Bijlage bij Raadsvoorstel 9.3 Participatienota 'Ambachtse aanpak' - Interactief document
Tekst van het document
Participatienota ‘Ambachtse Aanpak’
Start »
Inleiding Onze gemeente is een gemeente met een eigen identiteit, gezamenlijk gevormd door inwoners, bedrijven en organisaties. In Ambacht doet iedereen mee en met elkaar zíjn we Ambacht! Het spreekt dan ook voor zich dat we onze inwoners willen uitdagen hun kennis, ervaring en creativiteit in te zetten voor de toekomst van Ambacht. Deze nota geeft onze visie daarop weer.
VOLGENDE PAGINA
VORIGE PAGINA
NAAR START
INHOUDSOPGAVE
Participatie in Hendrik-Ido-Ambacht: de ‘Ambachtse Aanpak’ We zien steeds meer dat inwoners, ondernemers en organisaties een bijdrage willen leveren aan hun fysieke leefomgeving, maar ook aan grotere thema’s, zoals duurzaamheid, energietransitie en zorgvraagstukken. Participatie is zeker niet nieuw in onze gemeente. In lopende projecten en in inmiddels afgeronde projecten speelt de inbreng van inwoners en belanghebbenden vaak al een grote rol. Deze trajecten hebben ons veel geleerd over wat goed ging en wat soms ook niet.
Lees verder » 2
Het doel van deze nota ’Ambachtse Aanpak voor participatie’ is het bieden van een heldere visie op participatie en daarmee ook een beleidskader voor participatie in Hendrik-Ido-Ambacht. We willen er daarmee voor zorgen dat participatie telkens transparant en op een uniforme wijze wordt uitgevoerd. Uniform betekent hier niet dat we alles altijd hetzelfde doen; participatie is maatwerk. Uniform gaat over het proces van participeren. Het betekent wel dat we steeds dezelfde taal en methodiek gebruiken. Dit zorgt ervoor dat het proces herkenbaar verloopt. De ‘Ambachtse Aanpak’ geeft antwoord op de vraag hoe we willen samenwerken met inwoners, bedrijven en organisaties voor de ontwikkeling van Hendrik-Ido-Ambacht. Met deze nota geven we participatie een structurele plaats in onze projecten en beleid.
er over dit onderwerp is opgehaald in de organisatie, bij inwoners en bij de raad. Deze input wordt vervolgens vertaald in een hoofdstuk met de visie op participatie en de uitgangspunten voor participatie in Hendrik-Ido-Ambacht. Het laatste hoofdstuk beschrijft de vervolgstappen die nodig zijn om het participatiebeleid verder vorm te geven.
Tenslotte Met deze ‘Ambachtse Aanpak’ zijn we er niet! Het is geen blauwdruk en het is met deze nota ook niet ‘af’. Het moet verder vorm krijgen door te proberen, evalueren en reflecteren. We blijven leren van de trajecten die we in het verleden hebben gevoerd, maar we gaan ook weer meer bij leren. Namelijk van de trajecten die komen gaan. We kijken dus achterom, maar ook vooruit. We blijven zo stappen zetten om de visie te verfijnen en te verbeteren.
Leeswijzer In deze nota beschrijven we de aanleiding voor het maken van nieuw participatiebeleid. Daarna volgen een korte introductie van het begrip participatie en een hoofdstuk waarin we beschrijven wat
3
Inhoudsopgave Klik op onderstaande blokken om naar de hoofdstukken te navigeren.
1. Waarom deze nota?
2. Wat verstaan we onder participatie?
3. Onderzoek participatie in HendrikIdo-Ambacht
4. Visie op participatie in HendrikIdo-Ambacht
5. Processtappen participatie advies
6. Ontwikkeling en vervolgstappen
4
1. Waarom deze nota?
5
1.
