Bijlage bij raadsvoorstel 9.1 - 3. Rapport vooronderzoek (def.)
Tekst van het document
3. Effect op kwaliteit GFT-E, PBD en papier Wat betekenen de wijzigingen in de inzamelsystematiek en het invoeren van de financiële prikkel in scenario 1, 2 en 3 voor de kwaliteit van de gescheiden in te zamelen afvalsoorten GFT-E, PBD en papier? GFT-E Het afsluiten van de ondergrondse restafvalcontainers en het toepassen van een recycletarief in de scenario’s 1 tot en met 5 zal mogelijk leiden tot meer vervuiling van het aangeboden GFT-E. Dit kan voor een deel worden voorkomen door de containers afsluitbaar te maken en aan elk adres twee containers toe te wijzen voor gebruik. In algemene zin zien we landelijk, los van inzamelsystematiek, een toename van de vervuiling. Hoe zich dat ontwikkelt in Hendrik-Ido-Ambacht is moeilijk te voorspellen vanwege de unieke situatie met inzameling via ondergrondse containers. PBD De inzameling van PBD met (ondergrondse) verzamelcontainers zoals wordt voorgesteld in scenario 3 zet de kwaliteit van het ingezamelde materiaal sterk onder druk. Uit onderzoek naar de samenstelling en vervui21
ling van gescheiden ingezameld PMD blijkt dat de vervuiling (met restafval en niet-verpakkingen) het grootst is bij gebruik van een minicontainer of een verzamelcontainer in de openbare ruimte (in 2018 bevestigd in een landelijk onderzoek van Witteveen & Bos en De AfvalSpiegel in opdracht van Rijkswaterstaat en Learning Center kunststof verpakkingsafval). Inzameling met een zak levert de meest zuivere fractie op. De zak is transparant waardoor inwoners minder snel restafval erin stoppen, wat ook nog eens moeilijker is dan bij een container. In gemeenten met een (forse) financiële prikkel is niet gebleken dat de PBD-fractie meer vervuild was. Waarom scoort de zak beter? De zak is transparant waardoor inwoners minder snel restafval erin stoppen, wat ook nog eens moeilijker is dan bij een container. Het is gemakkelijk om een zak restafval of grote stukken kunststof niet-verpakkingen in een container aan te bieden. Bij een verzamelcontainer speelt ook de anonimiteit een rol. Het is niet meer mogelijk om een huishouden dat z’n PBD verkeerd heeft aangeboden hierop aan te spreken. Bij het gebruik van een zak aan huis kan de gemeente nog controleren op de inhoud. Het gemiddelde landelijke vervuilingspercentage bedraagt 30% (database De AfvalSpiegel).
Bij de PBD-zak zien we vervuilingspercentages die variëren van minimaal 10% tot maximaal 35% en bij de verzamelcontainer is de range nog breder (van 15% tot 70%). Hierbij nog de opmerking dat we bij de verzamelcontainers vaker vervuilingspercentages vaststellen die boven de 40% liggen. Toch is het niet zo dat op dit moment in alle gemeenten met bronscheiding vrijwel alle vrachten bij de overslag worden afgekeurd. Het is niet altijd mogelijk om op basis van visuele controle een juiste inschatting te maken van het vervuilingspercentage. Daarnaast kan door middel van voorsortering de zuiverheid wordt vergroot.
te zijn tussen moleculaire verontreiniging van gerecycled materiaal teruggewonnen uit bron- en nascheiding. Beide materialen bevatten veel moleculaire verontreiniging. Beide materialen geuren, maar op een andere manier. Het zal daarom van de toepassing afhangen welke geur minder storend is. Op basis van het onderzoek door de WUR is de voorlopige conclusie dat bron- of nascheiding de toepasbaarheid van kunststoffen naar alle waarschijnlijkheid niet beperkt. Papier De constateringen zoals hiervoor gedaan bij gebruik van een container voor PBD gelden niet of nauwelijks bij gebruik van een container voor papier. Deze afvalsoort is eenduidiger en bevat ook geen verpakkingsmateriaal voor niet droge componenten die leiden tot versmering en vervuiling.
