CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

ETFAL BOPA bw Rijksstraatweg 52 HIA

raadsvergadering openbaar 10 juli 2025, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Bouw van een bedrijfswoning op het perceel Rijksstraatweg 527.992 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rijksstraatweg 52, tweede bedrijfswoning Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht

Rijksstraatweg 52, tweede bedrijfswoning

Adromi B.V. Reeweg 146 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht

Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht

T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59 algemeen@adromi.nl www.adromi.nl K.v.K. 230.825.46 te Rotterdam BTW: 8050.63.286.B.01 IBAN: NL75RABO0385477481

Projectnummer: Versie: Datum: Auteur: Geaccordeerd:

wil/R202442 2402b 26-3-2025 J. Wildschut

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1.

Aanleiding ................................................................................................................................ 4

1.2.

BOPA ........................................................................................................................................ 5

1.3.

Projectgebied .......................................................................................................................... 5

1.4.

Leeswijzer ................................................................................................................................ 6

Situatie............................................................................................................................................. 7 2.1.

Huidige situatie........................................................................................................................ 7

2.2.

Toekomstige situatie ............................................................................................................... 8

Visie & beleid ................................................................................................................................... 9 3.1.

Rijksbeleid................................................................................................................................ 9

3.2.

Provinciaal beleid .................................................................................................................. 10

3.3.

Omgevingsvisie Hendrik-Ido-Ambacht .................................................................................. 15

Toetsing aan het omgevingsplan ................................................................................................... 17 4.1.

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden ............................................................................ 17

4.2.

Strijdigheden ......................................................................................................................... 17

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu ..................................................................................... 18 5.1.

M.e.r.-beoordeling ................................................................................................................ 18

5.2.

Duurzaamheid en gezondheid............................................................................................... 19

5.3.

Mobiliteit ............................................................................................................................... 20

5.4.

Natuurbescherming ............................................................................................................... 21

5.5.

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 23

5.6.

Geur ....................................................................................................................................... 25

5.7.

Geluid .................................................................................................................................... 26

5.8.

Omgevingsveiligheid ............................................................................................................. 26

5.9.

Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 29

5.10. Bodem ................................................................................................................................... 29 5.11. Weging van het waterbelang ................................................................................................ 30 6.

Financiële haalbaarheid ................................................................................................................ 32

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 3 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

1.

Inleiding

1.1. Aanleiding Aan Rijksstraatweg 52 te Hendrik-Ido-Ambacht is Dierenpension Hendrik-Ido-Ambacht gevestigd. Het bedrijf beschikt over een bedrijfswoning en dierenverblijven. Op dit moment wordt een deel van de dierenverblijven vernieuwd en uitgebreid op basis van een eerder, in 2022, verleende vergunning. Het is de bedoeling om bij het bedrijf een tweede bedrijfswoning te realiseren. Deze tweede bedrijfswoning is enerzijds nodig vanwege de groei van het pension, waardoor er meer dagelijks toezicht nodig is. Anderzijds zal deze tweede bedrijfswoning ook een functie gaan vervullen in de bedrijfsopvolging. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de gestelde kaders van het omgevingsplan. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het voornemen om een tweede bedrijfswoning te realiseren is reeds in 2021 en 2022, in het kader van de vergunningprocedure voor de uitbreiding van het pension met de gemeente en de omgeving gecommuniceerd en afgestemd.

Figuur 1: Locatie projectgebied

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 4 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

1.2. BOPA Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit afwijken (ook wel: BOPA) is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Er zijn twee varianten: 1. Een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen. 2. Een andere activiteit in strijd met het omgevingsplan. Voor de ontwikkeling is het tweede variant van toepassing. In hoofdstuk 4 van voorliggende onderbouwing wordt getoetst aan de regels uit het omgevingsplan. Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna ook: Bkl). Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a. met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl), en; b. als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden.

In dit document wordt onderbouwd dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (hierna ook: EFTAL) en aan de beoordelingsregels vanuit het Bkl (aspecten fysieke leefomgeving en milieu). 1.3. Projectgebied Het projectgebied ligt aan de Rijksstraatweg 52 in Hendrik-Ido-Ambacht. De beoogde activiteit heeft betrekking op het perceel kadastraal bekend als gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, sectie D, nummer 3617.

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 5 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Figuur 2: Projectgebied (omgevingsloket, regels op de kaart)

1.4. Leeswijzer Hoofdstuk 2 omvat een beschrijving van de huidige situatie waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. Vervolgens wordt kort ingegaan op de nieuwe ontwikkeling. Aansluitend daarop worden de geldende kaders voor de locatie/het gebied verwoord en de visie/doelen voor het gebied beschreven. Tot slot wordt ingegaan op de resultaten van de omgevingstafel, het vooroverleg en het participatietraject. In hoofdstuk 3 wordt de ontwikkeling nader omschreven. In hoofdstuk 4 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het geldende beleid. In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. In hoofdstuk 6 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. Tot slot komt in hoofdstuk 7 de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde.

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 6 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

2.

