CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij raadsvoorstel 7.2 Jaarrekening 2023 def incl rechtmatigheidsverantwoording

raadsvergadering openbaar 8 juli 2024, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Jaarstukken 202331.802 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Voor onze grote verbonden partijen maken we een inschatting welk risico wij als eigenaar in onze eigen risicoparagraaf moeten opnemen. Dit zijn:  De GR Sociaal: onze begrote bijdrage was circa 14,9 miljoen, waarvan 5,3 miljoen doeluitkering inkomensvoorziening (BUIG), in werkelijkheid is dat 18,5 miljoen geworden en 5,5 mln BUIG.  De OZHZ: onze begrote bijdrage was circa 6 ton (2,1%), in werkelijkheid is dat 6 ton geworden.  De VRZHZ: onze begrote bijdrage was circa 2,1 mln (5,4%), werkelijk 2,2 mln  De Dienst Gezondheid & Jeugd: onze begrote bijdragen waren zo’n 1,9 mln (6,8%) en SOJ 8,5 mln (6%), in werkelijkheid is dat 2,1 mln en 8,2 mln geworden In de P&C stukken van deze partijen zijn de risico's niet altijd in cijfers uitgedrukt en zeker niet opgeteld tot een gewogen gemiddelde. Inhoudelijk hebben veel risico’s een relatie met rijksmaatregelen en/of decentralisaties, m.n. op het gebied van sociale zekerheid. Ons risico schatten wij in als maximaal 10% van onze bijdragen. Specifieke risico's In de begroting hielden we rekening met extra tekorten bij de SDD en de Serviceorganisatie van de DG&J. Met beide organisaties is afgesproken dat ze moeten bijsturen om de groeiende kosten in de hand te houden. Het gaat daarbij om grote bedragen. Daarnaast is er de (ook landelijke) lobby van gemeenten voor méér middelen van het Rijk. Voor dit onderdeel hebben we in de begroting een

57

extra risicopost van 10% op van de bijdrage SDD excl. BUIG en de bijdrage SOJ meegenomen bovenop de al eerder meegetelde 10 procent van onze totale bijdrage. Bij de verkoop van de aandelen in Eneco Groep N.V. (hierna Eneco) in 2020 is de koper gevrijwaard van de claim van de oud-aandeelhouders van REMU N.V. (hierna REMU). Samenvattend stelt REMU dat Eneco door het juridisch verzet tegen de Splitsingswet verhinderd heeft dat Eneco vóór 31 december 2010 geprivatiseerd is en dat REMU daardoor een contractueel afgesproken privatiseringsvergoeding niet ontvangen heeft. Eneco betoogt op hoofdlijnen dat Eneco, inclusief REMU, niet vóór 31 december 2010 verkocht is en dat de aandeelhouders daartoe ook geen plan hadden. De hoogte van claim bedraagt nominaal EUR 133 miljoen. De totale claim bedraagt het nominale bedrag vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 1 juli 2009.’ Ons aandeel in Eneco bedraagt slechts 0,45%. De kans wordt nog steeds als zeer minimaal ingeschat. Conclusie verbonden partijen Alles tezamen resulteert een cumulatief bedrag van ongeveer € 2,6 miljoen algemeen en € 2,3 miljoen specifiek (i/s) met een hoge kans van optreden (80%) vanwege Corona, Oekraïne e.d. Beheersmaatregel: het actief bewaken in de ambtelijk en bestuurlijke overlegvormen.

Risico Grondexploitaties Voor de grondbedrijfcomplexen geldt dat het niet alleen om negatieve, maar ook om positieve risico’s gaat. De begrote eindwaarde kan door marktrisico's immers zowel nadeliger als voordeliger uitvallen dan de prognose. Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden tot bijsturing, bijvoorbeeld in tempo, programmering etc. Ook eventuele subsidies kunnen een positief risico met zich meebrengen. Jaarlijks leggen we de risico’s van de lopende grondexploitaties ter kennisname voor aan de raad in de geactualiseerde GREX’en. Als we een verlies voorzien, wordt een 'voorziening' gevormd. Voor de algemene en specifieke risico’s is een algemene reserve Grondbedrijf gevormd (en een 'voorziening' voor ons aandeel in het voorziene verlies De Volgerlanden). Grondexploitaties kennen algemene risico’s zoals rente- en prijsmutaties, tijdsplanningen en afzetrisico’s en specifieke projectrisico’s. Bovendien geldt dat de risico's in zo’n grex op basis van onderzoek zo goed mogelijk, maar enigszins voorzichtig worden geraamd. Hierdoor kunnen zowel voor- als nadelen optreden. Voor een uitgebreide toelichting op de Grex'en en risico’s verwijzen we naar de paragraaf Grondbeleid en de Grex'en zelf. Volgerlanden Omdat de risico’s gedurende de looptijd van een project kunnen wijzigen dienen deze regelmatig te worden geactualiseerd en waar nodig aangepast, verwijderd of toegevoegd.

Het resultaat van deze actualisatie is dat het risicoprofiel van het project De Volgerlanden per 1 januari 2024 ca. € 1,3 miljoen bedraagt. Ten opzichte van de grondexploitatie 2023 is het risico ca. € 0,1 miljoen afgenomen. De verbetering van het risicoprofiel komt mede doordat er risico's zijn komen te vervallen. Dit risico wordt niet meer samen met de gemeente Zwijndrecht gedeeld (eventuele winsten nog wel). Ambachtsezoom Het risicoprofiel van het project Ambachtsezoom bedraagt per 1-1-2024 ca. € 0,7 miljoen. Ten opzichte van de Grex 2023 is het risicoprofiel met ca. € 0,4 miljoen afgenomen. Dit komt met name doordat het risico op het ontstaan van incourante kavels is komen te vervallen.

58

Genieterrein-Waterbusplein Het resultaat van de risicoanalyse is dat het risicoprofiel van de grondexploitatie GenieterreinWaterbusplein per 1 januari 2024 ca. € 0,1 miljoen bedraagt. Dit profiel kent een zekerheidspercentage van 90%. Ten opzichte van 2022 is dit nagenoeg gelijk gebleven. Conclusie grondexploitaties Om het gecombineerde risico te bepalen, moet ook rekening worden gehouden met het positieve resultaat Ambachtsezoom dat nog niet in de boeken is verwerkt. Dat is voor 1,8 miljoen als winstneming in de boeken opgenomen. Op basis van de concept grex'en 2024 is ons aandeel in het risico Volgerlanden, Genieterrein-Waterbusplein plus het risico Ambachtsezoom, minus het positieve resultaat Ambachtsezoom een gecombineerd risico 0,3 miljoen met een hoge kans van optreden (80% structureel). Risico Algemene uitkering / decentralisaties De effecten van rijksmaatregelen zijn voor de middellange termijn allerminst zeker. De macroeconomische ontwikkelingen (Oekraïne etc) zijn moeilijk te voorspellen, laat staan de bestuurlijke vertaling door het Rijk naar de uitkeringen voor gemeenten en/of verdeelmodellen. Dat geldt in het bijzonder voor het sociale domein. Voor de drie decentralisaties Jeugdhulp, WMO en Participatiewet met hun kortingen zijn de effecten zorgwekkend, zowel voor het totaal als voor een individuele gemeente (het verdeelmodel).

Deze middelen zijn immers onderdeel geworden van de algemene uitkering. We zullen dit actief blijven monitoren. Gemeentefonds Tegelijkertijd speelt de herijking van de algemene uitkering en het zogenaamde ravijn 2026 plus stelselwijziging. Voor de herijking was onze gemeente in de eerste berekening een flinke voordeel gemeente, in de definitieve berekening zijn we nu een flinke nadeelgemeente van €63 per inwoner (dus circa 2 miljoen) in stappen van maximaal €15 per jaar. De eerste stappen (€7,50 / €22,50 / €37,50) zijn doorgevoerd voor 2023 t/m 2025. De stappen daarna zijn onzeker, er zou eerst een tweede herijking moeten plaatsvinden. De kans van optreden voor het restant (€63-€37,50) is hoog en structureel (80%). Specifiek risico In een bestuurlijk overleg van kabinet en VNG heeft het Rijk extra middelen voor Jeugdzorg ter beschikking gesteld. De extra middelen zijn wel onderwerp van een 'hervormingsagenda' met als doel de extra rijksmiddelen in 10 jaar overbodig te maken. Vanwege de gezamenlijke verantwoordelijkheid en de eerste resultaten in 2023 is hiervoor vooralsnog geen extra risicopost opgenomen. Conclusie algemene uitkering en doeluitkeringen In onze P&C instrumenten anticiperen we zo goed mogelijk op plannen van het Rijk (taakstellingen). Dat geldt ook voor eventuele herverdelingseffecten.

