CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij raadsvoorstel 7.1 Toelichting zienswijze per verbonden partij

commissie ABA-Financiën openbaar 24 mei 2023, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Zienswijzen jaarstukken 2022 en begroting 2024 GR Veiligheidsregio8.268 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage bij het raadsvoorstel zienswijzen DEEL A Toelichting bij zienswijzen Inleiding Een belangrijk sturingsinstrument voor de raad is de begroting van een verbonden partij. In onze Nota Verbonden Partijen is opgenomen dat het college de gemeenteraad in de gelegenheid stelt om zienswijzen op begrotingen in te dienen. In april hebben de gemeenschappelijke regelingen hun concept begroting 2024 en concept jaarstukken 2022 aan ons toegestuurd. Via het raadsvoorstel worden deze stukken in één keer, met één raadsvoorstel aan u voorgelegd, voor zover van toepassing vergezeld van een concept zienswijze. Om het raadsvoorstel overzichtelijker te maken, hebben wij de algemene opmerkingen over de verbonden partijen en de toelichting per verbonden partij in deze bijlage opgenomen. Algemene opmerkingen Risicoprofiel Er is veel variatie in financiële en bestuurlijke belangen bij de verbonden partijen. Daardoor kan de wijze en de mate van sturing per verbonden partij verschillen. In dat kader is in de Nota Verbonden Partijen gekozen voor een methodiek waarbij door een risicoanalyse per partij een risicoprofiel wordt bepaald. Dit risicoprofiel vormt de basis voor het sturingsarrangement dat we inzetten. Hoe groter het risico, des te hoger onze intensiteit van sturing. Dit wordt zichtbaar gemaakt in de onderstaande figuur, die ontleend is aan de Nota Verbonden Partijen.

Begrotingen 2024 De ons toegezonden begrotingen van GRS, Gr DG&J, GR OZHZ, GR VR en NRIJ geven aanleiding om een zienswijze kenbaar te maken. Dit is niet het geval bij Drechtwerk, BOVL en Gevudo. De effecten van deze begrotingen worden in de gemeentelijke begroting 2024 verwerkt. Het is mogelijk dat er specifiek bij de raad wordt teruggekomen met nadere besluitvorming of informatie, zoals bij geactualiseerde begrotingen. Jaarstukken 2022 De jaarstukken kunnen een voorlopige status hebben, bijvoorbeeld in verband met afrekeningen of herverdelingsvraagstukken die nog spelen. Ook uit de accountantscontrole kunnen nog wijzigingen naar voren komen waardoor de jaarstukken moeten worden aangepast. De vaststelling van de jaarstukken is aan het algemeen bestuur van de GR. Indien er bijzonderheden over de jaarstukken zijn, is dit als extra onderwerp verwerkt in de zienswijzebrief.

1

Toelichting per verbonden partij A. GR Sociaal (risicoprofiel hoog) Begroting 2024 De voorliggende begroting is gebaseerd op een uitgangspuntennotitie en een beleidsagenda, die beiden samen met de gemeenten zijn opgesteld. De opgaven zoals deze vastliggen in de Regionale Visie Sociaal Domein vormen de basis voor de activiteiten van de GR Sociaal. De beleidsvoorstellen die voortkomen uit de beleidsagenda of die op verzoek van het bestuur worden gemaakt, worden altijd eerst voor besluitvorming voorgelegd alvorens ze worden verwerkt in de begroting. Het is ook het tweede jaar dat Drechtwerk onderdeel uitmaakt van de begroting van de GR Sociaal. Daarmee hebben beide organisatieonderdelen, Sociale Dienst Drechtsteden en Drechtwerk, een plek in de begroting. De grote onzekerheden waar de GR mee te maken heeft nemen naar verwachting niet af in 2024. De economische situatie is niet stabiel, met nog steeds hoge(re) inflatie, aantasting van de koopkracht, oorlog in Oekraïne en een groeiende vluchtelingenstroom. Zorgwekkend is dat veel ondernemers begin 2023 mogelijk niet kunnen voldoen aan de terugbetaling van de ontvangen coronasteun. De impact die dit heeft moet nog worden bezien. Positief is dat de verwachte recessie zich niet heeft voorgedaan. Over heel 2022 was sprake van een economische groei van 4,5%.

De werkeloosheid daalde in 2022 eveneens, tot een historisch laag niveau van 3,3% in het tweede kwartaal van 2022. Regionaal was dit merkbaar bij de opgave Zorgen voor Ondersteuning en het aantal vacatures bij zorgaanbieders. De stijgende kostprijzen en cao-lonen maken dat de uitgaven Wmo stijgen. Dit vraagt zowel om interventies aan de vraagkant als aan de aanbodkant. Hier ligt daarom de primaire focus van deze opgave. Op het vlak van de opgave Ontwikkelen naar Werk zal de focus liggen op de samenwerking tussen de Sociale Dienst en Drechtwerk. Daarnaast wordt gewerkt aan de concrete invulling van instrumenten om de uitstroom naar werk te bevorderen. In 2024 start een nieuwe collectieve zorgverzekering voor minima en wordt extra focus gelegd op het verhogen van het bereik van de regelingen van de GR Sociaal. Dit om voor de opgave Versterken Bestaanszekerheid de dienstverlening te blijven doorontwikkelen. De voorgenomen versoepeling van de Participatiewet ondersteunt hierbij. Specifiek voor gemeenten zet de GR Sociaal zich in op het verder ontwikkelen van de informatievoorziening, o.a. door 'realtime' informatievoorziening via het dashboard dat nu al toegankelijk is. Zienswijze begroting 2024 U wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen waarin specifiek aandacht wordt gevraagd voor de financiële ontwikkelingen op de langere termijn.

In de zienswijze wordt aangegeven dat de gemeenten voor de jaren 2026 en 2027 vrezen voor een negatieve begroting gezien de grote terugval in inkomsten vanuit het Rijk. Gezien deze prognose wordt de GR Sociaal in de zienswijze opgeroepen op zich in termen van de bedrijfsvoering en de eigen organisatie op een scenario voor te bereiden. De kans bestaat dat gemeenten zich gedwongen voelen hun bijdrage aan de GR Sociaal terug te brengen, wanneer er geen aanvullende maatregelen vanuit het Rijk worden genomen. Voorjaarsbrief 2023 Voor het eerst is de eerste bestuursrapportage vervangen door een Voorjaarsbrief. Deze biedt inzicht in de voortgang van het huidige begrotingsjaar. In de zienswijze wordt positief gereageerd op de Voorjaarsbrief maar wordt tevens verzocht om in toekomstige Voorjaarsbrieven meer specifieke informatie per gemeente op te nemen.

2

Verordeningen Bij de stukken zijn ook de financiële Verordening en de controleverordening bijgevoegd. Voor het gemak zijn de wijzigingen in deze verordeningen zichtbaar gehouden. We zien dat in de controleverordening slechts technische wijzigingen zijn aangebracht, deels voor de integratie van de GR Drechtwerk. Bij de financiële verordening is dit anders. Daar zien we in artikel 3.3 dat de GR Sociaal voorstelt geen zienswijzeprocedure te volgen bij de bestemming van een resultaat kleiner dan € 250.000. Wij stellen voor hier in de zienswijze op te wijzen niet mee akkoord te gaan. Jaarstukken 2022 Ten opzichte van de 2e bestuursrapportage 2022 GR Sociaal bedraagt het jaarresultaat over 2022 in totaal € 1.861.000 positief. Een deel van dit bedrag wordt op basis van voor- en nacalculatie met gemeenten afgerekend (€ 1.716.000,- positief). De GR Sociaal en de gemeenten verwerken dit in hun respectievelijke begrotingen. Dit deel maakt daarom geen onderdeel uit van het resultaat van de GR Sociaal waarover resultaatsbestemming plaatsvindt. Het andere deel van het resultaat dat wel ter bestemming wordt voorgelegd is € 145.000,- positief. Resultaatbestemming en zienswijze jaarrekening 2022 Het te bestemmen resultaat bij de jaarrekening 2022 bedraagt € 145.000.