Situatie

2.1. Huidige situatie Het projectgebied bevindt zich aan de Rijksstraatweg 52. In de huidige situatie is sprake van een perceel van circa 6 ha, dat in gebruik is als grasland. Het is de bedoeling om circa 500 m2 van dit terrein te benutten als perceel voor een tweede bedrijfswoning. De Rijksstraatweg vormt de verbindingsweg tussen Hendrik-Ido-Ambacht/Zwijndrecht en Ridderkerk (Rijsoord). Ten oosten van de locatie is sprake van de Rijksweg A16 en het langs de A16 gelegen fietspad. Ten noorden van de locatie bevindt zich de kruising met het viaduct over de A16 via de Achterambachtseweg. Meer ten noorden is sprake van bungalowpark Sandelingen. Ten westen van de locatie is sprake van diverse woonbebouwing langs de Rijksstraatweg en ten zuiden is sprake van het beschreven grasland.

Figuur 3: Projectgebied huidige situatie, gezien vanaf de Rijksstraatweg (bron: Google Maps).

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 7 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

2.2. Toekomstige situatie Onderhavige vergunning heeft betrekking op de activiteit afwijken van het omgevingsplan om bij het dierenpension te kunnen voorzien in een tweede bedrijfswoning. Dierenpension Hendrik-Ido-Ambacht betreft een familiebedrijf. Meerdere familieleden zijn actief in het bedrijf en het is de bedoeling dat de kinderen het bedrijf overnemen. Uit de aard van het bedrijf is hier continue toezicht en aanwezigheid nodig. Dit kan niet langer vanuit één woning worden aangestuurd, ook omdat de opvang is gegroeid en het pension als familiebedrijf ook financieel niet in de gelegenheid is om middels externe inhuur te kunnen voorzien in deze behoefte aan continu toezicht.

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 8 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

3.

Visie & beleid

3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de Omgevingswet. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bovenstaande vergt een goed samenspel tussen Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten, maar ook tussen overheden en bedrijven, maatschappelijke instellingen en burgers Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. We spreken hier over ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. Beoordeling Het project betreft een tweede bedrijfswoning.

Op deze wijze kan worden voorzien in de concrete behoefte om bij het bedrijf te kunnen voorzien in jaarrond, 24 uurs toezicht. Dit is in lijn met de uitgangspunten van de NOVI. 3.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 9 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Beoordeling

In het voorliggende geval is sprake van een dierenpension. Het is noodzakelijk dat er 24 uur per dag en alle dagen per week vanuit het bedrijf toezicht en verzorging kan worden geboden. Mede vanwege de groei van het bedrijf is al eerder de behoefte aan de orde geweest om te kunnen voorzien in een tweede bedrijfswoning van waaruit dit toezicht kan worden geboden. Vanwege de directe binding aan het bedrijf, is het niet mogelijk om deze bedrijfswoning elders te situeren en/of hier bestaande bebouwing voor aan te wenden. De tweede bedrijfswoning draagt bij aan een goede bedrijfsvoering en aan de continuïteit van het dierenpension. 3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie Zuid-Holland In de nieuwe Omgevingsvisie is het volledige omgevingsbeleid van de provincie vervat. De provincie Zuid-Holland kiest hierbij voor een opgavegerichte aanpak, waarbij steeds samenhangende beleidsonderdelen worden vernieuwd waar dat nodig is. Het provinciale omgevingsbeleid is dus geen statisch (eind)document, maar een document waarmee voortdurend de dialoog wordt gezocht met de diverse ruimtelijke actoren: altijd klaar, maar nooit af. Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De provincie heeft hiervoor 7 vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1.

Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit;

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 10 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende opgaven relevant: Verstedelijking De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: • Bouw naar behoefte; • Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; • Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties; houdt rekening met de gevolgen van de ontwikkeling voor de bereikbaarheid; • Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; • Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving; • Bouw voldoende betaalbare woningen. Als een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ doorlopen. Toepassing is ook van provinciaal belang.

Beoordeling De ladder is in paragraaf 4.1.2 doorlopen. De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 11 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Met onderhavige tweede bedrijfswoning kan worden gesproken van inpassing, nu geen sprake is van wijzigingen op structuurniveau. De nieuwe bedrijfswoning sluit qua ontwerp ook goed aan op de omgeving. Dit geeft invulling aan de visie. 3.2.2. Zuid-Hollandse Omgevingsverordening In de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) zijn de regels over de fysieke leefomgeving van de provincie opgenomen. In de verordening staat aangegeven wat wel en niet is toegestaan. Ook staan er instructieregels is voor gemeentelijke omgevingsplannen en taken van waterschappen. De ZHOV is geldig vanaf 1 januari 2024. De ZHOV is 15 december 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. Daarna is de ZHOV voor de inwerkingtreding al enkele keren gewijzigd en aangevuld en er zijn ook nu nog wijzigingen in procedure. Het volgende is relevant voor de beoogde ontwikkeling. Artikel 5.8 (omgevingswaarden kans op overstroming binnen de bebouwde kom) Binnen de bebouwde kom, geldt voor locaties waaraan in het omgevingsplan de hierna genoemde functies zijn toegedeeld, een gemiddelde kans op overstroming van: a. 1/100 per jaar voor locaties met de functie hoofdinfrastructuur, spoorwegen of bebouwing, met uitzondering van glastuinbouw; b. 1/50 per jaar voor locaties met de functie glastuinbouw; c. 1/10 per jaar voor locaties met overige functies.