Voor deze risicoparagraaf houden we rekening met een nadelig restrisico ter grootte van 5% van ons taakveld Algemene Uitkering = € 2,7 miljoen en met een gemiddelde (50%) kans van optreden. Beheersmaatregelen: Actief volgen en indien noodzakelijk maatregelen nemen tot bijsturing, met name bij Kadernota of begroting.

59

Incidentele, algemene risico’s Naast de specifieke risico's kennen we ook incidentele, algemene risico's, zoals een beroep op onze achtergestelde garantieverstrekkingen van circa € 69 miljoen. Ook een hogere loon- of prijsstijging dan geraamd valt hieronder: een omzet van circa € 107 miljoen, inclusief GREX’en en verbonden partijen. De kans hierop wordt ingeschat op extreem laag, oftewel 1 procent. Recapitulatie SAMENVATTING (x € 1.000)

JR 2022

JR 2023

Verbonden partijen algemeen

4.340

5.200

Verbonden partijen SDD en SOJ specifiek

1.510

2.300

1.280

700

Algemene uitkering en overige rijksbijdragen

2.500

2.700

Herijking gemeentefonds

1.310

1.310

Algemeen

1.130

1.070

Totaal risico's

12.070

13.280

Weerstandscapaciteit

28.233

27.904

2,3

2.1

Programma 1 - Sociaal, Welzijn en Educatie

Programma 2 - Ruimtelijke Ordening, Economie en Wonen Grondexploitaties Programma 4. Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen

Weerstandsratio Omdat de risico's van verbonden partijen en rijksuitkeringen semi structureel zijn, worden deze tweemaal meegeteld in de totaal telling.

Financiële kengetallen in relatie tot de financiële positie Hierna volgt een overzicht gegeven van de verplichte, financiële kengetallen afgezet tegen de normen van de VNG. Zoals bekend is onze schuldquote hoog door onze relatief grote grondexploitatie Volgerlanden. Tegelijkertijd zien we dat door ons voorzichtige, solide, financiële beleid de trend van alle financiële kengetallen positief is. Dat geldt ook voor onze weerstandsratio die we hiervoor berekend hebben. Wanneer we de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie bekijken, kunnen we concluderen dat de gemeente financieel gezond is. Recapitulatie

voldoende

onvoldoende

JR22

JR23

Netto schuldquote

<100%

>130%

83%

80%

Netto schuldquote gecorr. voor verstrekte leningen

<100%

>130%

81%

77%

Solvabiliteitsratio

>50%

<30%

28%

29%

Grondexploitatie

>0,6%

<0%

57%

50%

Structurele exploitatieruimte

<50%

>100%

5,5%

-2,0%

Belastingcapaciteit

<100%

>120%

99%

96%

60

Voor de gedetailleerde berekening van bovenstaande kengetallen wordt verwezen naar de bijlage. Beleidsindicatoren bedrijfsvoering

JR 2022 JR 2023

Formatie (fte per 1.000 inwoners, excl griffie)

2,6

3,0

Bezetting (fte per 1.000 inwoners)

2,6

2,9

Apparaatskosten per inwoner

361

407

Externe inhuur excl. VP (% totale loonkst + inhuur)

22%

21%

Overhead (% van totale lasten excl. toev. reserves)

6,0%

6,8%

61

2. Financiering Inleiding In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente, Dit zijn risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financierings- en schuldpositie, het kasbeheer en de informatievoorziening. Het kader voor het geldstromenbeleid is het op 8 december 2015 door de gemeenteraad vastgestelde ‘Financieringsstatuut’ en de algemene ‘Wet financiering decentrale overheden’ (Wet fido). Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat dit zo goedkoop mogelijk gebeurt door de kasgeldlimiet optimaal te benutten en zoveel mogelijk (goedkoop) kort vermogen wordt aangetrokken. Bij het aantrekken van lang geld proberen we zoveel mogelijk te anticiperen op de meerjarige kapitaalbehoefte en het spreiden van renterisico's. Rente ontwikkelingen De inflatie is in 2023 niet verder gestegen, waar dat in 2022 wel het geval was. Dit werd toen voornamelijk veroorzaakt door hoge olie-, gas- en energieprijzen. Wel heeft de Europese Centrale Bank (ECB) ook in 2023 nog meerdere renteverhogingen doorgevoerd die doorwerken in de marktrentetarieven. Met name de tarieven op de geldmarkt, dus voor looptijden tot een jaar, zijn daardoor relatief hoog.

De 10-jaarsrente, die in 2022 steeg van 0,30% naar 3,20%, heeft een groot deel van het jaar rond de 3,00% geschommeld, maar daalde in de laatste twee maanden van het jaar stevig van 3,39% op 1 november naar 2,49% ultimo 2023. Voor de 3-maands Euribor zagen wij een vergelijkbare ontwikkeling. Waar 2022 een verschuiving liet zien van -/- 0,57% in januari tot een positief percentage van 2,18 aan het einde van het jaar, hebben wij in 2023 maandelijks stijgingen gezien, om aan het eind van het jaar op een percentage van 3,91% uit te komen. De stijging is in lijn met de renteverhogingen die de ECB heeft doorgevoerd. De rente op de geldmarkt volgt de rente van de ECB en is de basis voor de vergoeding die gemeenten op hun rekening courant bij de schatkist ontvangen. Eind 2023 werd hier een rente vergoed van 3,90%. De marktverwachting is dat de korte rente zal teruglopen (vanaf het moment dat de ECB haar tarieven weer zal laten dalen). Dit moment wordt vooralsnog ingeschat in het tweede kwartaal. De lange rente zal in de loop van de tijd waarschijnlijk juist iets oplopen. Daarmee ontstaat weer een reguliere rentecurve, waarbij kort geld goedkoper is dan lang geld en het voorfinancieren van liquiditeitsbehoefte met rekening courant krediet en/of kasgeldleningen de meest efficiënte financieringsmethodiek zal zijn.

De financieringsfunctie van de gemeente dient uitsluitend de publieke taak. Zij voert een prudent beleid binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). In deze paragraaf is de grafiek opgenomen waarin het verloop van zowel de korte als de lange rente gedurende 2023 is weergegeven. Daar is duidelijk zichtbaar dat vanaf het tweede kwartaal 2023 sprake is van een inverse rentestructuur (dus een hogere prijs voor korte leningen dan voor lange leningen) en dat de lange rente in het vierde kwartaal fors is gedaald, met een stabiel 3-maands Euribor tarief. De ontwikkeling van de rente gedurende 2023 kan als volgt worden weergegeven:

62

Bedacht moet worden dat, indien een langlopende lening daadwerkelijk wordt opgenomen, er thans opslagen gelden bovenop het IRS-tarief zoals hierboven weergegeven. Voor een 10-jaars lening bedroeg dit eind 2023 circa 0,25%. Deze opslag is meer dan verdubbeld en bij langere looptijden (langer dan 30 jaar) zagen wij opslagen van rond de 0,60%. Langlopende leningen De totale gemeentelijke langlopende leningenportefeuille valt in twee delen uiteen, te weten een deel voor de Algemene Dienst en een deel voor De Volgerlanden. In 2023 is voor de Algemene Dienst een nieuwe lineaire lening aangetrokken voor een bedrag van € 10 miljoen met een looptijd van 20 jaar. Deze lening is aangetrokken als herfinanciering van aflossingen op bestaande leningen en als aanvullende concernfinanciering. Er is in 2023 in totaal € 15,6 miljoen afgelost. Voor De Volgerlanden is dit jaar een bedrag van € 2,3 miljoen afgelost. Er heeft geen herfinanciering plaatsgevonden. De totale langlopende leningsschuld van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht bedroeg per 31 december 2023 € 77,0 miljoen en kan als volgt worden gespecificeerd: • t.b.v. Algemene Dienst (7 leningen) € 49,6 miljoen • t.b.v. De Volgerlanden (3 leningen) € 27,3 miljoen De gemiddelde rente over de totale leningportefeuille bedroeg per eind 2023 1,46% (eind 2022: 1,33%).

