CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Evenwichtige toedeling van functies aan locatie (ETFAL) Luchtwaterwarmtepomp HIA

raadsvergadering openbaar 10 juli 2025, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Raadsvoorstel bindend advies vooroverlegfase aanvraag omgevingsvergunning luchtwarmtewaterpomp (LWWP)8.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ETFAL OMGEVINGSPLANACTIVITEIT LWWP HENDRIK-IDO-AMBACHT HVC Warmte B.V. 2 juni 2025 KB20250416F02D01

Rapportnummer:

KB20250416F02/D0x

Status:

Concept

Datum:

25 mei 2025

Auteur:

ir. Å.C. Norrthon

2e lezer:

L. van der Klaauw MSc

Copyright:

© 2025, Kuiper & Burger Milieumanagement B.V. Dit rapport en/of delen van dit rapport mogen niet worden aangepast, vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Kuiper & Burger Milieumanagement B.V.

Disclaimer: Kuiper & Burger Milieumanagement B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Kuiper & Burger Milieumanagement B.V. geleverde document

2 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding ......................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding ............................................................................................................... 5

1.2

Ligging projectgebied .............................................................................................. 5

1.3

Procedure ............................................................................................................... 7

1.4

Beschrijving proces Lucht-water-warmtepomp ......................................................... 8

Beoordelingskader ........................................................................................................ 10 2.1

Wettelijk kader ..................................................................................................... 10

2.2

Vergunningplichten Omgevingswet ........................................................................ 11

2.3

Gemeentelijk beleidskader .................................................................................... 13

2.3.1

Omgevingsvisie Hendrik-Ido-Ambacht ................................................................ 13

2.3.2

Welstandsnota .................................................................................................. 14

2.4 2.4.1

Zuid-Hollandse Omgevingsverordening .............................................................. 15

2.4.2

Regionale Energiestrategie ................................................................................ 15

2.5 2.5.1 3

4

Provinciaal beleidskader ........................................................................................ 15

Nationaal beleidskader .......................................................................................... 16 Nationale Omgevingsvisie .................................................................................. 16

Planologische situatie ................................................................................................... 18 3.1

Vigerend omgevingsplan ....................................................................................... 18

3.2

Afwijken omgevingsplan ........................................................................................ 19

Beoordeling kwaliteit fysieke leefomgeving en milieu ................................................... 20 4.1

Mer-beoordeling ................................................................................................... 20

4.2

Duurzaamheid en klimaatadaptatie........................................................................ 21

4.2.1

Duurzaamheid ................................................................................................... 21

4.2.2

Klimaatadaptatie ............................................................................................... 21

4.3

Gezondheid........................................................................................................... 24

4.4

Flora en fauna ....................................................................................................... 24

4.5

Gebiedsbescherming ............................................................................................. 25

4.6

Luchtkwaliteit ....................................................................................................... 26

4.7

Water ................................................................................................................... 26

4.7.1

Watergebruik .................................................................................................... 26

4.7.2

Lozingen ........................................................................................................... 26

3 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

4.8

5

4.8.1

Geluid ............................................................................................................... 27

4.8.2

Trillingen........................................................................................................... 27

4.9

Omgevingsveiligheid ............................................................................................. 27

4.10

Brandveiligheid ..................................................................................................... 28

4.11

Bodem .................................................................................................................. 29

4.11.1

Bodembescherming ....................................................................................... 29

4.11.2

Bodemonderzoek .......................................................................................... 29

4.12

Verkeer en parkeren.............................................................................................. 29

4.13

Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw ......................................................... 30

4.13.1

Cultureel erfgoed en archeologie ................................................................... 30

4.13.2

Landschap en stedenbouw ............................................................................. 31

4.14

Lichthinder ........................................................................................................... 31

4.15

Energie ................................................................................................................. 31

uitvoerbaarheid ............................................................................................................ 33 5.1

Economische uitvoerbaarheid ................................................................................ 33

5.1.1

Financieel economische haalbaarheid ................................................................ 33

5.1.2

Kostenverhaal en nadeelcompensatie ................................................................ 33

5.2

6

Geluid en trillingen ................................................................................................ 27

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................... 34

5.2.1

Participatie ....................................................................................................... 34

5.2.2

Advies en instemming........................................................................................ 34

conclusie ....................................................................................................................... 35 6.1

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties ................................................... 35

6.2

Conclusie .............................................................................................................. 35

4 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

1

INLEIDING

1.1 Aanleiding In de wijk de Volgerlanden in Hendrik-Ido-Ambacht is reeds een collectief warmtenet aanwezig dat voorziet in de warmtelevering aan circa 500 woningen. Dit net zal worden uitgebreid naar meerdere wijken in de buurt en circa 1500 woning-equivalenten verwarmen. Op dit moment wordt de warmte voornamelijk opgewekt met gasgestookte ketels. In het kader van de energietransitie en de ambitie om de warmtelevering te verduurzamen, is het voornemen ontstaan om deze fossiele opwek grotendeels te vervangen door een duur zame energiebron. Gekozen is voor een duurzame warmtecentrale met een warmte-opwekvoorziening op basis van een lucht-water-warmtepomp (LWWP), mogelijk in combinatie met een later aan te vragen Warmte-Koude Opslag (WKO). Met een gekoppelde WKO kan met hogere temperaturen in het warmtenet worden gewerkt, maar de LWWP functioneert ook zonder WKO. Onderhavig document beschouwt alleen de aan het warmtenet gekoppelde LWWP. De installatie zal voorzien in het grootste deel van de basiswarmtevraag van het warmtenet. In geval van piekbelasting en tijdens koude wintermaanden worden gasgestookte ketels ingezet als aanvullende voorziening. Voor de fysieke inpassing van de duurzame warmtecentrale is de locatie achter de Ridderhal, geselecteerd als de meest geschikte optie.

Deze locatie is technisch gunstig gelegen ten opzichte van het warmtenetwerk en biedt voldoende ruimte voor de benodigde installaties. Bovendien ligt de locatie op ruime afstand van woningen. De dichtstbijzijnde woning ligt op circa 200 meter afstand. De gronden hebben in het geldende omgevingsplan echter de bestemming 'dagrecreatie', waarin de aanleg van een warmtecentrale niet is toegestaan. De installatie heeft een economische levensduur van circa 15 jaar. Het gebouw en de installatie zullen na deze periode worden afgebroken. Omdat het initiatief daarmee in strijd is met het omgevingsplan, is een omgevingsvergunning vereist voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het gaat hierbij om een tijdelijke afwijking van het omgevingsplan voor een periode van maximaal 15 jaar. Deze Etfal is opgesteld om de voorgenomen ontwikkeling planologisch te motiveren en aan te tonen dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarbij wordt ingegaan op onder meer de ruimtelijke inpassing, de milieueffecten, de alternatievenafweging, de landschappelijke impact en de maatschappelijke meerwaarde van de verduurzaming van het bestaande warmtenet.

1.2 Ligging projectgebied Het projectgebied bevindt zich direct achter de Ridderhal aan de Hoge Kade 60. Aan de westzijde bevinden zich sportvelden, terwijl aan de noordzijde de sporthal, het zwembad, het

5 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

gemeentehuis en het Cultureel Centrum Cascade gelegen zijn. De overige randen van het gebied worden omgeven door woonwijken, voornamelijk bestaande uit laagbouwwoningen. De locatie is goed ontsloten en bevindt zich binnen een gemengd gebied van maatschappelijke voorzieningen, sportvoorzieningen, recreatie en woonfunctie.

