CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijllage 8 bij raadsvoorstel 9.3 bijlage bij toelichting 5 - nader ecologisch onderzoek Margrietstraat e.o., Hendrik-Ido-Ambacht

commissie RZ-de Volgerlanden openbaar 20 september 2022, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Bestemmingsplan Margrietstraat e.o.6.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw In het kader van de Wet natuurbescherming Plangebied: Marijkestraat e.o., Hendrik-Ido-Ambacht Opsteller(s): M.J.A. van der Neut

Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw In het kader van de Wet natuurbescherming

Ondertitel Opsteller(s)

Plangebied: Marijkestraat e.o., Hendrik-IdoAmbacht M.J.A. van der Neut

Datum

03-09-2021

Versienummer

01

Rapportkenmerk

ER20210731v01

Aantal pagina's

40

Opdrachtgever

Rhiant

Contactpersoon

K. Herwerijer

Kwaliteitscontroleur

K.J. van Veen

Wijze van citeren

Neut, M.J.A. van der. 2020. Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw. In het kader van de Wet natuurbescherming Plangebied: Marijkestraat e.o., Hendrik-Ido-Ambacht. Kenmerk ER20210731v01. Ecoresult B.V., Dordrecht.

Ecoresult B.V. Van Ravesteyn-erf 156 3315 DK Dordrecht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl

© copyright Ecoresult B.V. 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

INHOUDSOPGAVE

1 Inleiding........................................................................................................................................ 5 1.1 Aanleiding............................................................................................................................... 5 1.2 Onderzoeksvragen.................................................................................................................5 1.3 Leeswijzer............................................................................................................................... 5 2 Beschrijving plangebied...............................................................................................................7 2.1 Algemeen............................................................................................................................... 7 2.2 Beschrijving............................................................................................................................ 7 2.3 Geplande ingrepen.................................................................................................................

8 2.3.1 Omschrijving werkzaamheden..........................................................................................8 2.3.2 Werkplanning, werktijden en realisatieperiode..................................................................8 2.3.3 Methode uitvoering: materieel en werkwijze.....................................................................9 2.3.4 (ontwerp-)tekening............................................................................................................ 9 3 Onderzoek beschermde soorten...............................................................................................11 3.1 Werkwijze.............................................................................................................................. 11 3.2 Navolgbaarheid onderzoek..................................................................................................13 3.2.1 Algemeen....................................................................................................................... 13 3.2.2 Huismus.......................................................................................................................... 13 3.2.3 Gierzwaluw.....................................................................................................................

14 3.2.4 Vleermuizen.................................................................................................................... 14 4 Resultaten nader onderzoek......................................................................................................15 4.1 Vleermuizen.......................................................................................................................... 15 4.1.1 Gewone dwergvleermuis................................................................................................16 4.1.2 Laatvlieger...................................................................................................................... 17 4.2 Ruige dwergvleermuis.......................................................................................................... 18 4.3 Huismus................................................................................................................................ 20 4.4 Gierzwaluw........................................................................................................................... 21 4.5 Conclusie onderzoeksresultaten...........................................................................................23 5 Effectbeoordeling.......................................................................................................................

25 5.1 Gewone dwergvleermuis......................................................................................................25 5.2 Ruige dwergvleermuis.......................................................................................................... 25 5.3 Laatvlieger............................................................................................................................ 25 5.4 Huismus................................................................................................................................ 26 5.5 Gierzwaluw........................................................................................................................... 26 5.6 Voorwaarden voor ontheffing................................................................................................27 6 Maatregelen............................................................................................................................... 29 6.1 Zomerverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis...................................................................29 6.1.1 Huismus.......................................................................................................................... 30 6.1.2 Gierzwaluw.....................................................................................................................

32 7 Conclusies en aanbevelingen....................................................................................................35 7.1 Conclusies............................................................................................................................ 35 7.2 Aanbevelingen...................................................................................................................... 36 8 Geraadpleegde bronnen............................................................................................................ 37 8.1 Literatuur.............................................................................................................................. 37 8.2 Internet................................................................................................................................. 37 Bijlage 1 Voorwaarden ontheffing..................................................................................................39

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

In opdracht van Rhiant heeft Ecoresult B.V. een nader onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw uitgevoerd in het plangebied: Marijkestraat e.o., Hendrik-Ido-Ambacht. De aanleiding van dit verzoek is de voorgenomen herontwikkeling van 83 woningen binnen het plangebied (zie verder paragraaf 2.3). Uit een verkennend veldonderzoek uitgevoerd door Ecoresult B. V. in 20201 is gebleken dat in de woningen potenties aanwezig zijn voor voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw en vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger). Zodoende was nader onderzoek naar deze soortgroepen noodzakelijk om te vast te stellen of deze soorten inderdaad aanwezig zijn en zo ja, hoe in het kader van de Wet natuurbescherming gehandeld dient te worden. In voorliggende rapportage worden de onderzoeksresultaten beschreven. De resultaten van voorliggende rapportage zijn drie jaar geldig. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient het onderzoek te worden geactualiseerd.

1.2

Onderzoeksvragen

In het onderzoek worden 5 onderzoeksvragen beantwoord: 1. Zijn huismus, gierzwaluw en/of vleermuizen aanwezig? 2. Welke functie(s) heeft het object of het gebied voor huismus, gierzwaluw en/of vleermuizen? 3. Blijft de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen, vaste rust- of verblijfplaatsen en/of het essentiële functionele leefgebied behouden? 4. Is ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk? 5. Welke eigenschappen van het object of gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden?

1.3

Leeswijzer

In deze rapportage worden allereerst het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna volgt een beschrijving van de werkwijze van het onderzoek, de 1

Fokker, 2020

5

resultaten van het onderzoek en een effectbepaling van de geplande werkzaamheden. Aansluitend wordt beschreven welke maatregelen genomen dienen te worden negatieve effecten te voorkomen of te verminderen. Er wordt afgesloten met de conclusies en aanbevelingen.