Voorgesteld wordt een bedrag van € 145.000,- toe te voegen aan een bestemmingsreserve ter dekking van de opleidingskosten die in 2023 (moeten) worden gemaakt in plaats van in 2022. In de zienswijze wordt aangegeven dat onze gemeente geen voorstander is van de vorming van reserves. Belangrijkste reden hiervoor is dat (grotere) reserves de sturingsmogelijkheden van gemeenten en hun raden beperkt. In de zienswijze wordt tevens aangegeven dat een bestemmingsreserve met een vooraf bekend en duidelijk afgebakend doel hierop een uitzondering vormt, mits besluitvorming door het AB plaatsvindt en – wanneer het budgetrecht van de raad wordt geraakt – ook de gemeenteraden. Aangezien het voorstel voor de bestemmingsreserve voor opleidingen aan deze voorwaarden voldoet is in de zienswijze aangegeven dat de gemeente zich hierin kan vinden.

B. GR Dienst Gezondheid & Jeugd (risicoprofiel hoog) Herziene begroting 2023 DG&J De begroting van het lopende jaar 2023 is opgesteld in het eerste kwartaal van 2022. Op dat moment is volgens de geldende afspraken de indexatie toegepast gebaseerd op de septembercirculaire 2022. Het ging toen om 2% voor de lonen en 1,5% voor materiele lasten. Sindsdien is de inflatie sterk toegenomen als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Deze stijging van de inflatie is de oorzaak voor de herziening van de begroting 2023 en leidt tot een bijstelling van de percentages. Voor de lonen wordt nu 8% gehanteerd en voor materiele lasten 5,9%. Daarnaast hebben we vanwege zeer sterke (loon)kostenstijgingen met deze herziene begroting 2023 te maken met een aanvullende inwonerbijdrage van € 443.000 voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg. Deze aanvullende bijdrage wordt veroorzaakt doordat de DG&J in de begroting van 2023 rekening had gehouden met een lager aantal jeugdigen en een lager indexatiepercentage (1,875%) hanteerde dan voor de jeugdgezondheidszorg benodigd is. SOJ De hogere indexering leidt ook tot ophoging van de uitgaven voor jeugdhulp. Wel ziet de GR DG&J dat het aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt regionaal gezien daalt. De prognose 3

voor 2023 is hierop bijgesteld. Voor onze gemeente zien we op lokaal niveau echter toch een stijging van de kosten voor jeugdhulp. Deze stijging wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een klein aantal zeer intensieve en specialistische zorgtrajecten waar geen invloed op uitgeoefend kan worden. Tot slot heeft naar verwachting de om/afbouw van de Jeugdzorg Plus gevolgen voor de begroting. Mogelijk lopen de kosten voor deze zorgtrajecten in 2024 door. Financieel gezien zit dit er voor het onderdeel van de SOJ als volgt uit:

Zienswijze Wij stellen voor een zienswijze kenbaar te maken waarin u het volgende aangeeft: - U constateert de stijging als gevolg van de intensieve en specialistische zorgtrajecten en stemt in met de voorgestelde wijziging van de begroting 2023 Begroting 2024 DG&J De begroting 2024 is opgesteld met als uitgangspunt de oorspronkelijke begroting van 2023. Echter, zoals hierboven reeds is aangegeven is het voorstel om deze begroting te wijzigen vanwege de opgelopen inflatie. De nieuwe basis voor de begroting 2024 is daarom de herziene begroting 2023 zoals nu voorgesteld. Bij de gevraagde gemeentelijke bijdragen voor het onderdeel DG&J is sprake van een extra inwonerbijdrage voor Veilig Thuis ad. € 82.400. Deze extra bijdrage is bedoeld voor 'het uitbreiden van de ondersteunende functie van het uitvoeringsproces'. Daarnaast blijven de middelen voor het Meldpunt Zorg en Overlast die voor de jaren 2023 en 2024 beschikbaar waren gesteld onderdeel van de meerjarenbegroting. SOJ De raming voor de jeugdhulpuitgaven in de jaren 2024 en 2025 is conform de werkwijze zoals hiervoor beschreven ook gebaseerd op de kosten voor het jaar 2023. Vervolgens indexeert de DG&J deze uitgaven naar het prijsniveau van 2024. Hierbij heeft de DG&J ervoor gekozen om geen groei en geen besparingen voor wat betreft de jeugdhulpuitgaven in de begroting op te nemen.

Tegelijkertijd zien we, net als bij de herziene begroting 2023, dat de raming voor de uitgaven voor jeugdhulp in 2024 voor onze gemeente stijgen. De verklaring hiervoor is dat de zeer intensieve en specialistische zorgtrajecten uit 2023 vermoedelijk doorgaan in 2024. Tot slot heeft naar verwachting de om/afbouw van de Jeugdzorg Plus gevolgen voor de begroting. In onderstaand schema nemen wij de geactualiseerde begroting 2023 als basis en brengen daarnaast de indexatie in beeld:

4

Het is, net als vorig jaar, aan de deelnemende gemeenten zelf om via de zienswijzeprocedure aan te geven of zij de ramingen realistisch vinden. Op deze manier stelt de DG&J ons in de gelegenheid om de verwachten effecten van lokale maatregelen door te voeren. Wij kunnen er daarom voor kiezen om gemotiveerd af te wijken van de begroting zoals nu voorgesteld. Het voorstel is om dit te doen en af te wijken van de raming van de SOJ. De belangrijkste reden hiervoor is de inzet die wij lokaal op verschillende manieren plegen. Het gaat om de inzet op de Praktijkondersteuner Huisarts Geestelijke Gezondheidszorg (POH GGZ) en de aanpak van de afwijkingen van het normenkader voor de jeugdhulp. Het doel van beide interventies is immers om de kosten te beheersen. Hieronder lichten wij nader toe waarom deze interventies de onderbouwing voor de beoogde besparing vormen: 1. POH GGZ: Sinds 2022 zetten wij in op Praktijkondersteuners Huisarts (POH-er). Voor deze POH-ers geldt dat zij zelf hulpvragen oppakken met als doel (waar mogelijk) de inzet van specialistische jeugdhulp te verminderen. Uit een terugblik over de periode april t/m december 2022 blijkt dat de inzet van een POH-er ertoe leidt dat huisartsen minder snel rechtstreeks doorverwijzen.