6 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

Figuur 1: Projectlocatie uitgezoomd en ingezoomd (bron: Google Maps en EGM Architecten)

1.3 Procedure Wanneer een initiatief niet in overeenstemming is met het geldende omgevingsplan, kan het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder a, van de Omgevingswet een omgevingsvergunning verlenen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). De aanvraag moet voldoen aan de indieningsvereisten zoals opgenomen in artikel 8.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Een van deze vereisten is dat de initiatiefnemer een toelichting toevoegt over de wijze waarop parti cipatie is vormgegeven en wat de resultaten daarvan zijn. Indien de activiteit wezenlijke ruimtelijke gevolgen heeft, of politiek -bestuurlijk gevoelig ligt, geldt op basis van artikel 16.15, eerste lid, Omgevingswet, in combinatie met artikel 16.15a, onder b dat het college de gemeenteraad om een (bindend) advies moet vragen voordat zij de vergunning kan verlenen. Het college mag in dat geval geen vergunning verlenen als de raad negatief adviseert. Dit geeft de gemeenteraad formeel instemmingsrecht bij afwijk ing van het omgevingsplan via een BOPA. Het voorgenomen bouwplan valt onder de categorie initiatieven waarvoor een dergelijk advies verplicht is. Het ingediende vooroverlegplan valt binnen deze lijst vanwege de aanleg van nieuwe, en aanpassing van bestaande structuurbepalende groenvoorziening.

De vergunningaanvraag wordt in beginsel behandeld volgens de reguliere voorbereidingsprocedure (afdeling 16.3 Ow), met een beslistermijn van acht weken,

7 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

verlengbaar met zes weken. Als de activiteit aanzienlijke effecten heeft op de fysieke leefomgeving, kan de uitgebreide voorbereidingsprocedure (afdeling 16.4 Ow) van toepassing zijn. Omdat het initiatief voorafgaand aan indiening uitvoerig is behandeld aan de omgevingstafel — waarbij zowel diverse interne als externe adviseurs betrokken waren— en belanghebbenden de gelegenheid hebben gehad om zich uit te spreken over het plan, is in overeenstemming met de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht afgesproken de reguliere procedure te gaan volgen.

1.4 Beschrijving proces Lucht-water-warmtepomp De LWWP-centrale levert duurzame warmte aan het warmtenet door warmte uit de omgeving te vergaren en deze op te waarderen met warmtepompen. Omgevingslucht wordt aangezogen en de warmte wordt afgegeven aan een vloeistofsysteem dat fungeert als bron voor de warmtepompen. Deze warmte wordt vervolgens getransporteerd naar de warmtepompen, die de temperatuur verhogen en de warmte naar het warmtenet transporteren. Voor redundantie en back-up worden gasgestookte warmwaterketels gebruikt. Deze ketels worden ingezet wanneer de vraag naar warmte hoger is dan wat de warmtepompen kunnen leveren, of wanneer er een storing is in de warmtepompen. Daarnaast is de LWWP -centrale uitgerust met een groot buffervat dat warmte opslaat. Dit buffervat helpt bij het verzachten van netcongestie door tijdens pieken op het elektriciteitsnet de warmtepompen af te schakelen en het warmtenet te voeden vanuit de buffer. Buiten de piekm omenten wordt de buffer weer gevuld met duurzame warmte uit de warmtepompen. Het buffervat verbetert ook de bedrijfsvoering door tijdens piekmomenten warmte te leveren, waardoor de primaire warmteproductiemiddelen ontlast worden. Binnen de LWWP-centrale bevinden zich ook installatieonderdelen die het warmtenet in stand houden, zoals pompen, expansievoorzieningen en waterbehandelingsinstallaties.

De pompen en expansievoorzieningen zorgen voor het drukbehoud van het warmtenet, terwijl de waterbehandelingsinstallaties zorgen voor de suppletie en filtratie van leidingwater. Door middel van natronloog wordt het water vrijgehouden van organische verontreinigingen.

8 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

Figuur 2: Proces flow diagram LWWP (bron: Impuls advies)

9 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

2

BEOORDELINGSKADER

2.1 Wettelijk kader In deze paragraaf wordt het relevante wettelijke kader toegelicht. Het gaat om de indieningsvereisten voor een BOPA en de daarbij behorende evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal). Volgens bijlage A van de Omgevingswet is een buitenplanse omgevingsactiviteit een activiteit: a) waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of b) een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Voor een BOPA geldt over het algemeen een reguliere procedure met een beslistermijn van maximaal 8 weken met een mogelijkheid tot verlenging van 6 weken. In sommige gevallen geldt voor de BOPA de uitgebreide procedure. Hierbij is er een beslistermijn van m aximaal 26 weken met een mogelijkheid tot verlenging van 8 weken. Het gaat om de volgende uitzonderingen: • als dit is aangewezen in de Omgevingswet (afdeling 16.3) en/of in het Omgevingsbesluit (artikel 10.24); • op verzoek van de aanvrager (artikel 16.65, lid 1, onder b, Omgevingswet); • als het bevoegd gezag deze van toepassing verklaart (artikel 16.65, lid 4, Omgevingswet). De indieningsvereisten van een BOPA zijn bepaald in hoofdstuk 7 van de Omgevingsregeling, waarvan artikel 7.3 en 7.4 de algemene aanvraagvereisten betreft. In artikel 7.207b lid 2 zijn de specifieke aanvraagvereisten opgenomen.

Hierin is bepaald dat bij ee n aanvraag om een omgevingsvergunning voor een BOPA de gegevens en bescheiden worden verstrekt die nodig zijn om de gevolgen van die activiteiten te beoordelen voor: a) een ‘Evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (Etfal); b) beoordelingsregels uit het Bkl, onder andere instructieregels uit het Bkl én uit de provinciale omgevingsverordening; c) een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld. Aan de indieningsvereisten kan worden voldaan met een onderbouwing waaruit blijkt dat de gewenste afwijkingen ten opzichte van het omgevingsplan leiden tot een Etfal. In overeenstemming met de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is afgesproken dat de reguliere procedure voor een BOPA gevolgd gaat worden.

