CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij raadsvoorstel 8.2 - Beleidskader Onderwijsachterstandenbeleid VVE

raadsvergadering openbaar 7 juni 2021, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Vaststellen beleidskader Onderwijsachterstandenbeleid6.518 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BELEIDSKADER

Onderwijsachterstandenbeleid Voor- en vroegschoolse educatie in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 2021-2023

Voorwoord Voor u ligt het eerste beleidsplan onderwijsachterstandenbeleid. De aanpak van onderwijsachterstanden is niet nieuw in Hendrik-Ido-Ambacht. Samen met de aanbieders van voor- en vroegschoolse voorzieningen zijn we al jaren bezig om de kansen voor kinderen te vergroten en om onderwijsachterstanden van kinderen vroegtijdig te signaleren en te bestrijden. In onze gemeente werd de aanpak van onderwijsachterstanden lange tijd beleidsarm uitgevoerd. De reden hiervan was dat de fnanciile middelen die wij ontvingen van het Rijk, jarenlang zeer beperkt waren en er daardoor weinig ruimte bestond voor lokaal-inhoudelijk beleid. In feite waren deze middelen niet toereikend om de peuterplekken volledig te bekostigen voor die kinderen die extra aandacht nodig hadden om achterstanden te verminderen. Om dit toch mogelijk te maken, heeft de gemeente jaarlijks uit eigen middelen het budget vergroot. Vanaf 2018 is echter een belangrijke verandering opgetreden in de fnanciering door het Rijk. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een nieuwe systematiek ontwikkeld voor de verdeling van de rijksmiddelen voor onderwijsachterstanden.

Op basis hiervan heeft het Rijk besloten tot een landelijke herverdeling van de fnanciile middelen voor onderwijsachterstanden, waardoor de situatie voor onze gemeente in positieve zin is veranderd. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht betekende dit een aanzienlijke verruiming van het onderwijsachterstandenbudget. Het betekende ook dat er ruimte ontstond voor beleidsontwikkeling op het gebied van de bestrijding van achterstanden bij jonge kinderen, door extra aandacht en ondersteuning te bieden aan peuters in de peuterspeelgroepen en kleuters in het basisonderwijs. Voor dit beleidskader hebben we samen met onze partners, de aanbieders van peuterspeelgroepen, het onderwijs, de kindcentra en de jeugdgezondheidszorg gekeken naar wat we meer en beter kunnen doen bij het voorkomen en bestrijden van achterstanden in de voor- en vroegschoolse periode. Juist die aansluiting bij de praktijk en de ervaringen van professionals geeft een goede basis voor deze nota.

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 2

Inhoud Voorwoord Inhoud

2 3

1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.

Inleiding Aanleiding Wettelijke kader Rol gemeente Samenwerkingspartners Leeswijzer

4 4 4 4 5 5

2.

Visie

6

3. 3.1. 3.1.1. 3.2. 3.3. 3.3.1. 3.3.2.

Doelgroepbereik Doelgroepdefnitie Criteria Indicatiestelling en toeleiding Bereik doelgroepkinderen Non-bereik Verhogen van het bereik

7 7 7 8 8 9 10

4. 4.1. 4.2.

Resultaatafspraken en voorwaarden Resultaatafspraken Voorwaarden

12 12 12

5. 5.1. 5.2. 5.3.

Financiën Financieel kader Financieel overzicht Financiële Verantwoording

17 17 18 18

Begrippenlijst

20

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 3

Inleiding 1.1. Aanleiding In 2019 is de gemeente samen met de lokale aanbieders van peuterspeelgroepen gestart met de ontwikkeling van het onderwijsachterstandenbeleid. In 2020 heeft de Inspectie van het Onderwijs in haar rapport een oordeel gegeven over de tot dan toe bereikte resultaten en het bestaande onderwijsachterstandenbeleid van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Daarbij heeft zij een aantal verbeterpunten geformuleerd. Deze aanbevelingen zijn samen met de nieuwe wettelijke eisen ten aanzien van de kwaliteit van de voorschoolse educatie (VE) aanleiding om het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid verder aan te scherpen. 1.2. Wettelijke kader Het bestrijden van onderwijsachterstanden is geregeld in de Wet ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (wet OKE) en deze wet heeft zijn doorwerking op andere wet- en regelgeving voor de kinderopvang (waaronder ook het peuterspeelzaalwerk valt), de voorschoolse educatie, het primair onderwijs en het onderwijstoezicht. Deze landelijke regelgeving vormt het wettelijke kader voor ons lokale onderwijsachterstandenbeleid, dat zich concentreert op de voorschoolse en vroegschoolse educatie (VVE).

VVE omvat alle inzet die wordt verricht in de peuterspeelgroepen (= de voorschool) en de kleutergroepen van het basisonderwijs (= de vroegschool) om de ontwikkeling van kinderen met achterstanden of het risico daarop, te volgen en een passende ondersteuning en begeleiding te bieden. Het uiteindelijke doel is om achterstanden bij deze kinderen te verminderen en/of weg te nemen, zodat hun kansen op het goed doorlopen van het onderwijs vergroot worden. Ten aanzien van VVE is door het Rijk de volgende verdeling van verantwoordelijkheden vastgesteld:  Gemeente en schoolbesturen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de aanpak van onderwijsachterstanden;  De gemeente is verantwoordelijk voor de voorschoolse educatie (2,5 tot 4 jaar) en ontvangt daarvoor geoormerkte middelen in het gemeentefonds. De besteding ervan verantwoorden we jaarlijks aan het Ministerie van OCW;  De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de vroegschoolse educatie (4 tot 6 jaar) en krijgen daarvoor eigen rijksmiddelen. 1.3. Rol gemeente De gemeente heeft een aantal rollen te vervullen bij het voeren van onderwijsachterstandenbeleid. Deze zijn geregeld in de Wet op het primair onderwijs (Wpo) en in de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (wet IKK) geregeld. De gemeente heeft de inspanningsverplichting om voldoende aanbod van voorschoolse educatie (VE) binnen de gemeente te realiseren.

