Bijlage bij raadsvoorstel 9.1 20210115 Rekenkamerrapport Raad weten met de Omgevingswet gew. exp
Tekst van het document
Kleine Koppel 26 3812 PH Amersfoort +31 (0)33 3036800 info@overmorgen.nl overmorgen.nl IBAN NL48RABO0145534111 BIC RABONL2U BTW 8145.82.035.B01 KVK 27243218
Rekenkamercommissierapport Hendrik-Ido-Ambacht Januari 2021
Raad weten met de Omgevingswet
1.
Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Positie gemeenteraad onder de Omgevingswet 2.1 Veranderende rol van de gemeenteraad 2.2 Positionering gemeenteraad 3. Opbouw en verantwoording onderzoek 4. Opbrengsten onderzoek: a. Benchmark zes gemeenten b. Gesprek trekker Omgevingswet & ambtelijk opdrachtgever c. Gesprek met raadsleden en griffie 5. Conclusies & aanbevelingen
2
1.
Inleiding
De Omgevingswet komt eraan: tientallen wetten en honderden regelingen over omgevingsrecht worden in één wet en vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) geïntegreerd. De inwerkingtreding van de wet is onlangs uitgesteld en staat nu gepland voor januari 2022. Tal van gemeenten bereiden zich al voor op de implementatie van de Omgevingswet, zo ook Hendrik-Ido-Ambacht. De Omgevingswet is namelijk veel meer dan de integratie van tientallen wetten en honderden regelingen en AMvB's. De nieuwe instrumenten, ruimere bestuurlijke afwegingsruimte voor gemeenten en meer ruimte voor initiatief, veranderen het speelveld rond onze fysieke leefomgeving. De Omgevingswet vraagt ook om een andere relatie tussen overheid en samenleving. Dit vraagt om reflectie op de rol van het ambtelijk apparaat, het college en op die van de gemeenteraad. Juist nu de Omgevingswet is uitgesteld, is het van belang dat de gemeenteraad vooraf tijdig positie kiest over zijn eigen rol bij de invoering en straks bij de uitvoering van de Omgevingswet. De wet heeft immers veel gevolgen voor de werkzaamheden van de gemeente in het fysieke domein. De Rekenkamercommissiecommissie wil zicht krijgen op de wijze waarop de gemeenteraad in positie kan worden gebracht om kaders te kunnen stellen en richting te kunnen geven aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving onder de Omgevingswet.
Onderzoek De Rekenkamercommissie heeft adviesbureau Over Morgen gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de gewenste positionering van de raad bij de invoering van de Omgevingswet, het vervolgproces hiervan en de aanpak van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Onderstaande randvoorwaarden voor het onderzoek zijn in samenspraak met de Rekenkamercommissie opgesteld: • Het onderzoek is gebaseerd op ‘best practices’ van zes andere gemeenten; • Het onderzoek maakt duidelijk hoe de rol van de raad verandert onder de Omgevingswet; • Het onderzoek omschrijft de mogelijkheden die de raad heeft om een rol te pakken; • Het resultaat van het onderzoek helpt de raad een positie te bepalen onder de Omgevingswet die past bij de cultuur van Hendrik-Ido-Ambacht. De uitkomsten van het onderzoek zijn steeds verbonden met de rol van de gemeenteraad met betrekking tot de implementatie van de Omgevingswet, met een bijzondere blik op de ontwikkelingen van de omgevingsvisie. Wat is de positie van de raad in het transitieproces? Hoe is de raad tot nu toe betrokken? Wat kan de raad beter doen om hun rol en taak te in te vullen? Het onderzoek leidt tot een aantal aanbevelingen voor de gemeenteraad van Hendrik-Ido-Ambacht. Daarmee bieden de uitkomsten van het onderzoek aanknopingspunten voor de positie die de raad onder de Omgevingswet in kan nemen. Leeswijzer Dit rapport is als volgt opgebouwd.
In hoofdstuk twee is de door de Omgevingswet veranderende rol en positie van de raad beschreven. Vervolgens is in hoofdstuk drie inzicht geboden in de opbouw en verantwoording van het uitgevoerde onderzoek. In hoofdstuk vier zijn de opbrengsten van het onderzoek weergegeven waarna in hoofdstuk vijf de conclusies en aanbevelingen staan beschreven.
3
2.
Positie gemeenteraad Omgevingswet
Met de komst van de Omgevingswet krijgt de gemeenteraad een andere positie. De wet biedt meer mogelijkheden om de kaderstellende rol die de gemeenteraad heeft in te vullen. Dit kan echter alleen wanneer de gemeenteraad zich bewust is van deze rol en daarvoor de juiste stappen weet te zetten. In dit hoofdstuk beschrijven we de veranderende rol van de gemeenteraad. 2.1 Veranderende rol van de gemeenteraad De rol van de gemeenteraad bij de implementatie van de Omgevingswet is cruciaal. Taken worden gedecentraliseerd naar de lokale overheid en de bestuurlijke afwegingsruimte wordt vergroot. De raad gaat hier, als hoogste orgaan van de gemeente, de gevolgen zeker van merken. Gelijktijdig is enige nuancering en wellicht ook relativering op zijn plaats. De invoering van de Omgevingswet is zelfs voor de best ingevoerde deskundigen nauwelijks in zijn geheel en diepgaand te doorgronden. Het is dus ook niet verwonderlijk dat gemeenteraadsleden, die vaak slechts een beperkt deel van hun tijd aan hun raadswerk kunnen besteden, het gevoel hebben dat ‘het ze overkomt’. Tegelijkertijd vraagt de wet om reflectie vanuit leden van de gemeenteraad op hun eigen rol en verantwoordelijkheid.
Hoe zien de leden de positie en rolopvatting van de gemeenteraad bij (de implementatie van) de Omgevingswet? En in hoeverre gaan ze hier met elkaar over in gesprek, om zo een gezamenlijke ambitie te bepalen? De raad heeft immers een kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taak ten aanzien van de implementatie van de Omgevingswet. Dit alles maakt de implementatie een verre van eenvoudige opgave. Alleen dit is voor de Rekenkamercommissie al reden om de verschillende aanpakken rondom de implementatie van de Omgevingswet vooraf zichtbaar te willen maken. Dit maakt een open gesprek in ieder geval mogelijk, biedt steun en mogelijk nieuwe inzichten. Juist deze steun aan raadsleden is belangrijk. De lange doorlooptijd en grote complexiteit van deze stelselherziening verhogen namelijk de urgentie om de raad zo goed mogelijk te ondersteunen met kennis en kunde. Maar ook om de raad in positie te brengen voor de implementatie van de Omgevingswet. Gelijktijdig vragen diezelfde complexiteit en het langdurige proces van invoering enige bescheidenheid over wat er verwacht kan worden. Dit ontslaat de raad overigens niet van de verplichting om nu ‘in positie te komen’ en na te denken over de vervolgstappen. De Omgevingswet borduurt voort op het dualisme.
De bedoeling is dat de gemeenteraad zich niet bezig houdt met uitvoering, maar met het vaststellen van beleid en regels en het controleren van de uitvoering door het college van B&W. Voor de gemeenteraad betekent dit vooruit denken, werken op basis van kaders en randvoorwaarden en een goede monitoring van het beleid.
4
De gemeenteraad heeft in de Omgevingswet de volgende rollen: • Kaders stellen door het vaststellen van de omgevingsvisie; • Regels stellen door het vaststellen van het omgevingsplan; • Adviseren over de omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan bij bepaalde aangewezen gevallen; • Controleren of de beleidscyclus functioneert en hierin eventueel ingrijpen; • Bewaken of besluiten met voldoende participatie tot stand komen (als onderdeel van de algemene taak om toe te zien op de kwaliteit van de besluitvorming).