10 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

2.2 Vergunningplichten Omgevingswet Omgevingsplanactiviteit Bouwen en afwijken omgevingsplan. Voor de realisatie van de duurzame warmtecentrale is een omgevingsvergunning vereist voor een omgevingsplanactiviteit (BOPA), omdat zowel het gebouw waarin de warmtecentrale wordt ondergebracht als het gebruik van de grond voor bedrijfsmatige activiteiten in strijd zijn met het geldende omgevingsplan. Aanlegactiviteit. Daarnaast is sprake van een aanlegactiviteit in de zin van werkzaamheden of werken, geen bouwwerk zijnde. De gronden waarop de warmtecentrale wordt gerealiseerd zijn in het omgevingsplan aangeduid als gebied met te beschermen archeologische waarden. Voor het uitvoeren van funderingswerkzaamheden is daarom een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit vereist, tenzij uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat de waarden niet aanwezig zijn of niet worden aangetast. Naar aanleiding van reeds uitgevoerd archeologisch onderzoek hanteert de gemeente een vrijstellingsgrens voor werkzaamheden tot 2500 m 2. Deze vrijstelling is vastgelegd in de geldende beleidsadvieskaart van de gemeente. Voor dit bouwwerk is het dus niet nodig om nader archeologisch onderzoek uit te voeren. Technisch bouwen Het technisch bouwen van de warmtecentrale valt onder de regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Omdat het bouwwerk binnen risicoklasse 1 valt, is de bouwactiviteit uitsluitend meldingsplichtig. Een melding via het Digitaal Stelsel Omgevingsw et (DSO) is vereist voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. Milieubelastende activiteit De milieubelastende activiteiten die horen bij de warmtecentrale, waaronder de inzet van ketels en een koelinstallatie, vallen onder de meldingsplicht van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Hiervoor is dus geen afzonderlijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit nodig, mits aan de voorwaarden van het Bal wordt voldaan. Water Met uitzondering van een zeer geringe hoeveelheid condenswater, naar verwachting niet meer dan maximaal 1 liter per uur ontstaat er in het proces geen afvalwater. De hoeveelheid condenswater bedraagt naar verwachting niet meer dan 1 liter per uur en is afkomstig uit de buitenlucht. Dit condenswater wordt via een standaard aansluiting op het vuilwaterriool afgevoerd. Voor deze lozing is geen vergunning vereist. Daarnaast wordt hemelwater van het dak van de warmtecentrale in principe afgevoerd via het schoonwaterriool. Indien dit riool onvoldoende capaciteit heeft, zal het hemelwater worden geïnfiltreerd in de bodem of, als dat niet mogelijk is, worden geloosd op het oppervlaktewater. De voorkeursvolgorde van lozen wordt afgestemd met het waterschap.

11 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

Natuur De natuurtoets kent twee onderdelen: gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming. Voor deze activiteit is geen omgevingsvergunning voor Natura 2000gebiedsbescherming vereist. De installatie veroorzaakt geen stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 3,4 kilometer afstand. Daarmee kan worden uitgesloten dat andere milieueffecten (zoals geluid, licht of hydrologische invloeden) significante effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden. Soortenbescherming. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een ecologisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage. Uit het onderzoek is gebleken dat de geplande werkzaamheden geen negatief effect hebben op beschermde soorten en beschermde gebieden, mits de maatregelen uit het rapport worden nageleefd. Kapactiviteit Het ontwerp van de warmtecentrale is nog in ontwikkeling. Een belangrijk uitgangspunt bij de verdere uitwerking is dat het gebouw zo wordt gepositioneerd en vormgegeven dat geen bomen hoeven te worden gekapt. Op basis van het voorlopig ontwerp kan worden v astgesteld dat de realisatie van de warmtecentrale mogelijk is zonder kap van bestaande bomen.

Indien bij de verdere planuitwerking toch blijkt dat er bomen moeten worden gekapt, zal worden beoordeeld of daarvoor een vergunningplicht geldt op basis van de gemeentelijke kapverordening of het omgevingsplan. Uitrit De warmtecentrale is bereikbaar voor hulpdiensten en onderhoud via bestaande infrastructuur. Omdat geen nieuwe aansluiting op de openbare weg wordt gerealiseerd, is geen vergunning voor een uitrit vereist. Open WKO-installatie (toekomstige uitbreiding) Indien in een latere fase wordt overgegaan tot realisatie van een open WKO -installatie, zijn hiervoor aanvullende vergunningen vereist: •

Een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, vanwege het in bedrijf hebben van een WKO-systeem met bijbehorende techniek.

•

Een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit, voor het onttrekken van grondwater en het terugbrengen in de bodem.

Deze gecombineerde activiteit is bovendien mer-beoordelingsplichtig, op grond van bijlage V van het Omgevingsbesluit, categorie B4. Dit betekent dat het bevoegd gezag een formeel oordeel moet geven over de vraag of een milieueffectrapport moet worden opgesteld, afhankelijk van de aard, omvang en locatie van de installatie.

12 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

Bij de beoordeling worden onder andere de milieugevolgen voor het bodem - en watersysteem, het energiegebruik en de effecten op beschermde natuurwaarden betrokken.

2.3 Gemeentelijk beleidskader Bij de beoordeling of een ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn de onderstaande beleidskaders relevant.

2.3.1

Omgevingsvisie Hendrik-Ido-Ambacht

In de omgevingsvisie wordt het karakter van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht omschreven samen met de ambities voor de lange termijn. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan toekomstige ontwikkelingen die plaatsvinden in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit voor inwoners. De fysieke leefomgeving gaat over bijna alles in de openbare ruimte: gebouwen, bodem, water, natuur, lucht, maar ook wegen en duurzame opwekking van energie. Duurzame toekomst De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht heeft in haar omgevingsvisie uitgesproken dat zij zich actief voorbereidt op de energie- en warmtetransitie, als onderdeel van een bredere verduurzaming van de leefomgeving. Collectieve duurzame energievoorzieningen spelen d aarbij een belangrijke rol. De aanleg van een LWWP-installatie voor het warmtenet voor circa 1.500 woningequivalenten past binnen deze beleidslijn. De installatie draagt bij aan de vermindering van fossiel energiegebruik en de bevordering van energie-efficiëntie, wat in lijn is met de gemeentelijke ambitie om een klimaatbestendige, energiezuinige en circulaire gemeente te worden. In tegenstelling tot andere grootschalige energieoplossingen zoals zonnevelden of windturbines, neemt een LWWP-installatie relatief weinig ruimte in beslag en veroorzaakt deze geen overlast in de vorm van geluid, visuele aantasting of slagschaduw.

Daarmee is de installatie goed inpasbaar in de bestaande stedelijke omgeving, zonder aantasting van de openheid of belevingswaarde van het landschap. In de omgevingsvisie is bovendien benoemd dat juist vanwege deze bezwaren — ruimtebeslag, aantasting van openheid en hinder — weinig mogelijkheden worden gezien voor andere grootschalige collectieve energieopwekking aan de randen van de gemeente. De LWWP-oplossing sluit bovendien aan bij de doelstelling om hittestress te beperken, de leefomgeving aan te passen aan klimaatverandering en ruimtelijk verantwoord te verduurzamen. Met dit initiatief wordt invulling gegeven aan de wens van de gemeente om op een toekomstbestendige wijze de warmtevraag te beantwoorden, zonder afbreuk te doen aan gezondheid, veiligheid of ruimtelijke kwaliteit.