Dit betekent dat:  er voldoende aanbod is van VE-plaatsen binnen de gemeente (dit geldt ook voor de gesubsidieerde reguliere peuterplaatsen);

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 4

 

er sprake is van een goede spreiding van het aanbod zodat segregatie wordt tegengegaan; ouders moeten kunnen rekenen op voorschoolse educatie van goede kwaliteit.

De gemeente heeft bovendien de taak regie te voeren op het onderwijsachterstandenbeleid. Dit betekent dat de gemeente afspraken moet maken met partners over:  het vaststellen van de doelgroep voor VVE;  de toeleiding van kinderen die een (taal-)ontwikkelingsachterstand hebben of een risico daarop lopen, naar VVE;  de wijze waarop de gegevens over de ontwikkeling van een kind aan de basisschool worden overgedragen;  de resultaten die de basisscholen bereiken op vroegschoolse educatie. 1.4. Samenwerkingspartners Voor de uitvoering en efectiviteit van het onderwijsachterstandenbeleid is de samenwerking tussen alle partners essentieel. Gemeente, voorschoolse voorzieningen, basisscholen, samenwerkingsverband primair onderwijs, consultatiebureau en het Jeugdteam (op locatie) (JOL) zullen elkaar hiervoor actief opzoeken. Alleen in samenwerking kunnen we de keten van signalering, indicatiestelling, toeleiding, plaatsing en de hoge kwaliteit van het VVE-aanbod realiseren. Deze nota is dan ook met input van onze partners in het werkveld tot stand gekomen. 1.5. Leeswijzer Dit beleidskader geeft weer wat onze doelen zijn en wat we gaan doen om de doelen te behalen. Afspraken over de uitwerking, dus het hoe en wanneer, komen in een uitvoeringsplan te staan. Deze wordt jaarlijks met betrokkenen uit het werkveld opgesteld. Hoofdstuk 1 gaat in op de aanleiding van deze beleidsnota.

In hoofdstuk 2 wordt de visie van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op verschillende onderdelen, zoals de doelgroepdefnitie, indicatiestelling en toeleiding en het bereik. In hoofdstuk 4 worden de resultaatafspraken beschreven en omschrijven we de voorwaarden om onze resultaatafspraken te bereiken. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 het fnancieel kader geschetst.

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 5

Visie In Hendrik-Ido-Ambacht willen we kinderen een omgeving bieden, waarin zij veilig en gezond opgroeien en waarin zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. We vinden het belangrijk dat álle kinderen hiervoor gelijke kansen krijgen. In de vroege kinderjaren wordt het fundament gelegd voor de verdere persoonlijke ontwikkeling van het kind. Voorschoolse voorzieningen dragen bij aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind. In een speelrijke en veilige ontwikkelomgeving ontmoeten kinderen elkaar en leren ze van elkaar. Deze voorzieningen zijn laagdrempelig -betaalbaar en toegankelijk- voor alle peuters, dichtbij huis en zij hebben preventie en vroegsignalering verankerd in hun pedagogische beleid. Er wordt zorgvuldig en gestructureerd ingespeeld op de ondersteuningsbehoefte van kinderen en hun ouders, passend bij de identiteit van de gezinnen. Het onderwijsachterstandenbeleid draagt bij aan de invulling van deze visie. We vinden het belangrijk dat kinderen die een extra duwtje in de rug nodig hebben, aanvullende ondersteuning krijgen in de vorm van VVE. Het gaat daarbij om ondersteuning op tal van ontwikkelingsgebieden, zoals taal- en spraakontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling. Dit ligt ook in het verlengde van ons lokale Preventieplan sociaal domein.

Het vroeg signaleren van belemmeringen en het inzetten van interventies om achterstanden weg te nemen, draagt bij aan de ontwikkelingskansen voor deze kinderen. Alle kinderen moeten immers kunnen meedoen, niemand mag buiten de boot vallen. De kansen op succes in het onderwijs en later in de samenleving worden sterk bepaald door de omgeving waarin kinderen opgroeien. Dit betekent dat wij samen met de kindpartners waar nodig én gewenst ouders ondersteuning bieden bij het stimuleren van de ontwikkeling van hun kind, zoals die thuis, en in de voor- en vroegschoolse voorzieningen plaatsvindt. We zijn ons in de vormgeving en de uitvoering van het VVE-beleid ervan bewust, dat ouders primair de verantwoordelijkheid dragen voor de opvoeding van hun kind en dat zij de fundamentele vrijheid hebben om keuzes te maken ten aanzien van opvoeding, opvang en educatie.

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 6

Doelgroepbereik 3.1.

Doelgroepdefniie

De Wpo bepaalt dat de gemeente in overleg met schoolbesturen en voorschoolse voorzieningen vaststellen welke kinderen in aanmerking komen voor VVE. Door de doelgroep op lokaal niveau zo goed mogelijk te defniiren kan op maat gewerkt worden aan het bestrijden van onderwijsachterstanden. Veel gemeenten hebben een doelgroepdefnitie waarbij meer criteria worden gebruikt dan alleen het opleidingsniveau van de ouders (vergelijkbaar met de schoolweging voor het basisonderwijs). Het algemene gevoel is dat door alleen de opleiding van de ouders als maatstaf te gebruiken, veel peuters met (risico op) achterstanden op het gebied van taal-, reken-, motorische en sociaal-emotionele ontwikkeling over het hoofd worden gezien. Ook in Hendrik-Ido-Ambacht hanteren we een bredere doelgroepdefnitie VVE. Daarbij gaan we uit van twee categoriein. Kinderen behoren tot de doelgroep VVE als er sprake is van: 1. taal- en/of spraakachterstand bij het kind of een risico daarop door de achtergrond van de ouders; of 2.

achterstand in de sociaal-emotionele en/of gedragsontwikkeling van het kind of een risico daarop ten gevolge van sociale factoren in de omgeving van het kind.

