Bijlage bij raadsvoostel 9.5 Bestemmingsplan Centrumgebied, Graaf Willemlaan vastgesteld excl Bijlagen
Tekst van het document
107/128
1.32
voorgevel
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.33
voorgevellijn
een lijn, welke zoveel mogelijk aansluit aan de ligging van de oorspronkelijke voorgevels van de hoofdgebouwen. 1.34
waterdak
een dak met een waterbergende functie. 1.35 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvestiging van een afzonderlijk huishouden.
108/128
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
breedte, lengte en diepte van een gebouw
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. 2.4 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5
inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7 vloeroppervlakte de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580. 2.8
hoogte van de eerste bouwlaag
wordt gemeten van 0,3 meter boven de vloer van de eerste verdieping boven het maaiveld van het (hoofd)gebouw.
109/128
110/128
Hoofdstuk 2
Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen, water, speelvoorzieningen, voet‐ en fietspaden, waterhuishoudkundige voorzieningen en vlonders; b. bij deze bestemming behorende nutsvoorzieningen. 3.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 10 m.
111/128
Artikel 4
Verkeer
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met ten hoogste 2 x 1 doorgaande rijstrook, alsmede opstelstroken, busstroken, voet‐ en fietspaden; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals straatmeubilair, groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, reclame‐uitingen en water. 4.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de wegaanduiding of de verlichting, bedraagt ten hoogste 10 m.
112/128
Artikel 5
Verkeer ‐ Verblijfsgebied
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer ‐ Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen; b. terrassen behorende bij de op aangrenzende gronden gelegen horecavoorzieningen; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, straatmeubilair, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, reclame‐uitingen, terrasschermen en water. 5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de wegaanduiding of de verlichting, bedraagt ten hoogste 10 m.
113/128
Artikel 6
Woongebied
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. tuinen en erven; c. wegen, straten, en paden, met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie; wegen sluiten haaks op elkaar aan; d. voet‐ en rijwielpaden; e. parkeervoorzieningen; f. sport‐ en speelvoorzieningen; g. straatmeubilair, waaronder kunstwerken; h. groenvoorzieningen; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; j. nutsvoorzieningen; k. ter plaatse van de aanduiding 'gemengd': tevens voor dienstverlening en praktijkruimte op de begane grond met een maximum bruto vloeroppervlakte van 250 m2; l. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding ‐ 1' is een kas toegestaan; m. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' uitsluitend parkeervoorzieningen met daarbijbehorende wegen, straten, paden en groenvoorzieningen. 6.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 6.2.1 Voorwaardelijke verplichting voorkomen wateroverlast a. Op de gronden met de bestemming 'Woongebied' is het bebouwen van de gronden slechts toegestaan indien het bouwperceel minimaal 40 mm regenval water vasthoudt gedurende 24 uur en in maximaal 48 uur na de bui weer beschikbaar is, of wordt gestuurd; b. Op de gronden met de bestemming 'Woongebied' treedt geen schade op aan bebouwing bij extreem hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm/u); c. Op de gronden met de bestemming 'Woongebied' is het bebouwen van de gronden slechts toegestaan indien tenminste 50% van de jaarlijkse neerslag wordt geïnfiltreerd. 6.2.2 Voorwaardelijke verplichting hittestress Op de gronden met de bestemming 'Woongebied' is het bebouwen van de gronden slechts toegestaan indien: a. tenminste 40% van alle oppervlakken warmtewerend of verkoelend worden ingericht om opwarming van stedelijk gebied te verminderen; b. aangetoond is dat tenminste 20% schaduw op de hoogste zonnestand beschikbaar is voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst. 6.2.3 Voorwaardelijke verplichting natuurvriendelijk bouwen Op de gronden met de bestemming 'Woongebied' is het bebouwen van de gronden slechts toegestaan indien per gebouw tenminste 1 hoogwaardige habitat voor gebouwbewonende soorten wordt gerealiseerd.
