Handboek Integriteit BZK
Tekst van het document
4.3
Gebruik van voorzieningen van de gemeente/ de provincie/het waterschap Wettelijk kader Geen andere inkomsten Een bestuurder geniet geen andere vergoedingen ten laste van provincie/de gemeente/het waterschap dan die bij of krachtens de wet zijn toegestaan (artikelen 43 en 66 Provinciewet, artikelen 44 en 66 Gemeentewet en artikelen 44 en 48 Waterschapswet). Procedure van declaratie (modelverordeningen rechtspositie VNG en IPO)
1
Invitaties voor excursies, evenementen en buitenlandse reizen op rekening van anderen dan de provincie/de gemeente/het waterschap legt de commissaris van de Koning/de burgemeester/de waterschapvoorzitter respectievelijk de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur vooraf ter bespreking voor aan het college van gedeputeerde staten/ het college van burgemeester en wethouders/het dagelijks bestuur. 2 De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter, dan wel de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur maakt de excursies en evenementen die hij heeft aanvaard openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden, onder vermelding van wie deze kosten voor zijn/hun rekening heeft/ hebben genomen. De informatie is via internet beschikbaar. 3 De informatie over buitenlandse reizen voor rekening van derden wordt binnen één week na terugkeer in Nederland opgenomen in het register, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid.
Toelichting 4.1 In de gedragscode is het uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van de bestuurder kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door de bestuurder worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van de provincie/de gemeente/het waterschap die/dat zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de provincie/de gemeente/het waterschap heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven. 4.2 Dit geldt ook voor werkbezoeken. 4.3 Het gaat hier om excursies en evenementen die betrokkene als commissaris van de Koning/burgemeester/ waterschapvoorzitter, dan wel als gedeputeerde/wethouder/lid van het dagelijks bestuur aanvaardt. Excursies en evenementen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier niet onder. Bij 4.2 en 4.3.
dienen eveneens als afwegingskader voor de motieven van de uitnodigende partij beoordeeld te worden. Het mag er niet om gaan de onafhankelijke positie van de bestuurders te beïnvloeden.
134
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
Er zijn voor gedeputeerden/wethouders voorschriften opgenomen in de provinciale/ gemeentelijke verordening over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten bij de provincie/ gemeente. Ook zijn in de provinciale/gemeentelijke verordening voor gedeputeerden/wethouders voorschriften opgenomen over het (zakelijk) gebruik van een provinciale/gemeentelijke creditcard. Buitenlandse dienstreis voor gedeputeerden/wethouders (modelverordeningen VNG en IPO) 1
Als de gedeputeerde/wethouder in het provinciaal/gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reisen verblijfkosten vergoed. 2 Voor een reis in het provinciaal/gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van gedeputeerde staten/ burgemeester en wethouders vereist. 3 De Provinciale staten/gemeenteraad kunnen/kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden.
5.1 1
Het college van gedeputeerde staten/het college van burgemeester en wethouders/ het dagelijks bestuur richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de provincie/de gemeente/het waterschap. 2 De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter en de gedeputeerden/ de wethouders/de leden van het dagelijks bestuur verantwoorden zich over hun gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgestelde regels en procedures.
5.2 1
Een commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter respectievelijk een gedeputeerde/wethouder/lid van het dagelijks bestuur meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het college van
< vorige pagina
volgende pagina >
135
gedeputeerde staten/het college van burgemeester en wethouders/het dagelijks bestuur. Hij geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan. 2 De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter, dan wel de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur meldt daarbij tevens als hij voornemens is om de buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen rekening. 3 Het college van gedeputeerde staten/het college van burgemeester en wethouders/ het dagelijks bestuur betrekt alle aspecten in de besluitvorming en informeert de provinciale staten/de gemeenteraad/het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk over het genomen besluit.
5.3 1
Een commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter respectievelijk een gedeputeerde/wethouder/lid van het dagelijks bestuur legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen. Hij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de provincie/de gemeente/het waterschap. 2 De provinciesecretaris/gemeentesecretaris/secretaris-directeur legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
5.4 Voor de toepassing van de artikelen 5.2 en 5.3 wordt onder buitenlandse dienstreis niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling of een dienstreis naar een buurprovincie/buurgemeente/buurwaterschap in het buitenland.