3.1.1. Criteria Om te bepalen of kinderen tot de doelgroep VVE behoren, is het nodig om criteria vast te stellen. De criteria die wij hanteren ten aanzien van (risico op) taal- en/of spraakachterstand zijn:  geobserveerde/gemeten ontwikkelingsachterstand bij het kind op het gebied van spraak en taal  thuis* is Nederlands niet de gesproken hoofdtaal;  er is sprake van een taalarm thuismilieu;  de ouders hebben een opleiding genoten die lager is dan niveau MBO-3. *of de omgeving waarin het kind de meeste tijd verblijft en opgroeit.

De criteria die wij hanteren ten aanzien van achterstand in de sociaal-emotionele en/of gedragsontwikkeling van het kind of een risico daarop ten gevolge van sociale factoren in de omgeving van het kind, zijn:  er is sprake van een langdurige ontwrichting van het gezin;

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 7

  

de ouders hebben lichamelijke en/of psychische beperkingen, waardoor zij niet of in beperkte mate in staat zijn om de ontwikkeling van het kind voldoende te stimuleren de ouders hebben door langdurige schuldenproblematiek/schuldsanering onvoldoende middelen om de ontwikkeling van het kind voldoende te stimuleren; het kind voelt zich onveilig of geremd in groepsverband of in een groepsproces; het kind heeft een sociaal-emotionele achterstand en komt hierdoor onvoldoende tot ontwikkeling.

Aanvullend op deze criteria dient het consultatiebureau vanuit haar expertise een positief oordeel te geven of het kind gebaat is bij een VVE-programma. Het moet duidelijk zijn dat de achterstand van het kind verbeterd of verholpen kan worden door deel te nemen aan een VVE- programma. 3.2. Indicatiestelling en toeleiding De indicatiestelling voor kinderen die behoren tot de doelgroep VVE vindt in onze gemeente op twee manieren plaats: 1. direct bij het consultatiebureau, of 2. naar aanleiding van de reguliere kwartaalgesprekken tussen de jeugdverpleegkundige en de aanbieder van de peuterspeelgroep. 1. Direct bij het consultatiebureau Het consultatiebureau heeft een belangrijke taak in het proces van de indicatiestelling en toeleiding naar een voorschoolse voorziening. De jeugdverpleegkundige ziet en/of spreekt nagenoeg alle ouders met jonge kinderen en monitort de ontwikkeling van elk kind aan de hand van het Van Wiechen Ontwikkelingsonderzoek. Voor wat betreft het onderdeel taal wordt gewerkt volgens de NCJ Richtlijn Taalontwikkeling. Tijdens deze contacten bespreekt de jeugdverpleegkundige met de ouders de ontwikkeling van het kind en de verschillen die er eventueel zijn tussen de ontwikkelingsgroei en de leeftijdsgroei. Daarbij komt ook aan de orde of het kind baat kan hebben bij voorschoolse educatie. Ouders kunnen vervolgens een aanvraag doen voor een VVE-indicatie.

Wanneer het kind al op een reguliere peuterspeelgroep zit, wordt met de aanbieder afgestemd over de aanvraag. Een persoonlijke benadering van ouders en het geven van praktische informatie over het belang van VVE kan ouders stimuleren om hun kind in te schrijven bij een peuterspeelgroep en deel te nemen aan VVE. De beoordeling of een kind in aanmerking komt voor een VVE-indicatie vindt doorgaans plaats rond het 2 e levensjaar door het consultatiebureau. De jeugdverpleegkundige gebruikt hiervoor een gecombineerd aanvraag- en beoordelingsformulier. 2. Naar aanleiding van de reguliere kwartaalgesprekken Daarnaast kan een kind op voordracht van de peuterspeelgroep in de reguliere kwartaalgesprekken met de jeugdverpleegkundige aangemeld worden voor een VVEindicatie. Ook tussentijds kan er een melding plaatsvinden. Als uit observaties door de peuterspeelgroep blijkt, dat bij het kind sprake is van een (taal-)achterstand of dat men verwacht dat de ontwikkeling van het kind positief beïnvloed kan worden door deelname aan het VVE-programma, zal de jeugdverpleegkundige alsnog de mogelijkheid van een VVE-indicatie onderzoeken. Dit vindt allereerst plaats door

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 8

verifcatie bij het consultatiebureau. Daarna wordt een VVE-indicatie besproken met de ouders en wordt dezelfde procedure gevolgd als hierboven beschreven is. 3.3. Bereik doelgroepkinderen De gemeente is verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende aanbod van voorschoolse educatie. Wanneer kinderen een VVE-indicatie hebben, hebben ze recht op een VVE-plek. Om het risico op toenemende achterstand te voorkomen, willen we kinderen die dat nodig hebben, ook zo spoedig mogelijk een VVE-plek bieden. Vroegtijdige interventie vinden we immers belangrijk in ons preventiebeleid. Om voldoende VVE-plekken tijdig te kunnen bekostigen, bepalen we jaarlijks het aantal te verwachten VVE-kinderen. Dit doen we op basis van de verwachte aanmeldingen bij de peuterspeelgroepen, onze bevolkingsgegevens en de prognose van het CBS. Aan de hand van deze informatie ramen we in de begroting het benodigde budget vanuit de rijksmiddelen voor onderwijsachterstanden. In de huidige praktijk worden alle kinderen met een VVE-indicatie aangemeld en geplaatst bij de VVE-aanbieders. Uit een vergelijking van het aantal geplaatste peuters met de bevolkingsgegevens en de prognose van het CBS wordt echter duidelijk, dat we nog niet alle doelgroepkinderen ‘bereiken’. Dat wil zeggen: niet alle doelgroepkinderen nemen daadwerkelijk deel aan VVE.