13 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

2.3.2

Welstandsnota

Bij een tijdelijke aanvraag omgevingsvergunning is er geen advies vereist van de adviescommissie omgevingskwaliteit. In dit geval hebben we er wel voor gekozen om met de commissie in gesprek te gaan en hun advies te vragen op het plan vanwege de impact die het heeft. Het beleid aangaande Omgevingskwaliteit is vastgelegd in de Welstandsnota 2015 van HendrikIdo-Ambacht. De locatie van de beoogde LWWP-installatie nabij de Ridderhal valt in de welstandsnota onder het regieniveau ‘Parken en sportcomplexen’. Parken en sportcomplexen in Hendrik-Ido-Ambacht worden gekenmerkt door een groen, open karakter met solitaire bebouwing die uiteenlopende functies kan hebben, waaronder recreatief, sportief, educatief of maatschappelijk. Bebouwing staat veelal vrij op het terrein en is geclusterd rond een hoofdgebouw, dat gericht is op de openbare ruimte en doorgaans een eenvoudige, sobere vormgeving kent. Voor nieuwe bebouwing geldt dat deze: • • • • •

terughoudend van aard moet zijn in architectuur en kleurgebruik; goed moet passen in de bestaande landschapsarchitectuur en de ruimtelijke structuur van het gebied; bestaat uit eenvoudige hoofdvormen van één à twee lagen met een plat of flauw hellend dak; waar mogelijk gebruik maakt van natuurlijke materialen met structuur, zoals baksteen, hout of gevouwen staalplaat; installaties uit het zicht moeten worden geplaatst of zorgvuldig geïntegreerd in het ontwerp.

De duurzame warmtecentrale dient ondergeschikt te zijn aan de omgeving en zorgvuldig te worden ingepast, zowel qua maat, vorm als uitstraling. Gezien de groene setting is visuele rust van belang, net als het behoud van het open en publieke karakter van het gebied. Het ontwerp van de warmtecentrale is besproken met de adviescommissie omgevingskwaliteit. De voorgestelde hoofdvorm – een sculpturale omhulling waarin alle technische onderdelen zijn opgenomen – wordt als overtuigend ervaren. Het grote kijkvenster naar de technische installatie zorgt voor een vanzelfsprekende visuele relatie tussen het gebouw en recreanten in het gebied. Voor de verdere planuitwerking benadrukt de commissie dat met name de materiaalkeuze en detaillering essentieel zijn om het gewenste architectonische beeld in de uitvoering waar te maken. Hoewel het materiaalgebruik nog niet definitief is bepaald, is het v oorstel in deze fase in principe positief beoordeeld.

14 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

Figuur 3: Sfeerimpressie duurzame warmtecentrale (bron: EGM architecten)

Het voorlopig ontwerp met de onderbouwde ontwerpuitgangspunten is opgenomen in de bijlagen.

2.4 Provinciaal beleidskader Naast het wettelijk kader is voor dit project het provinciaal beleidskader ook van belang.

2.4.1

Zuid-Hollandse Omgevingsverordening

Voor de beoogde projectlocatie zijn in de Omgevingsverordening van Zuid-Holland geen bijzondere functies of te beschermen waarden aangewezen. De locatie kent daarmee geen specifieke provinciale beperkingen. De voorgenomen ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de Omgevingsverordening.

2.4.2

Regionale Energiestrategie

De Regionale Energiestrategie (RES) van Zuid-Holland is opgesteld om invulling te geven aan het Klimaatakkoord en richt zich op drie hoofdopgaven: het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit, het benutten van duurzame warmtebronnen en het versterk en van de regionale energie-infrastructuur. Een belangrijk speerpunt is de warmtetransitie: het

15 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving met behulp van collectieve, duurzame warmteoplossingen. Het voorgestelde collectieve warmtenet, gevoed door een LWWP, past naadloos binnen deze regionale ambitie. De LWWP maakt gebruik van omgevingswarmte, die met behulp van elektriciteit uit duurzame bronnen wordt opgewaardeerd tot bruikbare warmte. Hiermee ontstaat een lokaal en emissiearm alternatief voor verwarming van woningen en maatschappelijke voorzieningen. De toepassing van dit systeem in Hendrik-Ido-Ambacht ondersteunt de RES-doelstelling om bestaande wijken en buurten collectief te verduurzamen. De installatie biedt schaalbaarheid en is geschikt voor verdere koppeling aan andere duurzame bronnen, zoals bodemenergie. Daarmee is het systeem toekomstbestendig en flexibel inzetbaar in de regionale warmtestructuur. Bovendien sluit het project aan bij de ruimtelijke randvoorwaarden uit de RES: de LWWP installatie neemt weinig ruimte in beslag, veroorzaakt geen geluidsoverlast of visuele hinder, en kan goed worden ingepast in een stedelijke omgeving zonder aantasting v an landschappelijke kwaliteiten.

Kortom, het initiatief levert een directe bijdrage aan de uitvoeringsagenda van de RES Zuid Holland door het benutten van lokaal beschikbare duurzame warmtebronnen, het versterken van collectieve warmte-infrastructuur en het realiseren van een betaalbare en betrouwbare warmtetransitie op wijkniveau.

2.5 Nationaal beleidskader 2.5.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een langetermijnvisie van de overheid gericht op de toekomst en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI richt zich op vier opgaven: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het voorgestelde initiatief van de LWWP-installatie past naadloos binnen de opgave ‘ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie’. Binnen deze opgave zijn er meerdere specifieke beleidskeuzes gedefinieerd, waaronder beleidskeuze 1.3: ‘we maken de energie -infrastructuur geschikt voor duurzame energiebronnen en reserveren daarvoor ruimte’. De LWWP-installatie sluit hierbij goed aan. Het is van belang dat er meerdere, vaak decentrale en sterk in grootte verschillende bronnen (zon-, wind- en bodemenergie) van energie zijn. De LWWP-installatie biedt schaalbaarheid en is geschikt voor verdere koppeling aan andere duurzame bronnen, zoals bodemenergie.

16 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

In de NOVI wordt benoemd dat er alternatieven voor verwarmen met aardgas moeten worden gerealiseerd, zoals restwarmte en geothermie. De keuze voor een alternatieve warmtevoorziening is afhankelijk van vele aspecten, waaronder de beschikbaarheid van warmtebronnen, de warmtevraag, de kosten en ruimtelijke aspecten. De LWWP-installatie maakt gebruik van omgevingswarmte, die uiteindelijk via elektriciteit uit duurzame bronnen wordt omgezet naar bruikbare warmte voor omliggende woningen. Verder neemt de installatie weinig ruimte in beslag, veroorzaakt het geen geluidsoverlast of visuele hinder en is er sprake van een goede landschappelijke inpassing in de omgeving. Verder worden warmtenetten nog specifiek benoemd, met de voorwaarde dat de ruimtelijke planning van warmtenetten zorgvuldig wordt afgewogen en gecombineerd met andere functies in de ondiepe ondergrond. Zoals hierboven beschreven past de LWWP-installatie goed in de stedelijke omgeving zonder aantasting van landschappelijke kwaliteiten. Mogelijk wordt er later een Warmte-Koude Opslag (WKO) gekoppeld aan de LWWP-installatie, waarmee het huidige warmtenet gecombineerd wordt met een andere benodigde functie in de ondergrond. De LWWP-installatie is een minder zichtbare installatie.

Door het gebruik van de LWWPinstallatie in combinatie met het warmtenet (en mogelijk later de WKO) wordt er daarom elders ruimte gespaard voor de productie van duurzame elektriciteit (wind of zon), die anders voor de verwarming van woningen en andere gebouwen nodig zou zijn. Dit voordeel van een warmtenet sluit aan op het afwegingsprincipe ‘voorkomen van afwenteling’ uit de NOVI.