114/128
6.2.4 Woningen a. woningen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de bouwhoogte van woningen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. de bouwhoogte van woningen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; d. parkeervoorzieningen zijn tevens (half‐)verdiept toegestaan; e. de beganegrondvloer van een woning moet minimaal 30 cm hoger dan de hoogte van de weg. 6.2.5 Kas Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding ‐ 1' is een kas toegstaan met een maximum bouwhoogte van 6 meter. 6.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde a. de bouwhoogte van erfafscheidingen, voor zover gelegen vóór de voorgevelrooilijn of op een afstand van 1 m of minder van openbaar toegankelijk gebied, bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 3,2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 6.3 Specifieke gebruiksregels 6.3.1 Aan‐huis‐gebonden beroep of bedrijf Binnen deze bestemming is de uitoefening van een aan‐huis‐gebonden beroep of bedrijf in maximaal milieucategorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende regels van toepassing zijn: a.
de omvang van de activiteit bedraagt ten hoogste 25% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de (woon)bebouwing tot een maximum van 40 m²; b. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt; c. het gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu oplevert en geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de omgeving; d. er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; e. het gebruik niet gepaard gaat met horeca en detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan het uitoefenen van het aan huisverbonden beroep; f. de woning er als woning uit blijft zien (reclame‐uitingen aan o.a. gevel en dak(rand) zijn niet toegestaan); g. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. 6.3.2 Woningdifferentiatie Binnen deze bestemming dient ten minste 30% van het totaal aantal woningen gerealiseerd te worden in de categorie sociale huur‐ of koopwoningen.
115/128
6.3.3 Voorwaardelijke verplichting groenvoorziening Het gebruik van de gronden met de bestemming 'Woongebied' ten behoeve van wonen is alleen toegestaan indien binnen het bestemmingsvlak ten minste 45% van het totale oppervlak aan groenvoorzieningen wordt gerealiseerd en in stand gehouden. 6.3.4 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het in gebruik hebben van een bouwwerk op een bouwperceel dat niet minimaal 40 mm regenval water vasthoudt gedurende 24 uur. b. het in gebruik hebben van een woning dat minder dan 30 cm hoger ligt dan de hoogte van de weg. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is op de gronden met de bestemming 'Woongebied' verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning meer dan 55 % verharding aan te brengen; b. Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning alleen als de kans op wateroverlast niet toeneemt; c. Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbinden dat compenserende waterberging wordt aangelegd en in stand gehouden; d. Een omgevingsvergunning voor bouwen wordt slechts verleend indien het bouwwerk wordt voorzien van een groen dak en/of waterdak.
116/128
Artikel 7
Waarde ‐ Archeologie 4
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde ‐ Archeologie 4' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 7.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c. het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1.
vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 7.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van lid 7.2 onder b, ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – , indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning (voor het bouwen) een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning (voor het bouwen) regels te verbinden, gericht op het behoud van archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige; c. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen.
117/128
7.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.4.1 Verboden zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde ‐ Archeologie 4 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 50 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 7.4.2 Uitzonderingen op het verbod Het verbod van lid 7.4.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 7.2 in acht is genomen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 2.500 m²; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
7.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 7.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.
118/128
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels
Anti‐dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
119/128
Artikel 9
Algemene bouwregels
9.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's, afdaken, liften en installaties, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; b. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt.
