CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij raadsvoorstel 9.2 TVW 2021 Drechtsteden - Hoofdtekst

commissie RZ-de Volgerlanden openbaar 22 juni 2021, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Transitie Warmte 202113.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De extra stap die deze gebouwen moeten zetten in de binneninstallatie, die bij voorkeur op een natuurlijk moment (verbouwing / verhuizing) wordt gezet.

Het feit dat dit vaak relatief jonge wijken zijn waar gasleidingen en riolering vaak nog lang niet afgeschreven zijn.

Het feit dat er nog veel inpandige innovaties verwacht worden die de kosten verlagen en netverzwaring wellicht voorkomen.

Het feit dat deze buurten vaak al redelijk geïsoleerd zijn, waardoor er relatief weinig klimaatwinst te behalen valt.

Netverzwaring

Op een gegeven moment zijn zoveel gebouwen overgestapt op een warmtepomp dat netverzwaring onvermijdelijk is. De netbeheerder monitort de capaciteit op het net, en kiest samen met de gemeente een natuurlijk moment om het elektriciteitsnet te verzwaren en het gasnet te verwijderen, zoals bij rioleringsvervanging. Netverzwaring en gasnetverwijdering zijn niet per definitie op hetzelfde moment.

Opt-out

Binnen deze buurten zullen lokale bronnetten als opt-out voorkomen. Bronnetten zijn feitelijk een kleine ‘collectieve opt-out’ waar een groep bewoners kiest voor een gezamenlijk alternatief voor de individuele all-electric optie.

Varianten

We onderscheiden twee varianten in dit transitiepad: 

21

Relatief jonge buurten: deze buurten hebben een mediaan bouwjaar van na 1990. Zij zijn al relatief goed geïsoleerd en hebben dus minder natuurlijke momenten nodig om de transitie te doorlopen en zijn naar verwachting al rond 2040 aardgasvrij.

Relatief oude buurten: deze buurten hebben een mediaan bouwjaar van voor 1990. Zij hebben relatief veel natuurlijke momenten nodig om de transitie te doorlopen en zijn naar verwachting pas rond 2050 aardgasvrij.

4.2.2.3 Besparingsbuurten en periodiek herijken Transitiepad Besparingsbuurten en periodiek herijken Gebouwen

Alle gebouwen gaan zoveel mogelijk op natuurlijke momenten naar het basisniveau van isolatie, installatie en elektrisch koken.

Warmteoptie en herijking

Voor deze buurten is het nog onduidelijk welke warmteoptie zij krijgen, bijvoorbeeld omdat de kosten van de verschillende warmteopties erg dicht bij elkaar liggen. Zij zijn echter niet zo oud dat zij aanspraak kunnen maken op duurzaam gas. Daarom volgen deze buurten een no-regrettransitiepad gericht op gasbesparing en krijgen zij extra aandacht bij de vijfjaarlijkse herijking van de Transitievisie Warmte, waarbij de warmteoptie van deze buurten opnieuw wordt beoordeeld op basis van voortschrijdend inzicht. Een hybride warmtepomp is in deze buurten in principe no-regret. Als de buurt uiteindelijk toch gasvrij wordt geldt dit als tussenoplossing: de hybride warmtepomp maakt dan op termijn plaats voor een volledige warmtepomp of een afleverset van het warmtenet.

Tempo

Deze buurten stappen in het tempo van gebouweigenaren naar het basisniveau en eventueel hybride warmtepompen.

Opt-out

Binnen deze buurten zullen individueel all-electric en lokale bronnetten als opt-out voorkomen.

4.2.2.4 Bedrijventerreinen Transitiepad Bedrijventerreinen Gebouwen

Voor bedrijfsbebouwing geldt dat inregeling van de binneninstallatie vaak belangrijker is dan het maken van bouwkundige aanpassingen. Dit is echter ook sterk afhankelijk van de gebruiksfunctie van het bedrijfspand.

Warmteoptie

Op bedrijventerreinen zullen individuele en kleinschalig collectieve warmteopties voorkomen. Het gaat daarbij om all-electric maar ook om WKO-netten die naast warmte ook koude kunnen leveren. De energie-infrastructuur op een bedrijventerrein is echter in hoge mate maatwerk, zeker als er procesindustrie op het terrein aanwezig is.

