CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

bladzijde 52

raadsvergadering openbaar 7 november 2022, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Programmabegroting 2023-20261.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Paragraaf 3. Lokale heffingen Inleiding Lokale heffingen kunnen we onderverdelen in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding is gekoppeld aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelastingen (OZB) en hondenbelasting. Deze heffingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen. Deze paragraaf bevat conform artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV): a. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; b. de geraamde inkomsten; c. een duiding van de lokale lastendruk en tarieven; d. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen plus kostendekkendheid; e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Ontwikkelingen en rijksbeleid Herziening gemeentelijk belastinggebied In het Coalitieakkoord 2021 – 2025 “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst” is opgenomen dat partijen een nieuwe financieringssystematiek voor medeoverheden voor de periode na 2025 willen uitwerken. Een en ander om een stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten. Daarbij wordt ook de mogelijkheid voor een groter gemeentelijk belastinggebied betrokken, inclusief alternatieven voor OZB. Vervangen macronorm OZB door benchmark lokale lasten Vanaf 2020 is de macronorm OZB vervangen door de jaarlijkse benchmark, waarin naast de ozb ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. De benchmark beoogt door middel van meer vergelijking, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. Hierna is deze benchmark voor 2022 opgenomen uit de Coelo atlas 2022. De landelijke evaluatie van de benchmark staat gepland voor 2025. Ook zal gekeken worden naar de relatie tussen de afschaffing van de macronorm en de ontwikkeling van de lokale woonlasten.

Ondernemersfonds Onroerendezaakbelastingen (OZB) De OZB zijn na de uitkering uit het Gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron en bestaan uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als nietwoningen en een gebruikersbelasting voor de niet woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. Daarnaast is een gedeelte, namelijk € 157.000 in 2023, bestemd voor het Ondernemersfonds. Dit bedrag komt tot stand door een extra verhoging van de OZB-belasting op niet-woningen voor eigenaren en gebruikers (sinds 2016). Dit betreft wel een voorlopige berekening, het definitieve bedrag wordt vastgesteld bij de vaststelling van de verordeningen in december. De gemeente keert de opbrengst als subsidie uit aan de Stichting Ondernemersfonds, die deze als 'trekkingsrecht' alloceert aan de gebieden of sectoren evenredig met wat deze opgebracht hebben. Overzicht belastingopbrengsten en belastingdruk Onderstaande tabel geeft een overzicht met de opbrengsten. De verschillen worden op de eerste plaats veroorzaakt door indexatie en groei van de gemeente. Bij de afvalstoffenheffing vindt een gedeeltelijke doorbelasting plaats van de (rijks)afvalstoffenbelasting. In het begrotingsjaar is circa 15% van de inkomsten van de gemeente afkomstig uit lokale heffingen. De lokale heffingen vormen daarom een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente.

Belastingopbrengsten (x € 1.000)

JR 2021

BG 2022

BG 2023

perc van totaal

4.554

5.786

5.429

37%

Hondenbelasting

190

195

198

1%

Precariobelasting

539

0

0

0%

5.283

5.981

5.627

39%

Afvalstoffenheffing

3.954

4.245

4.669

32%

Rioolheffing

2.349

2.408

2.593

18%

Algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen) Onroerende-zaakbelastingen

Subtotaal Gebonden heffingen

Lijkbezorgingsrechten Bouwleges Burgerzaken + overige leges

562

491

523

4%

1.673

736

755

5%

456

394

383

3%

Marktgeld

36

47

50

0%

Subtotaal

9.030

8.321

8.973

61%

TOTAAL

14.313

14.302

14.600

100%

2019

2020

2021

2022

2023

Gemiddelde WOZ-waarde

255.000

281.000

309.000

337.000

392.000

OZB-eigenaar

306,51

311,34

325,37

328,23

348,58

Afvalstoffenheffing (meerpers.)

326,16

334,56

350,64

373,68

404,16

Rioolheffing eigenaar

122,64

125,76

128,52

130,31

138,38

Rioolheffing gebruiker (meerpers.)

56,88

58,32

59,52

60,24

63,96

Ontwikkeling lastendruk

812

Belastingdruk

% stijging tov vorig jaar

830

864

892

955

2,2%

4,1%

3,3%

7,0%

Toelichting Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen het grootste deel van de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk. De gemiddelde woonlast O.Z.B. is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde (kolom 2023 is een voorlopige schatting) te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De OZB is na de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. De OZB bestaat uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen (bedrijven, enz.). De gemeenteraad bepaalt de tarieven en daarmee de door belastingplichtigen te betalen belasting. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak. Deze wordt vastgesteld op basis van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Voor 2023 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2022. De verschuldigde OZB is een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval te dekken. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval.

Rioolheffing Met ingang van 2010 hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om de kosten voor het hemel- en

grondwater en het afvalwater te verhalen via de rioolheffing. Welke kosten via de rioolheffing worden verhaald wordt in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld. Hondenbelasting De Gemeentewet regelt dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. De hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelasting, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. In onze gemeente is een relatie tussen de opbrengst en de voorzieningen die voor honden worden gerealiseerd. Vanaf 2023 wordt het tarief voor een tweede hond of meer gelijkgetrokken met de eerste hond. Hiervoor was het tarief van de tweede hond of meer hoger dan de eerste. Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven over de kabels, buizen en leidingen van nutsbedrijven die in gemeentegrond liggen. Op 1 juli 2017 is wetgeving in werking is getreden die bepaalt dat gemeenten geen precariobelasting meer kunnen heffen over netwerken van nutsbedrijven. Er is wel een overgangsregeling. Gemeenten die op 10 februari 2016 een tarief hadden voor nutsnetwerken kunnen tot 2022 precariobelasting blijven heffen. Hierbij geldt wel dat die gemeenten over de resterende jaren maximaal het tarief in rekening kunnen brengen dat gold op 10 februari 2016. Tarieven In het algemeen zijn de woonlasten voor 2023 zijn met 6,2% geïndexeerd.