Beoordeling artikel 5.8 Onderhavige ontwikkeling heeft geen invloed op de kans op overstroming binnen de bebouwde kom, daar er geen bouw- en/of sloopwerkzaamheden plaatsvinden, en er enkel een bestemming wordt gewijzigd ter formalisatie van het huidige gebruik. Artikel 7.43a (borgen ruimtelijke kwaliteit) Op grond van dit artikel wordt een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling alleen toegelaten indien de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en het soort en de mate van ingrijpendheid van de ruimtelijke ontwikkeling. Beoordeling artikel 7.43a Onderhavige ontwikkeling kan worden beschouwd als een vorm van inpassing die niet leidt tot een wijziging op structuurniveau. De onderhavige locatie is gelegen in het gebiedstype buitengebied en beschermingscategorie 2 (groene buffers). Bij de beoordeling van de overige artikelen komt de beschermingscategoriëen nog nader aan de orde.

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 12 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Artikel 7.43k (gebiedstype: beschermingscategorie 2 groene buffers) In een groene buffer worden geen grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen toegelaten. Verder mag de bufferfunctie blijkens een afdoende motivering niet onevenredig wordt verstoord. Hierbij dienen de volgende aspecten te worden betrokken: a. de functie van het gebied als tegenhanger van de stedelijke verdichting en stedelijke dynamiek; b. de identiteit die het gebied verleent aan de nabij gelegen stedelijke omgeving; c. de bescherming die het gebied biedt tegen grootschalige stedelijke ontwikkeling; d. de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied. Beoordeling artikel 7.43k De nieuwe bedrijfswoning betreft geen grootschalige ontwikkeling. De bestaande groene buffer wordt hierdoor niet onevenredig aangetast, mede nu de ontwikkeling aansluitend aan bestaande bebouwing wordt vormgegeven. De omgeving kan worden gekenschetst als groene buffer tussen de omliggende kommen. Het gebied heeft sinds jaar en dag zijn agrarische functie verloren vanwege de sterke verkaveling voor niet-agrarische functies. Een dierenpension kan als passende functie in dit gebied worden beschouwd als opvolgfunctie voor agrarisch gebruik welke tevens kan dienen als kostendrager voor de instandhouding van de groene buffer.

De tweede bedrijfswoning zal bijdragen aan het optimaal kunnen functioneren van het dierenpension. Artikel 7.43h (gebiedstype: buitengebied) Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied mogen de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig worden aangetast. Verder moet worden onderbouwd om welke reden de ruimtelijke ontwikkeling plaats dient te vinden buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Hierbij worden betrokken: a. de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Beoordeling artikel 7.43h Zoals in het voorgaande al aan de orde is gekomen, is geen sprake van een onevenredige aantasting van het groene karakter van het landschap. Vanuit het dierenpension is sprake van een behoefte aan een tweede bedrijfswoning. Deze dient ter plaatse bij het pension te worden gerealiseerd om in deze behoefte te kunnen voorzien. Doordat aansluiting wordt gevonden bij

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 13 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

de bestaande bebouwing wordt de openheid en de structuur van het landschap niet aangetast. Van belang hierbij is dat de structuur ter plaatse met name wordt bepaald door de rijksweg A16 en het hierlangs aanwezige geluidscherm en daarnaast door het viaduct Achterambachtseweg. Hierdoor is geen sprake van de aantasting van vergezichten. Verder is zoals aangegeven sprake van een buffergebied/kernrandzone tussen de verschillende kernen. Vanwege de hierin al aanwezige stedelijke functies kan niet worden gesproken van klassiek buitengebied, maar is eerder sprake van overgangsgebied. 3.2.3. Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Het College van Gedeputeerde Staten heeft de Provinciale Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2025-2027 vastgesteld. Aanleiding voor dit beleid is de klimaatverandering waardoor het warmer, natter (hoosbuien) en droger wordt. De zeespiegel stijgt en de bodem daalt. In de Uitvoeringsagenda geeft het College aan hoe alle provinciale inzet op verschillen terreinen bijdraagt aan het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van Zuid-Holland. Beoordeling klimaatadaptatie Hittestress in de nieuwe woning zal worden tegengegaan door de vegetatie op het perceel. Daarnaast zal naar behoefte worden voorzien in zonneschermen die helpen voorkomen dat de gebouwconstructie sterk opwarmt.

Door te voorzien in extra oppervlaktewater wordt voorkomen dat wateroverlast ontstaat bij hevige regenbuien. Verwezen wordt naar paragraaf 5.10. Door te kiezen voor een groene tuin, zal verdroging zo veel mogelijk worden tegengegaan. Gelet op de bestaande stedenbouwkundige structuur en de hoogte van nutsvoorzieningen heeft het geen meerwaarde om te bouwen op verhoogd peil. In geval van overstroming bevinden zich de trafohuisjes immers op maaiveldniveau, waardoor de stroom zal uitvallen of preventief zal worden afgeschakeld. Aanwezige (mobiele) telecommunicatie zal bij stroomuitval nog circa 4 uur functioneren. Aansluitend zullen hulpdiensten gebruik maken van de radio om te communiceren met mensen die zich in het overstroomde gebied bevinden. Naar verwachting zullen de hulpdiensten in geval van overstroming aanzienlijk overvraagd zijn, zodat bewoners minimaal enkele weken zelfredzaam dienen te zijn. De bebouwing kan worden gebruikt om te vluchten naar een hogere verdieping in geval van een overstroming. Richting Ridderkerk is sprake van hogere bebouwing. Vanwege de ligging langs de uitvalsweg van het dorp, kan in geval van dreigend hoogwater het gebied relatief eenvoudig worden uitgevlucht.