Kaders stellen; hoe doe je dat? (uit: Jaarkalender Necker van Naem)
Met de Omgevingswet ontstaat een nieuwe dynamiek tussen gemeenteraad, college en samenleving. De belangrijkste verandering voor de raadsleden is dat ze meer kaderstellend aan de voorkant van het proces worden. Het vraagstuk wat de raad wil met de fysieke leefomgeving wordt vastgelegd in de omgevingsvisie en uitgewerkt in het omgevingsplan, de kaders waarbinnen straks wordt gewerkt. Het proces van integrale belangenafweging wordt daarmee naar voren gehaald. Hierbij gaat het om de afweging tussen de verschillende beleidsthema’s en de afweging tussen heldere kaders stellen en maatwerk mogelijk maken. De gemeenteraad heeft met de omgevingsvisie het sturende middel in handen voor de ontwikkeling van onze fysieke leefomgeving. Hierin staan de (kern)kwaliteiten, ambities en beleidsdoelstellingen die op basis van een integrale afweging tot stand zijn gekomen en richting geven aan de toekomstige ontwikkeling van Hendrik-IdoAmbacht. In het omgevingsplan wordt het strategische beleid uit de omgevingsvisie vertaald naar regels die voor iedereen bindend zijn. Het is aan de gemeenteraad om erop toe te zien dat participatie plaatsvindt en dat het op tijd en goed gebeurt. De prominente aandacht voor participatie is een belangrijk onderdeel van de verandering in bestuurscultuur die met de Omgevingswet wordt ingezet.
De bedoeling is dat zorgvuldige participatie leidt tot draagvlak en tot initiatieven uit de samenleving die de kwaliteit van de leefomgeving ten goede komen. De Omgevingswet is met al deze veranderingen niet alleen een samenvoeging van een fors aantal wetten. De Omgevingswet is vooral een andere manier van werken voor college, gemeenteraad en initiatiefnemers uit de samenleving. In de gemeenteraad gaat het nog meer om hoofdlijnen en controle. Wat kan de worden overgelaten aan de samenleving en waar wil je als gemeente op sturen? In dit onderzoek wordt het beeld bevestigd van het meest realistische scenario; een gemeenteraad die vanuit kennis over de Omgevingswet, op het juiste moment bewuste keuzes maakt over tempo, ambitie, afwegingsruimte en de eigen positie. De aanbevelingen uit dit onderzoek kunnen daarbij een hulpmiddel zijn.
5
2.2 Positionering gemeenteraad Om als raad positie in te nemen in het nieuwe speelveld dat de Omgevingswet met zich meebrengt, zijn er (in deze fase van het implementatieproces) vier belangrijke aanknopingspunten voor de raad: • Kennisontwikkeling; • Veranderende verhouding tussen inwoners en overheid; • Omgevingsvisie en omgevingsplan; • Reflectie op eigen handelen en positionering. Kennisontwikkeling Voor een goede positionering van de raad moet de raad kennis ontwikkelen over de Omgevingswet. De Omgevingswet is de grootste wetswijziging sinds de invoering van de Grondwet. Voor de gemeenteraad is het van belang om hun rol vanuit de Omgevingswet goed te kennen en die in te vullen vanuit de geest van de Omgevingswet. Dit geldt ook als het gaat over de nieuwe kerninstrumenten die de wet met zich meebrengt (zie hiervoor bijlage 1.
De volgende taken zijn in de Omgevingswet benoemd voor de gemeenteraad1: • Kaders stellen door het vaststellen van de omgevingsvisie; • Regels stellen door het vaststellen van het omgevingsplan; • Programmatische aanpak voor een programma; • Inpassing Omgevingsvergunning (na 5 jaar) in het omgevingsplan; • Adviseren over de omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan bij bepaalde aangewezen gevallen; • Controleren of de beleidscyclus functioneert en hierin eventueel ingrijpen; • Bewaken of besluiten met voldoende participatie tot stand komen (als onderdeel van de algemene taak om toe te zien op de kwaliteit van de besluitvorming). • Aanwijzen commissie Rijksmonumenten (en welstand); • Monitoren van de programma’s en omgevingswaarden. Veranderende verhouding tussen inwoners en overheid Inwoners en organisaties ondernemen steeds vaker actie in hun directe leefomgeving, voorbeelden hiervan zijn het onderhoud van speeltuinen of groenvoorzieningen maar ook een buurtpreventieapp of het oprichten van een lokale energiecorporatie. Bovendien wordt er tegenwoordig volop gebruik gemaakt van digitale netwerken en gedigitaliseerde kennis. Aan de hand daarvan worden verbindingen aangegaan, waarbij verschillende sectoren en gemeenschappen zich verenigen. Daardoor wordt een groter publiek bereikt en hebben maatschappelijke initiatieven een grotere impact.
De verhouding tussen overheid en inwoners verandert, de overheid trekt zich terug en vraagt van de inwoners meer onderlinge steun en zorg voor elkaar. Voor de gemeente biedt dit een kans om de samenwerking met initiatieven uit de samenleving en binnen de regio anders vorm te geven. Dit sluit aan bij de komst van de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet heeft de gemeenteraad de taak om te bewaken of initiatieven met voldoende participatie tot stand komen. De gemeente moet duidelijk zijn over de manier waarop inwoners en initiatiefnemers betrokken worden bij plannen en hoe de gemeente omgaat met initiatieven en input uit de samenleving. De raad heeft hierin een controlerende rol. De komst van de Omgevingswet biedt de mogelijkheid om het samenspel tussen overheid en inwoners te veranderen. De vraag die elke volksvertegenwoordiger zichzelf moet stellen is: welke rol vervul ik? Hoe ga ik om met initiatiefnemers en wat is voor mij belangrijk in mijn relatie als raadslid en inwoners? Als raadslid wil je een rol kiezen waarbij je onderdeel bent van het nieuwe speelveld dat de Omgevingswet met zich meebrengt. Omgevingsvisie & omgevingsplan De raad heeft een belangrijke rol bij de omgevingsvisie door in de visie de kaders te stellen voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving.
Wat voor gemeente wil je zijn? En welke uitgangspunten voor de omgevingsvisie passen hierbij? En hoe gaan we om met participatie?
6
Zijn de keuzes in de omgevingsvisie gebiedsgericht of gelden ze voor de hele gemeente? Door als raad betrokken te zijn bij het bepalen van de uitgangspunten voor de visie, ontstaat er een gemeenschappelijke focus, richting en een toetsingskader voor de raad waar tijdens het opstellen van de omgevingsvisie op terug gegrepen kan worden. Hiermee biedt de omgevingsvisie een afwegingskader voor keuzes en opgaven die de gemeente de komende jaren op zich af ziet komen. Als de Omgevingswet in werking treedt is met één druk op de knop zichtbaar met welke regels een initiatiefnemer rekening moet houden. De gemeenteraad biedt kaders voor deze regels die een plek krijgen in het omgevingsplan. De rol voor de gemeenteraad wijzigt bij dit onderdeel niet bijzonder ingrijpend. Voorafgaand aan de vaststelling van het omgevingsplan bepaalt de raad de uitgangspunten voor de realisatie van initiatieven in onze fysieke leefomgeving. Hiermee heeft de gemeenteraad een instrument in handen dat initiatieven uit de samenleving mogelijk maakt. Hierbij is het van belang om het krachtenveld van initiatiefnemers, maatschappelijke organisaties, bewoners- en ondernemersorganisatie te kennen. Het is niet alleen voor de raad, maar ook voor de ambtelijke organisatie belangrijk te weten wat de betrokkenheid, de invloed en de onderlinge relaties zijn van actoren.
Als dit in kaart is gebracht, kan de gemeenteraad een juiste afweging maken. Reflectie op eigen handelen en positionering De implementatie van de Omgevingswet gaat over thema’s als rechtszekerheid versus flexibiliteit, algemeen belang, participatie, integraliteit, duurzaamheid en energietransitie, kwaliteit van de organisatie, tempo, digitalisering, et cetera. Op al deze thema’s is het aan de raad om de eigen ambities te formuleren, kaders te stellen en deze – indien nodig of gewenst – te herijken. De gemeenteraad kiest welke houding de gemeente wil aannemen in relatie tot de samenleving. De raad wordt gevraagd om keuzes te maken rond het gewenste ambitieniveau, de sturingsfilosofie, zijn eigen rol en de vertaling hiervan in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Gemeenteraden kunnen meer ruimte geven aan initiatieven vanuit de samenleving, maar tegelijkertijd vraagt de samenleving om rechtszekerheid, dan wel het hoeden of bewaken van het algemeen belang. Voor de gemeenteraad een lastig dilemma. Het is aan de gemeenteraad om te bepalen welke ambitie hij heeft en hoe hij daar sturing aan willen gegeven. De keuze tussen een sturende of een faciliterende overheid is een randvoorwaarde voor de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de omgevingsvisie, het omgevingsplan en welke ruimte wordt geboden aan initiatieven uit de samenleving.
