Bijlage bij raadsvoorstel 9.1 - 2. Rapport HIA implementatievoorstel
Tekst van het document
Implementatievoorstel volgende stap in het grondstoffenbeleid in opdracht van gemeente Hendrik-Ido-Ambacht
Dossiernummer: 21CC106 Tilburg, 30 september 2021
5
Inhoudsopgave Samenvatting en advies .............................................................................................. 3 1.
Inleiding .............................................................................................................. 5
2.
Resultaten onderzoek ...................................................................................... 6
3.
Inzamelsystematiek in scenario’s 2 en 4 ..................................................... 6
4.
Kosten................................................................................................................. 8
4.1
Keuzes bij vervangen ondergrondse containers .................................... 8
4.2
Kosten scenario’s......................................................................................... 9
5.
Effect recycletarief op afvalstoffenheffing ................................................ 13
6.
Flankerend beleid ........................................................................................... 16
7.
Planning op hoofdlijnen ................................................................................. 19
1. Contact ........................................................................................... 20
2
Samenvatting en advies
200 minder. Het advies is te kiezen voor scenario 4+. Bij besluitvorming in december 2021 kan het nieuwe systeem 1 januari 2023 ingaan.
Uit de vergelijking van de zes scenario’s in het vooronderzoek komt naar voren dat scenario 4 per saldo het beste scoort. Scenario 2 scoort als een na beste. De beide scenario’s zijn identiek wat betreft de volgende wijzigingen: a. toepassen van een recycletarief; b. verlagen van de inzamelfrequentie van restafval in het buitengebied naar 1 keer per 4 weken; c. wekelijks aan huis inzamelen van PBD; d. het aantal GFT-E ondergrondse containers wijzigt niet.
In de tabel is de informatie samengevat weergegeven.
De scenario’s zijn verschillend van elkaar wat betreft het aantal ondergrondse restafvalcontainers. In scenario 2 blijven alle 377 ondergrondse restafvalcontainers in gebruik. In scenario 4 wordt dit aantal met 200 gereduceerd. Mede naar aanleiding van opmerkingen tijdens de raadsbijeenkomst op 14 september 2021 over de ‘grote’ loopafstand bij zoveel minder containers, zeker wanneer de eerste container defect is en men is aangewezen op de tweede container, is een scenario 4+ opgenomen waarbij we uitgaan van 100 tot 150 minder restafvalcontainers. Scenario 4+ is op de hiervoor genoemde punten a, b en c identiek met de scenario’s 2 en 4. Keuze scenario 4+ Om te komen tot substantieel meer afvalscheiding en minder restafval is een verlaging van het serviceniveau voor restafval noodzakelijk. In de scenario’s 4 en 4+ doen we dit door het aantal restafvalcontainers te verminderen waardoor de loopafstand wordt vergroot (minder service). Scenario 4+ heeft een iets minder groot effect op de vermindering van de hoeveelheid restafval en de kosten dan scenario 4 (zie tabel), maar sluit beter aan bij waar Hendrik-Ido-Ambacht vandaan komt, namelijk een zeer hoog serviceniveau voor restafval. Inwoners zullen de stap naar 100 tot 150 minder restafvalcontainers gemakkelijker maken dan naar
Aantal restafvalcontainers
Hoeveelheid restafval in kg per inwoner
Eenmalige kosten in 2022
Besparing per huishouden t.o.v. huidige situatie jaarlijks vanaf 2023
Huidige situatie
377
277 kg
€ 112.770
Scenario 2
377
168 kg
€ 440.227
€ -12,34
Scenario 4
177
145 kg
€ 770.227
€ -38,03
Scenario 4+
277
158 kg
€ 610.227
€ -27,88
Noodzakelijk flankerend beleid Noodzakelijk flankerend beleid bestaat uit realisatie van aanvullende voorzieningen/ aparte regeling voor kwetsbare groepen met medisch afval en incontinentieluiers, het op verzoek beschikbaar stellen van een bewaarmiddel voor GF-E, afstemming acceptatie restafval op afvalbrengstation, extra communicatie en handhaving en de inzet van een afvalcoach. Bestaande PBD-containers weghalen De bestaande PBD-containers in de openbare ruimte komen te vervallen. Bij een wekelijkse inzameling aan huis van PBD is deze voorziening niet meer noodzakelijk, ook niet voor inwoners met beperkte opslagruimte. Bovendien zal handhaving van een dergelijke voorziening die vrij toegankelijk is een aantrekkingskracht hebben op afval dat er niet in thuishoort, hetgeen de kwaliteit niet ten goede komt. Wat te doen aan risico op bijplaatsingen en vervuiling GFT-E Bij de invoering van het recycletarief bestaat het risico dat bijplaatsingen en vervuiling van het GFT-E toenemen. Om dit risico zoveel mogelijk in te 3
perken zal naast communicatie en handhaving elk adres twee restafvalcontainers en twee GFT- containers krijgen toegewezen. Bij vervuiling van het GFT-E kunnen dan in ieder geval die adressen specifiek worden aangesproken. In de huidige situatie kan elk adres gebruik maken van elke container. Kostenconsequenties scenario 4+ In de kostenberekeningen gaan we er vanuit dat de gemeente het bestaande KTZ-systeem voor de ondergrondse containers handhaaft. Ook wanneer de gemeente geen keuze maakt voor scenario 4+ dienen deze containers inclusief toegangscontrole en volmeldsysteem op korte termijn te worden vervangen, omdat ze technisch en financieel zijn afgeschreven. Bij scenario 4+ liggen de kapitaallasten van deze investeringen lager dan bij niets doen, omdat het aantal restafvalcontainers 100 minder is. In scenario 4+ zijn er eenmalige kosten voor het verwijderen van 100 ondergrondse restafvalcontainers, extra communicatie en begeleiding bij de omschakeling, projectkosten (ondersteuning en advies), realisatie van aanbiedplekken voor PBD-zakken, aanschaf en verspreiden van GFT-E bakjes voor in de keuken, inkoop van kroonringen voor PBD-zakken en aanschaf en versturen van afvalpassen. De eenmalige kosten worden ten laste gebracht van de rekening/ begroting 2022 (het jaar voor de invoering).
In scenario 4+ hebben we te maken met extra structurele kosten voor de wekelijkse inzameling van PBD. Hier tegenover staan jaarlijkse besparingen op de inzamelkosten voor restafval (minder containers en minder restafval). Per saldo een besparing op de inzamelkosten ten opzichte van niets doen. De post extra structurele kosten bestaat in scenario 4+ uit: Lagere onderhoudskosten ondergrondse containers. Inkoop extra benodigde PBD-zakken. Extra fte voor handhaving, communicatie en afvalcoach.
Extra administratieve lasten bij scenario’s met recycletarief. Extra kosten voor opruimen afvaldumpingen en bijplaatsingen.