6

2

Beschrijving plangebied

2.1

Algemeen

Het plangebied is gelegen in de wijk Centrum in Hendrik-Ido-Ambacht, gemeente HendrikIdo Ambacht, liggende in de provincie Zuid-Holland (zie ook Afbeelding 1). Het plangebied betreft meerdere rijen aaneengeschakelde woningen. Het plangebied is omgeven door bebouwing, waaronder een leegstaand pand aan de noordkant van het plangebied (wordt ook binnenkort ontwikkeld) en winkelcentrum De Schoof aan de oostkant.

Afbeelding 1. De ligging van het plangebied (rood omlijnd). Voor de regionale ligging, zie kaartinzet rechtsboven. Bron: PDOK

2.2

Beschrijving •

•

2

Het plangebied betreft 83 eensgezinswoningen in een aaneengesloten gebied aan de Marijkestraat (1-8), Margrietstraat (1-43, 2-36, 40-62) en Willem de Zwijgerstraat (1-45) (bouwjaar 1953, 1954, 1955 en 1957)2. De bouwstijl van de verschillende rijen aaneengeschakelde woningen is vrijwel gelijk, met een dakpannen zadeldak. De woningen hebben twee etages en zijn https://bagviewer.kadaster.nl

7

•

•

• •

• • • • •

2.3 2.3.1

opgebouwd met bakstenen muren. De woningen hebben uitpandige regenpijpen. Op de daken zijn stenen schoorstenen aanwezig. Dakgoten zijn aanwezig, waarbij achter de dakgoot een plank is bevestigd. Aan de kopse kanten is een opening boven deze plank bij enkele rijen woningen. Aan de kopse kanten is bij enkele rijen een houten dakoverstek van tientallen centimeters aanwezig. Bij sommige woningen is het dakoverstek van trespabeplating, wat ook is verwerkt in de dakrand. Bij twee rijen aan de Margrietstraat is geen dakoverstek aanwezig. Bij enkele rijen woningen is op de hoeken een grotere woning aanwezig. Deze is iets lager dan de naastgelegen woningen. In het gebouwoppervlak zijn openingen aanwezig: open stootvoegen, onder de pannen op de kopse gevels (zowel met als zonder dakoverstek), achter het dakoverstek, onder de dakpannen (ook al is op diverse plaatsen de toegang tot het dakvlak afgesloten) en achter de dakgoot. Alle woningen zijn (voor zover vast kunnen stellen) bewoond. Achter de woningen zijn tuinen aanwezig, waarin ook veel begroeiing aanwezig is. Dit betreffen o.a. ook heggen (liguster, coniferen) en hogere bomen (coniferen). Open water (watergangen, poelen etc.) en vochtige tot natte terreinen (natuurvriendelijke oevers etc.) zijn afwezig binnen het plangebied. Gazons met solitaire bomen en plantsoenen zijn in de directe omgeving aanwezig.

Verlichting is aanwezig in de vorm van straatverlichting (in de directe omgeving).

Geplande ingrepen Omschrijving werkzaamheden

Het project betreft de herontwikkeling van 83 eengezinswoningen in de wijk Centrum, welke gesloopt zullen worden. In voorliggende rapportage wordt ervan uitgegaan dat de bomen zullen worden verwijderd uit het plangebied en het overige groen wordt verwijderd. Het nieuwbouwplan bestaat uit ca. 120 woningen in een mix van eensgezinswoningen en appartementen. Het huidige stratenpatroon blijft intact, behoudens een verbindingsstraat tussen de Willem van de Zwijgerstraat en de Margrietstraat. Een concept-verkaveling van het nieuwe plan is weergegeven in afbeelding 2.

2.3.2

Werkplanning, werktijden en realisatieperiode

Het plan wordt in twee fasen uitgevoerd. De start van de sloop/nieuwbouw van fase 1 is gepland omstreeks aug. 2022 en van fase 2 omstreeks januari 2023. Een doorlooptijd van de werkzaamheden is nog niet bekend. De precieze planning is deels afhankelijk van de conclusies uit voorliggende rapportage.

8

2.3.3

Methode uitvoering: materieel en werkwijze

De exacte invulling is nog niet bekend.

2.3.4

(ontwerp-)tekening

Afbeelding 2. De concept-verkaveling van de indeling van het plangebied Marijkestraat. Bron: Rhiant.

9

3

Onderzoek beschermde soorten

3.1

Werkwijze

De volgende soorten/soortgroepen zijn onderzocht: Huismus: Onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van huismus binnen het plangebied conform de condities en methodiek van het Kennisdocument Huismus. Gierzwaluw:

Het onderzoek naar aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen

van gierzwaluw is uitgevoerd conform de condities en methodiek van het Kennisdocument Gierzwaluw. Vleermuizen:

Onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen

(zomer-, kraam- en paar- en massawinterverblijfplaatsen) van vleermuizen (gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis) binnen het plangebied conform de condities en methodiek van het meest actuele vleermuisprotocol (Vleermuisprotocol 2021). In Tabel 1, Tabel 2 en Tabel 3 wordt een overzicht gegeven van de onderzoeksmomenten, weersomstandigheden en betrokken ecologisch deskundigen tijdens de uitgevoerde veldonderzoeken. Alle betrokken deskundigen hebben aantoonbare ervaring op het gebied van inventariseren van huismus, gierzwaluw en vleermuizen. De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder goede weersomstandigheden, conform de Kennisdocumenten3 Huismus en Gierzwaluw, en het Vleermuisprotocol 2021.

3

https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingenwet-natuurbescherming/

11

Neerslag (mm)

Windkracht (Bft)

29-04-2021

Type onderzoek

Temperatuur (°C)

2

09-04-2021

Soort

Veldbezoek 1

Datum

Huismus

Voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied 08u00 – 10u15 Zon op: 06u59

C. Fokker

6

0

2ZW

Huismus

Voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied 07u45 – 09u45 Zon op: 06u17

C. Fokker

8

0

2NW

Moment

Zonop/zononder Onderzoeker

zonop/zononder Onderzoeker

Windkracht (Bft)

Moment

Neerslag (mm)

Type onderzoek

Temperatuur (°C)

Datum

Soort

Veldbezoek

Tabel 1: Onderzoeksmomenten huismusonderzoek en weergegevens met eigen waarnemingen in het veld.