De leningportefeuille van de Algemene Dienst heeft een gemiddelde rente van 1,62 procent tegenover 1,17% per ultimo 2023. leningenportefeuille

Stand per

Nieuwe lening

Aflossingen

Stand per

(x € 1.000)

1-1-2023

2023

2023

31-12-2023

Algemene Dienst

€ 55.250

€ 10.000

€ 15.625

€ 49.625

De Volgerlanden

€ 29.667

€-

€ 2.333

€ 27.334

Totaal

€ 84.917

€ 10.000

€ 17.958

€ 76.958

63

Renterisico korte termijn: de kasgeldlimiet De externe financieringsbehoefte wordt ingevuld met kortlopende en langlopende leningen. Bij het aantrekken van kortlopende geldleningen met een looptijd tot één jaar, moet rekening worden gehouden met de kasgeldlimiet, gemaximeerd in de Wet fido. De kasgeldlimiet is gelijk aan 8,5% van het begrotingstotaal. De Wet fido bepaalt ook dat maximaal drie achtereenvolgende kwartaaloverschrijdingen zijn toegestaan. Oogmerk van het door het SCD uit te voeren gemeentelijke saldobeheer is om de limietruimte optimaal te benutten. Gezien de omvang van de begroting 2023 (ca. € 102,5 miljoen) betekende dit dat de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht haar financiële huishouding voor maximaal € 8,7 miljoen met kort geld mocht financieren. In de tabel hieronder ziet u hoe het verloop van de kortlopende middelen ten opzichte van de kasgeldlimiet gedurende 2023 is verlopen. Het eerste kwartaal in 2023 is de kasgeldlimiet voor het vierde kwartaal achtereenvolgend overschreden. Dat wil zeggen dat de gemeente niet binnen het door de Wet fido toegestane maximum van drie kwartaaloverschrijdingen heeft geopereerd. In het eerste kwartaal 2023 is hiervan melding gemaakt bij de provincie Zuid-Holland, zij heeft deze melding voor kennisgeving aangenomen. Om de overschrijding op te heffen is in maart 2023 een langlopende lening van € 10 miljoen voor 20 jaar aangetrokken.

In 2023 zijn in totaal 12 kasgeldleningen afgesloten voor gemiddeld € 7 miljoen, met een rente variërend van 2% begin 2023 tot 4% eind van het jaar. Berekening kasgeldlimiet

Bedragen x € 1.000 1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

Gemiddeld. netto vlottende schuld (+) of gemiddeld netto vlottend overschot (-)

€ 12.915

€ 3.721-

€ 775-

€ 2.159

kasgeldlimiet

€ 8.710

€ 8.710

€ 8.710

€ 8.710

Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

€ 4.205-

€ 12.431

€ 9.485

€ 6.551

Renterisico lange termijn: de rente risico norm Rente Risico Norm

Renterisico's

Bedragen x € 1.000

2023

Aflossingen

€ 17.958

Renterisico

€ 17.958

Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal Percentage regeling

€ 102.466 20%

Renterisiconorm

€ 20.493

Toetsing aan norm:

€ 2.535-

64

Liquiditeitsrisico Liquiditeitsrisico is het risico dat de gemeente vanwege een tekort aan geldmiddelen niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is dit risico beperkt, onder meer vanwege een met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) per 1 januari 2019 herziene kredietlimiet van € 8 miljoen. Kredietrisico's De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht loopt kredietrisico op verstrekte geldleningen en leningen waarop een borgstelling is afgegeven. Het totaalbedrag aan verstrekte geldleningen per eind 2022 is: • Leningen aan woningcorporaties: € 0,04 miljoen • Woningfinancieringen gemeentepersoneel: € 1,3 miljoen • Veiligheidsregio ZHZ (kazerne): € 1,2 miljoen • Startersleningen: € 0,01 miljoen • Duurzaamheidsleningen: € 0,07miljoen • Lening VVOG: € 0,2 miljoen • Totaal: € 2,8 miljoen Daarnaast stond de gemeente per 31 december 2023 voor € 76,6 miljoen garant. Hiervan heeft € 68,8 miljoen betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (indirecte borgstelling). Gezien de rond het WSW gebouwde zekerheidsstructuur is aan deze garantstellingen een relatief laag risico verbonden. Het bedrag aan directe borgstellingen bedroeg per eind 2023 € 7,8 miljoen.

De belangrijkste directe borgstellingen worden gevormd door: • HVC Alkmaar (1,06% belang; ‘getrapt’ via GR Gevudo): € 6,0 miljoen • Woningstichting Rhiant € 1,8 miljoen (1 lening). De specificatie van alle door de gemeente gewaarborgde leningen is te vinden in de Staat van gewaarborgde geldleningen elders in deze jaarrekening. Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mag de gemeente een bedrag van 2% van het begrotingstotaal aan lasten na bestemming, dus inclusief de stortingen in reserves (bij aanvang van het begrotingsjaar) buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. In onderstaande tabel staat per kwartaal aangegeven wat het gemiddelde positieve banksaldo was. Hieruit blijkt dat in 2023 binnen het drempelbedrag van € 2,1 miljoen is geopereerd.

65

Berekening drempel Begrotingstotaal Relevant percentage Drempelbedrag (afgerond)

€ 102.466 2,00% € 2.049.320

Kwartaaluitkomsten benutting drempelbedrag 1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

Gemiddelde positieve banksaldi

€ 732

€ 1.533

€ 548

€ 729

Ruimte t.o.v. drempelbedrag

€ 1.318

€ 517

€ 1.502

€ 1.321

Rente toerekening Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteren we een omslagrente van 1%. Het kan zijn dat de werkelijke rentelasten afwijken van de voorgecalculeerde renteomslag die is toegerekend. Volgens de ‘BBV-notitie Rente’ kan de gemeente besluiten tot correctie. Correctie is zelfs verplicht als deze afwijking groter is dan 25%. In onderstaand renteschema zetten we de werkelijke rentelasten uiteen, die gezamenlijk het renteresultaat bepalen. Daarnaast bepalen we of de eerdergenoemde afwijking niet groter is dan 25 %. Hieruit blijkt dat de afwijking niet groter is dan 25%. Berekening rente omslag percentage 1-1-2023 Boekwaarde investeringen per

147.452.586

- grex Volgerlanden en het voorzien verlies

-38.710.340

A. Totaal boekwaarde AF: Boekwaarde investeringen niet in omslag betrekken

108.742.246 -20.756.389

B. Boekwaarde waarover rente wordt verdeeld

87.985.856

C. Totaal financiering

115.014.495

D. Financieringstekort + of overschot - (A-C)

-6.272.249

E. Totale rentelasten

Werkelijk 2023

1.015.249

AF: Rente niet in omslag te betrekken:

-67.878

F. Te verdelen rente

947.371

Werkelijk percentage omslagrente is F/ B *100

1,08%

Afgerond percentage omslagrente* (na wijziging)

1,00%

rentetarief grex (VV/BT * gewogen %)

0,93%

66

3. Lokale heffingen Inleiding Lokale heffingen kunnen we onderverdelen in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding is gekoppeld aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelastingen (OZB) en hondenbelasting. Deze heffingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen. Deze paragraaf heeft betrekking op beide categorieën heffingen. In het vervolg gaan wij in op de volgende aspecten: a. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; b. de opbrengst van de gemeentelijke heffingen; c. een duiding van de lokale lastendruk en tarieven; d. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen plus kostendekkendheid; e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Ontwikkelingen en rijksbeleid Ondernemersfonds De OZB is na de uitkering uit het Gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron en bestaat uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor de niet woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. Daarnaast is een gedeelte, namelijk € 191.000 in 2023, bestemd voor het Ondernemersfonds. Dit bedrag komt tot stand door een extra verhoging van de OZB op niet-woningen voor eigenaren en gebruikers (sinds 2016). De gemeente keert de opbrengst als subsidie uit aan de Stichting Ondernemersfonds, die deze als 'trekkingsrecht' alloceert aan de gebieden of sectoren evenredig met wat deze opgebracht hebben. Overzicht belastingopbrengsten en belastingdruk Onderstaande tabel is een overzicht van de gerealiseerde opbrengsten over 2023 en, ter vergelijking, 2022. Wij merken op dat de verschillen tussen de verantwoording 2022 en 2023 geen indicatie geven van de stijging of daling van de tarieven, maar van de totale opbrengst. Factoren zoals ontwikkelingen in de WOZ-waarde en areaaluitbreiding spelen bij de onroerendezaakbelastingen een belangrijke rol. Meer of minder afgegeven omgevingsvergunningen kunnen de opbrengst leges sterk beïnvloeden.