De besparingen op de verwerkingskosten komen tot stand door minder restafval (minder kilo’s betekent lagere verwerkingskosten) en meer gescheiden afvalsoorten (extra kilo’s PBD, papier, glas en textiel betekent hogere opbrengsten en vergoedingen). Extra ingezameld GFT-E betekent hogere verwerkingskosten. Per saldo realiseren we in scenario 4+ een besparing op de verwerkingskosten. Onder de streep is scenario 4+ jaarlijks gemiddeld per huishouden een bedrag van € 27,88 goedkoper dan in de situatie van niets doen. Hendrik-Ido-Ambacht totaal investeringen A. kapitaallasten investeringen 15 jaar B. kapitaallasten investeringen 5 jaar totale kapitaallasten (A+B) extra structurele kosten meerkosten inzameling overige extra structurele kosten totale extra structurele kosten
Niets doen
Scenario 4+
€ 2.234.800 € 85.485 € 203.497 € 288.982
€ 1.953.260 € 75.667 € 175.076 € 250.743
nvt € 29.058 € 29.058
€ -86.701 € 286.109 € 199.408
€ 288.982 € 29.058 €0 € 318.039
€ 250.743 € 199.408 € -479.423 € -29.272
€ 25,53
€ -2,35
Jaarijkse meer-/ minderkosten A. Jaarlijkse kapitaallasten B. Extra structurele kosten C. Besparingen verwerkingskosten Totaal (A+B+C) Totaal per huishouden Verschil per huishouden t.o.v situatie niets doen
€ -27,88
De besparing in de verschillende scenario’s worden reeds in het eerste jaar van wijziging gerealiseerd (planning is 2023). Alle eenmalige kosten (€ 610.227) worden ten laste gebracht van de rekening/ begroting 2022 (het jaar voor de invoering). 4
1. Inleiding In 2019 heeft de gemeenteraad van Hendrik-Ido-Ambacht het Grondstoffenbeleidsplan 2019-2023 vastgesteld. Inmiddels zijn (bijna) alle maatregelen uit het plan uitgevoerd. De maatregelen hebben beperkt effect gehad op het verlagen van de kosten en het verhogen van het milieurendement. Vraagstelling en resultaat De vraag is welke volgende stap in het grondstoffenbeleid de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht kan zetten waarbij rekening wordt gehouden met de uitgangspunten van het coalitieakkoord: optimalisatie van het huidige systeem; geen extra minicontainer; uitgaan van het principe dat de vervuiler betaalt en de niet-vervuiler wordt beloond (diftar/ recycletarief); de financiële kosten verminderen door de kosten omlaag te brengen. In het grondstoffenbeleidsplan is reeds voorgesorteerd op diftar/ recycletarief. Het resultaat is een weloverwogen en gedragen besluit door de raad in december 2021 op basis van een door De AfvalSpiegel op te stellen advies inclusief implementatievoorstel over de volgende stap in het grondstoffenbeleid.
Opzet onderzoek en traject Om te komen tot beantwoording van de vraagstelling en een advies zijn, in samenwerking en afstemming met vertegenwoordigers van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en HVC de inzamelaar, de huidige situatie en verwachtingen in kaart gebracht en getoetst op de prestatiegebieden service (mede op basis van een enquête onder inwoners), milieurendement en kosten. Tijdens de thema-avond afval met de gemeenteraad op 21 april 2021 is aan aanwezigen hun mening gevraagd over het afval- en grondstoffenbeleid, een recycletarief en wat nu de ambitie moet zijn van Hendrik-Ido-Ambacht. Deze input is meegenomen in het advies.
Vervolgens zijn, rekening houdend met de uitgangspunten uit het coalitieakkoord, zes optionele scenario’s getoetst op service, milieurendement en kosten. Hierbij zijn ook mogelijke belemmeringen en risico’s benoemd en zijn door het college twee voorkeurscenario’s geselecteerd. Strategieën die in de gekozen scenario’s terugkomen en nu nog geen toepassing vinden in Hendrik-Ido-Ambacht zijn: 1. 2. 3. 4.
financiële prikkel; serviceverlaging fijn restafval; serviceverhoging te scheiden afvalsoorten; nascheiding in plaats van bronscheiding als deelstrategie.
De resultaten en het advies zijn vastgelegd in een concept rapport ‘Advies volgende stap in grondstoffenbeleid stap A en B’ en op 22 juni 2021 gepresenteerd aan het college. Implementatievoorstel In het voorliggende implementatievoorstel zijn de twee voorkeurscenario’s nader beschreven en uitgewerkt op de volgende onderwerpen: resultaten onderzoek; wijzigingen in inzamelsystematiek; kosten; effect recycletarief op afvalstoffenheffing; flankerend beleid; planning. Gerekend is met 12.457 huishoudens en 31.204 inwoners Alle tabellen en figuren in het rapport zijn afkomstig uit een database of Excelbestand De cijfers zijn veelal weergegeven als getallen met 1 cijfer achter de komma. Hoewel niet alle cijfers achter de komma in het rapport zichtbaar zijn, wordt hier wel mee gerekend. Dit betekent dat bij een handmatige optelling van cijfers uit het rapport het totaal kan afwijken van het gepresenteerde getal.
5
2. Resultaten onderzoek
3. Inzamelsystematiek in scenario’s 2 en 4
Uit de vergelijking van de zes scenario’s komt naar voren dat scenario 4 per saldo het beste scoort. Scenario 2 scoort als een na beste. Het college heeft ingestemd met het ambtelijk advies om deze beide scenario’s verder uit te werken in een implementatievoorstel waarbij de voorkeur van het college uitgaat naar scenario 4 dat in totaliteit het beste scoort op de prestatiegebieden service, milieu en kosten. Zie tabel 1. De vermindering van de hoeveelheid restafval, uitgedrukt in kilogram per inwoner per jaar, is bij gebied milieu de indicator voor de prestatie. De beoordeling van de kosten is ten opzichte van de huidige kosten.
De beide scenario’s zijn identiek wat betreft de volgende wijzigingen: a. toepassen van een recycletarief; b. verlagen van de inzamelfrequentie van restafval in het buitengebied naar 1 keer per 4 weken; c. wekelijks aan huis inzamelen van PBD d. het aantal GFT-E ondergrondse containers wijzigt niet.
Scenario 1
Wijziging t.o.v. huidige situatie Recycletarief Buitengebied restafval 1x4 weken
Service =
2
Recycletarief Buitengebied restafval 1x4 weken PBD wekelijks aan huis Recycletarief Buitengebied restafval 1x4 weken PBD via verzamelcontainers 200 minder restafvalcontainers Recycletarief Buitengebied restafval 1x4 weken PBD wekelijks aan huis 200 minder restafvalcontainers Recycletarief Buitengebied restafval 1x4 weken PBD wekelijks aan huis 200 minder restafvalcontainers GF-E 2x week aan huis Geen inzameling PBD Nascheiding fijn restafval
+
3
4
5
6
Milieu + ( 98 kg minder) + (109 kg minder) ++ (131 kg minder)
Kosten =
Saldo +
+
+++
=
++
=
++ (132 kg minder)
++
++++
+
++ (144 kg minder)
--
+
=
=
De scenario’s zijn verschillend van elkaar wat betreft het aantal ondergrondse restafvalcontainers. In scenario 2 blijven alle 377 ondergrondse restafvalcontainers in gebruik. In scenario 4 wordt dit aantal met 200 gereduceerd. Naar aanleiding van opmerkingen tijdens de raadsbijeenkomst op 14 september 2021 over de ‘grote’ loopafstand bij zoveel minder containers, zeker wanneer de eerste container defect is en men is aangewezen op de tweede container, is een scenario 4+ opgenomen waarbij we uitgaan van 100 tot 150 minder restafvalcontainers. Zie overzicht op de volgende pagina.
= (9 kg minder) Tabel 1 Vergelijking scenario’s op prestatiegebieden service, milieu en kosten
-
6
Afvalsoort
Voor wie bestemd
Huidige systematiek
Scenario 2
Scenario 4
Fijn restafval
Bebouwde kom
377 ondergrondse verzamelcontainers op maximaal 90 tot 120 meter loopafstand.
