CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij raadsvoorstel 7.2 - Resultaten draagvlakonderzoek ondernemersfonds

commissie ABA-Financiën openbaar 22 september 2021, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Ondernemersfonds2.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Resultaten draagvlakonderzoek ondernemersfonds Hendrik-Ido-Ambacht Bijlage 1 bij raadsvoorstel

Inhoud 1. 2.

Inleiding Proces draagvlakonderzoek 2.1 Opzet 2.2 Onderscheiden doelgroepen 2.3 Communicatiemiddelen 3. Onderscheiden doelgroepen 3.1 Vereniging Ambachtse Ondernemers (VAO) 3.2 Detailhandelsraad en vastgoedeigenaren winkelgebieden 3.3 Niet-georganiseerd ondernemerschap 3.4 Maatschappelijke sector 4. Eerste beelden opzet ondernemersfonds 4.1 Organisatie 4.2 Trekkingsgebieden en –rechten 5. Conclusie

1. Inleiding In het voorjaar en de zomer van 2021 is het draagvlak bij verschillende groepen ondernemers binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht voor een ondernemersfonds onderzocht. Hieronder staan de resultaten hiervan samengevat weergegeven. Een formele draagvlakmeting met stemming onder het gehele Ambachtse ondernemerschap is bij een ondernemersfonds op basis van OZB-belasting niet nodig om tot besluitvorming te komen. Desondanks is het van belang om zo breed mogelijk draagvlak te hebben onder de bijdrageplichtige ondernemers: het ondernemersfonds is er immers voor en door alle ondernemers. Het traject ondernemersfonds is in het voorjaar hervat nadat het een jaar heeft stilgelegen vanwege de coronasituatie en de impact die dat had op ondernemers. Aangezien het vaststellen van de nieuwe tarieven van de OZB alleen kan vóór de aanvang van het nieuwe jaar, heeft dit draagvlakonderzoek in relatief korte periode plaatsgevonden. Het is erop gericht geweest in gesprek te gaan met de bekende ondernemersvertegenwoordigingen en –groepen en daarnaast ook zoveel mogelijk nietgeorganiseerde ondernemers te informeren en betrekken. De uitkomsten hiervan leveren een eerste, brede beeld van het draagvlak op. Bij positieve besluitvorming wordt deze brede communicatie voortgezet in opzet van het fonds, en worden de stakeholders ook weer verder betrokken in het traject.

Hieronder wordt eerst kort geschetst wat de opzet was en welke communicatiemomenten hebben plaatsgevonden. Daarna wordt per te onderscheiden groep beschreven wat de uitkomsten hiervan zijn. Vervolgens wordt ingegaan op de bevindingen die gesprekken hebben opgeleverd met betrekking tot een eerste beeld over de inrichting van de organisatie en trekkingsgebieden binnen het fonds. 2. Proces draagvlakonderzoek 2.1 Opzet Het draagvlakonderzoek diende een tweeledig doel: 1. Informeren over wat een ondernemersfonds inhoudt 2. Ophalen van 1) draagvlak m.b.t. de invoering van een fonds 2) wensen m.b.t. de inrichting van een fonds

Om een goed beeld te krijgen van bovenstaande zijn een paar stappen doorlopen: 1. In beeld brengen doelgroepen georganiseerd en niet-georganiseerd ondernemerschap en non-profitorganisaties 2. Gericht en generiek benaderen van deze doelgroepen met informatie over het ondernemersfonds en oproep tot meepraten in de digitale sessies 3. Digitale sessies waarin naast informeren ook draagvlak en wensen werden opgehaald 2.2 Onderscheiden doelgroepen De volgende groepen ondernemers en organisaties zijn onderscheiden: 

Georganiseerd ondernemerschap - VAO - Detailhandelsraad en vastgoedeigenaren winkelgebieden  Winkeliersvereniging De Schoof  Winkeliersvereniging Hoog Ambacht  Winkeliersvereniging Louwersplein  Winkeliersvereniging Reeweg Niet-georganiseerd ondernemerschap  Bedrijventerreinen  Winkeliers Maatschappelijke organisaties - Sport - Onderwijs - Zorg - Cultuur