17 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

3

PLANOLOGISCHE SITUATIE

3.1 Vigerend omgevingsplan Op de locatie van LWWP-installatie geldt het vigerende omgevingsplan van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht (in werking vanaf 9 september 2024, kenmerk: /akn/nl/act/gm0531/2020/omgevingsplan) en het onderliggende omgevingsplan “Centrum” (vastgesteld en in werking sinds 11 juni 2012, kenmerk: NL.IMRO.0531.bp03Centrum-3001). In onderstaande figuur is het bestemmingsplan met de locatie van de LWWP-installatie weergegeven.

Figuur 4: De locatie van de LWWP-installatie in relatie tot het vigerende omgevingsplan ‘Centrum‘ (Bron: Omgevingsloket)

Op de locatie van de LWWP-installatie geldt de bestemming ‘Recreatie – Dagrecreatie’. De aangewezen gronden met deze bestemming zijn bestemd voor: a) dagrecreatie en bijbehorende voorzieningen; b) ter plaatse van de aanduiding “sporthal” tevens een sporthal; c) ter plaatse van de aanduiding “zwembad” tevens een zwembad; d) bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en water.

18 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

Op de locatie geldt tevens de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’.

3.2 Afwijken omgevingsplan De activiteiten van de LWWP-installatie vallen niet onder de bestemming ‘Recreatie – Dagrecreatie’. Om de duurzame warmtecentrale te realiseren wordt daarom een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit (BOPA) aangevraagd.

19 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

4

BEOORDELING KWALITEIT FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU

Om na te gaan of de voorgenomen realisatie van de LWWP-installatie leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, beoordelen wij dit op de volgende aspecten: • • • • • • • • • • • • • • •

M.e.r.-beoordeling Duurzaamheid en klimaatadaptatie Gezondheid Flora en fauna Gebiedsbescherming Luchtkwaliteit Water Geluid en trillingen Omgevingsveiligheid Brandveiligheid Bodem Verkeer en parkeren Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw Lichthinder Energie

4.1 Mer-beoordeling Het voorgenomen project betreft het realiseren van een LWWP-installatie. Deze activiteit wordt genoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit en voldoet aan de voorwaarden in kolom 3, zie onderstaande tabel. Nr

Kolom 1 Projecten

Kolom 2 Gevallen waarin de mer-plicht geldt

J11

Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen

Niet van toepassing

Kolom 3 Gevallen waarin de mer-beoordelingsplicht geldt Aanleg, wijziging of uitbreiding

Kolom 4 Besluiten als bedoeld in artikel 11.6, derde lid, onder c, van dit besluit Het omgevingsplan

Dit betekent dat voor het voorgenomen plan een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Op basis van deze beoordeling beslist het bevoegd gezag of er voor het voorgenomen initiatief een milieueffectrapport moet worden opgesteld. De m.e.r.-beoordeling is toegevoegd als bijlage bij de aanvraag. 20 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

Op het moment dat ook de WKO-installatie wordt aangelegd, is er ook sprake van een merbeoordelingsplicht op grond van diepboringen. Er is geen sprake van geothermie, maar wel van bodemenergie. De putten zullen naar verwachting rond 200 meter diep worden. Onder de Omgevingswet wordt vanaf 100 meter over een diepboring gesproken. Dit in tegenstelling tot de Mijnbouwwet waar deze grens op 500 meter ligt. De mogelijke WKO-installatie zal echter op een later moment separaat worden aangevraagd.

4.2 Duurzaamheid en klimaatadaptatie 4.2.1 Duurzaamheid In de wijk de Volgerlanden in Hendrik-Ido-Ambacht is reeds een collectief warmtenet aanwezig dat voorziet in de warmtelevering aan circa 500 woningen. Dit net zal worden uitgebreid naar meerdere wijken in de buurt en circa 1500 woning-equivalenten verwarmen. Op dit moment wordt de warmte voornamelijk opgewekt met gasgestookte ketels. In het kader van de energietransitie en de ambitie om de warmtelevering te verduurzamen wordt deze fossiele opwek grotendeels vervangen door een duurzame energiebron, namelijk een warmteopwekvoorziening. De LWWP-installatie levert duurzame warmte aan het warmtenet door het vergaren van Lage Temperatuur (LT) warmte uit de omgeving wat wordt opgewaardeerd door Hoge Temperatuur (HT) warmtepompen. Op deze manier wordt de warmtelevering duurzaam gerealiseerd. Hiernaast wordt het gehele gebouw behorende bij de LWWP-installatie gerealiseerd door middel van tweedehands/ circulaire bouwmaterialen.

4.2.2 Klimaatadaptatie Hittestress Een lucht-water-warmtepomp kan bijdragen aan het beperken van hittestress. De LWWP onttrekt warmte uit de buitenlucht en geeft deze warmte weer af aan het goed geïsoleerde warmtenet. Dit betekent dat er geen of weinig extra warmteafgifte plaatsvindt aan de buitenlucht. De LWWP-installatie warmt de omgeving (stedelijke buitenruimte of gevels) dus niet op. Hiernaast levert de LWWP-installatie een bijdrage aan energie-efficiëntie, waarmee de stedelijke energielast vermindert. Een collectieve energievoorziening is efficiënter dan allemaal individuele warmtepompen en/of verwarming via gasinstallaties. Bodemdaling In onderstaande figuur is de signaalkaart bodemdaling weergegeven voor de locatie van de LWWP-installatie. Hieruit valt af te lezen dat de beoogde locatie van het EOS i n een gebied ligt met weinig daling. Bodemdaling vormt daarom geen risico voor de realisatie van de en LWWPinstallatie.

21 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

Figuur 5: Signaalkaart bodemdaling (bron: Klimaateffectatlas)

Overstromingen en wateroverlast De beoogde locatie van de LWWP-installatie ligt niet in een gebied met een overstromingsrisico. Onderstaand is de locatie weergegeven voor overstromingsdiepte en waterdiepte bij hevige buien.

22 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

Figuur 6: De kleine kans (eens in 1000 jaar) op overstromingen (bron: Klimaateffectatlas)

Figuur 7: Waterdiepte bij een hevige bui, 140 mm / 2 uur (bron: Klimaateffectatlas)

De figuren tonen dat er geen groot risico is voor overstromingen of wateroverlast. De kleine kans op een overstroming (eens in de 1000 jaar) leidt tot een overstroming van circa 1.5-2.0 meter op de planlocatie. De waterdiepte bij een hevige bui is miniem, onder de 5 centimeter, en daarom geen risico voor de realisatie van de LWWP-installatie.

23 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

Oftewel, er is een kans op overstromingen op de locatie, maar deze kans kan als zeer klein worden gezien. Mocht deze zeer kleine kans uitkomen, kan de installatie veilig worden uitgeschakeld.

4.3 Gezondheid Het aspect gezondheid draait om het beschermen van de gezondheid, waarbij er gekeken wordt of er bijzondere omstandigheden zijn waardoor de aangevraagde activiteiten leiden tot (mogelijke) ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid. De aspecten geur, geluid, trillingen, luchtkwaliteit en bodem bieden borging voor een gezonde leefomgeving. Deze aspecten worden allemaal in latere paragrafen toegelicht, waardoor de bescherming van de gezondheid hiermee geborgd is.