120/128
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
10.1 Gebruiksregels ten aanzien van onbebouwde gronden 10.1.1 Algemeen Het is verboden de in het plan begrepen gronden, voor zover zij onbebouwd blijven, anders te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken anders dan ten dienste van de in deze regels aan de grond gegeven bestemming. 10.1.2 Bijzonder Onverminderd het bepaalde in lid 10.1.1 is het in ieder geval verboden onbebouwde gronden te gebruiken voor: a. het storten of het lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; b. het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, voer‐ en vaartuigen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; c. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; d. ligplaats of aanlegplaats voor vaartuigen voor zover dit niet uitdrukkelijk bij de bestemmingen is bepaald. 10.1.3 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 10.1.1 en lid 10.1.2 is niet van toepassing op: a. het (tijdelijk) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de gronden; b. het opslaan of storten van afval‐ en meststoffen, voor zover noodzakelijk voor het normale onderhoud van de gronden en de watergangen; c. het opslaan of opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. 10.2
Gebruiksregels ten aanzien van bouwwerken
10.2.1 Algemeen Het is verboden de in het plan gelegen bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken op een wijze anders dan ten dienste van de in deze regels aan de bijbehorende grond gegeven bestemming. 10.2.2 Bijzonder Onverminderd het bepaalde in lid 10.2.1 is het in ieder geval verboden de bouwwerken te gebruiken voor/ als: a. detailhandelsdoeleinden of seksinrichting; b. bedrijfsmatige werk‐ of opslagruimte; c. de bouwwerken welke zijn opgericht na een door burgemeester en wethouders te verlenen omgevingsvergunning te gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor de omgevingsvergunning is verleend. d. opslag van gevaarlijke stoffen/materialen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI), waaronder begrepen consumentenvuurwerk. 10.3
Gebruiksregels ten aanzien van parkeren
10.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering zoals deze is opgenomen in de 'Parkeernota Nieuwe ontwikkelingen 2018' en diens rechtsopvolger(s).
121/128
10.3.2 Voorwaardelijke verplichting Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering zoals deze is opgenomen in de 'Parkeernota Nieuwe ontwikkelingen 2018' en diens rechtsopvolger(s). 10.3.3 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.3.1 en 10.3.2 en toestaan dat: a. parkeergelegenheid niet op eigen terrein bij de ontwikkeling wordt gerealiseerd, mits voldaan wordt aan de in de 'Parkeernota Nieuwe ontwikkelingen 2018' en de in diens rechtsopvolger(s) gestelde voorwaarden; b. wordt afgeweken van de toe te passen parkeernorm, mits voldaan wordt aan de in de 'Parkeernota Nieuwe ontwikkelingen 2018' en de in diens rechtsopvolger(s) gestelde voorwaarden.
122/128
Artikel 11
Algemene aanduidingsregels
De realisering van geluidgevoelige objecten ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone ‐ industrie' is uitsluitend toegestaan indien voldaan wordt aan de in of krachtens de Wet geluidhinder geldende normen.
123/128
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen ‐ tenzij op grond van de bestemmingsregels reeds een omgevingsvergunning voor afwijken kan worden verleend ‐ bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. afwijkingen van maten en aantallen (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. Een omgevingsvergunning voor afwijken wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. c. de bouw ten dienste van (openbare) nutsvoorzieningen van: 1. niet voor bewoning bestemde gebouwen ten dienste van het openbaar nut, waarbij de inhoud ten hoogste 25 m³ en de bouwhoogte ten hoogste 4 m mag bedragen, gasdrukregel‐ en gasdrukmeetstations uitgezonderd; 2. andere bouwwerken, zoals standbeelden, uitingen van kunst en dergelijke tot een maximale hoogte van 15 m.
Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van de omgevingsvergunning voor afwijken dient in de belangenafweging eveneens te worden gelet op de effecten met betrekking tot de verkeersveiligheid (zichtlijnen en voldoende ruimte voor voetgangers en/of bedienend verkeer).
124/128
Artikel 13
Overige regels
13.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
125/128
126/128
Hoofdstuk 4 Artikel 14
Overgangs‐ en slotregels
Overgangsrecht
14.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2
Overgangsrecht gebruik
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
127/128
Artikel 15
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Centrumgebied, Graaf Willemlaan'.