5.5 Een commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter respectievelijk een gedeputeerde/wethouder/lid van het dagelijks bestuur declareert geen kosten die al op andere wijze worden vergoed.
5.6 Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de provincie/de gemeente/het waterschap ten eigen bate of ten bate van derden is niet toelaatbaar, tenzij dit wettelijk of volgens interne regels is toegestaan.
Toelichting 5.1 Aan bestuurders worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de bestuurders mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen: a) in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld; b) indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald; c) het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt; d) voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet. Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de bestuurder zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de bestuurder maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. De bestuurder zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden. 5.2 en 5.3 Uitgangspunten zijn hier eigen verantwoordelijkheid, transparantie en bereidheid om verantwoording af te leggen.
De beoordeling van de noodzaak van de buitenlandse dienstreis ligt bij het college van gedeputeerde staten/burgemeester en wethouders/het dagelijks bestuur. Ingevolge 5.4 gelden de bepalingen van 5.2 en 5.3 niet voor de meer reguliere (buitenlandse) dienstreizen naar een Europese instelling of een dienstreis naar een buurprovincie/buurgemeente/ buurwaterschap in het buitenland. Voor dergelijke (buitenlandse) reizen vormen deze bepalingen wel een belangrijk richtsnoer. Buitenlandse reizen die worden gemaakt ten behoeve van de politieke partij zijn geen ‘dienstreizen’ en vallen dus niet onder 5.2 en 5.3 en komen niet ten laste van de provincie/de gemeente/het waterschap. Zie paragraaf 5.3lid 1. voor een uitgebreide toelichting over de regels met betrekking tot verlenging van dienstreizen. Hierbij kan worden aangesloten hetgeen voor rijksambtenaren in de CAO-Rijk is afgesproken over verlengen van een buitenlandse dienstreis wegens privéomstandigheden. De verlenging bedraagt maximaal 72 uur, de meerkosten voor reis en verblijf worden zelf betaald en eventuele besparingen zijn voor de provincie/de gemeente/het waterschap. Het verlengen van uw dienstreis voor privédoeleinden aan het begin van uw dienstreis is niet toegestaan als u eerder dan noodzakelijk vertrekt om te herstellen van de reis of om te acclimatiseren aan de lokale omstandigheden.
5.6 Stelregel is dat privé-gebruik van provinciale/gemeentelijke/waterschappelijke voorzieningen niet is toegestaan. Wel hebben organisaties mogelijk een specifieke regeling die privégebruik van bedrijfsmiddelen reguleert.
136
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
< vorige pagina
volgende pagina >
137
6
Uitvoering gedragscode 6.1 De Provinciale staten/De gemeenteraad/Het algemeen bestuur bevorderen/bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorzien/voorziet de provinciale staten/de gemeenteraad/het algemeen bestuur daarin.
6.2 1
Op voorstel van commissaris van de Koning/de burgemeester/waterschapvoorzitter maken/maakt de provinciale staten/de gemeenteraad/het algemeen bestuur met hem afspraken over de navolgende onderwerpen: a) de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in zijn algemeenheid en van de gedragscode in het bijzonder; b) de periodieke bespreking van het overzicht van nevenfuncties en neveninkomsten in de Staten/raad/algemeen bestuur; c) de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit; d) de processtappen die worden gevolgd in geval van een vermoeden van een integriteitschending van een politieke ambtsdrager van de provincie/de gemeente/het waterschap; e) In het geval van een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van gecertificeerde onderzoeksbureaus. 2. De afspraken als bedoeld onder 1 worden vastgelegd in een bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode.
De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de griffier/griffier-directeur) kan hier in relatie tot de provinciale staten/gemeenteraad/het algemeen bestuur eveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de Provinciale staten/ de gemeenteraad/het algemeen bestuur met de commissaris van de Koning/burgemeester/ waterschapvoorzitter nadere afspraken maken/maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteits-schending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. De Provinciale Staten, de gemeenteraad en het algemeen bestuur van het waterschap kan zelf onderling ook afspraken maken over hoe je elkaar aanspreekt. Al deze processuele en procedurele afspraken zijn terug te vinden in de bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode. De onderwerpen, genoemd in 6.2, zijn niet uitputtend. Modelgedragscode integriteit volksvertegenwoordigers in provincies, gemeenten en waterschappen.