67

Belastingopbrengsten (x € 1.000)

JR 2022

BG 2023

JR 2023

perc van totaal

6.009

6.626

7.024

42%

193

248

258

2%

6.234

6.484

7.282

44%

Afvalstoffenheffing

4.297

4.669

4.682

28%

Rioolheffing

2.408

2.593

2.620

16%

441

523

388

2%

1.282

1.093

1.003

6%

Burgerzaken + overige leges

481

445

535

3%

Marktgeld

39

50

41

0%

Algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen) Onroerende-zaakbelastingen Hondenbelasting Subtotaal

Gebonden heffingen

Lijkbezorgingsrechten Bouwleges

Subtotaal

8.948

8.973

9.268

56%

TOTAAL

15.182

15.457

16.550

100%

Belastingdruk

2020

2021

2022

2023

Gemiddelde WOZ-waarde

281.000

309.000

336.000

397.000

OZB-eigenaar

311,34

325,37

327,26

364,44

Afvalstoffenheffing (meerpers.)

334,56

350,64

373,68

404,16

Rioolheffing eigenaar

125,76

128,52

130,31

138,38

Rioolheffing gebruiker (meerpers.)

58,32

59,52

60,24

Bijdrage woonlasten

63,84 -63,00

Ontwikkeling lastendruk

830

864

891

908

% stijging tov vorig jaar

2,2%

4,1%

3,2%

1,8%

Toelichting Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. In de volgende tabellen worden over de laatste vijf jaren de ontwikkeling van de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden weergegeven. De OZB is berekend op basis van de geactualiseerde gemiddelde WOZ-waarde van woningen voor het desbetreffende jaar. Deze waarde is berekend naar de peildatum 1 januari van het voorgaande jaar. De WOZ-waarde 2023 is dus berekend naar de waardepeildatum 1 januari 2022. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De onroerendezaakbelasting (OZB) is na de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. Deze heffing bestaat uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen (bedrijven, enz.). De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De gemeenteraad bepaalt de tarieven en daarmee de door belastingplichtigen te betalen belasting. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak. Deze wordt vastgesteld op basis van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Voor de WOZ-waarden 2023 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2022.

Sinds 2009 is de verschuldigde OZB een percentage van de waarde van de onroerende zaak.

68

Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Wettelijk uitgangspunt is dat op begrotingsbasis de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval. Rioolheffing Rioolheffing is een vergoeding ter dekking van kosten die gemeenten maken voor haar rioolstelsel. Ook de kosten van de wettelijke watertaken, zoals zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand kunnen hiermee bekostigd worden. Welke kosten worden verhaald moet met het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) zijn vastgesteld. O.Z.B.

2020

2021

2022

2023

Eigenaar woning

0,1108

0,1053

0,0974

0,0918

Eigenaar niet-woning

0,2579

0,2593

0,2808

0,2819

Gebruiker niet-woning

0,2039

0,2093

0,2288

0,2229

Afval

2020

2021

2022

2023

Meerpersoons

334,56

350,64

373,68

404,16

Eenpersoons

235,44

246

265,2

288,96

Stijging

2,6%

4,7%

7,1%

8,5%

Riool

2020

2021

2022

2023

Eigendom

125,76

128,52

130,31

138,38

Gebruik meerpersoons

58,32

59,52

60,24

63,84

Gebruik eenpersoons

29,16

29,76

30,12

31,92

Stijging

2,5%

2,1%

1,3%

6,1%

Honden

2020

2021

2022

2023

Tarief 1ste hond

122,64

125,28

126,96

134,76

Tarief 2e e.v. hond

201,24

205,56

208,44

134,76

Tarief kennel

730,80

746,88

757,32

804,24

Vergelijking andere gemeenten Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen. Vergelijking is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2023 (op www.coelo.nl) en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden weer.

69

Gemeente

Gemiddelde tarief WOZwaarde

OZB

OZB eigenaar

Rioolheffing Afvalstoffen Tegemoet- Totaal eig/gebr

heffing

koming -75

Rangnr. meerp.huish.

Dordrecht

368.000 0,0890

328

217

332

802

35

Sliedrecht

364.000 0,0712

260

277

351

888

112

Hardinxveld-G'dam

389.000 0,1048

407

204

332

943

174

Hendrik-Ido-Ambacht

442.000 0,0918

406

202

404

-63

949

180

Zwijndrecht

375.000 0,0862

323

322

347

-35

957

191

Alblasserdam

387.000 0,1004

388

159

418

965

201

Papendrecht

385.000 0,1158

446

165

432

1043

281

Landelijk gemiddelde

474.000 0,0890

402

213

329

944

De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten.

Kwijtschelding Als een belastingplichtige door financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen deze inkomensgrens verruimen naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats. Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst om op deze manier de administratieve lasten voor de burger te verminderen en de afhandeltermijn te verkorten. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. De bedragen aan kwijtschelding zijn: (x € 1.000)

JR 2022

Begroting 2023

JR 2023

Rioolheffing

20

24

22

Afvalstoffenheffing

136

148

156

Totaal

152

172

178

70

Kostendekking kostendekkendheid Kosten taakveld incl kwijtschelding mutatie reserve Inkomsten excl. heffingen Netto kosten taakveld

riool

afval

begraven

markt

bouwleges

burgerzk

overig

1.902.990

4.263.558

867.939

76.229

1.081.403

1.075.880

156.833

324.555

-

-30.209

-

-

-

-

-

-195.654

-152.026

-11.015

-

-

-

2.227.545

4.067.904

685.704

65.214

1.081.403

1.075.880

156.833

Overige toe te rekenen kosten: Overhead

151.263

157.823

228.345

10.743

483.316

171.844

148.732

b.t.w.

240.995

821.102

-

13.665

123.527

1.886

-

Totale kosten (a)

2.619.803

5.046.829

914.049

89.621

1.688.246

1.249.609

305.565

Opbrengst heffingen (b)

2.619.803

4.681.671

387.795

40.643

1.002.808

373.956

161.367

-

365.158

526.254

48.978

685.438

875.653

144.198

100%

93%

42%

45%

59%

30%

53%

Onbenut Dekking (b/a*100)

71

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Wegen, riolering, water, openbaar groen, gebouwen en afvalinzamelvoorzieningen vormen niet alleen belangrijke schakels in de gemeentelijke infrastructuur, maar leveren ook een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de gemeente. Ze hebben daarmee waarde voor de bereikbaarheid, de economie, de omgevingskwaliteit en de veiligheid. Om die waarde duurzaam en efficiënt in stand te houden, is een systematisch en planmatig beheer noodzakelijk. Het beheer is dan ook gericht op het duurzaam in stand houden van de gemeentelijke voorzieningen. Dit houdt in dat we kapitaalgoederen op een zodanige manier onderhouden dat tegen zo beperkt mogelijke kosten de voorzieningen voortdurend goed functioneren en er geen kapitaalvernietigingplaatsvindt. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is dat de veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte op voldoende wijze gewaarborgd blijven en daar waar mogelijk een vorm van burgerparticipatie wordt ingebouwd. Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), artikel 12, lid 2, moet in de begroting over het onderhoud van kapitaalgoederen worden aangegeven: 1. het actueel beleidskader (met betrekking tot beheerplannen: wanneer vastgesteld of geactualiseerd); 2. het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau; 3.

de vertaling van de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau in de begroting. Voor het beheer zijn beheersystemen beschikbaar om de beheertaak te ondersteunen en om goede financiële ramingen te maken. De beheersystemen hebben als doel het beheer binnen vastgestelde kwalitatieve normen zo effectief en efficiënt mogelijk in te richten. Dat betekent: op het aan te houden kwaliteitsniveau gerichte maatregelen op de juiste plaats en op de juiste momenten tegen de laagst mogelijke kosten. Bij het bepalen van prioriteiten worden risico's afgewogen. In de beleidsplannen worden alle afwegingen en de consequenties daarvan inzichtelijk gemaakt. Op deze wijze komen wij tot effectief en efficiënt beheer. Leidend voor het daadwerkelijke onderhoudsprogramma zijn de resultaten van de jaarlijkse inspecties van kapitaalgoederen. Voor de financiële aspecten van het beheer wordt verwezen naar de programma's (met name "3. Buitenruimte") en de staat 'reserves en voorzieningen' (reserve Wegen en voorziening Riolering). Kapitaalgoederen Onderstaand overzicht geeft de actuele beleid- en beheerplannen weer. In de beleidsplannen zijn de kaders en ambities opgenomen. De beheerplannen geven aan hoe het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd.