In het Ambachtse coalitieprogramma 2018-2022 is de ambitie opgenomen om te komen tot een nieuwe participatienota. Met als doel belangrijke betekenisvolle verbindingen met inwoners en partners aan te gaan en hen daar waar het kan, mee te laten doen. Bij de ontwikkeling van nieuw (gemeentelijk) beleid en projecten is het belangrijk relevante partijen zoveel mogelijk vanaf het begin te betrekken.
Inwoners willen meedoen In het algemeen zien we steeds meer dat, wanneer er iets verandert in een gemeente, omgeving of buurt, inwoners daar over mee willen praten. Inwoners willen zich graag inzetten voor een betere, mooiere of sociaal sterkere wijk of stad. Zij kennen hun eigen omgeving immers het beste. Steeds vaker vragen gemeenten daarom input van inwoners, ondernemers en organisaties. Bijvoorbeeld bij grote bouwplannen, wijzigende gebiedsbestemmingen of zorgvraagstukken. Ook in Hendrik-Ido-Ambacht speelt de inbreng van inwoners en belanghebbenden al een grote rol. De kennis, ervaring en creativiteit uit de samenleving hebben we al heel regelmatig ingezet voor de toekomst van onze gemeente. We willen daarmee ruimte geven voor initiatief, eigen verantwoordelijkheid en ondernemerschap.
We willen op deze manier burgerparticipatie vanuit betrokkenheid stimuleren en in een vroeg stadium met belanghebbenden in gesprek gaan. Een hernieuwde visie op participatie is nodig We zijn al een heel eind op weg met participatie in onze gemeente. Maar we zien tegelijkertijd ook dat participatie nog niet vanuit één duidelijke visie plaatsvindt en dat de uitvoering van participatie meer transparant en uniform kan. Zo is het aan het begin van een traject niet altijd duidelijk waar inwoners precies over mogen meedenken of meebeslissen en wat er met de uitkomsten gebeurt. Daarmee kan draagvlak verdwijnen, en vertrouwen worden aangetast.
Lees verder »
6
1.
Omgevingswet Een andere belangrijke nieuwe ontwikkeling is de Omgevingswet. Communicatie en participatie krijgen daarin een heel prominente plek. De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen. De wet zegt verder dát er participatie moet plaatsvinden, maar niet hóe dat moet. Het is aan gemeenten om participatiebeleid vast te stellen, waarin wordt vastgelegd hoe participatie wordt vormgegeven, welke eisen daarbij gelden en hoe participatie wordt gewogen bij besluitvorming. Dit kaderstellende beleid moet door de gemeenteraad worden vastgesteld en is het uitgangspunt voor alle participatie die de gemeente zelf initieert. De nu voorliggende participatienota biedt (ook) een kader voor een werkwijze voor de Omgevingswet die binnen onze lokale context past. Bijvoorbeeld bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Specifiek zullen we met elkaar nog verder moeten bekijken hoe we omgaan met participatie bij ruimtelijke initiatieven en hoe we de samenleving willen uitdagen om met initiatieven te komen. Ook al blijft participatie bij elk initiatief of ontwikkeling maatwerk, het is wel van belang om vooraf na te denken over de kaders en spelregels waarbinnen participatie plaatsvindt en wordt getoetst.
Dan gaat het bijvoorbeeld om het meten van draagvlak en hoe participatie wordt gewogen bij de behandeling van een vergunningaanvraag.
7
2. Wat verstaan we onder participatie?
8
2.
Overheid en inwoners leveren beide een actieve bijdrage aan onze samenleving. Voor de overheid is dat natuurlijk haar formele taak, voor inwoners is participatie een belangrijke mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de wereld om hen heen.
