bladzijde 52
Tekst van het document
Paragraaf 3. Lokale heffingen Inleiding Lokale heffingen kunnen we onderverdelen in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding is gekoppeld aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelastingen (OZB) en hondenbelasting. Deze heffingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen. Deze paragraaf bevat conform artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV): a. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; b. de geraamde inkomsten; c. een duiding van de lokale lastendruk en tarieven; d. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen plus kostendekkendheid; e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.
Ontwikkelingen en rijksbeleid Herziening gemeentelijk belastinggebied In het Coalitieakkoord 2021 – 2025 “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst” is opgenomen dat partijen een nieuwe financieringssystematiek voor medeoverheden voor de periode na 2025 willen uitwerken. Een en ander om een stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten. Daarbij wordt ook de mogelijkheid voor een groter gemeentelijk belastinggebied betrokken, inclusief alternatieven voor OZB. Vervangen macronorm OZB door benchmark lokale lasten Vanaf 2020 is de macronorm OZB vervangen door de jaarlijkse benchmark, waarin naast de ozb ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. De benchmark beoogt door middel van meer vergelijking, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. Hierna is deze benchmark voor 2022 opgenomen uit de Coelo atlas 2022. De landelijke evaluatie van de benchmark staat gepland voor 2025. Ook zal gekeken worden naar de relatie tussen de afschaffing van de macronorm en de ontwikkeling van de lokale woonlasten.
Ondernemersfonds Onroerendezaakbelastingen (OZB) De OZB zijn na de uitkering uit het Gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron en bestaan uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als nietwoningen en een gebruikersbelasting voor de niet woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. Daarnaast is een gedeelte, namelijk € 157.000 in 2023, bestemd voor het Ondernemersfonds. Dit bedrag komt tot stand door een extra verhoging van de OZB-belasting op niet-woningen voor eigenaren en gebruikers (sinds 2016). Dit betreft wel een voorlopige berekening, het definitieve bedrag wordt vastgesteld bij de vaststelling van de verordeningen in december. De gemeente keert de opbrengst als subsidie uit aan de Stichting Ondernemersfonds, die deze als 'trekkingsrecht' alloceert aan de gebieden of sectoren evenredig met wat deze opgebracht hebben. Overzicht belastingopbrengsten en belastingdruk Onderstaande tabel geeft een overzicht met de opbrengsten. De verschillen worden op de eerste plaats veroorzaakt door indexatie en groei van de gemeente. Bij de afvalstoffenheffing vindt een gedeeltelijke doorbelasting plaats van de (rijks)afvalstoffenbelasting. In het begrotingsjaar is circa 15% van de inkomsten van de gemeente afkomstig uit lokale heffingen. De lokale heffingen vormen daarom een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente.
Belastingopbrengsten (x € 1.000)
JR 2021
BG 2022
BG 2023
perc van totaal
4.554
5.786
5.429
37%
Hondenbelasting
190
195
198
1%
Precariobelasting
539
0
0
0%
5.283
5.981
5.627
39%
Afvalstoffenheffing
3.954
4.245
4.669
32%
Rioolheffing
2.349
2.408
2.593
18%
Algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen) Onroerende-zaakbelastingen
Subtotaal Gebonden heffingen
Lijkbezorgingsrechten Bouwleges Burgerzaken + overige leges
562
491
523
4%
1.673
736
755
5%
456
394
383
3%
Marktgeld
36
47
50
0%
Subtotaal
9.030
8.321
8.973
61%
TOTAAL
14.313
14.302
14.600
100%
2019
2020
2021
2022
2023
Gemiddelde WOZ-waarde
255.000
281.000
309.000
337.000
392.000
OZB-eigenaar
306,51
311,34
325,37
328,23
348,58
Afvalstoffenheffing (meerpers.)
326,16
334,56
350,64
373,68
404,16
Rioolheffing eigenaar
122,64
125,76
128,52
130,31
138,38
Rioolheffing gebruiker (meerpers.)
56,88
58,32
59,52
60,24
63,96
Ontwikkeling lastendruk
812
Belastingdruk
% stijging tov vorig jaar
830
864
892
955
2,2%
4,1%
3,3%
7,0%
Toelichting Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen het grootste deel van de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk. De gemiddelde woonlast O.Z.B. is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde (kolom 2023 is een voorlopige schatting) te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De OZB is na de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. De OZB bestaat uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen (bedrijven, enz.). De gemeenteraad bepaalt de tarieven en daarmee de door belastingplichtigen te betalen belasting. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak. Deze wordt vastgesteld op basis van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Voor 2023 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2022. De verschuldigde OZB is een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval te dekken. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval.
Rioolheffing Met ingang van 2010 hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om de kosten voor het hemel- en
grondwater en het afvalwater te verhalen via de rioolheffing. Welke kosten via de rioolheffing worden verhaald wordt in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld. Hondenbelasting De Gemeentewet regelt dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. De hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelasting, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. In onze gemeente is een relatie tussen de opbrengst en de voorzieningen die voor honden worden gerealiseerd. Vanaf 2023 wordt het tarief voor een tweede hond of meer gelijkgetrokken met de eerste hond. Hiervoor was het tarief van de tweede hond of meer hoger dan de eerste. Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven over de kabels, buizen en leidingen van nutsbedrijven die in gemeentegrond liggen. Op 1 juli 2017 is wetgeving in werking is getreden die bepaalt dat gemeenten geen precariobelasting meer kunnen heffen over netwerken van nutsbedrijven. Er is wel een overgangsregeling. Gemeenten die op 10 februari 2016 een tarief hadden voor nutsnetwerken kunnen tot 2022 precariobelasting blijven heffen. Hierbij geldt wel dat die gemeenten over de resterende jaren maximaal het tarief in rekening kunnen brengen dat gold op 10 februari 2016. Tarieven In het algemeen zijn de woonlasten voor 2023 zijn met 6,2% geïndexeerd.