14

0

2W

1

18-05-2021

Gierzwaluw

Voortplantingsplaatsen, vaste rusten verblijfplaatsen 20u00 – 22u00

Onder: 21u31

M. Bouwmeester, C. Fokker, E. Bakker, M. van der Neut, T. Koppenol

2

31-05-2021

Gierzwaluw

Voortplantingsplaatsen, vaste rusten verblijfplaatsen 20u38 – 22u38

Onder: 21u48

R. van Vugt

21

0

2NO

3

02-06-2021

Gierzwaluw

Voortplantingsplaatsen, vaste rusten verblijfplaatsen 21u20 – 23:20

Onder: 21u50

R. van Vugt

26

0

1NW

4

04-06-2021

Gierzwaluw

Voortplantingsplaatsen, vaste rusten verblijfplaatsen 20:37 – 22:38

Onder: 21u52

R. van Vugt

20

0

1NW

5

08-06-2021

Gierzwaluw

Voortplantingsplaatsen, vaste rusten verblijfplaatsen 21u10 – 23u10

Onder: 21u56

R. van Vugt

22

0

2NO

Gierzwaluw

Voortplantingsplaatsen, vaste rusten verblijfplaatsen 20u45 – 22u45

Onder: 22u03

M. van der Neut, L. Boon, C. Fokker, E. Bakker, T. Koppenol

14

0

2NO

6

21-06-2021

Tabel 2: Onderzoeksmomenten gierzwaluwonderzoek en weergegevens met eigen waarnemingen in het veld. Veldbezoek 2 t/m 5 hebben betrekking op de tweede onderzoeksronde waarbij telkens een gedeelte van het plangebied door 1 persoon (R. van Vugt) is onderzocht.

12

Vleermuizen – Gewone dwergvleermuis, laatvlieger en Ruige 18-05-21 dwergvleermuis Vleermuizen – Gewone dwergvleermuis, laatvlieger en Ruige 08-06-21 dwergvleermuis Vleermuizen – Gewone dwergvleermuis, laatvlieger en Ruige 21-06-21 dwergvleermuis

Paarverblijfplaatsen, Winterverblijfplaatsen , functioneel Onder: leefgebied 20u28

G. Tanis, F. van der Lans, 23:45 – 01:45 B. Verhoeven

Paarverblijfplaatsen, Winterverblijfplaatsen , functioneel Onder: leefgebied 19u40

22u40 – 00:40

03u25 – 05u25

F. van der Lans, B. Verhoeven M. Bouwmeester , M. van der Neut, E. Bakker, C. Fokker, R. van Vugt, L. Boon M. de Vries, E. Bakker, C. Fokker, R. ter Ellen, S. van Baren

22u00 – 00u00

L. Boon, M. van der Neut, C. Fokker, E. Bakker, T. Koppenol, R. van Vught

Zomer-, kraamverblijfplaatsen, 22u00 – functioneel leefgebied Onder: 21:31 00u00 Zomer-, kraamverblijfplaatsen, functioneel leefgebied Op: 05u23

Zomer-, kraamverblijfplaatsen, Onder: functioneel leefgebied 22u04

Windkracht (Bft)

Neerslag (mm)

Temperatuur (ºC)

Onderzoekers

Moment

Zon op Zon onder

Onderzoek

Type onderzoek

Datum

Vleermuizen – Gewone dwergvleermuis, laatvlieger en Ruige 31-08-20 dwergvleermuis Vleermuizen – Gewone dwergvleermuis, laatvlieger en Ruige 21-09-20 dwergvleermuis

16

0 1NO

16

0 1NO

14

0

2W

13

0

1N

13

0 3NO

Tabel 3. Onderzoeksmomenten vleermuisonderzoek en weergegevens met eigen waarnemingen in het veld.

3.2 3.2.1

Navolgbaarheid onderzoek Algemeen

Het onderzoek is uitgevoerd volgens de voor die soort(groep) geldende standaarden. De onderzoeksperiode voor al de betreffende soorten is optimaal. De inventarisatie blijft echter een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is hieraan dan ook voldoende invulling gegeven.

3.2.2

Huismus

Gedurende het huismusonderzoek is een gebied onderzocht dat groter was dan het plangebied. Voor het onderzoek is de aandacht hoofdzakelijk uit gegaan naar het plangebied. De totale populatie huismussen rondom het plangebied is derhalve niet volledig onderzocht. 13

3.2.3

Gierzwaluw

Gedurende het gierzwaluwonderzoek is een gebied onderzocht dat groter was dan het plangebied. Hierbij zijn tevens woonblokken buiten het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van gierzwaluw. Aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen in deze woonblokken zijn meegenomen in het onderzoek. Voor het onderzoek is de aandacht hoofdzakelijk uit gegaan naar het plangebied. De totale populatie gierzwaluwen rondom het plangebied is derhalve niet volledig onderzocht. Door ervaring met gierzwaluwonderzoek in de afgelopen jaren door heel Nederland is duidelijk geworden dat de gierzwaluwen in veel gevallen nog invliegen na zonsondergang. De meeste activiteit is in de schemer/voor zonsondergang. Door het onderzoek naar gierzwaluw af te breken op zonsondergang (conform het Kennisdocument Gierzwaluw) kunnen derhalve vaste rust- en verblijfplaatsen worden gemist. Omwille van de onderzoeksresultaten is er bewust gekozen om de onderzoekstijden voor gierzwaluwonderzoek te verleggen van 1,5 uur voor zonsondergang tot een half uur na zonsondergang.