Het is voor de gemeenteraad belangrijk om kritische te blijven op de verandering die de Omgevingswet vraagt in rol en handelen én op het eigen functioneren als raad. De Omgevingswet gaat slechts 20% over de inhoud van de wet en voor 80% over de cultuurverandering die de wet vraagt. Gemeenten hebben nog te weinig aandacht voor de impact die de Omgevingswet heeft op de ambtelijke organisatie, de rol van de gemeenteraad en de werkcultuur. Ze benaderen de nieuwe wet voor de leefomgeving vooral instrumenteel en met een ruimtelijk-juridische focus, terwijl de wet forse aanpassingen van de organisatiestructuur en –cultuur vraagt. Een behoorlijke opgave dus. Daarom moet de raad allereerst bekend zijn met de rollen onder de Omgevingswet, investeren in het vasthouden en uitbreiden van het kennisniveau rond de wet en kritisch blijven op eigen handelen en positionering.
7
3.
Opbouw en verantwoording van het onderzoek
Tijdens het onderzoek is de gewenste positionering van de raad bij de invoering van de Omgevingswet onderzocht. Er is gekeken hoe de raad invulling aan zijn rol kan geven bij de omgevingsvisie en bijbehorende participatie activiteiten. Het onderzoek is uitgevoerd via de volgende stappen: 1. Benchmark naar betrokkenheid en positionering van de raad bij zes andere gemeenten; 2. Gesprek met de trekker Omgevingswet en ambtelijke opdrachtgever (afdelingshoofd Beleid & Ontwikkeling); 3. Gesprek met griffie en vertegenwoordiging van de raad. Ad 1. Benchmark Onderzoek naar de implementatie van de Omgevingswet bij zes andere gemeenten; op welke wijze geven zij invulling aan de implementatie, hoe hebben zij de raad meegenomen in de invoering van de Omgevingswet en in positie gebracht? Hierbij zijn onderstaande stappen uitgevoerd:
1. De volgende criteria zijn gehanteerd bij het selecteren van gemeenten: • De gemeente heeft een implementatieplan Omgevingswet opgesteld; • De positie van de gemeenteraad is helder en uitgebreid omschreven in het implementatieplan; • In het kader van regionale vergelijking worden minimaal (aantal) gemeenten uit de regio geselecteerd; • Gemeenten waarbij vanwege de ervaring van bureau Over Morgen is gebleken dat zij op een volledige manier invulling hebben gegeven aan de positie van de gemeenteraad. Dit heeft geleid tot de selectie van de gemeenten Dordrecht, Hoeksche Waard, Zuidplas, Gooise Meren, Huizen en Moerdijk. 2. Voor het onderzoek zijn de volgende vragen opgesteld: • Wat staat er in het implementatieplan over de positie van de gemeenteraad? • Hoe pakt de gemeenteraad zelf positie? • Op welke wijze wordt de gemeenteraad betrokken? • Wat staat er in het implementatieplan over de benodigde kennis over de Omgevingswet? • Hoe wordt de gemeenteraad betrokken bij het opstellen van de omgevingsvisie? • Hoe wordt de gemeenteraad betrokken totstandkoming van het omgevingsplan? • Hoe hangt de input vanuit de samenleving samen met de vertegenwoordigende rol van gemeenteraad? 3.
Om zicht te krijgen in de wijzen waarop andere gemeenten invulling geven aan de implementatie van de Omgevingswet, zijn de implementatieplannen en andere (beleids)documenten die betrekking hebben op de implementatie van de Omgevingswet van deze gemeenten geanalyseerd. Op basis van deze documenten zijn bovenstaande vragen beantwoord. 8
4. Per gemeente is een overzicht gemaakt van de activiteiten die zij ondernemen in het kader van de implementatie van de Omgevingswet. Deze activiteiten zijn vergeleken met de werkwijze van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Ad 2. Trekker Omgevingswet & ambtelijk opdrachtgever In dit gesprek op 14 juli 2020 lag de focus op het implementatietraject Omgevingswet van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en de rol en positie van de gemeenteraad hierin. Aanvullende aan dit gesprek zijn de relevante documenten voor de implementatie van de Omgevingswet in Hendrik-Ido-Ambacht bestudeerd; Koersdocument Op weg naar de Omgevingswet in Hendrik-Ido-Ambacht, Plan van Aanpak Omgevingswet Hendrik-Ido-Ambacht en Landingsplaats voor de Omgevingswet. Ad 3. Griffie en vertegenwoordiging van de raad In het gesprek op 24 augustus 2020 met de griffie en een vertegenwoordiging van de raad, is aan de hand van zes stellingen gediscussieerd over de betrokkenheid van de raad bij de implementatie van de Omgevingswet en de rol van de raad onder de nieuwe wet. Voor dit gesprek is een uitnodiging verstuurd naar alle raadsleden. Zij konden zich aanmelden voor deze bijeenkomst. De volgende stellingen zijn besproken: Stelling 1: De raad is voldoende geïnformeerd over en betrokken bij de (implementatie van de) Omgevingswet.
Stelling 2: Als raadslid begrijp ik de intenties van de Omgevingswet en kan hierin mijn positie bepalen. Stelling 3: De raad weet met de komst van de Omgevingswet invulling te geven aan participatie met initiatiefnemers. Stelling 4: Het is voor de raad voldoende om alleen nog sturen op ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving via de omgevingsvisie. Stelling 5: Het college krijgt te veel invloed onder de Omgevingswet. Stelling 6: Als raadslid ben ik klaar voor de komst van de Omgevingswet. Ik weet hoe ik invulling ga geven aan mijn rol.
9
4.
Opbrengsten onderzoek
4.1 Benchmark Het doel van de benchmark is om inzicht te krijgen in de werkwijzen van andere gemeenten bij de implementatie van de Omgevingswet en de positionering van de raad. Welke stappen hebben deze gemeenten gezet en hoe kan Hendrik-Ido-Ambacht hiervan leren? Is de gemeenteraad van Hendrik-IdoAmbacht op eenzelfde manier betrokken als andere gemeenten? Dordrecht
‘’Voor de raad komt een groter accent te liggen op het stellen van integrale kaders.’’ Gemeente Bronnen
Implementatieplan
Betrokkenheid raad
Kennis Omgevingswet
Omgevingsvisie
Participatie
2
Dordrecht • Plan van aanpak Omgevingswet (PvA)2 • Raadsinformatiebrief inzake Omgevingswet3 • Aan de slag met Omgevingswet – Dordrecht4 In het plan van aanpak staat beschreven dat er concrete afspraken worden gemaakt tussen college en raad over de voorbereiding van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (PvA. 2018, p6). De gemeente Dordrecht werkt met een raadswerkgroep Omgevingswet die eens in de 4 maanden bij elkaar komt. Alle onderwerpen die raken aan de implementatie van de Omgevingswet worden in de raadswerkgroep, in samenspraak met griffie en het ambtelijk kernteam, besproken. Op deze manier wordt getracht het informatieniveau tussen ambtelijke organisatie en raad op hetzelfde niveau te houden. Het informatieniveau is van belang voor de raad. Raadsleden moeten ten eerste kennis hebben van de bedoeling van de wet en de bijbehorende instrumenten. De materie is complex. Om die reden wordt de raad in Dordrecht door externen ondersteund en geadviseerd in de keuzes die de komende jaren en daarna moeten worden gemaakt (PvA, 2018, p7). Onder andere in spelvorm is de raad door de griffie en college uitgebreid geïnformeerd en meegenomen in de benodigde transformatie van werkzaamheden. De gemeenteraad van Dordrecht bepaalt de ambitie voor de omgevingsvisie en doet duidelijke richtinggevende uitspraken over relevante thema’s (PvA, 2018, p13).