Model gedragscode kroonbenoemde en bestuurders Hieronder is een model gedragscode integriteit te vinden voor bestuurders die door decentrale overheden kan worden gebruikt om een gedragscode voor de eigen bestuurders op te stellen. Het gaat nadrukkelijk om een model. Er is ook veel ruimte om hier zelf invulling aan te geven.
Besluit
Toelichting
Provinciale staten van ;
6.1 De Provinciale staten/de gemeenteraad/het algemeen bestuur zijn/is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden.
De gemeenteraad van ; Het algemeen bestuur van het waterschap ;
6.2 De Provinciewet/Gemeentewet/Waterschapswet verplicht de provinciale staten/de gemeenteraad/het algemeen bestuur om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen. Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren. De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar provincie/gemeente/waterschap te bevorderen (Art. 175 lid 2 Provinciewet, Art. 170 lid 2 Gemeentewet, Art. 94 lid 2 Waterschapswet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten. Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken maken over een regelmatige bespreking, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, van het thema integriteit, zowel met de volksvertegenwoordiging als binnen het bestuur.
138
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
Gelet op artikel 40c, tweede lid, en 68, tweede lid, van de Provinciewet/de artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, van de Gemeentewet/de artikelen 33, derde lid, en 45 van de Waterschapswet;
Gelezen de voordracht van:
d.d. ;
Besluit/besluiten: voor de commissaris van de Koning en voor de gedeputeerden/voor de burgemeester en voor de wethouders/voor de voorzitter en voor de overige leden van het dagelijks bestuur van het waterschap; de navolgende gedragscode integriteit vast te stellen:
< vorige pagina
volgende pagina >
139
Gedragscode integriteit commissaris van de Koning en gedeputeerden Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders Gedragscode integriteit voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur
5.5 Modelgedragscode decentrale volksvertegenwoordigers 1
Algemene bepalingen Wettelijke grondslag De Provinciale staten/Gemeenteraad/Het algemeen bestuur stelt/stellen een gedragscode vast voor hun leden (artikel 15, derde lid, Provinciewet, artikel 15, derde lid, Gemeentewet en artikel 33, derde lid, Waterschapswet).
Persoonlijke belangen: • Een lid van een volksvertegenwoordiging neemt niet deel aan de stemming over - een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; - de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur 51 hij hoort (artikel 28 Provinciewet, artikel 28 Gemeentewet en artikel 38a Waterschapswet) • Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht). Toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot stemonthouding: • Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt “de stemming” vervangen door “de beraadslaging en stemming”. 2. Onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot derde tot en met vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 2. Op de beraadslaging en stemming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
1.1 De gedragscode geldt voor de statenleden/raadsleden/leden van het algemeen bestuur, maar richt zich ook tot de bestuursorganen.
1.2 De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.
2
Voorkomen van belangenverstrengeling Wettelijk kader Afleggen eed of belofte (artikel 14 Provinciewet, artikel 14 Gemeentewet en artikel 34 Waterschapswet). Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de statenleden/raadsleden/leden van het algemeen bestuur in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot statenlid/raadslid/ lid van het algemeen bestuur benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als statenlid/ raadslid/lid van het algemeen bestuur naar eer en geweten zal vervullen.”
Incompatibiliteiten en nevenfuncties: • Verboden overeenkomsten/handelingen: volksvertegenwoordigers mogen in geschillen, waar de provincie(bestuur)/ gemeente(bestuur)/waterschaps-(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de provincie/de gemeente/het waterschap bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend. • (artikel 15, eerste en tweede lid, Provinciewet, artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet en artikel 33, eerste en tweede lid, Waterschapswet). • Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging (artikelen X7, X7a en X8 Kieswet) • Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Provinciewet, artikel 13 Gemeentewet en artikel 31 Waterschapswet). Dat leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de volksvertegenwoordiging (artikel X1 Kieswet) • Openbaarmaking nevenfuncties: volksvertegenwoordigers maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het provinciehuis/ gemeentehuis/waterschaphuis (artikel 11 Provinciewet, artikel 12 Gemeentewet en artikel 32 Waterschapswet).
2.1 1
140
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
Het statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur levert de griffier/secretaris-directeur de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het statenlidmaatschap/raadslidmaatschap/ lidmaatschap van het algemeen bestuur, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de (neven)functie en geeft hem de wijzigingen daarin door.