Een aanzienlijk deel van de cliënten dat via de huisarts bij de POH-er terecht wordt zo niet verder doorverwezen naar meer specialistische vormen van hulp. Ter illustratie, in totaal waren er in de genoemde periode 183 jeugdigen met psychische klachten. Daarvan zijn er 87 eerst doorverwezen naar de POH-er. De overige jeugdigen kregen (voor het grootste deel) een doorverwijzing naar de specialistische GGZ (sGGZ). Van de 87 cliënten bij de POH-er zijn er 56 niet verder doorverwezen. De geschatte besparing bedraagt voor deze periode € 420.000,-. 2. Aanpak overschrijding normenkader: Voor de aanpak van de overschrijdingen van het normenkader start per 1 mei 2023 een medewerker bij het lokale jeugdteam die zich richt op het beoordelen van verzoeken tot afwijking. Op basis van ervaringen in de gemeente Papendrecht is de verwachting dat hierdoor het aantal afwijkingen van het normenkader zal afnemen. Echter, deze aanpak bevindt op dit moment in de startfase. De veronderstelde effecten van deze aanpak moeten zich dus nog laten zien in onze gemeente. Op basis van bovenstaande interventies stellen wij voor een behoudende inschatting te maken van een besparing in 2024 en deze te ramen op € 200.000.

Door de besparing lager te ramen dan onder meer de eerste inzichten bij de POH-ers laten zien, willen we voorkomen dat onze gemeente bij onvoorziene omstandigheden met een financiële tegenvaller te maken krijgt. In die zin willen wij de moed tonen om effecten van lokale maatregelen financieel te vertalen maar tegelijkertijd verstandig omgaan met de financiële middelen van onze gemeente. De interventies om de kosten beheersbaar te houden worden in 2023 overigens nauwlettend gemonitord. Zienswijze Wij stellen voor een zienswijze kenbaar te maken waarin u het volgende aangeeft:

5

-

Voor het de aanvullende bijdrage op Veilig Thuis dient er een apart AB-voorstel te komen Af te wijken van de voorgestelde raming vanwege het realiseren van een geschatte besparing van € 200.000 in 2024.

Jaarstukken 2022 In de voorlopige jaarstukken 2022 zien we dat het onderdeel DG&J een nadelig resultaat € 8.200 boekt. Het voorstel is om dit resultaat ten laste van de algemene reserve te brengen. Voor het onderdeel van de SOJ geldt dat de realisatie over 2022 € 3,8 miljoen lager is dan bij de tweede bestuursrapportage 2022 was aangegeven. De bij dezelfde bestuursrapportage gemelde stabilisatie van de jeugdhulpuitgaven heeft zich vanuit dat perspectief doorgezet. Zienswijze Wij stellen voor een zienswijze kenbaar te maken waarin u aangeeft kennis te nemen van het behaalde resultaat.

C. GR Omgevingsdienst (risicoprofiel gemiddeld/hoog) Ontwerpbegroting 2024 De ontwerpbegroting 2024 is meerjarig in evenwicht. Evenals voorgaand jaar, zijn en blijven er ontwikkelingen die de aandacht zullen vragen. Een aantal hiervan wordt hieronder toegelicht. 1. kwaliteitsimpuls voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) Zoals voorgaande jaren al gemeld, vraagt de kwaliteit van de VTH-taken door omgevingsdiensten een extra impuls. Hier is onderzoek naar gedaan door de commissie Van Aartsen, de Algemene Rekenkamer, de Strategische Milieukamer en de provincie ZuidHolland. OZHZ werkt aan de verdere ontwikkeling hiervan. Dit traject is gestart in 2022. De vijf DB's van de omgevingsdiensten in Zuid-Holland werken een gezamenlijke aanpak en verbetertraject uit op de onderdelen: • arbeidsmarktcommunicatie en werving • opbouw van kennis en deskundigheid • versterken van de digitale informatievoorziening in de keten OZHZ voert dit uit met de Ontwikkelaanpak 2022-2025. De Ontwikkelaanpak omvat meerjarige programmalijnen: • meer grip op milieuschade. Hierbij is het met name van belang milieuschade te voorkomen. • toekomstgerichte gebiedsontwikkeling. OZHZ gaat aan de slag met duurzame ambities van de gemeenten en investeert in deskundigheid, netwerkrelaties en datakwaliteit. • werken met de Omgevingswet.

OZHZ bereidt zich hierop voor, samen met de gemeenten, provincie en ketenpartners. • beter benutten van data. 2. Omgevingswet De Omgevingswet treedt in werking op 1 januari 2024. OZHZ bereidt de implementatie van de Omgevingswet voor. Daarbij gaat het in belangrijke mate om het aanpassen van systemen en processen, het maken van afspraken met opdrachtgevers, het ontwikkelen van kennis en het opdoen van ervaringen. Dit wordt in 2023 afgerond. In het jaarprogramma 2024 komen hierover definitieve werkafspraken en een financiële vertaling daarvan.

6

3. Overgang van bodemtaken van provincie naar gemeenten Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, gaat het bevoegd gezag voor bodemsaneringstaken grotendeels over van de provincie naar de gemeenten. OZHZ gaat deze taak voor ons uitvoeren. In de afgelopen jaren is de financiering van de overkomende gemeentelijke bodemtaken uitvoerig besproken, onder andere in het AB. De omvang van de bijbehorende rijksmiddelen is (nog steeds) onzeker. Het Rijk gaat de kosten monitoren. OZHZ stelt in 2024 een definitieve raming op van de benodigde middelen. Dit wordt uitgewerkt in de jaarprogramma's van de gemeenten en de begroting 2025. 4. Uitdagingen in de bedrijfsvoering Bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen hebben een verandering in de taakinvulling, rol, cultuur en processen van OZHZ tot gevolg. De hierboven genoemde ontwikkelingen en de energiebesparingsplicht zijn hierbij het meest pregnant. OZHZ bereidt zich hierop voor. De organisatie van de OZHZ groeit vanwege deze ontwikkelingen en de toename van de complexiteit van de taken die worden uitgevoerd. De reguliere taakuitvoering neemt in omvang toe. Daarbij heeft (ook) OZHZ te maken met krapte op de arbeidsmarkt. Deze ontwikkelingen hebben een grote invloed op de bedrijfsvoering van OZHZ. Dit vereist een veel grotere inzet van menskracht en middelen van voorheen en vereist een fundamentele herziening op de bedrijfsvoering.

In de loop van 2023 doet OZHZ voorstellen tot aanpassing van het financieringsmodel. Concept Jaarstukken 2022 De OZHZ sluit 2022 af met een positief financieel resultaat van € 117.000. Het DB is voornemens het AB voor te stellen om het resultaat toe te voegen aan de algemene reserve als onderdeel van het weerstandsvermogen. Met dit voornemen keert OZHZ geen resultaat uit aan de deelnemers. OZHZ stelt dit voor vanwege het verwachte nadeel in 2023. Dit nadeel is ontstaan vanwege de nieuwe CAO en forse prijsstijgingen. Daarnaast kan het AB besluiten om de ruimte die is ontstaan binnen het weerstandsvermogen te benutten ter dekking van het tekort. Daarmee resteert een tekort van € 0,5 miljoen. Dit tekort wordt, op basis van de omzetverhouding 2022, verdeeld over de gemeenten en de provincie. Voor onze gemeente betekent dit een extra bijdrage in 2023 van € 24.000,-. De structurele doorwerking van de loon- en prijsontwikkeling naar 2024 berekent OZHZ door in het uurtarief. Zienswijze U wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen waarbij: 1. u instemt met het toevoegen van het resultaat van de jaarrekening 2022 aan de algemene reserve, als onderdeel van het weerstandsvermogen. Met als voorwaarde dat wanneer OZHZ over 2023 toch een positief resultaat weet te behalen, dit op dat moment wel aan ons wordt uitgekeerd. 2.

u oproept ons steeds en tijdig te blijven informeren over het tekort; 3. u OZHZ oproept om alles in het werk te stellen om het tekort zoveel als mogelijk te beperken en extra kosten op te vangen binnen de vastgestelde begroting; 4. u OZHZ met klem verzoekt gesprekken met Rijk en IPO scherp te blijven voeren over hun bijdrage aan de bodemtaken.