Er worden sessies ingericht waarbij de grote thema’s die een plek moeten krijgen in de omgevingsvisie worden besproken. Met een communicatieadviseur wordt per onderdeel van het implementatieproces bekeken wat de strategie is om inwoners te betrekken. De raad stelt een interne en externe communicatie- en participatiestrategie vast (PvA, 2018, p20).
Dordrecht: Plan van aanpak Omgevingswet
3 Dordrecht: Raadsinformatiebrief 4 Dordrecht: Aan de slag met de Omgevingswet
10
Hoeksche Waard
‘’Raadsleden moeten actiever meedenken over wat men wil in de fysieke leefomgeving.’’
Gemeente Bronnen
Hoeksche Waard • Ambitie- en programmaplan Omgevingswet (ApO)5 • Interview trekker Omgevingswet6
Implementatieplan
De gemeente Hoeksche Waard heeft de implementatie van de Omgevingswet vastgelegd in een ambitie-en programmaplan. Hierin staat onder andere vermeld dat raadsleden actief moeten meedenken over wat men wil in de fysieke leefomgeving en welke ruimte ze de samenleving willen geven. Afhankelijk van de ruimte die de raad daarna wil geven aan initiatieven, zijn ze bewust van het feit dat ze moeten leren loslaten (App, 2017, p12). Daarbij hoort ook dat ze op de hoogte zijn van het sturen op grote lijnen. De raad is zeer op de hoogte van de veranderende omstandigheden die horen bij de Omgevingswet en kennen daardoor hun vernieuwende rol. Taken en verantwoordelijkheden tussen raad en college zijn helder. De gemeenteraad krijgt een andere rol in het proces. Ze worden meer kaderstellend aan het begin van het proces. De gemeenteraad bepaalt in hoeverre er ruimte voor ontwikkelingen wordt gegeven en in welke mate hiervoor algemene regels gelden op een vergunningplicht wordt opgelegd. Ook hier wordt duidelijk dat in de Hoeksche Waard stevig wordt geïnformeerd over rolverdelingen. Wanneer bijvoorbeeld een activiteit niet onder de algemene regels valt, moet een initiatiefnemer een omgevingsvergunning aanvragen bij het bevoegd gezag. De hoofdregel is dat het college hierbij het bevoegd gezag is. Algemene regels zijn voor de raad, uitzondering voor het college (App, 2017, p20).
De raad verkent zelf, samen met griffiers, op welke manier ze competenties en vaardigheden ontwikkelen die passen bij de nieuwe sturingsfilosofie. Dit doen ze langs de weg van de inhoud (omgevingsvisie) en bewustwording (App, 2017, p14). In diverse sessies zijn raadsleden inmiddels bijgepraat over de veranderingen. Hoeksche Waard heeft een gebiedsagenda laten opstellen waarin alle ontwikkelingen in de gemeente zijn opgenomen. Dit biedt inzicht voor de gemeenteraad bij het opstellen van de omgevingsvisie en vereenvoudigt het proces. De gemeente Hoeksche Waard wil anders omgaan met participatie naar aanleiding van de Omgevingswet (App, 2017, p13). De gemeente geeft hier invulling aan door te experimenten met nieuwe vormen van gebiedsontwikkeling, participatie, dienstverlening en veranderende rollen. Uit het Ambitie- en programmaplan wordt niet duidelijk wat de rol van de raad hierin is.
Betrokkenheid raad
Kennis Omgevingswet
Omgevingsvisie
Participatie
5 Hoeksche Waard: Ambitie en Programmaplan 6 Interview trekker Omgevingswet
11
Zuidplas
‘’De rol van de raad is en blijft het stellen van kaders.’’
Gemeente Bronnen Implementatieplan
Betrokkenheid raad
Kennis Omgevingswet
Omgevingsvisie
Participatie
Zuidplas • Implementatieplan Omgevingswet7
De gemeente Zuidplas heeft een implementatieplan (IO) opgesteld en een invoeringsprogramma ingericht. In de gemeente Zuidplas is de raadswerkgroep betrokken bij het maken van het implementatieplan, het koersdocument voor de omgevingsvisie en het plan van aanpak voor het omgevingsplan. Doordat de raadswerkgroep hierbij een belangrijke rol vervult, is de raadswerkgroep goed op de hoogte van alle processtappen. Hierdoor is de raad niet volgend aan een agenda van het college of ambtelijke organisatie, maar voeren zij samen de regie op de implementatie van de Omgevingswet (IO, 2019, p34). In deze gemeente is het zo ingericht dat de te nemen stappen in het implementatieproces cyclisch terugkomen. Op deze manier blijft de raad continu aan zet. Het voordeel hiervan is dat de raad niet meer hoeft te pieken op één of enkele momenten waarop de visie wordt vastgesteld (IO, 2019, p34). Naast deze cyclus maakt de raad ook duidelijke procesafspraken met college. Dit zorgt voor helderheid over de taken en verantwoordelijkheden. De raad heeft er voor gekozen een raadswerkgroep Omgevingswet in te richten om betrokken te blijven bij het implementatietraject (IO, 2019, p34). De werkgroep komt eens in de zes weken bijeen. Er is op eigen initiatief gekozen voor deze relatief hoge intensiteit om betrokken te zijn bij alle processtappen. Na de processtap volgt bespreking in de raad.
De raad wordt ook periodiek op de hoogte gebracht door middel van een fraai vormgegeven nieuwsbrief waarin informatie behapbaar is verwerkt. De leden van de raadswerkgroep fungeren als woordvoerder. Er vindt bestuurlijke samenwerking plaats tussen raad en college. Keuzes over de veranderende rollen en bevoegdheden, bestuurlijke afwegingsruimte, mate van participatie worden gezamenlijk gemaakt (IO, 2019, p15). In Zuidplas is een Week van de Omgevingswet georganiseerd waarbij raadsleden de mogelijkheid kregen deel te nemen aan inhoudelijke activiteiten. De rol van de raad is en blijft het stellen van kaders. De gemeenteraad kan invloed behouden door het maken van goede procesafspraken met het college. De ambitie van de raadswerkgroep en daardoor de gehele raad, is om gedurende de beleidscyclus continue aan zet te blijven (IO, 2019, p34). De gemeente Zuidplas staat voor een inclusieve samenleving. Iedereen moet kunnen meedoen en daar hoort participeren naar vermogen bij. Inwoners en initiatiefnemers zijn tijdig geïnformeerd over de wijze waarop de gemeente Zuidplas de wet uitvoert en zijn actief betrokken bij de totstandkoming van de omgevingsvisie via een participatietraject op maat (IO, 2019, p15).
7Zuidplas: Implementatieplan Omgevingswet
12
Gooise Meren
‘’De raad bewaakt bij participatieprocessen het algemeen belang van de leefomgeving.’’
Gemeente Bronnen
Implementatieplan
Betrokkenheid raad
Kennis Omgevingswet
Omgevingsvisie
Participatie
Gooise Meren • Voorbereidingsdocument: De Omgevingswet (Vd)8 • Ambitiedocument: Van meren en Wegen (Ad)9 • Presentatie Nota Koers en keuze (Nkk)10 In de gemeente Gooise Meren heeft men inzichtelijk gemaakt welke onderdelen behoren tot de implementatie van de Omgevingswet. Gooise Meren doorloopt meerdere stappen om de implementatie vorm te geven. Deze stappen, passend bij de beschreven ambitie, zijn organisatorische voorbereiding en het komen tot bouwstenen voor de omgevingsvisie. De raad heeft de ambities en de stappen vastgesteld. De raad heeft input gegeven voor de Nota Bouwstenen (beschrijvende kenmerken van Gooise Meren) door middel van kernkwaliteiten en identiteiten te benoemen. In de documenten wordt alleen de formele rol van de raad benoemd, niet hoe de raad hier invulling aan gaat geven of hoe de raad expliciet betrokken wordt bij de verschillende implementatiestappen. Vanwege de complexiteit van de implementatie is het voor raadsleden handig te weten waar zij aan toe zijn en bij welke onderdelen input nodig is van de raad. In 2016 en 2017 zijn er verdiepingsbijeenkomsten georganiseerd om zorg te dragen voor kennis over de Omgevingswet (Vd, 2017, p7). Daarnaast wordt via thema-uren de stand van zaken over de implementatie van de Omgevingswet regelmatig toegelicht. In Jip en Janneketaal worden, middels een keuzemenu, de rollen van de raad verduidelijkt.