< vorige pagina
volgende pagina >
141
2 De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de (neven)functie, de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht, of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het statenlidmaatschap/raadslidmaatschap/ lidmaatschap van het algemeen bestuur en of de (neven) functie bezoldigd of onbezoldigd is. 3 De griffier/secretaris-directeur legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
zitter van) een commissie kan/kunnen geheimhouding opleggen (artikelen 25, 55 en 91 Provinciewet, artikelen 25, 55 en 86 Gemeentewet en artikelen 37 en 43 Waterschapswet). • De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, of – indien het aan de volksvertegenwoordiging is overgelegd – de volksvertegenwoordiging de geheimhouding opheft. • Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).
Toelichting
3.1
Het betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan.
Het statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn lidmaatschap van Staten/Raad/Algemeen bestuur beschikt en zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie veilig wordt bewaard.
3.2
3
Informatie Wettelijk kader Informatieplicht Gedeputeerde staten/Burgemeester en wethouders/Het dagelijks bestuur van het waterschap en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegen woordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 167 Provinciewet, artikel 169 Gemeentewet en artikel 89 Waterschapswet) Geheimhouding • Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).
• Gedeputeerde staten/Burgemeester en wethouders/Het dagelijks bestuur van het waterschap kunnen/kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook de commissaris van de Koning/burgemeester/ waterschapvoorzitter heeft die bevoegdheid. • De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging, als het stukken betreft die met de volksvertegenwoordiging worden gedeeld. Ook de provinciale staten/gemeenteraad/ het algemeen bestuur van het waterschap, dan wel (de voor-
142
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
Het statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie. Toelichting 3.1 Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.
4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden Wettelijk kader De eed of belofte die het statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur op grond van artikel 14 van de Provinciewet, artikel 14 van de Gemeentewet en artikel 34 van de Waterschapswet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.
4.1 1
Een statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. 2 Het statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden. 3 Geschenken die het statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de provincie/de gemeente/het waterschap.
< vorige pagina
volgende pagina >
143
4 De griffier/secretaris-directeur legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de provincie/ de gemeente/ het waterschap hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 5 Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen.
4.2 1
Deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de provincie/ de gemeente/het waterschap maakt het statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Hij maakt daarbij in ieder geval openbaar wie deze kosten voor zijn/hun rekening heeft/ hebben genomen. 2 De informatie is via internet beschikbaar.
4.3 Een statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur meldt de griffier/secretaris-directeur de buitenlandse reizen op uitnodiging van derden binnen één week na terugkeer in Nederland. Hij meldt in ieder geval wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse reis is geweest en wat daarvan de kosten waren. 2 De griffier/secretaris-directeur legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
5 Gebruik van voorzieningen van de provincie/de gemeente/ het waterschap Wettelijk kader Procedure van declaratie (modelverordeningen VNG en IPO) Er zijn voor statenleden/raadsleden voorschriften opgenomen in de provinciale/ gemeentelijke verordening over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten. Buitenlandse excursie of reis voor statenleden/raadsleden (modelverordeningen VNG en IPO) De Provinciale staten/ gemeenteraad kunnen/kan een staten/ raadscommissie (of een delegatie uit de gemeenteraad) toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. Die excursie/ reis moet zijn georganiseerd door of vanwege de provincie/gemeente. De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de provincie/ gemeente. De Provinciale staten/gemeenteraad kunnen/kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.
1
Toelichting 4.1 In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van het statenlid/ raadslid/lid van het algemeen bestuur kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door het statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van de provincie/de gemeente het waterschap die/ dat zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de provincie/de gemeente/het waterschap heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven. 4.2 en 4.3 Het gaat hier om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als statenlid/raadslid/ lid van het algemeen bestuur aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder.
144
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
5.1 1
Gedeputeerde staten/Burgemeester en wethouders/ Het dagelijks bestuur richten/richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de provincie/de gemeente/het waterschap. 2 Het statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgelegde regels en procedures.
5.2 Een statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.
5.3 Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de provincie/de gemeente/het waterschap ten eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld, niet toegestaan.