7

D. GR Veiligheidsregio (risicoprofiel gemiddeld/hoog) Ontwerp begroting 2024 Deze ontwerpbegroting 2024 is de derde begroting die is gebaseerd op het beleidsplan 20222025. In deze ontwerpbegroting worden de speerpunten benoemd die in 2024 gepland staan om invulling aan de doelstellingen van het beleidsplan te geven. De VRZHZ volgt met het beleidsmatig deel van deze begroting de zes sporen van het beleidsplan. Het is erop gericht invulling te geven aan een veilige regio Zuid-Holland Zuid waarbij onveilige situaties worden voorkomen en incidenten adequaat worden bestreden. Relatie met verhoging BDuR In 2022 zijn vanwege de vluchtelingencrisis de bestuurlijke afspraken doorstroom migratie opgesteld. Onderdeel hiervan is een verhoging van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR) met €46 mln in 2023, oplopend naar structureel €83 mln in 2026. Deze middelen zijn expliciet voor het borgen en versterken van de crisisbeheersing en mogen niet anders worden ingezet. De uitwerking van de aanwending van deze middelen vindt landelijk en regionaal op dit moment nog plaats. De effecten daarvan voor onze VRZHZ zijn nog niet geheel duidelijk en worden later gepresenteerd. Ontwikkelingen Voor deze begroting geldt een aantal opvallende zaken en ontwikkelingen. Ten eerste is dit de eerste begroting waar de taakstelling Vijfheerenlanden niet meer in voorkomt.

Afgesproken is uit te gaan van het oplossen van de frictie in de periode 2019-2023 en die is daarmee afgerond. Ook de ingroei vanwege de nieuwe kostenverdeelsystematiek per 2019 komt niet meer terug. Het begrotingsjaar 2023 is het laatste jaar van de 5-jarige ingroei. Verder geldt dat in 2023 wordt gewerkt aan een aantal grote onderwerpen die hun doorvertaling zullen hebben op het beleid en de financiën van de VRZHZ. CAO De CAO-stijging zal hoger zijn dan waar de indexering vanuit is gegaan. In het Dagelijks Bestuur is besloten om, gegeven de adviezen van het kernteam en de auditcommissie, hiervan een melding te maken bij het aanbieden van de ontwerpbegroting 2024 aan de gemeenten. En hierop terug te komen bij de bestuursrapportages in 2024 als de omvang van de CAO 2024 bekend is. Kosten disagio en systeemwijziging Daarnaast speelt het vraagstuk van het oplossen van €500.000 aan kosten vanwege het oversluiten van de leningenportefeuille. Deze bestaat uit twee componenten, te weten het disagio van €210.000 en kosten systeemwijziging van €290.000. Deze €290.000 is gemiddeld voor de jaren 2022 t/m 2026. Op de lange termijn worden deze effecten ingelopen (omslagpunt in 2040 wanneer de kosten t.o.v. de afschrijvingsreeks voor de herfinanciering dalen). In 2023 wordt een voorstel uitgewerkt voor het structureel oplossen van deze kosten.

In het Dagelijks Bestuur is besloten om naar aanleiding van een overleg met de wethouders financiën te onderzoeken: 1. Of het deel disagio in 1x kan worden opgelost zodat er geen jaarlijkse structurele effecten zijn; 2. Voor de kosten systeemwijziging een egalisatiereserve te onderzoeken gekoppeld aan de voorstellen huisvesting. Hier wordt later nog op terug gekomen.

8

Investeringsplan Het meerjarig investeringsplan (MJIP) is uitgebreid met de jaarschijf 2027. De jaarschijf 2024 wordt met deze begroting vastgesteld. De jaarschijven 2025 - 2027 zijn ter kennisname. Jaarstukken 2022 2022 was voor de Veiligheidsregio wederom een bijzonder jaar. Evenals bij de gemeenten werd een grote inzet gevraagd ten behoeve de Oekraïne-crisis en de problemen rondom de vluchtelingen omvang. Tegelijkertijd konden de inspanningen rondom de COVID-crisis geleidelijk worden afgebouwd. Deze inzet werd gevraagd naast alle andere taken waarvoor de Veiligheidsregio verantwoordelijk is, waaronder de afhandeling van 3400 incidenten in onze regio. In 2022 is verder gewerkt aan de speerpunten vanuit het beleidsplan 2022-2025. Het voorziene financiële tekort is gelukkig gereduceerd. De inzet van deze crisis vraagt veel van de betrokken organisaties. Met het snel vormen van een projectorganisatie en het inhuren van mensen is ingezet op reduceren van de belasting op de staande organisatie. Echter dit bleek niet in alle gevallen en voor alle werkzaamheden mogelijk. Financieel resultaat Het financieel resultaat is per saldo negatief met €1.480.000. In 2021 is door de Veiligheidsregio een naderend financieel tekort gepresenteerd aan het bestuur. Hier is intensief over gesproken en daaropvolgend is een kader opgesteld voor de VRZHZ.

Dit heeft geleid tot besluitvorming in het algemeen bestuur van april en juni 2022. Het resulteerde in een structurele verhoging vanaf 2023 met € 2,26 miljoen en een prognose van een tekort over 2022 van € 2,16 miljoen. Het bestuur heeft de VRZHZ vanaf 2023 een structureel tekort toegekend en afgesproken het tekort van 2022 op basis van nacalculatie te verrekenen. Het bestuur heeft daarbij aan de VRZHZ gevraagd een grote inspanning te leveren om het tekort over 2022 te reduceren. Daarover is in de Burap van 2022 gerapporteerd. Samenvattend is het volgende overzicht te maken:

Het resultaat voor bestemming Het resultaat voor bestemming bedraagt € +1,54 mln. Het verschil ten opzichte van de prognose ten tijde van Burap-II (€ -1,76 mln) is te verklaren aan de hand van vier punten: 1. Ten eerste de verkoop van het pand aan de Romboutslaan. Deze verkoop was ten tijde van het opmaken van Burap-II nog niet bekend en levert per saldo een incidenteel voordeel van € 0,95 mln op;

9

2. 3.

4.

Op basis van bevindingen van de accountant ten aanzien van de vrijval van en dotaties in de reserves, zijn deze mutaties in de jaarrekening aangepast. Dit was bij het opstellen van Burap-II niet bekend en dat verklaart de verschillen; In 2022 zijn acties ingezet om het verwachte tekort over 2022 zoveel als mogelijk terug te dringen. Zo is onder andere een tijdelijke vacaturestop ingesteld, is gestopt met inhuur en is onderzoek gedaan naar het terugdringen van het aantal licenties. VR ZHZ is bij het opmaken van Burap-II zeer voorzichtig geweest over de resultaten daarvan. Uiteindelijk heeft het resultaat van deze acties geleid tot een extra besparing van € 1,21 mln ten opzichte van de prognose bij Burap-II; Transacties - baten die na het opstellen van Burap-II hebben plaatsgevonden, zoals bijvoorbeeld extra huuropbrengsten en opbrengsten cursussen. Dit verklaart een verschil van ca € 1,50 mln.