Participatie is het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit. De overheid en haar inwoners kunnen op twee manieren samenwerken:
Burgerparticipatie inwoners, ondernemers, maatschappelijke partijen doen actief mee met een initiatief van de overheid Overheidsparticipatie de overheid doet actief mee met initiatieven van inwoners, ondernemers, maatschappelijke partijen
2.1 Burgerparticipatie en overheidsparticipatie Burgerparticipatie is gericht op meedenken, meewerken en adviseren door inwoners over gemeentelijk beleid, projecten en de uitvoering ervan. Door inwoners actief te betrekken bij besluitvormingsprocessen, mee te laten denken over beleid of een actieve rol te geven bij projecten, verbreedt het draagvlak. De gemeente, inwoners en belanghebbenden staan zo in direct contact met elkaar. Dat vergroot het wederzijds vertrouwen én de betrokkenheid. Inwoners kennen hun eigen omgeving het beste. En met hun inzet krijgen lokale kennis en creativiteit een duidelijke plek in het uiteindelijke resultaat.
Lees verder » 9
2.
Het kan ook andersom: Inwoners bedenken iets of nemen initiatief. De ondersteuning van al die ideeën en plannen door de overheid noemen we overheidsparticipatie. De taken van de gemeente zijn dan bijvoorbeeld ondersteunen, meedenken, mogelijkheden zoeken en faciliteren. Burgerinitiatief of burgeragendering Belangrijk is om overheidsparticipatie niet te verwarren met het indienen van een burgerinitiatief of burgeragendering. Bij de laatste twee varianten nemen inwoners wel het initiatief tot het agenderen van een onderwerp (burgeragendering) of het indienen van een raadsvoorstel (burgerinitiatief ) ter bespreking in de gemeenteraad maar zijn zij niet degenen die het voorstel ook gaan uitvoeren. Mocht de agendering of het initiatief leiden tot concrete acties dan is de gemeente in eerste instantie aan zet en verantwoordelijk. Wel kunnen de inwoners door de gemeente bij de uitvoering betrokken worden.
Na vaststelling van de participatienota zullen we de spelregels voor het indienen van een burgerinitiatief nader bekijken. Reflecterende rol van de raad De raad heeft voor het opstellen van deze participatienota bouwstenen meegegeven. Hierin staat ook aangegeven dat het voor de raad belangrijk is om zelf ervaring op te doen met participatie en hierdoor eigen inzichten te verkrijgen. Bij deze gedachte past een ‘reflecterende rol’ van de raad. De raad blijft daarbij kijken naar de eigen rol ten opzichte van initiatieven uit de samenleving. Hoe gaan we met deze initiatieven om? Als raad is het goed om te weten wat er speelt in de Ambachtse samenleving en de voelsprieten in de samenleving te (blijven) houden. Blijven experimenteren, leren en reflecteren op de eigen rol is hierin belangrijk. Op deze manier kan de visie op participatie telkens weer verfijnd worden.
Bij overheidsparticipatie blijven de inwoners naast initiatiefnemer ook verantwoordelijk voor de uitvoering en levert de gemeente alleen ondersteuning.
10
2.
2.2 Niveaus van (burger)participatie Participatie begint bij de grondbeginselen van de democratie. Door te stemmen op een partij, laten inwoners zien welke ideologieën zij steunen en hoe zij in de basis vorm willen geven aan de samenleving. Dat legt de eerste kaders vast. In het coalitieprogramma staat beschreven wat de koers van de huidige collegeperiode zal zijn. Voor de uitwerking van besluiten en het beleid dat daarbij hoort, hebben inwoners zelf ook ideeën en ambities. Zij hebben niet alleen vaak een eigen mening, maar ook specifieke kennis en talenten en willen van daaruit, mee-weten, meedenken, meewerken en soms zelfs meebeslissen. Burgerparticipatie kent verschillende niveaus die we kunnen ordenen via de zogenaamde participatieladder. De verschillende treden op de ladder staan voor een verdergaande vorm van invloed. Hoe hoger op de ladder, hoe meer invloed.
Klik de treden op de ladder hiernaast aan om meer te lezen.