4. Effect statiegeld op kleine PET-flessen en blikjes Op 1 juli 2021 wordt statiegeld op kleine PET-flessen (< 1 liter) ingevoerd en per 31 december 2022 volgt ook statiegeld op blik. Een te verwachten effect is dat Nederlanders ook minder PET-flessen en blikjes via het PBD zullen aanbieden. Al jaren bestaat statiegeld op grote flessen (>1 liter). Toch treffen wij als De AfvalSpiegel bij analyses van het gescheiden ingezamelde PBD nog steeds statiegeldflessen aan. Onze analyses laten zien dat het PMD voor 1,5% uit grote PET-flessen bestaat. We verwachten dan ook niet dat iedereen kleine flessen of blikjes via het statiegeldsysteem zal inleveren. Het gescheiden ingezamelde PBD bestaat gemiddeld voor 5% uit blikjes en 2,5% uit kleine PET-flessen.
Voor een uitspraak over de kwaliteit, dus de toepasbaarheid, heeft de gemeente Utrecht in 2020 onderzoek laten uitvoeren door de Wageningen Universiteit. Op basis van dit onderzoek lijkt er geen significant verschil 22
4.4 Kosten
Verwerkingskosten en opbrengsten/ vergoedingen
Voor de implementatie van de scenario’s dient rekening gehouden te worden met investeringskosten (aanschaf van middelen), eenmalige kosten en extra structurele kosten. De kosten zijn gebaseerd op aannames en ervaringen in andere gemeenten en informatie van HVC en de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Tegenover de kosten staan besparingen op verwerkingskosten en extra vergoedingen door betere afvalscheiding en een lager aanbod restafval. Besparingen en vergoedingen worden als een negatief bedrag weergegeven. Alle genoemde kosten zijn exclusief btw.
Bij de besparingen op de verwerkingskosten is uitgegaan van de prognose (paragraaf 4.3) wat betreft reductie hoeveelheid restafval (minder kilo’s restafval betekent lagere verwerkingskosten) en meer gescheiden afvalsoorten (extra kilo’s PBD, papier, glas en textiel betekent hogere opbrengsten en vergoedingen). Extra ingezameld GFT-E betekent hogere verwerkingskosten.
Om de besparing op de verwerkingskosten te berekenen is gerekend met de thans geldende verwerkingstarieven (inclusief overslag) en netto vergoedingen per ton. Geen rekening is gehouden met te verwachten stijgingen van het verwerkingstarief voor restafval die vooral te maken hebben met: beperkte beschikbare verwerkingscapaciteit; weinig concurrentie op de verwerkingsmarkt; marktpartijen geven aan fors te moeten investeren als gevolg van milieumaatregelen (o.a. CO2-heffing). Deze kosten kunnen niet worden doorberekend in bestaande contracten, waardoor dit gebeurt in de nieuwe contracten op het moment dat deze worden aanbesteed; verdere stijging afvalstoffenbelasting die verbrandingsinstallaties doorbelasten aan gemeenten.
In scenario 3 (PBD via verzamelcontainers) is er vanuit gegaan dat 40% van het ingezamelde PBD wordt afgekeurd vanwege meer dan 15% vervuiling bij de overslag. Voor dit afgekeurde PBD ontvangt de gemeente geen vergoeding vanuit het Afvalfonds (€ 245 per ton) en wordt het PBD als restafval afgevoerd en verwerkt (€ 119,37 per ton). In scenario 6 (nascheiding) is rekening gehouden met kosten nascheiding (€ 35 per ton), extra transportkosten naar Alkmaar (€ 14,84 per ton) verlies van vergoeding voor het brongescheiden PBD zoals in de huidige situatie (€ 245 per ton), vergoeding voor het nagescheiden restafval ( € 8,90 per ton) en restitutie wbm-heffing (€ 3 per ton). Scenario 1
Bestaande voorzieningen + recycletarief
€ -360.000
Scenario 2
Bestaande voorzieningen + PBD wekelijks + recycletarief
€ -440.000
Scenario 3
Minder restcontainers + PBD via containers + recycletarief
€ -280.000
Scenario 4
Minder restcontainers + PBD wekelijks + recycletarief
€ -525.000
Scenario 5
Minder restcontainers + GF-E 2 x week + PBD wekelijks + recycletarief
€ -540.000
Scenario 6
Nascheiding restafval op PBD
€ 360.000
Tabel 4 Besparing op verwerkingskosten incl. meeropbrengsten/ vergoedingen
23
Eenmalige- en investeringskosten
Extra structurele kosten
Alle investeringen in inwerpzuilen, bakje en emmers plus post onvoorziene kosten schrijven we af in 15 jaar tegen 1,5% rente. Alle investeringen in toegangscontrole en alle eenmalige kosten schrijven we af in 5 jaar tegen 1,5% rente.
