informatieve vergadering ter voorbereiding raadsvergadering 7 december 2020
Tekst van het document
GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT Notulen van de informatieve vergadering van de raad der gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, gehouden op 7 december 2020 in het gemeentehuis, aanvangende om 19.00 uur en voorafgaande aan de openbare vergadering op deze datum. 1) Voorzitter: de heer J. Heijkoop, burgemeester. Aanwezig zijn de leden: de heren M.B. Braber, B.P. van Ginkel en J. van Hartingsveldt, mevrouw drs. W.P. van der Hee-Pasterkamp, de heren G.J.W. Lagendijk MSc RA, H.H.F. van der Lei, A. Mol en M. Nugteren BPM, mevrouw J. Oelfke-ten Seldam, de heren drs. A. Ouwerkerk, L.P. Platschorre, mr. A. Scheurwater, J. Struik en ir. C.W. Timmers, de dames A.L. Vlasblom-van der Vlies MSc en M.N.P. Vogelaar-Korpershoek en de heer E. van der Wulp Bhrm. Via internet wordt aan de vergadering deelgenomen door mevrouw M.C.G. Gommans-Dane en de heer O. Doevendans. Afwezig zijn: de heer ing. P. Boudewijn, mevrouw M.T. Kamphuis-Stuij en de heren drs. K. van der Laan MEd en mr. J.P. Neijman. Tevens aanwezig zijn de heer A.J. Flach MSc, wethouder, en, tot de bespreking van agendapunt 2b, de heer L. Ouwehand, adviseur rampenbestrijding. Griffier: de heer drs. ing. G.H. Logt CMC. * Agenda: 1. Opening. ............................................................................................................................................................................ 1 2. a.
Informatieverstrekking over het op de agenda voor de openbare vergadering prijkende voorstel: 7.5 Regionaal toepassingskader Tijdelijke wet maatregelen Covid-19. ................................................................... 2 b: Informatieverstrekking over het op de agenda voor de openbare vergadering prijkende voorstel: 7.1 Uitbreiding betrekkingsomvang wethouder A.J. Flach. ...................................................................................... 5 3. Sluiting. ............................................................................................................................................................................... 6 *
1. Opening. De voorzitter heet iedereen welkom en opent de informatieve vergadering. Mevrouw Gommans-Dane heeft laten weten dat zij wegens persoonlijke omstandigheden via internet aan deze vergadering zal deelnemen. 2a. Informatieverstrekking over het op de agenda voor de openbare vergadering prijkende voorstel:
1)
Vanwege de door de regering getroffen maatregelen tot terugdringing van de kans op besmetting door het Covid-19virus of Coronavirus was het niet mogelijk publiek en ambtenaren – m.u.v. de heer L. Ouwehand – in de raadszaal aanwezig te laten zijn.
Informatieve vergadering van 7 december 2020.
2
7.5 Regionaal toepassingskader Tijdelijke wet maatregelen Covid-19. De voorzitter merkt op dat deze informatieve vergadering is belegd omdat per 1 december het Regionaal toepassingskader Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 van kracht is geworden. Dat is vrij snel gegaan, maar er dient nog wel een raadsuitspraak over te komen. Wanneer er in dezen niet voor snelheid was gekozen – het had niet per se gehoeven –, hadden er gedurende de maand december wel bepaalde bevoegdheden bestaan, maar had de raad daarover niet kunnen discussiëren en er een uitspraak over kunnen doen. Verder is er door de fractie van D66 verzocht haar de gelegenheid te geven om enkele vragen over het voorstel 7.1, Uitbreiding betrekkingsomvang wethouder A.J. Flach, te stellen. Er werd de voorkeur aan gegeven dit niet in de openbare raadsvergadering maar in deze bijeenkomst te doen. Spreker stelt voor aan dit verzoek te voldoen. Aldus wordt besloten. De voorzitter wil kort inleiden waarover dit voorstel gaat. Vanaf 13 maart 2020 bestaat er een noodverordening tegen de verspreiding van het Coronavirus. Zij is vastgesteld door de voorzitters van de Veiligheidsregio's en wel op grond van GRIP 4, wat staat voor Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure. De voorzitter van de Veiligheidsregio is het bevoegd gezag, ook wat de door de gemeenten in die regio te treffen maatregelen betreft.