4.4 Flora en fauna Soortenbescherming Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een ecologisch onderzoek ( QuickScan flora en fauna) uitgevoerd, zie bijlage. Doel van dit onderzoek is om vast te stellen of er sprake is van beschermde soorten of leefgebieden op of rondom de planlocatie. Uit het onderzoek is gebleken dat de geplande werkzaamheden geen negatief effect hebben op beschermde soorten en beschermde gebieden, mits de maatregelen uit het rapport worden opgevolgd. Het uitvoeren van nader onderzoek en een vergunning natuurwetgeving wordt niet nodig geacht. Biodiversiteit HVC is voornemens om de duurzame warmtecentrale ook landschappelijk in te passen. Dit kan inhouden dat er in overleg met de gemeente nieuwe bomen en planten worden geplaatst. Op basis van de aanwezige grondsoort wordt gekeken naar het aanplanten of inzaaien van inheemse (autochtone) planten. Hierbij wordt bij de keuze voor de beplanting gefocust op enkele bij de locatie passende soorten. Deze verscheidenheid aan plantensoorten zorgt ook voor behoud of toename van diverse aanwezige insectensoorten. De specifieke locatie en soorten van de bomen en planten is nog nader te bepalen. Groenvoorzieningen De warmtecentrale wordt in de nabijheid van bestaande bomen bebouwd. Een bomen effect analyse (BEA) zal worden uitgevoerd om in kaart te brengen in hoeverre het bouwplan gevolgen heeft voor deze bomen.

Om het verhard oppervlakte van de warmtecentrale te compenseren zal elders in de gemeente een nieuwe groenvoorziening worden aangelegd.

24 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

4.5 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, de Boezems van Kinderdijk, bevindt zich op circa 3,4 kilometer afstand. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op ongeveer 1,5 kilometer afstand. De provincie Zu idHolland kent voor het NNN geen externe werking. Het plangebied ligt ook niet binnen een aangewezen weidevogelgebied. Stikstof

Figuur 8: Nabijgelegen Natura 2000-gebieden (bron: Atlas van de leefomgeving)

Stikstofdepositie is het neerslaan van stikstofverbindingen uit de lucht, op de bodem en in het water. Deze stikstofverbindingen ontstaan onder andere bij de verbranding van brandstoffen. Voor de ontwikkeling van de LWWP-installatie dient onderzocht te worden of de stikstofdepositie die ontstaat door de bouw en/of het gebruik, significant nadelige gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Ten behoeve van deze aanvraag is een AERIUS-berekening van de gebruiksfase uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de activiteit niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden (0,00 mol/ha/jaar). Daarmee is uitgesloten dat de activiteit significante effecten veroorzaakt op instandhoudingsdoelstellingen van beschermde gebieden. Voor indiening van de definitieve aanvraag zal de AERIUS-berekening worden geactualiseerd conform de dan geldende rekenversie en zal ook de bouwfase in kaart worden gebracht.

25 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

Het depositieonderzoek is toegevoegd in de bijlagen.

4.6 Luchtkwaliteit De LWWP-installatie heeft geen verkeersaantrekkende werking. Er zijn geen verkeersstromen van en naar de installatie in de dagelijkse situatie. Worst-case is er sprake van één voertuigbeweging per twee weken. Er is wel sprake van een stookinstallatie, voor verwarming via gas als verwarming via de LWWP-installatie niet toereikend is. Hiervoor wordt nog een onderzoek luchtkwaliteit uitgevoerd. Als deze is uitgevoerd wordt de rapportage bij de aanvraag gevoegd. Op voorhand kan echter wel al de garantie worden gegeven dat deze middelgrote stookinstallaties voldoen aan emissiegrenswaarden en luchtkwaliteitseisen die onder de Omgevingswet gelden. Uit eerder uitgevoerde onderzoeken van dit soort installaties kan al met zekerheid worden gesteld dat het initiatief "niet in betekenende mate" (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van luchtverontreinigende stoffen, zoals stikstofoxiden (NO₂) en fijnstof (PM10). De bijdrage als gevolg van zowel het extra verkeer van en naar de installatie als de werking van d e warmtepompinstallatie blijft ruimschoots onder de drempel van 3% van de grenswaarden.

4.7 Water 4.7.1 Watergebruik De warmtecentrale zal worden aangesloten op het drinkwaternet en er zal sprake zijn van enig watergebruik, bijvoorbeeld voor schoonmaakwerkzaamheden. De installatie verbruikt echter geen water. Het water in de LWWP zit in een gesloten circuit. Ook het water in het warmtenet bevindt zich in een gesloten systeem. Het warmtenet valt daarnaast buiten de scope van de duurzame warmtecentrale.

4.7.2 Lozingen Procesafvalwater De LWWP maakt gebruik van drycoolers, een type luchtgekoelde warmtewisselaar dat wordt gebruikt om warmte uit een proces of installatie af te voeren naar de buitenlucht, zonder gebruik van waterverneveling of verdamping. Wanneer hiervoor warmte uit de buitenlucht wordt onttrokken, kan er een geringe hoeveelheid condenswater ontstaan. Naar verwachting zal dit niet meer zijn dan maximaal 1 liter per uur. Dit uit de buitenlucht onttrokken water is in samenstelling vergelijkbaar met ander hemelwater.

26 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

Hemelwater Voor de planlocatie geldt de Waterschapsverordening van het Hoogheemraadschap Hollandse Delta. Op grond van artikel 2.42, lid 1 van deze Waterschapsverordening is het verboden om zonder omgevingsvergunning in stedelijk gebied hemelwater versneld af te voeren van een nieuw verhard oppervlak naar een oppervlaktelichaam, als het totaal aan nieuw verhard oppervlak meer bedraagt dan 500 m 2. Het nieuw verhard terrein, incl. het dak van de duurzame warmtecentrale bedraagt waarschijnlijk net iets meer dan 500 m 2. HVC is voornemens het hemelwater, in overleg met de gemeente, af te voeren naar een nieuwe aan te leggen gemeenschappelijke waterberging met voldoende capaciteit in de nabijheid van de warmtecentrale. Mocht deze voorziening onverhoopt niet komen, of niet voor HVC beschikbaar zijn, zal naar alternatieven worden gezocht. Dit kan een kleiner, eigen waterberging zijn. De exacte locatie en de uitvoering hiervan zal worden afgestemd met de gemeente en het waterschap en voldoet aan Beleidsregel 11 van het WSHD: Compensatieregels bij aanleg nieuwe verharding. Dit houdt o.a. in dat de capaciteit wordt berekend aan de hand van 14% van het nieuwe verharde oppervlak en de verwachte stijging van het waterpeil die gemiddeld één keer per 100 jaar kan voorkomen. Het lozen op een oppervlaktewaterlichaam is niet voorzien.

Als het hemelwater toch wordt afgevoerd naar een oppervlaktelichaam, zal de hiervoor benodigde omgevingsvergunning worden aangevraagd bij het waterschap.

4.8 Geluid en trillingen 4.8.1 Geluid Er is voor het initiatief van HVC een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Peutz B.V., kenmerk: EdB/RV//F23336-2-RA, d.d. 10 februari 2025). Uit dit onderzoek blijkt dat de LWWP-installatie voldoet aan de geluidnormen. Bij inzet van de warmwaterketel is het wel gewenst om een adequate geluiddemper toe te passen in de uitlaat, vanwege resonantietrillingen. Het akoestisch onderzoek is toegevoegd in de bijlagen.