Extra structurele kosten zijn jaarlijks aan de orde. Het betreft: Kostenconsequenties voor de inzameling van restafval, GFT-E en PBD. We gaan er vanuit dat in de kosten voor papier niets verandert bij het inzamelen. Kostenconsequenties voor onderhoud ondergrondse containers bij minder restafvalcontainers (scenario 4 en 5) en bij PBD-verzamelcontainers (scenario 3). Kostenconsequenties voor inkoop extra benodigde PBD-zakken. Extra fte voor handhaving, communicatie en afvalcoach. Extra administratieve lasten bij scenario’s met recycletarief. Extra kosten voor opruimen afvaldumpingen en bijplaatsingen.
Investeringskosten In de scenario’s 1 tot en met 5 worden alle ondergrondse containers voor restafval en voor GFT-E voorzien van toegangscontrole. In alle scenario’s kunnen inwoners op verzoek een bewaarmiddel voor GF-E ontvangen. We verwachten 20% respons. In scenario 5 krijgen alle adressen in de bebouwde kom een GF-E emmertje. Tevens is rekening gehouden met een post onvoorzien groot 5% van de investeringen. Eenmalige kosten In alle scenario’s zijn er eenmalige kosten voor communicatie, voorbereiding, extra inzet van uren voor de implementatie, het uitzetten van het bewaarmiddel voor in de keuken en het aanpassen van de afvalpas. Daarnaast zijn er nog specifieke scenario-gerelateerde eenmalige kosten, zoals in scenario 4 en 5 het verwijderen van ondergrondse restafvalcontainers en in scenario 5 het uitzetten van het emmertje voor GF-E. Tevens is rekening gehouden met een post onvoorzien groot 5% van de eenmalige kosten.
Bestaande voorzieningen + recycletarief
€ 190.000
Scenario 2
Bestaande voorzieningen + PBD wekelijks + recycletarief
€ 270.000
Scenario 3
Minder restcontainers + PBD via containers + recycletarief
€ 90.000
Scenario 4
Minder restcontainers + PBD wekelijks + recycletarief
€ 180.000
Scenario 5
Minder restcontainers + GF-E 2 x week + PBD wekelijks + recycletarief
€ 600.000
Scenario 6
Nascheiding restafval op PBD
€0
Tabel 6 Extra structurele kosten
Scenario 1
Bestaande voorzieningen + recycletarief
€ 1.300.000
Scenario 2
Bestaande voorzieningen + PBD wekelijks + recycletarief
€ 1.300.000
Scenario 3
Minder restcontainers + PBD via containers + recycletarief
€ 1.400.000
Scenario 4
Minder restcontainers + PBD wekelijks + recycletarief
€ 1.300.000
Scenario 5
Minder restcontainers + GF-E 2 x week + PBD wekelijks + recycletarief
€ 1.500.000
Scenario 6
Nascheiding restafval op PBD
Tabel 5 Totaal eenmalige en investeringskosten
Scenario 1
€ 140.000 24
Totale extra jaarlijkse kosten Indien we de kapitaallasten van de eenmalige- en investeringskosten en de extra structurele kosten bij elkaar optellen en hier vervolgens de besparingen op de verwerkingskosten (incl. meeropbrengsten en extra vergoedingen voor extra gescheiden afvalsoorten) vanaf trekken, kunnen we per scenario aangegeven wat de extra kosten zijn (of besparingen) ten opzichte van de huidige kosten. Zie hieronder in tabel 7 alle kosten en wat dit per huishouden aan extra kosten of besparing zou betekenen. B. C. Extra Besparingen structurele verwerkingsk kosten osten € 190.000 € -360.000
Scenario 1
Bestaande voorzieningen + recycletarief
A. Kapitaallasten € 255.000
Totale extra jaarlijkse kosten Totaal per (A+B+C) huishouden € 85.000 €7
Scenario 2
Bestaande voorzieningen + PBD wekelijks + recycletarief
€ 255.000
€ 270.000
€ -440.000
€ 85.000
€7
Scenario 3
Minder restcontainers + PBD via containers + recycletarief
€ 225.000
€ 90.000
€ -280.000