Het tarief van de OZB daalt de laatste jaren om de stijging van de WOZ-waarde te compenseren. Het tarief van de afvalstoffenheffing is met ingang van 2021 iets extra verhoogd om de kosten van de rijks afvalstoffenbelasting in 3 jaar / in 3 stappen te compenseren. Voor de rioolheffing betalen eigenaren van panden een vast bedrag per jaar. Hierbij is de situatie van 1 januari bepalend. Daarnaast betalen ook gebruikers van panden rioolheffing. De OZB percentages voor 2023 kunnen pas definitief worden berekend wanneer de stijging of daling van de WOZ-waarden bekend zijn, deze zijn op dit moment onvoldoende bekend. In de tabel is een voorlopig tarief opgenomen. De verwachte stijging van de waarde van de woningen, leidt tot aanpassing van het tarief. Hierdoor geeft een stijging van de waarde, geen stijging van de belastingen. Met de jaarlijkse voorstellen tot wijziging van de belastingverordeningen, worden de nieuwe tarieven voorgelegd. Op dat moment zijn de stijgingen van de WOZ-waarden bekend en kan het nieuwe tarief berekend worden.

O.Z.B.

2020

2021

2022

2023

Eigenaar woning

0,1108

0,1088

0,0974

n.n.b.

Eigenaar niet-woning

0,2579

0,2593

0,2808

n.n.b.

Gebruiker niet-woning

0,2039

0,2093

0,2288

n.n.b.

Afval

2020

2021

2022

2023

Meerpersoons

334,56

350,64

373,68

404,16

Eenpersoons

235,44

246,72

265,20

288,96

2,6%

4,8%

7,0%

8,5%

Stijging

Riool

2020

2021

2022

2023

Eigendom

125,76

128,52

130,31

138,38

Gebruik meerpersoons

58,32

59,52

60,24

63,96

Gebruik eenpersoons

29,16

29,76

30,12

31,92

Stijging

2,5%

2,1%

1,3%

6,2%

Honden

2020

2021

2022

2023

Tarief 1ste hond

122,64

125,28

126,96

134,76

Tarief 2e e.v. hond

201,24

205,56

208,44

134,76

Tarief kennel

730,80

746,88

757,32

804,24

Vergelijking andere gemeenten Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen. Deze gegevens zijn gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2022 van COELO op www.coelo.nl en geven de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden weer op basis van de gemiddelde WOZ-waarde van een koopwoning.

Gemeente

Gemiddelde tarief WOZwaarde

OZB

OZB eigenaar

Rioolheffing Afvalstoffen Totaal eig/gebr

heffing

Rangnr. meerp.huish.

Dordrecht

308.000 0,0974

300

205

313

818

60

Sliedrecht

311.000 0,0751

234

277

316

827

69

Alblasserdam

326.000 0,1084

353

159

358

870

123

Hardinxveld-G'dam

332.000 0,1101

365

217

319

901

158

Hendrik-Ido-Ambacht

375.000 0,0974

365

191

374

930

200

Zwijndrecht

315.000 0,0957

301

306

373

980

256

Papendrecht

324.000 0,1257

407

161

420

988

264

Landelijk gemiddelde

409.000 0,0978

380

207

317

904

De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten.

Kwijtschelding Als een belastingplichtige als door financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen deze inkomensgrens verruimen naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats. Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst om op deze manier de administratieve lasten voor de burger te verminderen en de afhandeltermijn te verkorten. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. De bedragen aan kwijtschelding zijn: (x € 1.000)

JR 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Rioolheffing

20

23

24

Afvalstoffenheffing

132

139

148

Totaal

152

162

172

Kostendekking kostendekkendheid Kosten taakveld incl kwijtschelding mutatie reserve

riool

afval

begraven

markt

bouwleges

burgerzk

overig

1.825.072

4.342.072

626.167

88.853

841.183

985.224

148.069

420.967

-

-158.025

-

-

-

-

Inkomsten excl. heffingen

-114.086

-191.399

-165.126

-6.811

-

-

-

Netto kosten taakveld

2.131.953

4.150.673

303.016

82.042

841.183

985.224

148.069

261.146

196.158

219.976

12.760

869.099

140.139

173.820

Overige toe te rekenen kosten: Overhead b.t.w.

199.900

814.966

-

17.229

29.462

2.920

-

Totale kosten (a)

2.593.000

5.161.797

522.992

112.030

1.739.744

1.128.283

321.889

Opbrengst heffingen (b)

2.593.000

4.669.000

522.992

50.435

754.904

303.943

78.606

-

492.797

-

61.595

984.840

824.340

243.283

100%

90%

100%

45%

43%

27%

24%

Onbenut Dekking (b/a*100)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11931779/1