72

Onderdeel openbare ruimte 1. Wegen

Planning/

Beleid- en beheerplan

Vastgesteld

Beleidsplan wegenbeheer 2013-2023

13-5-2013

2024

10-5-2022

2026

Mobiliteitsplan 2021-2030

8-11-2021

2030

Beleidsplan openbare verlichting 2020-2024

7-10-2019

2024

Beheerplan openbare verlichting 2021-2025

10-5-2022

2025

12-1-2017

2024

25-8-2015

2024

25-8-2015

2024

3-12-2018

2024

8-7-2019

2024

5-3-2018

2026

1-12-2016

2024

actualisering

Wegenbeheerplan (inclusief civiele kunstwerken, verkeersvoorzieningen en straatmeubilair) 2022 -2026

Beleidsplan infrastructurele kunstwerken 2015-2023 Beleidsplan verkeersvoorzieningen 20152023 Beleidsplan straatmeubilair 2015-2023 2. Riolering 3. Water

Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 20192023 Baggerplan 2019 Beheer- en onderhoudsplan oeverbeschermingen 2018-2026

4. Openbaar groen

5. Gebouwen

Beeldkwaliteitsplan Groen 2015-2019 Beleidsplan bomen 2019-2033

3-12-2018

2033

Groenstructuurplan 2013- 2023

21-5-2013

2024

Groenbeheerplan plus 2022-2026

15-3-2022

2026

Beleidsplan begraafplaatsen 2020-2030

2-3-2020

2030

Beheerplan begraafplaatsen 2022-2027

13-12-2022

2027

Speelruimteplan 2020-2030

15-6-2020

2030

Beheerplan speelvoorzieningen 2021-2026

8-3-2022

2026

24-5-2022

2026

7-2-2022

2025

2-7-2019

2024

Meerjarenonderhoudsplannen gemeentelijke gebouwen 2022-2026 Grondstoffenbeleidsplan 2019-2023;

6. Afvalinzameling

uitwerking in Implementatieplan recycletarief 2024 Zwerfafval- uitvoeringsplan 2019-2023

73

Kerncijfers Onderwerp Wegen

Kunstwerken

Riolering

Groen

Gebouwen

Afval

Verlichting

Kerncijfers 2022

Kerncijfers 2023

Totaal areaal

Totaal areaal

1.456.889 m2

1.456.107 m2

Asfalt

Asfalt

390.630 m2

389.576 m2

Elementen

Elementen

1.054.641 m2

1.055.120 m2

Half verharding (wandelpaden)

Half verharding (wandelpaden)

7.693 m2

7.531 m2

Bruggen en onderdoorgangen (tunnels)

Bruggen, viaducten en tunnels

89

105

Overige kunstwerken

Overige kunstwerken

92

125

Vrijverval riolering

Vrijverval riolering

gemengd riool: 57 km

gemengd riool: 57 km

vuilwaterriool: 51 km

vuilwaterriool: 51 km

regenwaterriool: 66 km

regenwaterriool: 66 km

drainage: 15 km

drainage: 15 km

totaal: 189 km

totaal: 189 km

Rioolgemalen

Rioolgemalen

rioolgemalen: 27

rioolgemalen: 27

in beheer van het waterschap: 2

in beheer van het waterschap: 2

Drukrioleringen

Drukrioleringen

pompunits: 122

pompunits: 122

drukriolering: 28 km

drukriolering: 28 km

Peilbuizen

Peilbuizen

33

33

Lengte watergangen

Lengte watergangen

33 km

33 km (in beheer bij gemeente)

Aantal bomen

Aantal bomen

12.276

12.281

Gazon/gras

Gras (gazon, grasveld, ruwgras)

851.864 m2 (incl. bermen)

807.035 m2

Plantsoen

Plantsoen (beplanting +bosplantsoen)

249.161

243.811 m2

Aantal speelplekken

Aantal speelplekken

166

166

Aantal gebouwen in onderhoud

Aantal gebouwen in onderhoud

14

20

Aantal molsystemen (ondergrondse afval inzamelsysteem)

Aantal ondergrondse afval inzamelsysteem

680

606

Aantal afvalbakken

Aantal afvalbakken

581

581

Aantal lichtmasten 7.681

Aantal lichtpunten 7.681

74

Toelichting 1. Wegen 1.A Wegenbeheer Wat hebben we in 2023 gedaan? Er is onderhoud aan de elementenverhardingen uitgevoerd in de Evertsenstraat, Jan P. Vethstraat, Louwersplein (incl. aanbrengen geleidelijnen) en de Sophialaan. Asfaltonderhoud is uitgevoerd op de Antoniuslaan en Hendrik Ydenweg, tussen de Reeweg en de Ambachtsezoom. Daarnaast is met name onderhoud uitgevoerd op de volgende fietspaden: Heulpad, Koolwijk, Rie Cramerpad en het fietspad tussen de Hoge Kade en de P.C. Hooftsingel (zuidkant Cascade). Tenslotte is het integraal project "Kruiswiel fase 4" nagenoeg geheel uitgevoerd in de volgende straten: Guldenweg, Halfweg, Kruiswiel en Opvliet. Beleidskader De algemene doelstelling voor het wegbeheer is het voeren van een duurzaam wegbeheer waarbij de veiligheid voor de verkeersdeelnemers in stand wordt gehouden. Comfort en aanzien van de weg spelen hierbij een beperkte rol. In 2022 is het Beheerplan Wegen 2022-2026 vastgesteld. 1.B Verkeer en vervoer Wat hebben we in 2023 gedaan? We hebben in de voorbereiding van projecten gewerkt de Laan van Welhorst, groot onderhoud in Kruiswiel, Noordoevers, Ambachts Lint, Ambachtsezoom, revitalisering Oranjebuurt en De Volgerlanden. We zijn gestart met de voorbereidingen voor de uitvoering van het Mobiliteitsplan. Er is toenemende tendens zichtbaar in het toenemende overleg met bewoners.

De ervaren, vaak individuele, verkeersknelpunten zijn besproken. en waar mogelijk maatregelen getroffen.

Beleidskader Het Mobiliteitsplan 2021-2030 is door de raad vastgesteld. Hierin zijn de kaders opgenomen voor het beleid voor de komende jaren. Naast het mobiliteitsplan zijn er ook andere beleidsplannen voor het verkeer in Hendrik-Ido-Ambacht. Hierbij valt te denken aan het "actieplan geluid" en de "beleidsregels oplaad infrastructuur elektrische voertuigen gemeente Hendrik-Ido-Ambacht". 1. C Openbare verlichting Wat hebben we in 2023 gedaan? We hebben in 2023 de uitvoer van het grootschalige vervangingsplan voor de armaturen uitgewerkt. We vervangen de conventionele armaturen door slimme LED-armaturen zodat de verlichting minder energie verbruikt en duurzamer is. Beleidskader In 2019 is het beleidsplan Openbare Verlichting 2020-2024 door de raad vastgesteld.

75

1.D Infrastructurele kunstwerken Wat hebben we in 2023 gedaan? De oppervlaktebehandeling van de brugdekken van onderstaande bruggen zijn vervangen: - Ridderspoor (tussen De Heerlijkheid en Zwanebloem); - tussen de Elzengaarde en de Krommeweg; - tussen de Hoge Kade en het Baxpark; - tussen de Hoge Kade en Burgemeester Hofplein; - tussen de Hoge Kade en de P.C. Hooftsingel. Ook de vlonder aan de Elzengaarde (ter hoogte van de Aardbeigaarde) heeft een nieuwe oppervlaktebehandeling gekregen. De brug tussen de Reeweg en Sagittarius/Vollido heeft een opknapbeurt gehad. De brug tussen de Gemeentelandskade en de Pruylenborg wordt door lange levertijden niet in 2023 vervangen maar in 2024. Beleidskader Binnen de openbare ruimte bevinden zich infrastructurele kunstwerken, die de kruising van (water)wegen of andere natuurlijke barrières mogelijk maken. Dit zijn onder andere bruggen, keermuren, trappen, tunnels en viaducten. Het huidige beleid is erop gericht de kunstwerken op het kwaliteitsniveau "basis" te onderhouden. Uitgangspunt is een zodanig kwaliteitsniveau dat de kunstwerken en bruggen naar behoren functioneren en er dus geen sprake is van achterstallig onderhoud of gevaarlijke situaties. Bij het beheer heeft het voorkomen van gevaarlijke situaties eerste prioriteit.