In feite is de doelgroep VVE groter dan het aantal kinderen dat bereikt wordt. Er is dus sprake van een verborgen doelgroep. Hoe groot is de groep die we nu bereiken? Op 1 januari 2021 waren er in totaal 840 kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Hiervan hadden 37 kinderen een VVE-indicatie en deze volgen allen een VVE-programma. SOL Ambacht 1 jan. 2021

Admiraal VV 1 E

PIT Kinderopvang 1 jan. 2021

VVE

Yes! Kinderopvang 1 jan. 2021

3.3.1.

Vila Ambacht

5

6

10

De Meander

Tweestroom

6

6

Druivengaarde 5

VVE

1

Andere gemeenten 1 jan. 2021

Krommeweg Watervlinder

Zwijndrecht

VVE

2

Non-bereik ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 9

Het bepalen van de feitelijke omvang van de doelgroep VVE is geen eenvoudige opgave. Voorlopig moeten we ons baseren op de informatie vanuit het CBS. Wanneer we de meerjarige gegevens van het CBS over de achterstandsscore in onze gemeente doorrekenen naar het totaal aantal peuters, is er wel een schatting mogelijk van het aantal te verwachten doelgroepkinderen. Voor het jaar 2020 was deze schatting ca. 8% van het totaal aantal peuters. Dit betekent dat we de omvang van de doelgroep kunnen schatten op ca. 67 peuters. In de praktijk zullen we dit aantal moeten toetsen aan de ervaringen bij het consultatiebureau. Om het bereik te vergroten (van 37 naar ca. 67 peuters) en daardoor meer kinderen een kans te bieden op een goede start, zal het consultatiebureau –uiteraard met respect voor de keuzevrijheid van ouders- met ouders het gesprek aangaan. Het doel hiervan is om na te gaan of en welke belemmerende factoren een rol spelen.

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 10

Een eerste inventarisatie van de achtergronden bij het non-bereik wijst uit dat: 1. ouders er moeite mee hebben om hun kind, dat misschien al in de kinderopvang zit of bij gastouders worden opgevangen, nog aanvullend op een peuterspeelzaal te plaatsen; 2. ouders voor identiteitsgebonden VE hun kind op een peuterspeelzaal buiten de gemeente zouden moet plaatsen; 3. ouders er bewust voor kiezen om hun kind niet te laten deelnemen aan VVE. Onze inspanningen om het bereik te vergroten, moeten dan ook specifek gericht zijn op het wegnemen van deze of andere belemmeringen voor ouders. Daarbij is het allereerst belangrijk om ouders goed te informeren over de betekenis van VVE (en peuterspeelgroepen in het algemeen) voor de ontwikkeling van het kind en het aanbod in onze gemeente. Goede en duidelijke voorlichting aan ouders, overleg en afspraken met de kinderopvang zijn hiervoor de belangrijkste instrumenten. Maar ook het goed blijven monitoren van het bereik op centraal niveau is noodzakelijk. Om vast te leggen hoe hoog ons bereik is, verzamelen we per kwartaal:  het aantal VVE-geïndiceerde kinderen bij het consultatiebureau;  het aantal geplaatste VVE-kinderen bij de lokale voorschoolse voorzieningen;  het aantal geplaatste kinderen bij aanbieders buiten de gemeente (via gemeente).

Daarnaast vragen we per jaar aan het consultatiebureau, om vast te leggen of en hoeveel potentiile VVE-kinderen er zijn, d.w.z. hoe vaak er geen VVE-indicatie is afgegeven, terwijl kinderen hiervoor wel in aanmerking kunnen komen en wat daarvan de reden is. 3.3.2. Verhogen van het bereik We constateren dat we nog niet alle doelgroepkinderen bereiken. Op peildatum 1 januari 2021 schatten we het non-bereik op ca. 45%. Uiteraard kunnen we ouders niet verplichten om hun kinderen deel te laten nemen aan de VVE. Wel zien we het als onze verantwoordelijkheid om ouders zo goed mogelijk voor te lichten over de betekenis van VVE voor de ontwikkeling van het kind en de kansen in het onderwijs. Daarnaast kunnen Jeugdteam

(op

locatie),

het

Sociaal

Wijkteam

en/of

Vluchtelingenwerk

ouders

ondersteunen bij de toeleiding naar de peuterspeelgroep, als zij hieraan behoefte hebben. We zijn in staat om voldoende VVE-plekken te realiseren voor kinderen die dat nodig hebben. De kinderen kunnen ook direct geplaatst worden en in de komende jaren verwachten we dit voort te kunnen zetten. We willen toewerken naar een grotere bekendheid van de mogelijkheden bij peuterspeelgroepen en streven naar een bereik van 80% in 2023.

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 11

Wat gaan we ervoor doen?  We gaan duidelijker communiceren via de website van de gemeente over het aanbod VVE en de fnanciile gevolgen en mogelijkheden; 

We ontwikkelen folders/fyers voor ouders over het aanbod, efecten en fnanciile mogelijkheden

bij

peuterspeelgroepen

en

VVE.

Dit

doen

we

via

het

consultatiebureau; 

We verstrekken informatie in begrijpelijke taal: voor ouders in het algemeen en anderstaligen in het bijzonder. Dit doen we o.m. via Vluchtelingenwerk en het Sociaal Wijkteam en waar nodig ondersteunen zij bij de toeleiding naar een peuterspeelgroep;

Alle aanbieders van voorschoolse educatie bieden ouders de mogelijkheid om 16 uur voorschoolse educatie af te nemen;

We gaan in gesprek met het bestuur van de Kleine Prinses om de haalbaarheid te bespreken van het bieden van identiteitsgebonden VVE in hun peuterspeelgroep om het bereik te vergroten.

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 12

Resultaatafspraken en voorwaarden 4.1.