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 14 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Er is geen sprake van veengebied waar extra bodemdaling optreedt door veenoxidatie. Het gebied is verder beperkt gevoelig voor verzilting vanwege de grondslag en de relatief grote afstand tot de rivieren. 3.3. Omgevingsvisie Hendrik-Ido-Ambacht Op 3 juli 2023 is de Omgevingsvisie Hendrik-Ido-Ambacht vastgesteld. In deze visie zijn de ambities vastgesteld voor de ruimtelijke ontwikkeling van Hendrik-Ido-Ambacht. In de visie wordt de gemeente onderverdeeld in een aantal deelgebieden met elk een eigen karakter en met eigen ruimtelijke kwaliteiten en aandachtspunten. Per gebied is samen met de bewoners het ruimtelijke kader van de Omgevingsvisie vastgesteld. De onderhavige locatie is gelegen in Sandelingen-Ambacht, welke door de gemeente omschreven wordt als een polder met een agrarische functie ten zuiden van de A16 en een recreatieve functie ten noorden van de A16. Onderhavige locatie is gelegen ten zuiden van de A16.

Figuur 4: Sandelingen Ambacht zoals opgenomen in de Structuurvisie, locatie indicatief rood omlijnd.

In de visie is beschreven welke opgaven en ambities er voor dit gebied zijn vastgesteld voor in het gebied aanwezige bedrijvigheid. Daarbij worden in de Omgevingsvisie ook een aantal aspecten benoemd welke voor bedrijvigheid in het algemeen gelden:

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 15 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) •

•

• •

•

•

• •

•

Dalende beroepsbevolking: landelijk gezien hebben we te maken met een sterke vergrijzing die gepaard gaat met een forse afname van de beroepsbevolking. Dit leidt ook tot een toenemende vraag naar internationale werknemers. Het belang van duurzaamheid: de toenemende vraag van de consument om duurzame producten/diensten of een intensiever bezoek aan bedrijven die op maatschappelijke verantwoorde wijze werken. Ook algehele verduurzaming van de landbouw is een trend die we zien. Klimaatadaptatie: een veranderend klimaat zorgt voor hittestress en wateroverlast, ook in de werkgebieden. Dit vergt meer ruimte voor groen en water. Energietransitie: om de overgang te maken naar energieneutraal zullen bedrijven(terreinen) moeten worden verduurzaamd en is meer ruimte nodig voor energievoorzieningen. Circulaire economie: een duurzame economie, waarin we producten slim ontwerpen, hergebruiken, repareren en vervolgens recyclen, zodat de grondstoffen waarvan een product ooit gemaakt is opnieuw beschikbaar zijn. Om dit te bereiken moeten bedrijven samenwerken en hun processen (aan elkaar) aanpassen. Maatschappelijk verantwoord ondernemen: bedrijven dragen verantwoordelijkheid voor de maatschappij. Het bedrijf werkt niet alleen voor de winst (profit), maar heeft ook aandacht voor de mensen en de samenleving (people) en een duurzame omgeving (planet).

Fairtrade: als gemeente willen we een fairtrade gemeente worden. Technologische ontwikkelingen: de toenemende digitalisering, robotisering, 3D printing en dergelijke zullen hun weerslag hebben op de manier hoe we werken en ondernemen. Druk van milieuwet- en regelgeving op de agrarische sector: hierdoor zullen bedrijven extensiveren, specialiseren, omschakelen of stoppen. Voor sommige agrariërs betekent dit het zoeken naar een verdienmodel door het bieden van producten en diensten aan de maatschappij, rekening houdend met de natuurlijke omstandigheden in de omgeving.

Beoordeling In de onderhavige situatie is sprake van een hondenpension. De aanwezige bebouwing is voorheen in gebruik geweest bij een agrarisch bedrijf. Dit bedrijf is lang geleden beëindigd en het dierenpension kan als een goede opvolgfunctie worden beschouwd. Door bij het pension een tweede bedrijfswoning toe te laten kan het bedrijf als familiebedrijf worden bestendigd. Gezien bovenstaande conclusies voldoet het plan aan het gemeentelijk beleid.

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 16 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

4.

Toetsing aan het omgevingsplan

Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is nog geen definitief omgevingsplan opgesteld. Dit betekent dat de bestemmingsplannen van rechtswege onderdeel zijn geworden van het tijdelijke omgevingsplan. Voor het projectgebied wordt getoetst aan het plan ‘Landelijk gebied Sandelingen-Ambacht’, welke is vastgesteld op 10 september 2012. Verder geldt een omgevingsvergunning ‘Uitbreiding dierenpension Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht’ van 19 juli 2022. Daarnaast geldt de regeling van de bestemmingsplannen ‘Parapluherziening parkeernormen Hendrik-Ido-Ambacht’ van 8 juli 2019 en het bestemmingsplan ‘Flitsbezorging’ van 13 november 2023. 4.1. Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden Op de locatie geldt een groenbestemming. Binnen deze bestemming is geen bebouwing van betekenis toegelaten. De betrokken omgevingsvergunning biedt evenmin basis voor de bouw van een tweede bedrijfswoning op de onderhavige locatie. 4.2. Strijdigheden Uit het voorgaande volgt dat de functie bedrijfswoning niet is toegestaan op de locatie qua gebruik en bebouwing. Er is evenwel geen sprake van strijdigheid met het algemene deel van het Omgevingsplan en de genoemde parapluherzieningen.

