Bijlage bij raadsvoorstel 8.2 Memo Advies LEA en zienswijze Beleidsadviesraad Jeugd-Wmo
Tekst van het document
Memo
Aan: De commissie WOS Van: Wethouder Van Die Betreft: Nota Beleidskader Onderwijsachterstandenbeleid - VVE Advies Lokaal overleg Educatieve Agenda (LEA) Zienswijze Beleidsadviesraad Jeugd/Wmo Datum: 13-5-2021 Inleiding In de afgelopen maanden heeft de gemeente samen met de aanbieders van kinderopvang/peuteropvang, vertegenwoordigers van het onderwijs, het samenwerkingsverband Primair Onderwijs Drechtsteden en het jeugdteam op locatie/de jeugdverpleegkundige gewerkt aan de ontwikkeling van de nota Beleidskader Onderwijsachterstandenbeleid – VVE. In de nota formuleren we de visie en het beleidskader voor de aanpak van onderwijsachterstanden en de ondersteuning van de ontwikkeling van het jonge kind. In het uitvoeringsplan dat hierop volgt, zullen wij deze visie verder concretiseren en praktisch uitwerken in samenspraak met genoemde partners. De schoolbesturen en de instellingen voor kinderopvang in het Lokaal overleg Educatieve Agenda (LEA) hebben formele adviesbevoegdheid ten aanzien van het onderwijsachterstandenbeleid/VVE. Het LEA heeft op 12 mei advies uitgebracht op de nota. Daarnaast hebben wij de Beleidsadviesraad Jeugd/Wmo gevraagd om zijn zienswijze te geven op de nota vanuit zijn adviserende rol bij gemeentelijk beleid op het sociaal domein. Op 11 mei hebben we de zienswijze van de beleidsadviesraad ontvangen.
Bij deze memo treft u het advies van het LEA en de zienswijze van de Beleidsadviesraad Jeugd/ Wmo.
Memo
Lokaal overleg Educatieve Agenda (LEA) Datum: 12 mei 2021 Aanwezig namens het onderwijs en de kinderopvang/peuteropvang: De heer C. Govers - SOL Ambacht Mevrouw C. Hebels - Samenwerkingsverband PO Drechtsteden Mevrouw E. Klein - Yes! KInderopvang De heer A. Plaisier - VVOGG Mevrouw M. Verweij - De Kleine Prinses De heer A. Vos - PIT Kinderopvang & Onderwijs Afwezig (mkg): Mevrouw S. Duijn - SKOBA Onderwerp: Advies over de nota Beleidskader Onderwijsachterstandenbeleid – VVE Voor de vaststelling van de nota Beleidskader Onderwijsachterstandenbeleid dient de gemeente formeel advies te vragen aan de schoolbesturen en de aanbieders van kinderopvang/peuteropvang in het Lokaal overleg Educatieve Agenda (LEA). In het LEA van 12 mei hebben alle bestuurders zich positief uitgesproken over de nota. Men is blij dat er een nota ligt, waarin expliciete aandacht is voor het jonge kind, voor kansarme kinderen en waarin de verbinding van de voorschoolse voorzieningen met het onderwijs verder versterkt wordt om de ontwikkeling van kinderen te stimuleren. De nota straalt ambitie uit en dat wordt positief gewaardeerd. Een goede samenwerking tussen de organisaties en uitwisseling van kennis zijn essentiële principes voor de uitvoering van het beleid.
De bestuurders geven aan zeer gemotiveerd te zijn om samen met de gemeente en samenwerkingspartners snel aan de slag te gaan met het onderwijsachterstanden/VVE-beleid. Het is fijn dat er ook voldoende financiële middelen zijn om constructief de activiteiten op te pakken en in te zetten voor de ondersteuning van het jonge kind. Tot slot spreken zij hun waardering uit over het interactieve proces dat gevolgd is en de wijze waarop hun inbreng verwoord is in de nota. Advies LEA: De schoolbesturen en de aanbieders van kinderopvang/peuteropvang adviseren positief over de nota.
Memo
Zienswijze Beleidsadviesraad Jeugd/Wmo De beleidsadviesraad heeft in zijn zienswijze aanbevelingen gedaan om: 1. de VVE-doelgroep uit te breiden met kinderen met een taal- en/of spraakachterstand door medische problematiek of taalontwikkelstoornis; 2. de kinderopvang en het nazorgbureau te betrekken bij de indicatiestelling; 3. de achtergronden van het non-bereik nader te onderzoeken, waarbij m.n. wordt gekeken naar financiële drempels en het feit dat niet alle ouders het consultatiebureau bezoeken; 4. de samenwerking tussen de reguliere kinderopvang en de peuterspeelzaal te bevorderen en daarbij ook de haal- en brengtijden te betrekken; 5. de samenwerking tussen VVE-medewerkers en zorgprofessionals te versterken; 6. ouders die niet de financiële mogelijkheden hebben om de eigen bijdrage voor de peuterspeelzaal te betalen, actief te ondersteunen. In deze memo wil ik een reactie geven op de aanbevelingen. 1. In de nota wordt in par. 3.1 en 3.1.1 op blz. 7 de definitie gegeven voor de doelgroep van VVE. De groep kinderen die de beleidsadviesraad beschrijft, valt ook onder de doelgroep die in de nota beschreven is. De definitie is in algemene termen verwoord, omdat voor taal- en spraakachterstanden bij kinderen diverse oorzaken te benoemen zijn, zoals bv. medische problematiek of taalontwikkelstoornissen. 2.