3.2.4

Vleermuizen

Het is aannemelijk dat te allen tijde 75% van het plangebied te goed te overzien was. Het plangebied had een overzichtelijke indeling met lange kijklijnen. Ook liepen de ervaren onderzoekers contant rond waardoor zij konden inspelen op de actuele situatie. Vanaf de belangrijke observatie knooppunten konden zowel de lange delen van de complexen als de kopgevels goed worden overzien. Voor het onderzoek naar paarverblijfplaatsen waren twee onderzoekers voldoende. Het baltsgedrag wordt namelijk veelal vertoond voor langere perioden op een avond. Door constant door het plangebied heen en weer te lopen kan in een kort tijdsbestek het aantal en de locatie van de paarterritoria worden gelokaliseerd. Gedurende de ronden in de periode mei- juli lag met name de focus van het onderzoek met name op het plangebied. Gedurende de najaarsronden is een groter gebied rondom het plangebied onderzocht op aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen.

14

4

Resultaten nader onderzoek

4.1

Vleermuizen

Gedurende de veldonderzoeken zijn in totaal drie vleermuissoorten waargenomen (zie 5): • Gewone dwergvleermuis, • Ruige dwergvleermuis, • Laatvlieger.

Afbeelding 3. Waarnemingen verschillende vleermuissoorten in en rond plangebied. Kaartbron: Openstreetmaps

15

4.1.1

Gewone dwergvleermuis

Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (3) zijn 94 waarnemingen van gewone dwergvleermuizen verricht (zie 9): 59 in het voorjaar en 35 in het najaar.

Afbeelding 4. Waarnemingen van gewone dwergvleermuis en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmaps.

Vaste rust- en verblijfplaatsen •

•

16

Binnen het plangebied zijn vijf zomerverblijfplaatsen aanwezig (zie Tabel 4). Vier daarvan bevinden zich in de woningen langs de Margrietstraat. Één bevindt zich in een tijdelijke kraamkast op de kopgevel van Margrietstraat 43. Buiten het plangebied zijn een aantal baltsende dieren waargenomen. Dit betreft vliegende dieren waarbij de precieze locatie van de paarverblijfplaats onbekend is. In 9 zijn de locaties te zien waar het dier baltsend/ roepend is waargenomen. Het betreft locaties aan de Graaf Willemlaan en aan de Waelenslaan ten zuidwesten van het plangebied.

Type verblijfplaats

Individuen Datum

Locatie/ Gevel

Locatie / Opmerkingen Ter hoogte van bovenste kantpan

Zomerverblijfplaats

1

21-06-21 Voorzijde Margrietstraat 8

Zomerverblijfplaats

2

Zomerverblijfplaats

1

Zomerverblijfplaats

6

18-05-21 Achterzijde Margrietstraat 36 Onder laagste kantpan Achter grote kraamkast van 08-06-21 Kopgevel Margrietstraat 43 Ecoresult B.V. Onder eerste dakpan rechts 08-06-21 Kopgevel Margrietstraat 20 van schoorsteen

Zomerverblijfplaats

1

21-06-21 Kopgevel Margrietstraat 17

Onder kantpannen kopgevel

Tabel 4. De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis binnen het plangebied.

Functioneel leefgebied •

Het plangebied wordt slechts marginaal als vliegroute gebruikt. De dieren maken gebruik van allerlei structuren rondom het plangebied. Ze maken diffuus van het gebied gebruik als vliegroute zonder duidelijke structuren te volgen. Het plangebied

•

maakt derhalve geen essentieel deel uit van vliegroutes. Het plangebied wordt slechts marginaal als foerageergebied gebruikt. De dieren maken gebruik van allerlei structuren rondom het plangebied. Ze maken diffuus van het gebied gebruik als vliegroute zonder duidelijke structuren te volgen. Het plangebied maakt derhalve geen essentieel deel uit van essentieel foerageergebied.

4.1.2

Laatvlieger

Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (3) zijn drie waarnemingen van laatvlieger verricht (zie 5): allen in het voorjaar.

17

Afbeelding 5. Waarnemingen van laatvlieger en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmaps

Vaste rust- en verblijfplaatsen •

In het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van laatvlieger

•

aangetroffen. Buiten het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van laatvlieger aangetroffen.

Functioneel leefgebied •

Tijdens het onderzoek zijn binnen en direct grenzend aan het plangebied drie waarnemingen van laatvlieger verricht. Dit betreft 2 maal een diffuus overvliegend dier en eenmaal een kort foeragerend dier langs de bomen aan de Willem de Zwijgerstraat. Dit betreft dieren zonder binding met het plangebied. Foerageergebied of (essentiële) vliegroutes zijn afwezig.

4.2

Ruige dwergvleermuis

Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (3) zijn vijf waarnemingen van ruige dwergvleermuis verricht (zie 6): allen in het najaar. 18

Afbeelding 6. Waarnemingen van ruige dwergvleermuis en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmaps

Vaste rust- en verblijfplaatsen • •

In het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis aangetroffen. Buiten het plangebied is één paarverblijfplaats van ruige dwergvleermuis aangetroffen, welke zich bevindt rond de voormalige Willem de Zwijgerschool ten zuiden van het plangebied. Deze paarverblijfplaats valt buiten 6.

Functioneel leefgebied •

Tijdens het onderzoek zijn binnen en direct grenzend aan het plangebied vier waarnemingen van overvliegende en foeragerende ruige dwergvleermuizen verricht. Dit betreft twee diffuus overvliegende dieren en tweemaal een kort foeragerend dier langs de Julianasingel. Dit betreft dieren zonder binding met het plangebied. Foerageergebied of (essentiële) vliegroutes zijn afwezig.

19

4.3

Huismus

Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het huismusonderzoek (1) werden 23 waarnemingen van huismus verricht (zie 7).

Afbeelding 7. Waarnemingen huismus en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmaps

Vaste rust- en verblijfplaatsen • •

Binnen het plangebied zijn 18 vaste rust- en verblijfplaatsen (bezette nesten) van huismus aanwezig. Deze bevinden zich op de volgende locaties, zie 5. Buiten het plangebied zijn 5 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus waargenomen. Deze bevinden zich op de volgende locaties, zie 5.

Functioneel leefgebied •

20

Binnen het plangebied is essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied en kwetterplaatsen) van huismus aanwezig, zie 7. De dichtbegroeide voor- en achtertuinen zijn hoofdzakelijk essentieel voor de binnen het plangebied aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus.