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 17 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

5.

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

5.1. M.e.r.-beoordeling Toetsingskader De richtlijn 2011/92/EU, zoals gewijzigd door 2014/52/EU), inzake de milieueffectrapportage (hierna ook: de Richtlijn milieueffectrapportage) en de richtlijn 2001/42/EG, inzake de Strategische milieubeoordeling (hierna ook: de SMB richtlijn) zijn thans geïmplementeerd in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn, in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn. Voor de beoogde ontwikkeling dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van aanzienlijke gevolgen voor het milieu. Beoordeling De tweede bedrijfswoning kan worden beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van J11 van Bijlage V Omgevingsbesluit.

Uitgaande van de hiervoor relevante uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak1 dient bij de vraag of er sprake is van een ontwikkeling die valt onder een van de categorieën die zijn genoemd in de context van de implementatie van de richtlijn milieueffectrapportage evenwel rekening te worden gehouden met de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging / ontwikkeling een rol spelen alsook de mate waarin: - een ontwikkeling afwijkt van hetgeen planologisch is toegelaten2; - sprake is van uitbreiding van bebouwing of verharding3; - sprake is van een wijziging van het gebruik; - de situatie rondom de ontwikkeling4. Gelet op de omstandigheid dat sprake is van de toevoeging van maar één woning, kan niet worden gesproken van een ontwikkeling waarvoor een milieueffectbeoordeling moet worden gemaakt.

1

ARRvS 18 juli 2018 ECLI:NL:RVS:2018:2414 ARRvS 31 juli 2019 ECLI:NL:RVS:2019:2651 3 ARRvS 29 juli 2020 ECLI:NL:RVS:2020:1832 4 ARRvS 10 juli 2019 ECLI:NL:RVS:2019:2355 2

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 18 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

5.2. Duurzaamheid en gezondheid Toetsingskader De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht zet in op een duurzame toekomst. Een toekomst waarin er steeds meer hernieuwbare energie wordt verbruikt. En waar wordt aangepast aan veranderingen in het weer, zoals droge periodes en hevige buien. Daar deze overgang iedereen raakt, wil de gemeente samen met de inwoners, ondernemers en andere partijen nadenken over plannen, oplossingen en de uitvoering. Gezondheid Het aspect volksgezondheid heeft de laatste jaren meer aandacht gekregen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. Een beoordeling kan zijn geïndiceerd indien effecten op de volksgezondheid niet kunnen worden uitgesloten. Hierbij dient ook aandacht te worden besteed aan mensen die een bijzondere kwetsbaarheid hebben voor een bepaalde blootstelling. Er kan hierbij worden gedacht aan verspreiding van (besmettelijke) ziekten, waaronder risico op zoönose. Wat dit laatste betreft kan worden gedacht aan biologische laboratoria, dierenverblijfplaatsen in tuinen en parken, kinderboerderijen, dierentuinen en veehouderijen. Daarnaast kan worden gedacht aan oppervlaktewateren, daken, koeltorens en AWZI’s). Verder kan worden gedacht aan boomen fruitteelt en hoogspanningsverbindingen.

De magnetische velden in de buurt van hoogspanningsverbindingen kunnen invloed hebben op de gezondheid. Het beleid van de Rijksoverheid is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rondom bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Beoordeling Duurzaamheid Algemeen kan worden opgemerkt dat middels de invulling van de locatie met een bedrijfswoning, het dierenpension voor de komende jaren wordt geborgd, wat bijdraagt aan de duurzaamheid van onderhavige locatie. Gezondheid Het project voorziet in het wijzigen van de bestemming ‘groen’ naar bedrijf (bedrijfswoning). Ten aanzien van de gehuisveste dieren speelt geen aspect van zoönose, nu dit uitsluitend gaat om huisdieren. Er is geen sprake van relevant agrarisch grondgebruik in de omgeving en evenmin zijn hoogspanningsleidingen aanwezig op een relevante afstand. De ontwikkeling vindt ook plaats

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 19 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

op voldoende afstand van veehouderijen, hoog-risico biologische laboratoria en andere functies met mogelijk nadelig effect op de gezondheid. Op de locatie wordt voldaan aan de luchtkwaliteitsnormen en aan de geluidnormen. Verwezen wordt naar paragraaf 5.5 en paragraaf 5.6. 5.3. Mobiliteit 5.3.1. Parkeren Toetsingskader Primair is verkeersveiligheid geregeld in de weg- en verkeerswetgeving (o.a. Wegenverkeerswet). De richtlijnen voor verkeer en parkeren zijn opgenomen in de publicaties van het CROW. De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht heeft via de parapluherziening parkeren parkeerbeleid van toepassing verklaard op nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Voor onderhavige woning geldt een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen. Op eigen terrein is sprake van voldoende ruimte om aan deze parkeernorm te voldoen. Op eigen terrein is ook voorzien in voldoende fietsparkeerruimte. Op dit vlak geldt daarbij dat sprake is van enigermate van dubbeltelling met de parkeerruimte welke bij het dierenpension aanwezig is. Immers op dat vlak wordt ook al parkeerruimte ingeruimd voor de aanwezigheid van medewerkers. Een parkeernorm van 2,4 is kortom worst case in de gegeven situatie. Al met al zijn er geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot parkeren. 5.3.2. Verkeersafwikkeling De locatie ligt in een gebied dat kan worden getypeerd als rest buitengebied van een matig stedelijke gemeente.