128/128
VERBEELDING
19
5
45
6 2
10 228
9
t
27
10
17 19
13
7
12
6
rg
16
11 15
21 23
14
5
18
4 3
11
76
12
er
od
of
13
15
Functieaanduidingen
n
20
125
(p)
10 ho
33
12
f
bouwvlak 37
(p)
58
61 56 55
[sba-1] 2-24
15,5
Maatvoeringen
49 51
63
53
54
30
specifieke bouwaanduiding - 1
1G
WG
V
62
41
[sba-1]
74
60
29
Bouwaanduidingen
39 59
28
parkeerterrein
35
de
27
(p)
Bouwvlakken
123 8
ro
26
gemengd
127
6
4A
de
25
(gd) 129
4
-6
57
its
ml aa
131
Br e
24
at st
Wi
2
64 23
ur
Gebiedsaanduidingen
67-67A
22
Waarde - Archeologie 4
Ma
1T
ks wi jc 26
66-66A 65-65A
74
maximum aantal wooneenheden
18,5
maximum bouwhoogte (m)
55 53
31
Br
ed
32
er
43
33
52
od
eh of
44
30-52
51
7
50
de
ho
f
45 aa t
9-155
49
Wi lle
ml aa
n
Te ss
41
es tr
WR-A-4
48
42
af
ha d
ro de
47
Br e
Gr a
8
46
els c
53 39-55 37 36 35 33
de
T
68
16
Woongebied
WR-A-4
lle
(gd)
24
71
69-70
17
f
va
22 18
WG
geluidzone - industrie
Gr aa
18,5
n
19 71
WR-A-4
V
Go
20
14
51
35
18
74
13
Br
eh
33 t
16
62
64
75
20
ed
31
tr aa
eh od Br ed
er
10
Hu yg en ss tr aa
77
t
78
of
1
Verkeer
Dubbelbestemmingen
58 60
29
V
ra
79
9
21
V-VB
27
2
8
Groen
Verkeer - Verblijfsgebied
54 52
25
G
V-VB 26 27
8
Dil len
9
6
Enkelbestemmingen
124
de
7
Wa e
ln e
Wi lle m
n sla a
14
5
4
16
Zw
3 2
14
lce n
ijg e
rs
1
Plangrens
bu
4
an
25
Plangebied
Wi
12 sla
tr aa
Wa e
13 414 2
23
nk e
11 lne
17 -7 tr 1 um 32 De -2 40 Sc ho o
f
21 7
40
54-76
G
39 38
1
V
st ra
36
Br e
jck
de
78-100
wi
ro
de
1A
n
1B
va
3
5
26-162
8 10 12
7
3A 5 14
16
11
17
ra
15 17
lst r
ch
34
ss els
54
aa
ad
t
es t
32
Te
Vo n
de
36
19 21
70 f
72 74
8 5
g
40
11 11
42 13
25 2
99
36 38
48 19
27
97 46
17
30 32 34
44 15
21
1T
28
95
ulu sw e
10 9
91 93
76
9 7
bestemmingsplan
89
68
7 3
87
66
Pa
el
g sin
6 1
4
64
40 101
50 103
7 42
PROJECT
20191034.001
FORMAAT
A2
SCHAAL
1:1000
Vastgesteld
KAART
1/1
Ontwerp
09-09-2021
GETEKEND
f.t.
Voorontwerp
19-05-2021
IDN
NL.IMRO.0531.bp44GraafWillemln-3001
Concept
19-11-2020
of
t oof 166-284
29
85
27
Vo nd elh o
5
Centrumgebied, Graaf Willemlaan
83
62
31
4
GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT
81
he rh
.H
P.C
29
3
G
79
56
60
25 2
23
58
23
1
2-30
52
ss c
at
13
28 30
38
19
9 11
26
15
21
7
Vo n
24
13 157-275
18
de
9
at
6
ra
2
lst
4 3
Vi
f
Go
ho
er
de
Ro em
7
at
37
RHO ADVISEURS
info@rho.nl www.rho.nl
N