Trede 6 Zelf organiseren (overheidsparticipatie)
Trede 5 Meebeslissen
Trede 4 Coproduceren
Trede 3 Adviseren
Trede 2 Raadplegen
Trede 1 Informeren
11
2. • Gemeenteraad (kaderstelling, controle en volksvertegenwoordiging) De raad bewaakt de kwaliteit van participatietrajecten. Bijvoorbeeld bij het vaststellen van startnotities, het nemen van een afgewogen besluit op basis van een voorstel van het college en het evalueren van bereikte resultaten. Daarnaast organiseert de raad ook haar eigen interactie met inwoners, bedrijven en instellingen. Plaats in de beleidscyclus: agendavorming, besluitvorming en evaluatie. 2.3 Rollen en verantwoordelijkheden bij de participatieladder Afhankelijk van het niveau van participatie – de trede op de ladder - nemen het college, de raad en de inwoners een bepaalde rol in. Aan elke rol zijn andere verantwoordelijkheden verbonden. Een hogere trede op de ladder betekent meer invloed en verantwoordelijkheid voor de inwoner op het project of beleid. Bij de vijf treden van participatie is de gemeente de initiatiefnemer. Om inwoners en/of belanghebbenden de ruimte te geven een initiatief aan te dragen, is een zesde trede toegevoegd: “zelf organiseren”, ofwel overheidsparticipatie. Hierbij is de inwoner initiatiefnemer.
Een hogere treden op de participatieladder is niet altijd beter. Het gaat om de reële ruimte voor invloed door inwoners op projecten en beleid. In de praktijk blijkt vaak dat bij het opstellen van beleid en grootschalige projecten de ruimte voor participatie door randvoorwaarden beperkt is en er veelal op de eerste treden wordt geparticipeerd. Bij concrete, praktische projecten op wijkniveau – zoals de inrichting van een speeltuin – is er vaak meer mogelijkheid om op de hogere treden te participeren en de inwoners een grotere invloed te geven op de uitkomst.
• Het college (voorbereiding en uitvoering) Het college neemt het voortouw bij het voorbereiden en uitvoeren van beleid en ziet er op toe dat inwoners en instellingen betrokken worden. Het college legt hierover verantwoording af aan de raad en draagt deze instelling ook uit naar de ambtelijke organisatie. Plaats in de beleidscyclus: planvorming, besluitvorming, uitvoering en evaluatie.
• De ambtelijke organisatie De ambtelijke organisatie neemt participatie op in de voorbereiding en uitvoering van haar werkzaamheden. Dit houdt in dat bij de verkenning van een beleidsprobleem direct een link gelegd wordt naar participatie en dat actief gezocht wordt naar mogelijkheden om inwoners te betrekken of dat juist actief ingespeeld wordt op initiatieven uit de gemeenschap. De ambtelijke organisatie weet dit vervolgens te vertalen naar het bestuur.
12
2. Vorm van participatie (trede)
De inwoners… belanghebbenden…
Het college…
De raad…
De organisatie… De ambtenaar…
Uitkomst interactie & mate van invloed
Het bepalen van de uitkomst is niet aan het bestuur. Dit wordt volledig door inwoner of belanghebbenden bepaald. Vooraf is afgesproken van welke (deel) processen de uitkomsten worden overgenomen.
6 Zelf organiseren (overheidsparticipatie)
...organiseren en voeren zelf projecten uit.
...ondersteunt en faciliteert.
...stelt kaders
...is er niet bij betrokken. Kan wel enthousiasme en expertise inbrengen.
5 Meebeslissen
...krijgt de bevoegdheid om binnen randvoorwaarden zelf beslissingen te nemen.
...laat (deel) beslissingen over aan de inwoners.
...stelt kaders en toetst hoe met de inbreng van de inwoners is omgegaan.
...geven kaders, laten los en coachen het proces.
...werken intensief met de gemeente mee aan plannen of beleid. Dit op basis van gelijkwaardigheid.
...ziet de inwoners als partner in de planvorming en laat het resultaat van de participatie zwaar wegen in de besluitvorming.
4 Coproductie
...stelt kaders en toetst hoe met de inbreng van de inwoners is omgegaan.
...begeleidt het proces en brengt kennis in.
Samen met een andere partij komt het voorstel inhoudelijk/financieel tot stand.
...stelt kaders en toetst hoe met de inbreng van de inwoners is omgegaan.