In onderstaande tabel is de huidige en toekomstige verkeersgeneratie in beeld gebracht. Verkeersgeneratie Beoogde situatie functie Wonen - koop vrijstaand Totaal

norm 8,2

per stuk

aantal 1

generatie 8,20 8,2

In deze algemene verkeersgeneratie volgens het CROW (publicatie 381) is geen rekening gehouden met de omstandigheid dat sprake is van een bedrijfswoning. Dit betekent dat de

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 20 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

verkeersbewegingen in de praktijk lager zullen liggen, aangezien geen sprake zal zijn van verkeersbewegingen voor woon- werkverkeer. Los hiervan geldt dat de capaciteit van de ontsluitende wegen voldoende is voor de hierop ontsluitende functies. Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling niet in de weg. 5.4. Natuurbescherming Toetsingskader De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgegaan in de Omgevingswet; namelijk in de Aanvullingswet natuur, het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijft ongewijzigd. Onderdeel van de wetgeving is dat er beschermde gebieden worden aangewezen (netwerk van de zogenaamde Natura 2000-gebieden en de Beschermde natuurmonumenten) gericht op de bescherming van ongeveer 500 soorten in het wild voorkomende planten en dieren. Op provinciaal niveau hebben bepaalde natuurgebieden eveneens een beschermingsniveau toegewezen gekregen, in de vorm van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Beoordeling Gebiedsbescherming In verband met de Omgevingswet dient de stikstofdepositie vanwege de activiteiten van de bouw- en gebruiksfase van deze ontwikkeling op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden inzichtelijk te worden gemaakt.

Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Biesbosch’ bevindt zich op circa 10 kilometer ten zuidoosten van het projectgebied.

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 21 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Figuur 5: Locatie projectgebied (indicatief met rode cirkel weergegeven) ten opzichte van Natura 2000-gebied (Bron: Natura 2000).

Door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid is een beoordelingskader ontworpen ter beoordeling van de vraag of het meerwaarde heeft om een stikstofdepositieonderzoek uit te voeren voor een bepaald bouwplan5. Dit beoordelingskader kan inmiddels worden beschouwd als standaard welke landelijk wordt gehanteerd en ook al in vergelijkbare situaties is toegepast door andere omgevingsdiensten, zoals Omgevingsdienst DCMR. Blijkens toepassing van het beoordelingskader heeft het geen meerwaarde om een stikstofdepositieonderzoek uit te voeren voor de bouw van één woning op deze afstand tot gevoelig natuurgebied. Soortbescherming In de huidige situatie is sprake van grasland. De mogelijkheden voor vestiging van beschermde soorten is beperkt. Hoogstens zal rekening moeten worden gehouden met het broedseizoen van weidevogels. Dit betekent dat er geen negatieve effecten zullen optreden voor mogelijk aanwezige flora & fauna.

5

https://www.ozhz.nl/wp-content/uploads/13122022-beoordelingskader-stikstof-woningbouw.pdf, geraadpleegd op 15 juni 2023

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 22 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

5.5. Luchtkwaliteit Toetsingskader Indien mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Daarom moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in de zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10). Soms wordt hier een rijksomgevingswaarde overschreden. Of de achtergrondconcentratie is zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project alsnog een rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. De vergunningverlener beoordeelt een aanvraag op het effect op de luchtkwaliteit in de leefomgeving. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen. Dit geldt voor de besluiten, als deze zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen een aandachtsgebied. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5.51 van het Bkl. Hierbij gaat het om activiteiten binnen het aandachtsgebied.

Maar het kan ook gaan om activiteiten in de buurt van een aandachtsgebied, als deze activiteiten zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen het nabijgelegen aandachtsgebied. Er moet worden getoetst aan de omgevingswaarden, tenzij de activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de stikstofdioxide- (NO2) of fijnstof- (PM10) concentraties. De specifieke beoordelingsregels voor luchtkwaliteit staan in artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Omgevingswaarden luchtkwaliteit Stof NO2 PM10 PM2,5

per Jaargemiddelde grenswaarde Jaargemiddelde grenswaarde 24 uurgemiddelde grenswaarde Jaargemiddelde grenswaarde

Omgevingswaarde 40 μg/m3 40 μg/m3 50 μg/m3 *) 25 μg/m3

*) overschrijding maximaal 35 dagen per jaar toegelaten

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 23 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Figuur 6: concentratie PM10 in 2022, locatie rood omcirkeld (bron: atlas voor de leefomgeving)

Figuur 7: concentratie NO2 in 2022, locatie rood omcirkeld (bron: Atlas voor de leefomgeving)