Er bestaat voorts een regionaal beleidsteam, bestaande uit de gezamenlijke burgemeesters van de gemeenten in de regio, de GGD, de politie en het Openbaar Ministerie. Dat beleidsteam bespreekt de medische kant van de te treffen maatregelen en de daarmee verband houdende aspecten van openbare orde en veiligheid. Er kan worden gezegd dat de voorzitter van de Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid, de heer Kolff, die dus het bevoegd gezag is, het in de ogen van de andere burgemeesters en de genoemde partners uitstekend heeft gedaan. Hij heeft zijn besluiten in goed overleg met de burgemeesters genomen en heeft hun opvattingen ook naar voren gebracht in het zogeheten Landelijk Veiligheidsberaad, bestaande uit 26 burgemeesters, dat optreedt als partner in het overleg met de betrokken bewindslieden. In andere veiligheidsregio's bestond er nogal wat kritiek op de voorzitters. Zo waren de burgemeesters van veel gemeenten in de buur-Veiligheidsregio Rotterdam niet te spreken over de wijze waarop zij bij het Corona-dossier werden betrokken. Spreker durft te zeggen dat er in de Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid door een ieder op een goede wijze is samengewerkt. In de Tweede Kamer en in veel gemeenten hoorde men de roep om verdergaande democratische legitimering van de genomen maatregelen. GRIP 4 is bedoeld voor noodsituaties, situaties die vaak kortdurend zijn.
De Coronacrisis duurt echter al heel lang en in nogal wat regio's nam het aantal gemeenteraden dat niet tevreden was dan ook toe, terwijl ook de Tweede Kamer vond dat het anders moest. Dit heeft geleid tot de opstelling van het Regionaal toepassingskader Tijdelijke wet maatregelen Covid-19. Het komt erop neer dat de bevoegdheden van de voorzitter van de veiligheidsregio, de burgemeester van de centrale gemeente, nu bij de burgemeesters van de in de regio gelegen gemeenten terechtkomen. De tijdelijke wet kent drie soorten aanvullende bevoegdheden, ten eerste dat de burgemeester van een aantal nationale Coronamaatregelen inzake groepsvorming, publieke plaatsen en evenementen ontheffing kan verlenen en daarmee lokaal maatwerk kan leveren. Ten tweede krijgt de burgemeester de bevoegdheid om de Coronamaatregelen te handhaven door middel van aanwijzingen, bevelen en lasten onder bestuursdwang of een dwangsom. Ten derde kan de burgemeester een ministeriële regeling de bevoegdheid krijgen om plaatsen aan te wijzen waar bepaalde regels die in de ministeriële regeling zijn opgenomen moeten gelden. Een burgemeester, maar ook gemeenteraden en colleges kunnen niet zelfstandig nieuwe maatregelen bedenken en van kracht laten worden. Wat, zoals in het voorstel staat, in stand moet worden gehouden, is dat de tien gemeenten van de veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid zo goed mogelijk afstemmen.
Het gaat nu nog een beetje andersom. Toetste de voorzitter van de Veiligheidsregio de maatregelen die hij wilde nemen voorheen aan het beleid in de gemeenten, nu spreekt men met elkaar het beleidskader af, houdt het bestaande overleg
Informatieve vergadering van 7 december 2020.
3
in stand en wordt de voorzitter van de Veiligheidsregio in het landelijk overleg gevoed door de tien gemeenten. Ook wordt ervoor gezorgd dat in de tien gemeenten ongeveer dezelfde maatregelen gelden, bijvoorbeeld ten opzichte van het houden van markten. In het begin van de Coronacrisis kwam het voor dat in de ene gemeente het beleid ten aanzien van markten ruimer was dan in de andere gemeente, hetgeen voor veel ongenoegen zorgde. Hiervan was ook op andere terreinen sprake. In het laatste halfjaar heeft men nagenoeg hetzelfde gedaan. Wel zijn er, afhankelijk van de omstandigheden, puntjes op de i gezet en is er wat maatwerk geleverd, maar grotendeels golden dezelfde maatregelen. Deze aanpak is over het algemeen ook gedragen. Het voordeel van de nieuwe wet is dat, nu de bevoegdheden van de regioburgemeester zijn overgedragen aan de lokale burgemeesters, de lokale burgemeester over de toepassing ervan verantwoording moet afleggen aan de raad. Het zijn wel bevoegdheden van de burgemeester, maar de raad moet hem over de toepassing ervan wel kunnen bevragen. Dat wil niet zeggen dat genomen maatregelen daardoor direct zullen veranderen, maar wel ontstaat er zo een gesprek over. In zo'n gesprek kan de gemeenteraad zeggen iets ànders gedaan te willen zien, of de vraag stellen of iets ook anders kàn.