Betalen per inworp. De ondergrondse container voor restafval wordt voorzien van toegangscontrole. Inwoners krijgen twee ondergrondse containers in de buurt toegewezen die ze met een pas kunnen openen.
Minicontainer die om de twee weken wordt geleegd.
Minicontainer die om de vier weken wordt geleegd. Keuze uit 140 of 240 liter maat. Minicontainer krijgt chip. Betalen per lediging.
GFT-E
Buitengebied (incl. straten binnen bebouwde kom die ongeschikt zijn voor ondergrondse containers). Bebouwde kom
177 ondergrondse verzamelcontainers (bij scenario 4+ 227 tot -277) op maximaal 200 meter loopafstand. Betalen per inworp. De ondergrondse container voor restafval wordt voorzien van toegangscontrole. Inwoners krijgen twee ondergrondse containers in de buurt toegewezen die ze met een pas kunnen openen. Tweede container op maximaal 300 meter loopafstand. Minicontainer die om de vier weken wordt geleegd. Keuze uit 140 of 240 liter maat. Minicontainer krijgt chip. Betalen per lediging.
339 ondergrondse verzamelcontainers op maximaal 90 tot 120 meter loopafstand.
Buitengebied
Minicontainer die om de twee weken wordt geleegd.
Inwoners krijgen twee ondergrondse containers toegewezen die ze met een pas kunnen openen. Aantal hoogbouwlocaties die nu geen ondergrondse container hebben krijgen een GFT-E zuil. Wijzigt niet.
Inwoners krijgen twee ondergrondse containers toegewezen die ze met een pas kunnen openen. Aantal hoogbouwlocaties die nu geen ondergrondse container hebben krijgen een GFT-E zuil. Wijzigt niet.
Laagbouw incl. buitengebied Hoogbouw en winkelcentra Alle inwoners
Minicontainer die elke maand wordt geleegd.
Wijzigt niet.
Wijzigt niet.
Verzamelcontainers.
Wijzigt niet.
Wijzigt niet.
Inzameling met zakken om de twee weken.
Wekelijkse inzameling met zakken.
Wekelijkse inzameling met zakken.
Winkelcentra
Verzamelcontainers.
Glas
Alle inwoners
(Ondergrondse) containers in openbare ruimte.
Verzamelcontainers komen te vervallen. Niet meer noodzakelijk. Wijzigt niet.
Verzamelcontainers komen te vervallen. Niet meer noodzakelijk. Wijzigt niet.
Textiel
Alle inwoners
Containers in openbare ruimte.
Wijzigt niet.
Wijzigt niet.
Grof afval
Alle inwoners
Op het afvalbrengstation Noordpolder kunnen inwoners gratis diverse grof afvalsoorten kwijt, maar ook KCA en elektrische apparaten. Grof afval tegen betaling thuis laten ophalen. Inzameling van herbruikbare huisraad vindt op aanvraag plaats of via een speciale brengvoorziening op het afvalbrengstation dan wel Kringloopbedrijf.
Wijzigt niet.
Wijzigt niet.
Papier/ karton
PBD
Wijziging ten opzichte van huidige systematiek. 7
4. Kosten De overgang naar een andere wijze van inzameling valt grotendeels samen met het moment waarop de ondergrondse containers voor restafval en GFT-E vervangen dienen te worden. In de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht staan 377 ondergrondse restafvalcontainers en 339 ondergrondse GFT-E containers. De containers zijn aangeschaft in de periode 2005 tot en met 2017. De gehanteerde financiële afschrijvingstermijn is 15 jaar. 31 december 2022 zijn 512 containers volledig financieel afgeschreven. Het resterende bestand van 204 containers vertegenwoordigt op dat moment nog een boekwaarde van circa € 900.000. Van het bestaande bestand zijn in 2034 de laatste containers afgeschreven. 512
72
2022
2023
39 2024
1 2025
30 2026
5
7
9
12
12
13
0
3
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
Figuur 1 Aantal containers financieel afgeschreven eind van het genoemde jaar
Toegangscontrole Bij de invoering van het recycletarief is het noodzakelijk dat de ondergrondse containers worden voorzien van een toegangscontrole die ook elke inworp registreert. Bij de huidige inwerpzuilen is het niet mogelijk om deze aanpassingen te realiseren. Deze toegangscontrole, in combinatie met afvalpassen, is overigens ook in de optie ‘niets doen’ noodzakelijk omdat we uitgaan van afsluitbare containers. De optie ‘niets doen’ is feitelijk de huidige situatie.
Volmeldsysteem HVC zal alle containers gaan legen op basis van volmelding. De inzamelaar krijgt een seintje als de container voor bijvoorbeeld 70 of 80% is gevuld (dit percentage is in te stellen). Het legen van de containers kan zo efficiënter plaatsvinden waardoor het probleem van te volle containers zich niet meer kan voordoen.
4.1 Keuzes bij vervangen ondergrondse containers Het moment waarop de ondergrondse containers voor restafval en GFTE vervangen dienen te worden is het moment om een aantal keuzes te (kunnen) maken. A. Keuze type ondergrondse inzamelsysteem De ondergrondse containers in Hendrik-Ido-Ambacht zijn van het zogenaamde KTZ-systeem. Bij het legen klapt de inwerpzuil en het voetgangersplatform naar achteren. De twee robotarmen die de chauffeur bedient tillen de binnenbak op en legen deze in het voertuig. Voor het legen wordt de wagen automatisch gestempeld en schermen twee veiligheidsarmen het werkgebied van het KTZ systeem af. Dit systeem vindt niet veel toepassing in Nederland. Voor het legen van deze containers is een speciaal voertuig nodig. Ook in de gemeenten Zwijndrecht en Dordrecht is het KTZ-systeem in gebruik. In de meeste Nederlandse gemeenten staan ondergrondse container waarbij de inwerpzuil inclusief binnenbak uit de betonput wordt getild en geleegd. Dit zogenaamde pick-up systeem kan met een meer traditionele kraanwagen worden geleegd. De keuze is handhaven van het bestaande KTZ-systeem of kiezen voor het meer gangbare pick-up systeem.
In beide opties kunnen de betonputten blijven staan. In tegenstelling tot de stalen binnenbak en de inwerpzuil die in 15 jaar wordt afgeschreven is dit voor een betonput 30 jaar.
Bij keuze voor het pick-up systeem is een andere binnenbak nodig die aan de onderkant open klapt en zo het afval in het voertuig stort. 8
Bij het KTZ-systeem functioneert een volledig gesloten binnenbak als een emmer die met een kiepbeweging wordt geleegd in het voertuig
Voordeel bij de huidige leverancier Kliko is dat de kosten voor een inwerpzuil met inwerpopeningen voor zowel 60 en 30 liter in de kosten voor aanschaf gelijk is aan een zuil met een enkele inwerpopening.
In beide opties is het noodzakelijk om de inwerpzuil te vervangen.
Doorgaan met het KTZ-systeem vergt een vervangingsinvestering van 2 miljoen euro in scenario 2 (totaal 716 containers) en 1,5 miljoen euro in scenario 4 (totaal 516 containers) en 1,7 miljoen euro in scenario 4+ (totaal 616 containers). Ook als de gemeente niet kiest voor een van de scenario’s en niets wijzigt zullen alle bestaande containers op korte termijn moeten worden vervangen.