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 24 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Beoordeling De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht ligt niet in een aandachtsgebied. Uit gegevens van de Atlas voor de leefomgeving (zie figuren 6 en 7) blijkt dat aan de luchtkwaliteitsnormen wordt voldaan. Er wordt niet voldaan aan de WHO advieswaarden, maar vooralsnog is het niet reëel om deze waarden te hanteren in Nederland. In de context van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt los van bovenstaande nagegaan of een ontwikkeling geen gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit. De grens of een ontwikkeling in betekenende mate bijdraagt ligt op meer dan 1.500 woningen. De ontwikkeling van een bedrijfswoning ligt hier ruim onder en draagt niet in betekenende mate bij aan de NO2 en PM10 concentraties. Uit de NIBM-tool blijkt dat pas vanaf 2.160 motorvoertuigen per dag extra, in betekenende mate wordt bijgedragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Geconcludeerd kan worden dat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn voor onderhavig planvoornemen. 5.6. Geur Toetsingskader Bij het oprichten van geurgevoelige objecten dient in bepaalde gevallen rekening te worden gehouden met de geurhinder van eventueel aanwezige veehouderijbedrijven. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft elke gemeente een omgevingsplan met regels die eerst in de rijksregels stonden.

Hierin staan ook de geurregels voor veehouderijen vanuit de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en het Activiteitenbesluit. De gemeente moet in het omgevingsplan een waarde opnemen voor de toelaatbare geur op een gebouw. Het Rijk geeft daar een standaardwaarde bij aan die een gemeente zonder nadere motivering kan overnemen in het omgevingsplan. De opgenomen waarde in het omgevingsplan wordt ook wel 'geurnorm' genoemd. De minimale afstanden van stallen dienen van gevel-totgevel minimaal 25 of 50 meter te zijn tot geurgevoelige gebouwen als woningen. Tevens dient de gemeente bebouwingscontouren geur vast te stellen in het omgevingsplan waarbinnen een hoger beschermingsniveau aanwezig is dan erbuiten. Beoordeling Onderhavige locatie is niet gelegen in een bebouwingscontour geur. Geconcludeerd kan worden dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de totstandkoming van dit plan.

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 25 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

5.7. Geluid Toetsingskader Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. Ook kunnen direct werkende regels in het omgevingsplan worden opgenomen. Dit zijn de regels voor het bepalen en beoordelen van geluid door een toegelaten activiteit. De instructieregels uit afdeling 3.5 (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Een bedrijfswoning is een geluidgevoelig gebouw (artikel 3.21 Bkl). Beoordeling In de beoogde situatie is sprake van een nieuw geluidgevoelig gebouw. Om die reden is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de woning akoestisch inpasbaar is, mits wordt voorzien in de al algemeen gangbare maatregelen qua geluidisolatie aan de nieuywe woning6. 5.8.

Omgevingsveiligheid Toetsingskader Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl).

6

Kraaij Akoestisch Adviesbureau, Dierenpension Hendrik-Ido-Ambacht Rijksstraatweg 52 te Hendrik-IdoAmbacht, 8 januari 2025, VL.2468.R01

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 26 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.90 tot en met 4.96 Bbl). Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten.

Dergelijke eisen worden dan opgenomen in de omgevingsvergunning.

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 27 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Figuur 7: omgevingsveiligheid, locatie rood omcirkeld (bron: Atlas voor de leefomgeving)

Beoordeling Uit de Atlas Leefomgeving blijkt dat het projectgebied is gelegen binnen de brand- en explosie aandachtsgebieden van de A16. Op dit vlak is relevant dat het aanwezige betonnen geluidscherm op dit vlak een aanzienlijke primaire bescherming biedt op dit vlak. Immers dit zal eventuele brandende vloeistoffen tegenhouden. Daarnaast zal dit primaire hittestraling opvangen en tot slot zal dit scherm een eventuele drukgolf van een explosie mitigeren. Tot slot zal het geluidscherm bijdragen aan de nodige turbulentie en een versnelde verspreiding en verdunning van eventuele schadelijke verbrandingsgassen in de buitenlucht. Van belang is dat bewoners van de risicobron af kunnen vluchten in westelijke richting. Tegelijkertijd is de locatie via de Rijksstraatweg ook goed bereikbaar voor de hulpdiensten in geval van een calamiteit op de A16. Indien daar aanleiding voor zou zijn, biedt de bebouwing evenwel ook de mogelijkheid om hierin te schuilen. Gelet hierop is sprake van aanvaardbare omgevingsrisico’s.

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 28 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

5.9. Archeologie en cultuurhistorie Toetsingskader archeologie en cultuurhistorie De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Zo zijn er in het Bkl ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is, indien aanwezig, opgenomen op de archeologische beleidskaart en de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst.