Binnen deze doelgroepen is specifiek aandacht geweest voor het benaderen van de grote ozbafdragers. 2.3 Communicatiemomenten In het draagvlakonderzoek hebben de volgende communicatiemomenten plaatsgevonden: Krant  

Gemeentenieuws 16-6-2021: hoofdartikel "Ambacht werkt toe naar een ondernemersfonds" Gemeentenieuws 30-6-2021: aankondiging digitale bijeenkomsten

Social media  

Twitter Ambacht onderneemt 22-6-2021 en 28-6-2021: informatie digitale bijeenkomsten Linkedin juni 2021: informatie en aankondiging digitale bijeenkomsten

Ondernemersnieuwsbrief  

Nr. 13 juni 2021 Nr. 14 juli 2021

E-mail 

Uitnodigingen digitale bijeenkomsten (incl. een reminder)

Brief 

"huis aan huis" bezorgd op bedrijventerreinen de Sandeling en Antoniapolder (ca. 500 brieven)

Informatiebijeenkomsten en presentaties  

Overleg detailhandelsraad 17-5-2021 Overleg detailhandelsraad 25-5-2021

    

  

Raadsinformatieavond 25-5-2021 Digitale sessie 5-7-2021 – doelgroep bedrijventerreinen Digitale sessie 6-7-2021 – doelgroep bedrijventerreinen Niet doorgegaan wegens gebrek aan aanmeldingen Overleg winkeliers de Schoof 8-7-2021 Digitale sessie 8-7-2021 – doelgroep winkeliers Niet doorgegaan wegens gebrek aan aanmeldingen Digitale sessie 12-7-2021 – doelgroep non-profit Presentatie zomerborrel VAO 13-7-2021 Divers individueel contact n.a.v. reacties op communicatie.

3. Resultaten per doelgroep 3.1 Vereniging Ambachtse Ondernemers (VAO) De VAO is een van de initiators om te komen tot een ondernemersfonds. Hierover zijn bij het vaststellen van het Actieplan Lokale Economie afspraken gemaakt. De VAO ziet het belang van een ondernemersfonds met name als het gaat om het collectief aanpakken van de bedrijfsomgeving op de bedrijventerreinen in de gemeente. Hiertoe heeft de vereniging afgelopen jaar zelf al parkmanagement ingeschakeld om de kansen en verbeterpunten per bedrijventerrein in beeld te brengen op het gebied van overlast, groen, duurzaamheid en het collectief afnemen van diensten. Hieruit kwamen de volgende prioriteiten naar voren: - Parkeeroverlast openbare ruimte - Preventieve cameraobservatie met kentekenherkenning - AED in openbaar gebied - Onderzoeken glasvezelmogelijkheden - Betere controle op schoon, heel en veilig Met een structureel budget uit het ondernemersfonds kan het parkmanagement worden uitgebouwd en kunnen de in kaart gebrachte verbeterpunten worden aangepakt. 3.2 Detailhandelsraad en vastgoedeigenaren winkelgebieden De winkeliersverenigingen zoals verenigd in de Detailhandelsraad zijn tevens initiator van het ondernemersfonds bij de Actieplan Lokale Economie.

Wat hier wel speelt is dat deze winkeliersverenigingen in grote mate al een bestaande samenwerkingsstructuur hebben, waarbij zij onderling en met de vastgoedeigenaren naar tevredenheid samenwerken met daarbij ook een structurele financiële component. Voor deze goedlopende verenigingen voelt de komst van het ondernemersfonds voor hen als "broekzak-vestzak", hoewel het fonds vanwege haar basis in de OZB wel een steviger financieel fundament kent. Bij deze verenigingen is geen bezwaar tegen de komst van het fonds, maar wel op voorwaarde dat een aantal zaken geborgd worden in de opzet: 

De komst van fonds moet niet zorgen voor structurele extra administratieve lasten omdat per project goedkeuring moet worden gevraagd. Dit kan worden ondervangen door de gehele begroting van de vereniging jaarlijks in één keer te laten accorderen bij het fonds. De begrenzing van de trekkingsgebieden laten overeenkomen met de huidige begrenzing van het gebied waar de verenigingen actief zijn. Dit zodat de huidige structuur van stemming over voorstellen gehandhaafd kan blijven.