Resultaatafspraken

Zoals we in onze visie hebben aangegeven, willen we bereiken dat alle kinderen de kans krijgen om zich optimaal te ontwikkelen en dat belemmeringen hierbij zo vroeg mogelijk weggenomen of verminderd worden. Maar wat willen we dan specifek bereiken met de voor- en vroegschoolse educatie, voor de kinderen die een extra duwtje in de rug nodig hebben? Met de aanbieders van peuterspeelgroepen en het onderwijs hebben we vastgesteld dat de resultaten van VVE haalbaar en tegelijkertijd ambitieus moeten zijn: we willen immers een achterstand wegnemen of verminderen bij kinderen en we willen die kinderen ook een goede start geven in het basisonderwijs. Daarbij baseren wij ons op de praktijkervaring en expertise van de aanbieders. Voor de komende 2 jaar betekent dit concreet dat we ernaar streven dat:

Achterstanden van doelgroepkinderen VVE aan het eind van de VVE periode (eind groep 2) met minimaal 2 maanden zijn ingelopen.

De doelgroepkinderen VVE aan het eind van groep 2 voldoen aan de voorwaarden om over te gaan naar 3.

4.2.

Voorwaarden

Samen met de voor- en vroegschoolse voorzieningen, het consultatiebureau en het Jeugdteam op locatie (JOL) creiren we de juiste voorwaarden om bovenstaande resultaten te bereiken en ondernemen we de benodigde acties. Voorwaarde 1 We bieden hoogwaardige voor- en vroegschoolse educatie

Wat verstaan we hieronder:  Het aanbieden van 16 uur VVE in de peuterspeelgroep;  Het gebruik van een erkend VVE-programma;  Het stimuleren van de ouderbetrokkenheid;  Het zorgvuldig en systematisch observeren/volgen van de ontwikkeling van de peuters en kleuters;  Een evenwichtige organisatie van groepen met maximaal 16 kinderen;  VVE-geschoold personeel. Huidige praktijk:

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 13

Alle voorschoolse voorzieningen met een aanbod VVE bieden ouders de mogelijkheid om 16 uur voorschoolse educatie af te nemen. Zij gebruiken een landelijk erkend en kwalitatief VVE- programma, waarin kinderen met thematische activiteiten gestimuleerd worden in hun spraak- en taalontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling, motorisch-zintuiglijke ontwikkeling en beginnende rekenontwikkeling. Bij dit programma wordt ook een programma gebruikt ter stimulering van de ouderbetrokkenheid, waardoor de ondersteuning van de kinderen in het thuismilieu gecontinueerd kan worden. Niet alle ouders slagen erin om hun kind thuis een stimulerende leeromgeving te bieden. Dit hangt o.a. samen met de mate van geletterdheid, het opleidingsniveau en de (opvoed-)vaardigheden. Juist voor deze ouders is ondersteuning belangrijk. Vanuit het Jeugdteam worden gezinnen ondersteund bij opvoedingsvraagstukken. Het Sociaal Wijkteam en Vluchtelingenwerk bieden ondersteuning aan nieuwkomers. Voor anderstaligen bestaat in onze gemeente Nederlands taalaanbod in de Taalschool en nieuwkomers volgen in het kader van de Wet inburgering taalcursussen. Verder helpt Bibliotheek AanZet ouders (en de peuterspeelgroep) bij het creiren van een stimulerend, structureel voorleesklimaat d.m.v. het organiseren van diverse activiteiten, waaronder een Baby Drive-in en een wekelijks voorleesuurtje voor ouders en kinderen.

De voor- en vroegschoolse voorzieningen hanteren beide een (soms zelfs aansluitend) systeem voor gestructureerde observatie van de ontwikkeling van de kinderen, zoals BOSOS 2-4 en BOSOS Kleuters. Hiermee kunnen de ontwikkelingslijnen van het kind op verschillende terreinen goed gevolgd worden en kan het aanbod voor het kind zo nodig worden aangepast In de peuterspeelgroep vindt na ca. 3 maanden de eerste observatie plaats. Het is belangrijk dat kinderen eerst goed kunnen wennen aan de nieuwe situatie. Als kinderen gewend zijn, is een observatie betekenisvol. Observaties volgen daarna periodiek (tijdvak van 3 maanden). Daarbij wordt de groei die zij hebben doorgemaakt in beeld gebracht. Wanneer de kinderen 3 jaar en 9 maanden zijn, vindt de laatste observatie plaats. Daarna volgt plaatsing in het basisonderwijs, in groep 1. De jeugdverpleegkundige heeft elk kwartaal overleg met de aanbieder van de peuterspeelgroep om de ontwikkeling van de kinderen gezamenlijk te monitoren. De voorschoolse voorzieningen bepalen de samenstelling van de groepen. Er zijn gemengde peutergroepen waarin zowel peuters met en zonder VVE-indicatie aanbod krijgen, maar er zijn ook homogene VVE-groepen. Het staat de organisaties vrij om omwille van de beheersbaarheid van de groepsgrootte en de belasting binnen een groep, VVE-peuters in een andere opvanggroep te plaatsen.

Zij hebben hierin autonomie indien zij organiseren in het belang van kinderen en de aangegeven kaders. Sinds 2020 is op elke VVE-locatie een HBO-geschoolde medewerker werkzaam. In de kwaliteitszorg van de voorschoolse voorzieningen speelt deze VVE-coach een belangrijke rol. Elke VVE-aanbieder is vrij om voor deze medewerker een passend takenpakket samen te stellen, passend bij de visie/organisatie. Maar in het algemeen bestaan de taken uit de coaching van pedagogisch medewerker op het educatief of pedagogisch handelen, het ondersteunen van opbrengstgericht werken, het

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 14

organiseren en onderhouden van de doorgaande leerlijn richting het basisonderwijs en de contacten met de jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau. Voorts beschikken de pedagogisch medewerkers die werken in de VVE over de benodigde kwalifcaties. De huidige praktijk geeft vooralsnog geen aanleiding om aanvullende acties te ondernemen. In het structurele overleg met de VVE-partners (zie voorwaarde 3) zal de vinger aan de pols worden gehouden. Voorwaarde 2 We realiseren een doorgaande leerlijn