Het tarief van de OZB daalt de laatste jaren om de stijging van de WOZ-waarde te compenseren. Het tarief van de afvalstoffenheffing is met ingang van 2021 iets extra verhoogd om de kosten van de rijks afvalstoffenbelasting in 3 jaar / in 3 stappen te compenseren. Voor de rioolheffing betalen eigenaren van panden een vast bedrag per jaar. Hierbij is de situatie van 1 januari bepalend. Daarnaast betalen ook gebruikers van panden rioolheffing. De OZB percentages voor 2023 kunnen pas definitief worden berekend wanneer de stijging of daling van de WOZ-waarden bekend zijn, deze zijn op dit moment onvoldoende bekend. In de tabel is een voorlopig tarief opgenomen. De verwachte stijging van de waarde van de woningen, leidt tot aanpassing van het tarief. Hierdoor geeft een stijging van de waarde, geen stijging van de belastingen. Met de jaarlijkse voorstellen tot wijziging van de belastingverordeningen, worden de nieuwe tarieven voorgelegd. Op dat moment zijn de stijgingen van de WOZ-waarden bekend en kan het nieuwe tarief berekend worden.
O.Z.B.
2020
2021
2022
2023
Eigenaar woning
0,1108
0,1088
0,0974
n.n.b.
Eigenaar niet-woning
0,2579
0,2593
0,2808
n.n.b.
Gebruiker niet-woning
0,2039
0,2093
0,2288
n.n.b.
Afval
2020
2021
2022
2023
Meerpersoons
334,56
350,64
373,68
404,16
Eenpersoons
235,44
246,72
265,20
288,96
2,6%
4,8%
7,0%
8,5%
Stijging
Riool
2020
2021
2022
2023
Eigendom
125,76
128,52
130,31
138,38
Gebruik meerpersoons
58,32
59,52
60,24
63,96
Gebruik eenpersoons
29,16
29,76
30,12
31,92
Stijging
2,5%
2,1%
1,3%
6,2%
Honden
2020
2021
2022
2023
Tarief 1ste hond
122,64
125,28
126,96
134,76
Tarief 2e e.v. hond
201,24
205,56
208,44
134,76
Tarief kennel
730,80
746,88
757,32
804,24
Vergelijking andere gemeenten Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen. Deze gegevens zijn gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2022 van COELO op www.coelo.nl en geven de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden weer op basis van de gemiddelde WOZ-waarde van een koopwoning.
Gemeente
Gemiddelde tarief WOZwaarde
OZB
OZB eigenaar
Rioolheffing Afvalstoffen Totaal eig/gebr
heffing
Rangnr. meerp.huish.
Dordrecht
308.000 0,0974
300
205
313
818
60
Sliedrecht
311.000 0,0751
234
277
316
827
69
Alblasserdam
326.000 0,1084
353
159
358
870
123
Hardinxveld-G'dam
332.000 0,1101
365
217
319
901
158
Hendrik-Ido-Ambacht
375.000 0,0974
365
191
374
930
200
Zwijndrecht
315.000 0,0957
301
306
373
980
256
Papendrecht
324.000 0,1257
407
161
420
988
264
Landelijk gemiddelde
409.000 0,0978
380
207
317
904
De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten.
Kwijtschelding Als een belastingplichtige als door financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen deze inkomensgrens verruimen naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats. Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst om op deze manier de administratieve lasten voor de burger te verminderen en de afhandeltermijn te verkorten. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. De bedragen aan kwijtschelding zijn: (x € 1.000)
JR 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Rioolheffing
20
23
24
Afvalstoffenheffing
132
139
148
Totaal
152
162
172
Kostendekking kostendekkendheid Kosten taakveld incl kwijtschelding mutatie reserve
riool
afval
begraven
markt
bouwleges
burgerzk
overig
1.825.072
4.342.072
626.167
88.853
841.183
985.224
148.069
420.967
-
-158.025
-
-
-
-
Inkomsten excl. heffingen
-114.086
-191.399
-165.126
-6.811
-
-
-
Netto kosten taakveld
2.131.953
4.150.673
303.016
82.042
841.183
985.224
148.069
261.146
196.158
219.976
12.760
869.099
140.139
173.820
Overige toe te rekenen kosten: Overhead b.t.w.
199.900
814.966
-
17.229
29.462
2.920
-
Totale kosten (a)
2.593.000
5.161.797
522.992
112.030
1.739.744
1.128.283
321.889
Opbrengst heffingen (b)
2.593.000
4.669.000
522.992
50.435
754.904
303.943
78.606
-
492.797
-
61.595
984.840
824.340
243.283
100%
90%
100%
45%
43%
27%
24%
Onbenut Dekking (b/a*100)