Het resultaat na bestemming Het resultaat na bestemming komt uit op -/- € 1,48 mln. De resultaatsbestemming is in meerdere categorieën te verdelen. 1. Vanwege eerder genomen besluiten zoals de nieuwbouw kazerne Papendrecht en de verkoop Romboutslaan; 2. Vanwege de wijzigingen in reserves als gevolg van bevindingen van de accountant. Hierdoor moeten reserves worden doorgetrokken naar 2023 of nieuwe reserves worden gevormd. Het gaat feitelijk om een administratieve handeling om gelden die al een bestemming hadden, ook in 2023 voor die bestemming in te kunnen zetten. In twee gevallen ging het om het omzetten van een voorziening naar een bestemmingsreserve; 3. Vanwege constateringen die gedaan zijn in 2022. Dit gaat met name over de onjuiste dekking voor de disagio en systeemkosten als gevolg van het oversluiten van de leningen. Zienswijze U wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen waarbij: - u aangeeft dat de meerkosten zorgen baren; - u VR ZHZ oproept om strak te sturen en maximaal in te zetten om de kostenstijging zoveel mogelijk te beperken ; - u VZHZ oproept om te blijven onderzoeken op welke wijze kostenreducti plaats kan vinden zonder in te boeten op het in het meerjarig beleidsplan vastgestelde kwaliteitsniveau; - u instemt met de voorgestelde bestemming van het jaarrekening resultaat van 2022.

10

E. GR Drechtwerk (risicoprofiel gemiddeld) Dit jaar is het laatste jaar waarin de GR Drechtwerk als zelfstandige regeling een P&Cdocument met haar deelnemende gemeenten deelt. Per 1 januari 2023 is Drechtwerk onderdeel van de GR Sociaal. Hiermee komt een einde aan een periode van 70 jaar zelfstandigheid voor Drechtwerk in verschillende hoedanigheden. De begroting 2024 voor Drechtwerk maakt onderdeel uit van de begroting van de GR Sociaal. Hieronder vindt u een toelichtende tekst op de jaarrekening 2022. Op deze jaarrekening worden de deelnemende gemeenten niet formeel verzocht een zienswijze kenbaar te maken. Ook vanuit de inhoud geredeneerd zien wij geen aanleiding om u voor te stellen alsnog een zienswijze kenbaar te maken. Jaarrekening 2022 De jaarrekening 2022 van de GR Drechtwerk laat een substantieel positief resultaat zien. Er is een positief rekeningresultaat van € 1.261.000 ten opzichte van de vastgestelde begroting 2022 (€ 626.000 ten opzichte van de 2e burap). Het Algemeen Bestuur heeft het voornemen dit resultaat als volgt te bestemmen: 1. Toevoeging algemene reserve € 324.000 t.b.v. (financieel) risico verlofsparen SW 2. Reservering door investering transitie HR pakket € 250.000 3.

Restitutie van € 687.000 aan de gemeenten van hun verliesbijdrage 2022 Bij de stemming van dit resultaat zien we dat er een bedrag van € 324.000 opgenomen wordt om het risico rondom het verlofsparen te ondervangen. Zoals Drechtwerk in haar jaarstukken heeft aangegeven, is de WerXaam BV van Drechtwerk verplicht om de per ultimo boekjaar opgebouwde verlofrechten te voorzien in de balans. Tot 2021 heeft de vorming van deze voorziening echter niet plaatsgevonden omdat WerXaam BV de kosten integraal kon doorberekenen aan de opdrachtevers. Gezien de significante omvang van de inmiddels opgebouwde verlofrechten is in samenspraak met de accountant om (conform wetgeving) de verlofrechten in 2022, net als in voorgaand jaar, op te nemen in de balans van WerXaam BV en de mutatie op de voorziening jaarlijks integraal door te berekenen aan de opdrachtgevers voor de periode van de detacheringsovereenkomsten. Wat betreft het HR-pakket is bij het opstellen van de jaarrekening duidelijk geworden dat dit vervangen moet worden. Dit kwam als een verrassing, maar het biedt wel de gelegenheid om met de Sociale Dienst Drechtsteden in gesprek te gaan over hoe de HR-systemen samengevoegd kunnen worden. Om deze uitdaging het hoofd te kunnen bieden is € 250.000 gereserveerd. Het restant van € 687.000 zal worden uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten. F.

GR NRIJ (risicoprofiel laag/gemiddeld) Het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde is een gemeenschappelijke regeling waarin de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard, Ridderkerk, Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht deelnemen. Het NRIJ heeft tot doel de natuur- en recreatiegebieden in deze efficiënt en effectief te beheren. Enkele jaren geleden besloten de gemeente Rotterdam en de Provincie Zuid-Holland uit het schap te treden. Met hen is er nu een langjarige subsidieregeling tot 2025. Hun bijdrage hierna is onzeker. De Provincie heeft in 2022 een nieuwe beheersubsidie vastgesteld voor natuur- en recreatiegebieden, waarop NRIJ na 2025 een beroep kan doen. De voorwaarden hierin zijn echter minder gunstig, waardoor er onvoldoende financiële middelen zullen zijn om de begroting volgens de huidige financiële methodiek sluitend te krijgen. Ook vervalt per 2025

11

de bijdrage van de gemeente Rotterdam. Om deze redenen zijn de bijdragen van beide uitgetreden partijen in de begroting op nul gezet. Staatsbosbeheer (SBB) verzorgt de uitvoering van de werkzaamheden van het schap. Dit gebeurt op basis van een samenwerkingsovereenkomst tussen SBB en het schap. Concept programmabegroting 2023 Ook de andere schappen in de Provincie Zuid-Holland hebben te maken met de teruglopende bijdragen van de Provincie. Daarom zijn er gesprekken met de Provincie gaande over een mogelijke voortzetting van de vergoeding. Dit wordt verwoord in een position paper. Daarnaast zijn er gesprekken met de gemeente Rotterdam (in voorbereiding). De gesprekken worden ingestoken vanuit het belang van de natuur- en recreatiegebieden voor zowel Provincie als Rotterdam. Deze gebieden worden immers zeker niet alleen bezocht door de inwoners van de deelnemende gemeenten. De gebieden spelen daarnaast een essentiële rol bij een duurzame toekomst voor de provincie in zijn geheel. Optimalisatierichtingen Sinds 2021 zijn eerste verkenningen uitgevoerd naar optimalisatierichtingen die kunnen bijdragen aan het opvangen van een daling van de subsidiebijdragen. De eerste serie van optimaliseringsvoorstellen is uitgewerkt en is en wordt doorgevoerd. Het streven is hiermee de taken en ambities van het NRIJ beter, goedkoper en efficiënter uit te voeren.

Om deze lagere beheerlast te kunnen realiseren, zijn en worden investeringen gedaan. Reserves In onze zienswijze op de ontwerp-begroting 2023 hebben we het bestuur van het NRIJ gevraagd meer inzicht te geven in de stand van de reserves en de aanspraken die daar in de (nabije) toekomst mogelijk op worden gedaan. In de jaarrekening is het belang van de reserves, gelet op het feit dat toekomstige financiële bronnen wegvallen of vooralsnog onzeker blijven, al benoemd. Dit komt ook in de aanbiedingsbrief bij de stukken weer naar voren. Vanaf 2025 zijn er onvoldoende financiële middelen om de begroting volgens de huidige methodiek sluitend te krijgen. Bij volledig wegvallen van de bijdragen van Provincie Zuid-Holland en gemeente Rotterdam is het zeer waarschijnlijk dat een beroep moet worden gedaan op de vrij besteedbare reserves. De vraag is dan nu meer welk effect dit heeft op het verloop van de reserves en des te meer welke actie wordt ondernomen om de bijdragen van Rotterdam en Provincie (deels)veilig te stellen en welke andere maatregelen worden onderzocht. Deelnemerbijdrage Voor de prijsstijging op de ramingen voor 2024 is een indexatie van 8,4% toegepast. De deelnemersbijdrage is ook met 8,4% geïndexeerd. De deelnemersbijdrage van Hendrik-IdoAmbacht stijgt hiermee van € 241.864 in 2023 naar € 264.186 in 2024.