Afgesproken is om deze uitgangspunten leidend te laten zijn in de verdere opzet van de trekkingsgebieden en organisatie met betrekking tot de winkelgebieden. 3.3 Niet-georganiseerd ondernemerschap Met het niet-georganiseerd ondernemerschap worden die ondernemers bedoeld die niet zijn aangesloten bij de VAO of een van de winkeliersverenigingen. Grofweg valt deze categorie uiteen in

ondernemers die op bedrijventerreinen gevestigd zijn en winkeliers (vaak buiten de winkelcentra). Het blijkt lastig om vanuit deze, wat diffuse groep ondernemers, een beeld te krijgen van het draagvlak. Om zoveel mogelijk van deze ondernemers te bereiken is ingezet op generieke communicatie via kranten, nieuwsbrieven, social media en huis-aan-huisbrieven. Hierbij zijn deze ondernemers ook uitgenodigd voor de digitale informatiebijeenkomsten. De opkomst hiervan was, ondanks de vele benaderpogingen, beperkt. Van die ondernemers die aanwezig zijn geweest, varieert de houding van welwillendheid onder voorbehoud van een degelijke inrichting van het fonds, tot een tweetal ondernemers dat heeft aangegeven tegen te zijn. Dit laatste blijkt vooral ingegeven door het niet zelf middels de OZB willen bijdragen aan collectieve maatregelen op bedrijventerreinen die, in de ogen van deze ondernemers, eerst een algehele upgrade nodig hebben. 3.4 Maatschappelijke sector De maatschappelijke organisaties hebben altijd een bijzondere positie in een ondernemersfonds. Doordat ze aangemerkt worden als niet-woning zijn ze bijdrageplichtig aan het fonds, hoewel ze (in meer of mindere mate) geen pur sang ondernemers zijn en zich dus ook als organisatie anders gedragen.

In veel fondsen verwerft deze sector een gezamenlijk of per subsector (zorg, onderwijs, sport, cultuur) sectoraal trekkingsrecht waarmee deelgenomen wordt aan het fonds. Ook zijn er fondsen waar één of meerdere van deze sectoren retributie kennen vanuit de Stichting. De maatschappelijke organisaties in de sport, onderwijs, zorg en cultuur zijn aangeschreven met de uitnodiging deel te nemen aan een informatiebijeenkomst speciaal gericht op deze sectoren. Het animo hiervoor was beperkt. Er is wel individueel contact geweest met organisaties uit de sport-, onderwijs- en cultuursector. Het beeld dat uit deze paar gesprekken ontstond is van een welwillendheid tot samenwerking binnen deze sectoren. Bij de sportsector wordt de meerwaarde van een structureel budget voor gezamenlijke investeringen op dit moment nog niet ingeschat als veel meerwaarde opleverend voor de samenwerking. Suggestie daar is om eerst in te zetten op het versterken van onderlinge samenwerking en werken volgens een visie, om daarna echt iets te kunnen hebben aan een financiële positie. Bij de culturele sector wordt deze meerwaarde wel gezien, en is juist behoefte aan meer cross-overs tussen de verschillende maatschappelijke sectoren, denk hierbij aan evenementen gerelateerd aan dementie bij ouderen of in samenwerking met onderwijs en sport.