Ook de huishoudens in het buitengebied die een minicontainer hebben om restafval te kunnen aanbieden krijgen de mogelijkheid om te kiezen tussen een kleine (140 liter) of een grote (240 liter container). Het tarief per leidging is gekoppeld aan het tarief dat huishoudens betalen voor het aanbieden van een 30 of 60 liter zak in een ondergrondse restafvalcontainer. Voor een lediging van een 240 liter container betaalt een huishouden een vier keer zo hoog tarief als voor het aanbieden van een 60 liter zak en voor een140 liter 2,3 keer zo hoog.
Kiezen voor een pick-up systeem betekent een investering van 5,4 miljoen in scenario 2, 3,9 miljoen euro in scenario 4 en 4,6 miljoen euro in scenario 4+.
B. Keuze voor grote en kleine inwerpopening De huidige ondergrondse containers hebben een inworpvolume van 60 liter. Dit is de grootte van een gebruikelijk grijze huisvuilzak, Bij invoering van het recycletarief betalen inwoners naast een vastrechtbedrag een tarief per inworp van een zak in de ondergrondse container. Huishoudens die weinig restafval hebben omdat zij hun afval goed scheiden of ouderen die per definitie minder afval hebben dan gemiddeld doen er waarschijnlijk lang over om een 60 liter zak vol te krijgen. Als zij toch eerder van het afval af willen zullen zij een niet volle zak moeten aanbieden en hiervoor evenveel betalen als een huishouden dat een volle zak aanbiedt. Immers iedereen betaalt hetzelfde tarief per inworp. Om deze huishoudens, maar ook alle huishoudens die snel van hun afval af willen tegemoet te komen, kiezen we voor een inwerpzuil met een grote (60 liter) en kleine (30 liter) inwerpopening. Iedereen kan altijd ter plekke kiezen voor 60 of 30 liter. Bij keuze voor 30 liter komt bij het openen een inwerpvolume van 30 liter beschikbaar waar dan ook geen 60 liter zak in past. Bij de keuze voor de 30 liter inwerpopening betaalt een huishouden de helft van het tarief dat geldt bij een 60 liter inwerpopening.
4.2 Kosten scenario’s In de kostenberekeningen gaan we er vanuit dat de gemeente het bestaande KTZ-systeem voor de ondergrondse containers handhaaft. Ook wanneer de gemeente geen keuze maakt voor scenario 2, 4 of 4+ dienen deze containers inclusief toegangscontrole en volmeldsysteem op korte termijn te worden vervangen, omdat ze technisch en financieel zijn afgeschreven. Voor de implementatie van de beide scenario’s dient rekening gehouden te worden met investeringskosten (aanschaf van middelen), eenmalige kosten en extra structurele kosten. De kosten zijn gebaseerd op aannames en ervaringen in andere gemeenten en informatie van HVC en de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Tegenover de kosten staan besparingen op verwerkingskosten en extra vergoedingen door betere afvalscheiding en een lager aanbod restafval. Besparingen en vergoedingen worden als een negatief bedrag weergegeven. Alle genoemde kosten zijn exclusief btw. Om de besparing op de verwerkingskosten te berekenen is gerekend met de thans geldende verwerkingstarieven (inclusief overslag) en netto ver-
9
goedingen per ton. Geen rekening is gehouden met te verwachten stijgingen van het verwerkingstarief voor restafval die vooral te maken hebben met:
Per saldo zijn de jaarlijkse besparingen: Scenario 2 € 442.282 Scenario 4 € 525.816 Scenario 4+ € 479.423
beperkte beschikbare verwerkingscapaciteit; weinig concurrentie op de verwerkingsmarkt; marktpartijen geven aan fors te moeten investeren als gevolg van milieumaatregelen (o.a. CO2-heffing). Deze kosten kunnen niet worden doorberekend in bestaande contracten, waardoor dit gebeurt in de nieuwe contracten op het moment dat deze worden aanbesteed; verdere stijging afvalstoffenbelasting die verbrandingsinstallaties doorbelasten aan gemeenten.
Investeringskosten Alle investeringen in hardware plus post onvoorziene kosten schrijven we af in 15 jaar tegen 0,5% rente. Alle investeringen in software schrijven we af in 5 jaar tegen 0,5% rente.
Verwerkingskosten en opbrengsten/ vergoedingen Bij de besparingen op de verwerkingskosten is uitgegaan van de prognose wat betreft reductie hoeveelheid restafval (minder kilo’s restafval betekent lagere verwerkingskosten) en meer gescheiden afvalsoorten (extra kilo’s PBD, papier, glas en textiel betekent hogere opbrengsten en vergoedingen). Extra ingezameld GFT-E (dat voor een deel uit het restafval komt) betekent hogere composteerkosten voor GFT-E en lagere verbrandingskosten voor restafval (verbranden is duurder dan composteren). Hendrik-Ido-Ambacht
afschrijvings-
Prijs per eenheid
termijn INVESTERINGEN containers met chip buitengebied incl. wisselen inwerpzuil restafval incl. ombouw toegangscontrole en volmeld restafvalcontainer inwerpzuil GFT-E incl. ombouw toegangscontrole en volmeld GFT-E-container GFT-E behuizing bij hoogbouw extra onvoorzien 10% TOTAAL INVESTERINGEN
15 jaar 15 jaar 5 jaar 15 jaar 5 jaar 15 jaar 15 jaar
€ 52 per container € 1.400 per container € 1.400 per container € 1.400 per container € 1.400 per container € 3.000 per container
In het buitengebied worden alle minicontainers voor restafval vervangen. De nieuwe minicontainer is voorzien van een chip. In alle scenario’s worden de bestaande ondergrondse containers voor restafval en GFT-E vervangen. In scenario 4 en 4+ liggen de investeringen lager omdat in plaats van de huidige 377 restafvalcontainers er slechts respectievelijk 177 en 277 nodig zijn. Voor bij hoogbouw zijn 10 extra GFT-E behuizingen voorzien. Tevens is rekening gehouden met een post onvoorzien groot 10% van de investeringen.
