CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij raadsvoorstel 8.2 Beantwoording Raadsvragen Vervolgnotitie herijking minimabeleid 3 oktober 2022

commissie WOS openbaar 21 november 2022, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Herijking minimabeleid en herijkte verordening persoonlijk minimabudget (van Die)744 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo

Aan: Leden van de gemeenteraad Van: Wethouder Van Die (Steven) Betreft: Beantwoording Raadsvragen Vervolgnotitie herijking minimabeleid 3 oktober 2022 Datum: 21 november 2022

Geachte raadsleden, Met dit memo ontvangt u de beantwoording op de vragen die in de raadsvergadering op 3 oktober 2022 over de herijking van het minimabeleid door u aan de GR Sociaal zijn gesteld. U ontvang deze beantwoording ter ondersteuning van het politieke gesprek dat op 21 november in de commissie W.O.S. plaatsvindt. In die commissievergadering gaan we verder met elkaar in gesprek over de herijking van het minimabeleid op basis van de 'Vervolgnotitie herijking minimabeleid'. Vraag 1 (…): Wat is de invloed van de overheidsmaatregelen waaronder de 10% verhoging van het minimumloon (en daarmee ook de uitkeringen wordt aangenomen) op de uitgavenplaatjes van het NIBUD? Omdat de inkomensgrenzen van onze minimaregelingen zijn gekoppeld aan het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) – en dus Wettelijk minimumloon (Wml) – heeft de stijging van het minimumloon ook gevolgen voor onze minimaregelingen. Concreet betekent dit dat de doelgroep wordt vergroot en er meer mensen in aanmerking komen. Bij het PMB geldt bovendien dat de hoogte van het PMB een percentage (nu nog: 35%) van de toepasselijke bijstandsnorm is. Het Wml stijgt elk jaar in verband met indexatie, maar nu is de stijging veel meer dan gebruikelijk, waardoor het een groter effect heeft. Andere plannen die invloed hebben: de huur-, zorg- en kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget worden verhoogd.

Daarnaast hoeven mensen die werken minder belasting over hun loon te betalen. Van deze maatregelen is nog niet precies bekend wat het effect is. Het is bovendien nog niet definitief, want het moet nog langs het parlement. Vraag 2 (…): Stijging apparaatskosten: de apparaatskosten bij het adviesscenario stijgen met circa 1.100,- euro en bij het plusscenario stijgen deze met ruim 6.100,- euro. Hoe is die stijging te verklaren? In de Vervolgnotitie Herijking Minimabeleid is naast de programmakosten ook een eerste berekening van de uitvoeringskosten opgenomen. Hierbij is uitgegaan van het vastgestelde uitgangspunt dat de omvang van het apparaat (medewerkers en materiële lasten) van de

Memo Sociale Dienst evenredig stijgt met de stijging van de omvang van de taak. Omdat in het plusscenario de programmakosten van het PMB stijgen door verruiming van de inkomensgrens en de uitkering van € 100,- netto voor huishoudens met kinderen, is ook een evenredige stijging doorberekend op de uitvoeringskosten. Deze uitvoeringskosten zijn een eerste inschatting en in de praktijk kunnen de daadwerkelijke kosten hiervan afwijken. De daadwerkelijk gemaakte kosten zullen via de reguliere P&C cyclus door de SDD worden verantwoord. Uiteraard wordt bij de implementatie en de uitvoering van de gewenste wijzigingen gekeken hoe dit op een zo'n efficiënt mogelijke manier kan. Vraag 3 (…): Is het mogelijk de extra kosten voor aanvullingen op het minimabeleid uit structurele middelen te bekostigen, met uitzondering van deze kosten voor een eventuele uitbreiding van de gemeentelijke bijdrage aan de ziektekostenverzekering? Is het mogelijk deze extra bijdrage uit incidentele middelen te betalen en alleen voor komend jaar vast te stellen? Als we een extra ondersteuning voor de ziektekostenverzekering uit incidentele middelen bekostigen, kunnen we dan volgend jaar kijken naar waar het Rijk mee is gekomen en daarmee de afweging met betrekking tot de verzekeringen opnieuw maken? Deze extra bijdrage geeft heel weinig extra administratieve lasten en daarmee nauwelijks extra uitvoeringskosten.

Aan de gemeenteraden is het verzoek gedaan om aan de GR Sociaal kenbaar te maken met welke kaders zij de aanbesteding van de collectieve zorgverzekering minima (CZM) willen in gaan. Het huidige contract loopt in 2023 af en daarom is het noodzakelijk om voor 2024 en verder een nieuw contract af te sluiten met één of meerdere zorgverzekeraars. Binnen de looptijd van dit nieuw af te sluiten contract blijft het voor gemeenten mogelijk om de kaders van de collectieve zorgverzekering te wijzigen, waaronder de hoogte van de gemeentelijke eigen bijdrage. De speelruimte wordt daarbij wel beperkt door de dan geldende contractvoorwaarden. Te verreikende individuele aanpassingen – die een (te) grote invloed hebben op het bereik en de afname – kunnen leiden tot het beëindigen van het contract door de zorgverzekeraars, ten nadele van alle gemeenten. Voor 2023 is het niet (meer) mogelijk om wijzigingen in de collectieve zorgverzekering minima aan te brengen (i.v.m. bekendmakingen van de polissen in november). Keuzes hiervoor hadden door de gemeenten voor 1 oktober 2022 aan de GR Sociaal moeten zijn doorgegeven. In het raadsvoorstel ‘Beleidskaders CZM voor aanbesteding 2024’ wordt de raad voorgesteld om de kaders de komende jaren ongewijzigd te laten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12082710/1