..begeleidt de discussie, vat samen en koppelt terug.
De uitkomst is een advies van de doelgroep aan het bestuur over de gewenste richting. Het bestuur geeft argumenten waarom het advies wel of niet wordt overgenomen.
De uitkomst is inzicht in hoe de doelgroep over een bepaald onderwerp denkt.
De uitkomst is een geïnformeerde doelgroep.
...genereren ideeën en oplossingen voor een goed advies binnen een thema.
.. geeft vooraf het beleidsthema aan en neemt het advies serieus in overweging.
2 Raadplegen
...geven hun mening of kennis rond een onderwerp.
...wil de mening van de inwoners weten en houdt hiermee rekening in de besluitvorming.
...ziet toe dat het proces goed verloopt.
...luistert, gaat in gesprek en heeft een open houding. In het vervolgproces wordt aantoonbaar rekening gehouden met de opgehaalde mening.
1 Adviseren
...ontvangen informatie.
...geeft informatie.
...ziet toe op besluiten.
...maakt het vastgestelde beleid bekend.
3 Adviseren
N.B. De belanghebbenden kunnen binnen een onderwerp op verschillende treden van de ladder staan. Het is dus belangrijk bij aanvang na te denken over wie belanghebbend zijn en op welke trede van de ladder zij staan.
13
3. Onderzoek participatie in Hendrik-Ido-Ambacht
14
3.
Om te komen tot een breed gedragen visie op en een heldere werkwijze voor participatie, is het belangrijk te onderzoeken hoe het onderwerp beleefd wordt door inwoners, organisatie en bestuur. Wat gaat er goed en wat kan er beter, en welke wensen zijn er? We hebben hiervoor verschillende onderzoeken geraadpleegd en een kort, nieuw onderzoek gedaan. De mening van inwoners is eerder gemeten in de monitor ‘Communicatie en Bestuur Hendrik-Ido-Ambacht (2017)’ de ‘Veiligheidsmonitor 2019’, en het onderzoek ‘Bewonerspanel Participatie 2020’. Binnen de ambtelijke organisatie hebben verschillende werksessies plaatsgevonden over dit onderwerp en de medewerkers zijn recent bevraagd in de enquête ‘Participatie Hendrik-IdoAmbacht 2020’.
De raad heeft een klankbordgroep ingesteld die met het document ‘Bouwstenen voor de participatieaanpak’ kernpunten voor de participatie heeft geformuleerd.
3.1 Hoe en bij welke onderwerpen willen inwoners betrokken worden? Een ruime meerderheid van de inwoners van Hendrik-Ido-Ambacht wil betrokken worden bij beslissingen van de gemeente en bij ontwikkelingen in de gemeente of wijk. Zij reageren op de plannen van de gemeente, vaak vanuit persoonlijke overtuiging dat iets handiger, beter, veiliger of mooier kan.
80% van de inwoners wil betrokken worden bij ontwikkelingen in de gemeente of wijk. 15% gaf aan niet betrokken te willen worden en 5% weet dit niet. Bron: ‘Bewonerspanel participatie 2020’
Inwoners geven aan ook graag vooraf mee te willen denken en doen bij onderwerpen die effect hebben op hun eigen, directe leefomgeving. Wanneer iets een inwoner persoonlijk raakt, vergroot dat de gedrevenheid en betrokkenheid.
Thema’s als verkeer, veiligheid, afval, groenonderhoud en inrichting van de buitenruimte scoren daarbij hoog.
Lees verder »
15
3.