Wat verstaan we hieronder:  Borging van de continuïteit in de ondersteuning van het jonge kind: van voorschoolse naar vroegschoolse voorziening. Huidige praktijk: Een soepele doorgaande lijn van voor- naar vroegschool is belangrijk voor succesvolle VVE. Om de doorgaande lijn te waarborgen, stelt de gemeente middelen beschikbaar voor de kwalitatieve overdracht. Dit houdt in dat van elk kind een rapportage wordt gemaakt met het overdrachtsformulier dat de ouders mee kunnen nemen naar de basisschool. Waar nodig en gewenst en met toestemming van de ouders, vindt er een warme overdracht plaats tussen de voorschoolse voorziening en de basisschool. Dit geldt in elk geval voor de doelgroepkinderen VVE. In Hendrik-Ido-Ambacht zijn (en worden) bovendien integrale kindcentra (IKC) ontwikkeld. Het IKC verbindt de voorschoolse voorziening met het basisonderwijs binnen één organisatie en levert op die manier een bijdrage aan de doorgaande leerlijn. Welke actie(s) gaan we verder ondernemen? Om deze doorgaande lijn en de vroegsignalering verder te versterken zal vanaf 2021 de Intern Begeleider (IB-er) van een basisschool samen optrekken met de VVE-coach wanneer er zorgen zijn over de ontwikkeling van een peuter. Deze collegiale consultatie gebeurt wanneer duidelijk is op welke school de peuter ingeschreven wordt en zal bijdragen tot het bieden van passend onderwijs op de basisschool.

Ten aanzien van het passend onderwijs en de doorgaande lijn vervullen de samenwerkingsverbanden voor primair onderwijs een belangrijke rol. Zij zoeken ook actief verbinding met lokaal beleid. We gaan met het samenwerkingsverband in gesprek over afstemming met de procedures die daar ontwikkeld zijn rond de doorgaande lijn en het bieden van passend onderwijs voor de doelgroepkinderen.

Voorwaarde 3 We monitoren en evalueren het beleid en stellen bij waar nodig.

Wat verstaan we hieronder:  Het centraal verzamelen van sturingsinformatie

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 15

Structureel overleg met betrokken partners over VVE en de resultaten

Huidige praktijk: In 2020 zijn we samen met de voorschoolse voorzieningen constructief gaan ‘bouwen’ aan het lokale onderwijsachterstandenbeleid en hebben we de samenwerking geïntensiveerd. We constateren dat het belangrijk is om structureel met elkaar te spreken over de ontwikkeling van het jonge kind en de uitvoering van VVE.

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 16

Welke actie(s) gaan we verder ondernemen? Om de uitvoering van VVE en het onderwijsachterstandenbeleid goed te borgen, is het noodzakelijk om structureel kwantitatieve en kwalitatieve informatie uit te wisselen. We zullen daarvoor de opbrengsten van de voor- en vroegschoolse educatie systematisch in kaart brengen, conclusies trekken, de gemaakte afspraken evalueren en het beleid waar mogelijk verbeteren. Op deze manier kan het onderwijsachterstandenbeleid gemonitord en bijgesteld worden. De kwantitatieve en kwalitatieve gegevens vormen de basis voor de dialoog tussen gemeente en de partners. De uitwisseling van gegevens over bereikte resultaten zijn uitdrukkelijk niet bedoeld om verrichte inspanningen ‘af te rekenen’, maar om beter met elkaar te signaleren welke succes- en faalfactoren een rol spelen in de aanpak van onderwijsachterstanden. Het geeft ons steeds beter inzicht in de interventies die we wel en niet zouden moeten inzetten. Zij geven input om de kwaliteit en efectiviteit van VVE structureel te monitoren en verder te ontwikkelen.  We meten de behaalde efecten van VVE door kwantitatieve gegevens te verzamelen en informatie met de partners uit te wisselen.

 Eén keer per jaar (uiterlijk eind oktober) van elk jaar leveren de voorschoolse voorzieningen, het onderwijs en het consultatiebureau de monitorgegevens aan de gemeente; Vanuit de voorschoolse voorzieningen: o het totaal aantal VVE-geïndiceerde peuters o het aantal VVE-geïndiceerde peuters dat over gaat naar groep 1 van het basisonderwijs o het aantal VVE-geïndiceerde peuters dat met een ontwikkelingsachterstand naar groep 1 van het basisonderwijs gaat. Vanuit het basisonderwijs:  het totaal aantal VVE-geïndiceerde kleuters  het aantal VVE-geïndiceerde kleuters dat aan het eind van groep 2 over gaat naar groep 3 van het basisonderwijs  het aantal VVE-geïndiceerde kleuters dat aan het eind van groep 2 niet over gaat naar groep 3 van het basisonderwijs  het aantal VVE-geïndiceerde kleuters dat aan het eind van groep 2 een achterstand van minimaal 2 maanden heeft ingelopen  het aantal VVE-geïndiceerde kleuters dat aan het eind van groep 2 een achterstand van minder dan 2 maanden heeft ingelopen Vanuit het consultatiebureau:  het totaal aantal VVE-geïndiceerde peuters, waarbij onderscheid wordt gemaakt in aard van de ontwikkelingsachterstand  het totaal aantal peuters, dat in aanmerking kwam voor een VVEaanbod, maar geen VVE-indicatie heeft gehad, waarbij onderscheid wordt gemaakt in aard van de ontwikkelingsachterstand  De gemeente voegt aan deze gegevens het aantal

VVE-geïndiceerde peuters toe, dat buiten de gemeente een VVE-locatie bezoekt.  De resultaten worden jaarlijks in december door de gemeente gepresenteerd in een monitor. Deze monitor wordt samen met voorschoolse aanbieders, het onderwijs, het consultatiebureau en het JOL geivalueerd. De evaluatie geeft input voor het aanscherpen van de resultaatafspraken VVE en het bijstellen