De aanbeveling hier luidt om deze sectoren goed te betrekken in het voortraject en zich te richten op het vinden van concrete samenwerkingsverbanden binnen deze sector. Het eerste beeld daarbij is dat het opzetten van een sectoraal trekkingsrecht in plaats van een gebiedsgericht trekkingsrecht hieraan kan bijdragen. 4. Eerste beelden opzet ondernemersfonds 4.1 Organisatie Tijdens de gesprekken in het draagvlakonderzoek is tevens de opzet van het ondernemersfonds besproken en hierop is ook input gevraagd. Een gemeentebreed ondernemersfonds kent een vaste structuur met trekkingsgebieden, zoals hieronder schematisch weergegeven:

Binnen deze structuur is de Stichting Ondernemersfonds Hendrik-Ido-Ambacht de beheerder van de budgetten die ontstaan zijn door de meeropbrengst van de OZB-belasting die wordt doorgestort door de gemeente. De Stichting is echter niet vrij in het alloceren hiervan: elk trekkingsgebied heeft recht op precies dat budget als dat het in dat gebied heeft opgebracht. Deze verdeling wordt door de gemeente als leidend meegegeven aan de Stichting. De Stichting legt jaarlijks financiële verantwoording af aan de gemeente. Voor de vastgestelde budgetten kunnen georganiseerde ondernemers (in een vereniging/stichting) in een trekkingsgebied projecten uitvoeren. Deze worden door de Stichting getoetst op algemeen nut en transparantie van de besluitvorming over de bestedingen. Naast deze vaste structuur is er wel een keuze in de bestuurssamenstelling van een ondernemersfonds. Hier zijn grofweg twee varianten te onderscheiden: 1. Een "technocratisch" bestuur van onafhankelijke bestuursleden die enig gezag genieten binnen de ondernemersgemeenschap 2. Een bestuur dat bestaat uit vertegenwoordigers van de verschillende ondernemersgroepen binnen de gemeente Uit het draagvlakonderzoek blijkt dat deze laatste variant, waarbij verschillende groepen ondernemers een zetel kunnen krijgen binnen het bestuur, de voorkeur geniet.

Deze variant zal dan ook als uitgangspunt genomen worden bij verdere uitwerking en opzet van het fonds. Daarnaast komt uit de gesprekken naar voren dat het belangrijk is om de beheerskosten zo laag mogelijk te houden, om zoveel mogelijk van het budget terug te laten vloeien naar de trekkingsgebieden. Hierbij wordt het belang genoemd van een onbezoldigd bestuur en het inrichten van een lichte projectorganisatie met lage administratieve lasten. Ook is er een aantal al goedlopende verenigingen in de gemeente die als trekkingsgerechtigde deze lasten zelf kunnen dragen. Uitgangspunt bij de opzet van het fonds is dan ook dat die trekkingsgerechtigden kunnen volstaan met het indienen en laten goedkeuren van een jaarlijkse begroting om het budget te verkrijgen, in plaats van projectaanvragen te doen. 4.2 Trekkingsgebieden en -rechten Bij een gemeentebreed ondernemersfonds wordt de gemeente opgedeeld in een aantal functioneel logisch samenhangende gebieden, de zogeheten trekkingsgebieden. Dit kunnen bijvoorbeeld bedrijventerreinen of winkelcentra zijn. Binnen deze trekkingsgebieden kunnen de ondernemers, mits georganiseerd, aanspraak maken op hun trekkingsrecht. Ook bij het bepalen van de trekkingsgebieden komt het karakter van het ondernemersfonds van vóór ondernemers, dóór ondernemers, duidelijk naar voren.

Het is van belang dat het niet alleen functioneel logisch samenhangende gebieden zijn, maar dat het ook voor de ondernemers binnen dit gebied een logische begrenzing vormt voor een samenwerkingsverband. Ten behoeve van het draagvlakonderzoek is vooraf een concept gemaakt van mogelijke trekkingsgebieden. Hierbij is gekeken naar functioneel samenhangende gebieden rondom bedrijventerreinen en winkelcentra, met een begrenzing op buurtof wijkniveau. Daarbij is ook gekeken naar de WOZ-waarde van de niet-woningen in deze gebieden, om zo een grove indicatie te kunnen geven van de opbrengsten per trekkingsgebied. Let wel, dit is de bruto meeropbrengst, waarbij nog geen rekening is gehouden met het inhouden van het gemeentelijk vastgoed, een eventueel sectoraal trekkingsrecht voor maatschappelijke sectoren en eventuele leegstand. De overzichten staan hieronder weergegeven.