Niets doen
Scenario 2
Scenario 4
Scenario 4+
Aantal
Kosten
Aantal
Kosten
Aantal
Kosten
Aantal
Kosten
nvt 377 377 339 339 10
nvt € 527.800 € 527.800 € 474.600 € 474.600 € 30.000 € 200.000 € 2.234.800
355 377 377 339 339 10
€ 18.460,00 € 527.800 € 527.800 € 474.600 € 474.600 € 30.000 € 200.000 € 2.253.260
355 177 177 339 339 10
€ 18.460,00 € 247.800 € 247.800 € 474.600 € 474.600 € 30.000 € 150.000 € 1.643.260
355 277 277 339 339 10
€ 18.460,00 € 387.800 € 387.800 € 474.600 € 474.600 € 30.000 € 180.000 € 1.953.260
Tabel 2 Investeringen 10
Eenmalige kosten Alle eenmalige kosten worden ten laste gebracht van de rekening/ begroting 2022 (het jaar voor de invoering). Voorzien zijn de volgende kostenposten (zie tabel 3). Hendrik-Ido-Ambacht EENMALIGE KOSTEN verwijderen ondergrondse containers extra communicatie en begeleiding bij omschakeling realisatie aanbiedplekken PBD zakken GFT-E-bakje 20% huishoudens incl. uitzetten kroonringen voor PBD-zakken afvalpassen incl. versturen projectkosten (ondersteuning/ advies) onvoorzien 10% TOTAAL EENMALIGE KOSTEN
Prijs per eenheid
€ 1.500 per stuk € 195.000 eenmalig € 20.000 eenmalig € 5 per bakje € 20 per ring € 8,25 per pas € 50.000 eenmalig
Niets doen
Scenario 2
Scenario 4
Scenario 4+
Aantal
Kosten
Aantal
Kosten
Aantal
Kosten
Aantal
Kosten
nvt nvt nvt nvt nvt 12.457 nvt
nvt nvt nvt nvt nvt € 102.770 nvt € 10.000 € 112.770
nvt 1 1 2.491 1.000 12.457 1
nvt € 195.000 € 20.000 € 12.457 € 20.000 € 102.770 € 50.000 € 40.000 € 440.227
200 1 1 2.491 1.000 12.457 1
€ 300.000 € 195.000 € 20.000 € 12.457 € 20.000 € 102.770 € 50.000 € 70.000 € 770.227
100 1 1 2.491 1.000 12.457 1
€ 150.000 € 195.000 € 20.000 € 12.457 € 20.000 € 102.770 € 50.000 € 60.000 € 610.227
Tabel 3 Eenmalige kosten
Extra structurele kosten Extra structurele kosten zijn jaarlijks aan de orde. Het betreft de volgende kostenposten (zie tabel 4). Hendrik-Ido-Ambacht EXTRA STRUCTURELE KOSTEN extra handhaving extra communicatie afvalcoach extra kosten belastingen kosten licentie CMS abonnement software toegangscontrole minder onderhoudskosten ondergrondse containers extra kosten pbd-zakken opruimen dumpingen en bijplaatsingen inzamelkosten restafval tov huidig inzamelkosten pbd tov huidig TOTAAL EXTRA STRUCTURELE KOSTEN
Tabel 4 Extra structurele kosten
Prijs per eenheid
€ 70.000 per fte € 70.000 per fte € 70.000 per fte € 10 per huishouden € 5.000 per jaar € 34 per container € 365 per container € 4,41 per pakket € 4 per huishouden € 414.071 huidig € 148.487 huidig
Niets doen
Scenario 2
Scenario 4
Scenario 4+
Aantal
Kosten
Aantal
Kosten
Aantal
Kosten
Aantal
Kosten
nvt nvt nvt nvt 1 716 nvt nvt nvt nvt nvt
nvt nvt nvt nvt € 5.000 € 24.058 nvt nvt nvt nvt nvt € 29.058
0,2 0,2 0,5 12.457 1 716 nvt 13.495 12.457
€ 14.000 € 14.000 € 35.000 € 124.570 € 5.000 € 24.058 nvt € 59.513 € 49.828 € -69.884 € 60.292 € 316.377
0,2 0,2 0,5 12.457 1 516 -200 13.495 12.457
€ 14.000 € 14.000 € 35.000 € 124.570 € 5.000 € 17.338 € -73.000 € 59.513 € 49.828 € -146.993 € 60.292 € 159.548
0,2 0,2 0,5 12.457 1 616 -100 13.495 12.457
€ 14.000 € 14.000 € 35.000 € 124.570 € 5.000 € 20.698 € -36.500 € 59.513 € 49.828 € -146.993 € 60.292 € 199.408
11
Totale extra jaarlijkse kosten Indien we de kapitaallasten van de investeringskosten en de extra structurele kosten bij elkaar optellen en hier vervolgens de besparingen op de verwerkingskosten (incl. meeropbrengsten en extra vergoedingen voor extra gescheiden afvalsoorten) vanaf trekken, kunnen we per scenario aangegeven wat de jaarlijkse besparingen zijn ten opzichte van de huidige kosten. Zie hieronder in tabel 5 alle kosten en wat dit per huishouden aan besparing zou betekenen ten opzichte van de huidige situatie. Hendrik-Ido-Ambacht totaal investeringen A. kapitaallasten investeringen 15 jaar B. kapitaallasten investeringen 5 jaar totale kapitaallasten (A+B) extra structurele kosten meerkosten inzameling overige extra structurele kosten totale extra structurele kosten
Niets doen
Scenario 2
Scenario 4
Scenario 4+
€ 2.234.800 € 85.485 € 203.497 € 288.982
€ 2.253.260 € 86.765 € 203.497 € 290.262
€ 1.643.260 € 63.875 € 146.654 € 210.529
€ 1.953.260 € 75.667 € 175.076 € 250.743
nvt € 29.058 € 29.058
€ -9.592 € 325.969 € 316.377
€ -86.701 € 246.249 € 159.548
€ -86.701 € 286.109 € 199.408
€ 288.982 € 29.058 €0 € 318.039
€ 290.262 € 316.377 € -442.282 € 164.357
€ 210.529 € 159.548 € -525.816 € -155.738
€ 250.743 € 199.408 € -479.423 € -29.272
€ 25,53
€ 13,19
€ -12,50
€ -2,35
€ -12,34
€ -38,03
€ -27,88
Jaarijkse meer-/ minderkosten A. Jaarlijkse kapitaallasten B. Extra structurele kosten C. Besparingen verwerkingskosten Totaal (A+B+C) Totaal per huishouden Verschil per huishouden t.o.v situatie niets doen
Tabel 5 Totale jaarlijkse kostenbesparing
De besparing in de verschillende scenario’s worden reeds in het eerste jaar van wijziging gerealiseerd (planning is 2023). Alle eenmalige kosten (zie tabel 3) worden ten laste gebracht van de rekening/ begroting 2022 (het jaar voor de invoering).
12
5. Effect recycletarief op afvalstoffenheffing De kosten voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval worden voor 75% gedekt uit de afvalstoffenheffing. Dit is een gesloten systeem. In 2023 gaan huishoudens naast een vastrechtbedrag een bedrag betalen voor elke lediging van de restafvalcontainer en voor elke inworp in de ondergrondse restafvalcontainer. Huishoudens in het buitengebied kunnen de restafvalcontainer nog één keer per vier weken aanbieden. Voor het laten legen van de minicontainer voor GFT-E in het buitengebied of het gebruik van de ondergrondse GFT-E container wordt geen apart tarief in rekening gebracht. Deze kosten zitten in het vastrechtbedrag. Uitgangspunt van deze systematiek is dat een huishouden dat afval goed scheidt goedkoper uit is dan een huishouden dat z’n afval niet goed scheidt. Van belang is om een juiste balans te vinden tussen het vastrechtbedrag en het variabele tarief per lediging of inworp. Hierbij dient ook rekening gehouden te worden met het huidige verschil in afvalstoffenheffing tussen een- en meerpersoons huishoudens. Bij keuze voor één vastrechtbedrag voor alle huishoudens zullen eenpersoons huishoudens, zelfs wanneer men het afval goed scheidt, mogelijk duurder uit zijn dan nu het geval is. Dat is niet wenselijk.