Ruim een derde van de ondervraagden wil ook betrokken worden bij bouwplannen en plannen op gebied van milieu, energie, duurzaamheid. Een kwart of minder heeft belangstelling voor onderwerpen als jeugd en jongeren of ouderenbeleid. Inwoners willen voelen dat hun inbreng ertoe doet. Zichtbare resultaten zijn van groot belang in de succeservaring bij participatie en inspraak. Inwoners geven aan goede communicatie, een meedenkende houding en het gevoel serieus genomen te worden belangrijk te vinden. De inwoners die de afgelopen twee jaar betrokken zijn geweest bij een participatieproject in Hendrik-IdoAmbacht, hebben daar over het algemeen positieve ervaringen mee. 3.2 Wat zijn de wensen van de organisatie? Bij participatie is het belangrijk dat iedereen van tevoren weet waar hij/zij aan toe is. Dat geldt ook voor de organisatie zelf. De medewerkers van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht vinden participatie door inwoners belangrijk en waardevol. Uit de enquête onder de medewerkers blijkt dat het volgens hen nieuwe inzichten geeft, het draagvlak in de uitvoering vergroot en bijdraagt aan betere resultaten. Onze medewerkers hebben behoefte aan een eenduidige/consistente uitleg van de uitgangspunten rondom participatie.
3.3 De raad Voor de eigen positie en voor de interne aanpak stelde de raad eind 2019 een klankbordgroep samen. Deze klankbordgroep heeft vier bijeenkomsten georganiseerd, waarin onder andere werd gereflecteerd op de eigen rolneming en de richting en ruimte die aan participatie gegeven kan worden. De klankbordgroep heeft een memo opgeleverd met daarin vijf bouwstenen voor participatie. De vijf bouwstenen komen terug in het volgende hoofdstuk: de visie op participatie in Hendrik-IdoAmbacht. Het externe bureau dat de klankbordgroep tijdens de sessies begeleidde, heeft ook een aantal adviezen meegegeven aan de raad. Een belangrijke leidraad daarbij is het opdoen van ervaringen en het verwerven van eigen inzichten. Dit past goed in de gedachte van het blijven vorm geven en verfijnen van deze nota. De opbrengst uit de klankbordgroep is aan het college meegegeven als kader voor de participatienota.
Klik op de bouwstenen hiernaast om de omschrijving van elke bouwsteen te lezen.
5. Situatie-afhankelijk
4. Rollen
3. Kaderstellen
2. Laagdrempeligheid
1. Tijdigheid
16
4. Visie op participatie in Hendrik-Ido-Ambacht
17
4.
De gemeente en de inwoners van Hendrik-Ido-Ambacht hechten dus beide waarde aan participatie. “We doen het samen en hebben elkaar nodig!”. Met elkaar vormen we immers de Ambachtse samenleving. We zien participatie als een dynamisch proces dat we samen met inwoners, ondernemers, medewerkers en bestuur blijven verfijnen en verbeteren. Door regelmatig te oefenen met participatietrajecten groeit het vertrouwen verder in elkaar en in de uitkomsten van zo’n traject. We blijven daarom sensitief voor wat er om ons heen gebeurt en proberen signalen vroeg op te pikken. We stellen ons daarbij lerend op. Onze visie op participatie ligt vast in de vijf uitgangspunten van de ‘Ambachtse aanpak’. De uitgangspunten beschrijven de manier waarop we willen samenwerken met inwoners, bedrijven en organisaties. Daarbij geven we per uitgangspunt aan wat dat concreet betekent voor onze werkwijze.
4.1 Participatie is maatwerk
We brengen goed in beeld wie er meedoet
We stellen vooraf vast wat de kaders zijn
We zorgen dat participatie laagdrempelig is
Hiernaast staan de vijf uitgangspunten benoemd. Klik de tabs één voor één aan en de bijbehorende tekst verschijnt.
We zetten participatie tijdig in
Goede participatie begint bij betrokkenheid bij elkaars plannen en voornemens; participatie is geen crisismanagement. Het biedt juist de kans eventuele tegenstrijdige belangen in een vroegtijdig stadium boven tafel te krijgen en beleidsplannen te verrijken. En daarbij ook de dilemma’s en keuzes met elkaar te bespreken. Dat betekent niet dat de uitkomst altijd is dat iedereen precies heeft gekregen wat hij of zij wilde, maar wel dat het proces transparant is verlopen.