< vorige pagina
volgende pagina >
145
Toelichting
Toelichting
5.1 Aan statenleden/raadsleden/leden van het algemeen bestuur worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen: a in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld; b indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald; c het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt; d voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet.
6.1 De Provinciale staten/De gemeenteraad/Het algemeen bestuur zijn/is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/ aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden.
Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de volksvertegenwoordiger zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de volksvertegenwoordiger maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Het statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/ haar gelden.
6. Uitvoering gedragscode 6.1 De Provinciale staten/De gemeenteraad/Het algemeen bestuur bevordert/bevorderen de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorzien/voorziet de provinciale staten/de gemeenteraad/het algemeen bestuur daarin.
6.2 1
Op voorstel van de commissaris van de Koning/ de burgemeester/de waterschapvoorzitter maken/maakt de provinciale staten/ gemeenteraad/ het algemeen bestuur afspraken over de navolgende onderwerpen: a de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in zijn algemeenheid en van de gedragscode in het bijzonder; b de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit; c de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending door een politieke ambtsdrager van de provincie/de gemeente/het waterschap. d In het geval van een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van gecertificeerde onderzoeksbureaus. 2 De afspraken als bedoeld onder 1, worden vastgelegd in een bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode.
146
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
6.2 De Provinciewet/Gemeentewet/Waterschapswet verplicht de provinciale staten/de gemeenteraad/ het algemeen bestuur om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen. Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren. De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschapvoorzitter heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar provincie/gemeente/waterschap te bevorderen (Art. 175 lid 2 Provinciewet, Art. 170 lid 2 Gemeentewet, Art. 94 lid 2 Waterschapswet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten. Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur. De commissaris van de Koning/de burgemeester/de waterschapvoorzitter hoeft hier niet alleen voor te staan.
Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de griffier/ griffier-directeur) kan hier in relatie tot de provinciale staten/de gemeenteraad/ het algemeen bestuur eveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de provinciale staten/ de gemeenteraad/het algemeen bestuur met de commissaris van de Koning/ burgemeester/waterschapvoorzitter nadere afspraken maken/maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. De Provinciale Staten, de gemeenteraad en het algemeen bestuur van het waterschap kan zelf onderling ook afspraken maken over hoe je elkaar aanspreekt. Al deze processuele en procedurele afspraken zijn terug te vinden in de bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode. De onderwerpen, genoemd in 6.2, zijn niet uitputtend.
< vorige pagina
volgende pagina >
147
5.6
Meer informatie over verboden handelingen Hier vind je meer informatie over verboden handelingen, in het bijzonder veel voorkomende situaties en een beschrijving van overeenkomsten die terugkomen in de verboden handelingen.
Veel voorkomende situaties Onderstaand worden twee veelvoorkomende casussen beschreven. Het betreffen verboden handelingen waarvoor ontheffing moet worden aangevraagd. Deze beschrijving bestaat uit een korte introductie van de casus en een inhoudelijke afweging. Voor wat betreft de inhoudelijke afweging geldt dat deze richting geeft maar altijd per individueel geval beoordeeld dient worden of ontheffing kan worden verleend.
Snippergroen Snippergroen (ook wel “reststroken grond” of “restgroen” genoemd) zijn kleine stukken openbaar groen in eigendom van de provincie, grenzend aan een perceel. Bewoners kunnen doorgaans een verzoek indienen tot huur of koop van snippergroen grenzend aan hun perceel. Soms is hiervoor ook een regeling binnen provincies. Artikel 15 van de Provinciewet verbiedt Statenleden deze grond van de provincie (onderhands) te kopen of te huren. Hiervoor is ontheffing nodig van de minister van BZK.
Of de inkoop van een dergelijke dienst of product door de provincie bij een Statenlid afbreuk doet aan de zuiverheid van verhoudingen is sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het gaat dan om (elkaar overlappende) aspecten als: • De aard van het product of de dienst. • De onmogelijkheid dan wel onwenselijkheid dit bij een leverancier buiten de provincie te bestellen. • De omvang van het product of de dienst. • De historie van de zakelijke relatie tussen het Statenlid en de provincie (bijvoorbeeld de omstandigheid dat het Statenlid voor zijn Statenlidmaatschap al jaren een vaste leverancier is van de provincie). De volgende aspecten zijn hoe dan ook van belang met het oog op waarborging van de zuiverheid van verhoudingen: • De dienst dan wel het product voldoet aan marktconforme maatstaven en wordt geleverd tegen een marktconform tarief. • Het Statenlid heeft geen invloed uitgeoefend op de totstandkoming van de overeenkomst. • Er is geen sprake van bevoordeling ten opzichte van derden.