Concept jaarstukken 2021 De jaarrekening 2021 sluit met een positief resultaat van € 98.068. Het AB wordt voorgesteld dit bedrag toe te voegen aan de algemene reserve. Zienswijze De zienswijze gaat met name in op de volgende onderdelen: - het blijvend inzetten voor het belang van groen en natuur in de directe

nabijheid van onze stedelijke omgeving;

-

het verzoek om ons nauw te betrekken in de keuzes die gemaakt moeten worden in het kader van de bezuinigingen en optimalisaties; de oproep aan het schap zich blijvend in te spannen om de taakstellingen te behalen;

12

-

de oproep om in het derde kwartaal van dit jaar met een strategische financiële doorkijk te komen; de gesprekken met de Provincie en Rotterdam scherp te voeren en ons op de hoogte te houden van de uitkomsten.

G. Bureau Openbare verlichting (risicoprofiel laag) Algemeen De gemeenschappelijke regeling Bureau OVL Lek-Merwede is een gemeenschappelijke regeling met de taak om het beheer en onderhoud van de openbare verlichting voor haar deelnemende gemeenten uit te voeren. Bureau OVL fungeert ook als het kenniscentrum voor de deelnemers en voert in opdracht van de gemeente projecten uit. Jaarverslag 2022 Toetreding tot de WSGO Vanuit het oogpunt van goed werkgeverschap en rechtsgelijkheid is op 1 april 2022 Bureau OVL als gemeenschappelijke regeling toegetreden tot de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (hierna: WSGO). Met deze toetreding is met terugwerkende kracht de cao WSGO van toepassing verklaard op alle werknemers van Bureau OVL vanaf 1 januari 2022. De toetreding tot de WSGO zorgt dat de cao afspraken voor gemeenteambtenaren ook van toepassing zijn op werknemers van onder andere gemeenschappelijke regelingen. Zij zijn immers een verlengstuk van de gemeente. Verandering in het bestuur In 2022 hebben de gemeenteraadsverkiezingen plaatsgevonden. Dit zorgt voor een nieuwe samenstelling van het algemeen- en het dagelijks bestuur van Bureau OVL. Het nieuwe algemeen bestuur bestaat uit; J. Quik (Molenlanden), R. Lafleur (Hendrik-Ido-Ambacht), T. Meijdam (Vijfheerenlanden), M. de Boer (Gorinchem), A. Janssen (Papendrecht) en A.

Meerkerk (Hardinxveld-Giessendam). Het Dagelijks Bestuur wordt gevormd door de eerste drie genoemde personen. Nieuwe onderhoudsaannemer CityTec Eind 2021 is een nieuwe bestek “Raamovereenkomst Instandhouding openbare Verlichting” op de markt gezet. Dit bestek is begin maart 2022 aanbesteed, waarna het werd gegund op prijskwaliteit aan de firma CityTec. CityTec is per 1 april 2022 de nieuwe contractaannemer voor storing- en calamiteiten herstel. Het aantal klachten over niet brandende verlichting is flink afgenomen. CityTec heeft in haar aanbestedingsbelofte aangegeven om bij iedere lampstoring de lamp direct te vervangen of als dit niet mogelijk is, een tijdelijk armatuur te plaatsen. Er brandt dus binnen gestelde responstijden altijd weer licht. Behalve als er een storing zit in het netwerk van de netbeheerder Stedin. Herschrijven van statutaire stukken Verschillende statutaire documenten zoals de dienstverleningsovereenkomst, archiefbeheer, financieringsstatuut, uittreedregeling en controleverordening zijn opnieuw opgesteld in 2022. Deze stukken zijn voor het laatst aangepast in 2011 en 2012 waardoor de documenten verouderd zijn. De documenten zijn inhoudelijk niet gewijzigd, maar aangepast en of geactualiseerd zodat deze weer voldoen aan de huidige wet- en regelgeving.

Beheergegevens In 2021 had onze gemeente 7341 lichtobjecten met 694 regulier storingen, in 2022 had onze gemeente met 7577 lichtobjecten 679 reguliere storingen. Dit is een krimp van 2,16% in het 13

aantal reguliere storingsmeldingen. De daling in het aantal storingen komt door het vervangen van oude conventionele verlichting door ledverlichting. Financieel Het resultaat van Bureau OVL voor 2022 staat nu geprognosticeerd op € 37.441. Het voorstel aan het AB is om het gerealiseerde resultaat ten gunste van de bestemmingsreserve bedrijfsvoering te laten vallen om het weerstandsvermogen aan te vullen. In de financiële verordening is in artikel 11, lid 1 opgenomen dat het gewenste weerstandsvermogen in de vorm van een algemene reserve 30% dient te bedragen van het totaal aan gemeentelijke bijdragen per lichtobject. Het weerstandsvermogen zou dit boekjaar €187.000,- moeten zijn om hieraan te voldoe. Het is op dit moment echter €100.000,-. Met dit voorstel wordt naar het beoogde weerstandsvermogen toegewerkt. Herziene begroting BOVL 2023 Stijging van de kosten in 2023 Door een aantal ontwikkelingen zijn de kosten van Bureau OVL behoorlijk gestegen. Met deze stijging kon geen rekening gehouden worden tijdens het opstellen van de originele begroting 2023. Definitief akkoord cao SGO 2023 Begin 2022 is de gemeenschappelijke regeling Bureau OVL Lek-Merwede toegetreden tot de WSGO waardoor de cao SGO van toepassing is op de medewerkers van Bureau OVL. De cao SGO sluit aan op de cao gemeenten.

Door het ingaan van de nieuwe cao SGO in april 2023 stijgen de loonkosten met €31.482,Opleidingskosten ingevoerd Sinds het afgelopen jaar is een aantal medewerkers van Bureau OVL gestart met een opleidingstraject. In de voorgaande jaren is er geen budget vrijgemaakt voor opleidingen en trainingen van de medewerkers. In de aangepaste begroting 2023 is €7.000,- structureel opgenomen voor opleidingen en trainingen. In 2023 wordt dit budget eenmalig verhoogd naar €15.000,- om een inhaalslag met opleidingen en trainingen voor de medewerkers te maken. Opzet installatieverantwoordelijkheid binnen Bureau OVL In 2022 is op verzoek van de deelnemende gemeenten de installatieverantwoordelijkheid (hierna: IV) van elektrische installaties ondergebracht bij Bureau OVL. Dit traject was in 2019 gestart, maar door de organisatieproblemen in de koelkast beland. In 2022 heeft Bureau OVL dit weer opgepakt. Er is een handboek opgesteld voor IV-schap en er worden inspecties voor de NEN-3140 uitgevoerd. Voor 2023 zal het IV-schap organisatorisch worden voorbereid onder begeleiding van een extern adviseur. Hiervoor is extra budget opgenomen onder beheerskosten voor een bedrag van totaal € 44.000, - om de organisatie goed in te kunnen richten.