Tempo

Deze buurten volgen het tempo van de gebouweigenaren. Het tempo zal mede bepaald worden door de verplichtingen die bedrijven hebben onder de Wet milieubeheer om energie te besparen, en de handhaving van de Omgevingsdienst hierop.

4.2.2.5 Nieuwbouw- en transformatiegebied Transitiepad Nieuwbouw- en transformatiegebied Gebouwen

Deze buurten worden bijna geheel nieuw gebouwd of getransformeerd. Alle gebouwen zullen gebouwd worden conform de dan geldende (aardgasvrije) nieuwbouwnormen, zowel woningen als bedrijfsbebouwing.

Warmteoptie

Voor nieuwbouw gelden dezelfde afwegingscriteria voor warmteopties als voor bestaande bouw, inclusief de in de RES bepaalde voorkeursvolgorde. De keuze van een warmteoptie op een nieuwbouwlocatie is echter altijd afhankelijk van lokale factoren als de schaal,

22

dichtheid en eventuele synergie met de bestaande bouw en een bestaand warmtenet. Voor sommige nieuwbouwlocaties is reeds een keuze gemaakt voor een warmteoptie. Bij zeer kleinschalige ontwikkelingen is all-electric vaak optimaal, of kan eenvoudig worden aangesloten op een bestaand warmtenet in de buurt. Bij grootschalige nieuwbouwontwikkelingen moet per locatie worden onderzocht welke warmteoptie optimaal is. Tempo

Deze buurten volgen het tempo van de gebiedsontwikkeling.

4.3 De perspectiefkaart van Hendrik-Ido-Ambacht Op basis van al het voorgaande kunnen we nu de perspectiefkaart van Hendrik-Ido-Ambacht weergeven.

4.3.1

Onderbouwing transitiepad per buurt

Per buurt heeft de lokale werkgroep het transitiepad gekozen en onderbouwd. Hierbij is gekeken naar de lokale omstandigheden in Hendrik-Ido-Ambacht, het perspectief op duurzame bronnen, goede aansluiting op de uitgangspunten en afwegingscriteria en aansluiting bij reeds lopende plannen en initiatieven van bijvoorbeeld de corporaties.

23

Buurt

Transitiepad

SandelingenAmbacht

All-electric (relatief oude wijk)

Onderbouwing/ toelichting 

Heeft in het onderzoeksbeeld geen duidelijke uitkomst vanwege het geringe aantal gebouwen in deze buurt.

Gelet op de lage bebouwingsdichtheid en variatie aan bouwjaarklassen is all-electric hier de meest logische warmteoptie. De Sandeling bestaat deels uit een bedrijventerrein en deels uit woningen. Het woon-deel is relatief nieuw (van na 1990) en de woningdichtheid is relatief laag. Daarom is all-electric hier de meest logische warmteoptie. Deze buurt bestaat (bijna volledig) uit bedrijfsfuncties

De Sandeling A

All-electric (relatief jonge wijk)

De Sandeling B

Bedrijventerrein

Ambachtsezoom

Nieuwbouwlocatie

In Ambachtsezoom wordt een circulair bedrijvenpark ontwikkeld. Het transitiepad vraagt om maatwerk, omdat de warmtevraag van bedrijven sterk kan verschillen, al naar gelang de functie van het bedrijf.

Dorp

Besparingsbuurt met aandacht voor herijking

Komt in het onderzoeksbeeld op onzeker uit. In deze buurt komen veel verschillende bouwperiodes en woningtypen voor.

Het warmtebronperspectief is nog onzeker waardoor een warmtenet nu niet voor de hand ligt. All-electric is vanwege de bouwjaren ook niet direct logisch.

Daarom merken we deze buurt als besparingsbuurt aan met aandacht voor periodieke herijking. Hybride warmtepompen zijn in deze buurt dus ook no-regret.

Een warmtenet heeft in het onderzoeksbeeld de laagste maatschappelijke kosten.

Het warmtebronperspectief is echter onzeker en er is geen duidelijke startmotor aanwezig, waardoor een warmtenet voorlopig waarschijnlijk niet haalbaar is.