Tweede prioriteit is zorg dragen voor het goed functioneren van de voorzieningen, gevolgd door het wegwerken van eventueel achterstallig onderhoud. In 2022 is het "Uitvoeringsplan Civiele Kunstwerken", als onderdeel van het "Beheerplan Wegen 2022-2026", vastgesteld. 1.E Verkeersvoorzieningen Wat hebben we in 2023 gedaan? De buitendienst voert het dagelijks onderhoud uit inclusief eventuele vervangingen met uitzondering van (integrale) projecten waarin het onderhoud gelijk wordt meegenomen. Beleidskader Verkeersvoorzieningen zijn verkeersborden, straatnaamborden, ANWB-bebording, schrikhekken en verkeerspalen. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden volgens het uitvoeringsplan. De verkeersvoorzieningen worden op het basisniveau onderhouden, waarbij niet meer wordt uitgegaan van een kwaliteitsdifferentiatie per gebied. Reden hiervoor is dat verkeersvoorzieningen qua plaatsing, beheer en onderhoud moeten voldoen aan wettelijke bepalingen en landelijke richtlijnen. In het uitvoeringsplan zijn uitgangspunten voor de verkeersvoorzieningen geformuleerd. In 2022 is het "Uitvoeringsplan Verkeersvoorzieningen", als onderdeel van het "Beheerplan Wegen 2022-2026", vastgesteld.

1.F Straatmeubilair Wat hebben we in 2023 gedaan? De buitendienst voert het dagelijks onderhoud uit inclusief eventuele vervangingen met uitzondering van (integrale) projecten waarin het onderhoud gelijk wordt meegenomen.

76

Beleidskader Straatmeubilair, zoals banken, afvalbakken, fietsenstallingen en abri's, is een wezenlijk onderdeel van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van veiligheid en bruikbaarheid worden deze onderdelen beheerd en onderhouden. Essentieel bij het beheer/onderhoud is het te hanteren kwaliteitsniveau voor het onderhoud. Op basis van de landelijke wetgeving en richtlijnen worden de betreffende voorzieningen in de openbare ruimte onderhouden op het kwaliteitsniveau "basis". In 2022 is het "Uitvoeringsplan Straatmeubilair", als onderdeel van het "Beheerplan Wegen 2022-2026", vastgesteld.

2. Riolering Wat hebben we in 2023 gedaan? Naast het reguliere onderhoud aan riolering conform het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) zijn wij verder gegaan in buurt Kruiswiel met onze rioolvervangingsopgave. Beleidskader Met het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (GRP) geven wij vorm aan de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Ontwikkelingen Duidelijk is dat het klimaat verandert. De zomers worden heter en de kans op extreme neerslag wordt steeds groter. Daarom hebben wij de aanpak van klimaatadaptatie verder vorm gegeven in 2023. Bij stedelijke ontwikkelingen en herstructurering van bestaande gebieden is klimaatadaptatie zoveel mogelijk meegenomen, als het past binnen de bestaande middelen. Het gaat daarbij om 4 thema's: droogte, hittestress, wateroverlast en waterveiligheid. Klimaatadaptatie is een van de thema's binnen programma duurzaamheid. Voorziening riolering De voorziening riolering heeft als doel het gelijkmatig verdelen van kosten in de tijd om tariefschommelingen te voorkomen. De voorziening wordt gevoed met het verschil tussen de jaarlijkse exploitatiekosten van de riolering en de inkomsten uit rioolheffing. De omvang van de voorziening per 31 december 2023 is circa € 7,4 miljoen. Bestemmingsreserve riolering In deze bestemmingsreserve zijn de precariogelden van 2018, 2019, 2020 en 2021 gestort van totaal € 1,0 miljoen. 3.

Water Wat hebben wij in 2023 gedaan? Vanwege de wetgeving van het waterschap baggeren wij watergangen periodiek uit om ze op de juiste breedte en diepte te houden. In 2023 hebben wij een grote baggeropgave uitgevoerd. Daarnaast hebben wij onze wateren vrijgemaakt van los vuil en waterplanten. Conform het Beheeren onderhoudsplan oeverbeschermingen voeren wij onderhoud uit aan de oeverbescherming op diverse locaties in onze gemeente.

77

Beleidskader Op het gebied van waterbeheer hebben wij diverse plannen. Dit zijn het Baggerplan voor de periode 2019 tot en met 2024 en het Beheer- en onderhoudsplan oeverbeschermingen 2018-2026. In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (GRP) is de koppeling met waterbeheer opgenomen. 33 procent van de baggeropgave bekostigen wij vanuit de rioolheffing. Het feitelijke baggerwerk wordt zowel door onze gemeente als door het waterschap Hollandse Delta uitgevoerd, afhankelijk van de onderhoudsverplichting van de watergangen. 4. Groen 4.A Groenbeheer Wat hebben we in 2023 gedaan? In het plantseizoen 2022-2023 hebben we de renovaties aan groenvakken uitgevoerd en met het opstellen van een snoeicyclus werken we verder aan en toe naar het planmatig beheren van onze groenvoorzieningen. Ook zijn er 73 nieuwe bomen aangeplant op verschillende plekken in de gemeente. In 2023 is de Digital Twin tot stand gekomen. De Digital Twin is een innovatie (tool) waarmee we met behulp van 3 D ordening bomen aanplanten op die plekken waar ze het verschil maken als het gaat om hittestress en vergroening van onze gemeente. De Digital Twin is een samenwerking tussen de Provincie, de Omgevingsdienst en de Gemeente. Hierbij zijn de opgaven en ambities van de gemeente voor klimaatadaptatie en vergroening zoveel mogelijk meegenomen.

In het kader van de Wet Natuurbescherming zijn in 2023 ecologische werkprotocollen opgesteld. Hiermee geeft de gemeente invulling aan de gedragscode soortenbescherming. Dit betekent dat de gemeente het onderhoud aan het groen uitvoert conform de Wet Natuurbescherming. Thema's als klimaatadaptatie, duurzaamheid en biodiversiteit krijgen steeds meer aandacht binnen de gemeente. Dit betekent een nieuwe visie op ons groene kapitaal. Dit vraagt om flexibiliteit, waardering en verankering van groenwaarden bij ruimtelijke ontwikkelingen om invulling te kunnen geven aan een groene en leefbare gemeente. Beleidskader De beleidsplannen (groenstructuur, beeldkwaliteit) moeten geactualiseerd worden omdat deze zijn verlopen. Het bomenbeleidsplan (2018 – 2033) moet op onderdelen herzien worden. In aanloop naar het actualiseren van het groenbeleidsplan 2024 – 2034 is in 2022 al een groenbeheerplan + opgesteld. De plus uit dit beheerplan was de voorbereiding om het gesprek met de raad te kunnen voeren over het toekomstig groenbeleid, en de te maken keuzes in ambities en financiële kaders. In 2023 zijn we gestart met het opstellen van een nieuw groenbeleidsplan waarbij het gewenste ambitieniveau opnieuw vastgesteld moet worden. Het belang van een groene, biodiverse en toekomstbestendige gemeente wordt hierin verder uitgewerkt.

Bomenbestand De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht zet zich in voor een gezond, veilig en duurzaam bomenbestand, voor nu en voor de toekomst. In het coalitieprogramma is opgenomen dat binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 500 extra bomen worden aangeplant om het groene karakter van de gemeente verder te versterken. In 2023 hebben we 73 nieuwe bomen aangeplant.

78

Ontwikkelingen Het hoofddoel voor 2030 is het behouden en versterken van bestaand groen. Groen in de bebouwde omgeving omvat uiteenlopende typen. Naast de belangrijke bomenstructuren zijn er ook heestervakken, groene (open) plekken met speelvoorzieningen en afschermend groen rondom bedrijventerreinen. Al dit groen levert een bijdrage aan de groene uitstraling in Hendrik-IdoAmbacht en dit willen we graag behouden en versterken. Bij de aanplant van (nieuwe) bomen kijken we steeds meer naar de toekomstwaarde van de locatie en de boomsoort (de juiste boom op de juiste plek). Ook houden we rekening met de bijdrage aan biodiversiteit en ecosysteemdiensten. Thema's die steeds belangrijker worden bij het inrichten en beheren van de openbare ruimte. 4.B Begraafplaatsen en uitvaartcentrum Wat hebben we in 2023 gedaan? In 2023 zijn er enkele vernieuwingen aangebracht in ons uitvaartcentrum. In het uitvaartcentrum is de halogeen verlichting vervangen door LED verlichting en heeft de aula een nieuwe uitstraling gekregen. De meubels in de aula zijn vervangen door nieuwe stoelen, banken en tafels (taupe kleuren). Er is nieuwe vitrage aangebracht, een nieuwe counter met een glasdeurkoelkast en er is schilderwerk uitgevoerd.