4.8.2 Trillingen De pompen gaan op een eigen fundering staan, om zo trillingshinder te voorkomen. Overige installatieonderdelen veroorzaken geen trillingen. Het aspect trillingen is daarmee geborgd.

4.9 Omgevingsveiligheid De LWWP-installatie vormt geen risico op het gebied van externe veiligheid voor de omgeving. Het enige aspect wat een invloed heeft op de omgevingsveiligheid, is het gebruik van 27 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

koudemiddelen. Het koudemiddel transporteert de warmte uit de buitenlucht naar de compressor in de LWWP-installatie. In de compressor wordt de druk verhoogt en de temperatuur van het koudemiddel, waardoor het in staat is warmte af te geven aan het water in het systeem. Voor de LWWP-installatie wordt naar verwachting een organisch koudemiddel toegepast, waarschijnlijk propaan in een hoeveelheid van minder dan 100 kg , en ook minder dan 150 liter. Koelinstallaties waarin propaan wordt gebruikt als koudemiddel vallen onder de Europese Richtlijn Drukapparatuur (PED) en niet onder PGS 19. De LWWP-installatie voldoet in dit kader aan: • • •

PED (Pressure Equipment Directive): voor drukapparatuur boven 0,5 bar. NEN-EN 378: voor veiligheidseisen bij koelinstallaties en warmtepompen. Besluit activiteiten leefomgeving § 3.2.5. Koelinstallatie met kooldioxide, koolwaterstoffen of ammoniak.

Propaan is relevant voor omgevingsveiligheid zodra het wordt opgeslagen in hoeveelheden die vallen onder de reikwijdte van PGS 19. Dit is doorgaans vanaf 150 liter of meer, afhankelijk van de context. De grenswaarde van 150 liter wordt niet overschreden. Ammoniak is op dit moment niet uitgesloten als mogelijk koudemiddel. Indien voor ammoniak wordt gekozen, zal de installatie maximaal 1.500 kg bevatten. Deze hoeveelheid blijft onder de drempel waarbij vanuit ruimtelijk oogpunt sprake is van een relevant ve iligheidsrisico. In het hypothetische geval dat het insluitsysteem faalt — bijvoorbeeld bij een leidingbreuk — zal de ammoniak vrijkomen in dampvorm. Het aspect omgevingsveiligheid is hiermee geborgd.

4.10 Brandveiligheid De LWWP-installatie is ontworpen met veiligheidsmaatregelen die ervoor zorgen dat er geen brandgevaar ontstaat. Als koudemiddel wordt waarschijnlijk propaan (< 100 kg) gebruikt in het systeem, welke een brandgevaarlijke stof is. De aanwezige hoeveelheid is dusdanig beperkt dat er geen sprake is van brandgevaar. Door deze maatregelen is er geen brandgevaar aanwezig. Verder is de planlocatie goed ontsloten, waardoor er een goede bereikbaarheid is, langs de sporthal en het Baxhuis, voor de hulpdiensten. De afstand tussen de gevels van de sporthal en de warmtecentrale is ruim 7,5 meter. Dit is voldoende voor de bereikbaarheid. De warmtecentrale zal voldoen aan eisen zoals vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Dit houdt onder andere in dat de constructie in combinatie met de afstand tussen de warmtecentrale en de Ridderhal voldoende weerstand bied tegen brandoverslag. Hiermee is het aspecten brandveiligheid geborgd.

28 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

4.11 Bodem 4.11.1 Bodembescherming Er zijn bodembedreigende stoffen aanwezig, namelijk natronloog en glycol en mogelijk propaan. In het systeem van de LWWP-installatie is natronloog en glycol aanwezig, ter voorkoming van bacterievorming in de leidingen. Als propaan wordt gebruikt, is het aanwezig als koudemiddel. De twee alternatieve koudemiddelen die worden overw ogen, ammoniak en koolzuur (CO2) voor propaan zijn niet bodembedreigend omdat deze zullen verdampen op het moment dat deze vrijkomen. Alle genoemde stoffen zijn aanwezig in gesloten circuits, waardoor er geen risico is op bodemverontreiniging. De gehele installatie voldoet aan de BB cvm.

4.11.2 Bodemonderzoek De duurzame warmtecentrale is circa 500 m 2 groot en de verblijfstijd in het gebouw is minder dan 2 uur. Het betreft daarom een bijgebouw, waardoor er geen bodemonderzoeksplicht is. Er is geen sprake van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Voor realisatie van de LWWP-installatie wordt er een nulsituatie-bodemonderzoek uitgevoerd. Het gebouw voor de LWWP-installatie is een grondwatergevoelig gebouw (artikel 7.27, ZuidHollandse Omgevingsverordening) aangezien het gebouw groter is dan 50 m 2. Er is daarom ook sprake van een grondwatergevoelige locatie volgens artikel 7.28, lid b. Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie is alleen toegestaan als door onderzoek is aangetoond dat er geen sprake is van een verontreiniging van het grondwater. Met de uitvoering van een nulsituatie-bodemonderzoek wordt dit aspect geborgd.

4.12 Verkeer en parkeren De beoogde duurzame energiecentrale is goed bereikbaar via de bestaande infrastructuur. De installatie wordt gerealiseerd nabij de sporthal aan de Hoge Kade 60 in Hendrik -Ido-Ambacht en is toegankelijk via de parkeerplaats van de sporthal. Daarnaast ligt er direct naast de planlocatie een fietspad dat eveneens toegang biedt tot de locatie. Er worden geen nieuwe wegen of ontsluitingen aangelegd. De bestaande infrastructuur is voldoende om de beperkte verkeersbewegingen die samenhangen met de exploitatie van de installatie op te vangen. De verkeersgeneratie is zeer beperkt, aangezien de installatie autonoom functioneert. Alleen voor periodiek onderhoud zal incidenteel een monteur de locatie bezoeken. Uitgaande van een worstcasescenario wordt rekening gehouden met maximaal één verkeersbewe ging per twee weken. Hierdoor is de verkeersintensiteit en bijbehorende parkeerbehoefte verwaarloosbaar.

29 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

Indien nodig is het mogelijk om voor onderhoudswerkzaamheden een ontheffing aan te vragen, zodat een monteur toegang kan verkrijgen tot de installatie via het aangrenzende park. Daarmee is ook bij uitzonderlijke omstandigheden de bereikbaarheid gewaarborgd . Er kan hiermee geconcludeerd worden dat het aspect verkeer en parkeren geen knelpunten oplevert voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

4.13 Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw 4.13.1 Cultureel erfgoed en archeologie Voor de locatie geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’, zie onderstaande afbeelding. De voor ‘Waarde – Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar andere voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.