Participatie vindt plaats aan de voorkant van het proces. Bij de start van een project of proces is duidelijk waarover mensen mogen meepraten, meedenken of zelfs meebeslissen. Mensen moeten over de juiste informatie kunnen beschikken. Zeker bij belangrijke vraagstukken.
Dit betekent dat: • wanneer plannen effect hebben op de (leef )omgeving van inwoners, we hen daar tijdig en via de voor hun passende kanalen over informeren. Wanneer er tussentijds wijzigingen optreden, laten we dit vroegtijdig aan inwoners weten, • we inwoners tijdig uitnodigen (tenminste 2 weken van tevoren) voor bewonersavonden en deze bij voorkeur in de wijk organiseren en • we betrokkenen informeren over de uitkomst van het participatietraject, de besluitvorming en het vervolg.
We zetten participatie tijdig in
18
5. Processtappen participatie advies
19
5.
Om een goede afweging te kunnen maken over participatie en welk niveau of trede van de ladder het betreft, is het onderstaande afwegingskader gemaakt. Leent het onderwerp zich voor participatie? En zo ja; hoe ziet het participatie advies er dan uit? Door de onderstaande stappen te doorlopen, wordt voor elk onderwerp een participatie-advies op maat gemaakt.
Ga naar stap 1 » Beoordelen of het onderwerp geschikt is voor participatie
Ga naar stap 2 » Verdieping naar het participatieadvies
20
Stap 1: 5.
Beoordelen of het onderwerp geschikt is voor participatie Gaat participatie wel werken voor het onderwerp? Het ene onderwerp leent zich meer voor participatie dan het andere. Belangrijk is dat participatie gericht wordt ingezet en dat vóóraf een duidelijke afweging wordt gemaakt. Door de onderstaande stappen te doorlopen, wordt duidelijk of het onderwerp wel of niet in aanmerking komt voor deelname van inwoners aan een participatietraject. Participatie is NIET geschikt bij: • individuele kwesties • beroeps- en bezwaarprocedures • gemeentelijke vergunningen of belastingen • wettelijke regelingen zonder lokale beleidsruimte • onvermijdelijk spoedeisende besluitvorming • een vooraf ingenomen standpunt van het college of de raad
X
Participatie is WEL geschikt: • als er belangen van inwoners mee gemoeid zijn • als er echt een keuze gemaakt kan worden door inwoners. Is er ruimte voor verschillende opties? Valt er voor inwoners ook echt iets te beïnvloeden? • als we moeten ingrijpen in de directe leefomgeving van inwoners/betrokkenen • als we partners nodig hebben om samen het beleid/project voor te bereiden (draagvlak) • als we de creativiteit en deskundigheid van de samenleving willen aanboren • als we inzicht willen in wensen van betrokkenen en willen weten wat er speelt in de samenleving • als er middelen en tijd beschikbaar zijn. Dit is een randvoorwaarde. Als tijd en geld niet beschikbaar zijn, moet worden gekeken of ervoor kan worden gezorgd dat deze wél beschikbaar komen
» Deze eerste stap leidt tot een advies over het te volgen participatietraject: kunnen we volstaan met informeren of starten we een verder traject?
Ga naar stap 2 » 21
Stap 2: 5.
Verdieping naar het participatieadvies In het participatie-advies wordt antwoord gegeven op de volgende vragen. 1. Wat is het doel van participatie? Waarom kiezen we voor participatie? Doelen zijn bijvoorbeeld inzicht krijgen in wensen van betrokkenen, inzicht in mogelijkheden om tegemoet te komen aan wensen, deskundigheid betrekken, betrokkenheid creëren, draagvlak peilen en verhogen van de kwaliteit van het beleid. 2. Wie worden betrokken en welke invloed hebben zij? In een krachtenveldanalyse brengen we in beeld wie de belanghebbenden zijn en wat hun belangen zijn. Belangen kunnen tegenstrijdig zijn. Belanghebbenden kunnen bijvoorbeeld zijn: huidige bewoners, toekomstige bewoners, omwonenden, ondernemers, projectontwikkelaars, maatschappelijke organisaties, ouderen, jongeren, verenigingen, kerken, instellingen. 3. Wat is het niveau van participatie? In deze stap wordt de rol en verantwoordelijkheid van de deelnemers beschreven. Mogen zij meeweten, meedenken, meewerken of meebeslissen?