Daarom merken we deze buurt als besparingsbuurt aan met aandacht voor periodieke herijking. Hybride warmtepompen zijn in deze buurt dus ook no-regret.

Een warmtenet heeft in het onderzoeksbeeld de laagste maatschappelijke kosten.

Het warmtebronperspectief is echter onzeker en er is geen duidelijke startmotor aanwezig, waardoor een warmtenet voorlopig waarschijnlijk niet haalbaar is.

Daarom merken we deze buurt als besparingsbuurt aan met aandacht voor periodieke herijking. Hybride warmtepompen zijn in deze buurt dus ook no-regret.

KrommewegNoord

Krommeweg-Zuid

24

Besparingsbuurt met aandacht voor herijking

Besparingsbuurt met aandacht voor herijking

Oostendam

Kruiswiel

Warmtenet (starten vanaf 2031)

Warmtenet (starten vanaf 2021 of reeds gestart)

Komt in het onderzoeksbeeld op onzeker uit. In deze buurt komen veel verschillende bouwperiodes en woningtypen voor.

Het warmtebronperspectief is in deze buurt relatief gunstig (aquathermie) en er is een duidelijke startmotor in de vorm van geclusterd corporatiebezit en utiliteitsbouw. Daarom is het warmtenet in deze buurt kansrijk. Aangezien het warmtenet ontwikkeld wordt vanuit Kruiswiel/De Volgerlanden is deze buurt pas kansrijk vanaf 2031. Afwijkende bebouwing waarvoor het warmtenet niet logisch is kan gebruikmaken van de opt-out.

Komt in het onderzoeksbeeld op onzeker uit. In deze buurt komen veel verschillende bouwperiodes en woningtypen voor.

Het warmtebronperspectief is in deze buurt relatief gunstig (aquathermie) en er is een duidelijke startmotor in de vorm van geclusterd corporatiebezit en utiliteitsbouw. Daarom is het warmtenet in deze buurt kansrijk. Aangezien er reeds SAH-subsidie is om vijf complexen aan te sluiten op het warmtenet is deze buurt kansrijk om direct te starten met het warmtenet. Afwijkende bebouwing waarvoor het warmtenet niet logisch is kan gebruikmaken van de opt-out.

De VolgerlandenOost A

Warmtenet (starten vanaf 2021 of reeds gestart)

In De Volgerlanden-Oost A is reeds gestart met een warmtenet. Komende jaren worden hier ongeveer 900 nieuwbouwwoningen aardgasvrij gebouwd, met een aansluiting op het warmtenet.

De VolgerlandenOost B

All-electric (relatief jonge buurt)

All-electric heeft in het onderzoeksbeeld de laagste maatschappelijke kosten.

De VolgerlandenWest

All-electric (relatief jonge buurt)

Warmtenet heeft in het onderzoeksbeeld de laagste maatschappelijke kosten.

Hoewel het warmtenet hier vanwege de uniforme bouw en dichtheid de laagste maatschappelijke kosten heeft, is een warmtenet hier niet logisch. Het bronperspectief is onzeker, er is geen startmotor aanwezig en all-electric is vanwege de jonge bouwjaren een logisch alternatief.

Deze buurt bestaat (bijna volledig) uit bedrijfsfuncties

In de Noordoevers staat nieuwbouw gepland. Het gebied bestrijkt zowel een deel van Hendrik-IdoAmbacht als van Zwijndrecht. Noordoevers is voorlopig aangemerkt als potentieel gebied voor een laagtemperatuur warmtenet. Verder onderzoek is nodig om de mogelijkheden voor deze locatie verder in kaart te brengen.

Antoniapolder Noordoevers

25

Bedrijventerrein

5 Uitvoeringsstrategie De perspectiefkaart en de transitiepaden in het vorige hoofdstuk geven per buurt inzicht in de route die wordt doorlopen naar aardgasvrij. In dit hoofdstuk maken we een doorkijk richting uitvoering: Hoe worden die routes de komende jaren ingezet, welke instrumenten zetten we als gemeente in, en hoe kunnen gebouweigenaren en andere partijen initiatiefnemen?

5.1 De transitiepaden omzetten naar praktijk Verschillende transitiepaden vragen om verschillende type aanpakken. In deze paragraaf wordt beschreven welke aanpakken kunnen worden toegepast.