In de eerste plaats is het goed om aan te geven dat het consultatiebureau optreedt als onafhankelijke indicatiesteller en vanwege hun taken op het gebied van de preventieve jeugdgezondheidszorg over de expertise beschikt om de ontwikkeling van het jonge kind (04 jaar) te monitoren. Dit neemt niet weg dat ook andere partijen, zoals de kinderopvang of de peuteropvang, goed kunnen signaleren of kinderen binnen hun opvang in aanmerking zouden kunnen komen voor VVE. Deze signalen worden in onze gemeente ook besproken met het consultatiebureau/de jeugdverpleegkundige. Dat betekent dat zij reeds betrokken zijn in het proces van indicatiestelling. We benadrukken, net als de beleidsadviesraad, wel het belang van de onderlinge samenwerking tussen de lokale aanbieders en het consultatiebureau. Voor de relatie met het bureau nazorg (verbonden aan ziekenhuizen) ligt dat echter anders. Voor zover ons bekend is er geen structurele samenwerking tussen het consultatiebureau en het bureau nazorg van ziekenhuizen, maar we zullen dit nagaan bij het consultatiebureau. Of de betrokkenheid van bureau nazorg bij de indicatiestelling in de praktijk haalbaar is, kunnen we niet beantwoorden. De aanbeveling van de beleidsadviesraad is voor ons wel aanleiding om in de uitvoeringsfase meer aandacht te besteden aan de verbinding met de
Memo lokale huisartsen. Het is belangrijk om hen te voorzien van duidelijke informatie over het aanbod van VVE in onze gemeente en de betekenis ervan voor de ontwikkeling van kinderen o.a. met taal- en spraakachterstanden met een medische achtergrond. Op die manier kunnen zij ouders attenderen op het aanbod, adviseren en verwijzen. In de nota wordt ook expliciet aandacht besteed aan een goede en duidelijke informatieverstrekking. 3. Het beter bereiken van de doelgroep VVE is één van de aandachtspunten in de nota. Het verder onderzoeken van de achtergronden van het non-bereik is één van de noodzakelijke acties. Op blz. 10 van de nota verwijzen we hier ook naar. In de uitvoering van de nota en het bedoelde onderzoek zullen we de mogelijke achtergronden die de beleidsadviesraad noemt, zeker meenemen. 4. We ondersteunen van harte de oproep van de beleidsadviesraad om de onderlinge samenwerking tussen kinderopvang en peuterspeelzaal te bevorderen. Zowel de gemeente als de organisaties voor kinderopvang en reguliere peuteropvang benadrukken het belang van samenwerking en alle partijen zoeken elkaar ook steeds meer op om eventuele praktische knelpunten te bespreken. In de voorbereiding van de nota hebben we direct ervaren dat gezamenlijk naar oplossingen wordt gezocht.
We merken bovendien op dat de vorming van integrale kindcentra en/of intensievere bestuurlijke samenwerking in onze gemeente hierbij ondersteunend is. 5. De aanbeveling om de samenwerking tussen VVE-personeel en zorgprofessionals te versterken, is eveneens een aanbeveling die we graag bij de uitvoering van de nota willen meenemen. De beleidsadviesraad noemt voorbeelden van zorgprofessionals op de ontwikkelingsgebieden taal en spraak. Graag zien we de samenwerking ook met professionals die werkzaam zijn op andere ontwikkelingsgebieden (sociaal-emotioneel, gedrag, motoriek). Het is goed om daarbij op te merken dat momenteel medewerkers van lokale organisaties die werken met jonge kinderen, bijeenkomen om het aanbod voor het jonge kind en de onderlinge verbindingen tussen zorgprofessionals, kinderopvang/peuteropvang en onderwijs in beeld te brengen. In april is gestart met een eerste gesprekstafel hierover, in de vorm van een brainstormbijeenkomst. Het is de bedoeling om deze groep stapsgewijs uit te breiden. Tot slot merken we op dat de gemeente aan de aanbieders van voorschoolse educatie jaarlijks financiële middelen beschikbaar stelt (kwaliteitsimpuls) om o.a. de deskundigheid van het VVE-personeel te bevorderen.
Memo 6. We ondersteunen de aanbeveling om expliciet aandacht te besteden aan de ondersteuning van ouders die niet de financiële mogelijkheden hebben om de eigen (inkomensafhankelijke) bijdrage voor de peuterspeelzaal te betalen. In ons preventieplan sociaal domein is het thema armoede en schulden ook een belangrijk aandachtspunt, juist vanwege het effect binnen gezinnen en de gevolgen voor de kansen van jonge kinderen. We zien hierin een stevige rol voor het sociaal wijkteam om ouders te ondersteunen. In de praktijk is het reeds zo dat ouders terecht kunnen bij de financieel adviseur van het sociaal wijkteam, wanneer er sprake is van financiële problematiek.