Figuur 9: De planlocatie, paarse pijl, in relatie tot de bestemming ‘Waarde – Archeologie 2‘, gronden met ‘+’ (Bron: Omgevingsloket)

De hierbij behorende planregels geven aan dat er uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter. Verder mag er alleen worden gebouwd indien er een archeologisch rapport is vastgesteld, indien het bouwwerk groter is dan 100 m2 of als er graafwerkzaamheden dieper dan 30 centimeter plaatsvinden. Er is door de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht een archeologisch rapport opgesteld voor de gehele gemeente, zo ook voor de planlocatie (RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., kenmerk: 30 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

RA2626_HIVW, d.d. 4 juli 2013). Het uitgevoerde onderzoek door RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. heeft vooralsnog aangetoond dat bij de uitvoering van werkzaamheden in het plangebied er geen archeologische waarden zullen worden verstoord. Naar aanleiding van dit onderzoek hanteert de gemeente een vrijstellingsgrens voor werkzaamheden tot 2500 m 2. Deze vrijstelling is vastgelegd in de geldende beleidsadvieskaart van de gemeente. Voor dit bouwwerk is het dus niet nodig om nader archeologisch onderzoek uit te voeren.

4.13.2 Landschap en stedenbouw De duurzame warmtecentrale wordt achter al bestaande bebouwing gerealiseerd. Dit gaat om een sporthal en een maatschappelijke locatie. Aan de zuidzijde van de warmtecentrale bevindt zich het Burgemeester Baxpark. Er wordt aansluiting gezocht op de naastgelegen bebouwing met het ontwerp van de warmtecentrale. Verder zijn verschillende groenvoorzieningen beoogd in het ontwerp, zodat de warmtecentrale ook goed aansluit op het naastgelegen park. In de bijlage is het basisontwerp toegevoegd. In verband met de landschappelijke inpassing worden alle onderdelen van de installatie inpandig geplaatst. Dit geldt ook voor het buffervat. Reden hiervoor is dat je een industriële installatie niet in een park verwacht.

4.14 Lichthinder De warmtecentrale wordt niet belicht. Er is daarom geen sprake van lichtvervuiling of lichthinder, waarmee dit aspect geborgd is.

4.15 Energie Voor de beoogde warmtecentrale is een inschatting gemaakt van het jaarlijkse energieverbruik en de warmteproductie. Elektriciteitsverbruik Het verwachte maximale elektriciteitsverbruik van de installatie bedraagt: •

4.800 MWh per jaar, wat overeenkomt met ongeveer 17.300 GJ per jaar.

De elektriciteit wordt met name gebruikt voor de werking van de lucht-water-warmtepomp, pompen, regeltechniek en ventilatie inclusief drycoolers. Gasverbruik Voor pieklast- of bijverwarming wordt gas ingezet. Het maximale gasverbruik wordt geraamd op: •

210.000 m³ aardgas per jaar, wat neerkomt op ongeveer 1.900 MWh per jaar.

31 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

Het gasverbruik is seizoensafhankelijk en wordt met name ingezet op koude dagen waarin de warmtepomp alleen niet kan voorzien in de volledige warmtevraag. Warmteproductie De totale geschatte warmteproductie van de centrale bedraagt maximaal: •

53.240 GJ per jaar.

Deze warmte wordt geleverd aan een collectief warmtenet ten behoeve van woningen en maatschappelijke functies in de directe omgeving. De verhouding tussen het energieverbruik en de warmteproductie weerspiegelt een gunstige systeemprestatie, door de inzet v an de duurzame techniek van een collectief lucht-water-warmtepomp. Koppeling met WKO-installatie In een latere fase kan de LWWP worden gekoppeld aan een open WKO-systeem (warmtekoudeopslag). Door deze koppeling kan op een nog efficiëntere manier gebruik worden gemaakt van bodemenergie, waardoor het rendement van de installatie toeneemt. Met name in de zomermaanden kan koude worden geladen in de bodem en in de wintermaanden benut om de warmtevraag aan te vullen. Deze uitbreiding draagt bij aan een verdere verduurzaming en vermindering van de afhankelijkheid van gasverbruik. SDE++-subsidie Voor collectieve duurzame warmtevoorzieningen zoals deze wordt door de rijksoverheid SDE++-subsidie verstrekt. Deze regeling ondersteunt projecten die kosteneffectief bijdragen aan de vermindering van CO₂-uitstoot. De lucht-water-warmtepompinstallatie valt binnen de categorieën die hiervoor in aanmerking komen.

32 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

5

UITVOERBAARHEID

Bij een omgevingsvergunning voor een BOPA moet de uitvoerbaarheid van het project aangetoond worden. In deze paragraaf worden de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid besproken.

5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.1.1 Financieel economische haalbaarheid Een ontwikkeling moet binnen een redelijke termijn technisch en financieel uitvoerbaar zijn, gelet op de aard en omvang van de voorziene ontwikkeling en het gebied waar deze ontwikkeling is voorzien. De kosten voor de realisatie van de LWWP-installatie zijn in kaart gebracht en de verantwoordelijkheid van HVC.

5.1.2 Kostenverhaal en nadeelcompensatie De overheid is verplicht de gemaakte kosten te verhalen op de initiatiefnemer als deze nieuwe bouwactiviteiten en/of gebruiksactiviteiten wil uitvoeren. Het gaat om bouwactiviteiten en/of gebruiksactiviteiten die in artikel 13.11 van het Omgevingsbesluit zijn aangewezen. De activiteiten waarbij een afdwingbare financiële bijdrage kan worden opgelegd staan in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Het gaat om de volgende bouwactiviteiten: • • • • •

bouw van een of meer woningen of andere hoofdgebouwen; uitbreiding van een gebouw met meer dan 1.000 m 2; bouw van een ander gebouw dan een hoofdgebouw van meer dan 1.000 m 2; verbouwing van andere gebouwen tot woningen, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; verbouwing van gebouwen voor kantoor, winkel of horeca, mits het totaal voor deze functies ten minste 1.500 m 2 is.

HVC financiert dit project en er is geen sprake van een afdwingbare financiële bijdrage. Voor de LWWP-installatie wordt gebruikgemaakt van de Stimuleringsregeling Duurzame Energietransitie (SDE++). Deze subsidie draagt verder bij aan de financiële haalbaarheid van het project door een exploitatiesubsidie te bieden op basis van de vermeden CO₂ -uitstoot.

33 van 35 Etfal LWWP HIA HVC Warmte B.V.

2 juni 2025 KB20250416F02D01

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1 Participatie Er wordt door HVC een inloopavond georganiseerd voor direct belanghebbenden en omwonenden in de omgeving van de Hoge Kade. Tijdens deze bijeenkomst wordt het plan toegelicht en kunnen bewoners vragen stellen, aandachtspunten aandragen en hun mening geven. De input van bewoners wordt meegenomen in de totale planontwikkeling. Hiermee wordt invulling gegeven aan het participatievereiste zoals opgenomen in de Omgevingswet.

5.2.2 Advies en instemming Op basis van artikel 16.15a van de Omgevingswet heeft de gemeente de mogelijkheid om zichzelf als adviseur aan te wijzen met recht van instemming. De gemeente heeft een lijst opgesteld waarin de gevallen zijn aangegeven waarvoor advies of instemming moet w orden gevraagd. Dit project valt onder de aangewezen gevallen en zal op 7 juli 2025 worden voorgelegd aan de raad, omdat het plan binnen deze lijst valt vanwege de aanleg van nieuwe, en aanpassing van bestaande structuurbepalende groenvoorziening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15652603/2