5.1.1

Doelgroepgerichte aanpak voor gasbesparing en individuele warmteopties

Het eerste uitgangspunt van de Transitievisie Warmte is dat we voortvarend aan de slag gaan met isolatie en andere vormen van energiebesparing. Dat uitgangspunt komt in alle transitiepaden terug. In alle transitiepaden werken we aan de gebouwkant zoveel mogelijk toe naar een basisniveau van isolatie, ventilatie en elektrisch koken. Het basisniveau van isolatie bereiken we als we maximaal isoleren binnen de bestaande schil, bij voorkeur op natuurlijke momenten om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden. Het basisniveau is dus no-regret en moeten we altijd doen, ongeacht het alternatief voor aardgas. De landelijke Standaard voor woningisolatie biedt per woningtype inzicht in het te behalen isolatieniveau. Naast het basisniveau van bouwkundige maatregelen kunnen ook hybride warmtepompen of volledige warmtepompen no-regret zijn in een buurt, afhankelijk van het transitiepad. Hybride warmtepompen kunnen in alle transitiepaden een tussenoplossing zijn, in afwachting van een volledig gasvrije warmteoptie, maar ook een eindoplossing als de buurt zicht heeft op duurzaam gas (dit geldt voor de licht oranje gekleurde besparingsbuurten). Het spreekt voor zich dat niet iedere woningeigenaar een vergelijkbaar handelingsperspectief heeft. Dat verschilt per woningtype, per transitiepad en per individuele situatie van een bewoner. .

Bovendien zijn er momenteel weinig sturingsmogelijkheden voor de gemeente. Het nemen van deze individuele maatregelen is dus op basis van vrijwilligheid. Hoewel iedere eigenaar de maatregelen individueel treft, kan er altijd een collectief aanbod georganiseerd worden, waar meerdere eigenaren tegelijk gebruik van kunnen maken. Zowel bij bewoners als bij de lokale werkgroep hebben wij opgehaald wat woningeigenaren nodig hebben om zoveel mogelijk naar het basisniveau te gaan. Grofweg hebben woningeigenaren behoefte aan twee dingen: 

Kennis aanbieden: bewoners zijn sterk gemotiveerd om te isoleren. Zowel voor het comfort dat het oplevert, de financiële besparingen als de klimaatwinst. Maar men wil beter inzicht krijgen in welke maatregelen ze moeten nemen en wat daarvoor natuurlijke momenten zijn. Bewoners willen objectieve adviezen, het liefst georganiseerd vanuit de gemeente, zodat ook duidelijk wordt gemaakt waarom specifiek deze maatregelen nodig zijn en wat de voordelen ervan zijn, zoals meer comfort en lagere woonlasten.

Ontzorgen: gebouweigenaren willen weten bij welke middelen ze terecht kunnen om de maatregelen te nemen, zoals rekentools, woningscans, (digitale) loketten, subsidies, leningen en voorbeeldwoningen. Er zijn diverse landelijke subsidiemogelijkheden, zoals de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW), ook kunnen woningeigenaren gebruikmaken van de diensten van het Regionaal Energieloket. Er is behoefte aan een overzichtelijke en makkelijk toegankelijke plek waar deze informatie te vinden is.

Om iedere woningeigenaar op een juiste manier voor te lichten en te faciliteren is een doelgroepgerichte aanpak nodig. We onderscheiden drie hoofddoelgroepen: woningen, bedrijven en maatschappelijk vastgoed. Bij iedere hoofddoelgroep kunnen we subdoelgroepen onderscheiden, zoals VvE's, huurwoningen en particuliere woningen. Samen met de andere Drechtsteden gaan we de doelgroepenaanpak uitwerken. In de regionale doelgroepenaanpak werken we per (sub)doelgroep maatregelen uit op het gebied van voorlichting en facilitering. Vervolgens bepalen we als gemeente de prioritering in doelgroepen en aanpakken om in Hendrik-Ido-Ambacht toe te passen.