Hogere advieskosten HR & Finance In 2023 is er een nieuw contract afgesloten met een HR-adviseur en een adviseur finance, deze externe-adviseur geeft periodiek advies aan het bestuur op de rechtmatigheid van de uitgaven van Bureau OVL. Daarnaast is deze adviseur in samenspraak met juristen de gemeenschappelijke regeling aan het herschrijven. Voor de adviseur finance en de HRadviseur is gezamenlijk bedrag begroot van € 26.500,-. Financieel Op aangeven van de provincie Zuid-Holland en op verzoek van verschillende deelnemende gemeenten zijn de kosten voor 2023 geïndexeerd. De volgende kosten zijn aangepast:

14

-

Huisvestingskosten 4% i.v.m. hogere energiekosten Beheerlasten 2 % i.v.m. duurdere licenties Afschrijvingen 8,5 % i.v.m. hogere afschrijvingskosten investeringen Algemene kosten 30% i.v.m. hogere kosten accountant, advies kosten en opleidingskosten. De post onvoorzien is gereduceerd met € 19.400, - Totaal meer benodigd € 29,500, -.

-

Bovenstaande items zorgen tezamen met de hogere personeelskosten als gevolg van de nieuwe CAO voor een noodzakelijke verhoging per lichtobject van € 11,06 naar €12,10. Hiermee stijgt de bijdrage van onze gemeente van €84.951,86 met €7.988,24 naar €92.940,10. Begroting BOVL 2024 Ontwikkellingen Het in 2023 voortgezette verbetertraject zal ertoe leiden dat er voor 2024 een goede structuur is neergezet, waardoor de samenwerking tussen Bureau-OVL, de gemeenten en de aannemer een dynamisch geheel kan zijn. Deze samenwerking wordt gekenmerkt door de beheersbare processen, tevreden opdrachtgevers én inwoners. Samenwerken naar een nieuwe, stabiele basis is een gezamenlijk belang. Door een onderlinge, open communicatie tussen beheerders en medewerkers van Bureau-OVL werken we aan een gezamenlijke doelstelling, verbeteren van de dienstverlening, rust en consolidatie. Eind 2022 en begin 2023 zijn de gemeentelijke meldsystemen FIXI via een API gekoppeld aan het beheersysteem MOON, zodat de meldingen eenduidig en compleet in beeld zijn en als zodanig worden bewerkt en afgehandeld. Loonkosten en personeel In 2023 is naar aanleiding van de overeenkomst tussen de werkgevers VNG en WSGO en de bonden een flinke loonstijging afgesproken. Dit leidt voor bureau OVL tot een gemiddelde loonsomstijging van 5,6%.

In de begroting 2024 is rekening gehouden met nog eens een stijging van 3,5% op loonkosten. Daarnaast is er ruimte gecreëerd voor een extra directievoerder. Financieel Het gemeentelijke voorschot per lichtpunt bedraagt in 2024 €12,10. Dit is gelijk aan het voorschot per lichtpunt in de herziene begroting 2023. Zienswijze Bureau OVL is de afgelopen jaren druk bezig geweest met orde op zaken stellen binnen hun eigen organisatie. Bureau OVL zet zich goed in om de installatieverantwoordelijkheid voor de openbare verlichting op zich te nemen waardoor wij voldoen aan de NEN-normen. Daarnaast daalt het aantal meldingen en houden ze de afspraken met de onderhoudsaannemer goed in de gaten. Verder is het goed te zien dat Bureau OVL ook haar medewerkers goed opleidt voor de taken die ze uitvoeren voor de gemeente, zeker nu die taken met het IV-schap uitbreiden. Voorgesteld wordt om een positieve zienswijze in te dienen waarbij: -

we begrip tonen dat resultaat aan weerstandsvermogen wordt toegevoegd om kwetsbaarheden in bedrijfsvoering te kunnen opvangen; we positief zijn ten opzichte van de verbeteringen die door Bureau OVL zijn doorgevoerd en die leiden tot betere dienstverlening en solide organisatie we aandacht vragen om risico’s op toekomstige kostenstijgingen goed te monitoren waardoor we niet voor verassingen komen te staan. 15

H. Gevudo (risicoprofiel laag) In voorgaande jaren stuurde de GR Gevudo de ontwerpbegrotingen en jaarrekeningen een aantal weken eerder toe dan de andere GR-en waaraan onze gemeente deelneemt. Dit jaar vond besluitvorming over de P&C-documenten later plaats waardoor de GR Gevudo meegenomen kan worden in het gebruikelijke parapluvoorstel voor alle andere GR-en. Ontwerpbegroting 2024 De ontwerpbegroting 2024 van de Gemeenschappelijke Regeling 'Gemeenschappelijke Vuilverwerking Dordrecht en Omstreken' (Gevudo) presenteert voor 2024 een sluitende exploitatie. Deze sluitende exploitatie is gebaseerd op de geijkte systematiek waarbij de begrote eigen kosten van de GR verrekend worden met de garantstellingsprovisie vanuit HVC die de GR Gevudo weer doorstort naar haar deelnemers. Zoals inmiddels een aantal jaren bekend is, voert de GR Gevudo geen operationele taken op het gebied van afval meer uit en heeft daarmee het karakter gekregen van een 'houdstermaatschappij'. De GR bezit 529 aandelen van de N.V. HVC en kan onder meer in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders invloed uitoefenen wanneer over zaken wordt beslist die maatschappelijke en financiële belangen van de deelnemers in de GR raken. De GR Gevudo is net als voorgaande jaren nog steeds de grootste aandeelhouder.

Echter, door toetreding van nieuwe aandeelhouders zoals Haarlem en Zandvoort (in 2023) is het belang gedaald naar ongeveer 14,5% van de 'aandelen A'. Er is hiermee geen sprake van een doorslaggevende stempositie. Overigens blijft toetreding van nieuwe aandeelhouders tot HVC ook in 2024 mogelijk. Het is van belang met andere aandeelhouders het gezamenlijke draagvlak en de invulling van het partnerschap met HVC te blijven bepalen. Daarnaast is van belang dat zittende aandeelhouders meer 'aan de voorkant' betrokken worden bij afwegingen. Mede in het licht hiervan is de GR Gevudo voorstander van de oprichting van een aandeelhouderscommissie die overleg met de directie van HVC voert en in gezamenlijkheid de agenda en voorstellen voor aandeelhoudersvergaderingen voorbereidt. De deelnemende gemeenten ontvangen nog steeds jaarlijks garantstellingsprovisie vanuit de GR Gevudo, die deze op haar beurt van HVC ontvangt. Net als vorig jaar zien we als gevolg van toetreding van nieuwe aandeelhouders een dalende trend van de inkomsten uit deze provisie. De GR Gevudo begroot over 2024 nog indicatief € 810.000 uit te keren aan haar deelnemers. Voor 2023 is dit bedrag geraamd op € 888.000. Jaarrekening 2022 Het financiële resultaat van de jaarrekening 2022 is nihil. Daarnaast gaat de GR Gevudo op nagenoeg dezelfde ontwikkelingen als bij de begroting 2024 in.