Zoals al gezegd, blijft het RBT, het regionaal beleidsteam, bestaan en blijft de voorzitter daarvan coordineren; zij informeren elkaar. Wel kan de minister aan de voorzitter van de Veiligheidsregio specifieke opdrachten geven om bepaalde bevoegdheden toe te passen. Voorts blijven de bestaande bevoegdheden van die voorzitter op het gebied van de publieke gezondheid – dit geldt in het algemeen als er sprake is van infectieziekten – bestaan. Spreker ziet het als waardevol dat het opheffen van de griffie en de overdracht van bevoegdheden van de voorzitter van de Veiligheidsregio aan de burgemeesters van de onder de regio vallende gemeenten ertoe leidt dat de gemeenteraden veel dichter bij het beleid komen te staan. Als men de bestaande structuur in stand houdt, worden het overleg, de afstemming en de beïnvloeding gewaarborgd. Omdat de tien gemeenten het een goede zaak vinden om op de in de nieuwe wet beschreven wijze verder te gaan, is dit regionale toetsingskader gemaakt. Het voorstel hierbij is – dit gebeurt wel vaker – om geen wensen en/of bedenkingen te formuleren en in te dienen, maar dit laat onverlet dat hierover nu een discussie kan worden gevoerd.
Zijn er onderwerpen waarvan men vindt dat daaraan ook zou moeten worden gedacht, dan kunnen die op een bepaalde manier een plek in het regionaal beleidsoverleg krijgen, maar met betrekking tot dit document wordt dus voorgesteld geen wensen en bedenkingen in te sturen. De heer Scheurwater stelt de vraag of ook de inwoners hierover iets te horen of te lezen zullen krijgen. Mevrouw Oelfke-ten Seldam heeft in dit document al het een en ander over de communicatie aangetroffen. Gezegd is dat de burgemeester de bevoegdheid heeft om wat door de minister is besloten te handhaven. Gaat de voorzitter dit in de nabije toekomst strenger doen dan tot op heden is geschied? Wat verwacht hij in de komende tijd te kunnen doen, met de viering van Oud en Nieuw in het vooruitzicht? De heer Braber noemt het goed dat er op de omschreven manier een zekere bevoegdheid naar de gemeenteraad terugkeert en wel in de vorm van het met de burgemeester kunnen voeren van gesprekken over genomen maatregelen. In het VNG-blad heeft een heel uitgebreid artikel over dit onderwerp gestaan. Als gemeenten in de Veiligheidsregio het over bepaalde zaken oneens zijn, neemt spreker aan dat de stem van de voorzitter van de Veiligheidsregio doorslaggevend blijft.
Mevrouw Gommans-Dane zal graag vernemen hoe behalve de raad ook de inwoners over de inhoud van het toepassingskader zullen worden geïnformeerd, omdat zij zeker in de afgelopen periode bij allerlei problemen die er waren veel over de rol van de burgemeester hebben gehoord. Er werd dan vaak naar de Veiligheidsregio verwezen, maar nu er lokaal meer bevoegdheden komen, lijkt het
Informatieve vergadering van 7 december 2020.
4
heel goed om de inwoners via de plaatselijke bladen over dit alles te informeren, evenals over de consequenties die het kan hebben. De voorzitter antwoordt mevrouw Oelfke dat de prioriteiten bij de handhaving per gemeente kunnen verschillen. Voor Ambacht geldt dat het op sommige momenten in supermarkten zeer druk kan zijn. Daarom zullen wethouder Flach en hij hierover morgen overleg voeren met alle supermarktondernemers. Dit kan betekenen – dit als voorbeeld – dat er juist voor een verrùiming van de openingstijden van de supermarkten zal worden gekozen, teneinde tot een betere spreiding van bezoekers te komen. Dit is een voorlopige opmerking; er moet eerst aan de supermarktondernemers worden gevraagd hoe zij er zelf over denken. De handhaving van de openbare orde heeft te maken met o.m. het afgestoken worden van zwaar vuurwerk en het door veel te veel jongelui samenscholen. Dit zijn de twee punten die er in Hendrik-Ido-Ambacht uitspringen. Tot de heer Braber kan spreker zeggen dat, als burgemeesters van gemeenten in de regio het niet eens kunnen worden over iets wat typisch onder een lokale bevoegdheid valt, niet de voorzitter van de Veiligheidsregio het laatste woord heeft, maar de burgemeester van de betrokken gemeente, daarbij wel of niet gesteund door zijn gemeenteraad.