Ervaringen in andere gemeenten Op basis van ervaringen in andere gemeenten met het betalen per inworp en met één keer per vier weken inzamelen van restafval en een ledigingstarief voor restafval weten we dat een gemiddeld huishouden bij een voldoende financiële prikkel op jaarbasis 13 tot 26 keer een zak in de ondergrondse restafvalcontainer deponeert. Het aantal keren is mede afhankelijk van de volumemaat van de zak. De restafvalcontainer van 240 liter laten ze gemiddeld 6 tot 8 keer per jaar legen. De vraag is wat een voldoende financiële prikkel is, ook in relatie tot de vermindering van de hoeveelheid fijn restafval. Ook hiervoor kijken we naar andere gemeenten. Hoe hoger het tarief per inworp of per lediging hoe minder restafval huishoudens aanbieden. Het is echter geen lineair verband. Grofweg kunnen
we drie categorieën onderscheiden (zie tabel 7; geen rekening gehouden met het vastrechtbedrag en het voorzieningenniveau, ook niet met de inzamelfrequentie van restafval). Hoeveelheid restafval (totaal fijn en grof) in kg per inwoner 110 tot 130 kg 80 tot 110 kg 45 tot 65 kg
Tarief per inworp ondergrondse container (60 liter)
Tarief per lediging 240 liter container
€ 1 tot € 2 € 2,25 tot € 3,50 € 3,75 of meer
€ 4 tot € 8 € 9 tot € 14 € 15 of meer
Tabel 6 Effect tarief per lediging/ inworp op hoeveelheid restafval
De meeste gemeenten met een recycletarief hanteren een tarief per inworp tussen de € 2,25 en € 3,50. Berekening recycletarief Hendrik-Ido-Ambacht In Hendrik-Ido-Ambacht verwachten we niet dat een van de in tabel 6 genoemde hoeveelheden restafval wordt gerealiseerd. De prognose is 168 kilogram per inwoner in scenario 2 en 145 kilogram in scenario 4. Prognose hoeveelheid restafval Hendrik-Ido-Ambacht Fijn restafval Grof restafval Totaal restafval
Scenario 2
Scenario 4
137 kg 31 kg 168 kg
112 kg 33 kg 145 kg
Tabel 7 Prognose hoeveelheid restafval Hendrik-Ido-Ambacht
In de meest ideale situatie nemen we de variabele kosten (en dat zijn de verwerkingskosten op basis van de te verwachte hoeveelheid fijn restafval) op in het variabele tarief per inworp / lediging en alle andere kosten in het vastrecht. Zo kan het risico voor de gemeente worden beperkt. Immers het aanbod fijn restafval is gekoppeld aan het aantal inworpen / ledigingen. Minder inworpen betekent weliswaar minder inkomsten voor de gemeente, maar hier tegenover staat minder fijn restafval en bijgevolg minder verwerkingskosten (en afvalstoffenbelasting). Omgekeerd geldt hetzelfde principe. 13
Op basis van 137 kilo fijn restafval (scenario 2) zal het aantal inworpen in Hendrik-Ido-Ambacht naar verwachting twee keer hoger zijn dan wat andere gemeenten met een voldoende hoog recycletarief maximaal aan inworpen hebben. In scenario 4 ligt dit aantal iets lager. Te verwachten verwerkingskosten opnemen in variabele deel Voor 2023 gaan we uit van een gelijkblijvende afvalbegroting (in scenario 2, 4 en 4+ lagere kosten). 75% dekking van de kosten via de afvalstoffenheffing en tarieven onderscheiden naar een- en meerpersoons huishoudens. Tevens hanteren we als uitgangspunt dat het tarief per inworp in de ondergrondse restafvalcontainer is gekoppeld aan het ledigingstarief van een 240 liter minicontainer in het buitengebied. Per liter betaalt elk huishouden hetzelfde. Rekening houdend met deze uitgangspunten en uitgaande van het principe dat alleen de te verwachten verwerkingskosten (€ 510.000 in scenario 2 en € 415.000 in scenario 4) mogen worden opgenomen in het variabele tarief, komen we tot de volgende tarieven: € 0,85 per inworp van een 60 liter zak in een ondergrondse container in scenario 2 en € 0,90 in scenario 4. Een eenpersoons huishouden heeft in scenario 2 gemiddeld 40 inworpen en in scenario 4 een aantal van 30. Voor een meerpersoons huishouden zijn de aantallen inworpen respectievelijk 52 in scenario 2 en 40 in scenario 4.
€ 3,40 per lediging van een 240 liter minicontainer in scenario 2 en een tarief van € 3,60 in scenario 4. Gerekend is met gemiddeld 13 ledigingen in scenario 2 en 10 in scenario 4. In tabel 9 staat wat dit betekent voor het vastrecht deel en het variabele deel van een huishouden met een gemiddeld aanbiedgedrag.
Tarieven 2023 Scenario 2 eenpersoons huishouden meerpersoons huishouden Scenario 4 eenpersoons huishouden meerpersoons huishouden * 60 liter
A. B. Aantal Tarief per inworpen inworp*
C. D. VastVariabel recht tarief (AXB)
Tarief 2023 (C+D)
Tarief 2021
40 52
€ 0,85 € 0,85
€ 213 € 307
€ 34 € 44
€ 247 € 351
€ 247 € 351
30 40
€ 0,90 € 0,90
€ 220 € 315
€ 27 € 36
€ 247 € 351
€ 247 € 351
Tabel 8 Tarieven 2023 wanneer alleen verwerkingskosten in variabele deel
In deze opzet hebben huishoudens beperkte mogelijkheden om het goed scheiden van afval en het hebben van minder fijn restafval vertaald te zien in een lagere afvalstoffenheffing. Een eenpersoons huishouden dat op basis van een tarief van € 0,85 of € 0,90 per inworp nog maar 13 keer per jaar een 60 liter zak aanbiedt in plaats van 40, is op jaarbasis € 23 goedkoper uit dan een gemiddeld huishouden in 2023 of zijzelf in 2021. Voor een meerpersoons huishouden is dit € 33. Niet alleen te verwachten verwerkingskosten opnemen in variabele deel Indien de gemeente de financiële prikkel forser wil maken zodat huishouden die afval goed scheiden ook daadwerkelijk goedkoper uit zijn, zal het nodig zijn om het tarief per inworp / lediging forser te maken. Een deel van alle andere kosten dan de verwerkingskosten voor fijn restafval zullen moeten worden opgenomen in het variabel deel. Gelet op ervaringen in andere gemeenten moet het wellicht ook in Hendrik-Ido-Ambacht mogelijk zijn om zowel in scenario 2 als 4 bij een voldoende financiële prikkel tot minder fijn restafval te komen dan geprognotiseerd. Bij aan tarief per inworp van een 60 liter zak van € 3 en een ledigingstarief van € 12 voor een 240 liter container sluit Hendrik-Ido-Ambacht aan bij gemeenten die in de middenmoot van het gemiddelde opereren (zie tabel 6).
In beide scenario’s is gerekend is met gemiddeld 30 inworpen voor een eenpersoons huishouden, 36 voor een meerpersoons en 9 ledigingen. 14
In tabel 9 staat wat dit betekent voor het vastrecht deel en het variabele deel van een gemiddeld huishouden. Het tarief per inworp van een 60 liter zak is € 3 waarbij we uitgaan van respectievelijk 26 (eenpersoons huishouden) en 36 (meerpersoons huishouden) inworpen. Voor een 30 liter zak is het tarief per inworp € 1,50. Hiervoor kan een eenpersoons huishouden 52 inworpen doen en een meerpersoons 72.