Daarnaast zijn een aantal groenvakken vervangen door een hoogwaardige mix van vaste planten die het hele jaar sterk bijdragen aan de biodiversiteit en is het uitvaartcentrum aangesloten op glasvezel. Op de Waalhof zijn er kleine herstelwerkzaamheden uitgevoerd aan oude graven (bijvullen grind, vastkitten opsluitbanden) en het herstellen van oude monumenten. Beleidskader Het Begraafplaatsenbeleidsplan 2020-2030 heeft als doelstelling het realiseren van een toekomstbestendige begraafplaats. Het uitgangspunt is dat we begraven toegankelijk en betaalbaar houden. Omdat de keuze tussen begraven en cremeren niet financieel gedreven moet zijn gaan we terughoudend om met het verhogen van de tarieven. Om een toekomstbestendige begraafplaats te realiseren wordt in dit beleidsplan beschreven hoe de gemeente Hendrik-Ido- Ambacht: - zorgt voor voldoende grafcapaciteit voor de komende jaren; - omgaat met trends en ontwikkelingen in de lijkbezorging; - toewerkt naar een meer kostendekkende begraafplaats. Egalisatiereserve begraafplaatsen De egalisatiereserve van de begraafplaatsen wordt ingezet om tekorten op het taakveld begraafplaatsen op te vangen. De egalisatiereserve was niet meer voldoende om de tekorten 2023 mee af te dekken.

Ontwikkelingen/activiteiten In het kader van participatie blijven we de ervaringen van nabestaanden en uitvaartondernemers monitoren om daar in de toekomst op te anticiperen.

79

4.C Speelvoorzieningen Wat hebben we in 2023 gedaan? In 2023 hebben we conform het speelruimteplan zeven speelplekken gerenoveerd en de renovatie van speelplekken afgerond die in 2022 waren opgestart maar nog niet waren afgerond. Twee speelplekken zijn in 2024 afgerond vanwege integrale werkzaamheden samen met groen en wegen. Beleidskader Het Speelruimteplan 2020-2030 heeft als doelstelling om jaarlijks 7 speelplekken te renoveren. We zetten in op een breder en diverser speelaanbod. Inwoners van alle leeftijden moeten kunnen sporten en spelen op onze speelplekken. Hierbij hebben we extra aandacht voor oudere kinderen (10+) op grotere speelplekken en sportvoorzieningen. Daarbij zetten we in op meer groen, natuurlijk spelen en inclusieve speelruimtes waar iedereen mee kan doen. In 2024 herijken we het speelruimteplan. 5. Gebouwenbeheer Wat hebben we in 2023 gedaan? In 2023 hebben we gevolg gegeven aan de vastgestelde onderhoudsplannen van de gemeentelijke gebouwen. Binnen de mogelijkheden die daarin waren, hebben we duurzame opties gekozen. Bij de Ridderhal is de binnenverlichting van de 'oude' sporthal omgezet naar LED- verlichting en bij de aula van begraafplaats is er ook LED-verlichting toegepast bij de mini-make- over.

In verband met planvorming voor een aantal panden, zijn er zaken uitgesteld en/of geparkeerd tot besluitvorming, waardoor onderhoudszaken niet in 2023 zijn uitgevoerd. Beleidskaders In het Meerjarig Onderhoudsplan (MOP) 2022-2031 wordt voor de middellange termijn richting gegeven aan een effectief en efficiënt beheer en onderhoud van de 14 gemeentelijke gebouwen. In dit meerjarige plan is aangegeven welke onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn in de komende periode. Het MOP is in 2021 geactualiseerd en vastgesteld. Met het instellen van een egalisatiefonds ("voorziening") voor beheer en onderhoud van gemeentelijke gebouwen zijn middelen beschikbaar hiervoor. Zo kan tussen gebouwen en over de jaren heen geschoven worden met middelen. Dit is o.a. al toegepast voor de beide LED-verlichting-aanpassingen. Egalisatiereserve meerjarig onderhoudsplan Op 31 december 2021 is het saldo nagenoeg nihil. Een nieuw MOP werd in 2021 geactualiseerd en vastgesteld in 2022 met daarin duurzaamheidsaspecten. Ontwikkelingen De plannen om Cultureel Centrum Cascade een facelift te geven (project "Revitalisatie") zijn opgestart in 2022 en daar is in 2023 een praktisch vervolg aangegeven. Dit heeft geresulteerd in een Voorlopig Ontwerp inclusief kostenramingen wat in 2024 voorgelegd wordt ter besluitvorming. Bij een positief besluit wordt het "revitalisatie"-plan nader uitgewerkt.

De voormalige gymzaal aan de Weteringsingel werd tot medio 2023 in gebruik genomen voor vluchtelingen met een niet-Oekraïense achtergrond. Na vertrek van deze vluchtelingen staat dit pand leeg, in afwachting op sloop voor een andere toekomstige ontwikkeling. Voor alle schoolgebouwen is een Integraal Huisvestingsplan vastgesteld. De komende acht jaar worden veel oude schoolgebouwen vervangen door nieuwe toekomstgerichte onderwijsgebouwen/kindcentra. De school aan de P.C. Hooftsingel 7 gebruiken we voor tijdelijke huisvesting van scholen, op termijn ontwikkelen we hiervoor een gebiedsvisie. In 2023 zijn er al verkenningen geweest voor het inrichten van dit gebouw voor de laatste "tijdelijke huisvesting" die in 2024 zal aanvangen. 80

Duurzaamheid Ontwikkelingen over het toepassen van (HVC-) Warmtenet bij gemeentelijk/maatschappelijk vastgoed zijn de in de haalbaarheidsfase. De uitkomsten van deze haalbaarheidsstudie zijn bepalend voor de toekomstige duurzame keuzes voor het vervangen van gasgestookte cv-installaties. Namelijk of aansluiting op het warmtenet of vervangen door elektrisch aangedreven warmtepompen. Bij aanpassingen van gebouwen maken we zoveel mogelijk gebruik van circulaire en herbruikbare materialen. Daarnaast kopen we stroom voor openbare verlichting en voor onze gebouwen 100% groen in via DVEP. Bij het actualiseren van de meerjaren onderhoudsplannen nemen we duurzaamheidsmaatregelen mee. Bij scholen en de gebouwen in beheer van stichting Cascade hebben we een stimulerende rol voor wat betreft duurzaamheid.

6. Afval 6.A Afvalinzameling Wat hebben we in 2023 gedaan? De raad heeft op 7 februari het besluit genomen om vanaf 2024 het recycletarief in te voeren. We hebben in 2023 alle werkzaamheden uitgevoerd om invoering van het recycletarief per 1 januari 2024 mogelijk te maken. In 2022 zijn we gestart met het vervangen van alle zuilen en toegangscontroles van alle ondergrondse afvalcontainers en deze vervanging hebben we in 2023 afgerond. Beleidskader In 2019 is het grondstoffenbeleidsplan vastgesteld. Door het raadsbesluit om het recycletarief in te voeren zijn de kaders verder geconcretiseerd. 6.B Zwerfafval Beleidskader In 2019 heeft het college het uitvoeringsplan Zwerfafval vastgesteld. We hebben ingezet op gedragsverandering , het verzorgen van lessen over zwerfafval, het verminderen van zwerfafval bij evenementen en we hebben extra aandacht gegeven aan het verminderen van zwerfafval op hotspots.

81

5. Grondbeleid Algemeen Het grondbeleid van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is vastgelegd in de Nota Grondbeleid. In 2009 is de nota 'Grond voor Beleid' vastgesteld. Mede vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 en de gevolgen van het 'Didam-arrest' was deze nota aan vervanging toe. Op 4 december 2023 is dan ook de 'Nota Grondbeleid 2023' door de gemeenteraad vastgesteld. De Nota 'Grond voor Beleid' was het grootste deel van 2023 van kracht en heeft daardoor als uitgangspunt van het gevoerde grondbeleid gediend. Met de nota 'Grond voor Beleid' wordt uitvoering gegeven aan de ruimtelijke visie die met name in de Structuurvisie ‘Waar de Waal Stroomt’ (2009) is vastgelegd. In dit beleidsdocument worden de ruimtelijke ambities van de gemeente uiteengezet. Zo is vastgelegd dat de gemeente zoveel mogelijk een actief grondbeleid voert wanneer er sprake is van grootschalige ontwikkelingen of ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de ruimtelijke of stedenbouwkundige structuur van de gemeente. Met dit actieve grondbeleid wil de gemeente gewenste ruimtelijke ontwikkelingen initiëren en sturen. Faciliterend grondbeleid wordt echter niet uitgesloten. Ook de keuze om hoofdzakelijk het instrument ‘Wet voorkeursrecht gemeenten’ te gebruiken is in de nota vastgelegd.