26

Aandachtspunten daarbij zijn het tegengaan van energiearmoede en het zoveel mogelijk aansluiten bij natuurlijke momenten van woningeigenaren in Hendrik-Ido-Ambacht. In de regio is reeds een Regisseur Energiebesparing aangesteld die samen met gemeenten de aanpakken op het gebied van energiebesparing gaat vormgeven en ervoor zorgt dat wordt samengewerkt waar dat kansrijk is. De voordelen van regionale samenwerking zijn schaalvoordeel in de uitvoering, het kunnen leren van elkaars ervaringen, en uniformiteit in communicatie, voorlichting en andere uitingen. Energiebesparing in Hendrik-Ido-Ambacht: tips van bewoners      

5.1.2

Zorg voor onafhankelijk en persoonlijk advies aan huis. Bewoners willen weten waar ze moeten beginnen met isoleren. Werk aan een gedetailleerde planning wanneer wijken van het gas af gaan, zodat eigenaren hun verbouwplanning erop aan kunnen passen Stel besparingsambassadeurs aan in wijken: bewoners met een voorbeeldwoning waarin alle effecten zichtbaar zijn Ondersteuning en begeleiding voor VVE’s Communiceer gericht en duidelijk over campagnes, collectieve inkoopacties en leningen die beschikbaar komen Grijp de isolatie opgave als kans om lokale ondernemers te betrekken en lokaal werkgelegenheid te creëren

De collectieve aanpak in warmtenetbuurten

De uitvoering voor warmtenetbuurten kenmerkt zich door een wijk- en doelgroepgerichte collectieve aanpak, waarbij de gemeente samenwerkt met bijvoorbeeld een warmtebedrijf en een woningcorporatie om vraag en aanbod van warmte in een gebied te organiseren. Voor reeds geplande warmtenetten is de organisatiestructuur al ingericht, daarnaast is er ruimte voor nieuwe initiatieven. 

Reeds geplande warmtenetten Voor coördinatie op de planvorming en realisatie van warmtenetten heeft de gemeente de lokale Werkgroep Aardgasvrij opgezet samen met HVC, de in Hendrik-Ido-Ambacht actieve woningcorporaties, de provincie en Stedin. Met deze partijen wordt intensief samengewerkt op het gebied van de warmtetransitie. Er een SAHsubsidie toegekend aan woningcorporaties Rhiant en Woonkracht10 voor in totaal 340 woningen. Vanuit de partijen die bij de SAH betrokken zijn, wordt de aansluiting van clusters corporatiewoningen georganiseerd. De uitvoering hiervan wordt uiterlijk in 2025 verwacht (onder voorbehoud van akkoord bewoners, het bestuur en de raden van commissarissen van de woningcorporaties).

Nieuwe ontwikkelingen warmtenetten: Het uitnodigingskader (zie volgende paragraaf) geldt als houvast voor het gesprek met alle nieuwe initiatieven op het gebied van warmtenetten: zowel voor nieuwe SAH-clusters (woningcorporaties) als SAKclusters (subsidie stimulering aardgasvrije koopwoningen, voor VvE's en particuliere woningen) als voor kleinschalige collectieven op bedrijventerreinen of voor andere grote gebouweigenaren. Door de regio is voor aardgasvrije wijkaanpakken in de Drechtsteden een Schaalbaar Stappenplan Aardgasvrjie Wijkaanpakken opgesteld, dat gemeenten helpt bij de planvorming en uitvoering. Dit stappenplan biedt structuur en houvast voor collectieve wijkaanpakken. In het stappenplan worden checklists, belangrijke afwegingen per fase van de wijkaanpak en voorbeelddocumenten uit de proeftuin Sliedrecht-Oost en initiatieven uit Zwijndrecht en Dordrecht gedeeld. Het stappenplan is te vinden op http://www.drechtstedenenergie.nl/wijkaanpak.

5.1.3

De aanpak voor bedrijventerreinen

Bedrijven zijn benoemd als aparte hoofddoelgroep binnen de energiebesparingsopgave. Omdat deze doelgroep zowel qua verwarmingsbehoefte als qua regelgeving afwijkt van woningen, is het belangrijk dat voor deze groep

27

specifieke aanpakken worden ontwikkeld. Deze kunnen zowel gericht zijn op individuele (besparings)maatregelen als het ontwikkelen van kleinschalige collectieve systemen (bronnetten). Bij het uitwerken van deze aanpakken is de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) een belangrijke partner.