Datum

Gevel

Verdieping

Straatnaam

Huisnum Locatie

09-04-21 29-04-21 29-04-21 09-04-21 29-04-21 29-04-21 29-04-21 09-04-21 09-04-21 09-04-21 09-04-21 09-04-21 09-04-21 09-04-21 09-04-21 09-04-21 09-04-21

Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Voorgevel Achtergevel Achtergevel

2e 2e 2e 2e 2e 2e 2e 2e 2e 2e 2e 2e 2e 2e 2e 2e 2e

1A 3 7 7 7 9 9 9 2– 3 3 3 3– 4 4 4 4– 5 5 6

Onder dakpannen Rechtsboven kleine raam onder dakpannen Boven groot raam onder dakpannen Boven klein raam onder dakpannen Boven regenpijp onder dakpannen Boven groot raam onder dakpannen Tussen klein en groot raam onder dakpannen Boven klein raam onder dakpannen Onder dakpannen Boven groot raam onder dakpannen Rechtsboven groot raam onder dakpannen Onder dakpannen Tussen klein en groot raam onder dakpannen Boven groot raam onder dakpannen Onder dakpannen Rechtsboven klein raam onder dakpannen Rechtsboven groot raam onder dakpannen

09-04-21 09-04-21 09-04-21 09-04-21 09-04-21 09-04-21

Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel

2e 2e 2e 2e 2e 2e

Margrietstraat Margrietstraat Margrietstraat Margrietstraat Margrietstraat Margrietstraat Margrietstraat Margrietstraat Marijkestraat Marijkestraat Marijkestraat Marijkestraat Marijkestraat Marijkestraat Marijkestraat Marijkestraat Marijkestraat Willem de Zwijgerstraat Wilhelminasingel Wilhelminasingel Wilhelminasingel Wilhelminasingel Wilhelminasingel

11 8 9 9 9 10

Linksboven rechterraam onder dakpannen Onder dakpannen tussen 4e en 5e balk Onder dakpannen ter hoogte van 4e balk Onder dakpannen ter hoogte van 6e balk Onder dakpannen ter hoogte van 14e balk Onder dakpannen ter hoogte van 10e balk

Tabel 5. De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus binnen en buiten het plangebied. Met grijs aangegeven de vaste rust- en verblijfplaatsen buiten het plangebied

4.4

Gierzwaluw

Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het gierzwaluwonderzoek (2) zijn 34 waarnemingen van gierzwaluw verricht (zie 8).

21

Afbeelding 8. Waarnemingen van gierzwaluw en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmaps.

• • •

22

Binnen het plangebied zijn 13 vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw aangetroffen, zie 6. Tijdens het onderzoek zijn buiten het plangebied geen vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw aangetroffen. In het plangebied is eenmalig een groep van 17 overvliegende gierzwaluwen waargenomen. Dit betreft hoog overvliegende dieren zonder binding met het plangebied.

Datum Adres 08-06-21Margrietstraat 2 18-05-21Margrietstraat 2 31-05-21Margrietstraat 2 08-06-21Margrietstraat 2 08-06-21Margrietstraat 2 18-05-21Margrietstraat 8 18-05-21Margrietstraat 10 18-05-21Margrietstraat 10 18-05-21Margrietstraat 10 18-05-21Margrietstraat 20 18-05-21Margrietstraat 36 21-06-21Marijkestraat 2 04-06-21Marijkestraat 8

Gevel Kopgevel Kopgevel Kopgevel Kopgevel Kopgevel Kopgevel Kopgevel Kopgevel Kopgevel Kopgevel Kopgevel Voorzijde Kopgevel

Locatie 1e kantpan van onder voorzijde 3e kantpan van onder voorzijde 3e kantpan van boven achterzijde 6e kantpan van boven achterzijde 1e kantpan van onder achterzijde 1e kantpan van onder achterzijde 1e kantpan van onder achterzijde 1e kantpan van onder voorzijde 3e kantpan van onder voorzijde 1e kantpan van onder voorzijde Onder houten betimmering in de nok Onder eerste dakpan 1e kantpan van onder voorzijde

Tabel 6. De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw binnen het plangebied.

4.5

Conclusie onderzoeksresultaten

In totaal zijn binnen het plangebied aangetroffen: • Binnen het plangebied zijn vijf zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetroffen. • Binnen het plangebied zijn 18 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus aanwezig. • Binnen het plangebied zijn 13 vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw aanwezig. • Binnen het plangebied is essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied en kwetterplaatsen) van huismus aanwezig. In 9 staan alle aangetroffen verblijfplaatsen in en rondom het plangebied weergegeven.

23

Afbeelding 9. Overzicht van alle aangetroffen voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen in en rond het plangebied. Kaartbron: Openstreetmaps.

24

5

Effectbeoordeling

5.1

Gewone dwergvleermuis

Als gevolg van de sloopwerkzaamheden zullen vier zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis worden weggenomen. De zomerverblijfplaats in de kraamkast op de kopgevel van Margrietstraat 43 wordt hierbij niet meegenomen. Deze verblijfplaats bevindt zich in een kraamkast in fase 2 (zie paragraaf 2.3.2) die ten behoeve van de tijdelijke mitigatie is opgehangen. De kast kan worden weggehaald wanneer de permanente mitigatie in fase 1 is gerealiseerd en wanneer deze vrij is van vleermuizen. De mitigatiemaatregelen beschreven in Hoofdstuk 6 hebben dan ook geen betrekking op deze verblijfplaats. Essentieel functioneel leefgebied is afwezig. Hierdoor is sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: • Art 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. • Art 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig (zie Paragraaf 5.6) evenals het treffen van maatregelen (zie Hoofdstuk 6). Aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen buiten de begrenzing van het plangebied blijven behouden. Zij bevinden zich buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Dichtstbijzijnde verblijfplaatsen buiten het plangebied bevinden zich op een afstand van circa 50 meter ten zuiden van het plangebied en blijven behouden.

5.2

Ruige dwergvleermuis

Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor ruige dwergvleermuis of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.

5.3

Laatvlieger

Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van 25

laatvlieger aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor laatvlieger of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.