Beschrijving overeenkomsten Definities juridische begrippen
De aankoop of huur van snippergroen hoeft geen afbreuk te doen aan de zuiverheid van verhoudingen mits aan de volgende vereisten kan worden voldaan: • De prijs is marktconform/gelijk met de prijs die derden aan de provincie betalen voor snippergroen. • De gevolgde procedure is vastgelegd in provinciaal beleid en/of vergelijkbaar met procedures die normaal gesproken worden gevolgd bij de verkoop van snippergroen. • De verkoop aan het Statenlid leidt niet tot bevoordeling ten opzichte van derden (buurtbewoners die mogelijk ook aanspraak maken op het stukje snippergroen).
Exclusieve leverancier Binnen provincies is soms maar één exclusieve leverancier aanwezig van een bepaald goed of een bepaalde dienst. Bijvoorbeeld een verkoper van bepaalde streekproducten of een verhuurder van specifieke apparatuur of machines. Artikel 15 verbiedt provincies om deze unieke diensten of producten af te nemen bij Statenleden.
Onroerende zaken
Onroerend zijn de grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met de grond verenigde beplantingen, alsmede de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.23 Een zaak is vast met de grond verbonden als de zaak niet gemakkelijk is te demonteren of te verplaatsen. Het is niet noodzakelijk dat een zaak onlosmakelijk met de grond is verbonden.24
Roerende zaken
Roerende zaken zijn alle zaken die niet onroerend zijn.25
Beperkte rechten
Een beperkt recht is een recht dat is afgeleid uit een meer omvattend recht, dat met het beperkte recht is bezwaard.26 Eigendom is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben.27
Onderhands verwerven
Eigendommen of beperkte rechten worden onderhands verworven als er geen openbare aankondiging heeft plaatsgevonden, waar alle geïnteresseerden kunnen inschrijven voor de verwerving.28
Vordering
De bevoegdheid om een materieel (subjectief) recht geldend te maken.29 Met andere woorden: persoon A heeft het recht om ‘iets’ op te eisen bij persoon B.
22 23 24 25 26 27 28
148
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
< vorige pagina
volgende pagina >
149
Het aannemen van werk ten behoeve van de provincie
Het verwerven van een betwiste vordering ten laste van de provincie
Aanneming van werk is de overeenkomst waarbij het Statenlid, de aannemer, zich jegens de provincie, de opdrachtgever, verbindt om buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren.29 Bij het opleveren van werk van stoffelijke aard kan gedacht worden aan het opknappen van een monument of het maken van een kunstwerk.
Een betwiste vordering ten laste van de provincie is een vordering waarvan het provincie bestuur de geldigheid geheel of gedeeltelijk ontkent.
De oplevering gebeurt tegen een door de opdrachtgever te betalen prijs in geld. Het is geen harde vereiste dat de tegenprestatie (geheel) uit geld bestaat, zolang de aard van de overeenkomst zich hier niet tegen verzet.31 30
Onder de reikwijdte van deze bepaling vallen ook onderaannemingen.32 Onderaannemingen zijn overeenkomsten waarbij de aannemer bevoegd is het werk onder zijn leiding door anderen te doen uitvoeren, en ten aanzien van onderdelen ook de leiding aan anderen over te laten, zulks onverminderd zijn aansprakelijkheid voor de deugdelijke nakoming van de overeenkomst.33
Het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de provincie
Het onderhands huren of pachten van de provincie Hierbij gaat het om het huren of pachten door het Statenlid van de provincie van roerende dan wel onroerende zaken zonder openbare aankondiging waar alle geïnteresseerden kunnen inschrijven voor huur of pacht. Hierbij kan gedacht worden aan het pachten van een stuk landbouwgrond van de provincie, de huur van een woning of loods of het huren van computers die in het bezit zijn van de provincie.