Wel zal men met elkaar proberen een consensus te bereiken, want dat is uiteraard wenselijk; er is ook een cultuur ontwikkeld waarin er een consensus kan ontstaan. Als het om een typisch lokale zaak gaat, heeft de voorzitter van de Veiligheidsregio dus niet het laatste woord, tenzij er wordt afgesproken dat hem in geval van onenigheid die bevoegdheid zal worden gegeven. Er zal op gepaste wijze voor communicatie over het toepassingskader worden gezorgd. Het is de bevolking nu vaak niet duidelijk wie waarover gaat. Soms wordt er iets door de voorzitter ven de Veiligheidsregio verteld en soms door de burgemeester van de eigen gemeente, terwijl de oplegging van een dwangsom soms plaatsvindt door de voorzitter van de Veiligheidsregio en soms door de eigen burgemeester. In wie over wat beslist, is de gemiddelde burger niet direct geïnteresseerd. Wel is het van belang dat de eigen burgemeester zich intensief met de bevolking verstaat en haar vertelt wat er op enig moment speelt. Spreker heeft dit in het afgelopen halfjaar geprobeerd. De accenten waren daarbij verschillend; de ene keer werd er meer medeleven met en zorg getoond over bedrijven getoond en de andere keer werd er ingegaan op de genomen maatregelen. Hierbij werd hij ondersteund door de afd.
communicatie, die hierover op een goede wijze meedacht, en hij heeft gemerkt dat mensen het waarderen om op die manier geïnformeerd te worden. Misschien kan Lars Ouwehand wat meer over concrete afspraken met betrekking tot de communicatie vertellen De heer Ouwehand, adviseur rampenbestrijding van de gemeente, meent dat de burgemeester een vrij volledig antwoord heeft gegeven. Zoals in het stuk staat, zal er regiobreed het een en ander uniform worden gecommuniceerd. Dit gebeurt regionaal om te voorkomen dat er in de gemeenten verschillende boodschappen zullen worden verwoord. Hiermee gaat men in wezen voort op de voet waarop het in de afgelopen acht maanden al is gegaan, dus door de tien gemeenten tezamen. Vooralsnog verloopt dit erg goed en verwacht wordt dat de nu te starten communicatiecampagne weer op een goede manier zal kunnen worden gevoerd. Mevrouw Gommans-Dane informeert of in het morgen met de supermarkthouders te voeren gesprek ook aan de orde zal komen of het mogelijk zal zijn hun winkels ook op zondag gedurende een aantal uren geopend te doen zijn. De voorzitter kan niet in de hoofden van de supermarkthouders kijken, maar de wethouder en hij denken niet op voorhand aan die mogelijkheid. Op verzoek van de fractie van Realistisch Ambacht wordt dit voorstel als debatstuk aangemerkt. (De heer Ouwehand verlaat de vergadering.)
Informatieve vergadering van 7 december 2020.
5
2b. Informatieverstrekking over het op de agenda voor de openbare vergadering prijkende voorstel: 7.1 Uitbreiding betrekkingsomvang wethouder A.J. Flach. De voorzitter vernam van mevrouw Gommans dat zij graag de gelegenheid zou krijgen om over dit voorstel een opmerking te maken. Dit wilde zij niet doen in de openbare raadsvergadering en daarom is het goed dit overleg hiervoor thans te benutten. Ter toelichting merkt spreker op de huidige betrekkingsomvang van wethouder Flach indertijd tot stand is gekomen omdat deze naast het wethouderschap een drogisterij exploiteerde; drogist zijn is altijd zijn beroep geweest. Het kan heel wel voorkomen dat iemand met een bestuursfunctie die tevens een winkel heeft te runnen, overdag een keer in die winkel moet zijn. Met het oog daarop kan het heel netjes zijn om het wethouderschap niet voor 100, maar voor 95 % te vervullen. Men heeft dan legitiem de ruimte om, als dat nodig is, in zijn zaak te zijn. Spreker weet dat dit een beetje een symboolkarakter heeft, maar soms is het goed om zo te handelen – er bestaan ook elders voorbeelden van – en daarvan is hij ook voorstander. Vandaar dat deze keuze bij de collegeformatie is gemaakt. Een tweede opmerking is dat er over het algemeen geen verband bestaat tussen de inzet van een wethouder, zijn productie en zijn resultaat en de omvang van de functie.
