieken. Loodconcentraties worden daarom regelmatig gemonitord op meerdere locaties in Nederland. Oorspronkelijk golden de MTRwaarden (Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau) uit de Regeling milieukwaliteitseisen gevaarlijke stoffen oppervlaktewater als wettelijke toetswaarden. Voor het ecosysteem is het MTR het maximale niveau waarbij 95% van de potentieel aanwezige soorten in een ecosysteem zijn beschermd. De MTR was voor 2009 bepaald op totaalconcentratie van 220 pg/L, en MTR opgelost op 11 pg/L (wat in dit geval maar 5% van de totaal concentratie is).
Vanuit de KRW zijn er oppervlaktewater normen voor lood bepaald. De Europese KRW onderscheidt twee soorten milieukwaliteitsnormen: de Jaargemiddelde Milieukwaliteitseis (JG-MKE), die bescherming moet bieden tegen effecten van langdurige blootstelling, en de Maximaal Aanvaardbare Concentratie Milieukwaliteitseis (MAC-MKE), gericht op kortdurende concentratiepieken. De normen voor lood zijn vastgelegd in het Besluit Kwaliteitseisen en Monitoring Water 2009 (BKMW).
De Europese JG-MKE voor lood in water is eerst op 7,2 pg Pb/L gezet (metingen in over 0.45 pm gefilterd water), en de MAC-MKE op 14 pg Pb/L, waarbij geen verschil was tussen zoet en zout. De recentelijk herziene JG-MKE voor biologisch beschikbare concentraties van de stoffen zijn verlaagd tot 1,2 pg Pb/L voor zoetwater5. Ter vergelijking: in het drinkwaterbesluit is als norm 10 pg Pb/L opgenomen6. De grootste bron van lood in drinkwater is afkomstig uit het leidingwerk, gezien concentraties in drinkwater direct na het zuiveren doorgaans lager zijn dan 1 pg Pb/L (Dunea, n.d.). Tabel 2.1 geeft het verloop van de kwaliteitseisen weer.
16 | Mogelijke risico’s van vislood In het aquatlsche milieu
Tabel 2.1
Milieukwaliteitseisen voor lood In zoetwater in Nederland.
<2009
MTR opgelost:
11 |jg/L
2009 BKMW
Sinds 2013 KRW
JG-MKE: 7,2 pg/L
JG-MKE vrij opgelost: 1,2 pg/L
MAC-MKE: 14 pg/L MTR totale conc.: 220 pg/L
MAC-MKE: 14 pg/L
Streefwaarde totaal opgelost 53 pg/L
Oppervlaktewater achtergrondconcentratie: 0.2 pg/L (NW4 1998) MTR sediment (droge stof): 530 mg/kg Sediment achtergrondconcentratie: 85 mg/kg (RIVM 1997)
Meerdere soorten vogels gebruiken klein grind om vertering van voedsel in hun maag te faciliteren. De grootte van dit ingenomen materiaal is afhankelijk van de grootte van de betreffende vogel maar het omvat de diameter van losse loodkorrels. Inname van losse loodkorrels, of lood afkomstig van vistuig via een prooi, leidt in het zure milieu van de maag tot snelle opname van opgelost lood in het maagsap, waarna er meerdere toxicologische responsen kunnen optreden, mogelijk met sterfte tot gevolg 2. Inname van vast lood is gedocumenteerd in meerdere soorten vogels waarbij inname van een enkele loodkorrel kan al overschrijding van maximaal veilige bloedwaarden kan opleveren 2. Om vogelsterfte, waaronder zwanen, als gevolg van loodvergiftiging terug te dringen is in Engeland en Wales al in 1987 een verbod op vislood in de gewichtsklasse 0.1 - 30 g ingesteld 7. In Denemarken geldt sinds 2002 een verbod op verkoop en import van vislood. In Noord-Amerika is de afname van populaties van IJsduikers ('common loon'. Cavia immer') als gevolg van loodvergiftiging reden tot strenge regulering in enkele staten (New Hampshire 2000, New York en Vermont 2004, Massachusettes en Maine 2013). In het huidige project kan experimenteel werk aan risico's van vislood voor watervogels helaas niet ingepast worden daar dit specifieke test faciliteiten en vergunningen nodig heeft.
Verder is het ook van weinig toegevoegde waarde omdat dit al relatief uitgebreid is beschreven2. Vanaf 15 februari 2023 geldt er in de EU een verbod van het gebruik van loodhagel in de jacht "in watergebieden of op 100 meter of minder van watergebieden". Deze wet is in januari 2021 aangenomen (Regulation (EU) 2021/57), na verzoek van de Commissie in 2015 aan de Europese regulerende instantie European Chemicals Agency (ECHA) naar wetenschappelijke onderbouwing voor gebruik van lood in wetlands. In aanvulling op deze verkenning naar wetlands heeft in juli 2019 de Europese Commissie ECHA verzocht het breder gebruik van lood in munitie en in de visserij te onderzoeken en waar nodig beperkingen voor te stellen. In februari 2021 heeft ECHA een EU Annex XV voorstel opgesteld met onderbouwing om loodgebruik voor munitie en visserij in EU grotendeels stop te zetten 8. Het rapport gaat in op productie en gebruik van lood, het chemische gedrag van lood in het milieu, milieueffecten op terrestrische en aquatische systemen, waar vooral veel aandacht aan risico's voor vogels gegeven wordt, en er wordt gekeken naar haalbare alternatieven. Daarnaast worden er de "predicted no effect concentration" (PNEC) waarden gegeven voor zoet en zout water en sediment (zie Hoofdstuk 2.5).