Het van de provincie onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen Hierbij gaat het om het verwerven van onroerende zaken (of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen) door het Statenlid van de provincie zonder openbare aankondiging waar alle geïnteresseerden kunnen inschrijven voor verwerving. Bij onroerende zaken kan gedacht worden aan (bouwgrond voor) een woning, een sporthal of een stuk bouwgrond/kavel dat in het bezit is van de provincie.
Met het verrichten van werkzaamheden wordt (tegenwoordig) bedoeld een overeenkomst tot opdracht.34 Dit is in dit geval een overeenkomst waarbij het Statenlid, de opdrachtnemer, zich jegens de provincie, de opdrachtgever, verbindt anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst om werkzaamheden te verrichten die uit iets anders bestaan dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken. Het gaat dan normaal gesproken om het verrichten van diensten.
Het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de provincie Hierbij gaat het om het tegen betaling leveren van roerende zaken aan de provincie door het Statenlid. Het betreft niet alleen verkoop, maar ook ruil of lease van de goederen.35 Het sluiten van een levering van roerende goederen zonder tegenprestatie (“om niet”) is wel toegestaan, omdat de zuiverheid van belangen dan niet in het geding komt.36 Er is alleen sprake van een levering “om niet” als er ook in de toekomst geen enkele prestatie in welke vorm dan ook tegenover staat.
Het verhuren van roerende zaken aan de provincie Hierbij gaat het om het in het gebruik verstrekken (verhuren) van een zaak of een gedeelte daarvan door het Statenlid aan de provincie (huurder), waarbij de provincie zich verbindt tot een tegenprestatie.37 Het gaat in deze bepaling om het verhuren van roerende zaken (bijvoorbeeld bestelbussen, vrachtwagens, apparatuur) aan de provincie. Het verbod geldt alleen voor roerende zaken, omdat het bezwaarlijk zou zijn indien de provincie de onroerende zaken (zoals huizen, gronden) van Statenleden niet zou mogen huren. 38 Dit zou bijvoorbeeld ernstige bezwaren kunnen opleveren indien een Statenlid vastgoed/grond bezit waar de provincie gebruik van dient te maken.
150
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
< vorige pagina
volgende pagina >
151
Eindnoten 1 In het bijzonder paragrafen 2.1 en 2.2 over werving en selectie van politieke ambtsdragers. 2 Het handboek vervangt de volgende documenten: Modelbeleidskader verboden handelingen; Beleidskader verboden handelingen; Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers bij provincies, gemeenten en waterschappen; Handreiking integriteitstoetsing van kandidaten voor decentrale politieke partijen; en Handleiding basisscan integriteit voor kandidaat-bestuurders. 3 De volgende documenten zijn in het handboek verwerkt, maar vervallen niet: Weerbaarheidscheck politieke partijen; Weerbaarheidsscan lokaal bestuur; Wegwijzer vermoeden integriteitsschending politieke ambtsdragers. 4 Onder deze categorie vallen ook (tijdelijke) waarnemers. 5 Waarover meer in hoofdstuk 3. 6 https://www.weerbaar-bestuur.nl/toolkit/ 7 Vergunningplicht voor externe bureaus (Wpbr) Om de persoonlijke levenssfeer van burgers te beschermen geldt - op basis van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) voor integriteitsonderzoeken een vergunningplicht. Deze vergunningplicht geldt ook voor risicoanalyses van (kandidaat-)bestuurders. Alleen bureaus met een vergunning mogen deze werkzaamheden verrichten. De screeningsautoriteit Justis van het ministerie van Justitie en Veiligheid geeft deze vergunning af.
Bureaus met een vergunning krijgen van Justis een Particulier Onderzoeksbureau (POB) nummer. Deze vergunningplicht geldt niet voor advocatenkantoren, gelet op het feit dat advocaten gebonden zijn aan wettelijke voorschriften, waaronder de Advocatenwet. Dit vloeit voort uit artikel 1, lid 3 Wpbr. Keurmerken en certificering Naast deze vergunning zijn er diverse keurmerken en certificeringen in deze branche, waar bij de opdrachtverstrekking naar gevraagd kan worden. Deze zijn onder meer gericht op de bescherming van de privacy en zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens. 8 Zie artikel 15, derde lid, van de Provinciewet/artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet/artikel 33, derde lid, van de Waterschapswet 9 Zie ook de eed in de modelgedragscode en artikel 2:4, lid 2, Awb. 10 Voor volksvertegenwoordigers: artikel 13 Gemeentewet, artikel 13 Provinciewet, artikel 31 Waterschapswet; voor bestuurders: artikel 36b Gemeentewet, artikel 35c Provinciewet, artikel 31 Waterschapswet; en voor kroonbenoemden: artikel 68 Gemeentewet, artikel 67 Provinciewet, artikel 47 Waterschapswet. 11 Deze beginselen zijn verwerkt in de Europese Aanbestedingsichtlijnen (2014/24/EU, 2014/25/EU en 2014/23/EU).