Bij de omgevingsvisie hanteert de gemeente Gooise Meren twee sporen: 1) inventarisatie huidig beleid en visies opnemen in de omgevingsvisie en 2) de raad betrekken bij het gehele proces zodat zij tussentijds kan sturen. In Gooise Meren is aan de raad gevraagd uitspraken te doen over het behouden en versterken van de kwaliteiten van de gemeente enerzijds, en het bieden van ruimte aan initiatieven, innovaties en nieuwe ontwikkelingen anderzijds (Ad, 2017, p6). Deze uitspraken dienen als kader voor de omgevingsvisie, zoals benoemd in de Nota bouwstenen. Bij wijze van proef wordt in de gemeente Gooise Meren geëxperimenteerd met een Omgevingstafel. De Omgevingstafel is een overleg voordat een initiatiefnemer een omgevingsvergunning daadwerkelijk aanvraagt. In dit vooroverleg zit de initiatiefnemer, de vergunningverlener, eventuele andere belanghebbenden, gemeentelijke adviseurs en experts aan tafel om een aanvraag voor te bespreken. De kans op realisatie van het initiatief neemt daarmee toe en door te werken met de Omgevingstafel wordt er geoefend met de nieuwe rollen en werkwijze onder de Omgevingswet.
8 Gooise Meren: Voorbereidingsdocument 9 Gooise Meren: Ambitiedocument 10 Gooise Meren: Presentatie Nota Keuzes en Koers
13
Huizen
“Een basiskennisniveau is nodig om verantwoorde politieke keuze te maken.’’
Gemeente Bronnen
Huizen • Routeplan implementatie Omgevingswet Huizen (RIO)11 • Startnotitie omgevingsvisie (SO)12
Implementatieplan
De gemeente Huizen heeft gekozen voor het opstellen van een Routeplan. Het Routeplan beschrijft de implementatie van de Omgevingswet in een viertal sporen en per spoor zijn concrete actiepunten benoemd. In het plan wordt de raad een belangrijke rol toebedeeld. Duidelijk is dat in Huizen een koppeling is gemaakt tussen raad, college en organisatie. Het college en de organisatie hebben de raad nodig als partner en vice versa (RIO, 2018, p5).
Betrokkenheid raad
De taken die behoren tot het college en de raad zijn helder beschreven. De raad zet de lijnen voor de toekomst uit (omgevingsvisie) en college vult in (programma). Er wordt door het college en de organisatie nadrukkelijk gestuurd op het vroegtijdig betrekken van de raad bij ontwikkelingen rond de implementatie van de Omgevingswet (RIO, 2018, p4). De ambities en uitgangspunten voor de omgevingsvisie zijn vroegtijdig verkend met de raad (SO, 2019, p2). Om als gelijkwaardige partners te kunnen functioneren heeft de raad een basiskennisniveau nodig. De raad is hiervan bewust en zet daarom in op kennisontwikkeling om verantwoorde keuzes te kunnen maken. De raad bepaalt het proces om te komen tot een omgevingsvisie. De raad moet keuzes maken over wat voor gemeente Huizen wil zijn. Vragen zoals; geven we maximale invulling aan uitnodigingsplanologie of stellen we vooral kaders voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving (RIO, 2018, p4). Voor totstandkoming van de omgevingsvisie zijn door de ambtelijke organisatie een aantal toekomstscenario’s uitgewerkt die de mogelijke ontwikkelrichting voor de gemeente Huizen schetsen. Via een intensief participatietraject wordt de samenleving betrokken bij de omgevingsvisie. Er is een online platform (www.toekomstvanhuizen.nl) waar inwoners hun input kunnen geven.
Daarnaast zijn er participatie activiteiten in de stad georganiseerd waar inwoners konden reageren op mogelijke toekomstscenario’s voor de gemeente Huizen.
Kennis Omgevingswet Omgevingsvisie
Participatie
11 Huizen: Routeplan Implementatie Omgevingswet 12 Huizen: Startnotitie omgevingsvisie
14
Moerdijk
“Duidelijkheid over de verschillende rollen is nodig.’’
Gemeente Bronnen Implementatieplan
Betrokkenheid raad
Kennis Omgevingswet
Omgevingsvisie
Participatie
Moerdijk • Implementatieplan Omgevingswet Moerdijk13 • Verslag klankborgroep14 De gemeente Moerdijk heeft vijf aandachtspunten gedefinieerd voor de implementatie van de Omgevingswet. Een van de aandachtspunten richt zich op de veranderende rol van de gemeenteraad in een veranderende wereld. In de gemeente Moerdijk is er een klankbordgroep vanuit de raad om als raad betrokken te zijn en te blijven. Het college, ambtelijke organisatie en de klankbordgroep hebben feedback-momenten ingebouwd in de raadscyclus. De raad is zich bewust van het feit dat een nieuwe visie nodig is om invulling te geven aan de rol als volksvertegenwoordiger, parallel aan participatietrajecten met de omgeving en de verhouding met het college en de organisatie. Kortom, de rol van raadslid vraagt om een duidelijke invulling (IO, 2019, p27). Door middel van diverse sessies is de gemeenteraad vanuit de ambtelijke organisatie meegenomen in het implementatietraject. In deze sessies is verhelderd wat de invloed van de Omgevingswet is voor de gehele gemeente én voor de rol van de raad. De ambtelijke organisatie is van mening van dat functievolwassenheid binnen de raad momenteel nog ontbreekt. Er wordt vanuit de raad veel invloed geclaimd aangezien de raad niet alleen stuurt op ‘wat’ maar ook op ‘hoe’ (IO, 2019, p0).
Er zijn feedback-momenten ingebouwd in de raadscyclus om gedurende het proces te leren en ontwikkelen. Bij het opstellen van de omgevingsvisie vindt de gemeente Moerdijk de input vanuit de samenleving belangrijk. De gemeenteraad heeft zelf aangestuurd op democratische vernieuwing. Om hier invulling aan te geven worden experimenten opgezet met als doel te onderzoeken hoe inwoners en gemeente dichter bij elkaar kunnen worden gebracht (IO, 2019, p7). Participatie is in Moerdijk een belangrijk uitgangspunt voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. De gemeente spreekt veel met partijen uit de samenleving. De vertaalslag naar eigen handelen en ontwikkeling van beleid vraagt nog aandacht (IO, 2019, p8)
.
13 Moerdijk: Implementatieplan Omgevingswet 14 Moerdijk: Verslag klankbordgroep
15
4.2
Opbrengst gesprek trekker Omgevingswet & ambtelijk opdrachtgever
Gemeente Bronnen
Implementatieplan
Hendrik-Ido-ambacht • Gesprek trekker Omgevingswet en ambtelijk opdrachtgever • Koersdocument “Op weg naar de Omgevingswet in Hendrik-IdoAmbacht” • Plan van Aanpak Omgevingswet Hendrik-Ido-Ambacht • Landingsplaats voor de Omgevingswet In 2016 is de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht gestart met de oriëntatie op de Omgevingswet. In het document ”De Omgevingswet in Hendrik-IdoAmbacht” zijn de hoofdlijnen van de aanpak aangegeven. Deze eerste periode heeft in het teken gestaan van het bijwonen van bijeenkomsten van onder meer het Rijk en de VNG, het organiseren van ambtelijke en bestuurlijke werkateliers en een tweetal interactieve informatiebijeenkomsten met de raad. Het resultaat van deze periode van gedachtenvorming is het Koersdocument. Het doel van het Koersdocument is om helder en overzichtelijk in beeld te brengen waar de gemeente voor staat bij de verdere invoering van de verschillende onderdelen van de Omgevingswet. Het doel van het Koersdocument is ook om duidelijke kaders te geven voor de volgende stappen op weg naar de Omgevingswet. Het Koersdocument is in 2019 vastgesteld door de raad en vooraf met college en raad besproken. In het Koersdocument wordt ook gesproken over het ambitieniveau van de gemeente voor de implementatie van de Omgevingswet. Er is bewust gekozen om niet voor één profiel te kiezen maar voor maatwerk voor verschillende deelgebieden binnen de gemeente.