Nummer Trekkingsgebied 1Antoniapolder 2Noordoevers 3De Schoof e.o. 4Dorp 5Kruiswiel 6Hoog Ambacht e.o. 7De Volgerlanden - Oost 8Louwersplein e.o. 9Krommeweg-Zuid 10Ambachtsezoom 11De Sandeling 12Sandelingen-Ambacht Totaal

€30 per ton WOZ €50 per ton WOZ €70 per ton WOZ € 42.363 € 70.605 € 98.847 € 162 € 270 € 377 € 11.590 € 19.317 € 27.043 € 7.232 € 12.054 € 16.876 € 1.387 € 2.312 € 3.237 € 10.159 € 16.932 € 23.705 € 1.323 € 2.205 € 3.086 € 2.295 € 3.826 € 5.356 € 1.093 € 1.822 € 2.550 € 6.092 € 10.154 € 14.216 € 8.633 € 14.389 € 20.144 € 1.806 € 3.011 € 4.215 €

94.135 €

156.897

€

219.652

Deze concept-indeling van trekkingsgebieden was ook onderwerp van gesprek tijdens het draagvlakonderzoek. Hier zijn een aantal punten uit naar voren gekomen: 

Een aantal trekkingsgebieden is zelfstandig zodanig klein dat het meer opportuun lijkt om deze samen te voegen met anderen. Dit is voornamelijk het geval voor Noordoevers, Kruiswiel, De Volgerlanden-Oost en Krommeweg-Zuid. Wel moet hierbij rekening gehouden worden met het feit dat het voor de bestaande winkeliersverenigingen belangrijk is qua begrenzing van het trekkingsgebied te blijven aansluiten bij de huidige begrenzing. Er kan ook overwogen worden om de kleinere gebieden met verspreide detailhandel in eerste aanleg wel te laten bestaan, en bij inactiviteit over te hevelen naar andere, actieve trekkingsgebieden. Zoals eerder genoemd ligt op basis van de gesprekken het uitlichten van de maatschappelijke sectoren uit de gebieden en deze tot sectoraal trekkingsrecht te maken voor de hand, maar dit wordt verder onderzocht en uitgewerkt.

Bij besluit tot invoering van het fonds wordt samen met de ondernemers gekomen tot een definitieve onderverdeling in trekkingsgebieden.

5. Conclusie Het enthousiasme rond het ondernemersfonds, en dus het voornaamste draagvlak, zit bij het georganiseerd ondernemerschap. Dat is ook een logisch beeld: dit zijn de partijen die graag collectief iets willen bereiken in de bedrijfsomgeving, maar tegen de problematiek aanlopen waarvoor een structurele financiële positie een oplossing zou kunnen bieden. Zeker in de beginfase van een fonds is dit ook een herkenbaar beeld: een groep van (georganiseerde) koplopers die graag aan de slag willen, met daarnaast een "zwijgende groep" van met name ongeorganiseerde ondernemers die een zekere welwillendheid tonen, en tot een paar enkele ondernemers die uitgesproken tegen zijn. Als we dit beeld afzetten tegen de kansrijkheid van het starten met een fonds, biedt het voldoende aanknopingspunten. Zeker in de trekkingsgebieden rondom de bedrijventerreinen en winkelgebieden lijkt er voldoende draagvlak te zijn om samenwerkingsverbanden op te zetten en zo de trekkingsrechten te verzilveren in projecten. De opzet van een sneeuwbaleffect is hier opportuun: starten met die gebieden waar veel "drive" zit en andere gebieden laten volgen naar goed voorbeeld. Op basis van dit draagvlakonderzoek kan een eerste beeld gevormd worden van de stemming bij de stakeholders rondom het ondernemersfonds.

Dit is echter een continu proces: de communicatie en gesprekken over het fonds, het inventariseren van de behoefte en wensen van ondernemers, en het opbouwen van een beeld van inrichting van het fonds gaat ook na oplevering van deze resultaten door.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10524790/1