€ 35.000
€3
Scenario 4
Minder restcontainers + PBD wekelijks + recycletarief
€ 260.000
€ 180.000
€ -525.000
€ -85.000
€ -7
Scenario 5
Minder restcontainers + GF-E 2 x week + PBD wekelijks + recycletarief
€ 280.000
€ 600.000
€ -540.000
€ 340.000
€ 27
Scenario 6
Nascheiding restafval op PBD
€ 30.000
€0
€ 360.000
€ 390.000
€ 31
Tabel 7 Totale extra jaarlijks kosten
25
Scenario 3 scoort qua service gelijk aan scenario 4. PBD kunnen aanbieden in containers in de buurt is een zelfde serviceniveau als wekelijks PBD aan huis inzamelen. De milieuprestatie is slechter dan in scenario 4 omdat we forse afkeur verwachten van ingezameld PBD vanwege vervuiling.
5. Advies voorkeurscenario We vergelijken de zes scenario’s op de prestatiegebieden service, milieu en kosten (zie tabel 8). Scenario 6 scoort slecht op milieu en kosten. Het niet meer gescheiden hoeven te houden van PBD beoordelen we als een extra service, vandaar een plus op dit prestatiegebied. Al met al is dit scenario vanwege de slechte milieuprestatie en de fors hogere kosten geen realistisch scenario voor Hendrik-Ido-Ambacht.
Scenario 2 scoort iets beter op service dan scenario 1 vanwege de extra service voor het aanbieden van PBD in de vorm van een wekelijkse inzameling. Scenario 1 is het iets mindere scenario met betrekking tot service dan scenario 2, maar scoort vergelijkbaar op de prestatiegebieden milieu en kosten.
Scenario 5 scoort goed op service en het beste op het prestatiegebied milieu. De betere milieuprestatie ten opzichte van scenario 3 en 4 is beperkt terwijl de kosten fors hoger uitvallen dan in scenario 3 en 4. Kortom, ook dit scenario is daarmee geen reële optie.
Resumerend kunnen we stellen dat scenario 2 en 4 als beste uit de bus komen (per saldo ++), waarbij op basis van het implementatieen vervangingsplan de financiële voordelen voor scenario 4 nog toe zullen nemen. Advies is om met deze twee scenario’s verder te gaan en de definitieve keuze te maken wanneer ook de uitkomsten van het implementatieplan, inclusief de vervangingen van de ondergrondse containers, uitgewerkt zijn.
Minder restcontainers in scenario 4 betekent weliswaar minder service, maar heeft nog een tegenkracht in extra service in de vorm van een wekelijkse inzameling van PBD. De milieuprestatie is de op een na beste en rekening kan worden gehouden met minimaal gelijke kosten en zelfs een mogelijke kostenbesparing.
Scenario 1
Bestaande voorzieningen + recycletarief
Scenario 2
Bestaande voorzieningen + PBD wekelijks + recycletarief
Scenario 3
Minder restcontainers + PBD via containers + recycletarief
Scenario 4
Minder restcontainers + PBD wekelijks + recycletarief
Scenario 5
Minder restcontainers + GF-E 2 x week + PBD wekelijks + recycletarief
Scenario 6
Nascheiding restafval op PBD
Service
Milieu
Kosten
Saldo
= + = = + +
+ + + ++ +++ -
= = = = -----
+ ++ + ++ + ---
Tabel 8 Samenvatting scores op de drie prestatiegebieden
26
Bijlage 1 Flankerend beleid Het flankerend beleid bestaat uit: 1. aanvullende voorzieningen voor kwetsbare groepen met medisch afval en incontinentieluiers; 2. bewaarmiddel voor GF-E; 3. het gelijkschakelen van het tarief voor het aanbieden van restafval op het afvalbrengstation met het bedrag per inworp en per lediging bij respectievelijk de ondergrondse restcontainer en minicontainer voor restafval; 4. inzetten op communicatie; 5. inzetten op handhaving; 6. (optioneel) aanvullende voorzieningen voor huishoudens met kinderen in de luiers.