Men kan wat die productie betreft zeggen dat er, gezien wat hij in en voor de regio doet en de lobby die hij voor de regio bedrijft, weinig wethouders zijn die buiten hun gemeente zóveel tijd aan allerlei zaken besteden als de heer Flach. Nu hij definitief afscheid heeft genomen van zijn drogisterij, leek het goed om de invulling van zijn bestuurlijke functie, die al meer dan 100 % bedraagt, daadwerkelijk te formaliseren. Daarvoor is dit voorstel dan ook bedoeld. Mevrouw Gommans-Dane bedacht bij het lezen van dit raadsvoorstel dat over het algemeen voorstellen die personen betreffen eerst in bijvoorbeeld het seniorenconvent of een andere besloten vergadering worden besproken, opdat zo'n voorstel in de openbare raadsvergadering als hamerstuk kan passeren. Het onderhavige voorstel is echter in geen enkele eerdere vergadering aan de orde geweest. De behandeling ervan is dus niet volgens de vaste regels verlopen en haar vraag is waarom dat niet is gebeurd. De raad heeft zo niet de gelegenheid gekregen om er iets over te zeggen. Het gaat spreekster niet om de persoon, maar om de gevolgde procedure. Met voorstellen als dit moet men voorzichtig zijn. De inzet van de heer Flach is altijd perfect geweest, maar in de laatste tijd zijn er in de krant artikelen over hem verschenen op grond waarvan men van de wenselijkheid van dit voorstel een àndere indruk zou kunnen krijgen.
De fractie van D66 wil dit voorkomen. Laat men dit voorstel dus nog even goed doornemen, absoluut niet vanwege de persoon van de heer Flach, maar met het oog op de zuiverheid van de procedure. Vandaar dat spreker de burgemeester heeft gevraagd aan dit voorstel even extra aandacht te besteden. De voorzitter bevestigt dat dit voorstel niet eerst in het seniorenconvent aan de orde is geweest. Het zou inderdaad beter zijn geweest als dat wèl was gebeurd. Wel is in het seniorenconvent gesproken over de nieuwe functie van de heer Flach als campagneleider van zijn politieke partij; ook in het college is dit aan de orde geweest. De heer Flach draagt zelf de verantwoordelijkheid voor de invulling van zijn wethoudersfunctie naast zijn andere functies; het is aan de raad om te beoordelen of hij daarin slaagt. Het is van belang elkaar over zoiets goed te informeren en er transparant over te zijn, en dat is dan ook de intentie. De heer Van der Wulp meent dat ook het informeren van de buitenwacht over dit onderwerp van belang is. De raad begrijpt wel waarom dit voorstel nodig is – de vraag of de juiste procedure is gevolgd, laat hij maar in het midden; men kan zelfs nog zeggen: 'Waar gáát dit over?', want de strekking ervan valt erg mee –, maar een openbaar stuk als dit zal toch ook wel eens door inwoners worden doorgenomen.
Aan de verkiezingscampagne van de SGP/ChristenUnie die nu gaat lopen, zal de heer
Informatieve vergadering van 7 december 2020.
6
Flach als campagneleider prominent moeten deelnemen en daarom acht spreker het noodzakelijk – mensen zien iets soms zwartwit – dat aan de inwoners zal worden uitgelegd waarom er met dit voorstel is gekomen, dit om misverstanden bij hen te voorkomen. De voorzitter acht dit een terechte opmerking. Uit het feit dat enkele ontwikkelingen precies samenvallen, kan men namelijk ook een andere conclusie trekken, en dat zou niet terecht zijn. Hij zal met de afd. communicatie bespreken hoe elke kans op het ontstaan van een misverstand zal kunnen worden weggenomen. Hoe dat precies kan gebeuren, heeft hij nog niet voor ogen, maar het is zeker nuttig om dit te gaan doen. 3. Sluiting. De voorzitter sluit de informatieve vergadering om 19.35 uur. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 januari 2021, De griffier,
De voorzitter,
drs. ing. G.H. Logt.
J. Heijkoop
alg. verslagbureau drexhage c.s.