5.4

Huismus

Door de sloopwerkzaamheden worden 18 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus weggenomen. Essentieel functioneel leefgebied in de vorm van schuil-, slaap-, en foerageergebied in voor- en achtertuinen wordt tevens door de werkzaamheden weggenomen. Hierdoor is sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: • Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te •

vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig (zie Paragraaf 5.6) evenals het treffen van maatregelen (zie Hoofdstuk 6). Aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen buiten de begrenzing van het plangebied blijven behouden. Zij bevinden zich buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. De werkzaamheden betreffen sloopwerkzaamheden. De verblijfplaatsen buiten het plangebied bevinden zich op een minimale afstand van circa 20 meter tot het plangebied.

5.5

Gierzwaluw

Binnen en grenzend aan het plangebied zijn 13 vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw aanwezig. Deze verblijfplaatsen zullen door de sloopwerkzaamheden worden weggenomen. Hierdoor is sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: • Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. • Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig (zie Paragraaf 5.6) evenals het treffen 26

van maatregelen (zie Hoofdstuk 6). Vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw buiten de begrenzing van het plangebied zijn niet aangetroffen.

5.6

Voorwaarden voor ontheffing

Een ontheffing (of een vrijstelling) kan uitsluitend worden verleend, als voldaan is aan drie cumulatieve voorwaarden. Een uitgebreidere uiteenzetting van de voorwaarden is opgenomen in Bijlage 1: • Geen andere bevredigende oplossing, • Sprake van een in de wet genoemd belang, • Geen verslechtering/afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort. Om te beoordelen of aan deze voorwaarden wordt voldaan zal een toetsing van de belangen en de alternatieven plaatsvinden en een ecologische toetsing. De richtlijn voor het behandelen van een aanvraag bedraagt 13 weken met de mogelijkheid om dit eenmalig te verlengen met 7 weken. In de praktijk wordt hier soms (sterk) van afgeweken.

27

6

Maatregelen

6.1

Zomerverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis

Mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk om de gunstige staat van instandhouding te garanderen: • Voor een zomerverblijfplaats dienen 3 maanden voorafgaand aan het actieve seizoen (dit is de periode april t/m oktober) waarin de werkzaamheden beginnen, 4

•

•

•

nieuwe verblijfplaatsen te worden gecreëerd. Nieuwe verblijfplaatsen in/aan gebouwen zijn te realiseren in de vorm van houtbetonnen vleermuiskasten. Dit binnen een straal van 200 meter van de huidige zomerverblijfplaats en buiten de invloedssfeer van de geplande werkzaamheden. De wintermaanden (november tot en met maart) behoren niet tot deze 3 maanden gewenningsperiode. Omdat in de bebouwing 4 zomerverblijfplaatsen zijn aangetroffen moeten in totaal 16 vervangende verblijfplaatsen worden gerealiseerd. Dit kan door het ophangen van kasten of een combinatie van het hangen van kasten met natuurinclusief renoveren, waardoor opgeleverde woningen/woonblokken direct voor vleermuizen toegankelijk zijn. Vleermuiskasten dienen minimaal 4 meter hoog opgehangen te worden, een vrije aanvliegroute te hebben en zo veel mogelijk vrij te zijn van verstoring. De kasten worden opgehangen aan gebouwen. In de periode 1 april- 15 juli óf 1 oktober -15- oktober (buiten de meest kritische periode van voortplanting en overwintering) wordt de bebouwing ongeschikt gemaakt voor vleermuizen. Dit kan gedaan worden door de dakrand en openingen dicht te zetten met exclusion flaps, weringsborstels en vogelschroten. Het ongeschikt maken van de bebouwing wordt gedaan onder begeleiding van een deskundig ecoloog.

In de nieuwe situatie dienen voor de zomerverblijfplaatsen tenminste 16 nieuwe permanente verblijfplaatsen te worden gecreëerd. Dit kan worden gerealiseerd door: ◦ Het inbouwen van vleermuiskasten zo hoog mogelijk op kopse gevels van de nieuw te bouwen woningen, waarbij een afstand van tenminste 25 meter tussen de verblijfplaatsen aanwezig is. ◦ Het toegankelijk maken van het dakvlak. ◦ Boeiborden en/of gevelbeplating licht af te laten wijken van de gevel zodat vleermuizen hier tussen kunnen. ◦ Voorzieningen in te bouwen onder het dakvlak die via de zijgevels toegankelijk 29

•

•

6.1.1

zijn. Tijdelijke kasten mogen worden verwijderd onder begeleiding van de ecologisch deskundige – indien niet in gebruik – 3 maanden nadat de permanente voorzieningen zijn opgeleverd. Dit geldt dus voor de kraamkast aan de kopgevel van Margrietstraat 43 waar zich één zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis achter bevindt. De mitigerende maatregelen dienen in samenspraak met de opdrachtgever verder uitgewerkt te worden en concreet te worden beschreven in een ecologisch werkprotocol. Dit ecologisch werkprotocol dient te allen tijde onder de betrokken bekend te zijn en op het werk aanwezig te zijn.

Huismus

In totaal zullen 18 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus met de ingreep verdwijnen. Mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk om de functionaliteit van het gebied te blijven behouden. Mitigerende maatregelen zijn: • Mitigerende maatregelen kunnen worden gerealiseerd door het ophangen van kasten. In totaal dienen 36 vervangende verblijfplaatsen gerealiseerd te worden: ◦ Tenminste 3 maanden voor de start van de werkzaamheden zal er per te verwijderen nest 2 (tijdelijke) huismussenkasten aan gebouwen binnen een afstand van 200 meter tot het plangebied opgehangen dienen te worden. Indien deze niet binnen 200 meter geplaatst kunnen worden, behoren paalkasten ook tot een mogelijkheid, maar bevoegd gezag staat hier tegenover niet zonder meer positief. De locaties van de nestkasten dienen in samenspraak met een deskundig ecoloog te worden bepaald en de kasten dienen onder begeleiding van een deskundig ecoloog te worden geplaatst. De kasten worden geclusterd opgehangen in de directe omgeving van functioneel leefgebied. • De tijdelijke kasten mogen worden verwijderd onder begeleiding van de ecologisch deskundige – buiten het broedseizoen – 1 jaar nadat de werkzaamheden zijn opgeleverd.