Invoeringsstrategieën Omgevingswet; VNG ambitieprofielen
Dit model van de VNG beschrijft twee assen: • Invoering van de Omgevingswet gebruiken om werkwijze aan te passen aan de eisen van de wet of een grote verandering teweeg te brengen; • Interne focus intern in de organisatie of extern focus in de samenleving. Door deze assen van uitersten met elkaar te combineren ontstaan vier ambitieprofielen: consoliderend, onderscheidend, calculerend en vernieuwend. 16
In 2019 is een Plan van Aanpak opgesteld waarbij de implementatie langs zes sporen wordt vormgegeven. Hiermee is het Plan van Aanpak de uitwerking van het koersdocument; een soort spoorboekje “Hoe gaan we aan de slag?”. Dit Plan van Aanpak is voorbereid met de ambtelijke organisatie en college en vervolgens voorgelegd aan de raad.
Betrokkenheid raad
Kennis Omgevingswet
Omgevingsvisie
Participatie
In de uitvoering van de verschillende sporen vragen de voorbereidingen voor de implementatie van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) nog aandacht. Ondanks het uitstel van de implementatiedatum van de Omgevingswet, gaat de ambtelijke organisatie gewoon door met het uitvoeren van de acties uit het Plan van Aanpak. Vanuit alle sporen lopen acties, de planning zoals opgenomen in het Plan van Aanpak wordt niet altijd gehaald. De raad is in verschillende bijeenkomsten geïnformeerd over de inhoudelijke kant van de Omgevingswet en heeft het Koersdocument in 2019 vastgesteld. Het Plan van Aanpak is aan de raad voorgelegd. De raad heeft hier geen inhoudelijke vragen gesteld, behalve over financiën en de opleiding voor medewerkers. De raad is gewend om op basis van een voorstel van het college besluiten te nemen. De gesprekken met de raad over de Omgevingswet en de rol van de raad hebben tot dusverre geen nieuwe inzichten gebracht over de rol van de raad en besluitvormingsproces. Vanaf 2018 zijn er verschillende bijeenkomsten voor de raad georganiseerd die zijn voorbereid met de ambtelijke organisatie en het college. De VNG heeft in 2019 onder andere een presentatie verzorgd, voorbereid door de griffie, over de rol van de raad onder de Omgevingswet (op basis van stellingen).
In de andere bijeenkomsten lag de focus op kennisoverdracht over de Omgevingswet zodat de raad weet waar het over gaat. Na installatie van de nieuwe raad is de raad opnieuw geïnformeerd over de inhoudelijke aspecten van de Omgevingswet. De gemeente heeft de Antea Group opdracht gegeven om de omgevingsvisie te maken. Dit is de eerste echte grote stap in het kader van de Omgevingswet. In het omgevingsvisietraject zijn er zes momenten met de raad voorzien; van besluitvorming over nota van uitgangspunten tot vaststelling van de omgevingsvisie. Al bij het bepalen van de uitgangspunten voor de omgevingsvisie wordt informatie opgehaald bij de raad in plaats van een voorstel voor te leggen aan de raad (andere manier van werken passend bij de geest van de Omgevingswet). In het Koersdocument staat als richting beschreven voor participatie: “Bij het vormgeven van de verschillende opgaven die de Omgevingswet met zich meebrengt, is de samenleving erg belangrijk. Dat wil zeggen dat inwoners, belanghebbenden en initiatiefnemers in elke stap een nadrukkelijke en heldere rol hebben. Daar waar mogelijk gaan wij uit van een actieve bijdrage vanuit de samenleving. Ons uitgangspunt is dat onze inwoners zelf belanghebbenden en initiatiefnemers opzoeken en uitnodigen om hun visie te geven.” Ook de omgevingsvisie moet participatief tot stand komen.
Binnen de gemeente is op verschillende manieren ervaring opgedaan met participatietrajecten bijvoorbeeld rond de ontwikkeling van speelplekken, het zwembad, het preventieplan, een actieplan duurzaamheid en de woonvisie.
17
5. Conclusies en aanbevelingen 5.1 • • •
• • • •
5.2 • • • •
5.3 • • • • • • •
18
Conclusies benchmark Elke gemeente geeft op een eigen manier invulling aan de implementatie van de Omgevingswet. Er zijn aantoonbare verschillen tussen een actieve en passieve rol van de raad. Gemeente hebben veel aandacht voor het proces om te komen tot de omgevingsvisie, de rol van de raad daarbij en het voorgestelde participatietraject. Er wordt in de implementatieplannen/plannen van aanpak heel minimaal gesproken over het omgevingsplan en de rol van de raad daarbij. Het omgevingsplan wordt genoemd als instrument waarin de ambities uit de omgevingsvisie worden door vertaald naar regels. Daarnaast wordt alleen de formele rol van de raad benoemd: zelf regels stellen voor het omgevingsplan of delegeren naar het college. Het betrekken van de raad wordt in alle implementatieplannen besproken, de invulling over op welke wijze ontbreekt. Het formeren van een raadswerkgroep zorgt voor betrokkenheid gedurende de implementatie. De raad is bewust van het feit dat kennisontwikkeling over de Omgevingswet noodzakelijk is om verantwoorde keuzes te maken gedurende de implementatie. Gemeenten zien de Omgevingswet als aanleiding om participatie op een vernieuwende manier vorm te geven. Conclusies gesprek trekker Omgevingswet en ambtelijk opdrachtgever Hendrik-Ido-Ambacht laat geen afwijkend beeld zien ten opzichte van andere gemeenten.
Bij start implementatie focus op kennispositie van de raad over de Omgevingswet, weinig aandacht besteed aan de rol en positie van de raad. Lange periode geen bijeenkomsten met de raad tussen het moment van vaststellen van het Koersdocument en Plan van Aanpak en startbijeenkomst over de omgevingsvisie In het proces om te komen tot de omgevingsvisie is een bewuste keuze gemaakt om de raad vroeg te betrekken. In het plan van aanpak zijn vier momenten genoemd waarbij de raad wordt betrokken; bij de Nota van uitgangspunten, verschillende ontmoetingen, de botsproeven en bij vaststelling van de omgevingsvisie. Conclusies gesprek griffie en vertegenwoordiging van de raad Er is onvoldoende kennis aanwezig over de Omgevingswet en de rol van de raad bij raadsleden; Het is voor raadsleden onduidelijk welke rol zij moeten invullen gedurende de implementatie van de Omgevingswet; Raadsleden zijn onvoldoende op de hoogte van de activiteiten van de ambtelijke organisatie; Raadsleden willen graag de ‘handen uit de mouwen steken’ en zien de omgevingsvisie als een kans om te oefenen met hun nieuwe rol; Raad is reflectief op eigen handelen. Raad is onvoldoende in positie in kaderstellende rol (betrokkenheid aan de voorkant). Raad is zoekende naar zijn rol bij de implementatie van de Omgevingswet c.q. de omgevingsvisie.