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 17

van de voorwaarden, die worden meegenomen in het jaarlijkse uitvoeringsplan. In de monitor wordt ook het bereik van de VVE-doelgroep als onderwerp opgenomen. Twee keer per jaar organiseert de gemeente een bijeenkomst VE met alle aanbieders van voorschoolse educatie en het consultatiebureau over het bereik en de actuele ontwikkelingen binnen de voorschoolse voorzieningen aangaande de kwalitatieve doelstellingen. Daarin signaleren we ontwikkelingen en factoren die de uitvoering en het VVE-beleid beïnvloeden. Tevens leggen we verbinding met de reguliere peuteropvang. We vinden het immers belangrijk dat alle kinderen gelijke kansen krijgen om zich te ontwikkelen. Om dat mogelijk te maken gaat de gemeente het bekostigingsstelsel voor de peuteropvang herzien om voldoende middelen beschikbaar te stellen voor de kinderen die zijn aangewezen op gesubsidieerde, reguliere peuteropvang. Ten slotte leggen we verbinding met andere beleidsonderwerpen of –trajecten die het VVE-beleid versterken: het lokale Preventieplan sociaal domein, de lokale invulling van de jeugdhulp en de samenwerking met andere maatschappelijke partijen.

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 18

Financiin 5.1.

Financieel kader

De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht ontvangt van het Rijk jaarlijks een specifeke uitkering voor het onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Deze uitkering is bedoeld om “onderwijsachterstanden te voorkomen en te bestrijden, segregatie te voorkomen en integratie te bevorderen”. Concreet kunnen de middelen ingezet worden voor:  bekostiging van VVE- trajecten (mits deze voldoen aan de kwaliteitseisen);  kosten die gemaakt worden bij het maken van afspraken voor VVE met de partners;  overige activiteiten die gericht zijn op kinderen met een taalachterstand. Onderwijsachterstandsmiddelen zijn geoormerkte middelen en de besteding ervan dient na het einde van de beleidsperiode verantwoord te worden aan het Rijk. De huidige beleidsperiode loopt van 2019 tot 2023. Budget dat overblijft na de uitvoering van de wettelijke taken mag ingezet worden voor andere aan onderwijsachterstanden gerelateerde activiteiten binnen de geldende OAB-periode. Eventuele restbedragen of onjuist bestede bedragen dienen teruggeboekt te worden naar het Rijk. Voor 2023 is momenteel vastgelegd dat er een bedrag van maximaal de helft van het bedrag dat voor 2022 wordt toegekend, mag worden overgeheveld naar 2023. Het OAB-budget wordt jaarlijks vastgesteld. Deze kan dus fuctueren gedurende de OAB- beleidsperiode. In 2019 ontvingen we € 232.900,- en in 2020 werd dat bedrag verhoogd naar € 350.978,-.

Wij gaan er vooralsnog van uit dat we voor de jaren 2022 en 2023 hetzelfde bedrag ontvangen als voor 2021, namelijk € 421.283,-. Opbouw balanspost In de jaren voor de herijking van de OAB-middelen bedroeg de specifeke uitkering voor onze gemeente ca. € 48.000,-. Het OAB-budget is in de laatste jaren fink toegenomen, terwijl het bereik van het aantal doelgroepkinderen niet evenredig toenam. Hierdoor hebben we in de afgelopen jaren telkens een bedrag overgehouden van de voorschotten die het Rijk beschikbaar heeft gesteld, wat uiteindelijk leidde tot een forse balanspost. Het is ook de reden dat we vanaf 2021 actief willen inzetten op het vergroten van het bereik. Het ontstaan van deze balanspost betekent echter niet dat in de afgelopen jaren geen activiteiten zijn ondernomen om onderwijsachterstanden aan te pakken. Met het OAB-budget -en in de jaren ervoor ook met eigen middelen– hebben we voldoende VVE-plaatsen kunnen bekostigen en hebben we vanaf 2018/2019 meer tot stand kunnen brengen. Er is geïnvesteerd in de kwalitatieve overdracht en de kwaliteits- en deskundigheidsbevordering van de pedagogisch medewerkers. We hebben de Nederlandse taaltoets 3F gefaciliteerd voor alle pedagogisch medewerkers (niet alleen voor de medewerkers op de VVE-locaties). Ten slotte hebben we vooruitlopend op landelijke regelgeving geïnvesteerd in de HBOgeschoolde coach voor VVE-locaties.

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 19

Voor de jaren 2021 en 2022 willen we de resterende middelen uit de voorschotten inzetten om eenmalig een stevige impuls te geven aan het onderwijsachterstandenbeleid en praktische uitvoering ervan: 1. de begeleiding en ondersteuning van het uitvoeringsproces: de implementatie van het beleidskader in 2021 2. het faciliteren van initiatieven:  ter vergroting van het bereik van doelgroepkinderen  ter versterking van de doorgaande (leer)lijn en de aansluiting op passend onderwijs  ter verhoging van de ouderbetrokkenheid 3. het faciliteren van pilots die het onderwijsachterstandenbeleid versterken In samenspraak met onze partners zullen we hiervoor nadere voorstellen uitwerken in het uitvoeringsplan voor de jaren 2021 en 2022.

5.2.

Financieel overzicht

In het onderstaand overzicht geven we de beschikbare fnanciile middelen weer en de verwachte uitgaven. De acties die we in het kader van het onderwijsachterstandenbeleid uitvoeren, zijn fnancieel vertaald. Hierbij gaat het om:  de verhoging van het bereik van de doelgroep door goede voorlichting en het ontwikkelen van informatiemateriaal;  het versterken van het kwalitatieve VVE- aanbod (voorwaarde 1) door het realiseren van voldoende VVE plaatsen volgens de wettelijke vereisten en het bijdragen aan de deskundigheidsbevordering van het personeel;  het versterken van de doorgaande lijn (voorwaarde 2) door het bijdragen aan een kwalitatieve overdracht en de inzet van de IB-er in de peuterspeelgroep.

*uitgaande van maximaal doelgroepbereik

5.3.