5.1.4

De aanpak in nieuwbouw- en transformatiegebied

Nieuwbouw wordt per definitie aardgasvrij gerealiseerd. De keuze van een warmteoptie (energieconcept) voor nieuwbouw wordt gemaakt op basis van de afwegingscriteria voor warmteopties in de Transitievisie Warmte, inclusief de voorkeursvolgorde voor warmtebronnen uit de RES. Bij deze keuze spelen altijd ook lokale factoren een rol, zoals de schaal van de ontwikkeling en de relatie met de bestaande bouw eromheen.

5.2 De Transitievisie Warmte als uitnodigingskader collectieve warmte We zitten momenteel nog in een fase waarin wetgeving (Wet Collectieve Warmtevoorziening, Omgevingswet) in ontwikkeling is en randvoorwaarden voor de warmtetransitie - onder andere de betaalbaarheid - deels ontbreken. Een tussenfase dus. Dé manier om deze periode te overbruggen en ondanks die missende randvoorwaarden toch al voortgang te boeken, is het verlenen van medewerking aan initiatieven uit de markt en de samenleving. De Omgevingswet kiest ervoor om steeds meer de kracht van de samenleving te benutten in plaats van de overheid die alles zelf doet. Dat vraagt ook een stimulerende en uitnodigende cultuur die initiatiefnemers op weg helpt. Dat maken we mogelijk door de Transitievisie Warmte in deze tussenfase als uitnodigingskader te positioneren: een uitnodiging en leidraad voor het gesprek met initiatiefnemers. Het uitnodigingskader geldt voor alle initiatieven met collectieve warmte, waarbij de medewerking van de gemeente nodig is (zoals aanleg van warmte-infrastructuur op gemeentegrond of afwijking van een omgevingsvergunning of bestemmingsplan). Dat kan van heel kleinschalig (enkele gebouwen) tot groot (bijvoorbeeld cluster- of wijkniveau).

Waar gebouweigenaren stappen willen zetten richting aardgasvrij die passen binnen de kaders van deze Transitievisie Warmte, gaan we met dit uitnodigingskader als basis het gesprek aan. We stellen dus geen dwingende regels, vanuit de ervaring en overtuiging dat er in de samenleving (woningcorporaties, gebouweigenaren, HVC, andere initiatieven, et cetera) voldoende kracht zit om de eerste stap richting 2050 te kunnen zetten. Om initiatieven de goede kant op te richten is er wel behoefte aan een uitnodigingskader, zodat de stappen die gezet worden in lijn zijn met het perspectief dat we in deze Transitievisie Warmte schetsen. Dit zorgt er onder andere voor dat keuzes die in deze tussenfase gemaakt worden voorsorteren op een betaalbare warmtetransitie. Het uitnodigingskader kan worden gezien als een gespreksleidraad, waarmee we aan de hand van ons warmtebeleid in de Transitievisie Warmte in gesprek gaan en medewerking verlenen aan initiatieven. De Transitievisie Warmte biedt de belangrijkste gespreksonderwerpen. Deze bestaan uit: 1. De uitgangspunten van deze Transitievisie Warmte (H2) 2. De afwegingscriteria warmteopties (H3) 3. Een duidelijk ontwikkelperspectief: hoe verhoudt het initiatief voor het aardgasvrij maken van een cluster gebouwen zich tot het perspectief voor de buurten eromheen, de verwachte infrastructuur, het temperatuurniveau en de bronnenstrategie (RES)? 4.

Het warmtenet als onderdeel van het energiesysteem: een warmtenet kan zoals beschreven helpen om pieken in het energiesysteem op te vangen. Het is daarom belangrijk om de integrale samenhang van het energiesysteem (warmtenet, (hernieuwbaar)gasnet en elektriciteitsnet) te bekijken. Op termijn kunnen warmtenetten aan elkaar gekoppeld worden. 5. Overige aandachtspunten. In een participatieronde met stakeholders, bewoners en bedrijven zijn criteria opgehaald die aangeven wanneer een initiatief als kansrijk wordt gezien om mee te starten. De belangrijkste zijn:  Koppelkansen met werkzaamheden in de openbare ruimte en ondergrond, of met andere natuurlijke vervangingsmomenten. Hierbij kan gedacht worden renovatiemomenten van woningcorporaties of andere grote eigenaren, vervanging of sanering van het huidige gasnet, rioolvervanging,

28

 

5.2.1

werkzaamheden aan de openbare ruimte, verbouwingen of de vervanging van Cv-ketels en nieuwbouwwerkzaamheden. De aanpak zorgt voor het voorkomen van energiearmoede bij kwetsbare doelgroepen. Lokale invulling per gemeente, bijvoorbeeld hoe het initiatief bijdraagt aan de doelen uit de Omgevingsvisie.