• Werkzaamheden ter plaatse van en nabij de voortplantingsplaats mogen enkel plaatsvinden in de periode 1 oktober tot 1 maart, óf indien de vaste rust- en verblijfplaatsen in deze periode volledig ongeschikt gemaakt zijn. • Indien de werkzaamheden in de periode maart – september plaatsvinden dienen de huidige voortplantingsplaatsen voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt voor huismus én is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog nodig teneinde de effectiviteit van het ongeschikt maken te beoordelen. Indien het ongeschikt maken niet voldoende is uitgevoerd dienen in samenspraak met een deskundig ecoloog aanvullende maatregelen getroffen te worden. ◦ Ongeschikt maken van voortplantingsplaatsen is enkel toegestaan in de periode 30

oktober – februari. ◦ Ongeschikt maken van de huidige verblijfplaatsen kan gedaan worden door het plaatsen van vogelschroot, glaswol of vergelijkbaar materiaal zodat er geen toegang meer is tot de ruimte onder de dakpannen. Rekening dient gehouden te worden met eventuele verblijfplaatsen van vleermuizen. De uitvoering van de maatregelen dient uitgevoerd te worden onder begeleiding van een deskundig ecoloog. ◦ In de nieuwe situatie dienen per verwijderde nestplaats twee permanente nestplaatsen voor huismus te worden gerealiseerd (in totaal 36). Dit kan worden gedaan door (een combinatie van) een van de onderstaande oplossingen; ◦ het dak weer geschikt te maken voor huismus ▪ De ruimte tussen de bovenzijde van de dakpannen en de onderliggende panlat is minimaal 35mm en maximaal 45mm.

•

•

▪ Indien vogelschroten onder de dakpannen worden geplaatst dienen deze pas aanwezig te zijn ná minimaal de 3e panlat om huismus voldoende ruimte te bieden om te broeden en tegen predatie (met name nestroof door kauw). ◦ Het plaatsen van neststenen ▪ Voor elke nestplaats van huismus die wordt weggenomen worden minimaal twee nieuwe nestplaatsen aangeboden. In totaal dienen 2 neststenen te worden geplaatst in de vorm van inbouwneststenen type Schwegler Gierzwaluw neststeen nr25a of vergelijkbaar. Dit type neststeen is ontworpen voor gierzwaluw maar is tevens geschikt en functioneel voor huismus. ▪ De neststenen worden aangebracht op een minimale hoogte van 3 meter. ▪ De neststenen zullen worden geplaatst in de oostgevel. Deze oriëntatie komt overeen met de oriëntatie van het bestaande nest huismus. ▪ De openingen van de neststenen bevinden zich op minimaal 50 centimeter tot elkaar. Binnen het plangebied zal nieuw functioneel leefgebied gemitigeerd moeten worden. Dit kan gedaan worden door: ◦ Het plaatsen van heggen of hagen van soorten als meidoorn, sleedoorn, coniferen of soortgelijk dekkend groen. De structuren dienen ten minste 1 meter breed te zijn en 1,5 meter hoog. ◦ De exacte oppervlakte aan te mitigeren leefgebied is nog niet bekend. Dit dient nader besproken en ingemeten te worden.

De mitigerende maatregelen dienen in samenspraak met een ecoloog en de opdrachtgever verder uitgewerkt te worden en concreet te worden beschreven in een ecologisch werkprotocol. Dit ecologisch werkprotocol dient te allen tijde onder de betrokkenen bekend te zijn en op het werk aanwezig te zijn.

31

6.1.2

Gierzwaluw

In totaal zullen 13 vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw met de ingreep worden weggenomen. Mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk om de functionaliteit van het gebied te blijven behouden. Mitigerende maatregelen zijn: • Per voortplantingsplaats dienen, uiterlijk 15 april 2021, 65 nieuwe verblijfplaatsen te worden gecreëerd in de vorm van houtbetonnen gierzwaluwnestkasten binnen 100 tot maximaal 200 meter van het plangebied, buiten de invloedssfeer van de geplande werkzaamheden. Doordat 13 vaste rust- en verblijfplaats aanwezig zijn, dienen 65 nestkasten opgehangen te worden. Deze kasten dienen minimaal 5 meter hoog opgehangen te worden, een vrije aanvliegroute te hebben en zo veel mogelijk vrij te zijn van verstoring. De kasten worden opgehangen aan gebouwen. •

•

•

•

• 32

De verblijfplaatsen van gierzwaluw dienen ongeschikt gemaakt te worden in de periode 15 augustus- 15 april, buiten het broedseizoen van de gierzwaluw. Het ongeschikt maken vindt plaats door de openingen dicht te zetten met gaas of de openingen vol te stoppen met glaswol. Rekening dient gehouden te worden met eventuele verblijfplaatsen van vleermuizen en/of huismus. Indien de werkzaamheden na het ongeschikt maken (buiten het broedseizoen) plaats vinden in de periode 15 april- 15 augustus is na het ongeschikt maken én voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog nodig teneinde de effectiviteit van het ongeschikt maken te beoordelen. Indien het ongeschikt maken niet voldoende is uitgevoerd dienen in samenspraak met een deskundig ecoloog aanvullende maatregelen getroffen te worden. In de nieuwbouw worden ten minste 65 permanente alternatieve verblijfplaatsen te worden gerealiseerd. Dit kan worden gedaan door natuurinclusief te renoveren of in de vorm van inbouw neststenen. De plaatsing van de neststenen dient te voldoen aan de volgende voorwaarden: ◦ Voor elke nestplaats van gierzwaluw die wordt weggenomen worden minimaal vijf nieuwe nestplaatsen aangeboden. In totaal dienen 65 neststenen te worden geplaatst in de vorm van inbouw neststenen type Schwegler Gierzwaluw neststeen nr25a of vergelijkbaar op een minimale hoogte van 5 meter.