Tarieven 2023 Scenario 2 eenpersoons huishouden meerpersoons huishouden Scenario 4 eenpersoons huishouden meerpersoons huishouden * 60 liter
A. B. Aantal Tarief per inworpen inworp*
C. D. VastVariabel recht tarief (AXB)
Tarief 2023 (C+D)
Tarief 2021
26 36
€ 3,00 € 3,00
€ 169 € 243
€ 78 € 108
€ 247 € 351
€ 247 € 351
26 36
€ 3,00 € 3,00
€ 169 € 243
€ 78 € 108
€ 247 € 351
€ 247 € 351
Tabel 9 Tarieven 2023 wanneer niet alleen verwerkingskosten in variabele deel (gemiddelde afvalscheider)
Goede afvalscheider In deze opzet zijn eenpersoons huishoudens die hun afval goed scheiden en nog maar 13 keer per jaar een 60 liter zak in de container deponeren € 39 goedkoper uit dan een gemiddeld huishouden in 2023 en zijzelf in 2021. Een meerpersoons huishouden met 13 inworpen van 60 liter is € 69 goedkoper uit. Zie tabel 10.
Tarieven 2023 Scenario 2 eenpersoons huishouden meerpersoons huishouden Scenario 4 eenpersoons huishouden meerpersoons huishouden * 60 liter
A. B. Aantal Tarief per inworpen inworp*
C. D. VastVariabel recht tarief (AXB)
Tarief 2023 (C+D)
Tarief 2021
13 13
€ 3,00 € 3,00
€ 169 € 243
€ 39 € 39
€ 208 € 282
€ 247 € 351
13 13
€ 3,00 € 3,00
€ 169 € 243
€ 39 € 39
€ 208 € 282
€ 247 € 351
Tabel 10 Tarieven 2023 wanneer niet alleen verwerkingskosten in variabele deel (goede afvalscheider)
Slechte afvalscheider Huishoudens die hun afval slecht scheiden zijn duurder uit dan een huishouden met een gemiddeld aanbiedgedrag. Uitgaande van 52 inworpen met een 60 liter zak is een eenpersoons huishouden € 78 duurder uit dan een gemiddeld huishouden in 2023 en zijzelf in 202. Een meerpersoons huishouden is in dat geval € 48 duurder uit. Zie tabel 11.
Tarieven 2023 Scenario 2 eenpersoons huishouden meerpersoons huishouden Scenario 4 eenpersoons huishouden meerpersoons huishouden * 60 liter
A. B. Aantal Tarief per inworpen inworp*
C. D. VastVariabel recht tarief (AXB)
Tarief 2023 (C+D)
Tarief 2021
52 52
€ 3,00 € 3,00
€ 169 € 243
€ 156 € 156
€ 325 € 399
€ 247 € 351
52 52
€ 3,00 € 3,00
€ 169 € 243
€ 156 € 156
€ 325 € 399
€ 247 € 351
Tabel 11 Tarieven 2023 wanneer niet alleen verwerkingskosten in variabele deel (slechte afvalscheider)
Keuze Alleen de verwerkingskosten opnemen in het variabele deel heeft de minste risico’s, maar het zal huishoudens ook minder financieel prikkelen om hun afval zo goed mogelijk te scheiden en zo weinig mogelijk fijn restafval over te houden. Deze opzet sluit ook niet aan bij de hoogte van de tarieven die het meest gebruikelijk zijn in het land. Ook andere dan de verwerkingskosten opnemen in het variabele deel is financieel risicovoller voor de gemeente, maar is een forsere prikkel voor huishoudens om afval goed te scheiden. Innen afvalstoffenheffing Gemeentebelastingen en Basisinformatie Drechtsteden (GBD) is de instantie die namens alle Drechtsteden-gemeenten de afvalstoffenheffing int. De wens is om binnen de Drechtsteden een uniforme regeling te hebben wat betreft systematiek van de afvalstoffenheffing. De gemeente 15
Zwijndrecht gaat ook een recycletarief invoeren en kiest hierbij voor dezelfde systematiek als Hendrik-Ido-Ambacht, namelijk een vastrecht deel en een variabel deel dat bestaat uit een bedrag per inworp in een ondergrondse restafvalcontainer of een bedrag per lediging van een 240 liter minicontainer. GBD heeft in een verkennend gesprek aangegeven dat zij op dit moment geen uitspraken kunnen doen over de doorbelasting van kosten door de GBD aan de gemeenten bij invoering van een recycletarief. De GBD gaat per 1 januari 2022 over naar gemeente Dordrecht en dit betekent dat nieuwe afspraken over de kosten gemaakt moeten worden. Invoering van het recycletarief per 1 januari 2023 is mogelijk. Invoering halverwege een kalenderjaar is niet wenselijk. Het vastrecht deel wordt opgelegd bij het begin van het belastingjaar. Het variabele deel wordt na afloop van het belastingjaar opgelegd of indien de belastingplicht eerder in het belastingjaar eindigt op dat moment, bijvoorbeeld bij verhuizing of overlijden. GBD, gemeente en HVC zullen adresbestanden moeten afstemmen en HVC dient in een bepaalde format en conform een afgesproken werkwijze data (inworpen en ledigingen) aan te leveren. Hierover zijn de gesprekken reeds gestart.
6. Flankerend beleid Het flankerend beleid bestaat uit: 1. aanvullende voorzieningen/ regelingen voor kwetsbare groepen met medisch afval en incontinentieluiers; 2. bewaarmiddel voor GF-E; 3. het gelijkschakelen van het tarief voor het aanbieden van restafval op het afvalbrengstation met het bedrag per inworp en per lediging bij respectievelijk de ondergrondse restcontainer en minicontainer voor restafval; 4. inzetten op communicatie; 5. inzet afvalcoach; 6. inzetten op handhaving. 1. Voorzieningen / regelingen voor kwetsbare groepen Voor inwoners met medisch afval zoals stomamateriaal, infuuszakken, hulpmiddelen van sondevoeding, nierdialysemateriaal en CAPD-afval is er geen mogelijkheid om dit afval gescheiden aan te bieden. Het hoort bij het restafval. Omdat hier sporen van medicijnen of bacteriën in zitten, kan het niet bij het PBD. Dat is onveilig voor de mensen die dat afval sorteren en verwerken. Inwoners met dit soort medisch afval hebben dus per definitie buiten hun eigen schuld meer restafval dan een gemiddelde inwoner en zouden bij beperking van de restafvalcapaciteit in de problemen kunnen komen. Het is dan ook te rechtvaardigen om voor deze groep een regeling te treffen, waarbij men bij invoering van een recycletarief vastrecht betaalt en alle inworpen tot een maximum, dat wat een gemiddeld huishouden aanbiedt, gratis zijn.
Ook inwoners met incontinentieluiers hebben buiten hun schuld om meer restafval dan gemiddeld. Indien er binnen de gemeente geen voorzieningen komen voor het gescheiden inleveren van luiers (dat is voor de korter termijn waarschijnlijk, omdat er geen verwerkingscapaciteit beschikbaar is voor Hendrik-Ido-Ambacht), dan kan deze groep hetzelfde worden behandeld als inwoners met medisch afval. 16
2. Bewaarmiddel voor GF-E De grootste uitdaging voor elke gemeente op afvalgebied is het voorkomen dat GF-E in het restafval terechtkomt zoals nu in belangrijke mate gebeurt. Dit geldt ook voor Hendrik-Ido-Ambacht. Om het inwoners zo gemakkelijk mogelijk te maken om in de keuken groente- en fruitafval plus etensresten (GF-E) gescheiden te houden stelt de gemeente ter ondersteuning op aanvraag een GF-E bakje beschikbaar stel. Een verplichting werkt niet. Onze verwachting is dat circa 20% van de huishoudens gebruik zal maken van deze optie. Huishoudens kunnen het GF-E bakje afhalen bij de gemeente. 3. Gelijkschakelen tarief restafval op afvalbrengstation Het aanbieden van restafval op het afvalbrengstation is in de huidige situatie gratis. Bij de invoering van een recycletarief op het aanbieden van fijn restafval zal een deel van de inwoners naar verwachting alternatieve gratis afvoerkanalen opzoeken, zoals het afvalbrengstation. Om dit ontwijkgedrag te voorkomen is het minimaal noodzakelijk om het aanbieden van zakken met fijn restafval op het afvalbrengstation te belasten. Het tarief per zak zou dan gelijk moeten zijn aan het tarief van een inworp in een ondergrondse restcontainer.