Hoe werkt het uitnodigingskader? 

 

Het uitnodigingskader nodigt initiatiefnemers met een haalbare en betaalbare casus voor aardgasvrij uit om met de gemeente in gesprek te gaan. Het initiatief ligt hiervoor bij gebouweigenaren (woningcorporaties, utiliteit, VvE's, groepen particulieren), die samen met een warmtebedrijf of een andere samenwerkingspartner in gesprek kunnen gaan. Het initiatief kan grootschalig zijn, maar ook kleinschalig, zoals een wijk-WKO of eigen warmtebron voor een grootverbruiker of voor een collectief van kleinverbruikers. Er is geen exclusieve positie voor welke partij dan ook. Elk initiatief en elke partij kan initiatief nemen. De gemeente gaat met de initiatiefnemer in gesprek aan de hand van de bovengenoemde inhoudelijke criteria, om de plannen te optimaliseren. Het initiatief moet verder voldoen aan alle reguliere vergunningen voor aanleg van een warmtenet.

Nieuwbouw Bij locatieontwikkelingen wordt in relevante documenten (waaronder nieuwe omgevingsplannen en de selectieprocedure voor de ontwikkelaar) een verwijzing opgenomen naar de Transitievisie Warmte en het hierboven beschreven uitnodigingskader voor collectieve warmte.

Monitoring Periodiek gaan we na of we nog op koers zitten en of de landelijke context is veranderd. Een aantal zaken krijgt de komende periode verder vorm: de Wet Collectieve Warmtevoorziening (zie volgende paragraaf) en de invulling van financiële randvoorwaarden voor de wijkaanpak. Bij elk van deze mijlpalen nemen we het uitnodigingskader onder de loep en maken we aanpassingen in ons beleid waar nodig.

Voorbereiden op de aankomende Wet Collectieve Warmtevoorziening Er is wetgeving in ontwikkeling om gemeenten meer sturingsinstrumenten te geven in de warmtetransitie. De nieuwe Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW) wordt naar verwachting in 2022 van kracht. Hierin is voorzien dat het college van B&W via een transparante procedure (publieke aanwijzing) een warmtebedrijf aanwijst, dat binnen een bepaald gebied (een warmtekavel) verantwoordelijk wordt voor de aanleg en levering van warmte. In het kader van de WCW is het uitnodigingskader een mogelijke tussenstap, ná vaststelling van de Transitievisie Warmte en vóór vaststelling van een warmtekavel. Het door ons gehanteerde uitnodigingskader sluit daarom goed aan op de publieke aanwijzing zoals beschreven in de beoogde WCW. Het is in lijn met de WCW ook transparant, nondiscriminatoir en toegankelijk voor alle warmtebedrijven. We sorteren hiermee alvast voor en zorgen voor een overbrugging in deze tussenfase. Bij inwerkingtreding van de WCW zullen we het uitnodigingskader op de wet toetsen en eventuele aanpassingen doorvoeren.

5.3 Wat vraagt dit van de gemeentelijke organisatie? De energietransitie in de gebouwde omgeving vraagt om een toenemende inzet van de gemeentelijke organisatie. Het rapport Uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor decentrale overheden in 2022 - 20304 laat zien dat een aanzienlijke groei in het aantal fte nodig is om de taken die in het klimaatakkoord aan gemeenten is toebedeeld te kunnen invullen. Onderstaande tabel geeft per gemeentelijke taak de capaciteitsinschatting uit het rapport, voor de energietransitie in de gebouwde omgeving (warmtetransitie inclusief energiebesparing).