1. Voorzieningen voor kwetsbare groepen Voor inwoners met medisch afval zoals stomamateriaal, infuuszakken, hulpmiddelen van sondevoeding, nierdialysemateriaal en CAPD-afval is er geen mogelijkheid om dit afval gescheiden aan te bieden. Het hoort bij het restafval. Omdat hier sporen van medicijnen of bacteriën in zitten, kan het niet bij het PBD. Dat is onveilig voor de mensen die dat afval sorteren en verwerken. Inwoners met dit soort medisch afval hebben dus per definitie buiten hun eigen schuld meer restafval dan een gemiddelde inwoner en zouden bij beperking van de restafvalcapaciteit in de problemen kunnen komen. Het is dan ook te rechtvaardigen om voor deze groep een regeling te treffen, waarbij men bij invoering van een recycletarief alleen vastrecht betaalt en alle inworpen gratis zijn of dat een gelimiteerd aantal inworpen gratis is. In het buitengebied kunnen inwoners een extra container krijgen waarvoor ze geen ledigingstarief verschuldigd zijn. Ook inwoners met incontinentieluiers hebben buiten hun schuld om meer restafval dan gemiddeld. Indien er binnen de gemeente geen voorzieningen komen voor
het gescheiden inleveren van luiers (zie punt 6), dan kan deze groep hetzelfde worden behandeld als inwoners met medisch afval.
2. Bewaarmiddel voor GF-E De grootste uitdaging voor elke gemeente op afvalgebied is het voorkomen dat GF-E in het restafval terechtkomt zoals nu in belangrijke mate gebeurt. Dit geldt ook voor Hendrik-Ido-Ambacht. Om het inwoners zo gemakkelijk mogelijk te maken om in de keuken groente- en fruitafval plus etensresten (GF=E) gescheiden te houden kan de gemeente ter ondersteuning op aanvraag GF-E emmertjes- of bakjes beschikbaar stellen. Een verplichting werkt niet.
3. Gelijkschakelen tarief restafval op afvalbrengstation Het aanbieden van restafval op het afvalbrengstation is in de huidige situatie gratis. Bij de invoering van een recycletarief op het aanbieden van fijn restafval zal een deel van de inwoners naar verwachting alternatieve gratis afvoerkanalen opzoeken, zoals het afvalbrengstation. Om dit ontwijkgedrag te voorkomen is het minimaal noodzakelijk om het aanbieden van zakken met fijn restafval op het afvalbrengstation te belasten. Het tarief per zak zou dan gelijk moeten zin aan het tarief van een inworp in een ondergrondse restcontainer. Een andere optie is om op het afvalbrengstation geen zakken met fijn restafval meer te accepteren. Welke keuze de gemeente ook maakt de praktische implicaties zijn niet eenvoudig, temeer daar ook inwoners uit andere gemeenten gebruik maken van het afvalbrengstation.
4. Communicatie Elk huishouden heeft afval en staat iedere dag voor de afweging waar welk afval in moet. Een wijziging in de afvalinzameling grijpt dus in op het dagelijks leven. Door de inwoners van Hendrik-Ido-Ambacht op de juiste wijze deelgenoot te maken van de veranderingen ontstaat meer draagvlak voor de maatregelen. Een goede communicatie met de inwo27
ners en zorgen voor participatie is dan ook de basis voor meer afvalscheiding en minder restafval. Bewustwording is nodig bij de inwoners om het gedrag te veranderen. Communicatie als flankerend beleid is dus van belang om: de inwoners te informeren over de fysieke maatregelen die de gemeente gaat nemen. de inwoners zoveel mogelijk aan te zetten tot het (beter) scheiden van afval. Om verdere afvalreductie en betere scheiding van herbruikbare afvalsoorten te realiseren is het aan te raden inwoners meer te betrekken bij het afvalbeleid en de behaalde resultaten. Bij het vergroten van kennis en het bieden van service zijn inwoners bereid herbruikbare afvalsoorten te scheiden. Met het geven van feedback op hun inspanningen wordt dit effect versterkt. Uiteindelijk maken de inwoners het verschil. Wanneer het optimaal scheiden van herbruikbare afvalsoorten voor inwoners persoonlijk van belang is werkt dit stimulerend. Bij de transitie naar een andere manier van afvalinzameling is een duidelijke communicatiecampagne en zorgen voor participatie dan ook essentieel. Initiatieven van inwoners om te komen tot meer afvalscheiding zijn welkom. Doel van een bijbehorende communicatiecampagne: inwoners begrijpen de aankomende veranderingen in het afvalbeleid; aansporen tot gedragsverandering: betere afvalscheiding leidt tot minder restafval.