5.4
Aanbevelingen
We verdelen de aanbevelingen onder in drie categorieën:
Kennisontwikkeling Organiseer als raad, collectief, een laagdrempelige toegang tot informatie rondom de Omgevingswet en voer regie op de agenda rond de Omgevingswet. Het uitstel van de Omgevingswet biedt extra ruimte om hier invulling aan te geven. Gebruik deze periode om kennis op te doen over de Omgevingswet en de rol en positie van de raad. Concrete aanbevelingen: • Stel een raadswerkgroep in die de implementatie van de Omgevingswet actief volgt en monitort; • Organiseer Omgevingswet thema-uren in de raadscyclus; • Vraag het college om een laagdrempelige toegang tot informatie op te zetten (digitaal dossier) met actuele feiten, voortgang en resultaten rond de invoering van de Omgevingswet binnen de eigen gemeente. • Verzoek het college om een periodieke terugkoppeling naar de raad van leerervaringen en resultaten uit het implementatietraject Omgevingswet. • Bezoek als gemeenteraadslid zelf regelmatig de website van het programma Aan de slag met de Omgevingswet. Hier staat de actuele informatie over de Omgevingswet, wordende landelijke ervaringen vanuit pilots en experimenten gedeeld en bijeenkomsten rond de Omgevingswet aangekondigd (www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl). Raadpleeg ook Notubox waar door gebruik te maken van de zoekfunctie, presentaties en raadsinformatiebrieven over de Omgevingswet te vinden zijn. • Leestip: De gemeenteraad en de Omgevingswet.
Hoe raadsleden hun rol kunnen pakken en focus aanbrengen (mr. Trees van der Schoot en Dick Spel). De raad geeft zowel politiek richting aan de wijze waarop de Omgevingswet wordt geïmplementeerd, bewaakt de voortgang en dient gelijktijdig te reflecteren op de eigen rol in het grotere geheel. Dat vraagt van een raad niet alleen dat men zich tijdig laat informeren over de voortgang van de implementatie, maar ook dat de raad zich op een kritische manier laat spiegelen over het eigen functioneren. In andere woorden; dat de raad zijn eigen functioneren kritisch laat bekijken.
Omgevingsvisie en omgevingsplan Het college en de ambtelijke organisatie hebben het recht op een door de raad geformuleerd ambitieniveau voor de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Formuleer als raad dus het ambitieniveau op thema’s als bouwen, wonen, verkeer, mobiliteit en bedrijventerreinen, energie, milieu, veiligheid, gezondheid en andere sociale aspecten van de leefomgeving. Dit ambitieniveau is tevens het referentiekader voor de raad zelf en wordt het vanzelfsprekender om als raad een leidende rol in plaats van een volgende rol te hebben bij het omgevingsvisie traject. Denk als raad vooraf, collectief en autonoom na over de invulling van de omgevingsvisie. Wacht niet op een voorstel van het college. Concrete aanbevelingen: • Steek tijd en energie in de omgevingsvisie en richt het proces zo in dat de raad het proces en uitkomsten acties kan monitoren (idem voor het omgevingsplan); • Stel het ambitieniveau voor de omgevingsvisie vast (daar waar dat voor de implementatie van de Omgevingswet niet is gedaan); • Ken het krachtenveld in de samenleving en weet wie betrokken is bij participatietrajecten.
Hierdoor is de raad op de hoogte wat speelt in de gemeente en is daardoor beter in staat toekomstgerichte keuzes te maken die een plek krijgen in de omgevingsvisie; • Wees als raad betrokken bij participatietrajecten om voeling te krijgen met de wensen en bedenken vanuit de gemeenschap. Laat je vanuit de griffie informeren wanneer welk participatietraject start; • Breng de afwijkingen van de huidige bestemmingsplannen in kaart. Dit geeft inzicht in de praktijk; het aantal afwijkingen, de omvang van de afwijkingen, verloop van de besluitvorming, rol van de raad en het college daarbij, met welke procedure is afgeweken? Is de raad echt overal nodig en wat zegt dat over de toekomstige rol van de raad richting het omgevingsplan?
19
Reflectie op eigen handelen en positionering Start als raad periodiek een kritische reflectie op de voortgang en breng de inhoud van de Omgevingswet in kaart. Ook een kritische reflectie op het eigen functioneren kan de raad goed helpen om hiaten of vraagstukken in kaart te brengen en de raad vooruit te helpen bij het werken richting de opzet van een integrale omgevingsvisie en de implementatie van de Omgevingswet. Concrete aanbevelingen: • Geef een impuls aan de lokale democratie door o.a. in een vroeg stadium betrokken te zijn bij participatietrajecten. Blijf hierbij kritisch op de eigen rol, zoals reeds is benoemd in vastgestelde participatienota. • Laat de rekenkamer ook onderzoek uitvoeren gedurende het proces van de implementatie van de Omgevingswet over de positiebepaling van de raad; • Organiseer kritische reflectie op inhoud, voortgang en rol van de raad bij de implementatie van de Omgevingswet; • Breng de griffie in positie om een verbindende rol te spelen tussen college, gemeenteraad en ambtelijk organisatie.
20
Opbrengst gesprek griffie en vertegenwoordiging raad
Op 24 augustus 2020 heeft een gesprek plaatsgevonden met de griffie en een vertegenwoordiging van de raad (zie bijlage 2 voor de aanwezige raadsleden). Op basis van zes stellingen is dit gesprek gevoerd. Stelling 1: De raad is voldoende geïnformeerd over en betrokken bij de (implementatie van de) Omgevingswet De raad heeft het gevoel onvoldoende betrokken zijn bij de implementatie van de Omgevingswet en zegt te weinig kennis te hebben over de deze wet. Er is onvoldoende tijd om je als raadslid op dit soort grote onderwerpen voor te bereiden. Vanuit de ambtelijke organisatie wordt de raad als processtap ervaren in plaats van dat de raad aan de voorkant van het proces kaders meegeeft. Via het college komt over het algemeen een uitgewerkt voorstel bij de raad waarbij de raad gevraagd wordt te tekenen voor het voorstel. De vertegenwoordiging vanuit de raad is van mening dat de raad zelf kaders moet stellen en zelf de regie in handen moet nemen. Hierdoor is de raad betrokken aan de voorkant voor initiatieven en voorstellen. Stelling 2: Als raadslid begrijp ik de intenties van de Omgevingswet en kan hierin mijn positie bepalen De vertegenwoordiging van de raad voelt zich te weinig geïnformeerd en kan hierdoor de eigen positie nog niet bepalen. “We moeten groeien in onze rol.” De raadsleden zoeken naar de politieke afweging die je als raad moet maken onder de Omgevingswet.
Stelling 3: De raad weet met de komst van de Omgevingswet invulling te geven aan participatie met initiatiefnemers Een goede omgevingsvisie is in de beleving van de raadsleden heel belangrijk om in de toekomst goed invulling te kunnen geven aan participatie. De visie moet duidelijk richting geven voor initiatieven vanuit de samenleving en is daarmee leidend in het participatietraject. Voor initiatiefnemers is het heel belangrijk om te weten wat de rol van de raad in het participatietraject is. De raad moet ook het krachtenveld in de samenleving goed kennen zodat ze daarop kunnen acteren. Stelling 4: Het is voor de raad voldoende om alleen nog sturen op ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving via de omgevingsvisie. De raad zou moeten sturen op de grote lijnen zoals die in de omgevingsvisie worden vastgelegd. De omgevingsvisie wordt door vertaald naar het omgevingsplan. Hiermee heeft de raad een meer gedetailleerd kader in handen om de sturen op ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Vanuit hun volksvertegenwoordigende rol willen de raadsleden aandacht houden voor (kleine) signalen uit de samenleving en hierop kunnen acteren. Stelling 5: Het college krijgt te veel invloed onder de Omgevingswet De raad is gewend om op basis van een voorstel van het college besluiten te nemen. De raad wordt in het proces om te komen tot de omgevingsvisie heel vroeg betrokken.
Hiermee is de omgevingsvisie een kans om het anders te doen; vooraf kaders stellen in plaats aan het eind van het proces tekenen bij het kruisje. De raadsleden geven aan het zelf in handen te hebben om het onder de Omgevingswet anders te doen; “Wij zijn aan zet.” Stelling 6: Als raadslid ben ik klaar voor de komst van de Omgevingswet. Ik weet hoe ik invulling ga geven aan mijn rol. De raadsleden geven aan nog erg te zoeken naar hun rol onder de Omgevingswet. Er is meer inhoudelijke informatie nodig en informatie over de keuzes waar de raad voor staan. Op basis daarvan kunnen raadsleden invulling gaan geven aan hun rol.