Zienswijze Op basis van de voorliggende P&C-documenten zien wij geen aanleiding voor te stellen een zienswijze kenbaar te maken. De daling van de garantstellingsprovisie is verklaarbaar en de GR Gevudo stelt zich voldoende actief op in het behartigen van de aandeelhoudersbelangen. Hierbij weegt zij zakelijke belangen zorgvuldig af tegen de inhoudelijke klantrelatie met HVC. Vanuit dit perspectief is er dan ook geen sprake van majeure (financiële) veranderingen ten opzichte van het vorige of huidige jaar. Wij stellen daarom voor geen zienswijze kenbaar te maken op de ontwerpbegroting 2024 van de GR Gevudo.

16

DEEL B Wijzigingen Wet gemeenschappelijke Regelingen Wet Gemeenschappelijke Regelingen De raad heeft een kaderstellende en controlerende rol ten aanzien van gemeenschappelijke regelingen. Vorige jaar meldden wij u in deze zelfde toelichting bij het verzamelvoorstel al dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per 1 juli 2022 zou wijzigen. Inmiddels is dit gebeurd. Het belangrijkste doel van deze wijziging is de rol van de raad in de gemeenschappelijke regelingen te versterken. Sommige wijzigingen zijn direct ingegaan, voor andere wijzigingen geldt een implementatie van twee jaar. Daarvoor loopt een proces met onze GR-en. Per 1 juli 2024 moeten de gemeenschappelijke regelingen zijn aangepast op deze wetswijziging. De wijzigingen zijn onder te verdelen in drie categorieën: 1. De versterking van de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen. Dat betreft het recht op uiten van zienswijze bij vorming van een GR; de verplichting van een GR tot duiden welke besluiten vatbaar zijn voor zienswijze; mogelijkheid tot vormen van een gemeenschappelijke raadsadviescommissie (incl. vergoeding) en afspraken over burgerparticipatie. 2. De introductie van aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden. Dat zijn het recht op onderzoek/enquête en het (verduidelijken van) onderzoeksmogelijkheden voor lokale rekenkamers. 3.

Het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling. Daarbij gaat het om afspraken over evaluatie, uittreding en aanpassing van de begrotingscyslus. Belangrijkste wijzigingen Hieronder vindt u een kort overzicht van de belangrijkste wijzigingen: Verankering in de Wgr; in de praktijk al geïmplementeerd Met sommige van onze Gemeenschappelijke regelingen (GR-en) hadden wij al aanvullende afspraken gemaakt over sturing en transparantie. Deze zijn nu wettelijk in de Wgr verankerd: - de oude Wgr richtte zich op het uiten van een zienswijze op de ontwerp begroting. De nieuwe Wgr geeft de mogelijkheid tot zienswijze ook op andere besluiten dan de ontwerpbegroting. Wij hadden al met diverse van onze GR-en de afspraak dat we een zienswijze konden uitbrengen op de bestemming van het jaarrekeningresultaat. - De nieuwe Wgr stelt dat het DB schriftelijk moet aangeven wat met de zienswijzen is gebeurd voordat besluitvorming in AB plaatsvindt . Hoewel dit niet in de oude Wgr stond, hadden wij vanwege transparantie die afspraak al. Zienswijzen bij treffen/wijzigen college- en/of burgemeestersregeling In de nieuwe Wgr is een verplichte zienswijze van de gemeenteraad toegevoegd bij het treffen of wijzigen van een college- en/of burgemeestersregeling. Dit komt in de praktijk niet vaak voor.

Deze zienswijze past eveneens binnen de manier van werken zoals vastgelegd in onze huidige nota verbonden partijen. Aangepaste termijnen In de nieuwe Wgr is een aantal termijnen aangepast binnen de begrotingscyclus van

17

verbonden partijen. Het is nog niet duidelijk wat dit in de praktijk gaat opleveren. Zo is sprake van: - een verruimde zienswijze termijn die valt midden in het zomerreces en tellen de 12 weken ook nog eens terug vanaf het moment dat het dagelijks bestuur (DB) uw zienswijze met DB-reactie aanbiedt aan het Algemeen Bestuur. De verruiming van het aantal weken had juist als doel om de gemeenteraden meer gelegenheid te bieden om desgewenst de zienswijze af te stemmen met collega gemeenteraden (samen een vergelijkbare reactie ter zienswijze inbrengen). Het is onduidelijk wanneer die regionale afstemming van gemeenteraden in de praktijk kan plaats hebben; - een verplaatsing van de aanlevering van de kadernota van GR-en van 15 april tot 30 april. Dat geeft GR-en meer ruimte, maar deze datum ligt (te) laat ten opzichte van de planning van ons jaarlijkse verzamelvoorstel over verbonden partijen. Instellen adviescommmissie Ten aanzien van het instellen van een adviescommissie bij een GR geldt dat u wellicht niet de behoefte heeft deze bij elke GR in te stellen. Een optie kan zijn om een adviescommissie in te stellen maar deze alleen te activeren bij zeer zwaarwegende en uitzonderlijke te nemen besluiten. Indien nodig kan er dan snel gebruik van worden gemaakt.

De adviescommissie kan alleen ingesteld worden indien alle raden van de deelnemende gemeenten (en provincie in geval van de GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid) hiermee instemmen. Actieve informatieplicht bestuur samenwerkingsverband In de nieuwe Wgr is de actieve informatieplicht door het bestuur van het samenwerkingsverband vastgelegd. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden vastgelegd over de wijze waarop informatie wordt aangeleverd. In de commissies in Hendrik-Ido-Ambacht is het agendapunt ' uitwisseling regionale samenwerking' in ieder geval al een optie om actuele informatie uit te wisselen. Versterking positie rekenkamer en regionaal enquêterecht Lokale rekenkamer/rekenkamercommissies of gezamenlijke rekenkamers hebben de mogelijkheid om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling. Het gaat hier om een verduidelijking van bestaande wettelijke bevoegdheden. Daarnaast wordt in de nieuwe Wgr het regionaal enquêterecht vastgelegd. Gezamenlijke gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen krijgen het recht van onderzoek, over de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling.

Burgerparticipatie In de nieuwe Wgr wordt een verplichting opgenomen om vast te leggen of en zo ja op welke wijze inwoners de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd. Afspraken over evaluatie en uittreding In de nieuwe Wgr worden afspraken gemaakt over evaluatie van een gemeenschappelijke regeling. Ook worden afspraken vastgelegd over de gevolgen van uittreding voor het vermogen van de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Er kan niet langer worden volstaan met de afspraak dat het (algemeen) bestuur de uittredingsvoorwaarden vaststelt. Vervolg Het kan zo zijn dat in de praktijk sommige wijzigingen niet tot (grote) veranderingen leiden. Voor andere wijzigingen kan dat wel zo zijn. In dat geval wordt de GR tekst of een werkwijze aangepast.

18

Als gevolg van de nieuwe Wgr werken gemeenschappelijke regelingen nu aan nieuwe GRteksten. De verwachting is dat in het najaar van 2023 de tekst van iedere gemeenschappelijke regeling moet worden aangepast op de nieuwe wetgeving. Voor GR OZHZ, GR VR, DG&J en NRIJ is dit al in gang gezet. Actualiseren Visie op regionale samenwerking en Nota Verbonden Partijen In het coalitieprogramma is aangegeven dat de Visie op Regionale Samenwerking en de Nota Verbonden partijen worden geactualiseerd. In de nieuwe nota worden (de gevolgen van) de wijzigingen van de Wgr meegenomen. In het najaar willen wij hierover met u in gesprek op basis van concept-stukken.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12749402/1