Financiële verantwoording ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 20

De onderwijsachterstandsmiddelen worden ontvangen in de vorm van een specifeke uitkering. De verantwoording van deze doeluitkering gebeurt in de vorm van een SiSa-verantwoording (single information, single audit). Daarbij dient aan het Rijk onder andere verantwoord te worden hoeveel kinderen hebben deelgenomen aan voor- en vroegschoolse educatie en welk bedrag is besteed aan de verlaging van de ouderbijdrage voor doelgroepkinderen. Het aantal kinderen dat deelneemt aan de VVE monitoren we gedurende het kalenderjaar in samenwerking met partners. De verlaging van de ouderbijdrage voor doelgroepkinderen verrekenen we in de bekostiging van de VVE- plaatsen in de peuterspeelgroepen.

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 21

Begrippenlijst Consultatiebureau Een instelling waar men terecht kan voor preventieve gezondheidszorg. Het consultatiebureau probeert problemen in de ontwikkeling van een kind te voorkomen of vroeg op te sporen. Het consultatiebureau is gratis en niet verplicht. Het consultatiebureau is een onderdeel van de jeugdgezondheidszorg. Doelgroepkind Een peuter die, vastgesteld door de JGZ, een (risico op een) taal-, of ontwikkelingsachterstand heeft en daardoor in aanmerking komt voor VVE. In Hendrik-Ido-Ambacht hanteren we een brede doelgroepdefnitie waarbij een kind dat een (risico op een) achterstand in de ontwikkeling ten gevolge van sociale factoren in de omgeving, dan wel de sociaal-emotionele en/of gedragsontwikkeling heeft ook in aanmerking komt voor VVE. Doorgaande lijn Bij een doorgaande (ontwikkelingsleer)lijn in de VVE gaat het om een ononderbroken ontwikkeling van kinderen van de voorschoolse voorziening naar het onderwijs. Om dit mogelijk te maken, vindt een goede afstemming plaats tussen JGZ, voorschool en vroegschool en worden ouders actief betrokken. JGZ Jeugdgezondheidszorg. Intern begeleider (IB-er) De intern begeleider is op een basisschool verantwoordelijk voor de leerlingenzorg en heeft coördinerende en begeleidende taken.

Kinderopvang Kinderopvang is een overkoepelende term die wordt gebruikt voor alle opvangmogelijkheden voor kinderen, zoals peuterspeelzalen, dagopvang en gastouderopvang. Kinderopvangtoeslag Tweeverdieners, alleenstaande eenverdieners en ouders die zorg combineren met studie of werk hebben recht op een vergoeding van een deel van de kosten voor kinderopvang. De Rijksoverheid stelt deze vergoeding beschikbaar. LEA (Lokale Educatieve Agenda) Overleg tussen gemeente, schoolbesturen, kinderopvang en andere partners om te komen tot gezamenlijke afspraken te komen over het onderwijsbeleid in samenhang met het jeugdbeleid. Ministerie OC&W Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap OAB Onderwijsachterstandenbeleid Passend onderwijs Passend onderwijs is de naam voor de manier waarop extra ondersteuning voor leerlingen wordt georganiseerd. Het doel ervan is om leerlingen onderwijs te bieden dat bij hun kwaliteiten en hun mogelijkheden past. De school is verantwoordelijk om leerlingen een passende onderwijsplek te bieden. Om dit te

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 22

realiseren werken scholen in een regio samen (in een samenwerkingsverband). Passend onderwijs geldt voor alle basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs. Peutergroep In een peutergroep kunnen kinderen van 2,5 tot 4 jaar terecht. Van oudsher richt het peuterspeelzaalwerk zich voornamelijk op het ontmoeten van andere kinderen, het stimuleren van de ontwikkeling en het terugdringen op achterstanden. Peuters kunnen 2 dagdelen per schoolweek deelnemen. Om ieder kind goede ontwikkelingskansen te bieden, worden kinderen uit specifeke doelgroepen een VVE-programma geboden. Zij krijgen 2 extra dagdelen aangeboden. Primair onderwijs Scholen voor kinderen van 4 tot en met 12 jaar. Hieronder valt het basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Reguliere peuteropvang De opvang van peuters van 2,5 tot 4 jaar die wordt gesubsidieerd door de gemeente als ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Resultaatafspraken VVE Doel van de Wet OKE is om een stimulans te geven aan de kwaliteit en de opbrengsten van voor- en vroegschoolse educatie, naast het realiseren van een zo groot mogelijk bereik. Om dat doel te kunnen bereiken, is het van belang dat gemeente en schoolbesturen afspraken maken over de resultaten die met VVE worden nagestreefd.

Schoolweging Een methode om te berekenen hoeveel fnanciile middelen het Rijk beschikbaar stelt voor de leerlingen in het basisonderwijs. Toeleiding Het verwijzen en begeleiden van ouders naar de juiste instanties, in dit geval naar de peuterspeelgroep. VVE Voor- en vroegschoolse educatie. VVE- programma’s zijn gericht op het voorkomen en bestrijden van (taal)achterstand bij jonge kinderen. De doelstelling van VVE is om de ontwikkeling van jongeren kinderen met een (dreigende) achterstand zodanig te stimuleren dat zij zonder of met een zo’n klein mogelijke achterstand aan groep 3 beginnen, waardoor kansen op een goede schoolloopbaan en maatschappelijke carrière worden vergroot. VVE-locatie Een peutergroep, kinderdagverblijf of basisschool waar met een VVEprogramma gewerkt wordt. Voorschoolse educatie Programma/ methodiek voor peuters van 2,5 tot 4 jaar oud met een (risico op een) (taal)achterstand, op een peutergroep of een kinderopvang. Hiermee lopen kinderen spelenderwijs hun achterstand in, voordat zij op de basisschool starten. Vroegschoolse educatie Onderwijs voor kleuters met een (risico op een) (taal)achterstand in groep 1 en 2 van de basisschool. Hiermee lopen kinderen spelenderwijs hun achterstand in voordat zij naar groep 3 doorstromen.

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 23

Wet OKE Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie, aangenomen op 1 augustus 2010.

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID | GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10089671/1