Een andere optie is om op het afvalbrengstation geen zakken met fijn restafval meer te accepteren, dan wel ook ter plekke een ondergrondse container te plaatsen waar inwoners tegen het geldende inworptarief gebruik van kunnen maken. Welke keuze de gemeente ook maakt de praktische implicaties zijn niet eenvoudig, temeer daar ook inwoners uit andere gemeenten gebruik maken van het afvalbrengstation. De gemeente is hierover in overleg met HVC. 4. Communicatie Elk huishouden heeft afval en staat iedere dag voor de afweging waar welk afval in moet. Een wijziging in de afvalinzameling grijpt dus in op het dagelijks leven. Door de inwoners van Hendrik-Ido-Ambacht op de juiste wijze deelgenoot te maken van de veranderingen ontstaat meer
draagvlak voor de maatregelen. Een goede communicatie met de inwoners en zorgen voor participatie is dan ook de basis voor meer afvalscheiding en minder restafval. Bewustwording is nodig bij de inwoners om het gedrag te veranderen. Communicatie als flankerend beleid is dus van belang om: de inwoners te informeren over de fysieke maatregelen die de gemeente gaat nemen. de inwoners zoveel mogelijk aan te zetten tot het (beter) scheiden van afval. Om verdere afvalreductie en betere scheiding van herbruikbare afvalsoorten te realiseren is het aan te raden inwoners meer te betrekken bij het afvalbeleid en de behaalde resultaten. Bij het vergroten van kennis en het bieden van service zijn inwoners bereid herbruikbare afvalsoorten te scheiden. Met het geven van feedback op hun inspanningen wordt dit effect versterkt. Uiteindelijk maken de inwoners het verschil. Wanneer het optimaal scheiden van herbruikbare afvalsoorten voor inwoners persoonlijk van belang is werkt dit stimulerend. Bij de transitie naar een andere manier van afvalinzameling is een duidelijke communicatiecampagne en zorgen voor participatie dan ook essentieel. Initiatieven van inwoners om te komen tot meer afvalscheiding zijn welkom.
Doel van een bijbehorende communicatiecampagne: inwoners begrijpen de aankomende veranderingen in het afvalbeleid; aansporen tot gedragsverandering: betere afvalscheiding leidt tot minder restafval. Doelgroep van de communicatiecampagne vormen alle inwoners met speciale aandacht voor laaggeletterden en anderstaligen. De content bestaat uit een combinatie van informeren en nudging (inwoners worden op een positieve manier gestimuleerd om zich op een bepaalde wijze te gedragen). In een communicatieplan dient te worden uitgegaan van minimaal de volgende uitgangspunten: de boodschap: afval is grondstof; aparte focus op afvalpreventie, met name voedselverspilling;
17
inzicht bieden in gehele keten; aandacht voor de verschillende inzamelmiddelen; gestructureerde inzet van sociale en conventionele media; terugkoppeling van resultaten; scholen en bewonersgroepen betrekken bij afvalscheiding en de noodzaak ervan.
De verandering van het afvalbeleid heeft ook gevolgen voor het klantcontactcentrum (KCC) van de gemeente en HVC. De piekmomenten zijn echter van tevoren duidelijk aan te wijzen. Het is belangrijk deze druk goed op te vangen door extra bezetting te regelen en het KCC goed te instrueren. 5. Afvalcoach Een belangrijke rol is weggelegd voor een afvalcoach die fungeert als een fysiek aanspreekpunt in de wijk om inwoners actief te informeren over afvalscheiding. De interactie met de inwoners heeft een positieve invalshoek. De afvalcoach moedigt inwoners aan om mee te denken, heeft echt contact met de inwoners en informeert / inspireert hen. Afvaldumpingen en zwerfafval Er zal, behoudens in de beginperiode, geen toename van afvaldumpingen en zwerfafval zijn in het buitengebied en/of groenstroken (wel toename van hoeveelheid per melding, maar minder meldingen). Wel moet als gevolg van de invoering van een recycletarief op restafval rekening worden gehouden met een toename van bijplaatsingen bij de ondergrondse containers. Het gaat hier naar verwachting om een klein percentage. Op de meeste plekken zal het goed gaan en verwachten we geen bijplaatsingen. De afvalcoach kan hierin acteren in samenwerking met handhaving en een opruimteam van de gemeente.
Controle kwaliteit GFT, PBD en papier Wat betekenen de wijzigingen in de inzamelsystematiek en het invoeren van de financiële prikkel voor de kwaliteit van de gescheiden in te zamelen afvalsoorten GFT-E, PBD en papier en welke rol is hier weggelegd voor de afvalcoach. GFT-E Het afsluiten van de ondergrondse restafvalcontainers en het toepassen van een recycletarief zal mogelijk leiden tot meer vervuiling van het aangeboden GFT-E. Dit kan voor een deel worden voorkomen door de containers afsluitbaar te maken en aan elk adres twee containers toe te wijzen voor gebruik. Er is dus bekend welke adressen gebruik maken van een bepaalde container. Als op basis van controle (bijvoorbeeld via inspectiedeur in de container kijken) blijkt dat er veel vervuiling in zit, kan een gerichte communicatie-actie plaatsvinden richting de adressen die zijn aangesloten op die container. De afvalcoach kan hier in samenwerking met communicatie in acteren. PBD Er zij geen aanwijzingen dat invoerring van een recycletarief een negatief effect heeft op de kwaliteit van het aangeboden PBD. De zak is transparant waardoor inwoners minder snel restafval erin stoppen. De afvalcoach kan ook, in samenwerking met HVC, een rol spelen bij de controle van de inhoud van de zakken. 6. Handhaving Daar waar communicatie niet werkt kan indien nodig handhavend worden opgetreden.
Dit geldt ook voor de aanpak van afvaldumpingen en zwerfafval. Op basis van monitoring wordt de ernst van de problematiek in beeld gebracht en naar gehandeld.
18
7. Planning op hoofdlijnen 6 december 2021
Besluitvorming in raad
Maart t/m april 2022
Op zoek naar afvalcoach
Maart t/m april 2022
Afstemming met GBD
Mei 2022
Start communicatiecampagne
Juli t/m dec 2022
Vervangen ondergrondse containers
Juli t/m dec 2022
Koppeling aan containermanagement
Dec 2022
Tarieven 2023 in raad
1 januari 2023
Start nieuw inzamelsysteem
Start van het nieuwe inzamelsysteem per 1 januari 2023 is alleen mogelijk bij besluitvorming in december 2021. Vindt besluitvorming later plaats, dan is de eerst volgende mogelijkheid 1 januari 2024. Belastingtechnisch is het niet mogelijk om lopende een belastingjaar een recycletarief in te voeren.
19
Contact Ton Daamen Advies & Projectleiding 085 773 19 95 ton@deafvalspiegel.nl
De AfvalSpiegel Kraaivenstraat 21-15 5048 AB Tilburg www.deafvalspiegel.nl
20