12 De actuele bedragen worden gepubliceerd op: https://www.pianoo.nl/nl/regelgeving/drempelbedragen-europees-aanbesteden en https://europadecentraal.nl/ onderwerp/aanbesteden/aanbestedingsplicht/drempelwaarden/. 13 De OESO beschikt over een handleiding, de ‘OECD Principles for Integrity in Public Procurement’. Deze handleiding behandelt integriteitsbeginselen die van toepassing zijn gedurende de gehele inkoopcyclus, vanaf de marktverkenning tot en met het contractmanagement. 14 Artikel 59 Richtlijn 2014/24. In de nota van toelichting bij het Aanbestedingsbesluit 2016 staat dat ook voor overheidsopdrachten onder de Europese drempelwaarden het UEA uitgangspunt is voor de vaststelling van een model. 15 Per 1 april 2023 is er in de Provinciewet, de Gemeentewet en de Waterschapwet een apart hoofdstuk opgenomen over geheimhouding. Zie de artikelen 84, 85 en 86 Provinciewet, artikelen 87, 88 en 89 Gemeentewet en artikelen 55b, 55c en 55d Waterschapswet. 16 Zie de handreiking “De Tien bestuurlijke principes voor Informatiebeveiliging” van de Informatiebeveiligingsdienst Gemeenten op www.informatiebeveiligingsdienst.nl. 17 Artikel 99 Gemeentewet, artikel 96 Provinciewet, artikel 32a Waterschapswet. 18 Artikel 170, lid 2, Gemeentewet. 19 Er zijn nog geen handvatten of richtlijnen ontwikkeld voor het geval de melding over de kroonbenoemde gaat.
Dit vraagt om een aanpak die past bij de omstandigheden van het geval. 20 Bij ongewenste omgangsvormen zijn vaak één of meerdere personen ook nadrukkelijk betrokken. In dat geval is het goed om deze persoon of personen centraal te laten zijn in de keuze voor de te volgen procedure. De standaard integriteitsroute, met een rol voor de volksvertegenwoordiging, is dan niet altijd passend. 21 Stappenplan - Melding en aangifte voor politieke ambtsdragers (weerbaar-bestuur.nl) 22 Artikel 3:3, lid 1, BW. 23 HvJ 16 januari 2003, zaak C-315/00 (Maierhofer). 24 Artikel 3:3, lid 2, BW. 25 Artikel 3:8 BW. 26 Artikel 5:1 BW. Zie: W.H.M. Reehuis, Zwaartepunten van het vermogensrecht, 2014, par. 2.1.1, p. 9. 27 Graat, Tekst en commentaar Gemeentewet/Provinciewet, commentaar op art. 15 Gemw., Deventer: Wolters Kluwer 2019. 28 Jongbloed, GS Vermogensrecht, titel 11, Boek 3, Inleiding op art. 296-305D, aant. 3. 29 Artikel 7:750, lid 1, eerste zinsnede, BW. 30 Artikel 7:750, lid 1, tweede zinsnede, BW. 31 Artikel 7:750, lid 2, BW. 32 MvT, Kamerstukken II 1985/86, 19403, 3, p. 77. 33 Artikel 7:751 BW. 34 MvT, Kamerstukken II 1985/86, 19403, 3, p. 77. 35 MvT, Kamerstukken II 1985/86, 19403, 3, p. 77. 36 NV, Kamerstukken II 1997/98, 25766, 6, p. 1. 37 Artikel 7:201 BW. 38 MvT, Kamerstukken II 1985/86, 19403, 3, p. 77.
152
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
< vorige pagina
153
Dit is een publicatie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (in samenwerking met Lysias Advies) Postbus 20011 2500 EA | Den Haag www.kennisopenbaarbestuur.nl info.openbaarbestuur@minbzk.nl mei 2023