• Meebeslissen: dit gaat over de belanghebbenden die niet zozeer vanuit hun formele rol (‘bevoegd gezag’) besliskracht hebben, maar vanuit hun doorslaggevende invloed op het project of in de uitvoering. • Meewerken: dit zijn de belanghebbenden die daadwerkelijk mee zullen werken aan het project. • Meedenken: dit zijn de belanghebbenden waarvan het projectteam een bepaalde inhoudelijke inbreng wil krijgen. • Mee-weten: deze belanghebbenden spelen nu (nog) geen actieve rol in het project, maar moeten wel op de hoogte gehouden worden, mogelijk omdat ze later een formele beslisser zijn (bijvoorbeeld de raad). NB: het niveau van participatie kan in verschillende fasen van een proces anders zijn. Bij de bouw van het nieuwe zwembad werden betrokkenen in de eerste fase geïnformeerd en was er geen participatie over bijvoorbeeld de omvang van het zwembad. In een latere fase werden betrokkenen geraadpleegd en werd hun advies gevraagd. Zij konden zo aangeven welke ‘fun-elementen’ zij graag terug zagen komen in het nieuwe bad.
Ga verder »
22
5.
4. Wie is verantwoordelijk voor het participatieproces? De initiatiefnemer is in de basis verantwoordelijk voor het participatieproces. Dat kunnen zijn: een initiatiefnemer als een ondernemer (die bijvoorbeeld wil uitbreiden) of inwoner (met een initiatief vanuit de buurt), een wijk of buurt (bijvoorbeeld bij inrichting van de speelruimte), en (in de meeste gevallen) de gemeente zelf. 5. Wat doen we met de uitkomsten? Het niveau van participatie volgens de participatieladder bepaalt ook wat we met de uitkomsten doen. In paragraaf 2.2 is dit per trede van de ladder aangegeven.
6. Wat is de rol van raad, college en ambtelijke organisatie? Per trede van de participatieladder verschilt de rol van inwoners, college en raad (zie tabel in paragraaf 2.3). Het contact met inwoners/betrokkenen vindt plaats binnen kaders die voor elk van deze organen gelden en de plaats die elk orgaan inneemt. » Deze tweede stap leidt tot een participatie-advies op maat.
X 23
6. Ontwikkeling en vervolgstappen
24
6.
De ‘Ambachtse Aanpak’ is erop gericht om (duurzame) relaties aan te gaan met inwoners, ondernemers en organisaties. En daarvoor is het belangrijk elkaar met wederzijds respect en begrip tegemoet te treden. In de samenwerking moet ruimte zijn om met elkaar dingen te kunnen (uit)proberen, vrij te spreken, vragen te kunnen stellen en om op een oprechte manier feedback aan elkaar te geven. Reflectie na afloop van een participatieproces is belangrijk om met elkaar het participatiebeleid verder te blijven ontwikkelen. Zo krijgen innovatie en creativiteit alle kans. Wat betekent dit voor de organisatie? Participatie is vooral een proces dat (nóg meer en bewuster) in de hoofden van de medewerkers van de organisatie moet zitten en een plek moet krijgen in besluitvormingsprocedures. Om het participatieproces transparant en op een uniforme wijze uit te voeren, is het belangrijk dat de medewerkers organisatiebreed worden getraind en opgeleid. De focus ligt hierbij op het communicatiever en omgevingsbewuster maken van de organisatie. Door het gezamenlijk volgen van een dergelijke opleiding en/of cursus wordt binnen de organisatie dezelfde taal gesproken en dezelfde methodiek gebruikt. Dit draagt bij aan de uniformiteit en transparantie. Deze trainingen en opleiding worden in 2021 gevolgd.
25