◦ Onder de neststeen bevindt zich een vrije ruimte van minimaal 4 meter hoog en ten minste 1 meter breed om de aanvliegroutes van gierzwaluw te garanderen. ◦ De openingen van de neststenen bevinden zich op minimaal 50 centimeter tot elkaar. De mitigerende maatregelen dienen in samenspraak met de opdrachtgever verder uitgewerkt te worden en concreet te worden beschreven in een ecologisch werkprotocol. Dit ecologisch werkprotocol dient te allen tijde onder de betrokken bekend te zijn en op het werk aanwezig te zijn. De tijdelijke nestkasten mogen na afronding van de werkzaamheden, het

aanbrengen van de permanente verblijfplaatsen en buiten het broedseizoen worden verwijderd onder begeleiding van een ecologisch deskundige.

33

7

Conclusies en aanbevelingen

7.1

Conclusies

In opdracht van Rhiant heeft Ecoresult B.V. een nader onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw uitgevoerd in het plangebied: Marijkestraat e.o., Hendrik-Ido-Ambacht. De aanleiding van dit verzoek is de voorgenomen sloop van de woningen binnen het plangebied. De activiteiten kunnen schadelijke effecten hebben op vleermuizen, huismus en gierzwaluw. De Wet natuurbescherming kan hierdoor worden overtreden. De veldonderzoeken zijn uitgevoerd door ecologen van Ecoresult B.V. met aantoonbare ervaring op het gebied van inventariseren van vleermuizen, huismus en gierzwaluw. Het onderzoek is uitgevoerd onder de condities en methodiek van de relevante kennisdocumenten en het Vleermuisprotocol 2021. Gewone dwergvleermuis • •

•

In het plangebied zijn vijf zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aanwezig. Buiten het plangebied zijn baltsende dieren waargenomen. De locaties van de bijbehorende paarverblijfplaatsen zijn onbekend maar bevinden zich gezien het baltsgedrag zeker buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Essentieel functioneel leefgebied is binnen het plangebied afwezig.

Ruige dwergvleermuis •

In het plangebied en binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden zijn vaste rusten verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied afwezig.

Laatvlieger •

In het plangebied en binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden zijn vaste rusten verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied afwezig.

Huismus • •

Binnen het plangebied zijn 18 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus aanwezig. Binnen het plangebied is essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied en kwetterplaatsen) van huismus aanwezig. 35

Gierzwaluw •

Binnen het plangebied zijn 13 vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw aanwezig.

Ontheffing en maatregelen Ontheffing dient te worden aangevraagd voor het wegnemen van vier zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, 18 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus en 13 vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw. De volgende verbodsbepalingen worden door de werkzaamheden overtreden: • Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. • Art 3.1 lid 4 en lid 5 (Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. • Art 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. • Art 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Overige aanbevelingen met betrekking tot vrijgestelde soorten en vogels, zoals benoemd in de quickscan4 blijven van kracht.

7.2

Aanbevelingen

Los van de onderzoeksresultaten, maar als duurzame inrichtingsmaatregel “inclusief bouwen voor vleermuizen en vogels, heeft het de ecologische voorkeur om rekening te houden met de wensen van vleermuizen en vogels in het nieuwe ontwerp. Anders gezegd: door inclusief te bouwen voor vleermuizen en vogels wordt bijvoorbeeld een (nieuw) gebouw of kunstwerk toegankelijk voor vleermuizen en vogels of blijft een potentiële vliegroute intact. Ecoresult B.V. kan u hierover adviseren en dit opnemen in het mitigatieplan en/of ontwerp.

4

36

Fokker, 2020

8

Geraadpleegde bronnen

8.1

Literatuur

Fokker, K.C. 2020. Quickscan flora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte. Plangebied: Marijkestraat, Hendrik-Ido-Ambacht. Rapportkenmerk ER20200210v01. Ecoresult B.V., Dordrecht.

8.2

Internet

PDOK (Publieke Dienstverlening Op Kaart) https://www.pdok.nl/ Kennisdocumenten https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ Vleermuisprotocol 2017 http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol

37

Bijlage 1

Voorwaarden ontheffing

Een ontheffing (of een vrijstelling) kan uitsluitend worden verleend, als voldaan is aan elk van de volgende drie cumulatieve voorwaarden: 1. Geen andere bevredigende oplossing; ◦ De vraag of er een bevredigende andere oplossing is, bestaat uit drie delen:  Wat is het probleem of de specifieke situatie waarom de handeling plaatsvindt?  Zijn er andere oplossingen voor dit probleem?  Indien er andere oplossingen zijn, welke gevolgen heeft dit dan voor de verbodsbepalingen? 2. Sprake van een in de wet genoemd belang ◦ Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen:  in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;  ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;  in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;  voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of  om het

onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; ◦ Voor soorten beschermd onder de Vogelrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: ▪ In het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid 39

▪ In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer ▪ Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren ▪ Ter bescherming van flora en fauna ▪ Voor onderzoek en onderwijskundige doelen ▪ Voor het uitzetten en herinvoeren van soorten en voor de met deze doelen samenhangende teelt ▪ Om kleine hoeveelheden van bepaalde vogels onder bepaalde omstandigheden te vangen, te houden of te gebruiken Geen verslechtering/afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort. ◦ Het ecologische toetsingscriterium verschilt per beschermingsregime, voor soorten van de Vogelrichtlijn is dit: “De maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort”

3.

•

40

◦ Om te beoordelen of aan deze criteria wordt voldaan, moeten de volgende vragen worden beantwoord:  Wat is de staat van instandhouding (van de populatie) van de soort (in zijn natuurlijk verspreidingsgebied)?  Wat is het effect van het verlenen van de ontheffing op de betrokken populatie(s)? Om te beoordelen of aan deze voorwaarden wordt voldaan zal een toetsing van de belangen en de alternatieven plaatsvinden en een ecologische toetsing. De richtlijn voor het behandelen van een aanvraag bedraagt 13 weken met de mogelijkheid om dit eenmalig te verlengen met 7 weken. In de praktijk wordt hier soms (sterk) van afgeweken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11806118/1