Beoordeling archeologie Het projectgebied ligt in een gebied met een dubbelbestemming voor bescherming van archeologische verwachtingswaarden. De drempel bedraagt 100 m2 en 0,50 m -MV. Op dit vlak kan worden verwezen naar eerder uitgevoerd bureauonderzoek7. Uit dit onderzoek blijkt dat er sprake is van een kleine kans op aantasting van behoudenswaardige archeologische resten. Archeologisch vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Deze conclusies zijn ook geldig voor onderhavige locatie, nu de onderhavige locatie op grotere afstand is gelegen tot de verwachtte archeologische resten, in de vorm van de fundering van een watermolen (+/- 1640) ongeveer ter plaatse van het huidige gemaal en hieraan gerelateerde structuren en landschappelijke elementen. Beoordeling cultuurhistorie Op de locatie zijn geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig. 5.10. Bodem Toetsingskader Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven 7

SOB Research, Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen ‘Landgoed Sandelingen’ Rijksstraatweg 52, Hendrik-Ido-Ambacht, Gemeente Hendrik-IdoAmbacht, augustus 2020, 2689-1908

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 29 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Beoordeling Voor de locatie is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd8. Uit het onderzoek blijkt alleen van een licht verhoogd gehalte aan Barium in het grondwater. Dit is naar verwachting een verhoging van de natuurlijke achtergrondwaarde en dit staat de uitvoering van het bouwplan niet in de weg. Bij afvoer van overtollige grond dient wel te worden voldaan aan de algemene eisen voor grondverzet. 5.11. Weging van het waterbelang Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels (al dan niet ter nastreving van omgevingswaarden*) uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl rijksregels met betrekking tot: 1. het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; 2. het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; en 3.

het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang (voorheen: watertoets). Waterschapsbeleid Waterbeheerprogramma 2022-2027 In dit programma beschrijft het waterschap Hollandse Delta zijn visie en ambities voor het waterbeheer. Naast de wettelijke taken heeft het hoogheemraadschap voor de periode 20222027 ook specifieke ambities en doelen op het gebied van toekomstbestendig waterbeheer; De ambitie van het waterschap is dat inwoners en bedrijven veilig en met plezier en succes in het gebied kunnen blijven wonen, ondernemen en recreëren, en dat het waterschap bijdraagt aan het robuust en veerkrachtig maken van de leefomgeving. Er komt meer ruimte voor water; niet alleen letterlijk maar ook bij de voorbereidingen van plannen voor de ruimtelijke inrichting. Met andere woorden: in 2050 is de Hollandse Delta klimaatbestendig en waterrobuust ingericht.

8

Inventerra, Voorafgaand onderzoek Dierenpension Hendrik-Ido-Ambacht Rijksstraatweg 52 3342 LD Hendrik-Ido-Ambacht, 25-2032-R01ML, 25 maart 2025

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 30 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Beoordeling Er bevinden zich geen oppervlaktewateren binnen of nabij het projectgebied. Evenmin is sprake van de aanwezigheid van waterkeringen. Waterkwaliteit De woning zal worden aangesloten op het gemeentelijke riool. Van het terrein en bebouwing aflopend hemelwater zal worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Daar waar sprake is van contact met hemel- en grondwater zal gebruik worden gemaakt van niet uitlogende materialen ten einde onnodige verontreiniging van het omgevingswater te voorkomen. Waterkwantiteit Elke ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op water. Niet alleen bouwen nabij of op een waterkering, maar ook een toename van verhard oppervlak. Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag ontstaan. In het kader van het Watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten. Voor elke toename van verharding van meer dan 500 m2 in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied is een Watervergunning nodig. Voor versneld afwaterende oppervlakten geldt dat, indien mogelijk, waterstromen gescheiden worden ingezameld.

Voor de verwerking van (particulier) hemelwater wordt de volgende voorkeurs volgorde gehanteerd: • Maatregelen op eigen terrein (infiltratie); • Hergebruik van hemelwater op openbaar terrein; • Afvoer van overtollig hemelwater naar oppervlaktewater; • Afvoer naar de RWZI. Om de kans op wateroverlast te beperken dienen voor de afvoer van hemelwater vertragende factoren te worden toegepast. Hierbij kan gedacht worden aan: sedumdaken, geen asfalt maar elementverharding met een grote voeg, etc. Voor nieuwe bouwwerken is het niet toegestaan om hemelwater in het openbaar riool of op de openbare ruimte te lozen, tenzij een hemelwatervoorziening is aangebracht met een capaciteit van 60 liter per m2 bebouwd oppervlak. Er wordt rekening gehouden met toevoeging van bebouwing (woning + bijgebouw) van circa 150 m2. Aanvullend daarop wordt rekening gehouden met circa 100 m2 terreinverharding. Dit betekent in totaal 250 m2 * 0,06 m = 15 m3 extra bufferopvang. Deze opvang zal worden

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 31 van 32

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

gerealiseerd door verbreiding / uitbreiding van de bestaande sloot W09352 langs de noordzijde van het projectgebied. Verder zal met het oog op de ontsluiting van de woning worden voorzien plaatsing van een duiker in deze sloot, waarvoor een vergunning bij het Waterschap zal worden gevraagd.

Figuur 8: uitsnede Legger WSHD

6.

Financiële haalbaarheid

In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de wijze van bekostiging. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de situatie waarin het omgevingsplan van rechtswege geldt en de situatie waarin er een gewijzigd omgevingsplan vigeert wat voldoet aan de wettelijke vereisten van de Omgevingswet (inclusief regels over kostenverhaal). Voorafgaand aan het besluit tot verlening van de BOPA wordt een nadeelcompensatieformulier ondertekend en overhandigd aan de gemeente.

Adromi B.V.

wil/R202442

Pagina 32 van 32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15647529/1