4 Rapport in het kader van art. 2-onderzoek Klimaatakkoord in opdracht van de Raad voor het Openbaar Bestuur. AEF, 2020.

29

Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht valt in de categorie kleine gemeenten (<40.000 inwoners). Onderstaande tabel laat zien dat voor een gemeente als Hendrik-Ido-Ambacht, vanaf 2022 capaciteitsinzet van minimaal twee fte wordt verwacht voor het realiseren de warmtetransitie gemeentebreed. Daar bovenop komt nog extra capaciteit per wijk waar een wijkaanpak (wijkuitvoeringsplan) wordt opgesteld. Het capaciteitsvraagstuk voor de energietransitie in de gebouwde omgeving voor de totale regio Drechtsteden komt op 23-30 fte, nog los van wijkaanpakken. Gemeentelijke taken

Klein

Middel

G40

Wijkuitvoeringsplan - planfase

0,8 – 1,1

0,9 – 1,4

1,2 - 1,8

fte per per jaar per wijk

Wijkuitvoeringsplan - uitvoeringsfase

1,7 - 2,1

1,9 – 2,4

1,9 - 2,4

fte per jaar per wijk

Totaal

Hangt af van aantal wijkuitvoeringsplannen

Samenwerking corporaties & VVE’s

0,3 – 0,4

0,6 – 0,9

1,4 - 2,1

Vergunningverlening, toezicht en handhaving

fte per jaar Beperkt

Gemeentebrede communicatie incl. energieloket

0,9 – 1,1

1,8 – 2,2

3,8 - 4,6

fte per jaar

Verduurzamen eigen vastgoed

0,1 – 0,2

0,5

0,75 - 1,25

fte per jaar

Verduurzamen maatschappelijk vastgoed

0,3 – 0,5

0,5 – 0,7

1,1 - 1,5

fte per jaar

Verduurzamen overige utiliteitsbouw

0,3

0,5

0,75

fte per jaar

Monitoren en herijken Transitievisie Warmte

0,25

0,3 – 0,5

1 - 1,5

fte per jaar

Totaal

2,15 – 2,75

4,2 – 5,3

8,8 – 11,7

fte per jaar

Hoeveel capaciteit er extra nodig is, hangt dus sterk af van het aantal wijkuitvoeringsplannen waaraan wordt gewerkt. Of en wanneer we in Hendrik-Ido-Ambacht met wijkaanpakken starten, hangt sterk af van landelijke randvoorwaarden. Daarnaast is het belangrijk bovenstaande tabel te toetsen aan de lokale situatie in Hendrik-IdoAmbacht en de regio Drechtsteden. De Drechtsteden wijken op een aantal vlakken af van de taken zoals hierboven in de tabel geduid: -

De komende jaren worden warmtenetten met name gerealiseerd via een clusteraanpak, in plaats van een wijkaanpak (los van de proeftuin in Sliedrecht-Oost en eventuele gesubsidieerde pilots). De uitvoeringsorganisatie voor de clusteraanpak is ingericht in de vorm van de Werkgroep Aardgasvrij. Dit kan worden gezien als een minder intensieve voorloper op de wijkuitvoeringsplannen.

-

Enkele taken en rollen worden op regionaal niveau ingevuld of gefaciliteerd, zoals de bronnen- en ontwikkelstrategie voor warmtenetten, energiebesparing en communicatie (de regionale regisseur energiebesparing en communicatieadviseur faciliteren alle gemeenten in de Drechtsteden). Dit leidt tot schaalvoordeel per gemeente.

Daarnaast is het belangrijk om niet te kijken naar de warmtetransitie als losstaande opgave. In de planvorming en uitvoering kunnen koppelingen worden gemaakt met opgaven op andere beleidsterreinen. Deze samenhang heeft geen plek in bovenstaande tabel. Ten behoeve van 2022 en de daarop volgende jaren is met oog op het bovenstaande een opschaling van de organisatie nodig. Deze opschaling wordt naar verwachting mogelijk gemaakt door een ophoging van het gemeentefonds. In 2021 werken wij dit organisatievraagstuk uit en bereiden wij een intensiveringsvoorstel voor. Vanzelfsprekend hebben wij hierbij ook oog voor de brede (financiële) context waarin onze gemeente zich begeeft.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10258661/1