Als er aanleiding is om geen gebruik te maken van het gemeentelijk voorkeursrecht, dan wordt dit gemotiveerd aan de gemeenteraad aangegeven. Waar een minnelijke verwerving van gronden niet mogelijk blijkt, maakt de gemeente gebruik van het onteigeningsinstrument. Uitvoering grondbeleid Voor de uitvoering van actief grondbeleid worden grondexploitaties opgesteld. Met een grondexploitatie wordt het financieel kader vastgelegd waarbinnen het beleid uitgevoerd moet worden. Voor enkele (grootschalige) ruimtelijke ontwikkelingen zijn in het verleden grondexploitaties vastgesteld die jaarlijks geactualiseerd worden. Bij de vaststelling van de begroting 2023 waren er drie actieve grondexploitaties binnen de gemeente Hendrik-IdoAmbacht: De Volgerlanden, Bedrijvenpark Ambachtsezoom Fase 1 en GenieterreinWaterbusplein. Bij enkele andere ruimtelijke ontwikkelingen wordt wel faciliterend grondbeleid gevoerd, waarbij een kostenverhaalovereenkomst met de betreffende ontwikkelaar/grondeigenaar gesloten wordt. Verwachte resultaten grondexploitaties In tabel 5.1 worden de grondexploitaties samengevat. Hierin is per project, naast wat algemene informatie, het verwachte financiële resultaat opgenomen. Om de grondexploitaties te kunnen vergelijken, zijn de resultaten contant gemaakt naar 1 januari 2024. De eventueel genomen winsten zijn niet verwerkt in het resultaat maar worden apart weergegeven.

Ook de gewogen risicobedragen zijn opgenomen in de tabel. Voor de risicoanalyse worden jaarlijks, aan de hand van de RISMAN-methode, de verschillende van toepassing zijnde risico’s benoemd, gekwalificeerd en gekwantificeerd. Vervolgens wordt een gewogen risicobedrag berekend met een zekerheidspercentage van 90%. Dit houdt in dat het voor 90% zeker is dat het genoemde bedrag voldoende is om de risico's af te dekken. In het weerstandsvermogen van de gemeente wordt met dit risicobedrag rekening gehouden. Per grondexploitatie wordt kort het toegepaste grondbeleid beschreven, net als een toelichting op het verwachte financiële resultaat.

82

Tabel 5.1 Projectoverzicht (peildatum 1-1-2024) Bedragen x €1.000.000,De Volgerlanden Verwachte afronding project Totale plangebied (ha) Areaal nog aan te kopen grond Areaal uitgeefbaar Areaal nog te verkopen grond Gerealiseerde kosten Gerealiseerde baten Boekwaarde Nog te realiseren baten -/- kosten Resultaat op eindwaarde Resultaat op netto contante waarde Gerealiseerde winstneming Risico's

GenieterreinAmbachtsezoom Fase 1 Waterbusplein 2028 2027 2024 210 ha 23,1 ha 1,8 ha

10,0 ha € 343,84 € 299,59 € 44,25 € 36,32 € -7,93 € -7,18 € 1,30

15,3 ha 6,1 ha

1,1 ha 0,2 ha

€ 34,26 € 21,84 € 12,42 € 16,13 € 3,71 € 3,43 € 1,99 € 0,70

€ 9,41 € 4,18 € 5,23 € 0,64 € -4,59 € -4,54 € 0,07

De Volgerlanden Beleidskader De gemeente heeft sinds het begin van het project actief grondbeleid gevoerd in het realiseren van woningbouwlocatie De Volgerlanden. De gemeente wilde alle gronden in eigendom verkrijgen om de regie te houden. Veelal werden gronden van particulieren aangekocht en overige benodigde gronden, die in bezit waren van projectontwikkelaars, werden door bouwclaimovereenkomsten bij het gemeentelijke eigendom betrokken. De verwervingen in het De Volgerlanden zijn afgerond. Financieel kader De grondexploitatie vormt het financieel kader van het project en wordt jaarlijks geactualiseerd en opnieuw vastgesteld. De geactualiseerde grondexploitatie De Volgerlanden is op 8 juli 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Voor de begroting van 2023 diende de grondexploitatie 2023 als uitgangspunt. Deze had een verwacht negatief resultaat van € 6,54 miljoen op contante waarde (per 1-1-2023). Bedrijventerrein Ambachtsezoom Beleidskader Bij bedrijventerrein Ambachtsezoom wordt actief grondbeleid toegepast. Sinds 1 januari 2013 richt de planvorming zich hier alleen op het westelijke gedeelte van het bedrijvenpark (Fase 1). Alle gronden in het gebied zijn in eigendom bij de gemeente. Financieel kader De geactualiseerde grondexploitatie Ambachtsezoom Fase 1, het financiële kader van de betreffende fase van het project, is vastgesteld in de raadsvergadering van 8 juli 2024.

Voor de begroting van 2023 diende de grondexploitatie 2023 als uitgangspunt. Deze grondexploitatie had een verwacht positief resultaat van € 3,75 miljoen op contante waarde (per 1-1-2023). Genieterrein-Waterbusplein Beleidskader Bij dit project wordt actief grondbeleid toegepast. Alle nog uit te geven gronden zijn in eigendom bij de gemeente.

83

Financieel kader De geactualiseerde grondexploitatie Genieterrein-Waterbusplein, het financiële kader van de betreffende fase van het project, is vastgesteld in de raadsvergadering van 8 juli 2024. Voor de begroting van 2023 diende de grondexploitatie 2023 als uitgangspunt. Deze grondexploitatie had een verwacht negatief resultaat van € 4,30 miljoen op contante waarde (per 1-1-2023). Tussentijdse winstneming Tussentijdse winstneming geldt vooral bij projecten die diverse jaren duren. Hieronder zijn regels opgenomen over hoe hiermee wordt omgegaan: 1.

2. 3.

Tussentijdse winstneming kan alleen plaats vinden als: a. Voldoende zekerheid bestaat over het (verwachte) resultaat van de grondexploitatie, oftewel het resultaat op de grondexploitatie betrouwbaar kan worden ingeschat; én b. De grond (of het deelperceel) is verkocht; én c. De kosten zijn gerealiseerd. Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan, wordt de zogenaamde percentagemethode (POC) toegepast. Bij de bepaling van de tussentijdse winst worden de risico's die specifiek samenhangen met de nog te realiseren kosten en opbrengsten van de grondexploitatie in mindering gebracht.

Bij winstneming gelden in algemene zin de volgende uitgangspunten: de winst wordt naar rato van gerealiseerde kosten en opbrengsten (tot en met het lopende jaar) genomen (POC). Dus als 50% van de kosten is gerealiseerd en 50% van de grond is verkocht (over de gehele looptijd), dan is de winstrealisatie 50% x 50% = 25%. Zowel de realisatie van de kosten als de realisatie van de opbrengsten zijn bepalend voor de omvang van de winstrealisatie. De grondexploitaties De Volgerlanden en Genieterrein-Waterbusplein sluiten naar verwachting met een tekort, waardoor winstneming niet van toepassing is. Grondexploitatie Bedrijvenpark Ambachtsezoom heeft een verwacht positief resultaat en een POC van ongeveer 54%. Rekening houdend met de project-specifieke risico's moet er per 31 december 2023 in totaal € 1,99 miljoen aan winst genomen zijn. Reserve en risico's De aard van de activiteiten binnen het totaal van de exploitaties maakt het noodzakelijk ter afdekking van de algemene risico's een algemene reserve grondbedrijf aan te houden. Deze reserve wordt opgebouwd uit de eindresultaten van alle afgesloten grondexploitaties plus alle tussentijdse winst- en verliesnemingen. Het nemen van winst zal gebeurt volgens de eerder beschreven methodiek van (tussentijdse) winstneming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14361843/1