Doelgroep van de communicatiecampagne vormen alle inwoners met speciale aandacht voor laaggeletterden en anderstaligen. De content bestaat uit een combinatie van informeren en nudging (inwoners worden op een positieve manier gestimuleerd om zich op een bepaalde wijze te gedragen). In een communicatieplan dient te worden uitgegaan van minimaal de volgende uitgangspunten: de boodschap: afval is grondstof; aparte focus op afvalpreventie, met name voedselverspilling;
inzicht bieden in gehele keten; aandacht voor de verschillende inzamelmiddelen; gestructureerde inzet van sociale en conventionele media; terugkoppeling van resultaten; scholen en bewonersgroepen betrekken bij afvalscheiding en de noodzaak ervan.
Afhankelijk van het gekozen scenario heeft de verandering van het afvalbeleid ook gevolgen voor het klantcontactcentrum (KCC) van de gemeente en HVC. De piekmomenten zijn echter van tevoren duidelijk aan te wijzen. Het is belangrijk deze druk goed op te vangen door extra bezetting te regelen en het KCC goed te instrueren.
5. Handhaving Daar waar communicatie niet werkt kan indien nodig handhavend worden opgetreden. Dit geldt ook voor de aanpak van afvaldumpingen en zwerfafval. Op basis van monitoring wordt de ernst van de problematiek in beeld gebracht en naar gehandeld. Een belangrijke rol kan zijn weggelegd voor een afvalcoach die fungeert als een fysiek aanspreekpunt in de wijk om inwoners actief te informeren over afvalscheiding. De interactie met de inwoners heeft een positieve invalshoek. De afvalcoach moedigt inwoners aan om mee te denken, heeft echt contact met de inwoners en informeert / inspireert hen.
6. (Optioneel) voorzieningen voor babyluiers Gezinnen met kinderen in de luiers behoren niet tot een van de eerder genoemde kwetsbare groepen, maar hebben in deze fase van hun leven een meer dan gemiddelde hoeveelheid restafval als gevolg van de luiers 28
(per maand 22 kilogram extra). Gebruikt men wegwerpluiers, dan wil men daar uit oogpunt van hygiëne en stankoverlast zo snel mogelijk vanaf. Zij zullen vaker gebruik maken van de ondergrondse restcontainer en bij invoering van een recycletarief duurder uit zijn dan een gemiddeld huishouden. Een optie is om voor babyluiers een voorziening te creëren, bijvoorbeeld luiercontainers in de openbare ruimte of bij kinderdagverblijven, scholen en op de milieustraat. Ook inwoners met incontinentieluiers zouden hier dan gebruik van kunnen maken. Op dit moment is er in Nederland nog onvoldoende capaciteit voor de recycling van gescheiden ingezamelde luiers. Totdat die capaciteit ook beschikbaar komt voor Hendrik-Ido-Ambacht en afhankelijk van het verwerkingstarief, zullen de ingezamelde luiers als restafval worden verbrand. De gemeente kan echter ook het standpunt innemen dat deze gezinnen zelf de keuze maken om kinderen te nemen met als consequentie gedurende een relatief korte periode in hun leven meer afval te hebben dan normaal en daar ook extra voor te betalen. Waarom zouden andere inwoners hieraan indirect (via die speciale inzamelvoorzieningen) moeten meebetalen.
29
Contact Ton Daamen Advies & Projectleiding 085 773 19 95 ton@deafvalspiegel.nl
De AfvalSpiegel Kraaivenstraat 21-15 5048 AB Tilburg www.deafvalspiegel.nl
30