21
Bronnenlijst
Aan de slag met de Omgevingswet (onbekend). Omgevingswet geeft nieuwe waarde aan de Hoeksche Waard. Geraadpleegd op 28 juli 2020, van https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/implementatie/ervaringen/interviews/interviews/omgevingswet-geeft/ Aan de slag met de Omgevingswet (2020) Met wie wil je aan tafel? Geraadpleegd op 15 juli 2020, van https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/participatieomgevingswet/participatie-per-fase/kompas-aanpakmaat/tafel/ Aan de slag met de Omgevingswet (2020) Rol in het participatieproces. Geraadpleegd op 15 juli 2020, van https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/participatieomgevingswet/hulpmiddelen/stuurwielvolksvertegenwoordigers/rol/ Binnenlands Bestuur. (2016) Vaardigheden om goed te starten met de Omgevingswet. Geraadpleegd op 10 juli 2020, van https://www.binnenlandsbestuur.nl/Uploads/2016/6/SKILLS-JS-Consultancy.pdf Dordrecht (2018). Plan van aanpak implementatie Omgevingswet. Geraadpleegd op 22 juli 2020, van https://www.dordrecht.nl/pls/idad/mozEgemDocument?F_DOCNR=6633781 Dordrecht (2018). Raadsinformatiebrief. Geraadpleegd op 22 juli 2020, van https://www.dordrecht.nl/pls/idad/mozEgemDocument?F_DOCNR=6658105 Drechtsteden (onbekend). Jij en de Omgevingswet. Geraadpleegd op 23 juli 2020, van https://www.omgevingswetdordrecht.nl/drechtsteden/jij-en-deomgevingswet?waxtrapp=gedqjiDsHuOnMqcBzlBN Georgopoulou, P. (2019, onbekend) De controlerende rol.
Geraadpleegd op 9 juli 2020. Georgopoulou, P. (2018, augustus). De gemeenteraad meenemen. Geraadpleegd op 15 juli 2020, van https://vng.nl/artikelen/de-gemeenteraad-meenemen Gooise Meren (2018). Ambitiedocument: Van Meren en Wegen. Geraadpleegd op 30 juli 2020, van https://bestuur.gooisemeren.nl/plannen-enprojecten/dossier/?tx_windmeetings_windmeetings%5Baction%5D=downloadDocument&tx_windmeetings_wi ndmeetings%5Bcontroller%5D=Agenda&tx_windmeetings_windmeetings%5Bdocument%5D=5649&cHash=d 5ee8858cf72465d49469c80b08da003 Gooise Meren (2020). Samen aan de slag met de Omgevingswet in Gooise Meren. Geraadpleegd op 24 september 2020, van https://bestuur.gooisemeren.nl/plannen-enprojecten/dossier/?tx_windmeetings_windmeetings%5Baction%5D=downloadDocument&tx_windmeetings_wi ndmeetings%5Bcontroller%5D=Agenda&tx_windmeetings_windmeetings%5Bdocument%5D=7226&cHash=7 40e114873916ad7f9c0c507b7679ab8 Gooise Meren (2017). Voorbereidingen Gooise Meren op de invoering. Geraadpleegd op 30 juli 2020, van https://bestuur.gooisemeren.nl/fileadmin/user_upload/wind_meetings/518725_De_Omgevingswet__voorbereidingen_op_de_implementatie_01.pdf Hendrik Ido Ambacht (2019). Plan van Aanpak Omgevingswet Hendrik-Ido-Ambacht. Ontvangen van trekker Omgevingswet. Hendrik Ido Ambacht (2019). Koersdocument Op weg naar de Omgevingswet in Hendrik-Ido-Ambacht. Ontvangen van trekker Omgevingswet.
22
Hoeksche Waard (2017). Implementatie Omgevingswet Hoeksche Waard. Geraadpleegd op 28 juli 2020, van https://openpdc.gemeentehw.nl/wp-content/uploads/2020/02/Omgevingswet-Hoeksche-Waard.ambitie-enprogrammaplan-2017.pdf Huizen (2018). Routeplan Implementatie Omgevingswet. Geraadpleegd op 4 augustus 2020, van https://ris.gemeenteraadhuizen.nl/Beleidsnotas/Omgevingswet/Routeplan-Implementatie-OmgevingswetHuizen-def.pdf Huizen (2019) Startnotitie Omgevingsvisie. Geraadpleegd op 4 augustus 2020, van https://www.toekomstvanhuizen.nl/documenten/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1570450 Moerdijk (2019). Implementatieplan Omgevingswet. Geraadpleegd op 20 augustus 2020, van https://www.moerdijk.nl/web/Politiek-en-Organisatie/College-van-B-en-W/Besluitenlijsten/Besluitenlijsten2019/151011-Besluitenlijst-B-amp-amp-W-vergadering/Implementatieplan-Omgevingswet.html Vliek, L. (2019, december) De rol van de gemeenteraad in de Omgevingswet. Geraadpleegd op 14 juli 2020, van https://www.straatbeeld.nl/blog/161219/de-rol-van-de-gemeenteraad-in-de--omgevingswet Zuidplas (2019). Implementatieplan Omgevingswet. Geraadpleegd op 27 juli 2020, van https://www.zuidplas.nl/mgd/files/implementatieplan_omgevingswet.pdf
23
Bijlage 1: Kerninstrumenten van de Omgevingswet
De belangrijkste kerninstrumenten van de Omgevingswet voor de gemeente zijn de omgevingsvisie, het programma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. In deze bijlage wordt de samenhang tussen deze vier kerninstrumenten geduid. De omgevingsvisie is een verplicht instrument voor gemeenten. Dit betekent dat iedere gemeente uiterlijk in 2024 over een omgevingsvisie moet beschikken. De omgevingsvisie is een strategische en integrale langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving. De fysieke impact vanuit andere domeinen, zoals het sociaal of economisch domein, worden ook meegenomen in de visie. Er geldt een zogenaamde ‘motiveringsplicht’ wat betreft participatie voor zowel de omgevingsvisie als het omgevingsplan. De gemeente moet motiveren hoe de omgeving is betrokken bij de voorbereiding van de visie en het plan, en wat er is gedaan met de input. In het programma worden doelen uit de visie concreet gemaakt. Gemeenten kunnen in het programma het beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving uitwerken. Een voorbeeld zou kunnen zijn een programma Berkelland Klimaatneutraal of een samen met de regio op te stellen gebiedsgericht programma. Het omgevingsplan van de gemeente bevat regels voor de fysieke leefomgeving op lokaal niveau.
Het omgevingsplan geeft invulling aan de maatschappelijke opgaven uit de gemeentelijke omgevingsvisie en is daarmee vergelijkbaar met het huidige bestemmingsplan. Een gemeente heeft in een omgevingsplan meer bestuurlijke afwegingsruimte dan binnen het huidige bestemmingsplan. Dit gaat over de beleidsruimte die de gemeente heeft om eigen afwegingen te maken over activiteiten in de fysieke leefomgeving. Daarnaast is de reikwijdte van het omgevingsplan ruimer dan van het bestemmingsplan onder andere door de integratie van milieuregels en vanuit verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan wordt aangevuld met andere voor de fysieke leefomgeving relevante beleidsnotities en regels. De omgevingsvergunning is sinds de inwerkingtreding van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht al een bekend instrument. Dit instrument blijft ook onder de Omgevingswet bestaan. Met een omgevingsvergunning kunnen bewoners, bedrijven en overheden toestemming vragen om activiteiten in de leefomgeving uit te voere
n.
24
Bijlage 2: Aanwezige raadsleden gesprek 24 augustus 2020
Marcel de Groot Arie Scheurwater Marijke Gommans Marcel de Groot Marjet Vogelaar Arie Mol Melis Nugteren Jauharina Oeflke Jan Struik Bart van Ginkel Ary Cramer Henk de Waard Harm Groenendijk
25
D66 PvdA D66 D66 GB GB GB VVD AUB SGP-CU EVA CDA AUB
Afgemeld Afgemeld Afgemeld Afgemeld