Bijlage bij raadsvoorstel 7.1 Toelichting zienswijze per verbonden partij
Tekst van het document
Bijlage bij het raadsvoorstel ten behoeve van de zienswijzen Mei/juni 2021 Inleiding Een belangrijk sturingsinstrument voor de raad is de begroting van een verbonden partij. In onze Nota Verbonden Partijen is opgenomen dat het college de gemeenteraad in de gelegenheid stelt om zienswijzen op begrotingen in te dienen. In april hebben de gemeenschappelijke regelingen hun concept begroting 2022 en concept jaarstukken 2020 aan ons toegestuurd. Via het raadsvoorstel worden deze stukken in één keer, met één raadsvoorstel aan u voorgelegd, voor zover van toepassing vergezeld van een concept zienswijze. Om het raadsvoorstel overzichtelijker te maken hebben wij de algemene opmerkingen over de verbonden partijen en de toelichting per verbonden partij in deze bijlage opgenomen. Algemene opmerkingen Risicoprofiel Er is veel variatie in financiële en bestuurlijke belangen bij de verbonden partijen. Daardoor kan de wijze en de mate van sturing per verbonden partij verschillen. In dat kader is in de Nota Verbonden Partijen gekozen voor een methodiek waarbij door een risicoanalyse per partij een risicoprofiel wordt bepaald. Dit risicoprofiel vormt de basis voor het sturingsarrangement dat we inzetten. Hoe groter het risico des te hoger onze intensiteit van sturing. Dit wordt zichtbaar gemaakt in de onderstaande figuur, die ontleend is aan de Nota Verbonden Partijen.
Begrotingen 2022 De mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen bestaat op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De wet is in 2015 gewijzigd om gemeenteraden beter in positie te brengen. De algemeen besturen van de afzonderlijke GR-en stellen de jaarstukken en begroting vast. Het algemeen bestuur hoeft de ingediende zienswijzen echter niet over te nemen. De ons toegezonden begrotingen zijn over het algemeen ‘beleidsarm’; er zijn geen majeure of afwijkende beleidsvoorstellen opgenomen. Desalniettemin geldt voor de begrotingen van de GR Drechtsteden (SDD) en voor de Dienst Gezondheid & Jeugd (SOJ) dat de totale omvang en de groei van de uitgaven op zichzelf een zienswijze wenselijk maken. De effecten van deze begrotingen worden in de gemeentelijke begroting 2022 verwerkt. Op een aantal punten wordt nog specifiek bij de raad teruggekomen met nadere besluitvorming of informatie, zoals bij geactualiseerde begrotingen. Jaarstukken 2020 De jaarstukken kunnen een voorlopige status hebben, bijvoorbeeld in verband met afrekeningen of herverdelingsvraagstukken die nog spelen. Ook uit de accountantscontrole kunnen nog wijzigingen naar voren komen waardoor de jaarstukken moeten worden aangepast. De vaststelling van de jaarstukken is aan het algemeen bestuur van de GR.
Indien er bijzonderheden over de jaarstukken zijn, is dit als extra onderwerp verwerkt in de zienswijzebrief. Toelichting per verbonden partij
A. GR Drechtsteden (risicoprofel hoog) Begroting 2022 De primaire begroting 2022 is een staand beleid begroting. De begroting bevat geen voorstellen voor nieuw en/of aangepast beleid. De begroting is daarmee een financiële doorvertaling van afgeronde besluitvorming door de Drechtraad en van autonome ontwikkelingen in de taakgebieden van de sociale dienst en de andere GRD-dochters. Het is niet duidelijk wat de financiële consequenties van de corona crisis in 2022 voor de GRD-begroting zijn. Om die reden zijn in deze begroting 2022 daarvoor geen extra middelen opgenomen. In de begroting van de sociale dienst is toegelicht wat de verwachte doorwerking is voor klantaantallen en de vraag naar voorzieningen. De Drechtraad wordt regelmatig geïnformeerd over de inhoudelijke en budgettaire ontwikkelingen. Sociaal domein Het Drechtstedenbestuur heeft medio 2020 een nieuw financieel kader voor het sociaal domein vastgesteld. In februari 2021 is vervolgens een uitgangspuntennotitie vastgesteld, met aanvullende besluitvorming in april 2020. Deze uitgangspuntennotitie is als bijlage F bij de begroting gevoegd. De primaire begroting 2022 is een staand beleid begroting. De begroting bevat geen voorstellen voor nieuw en/of aangepast beleid.
Het is nog niet duidelijk hoelang de coronacrisis nog gaat duren wat de effecten van de mogelijke afbouw van steunmaatregelen vanuit het Rijk zijn, en wat dan de financiële consequenties in 2022 voor de GRD-begroting zijn. Om die reden zijn in deze begroting 2022 daarvoor geen extra middelen opgenomen. Aan de begroting zijn verschillende ramingsuitgangspunten gesteld. De belangrijkste zijn: De ramingsuitgangspunten zijn beleidsneutraal en bevatten alleen autonome groei De raming is gebaseerd op de laatste ramingen van het CPB van maart 2021 In de meerjarenraming 2023-2025 wordt rekening gehouden met de bandbreedte van planningsonzekerheid van 2% per jaar cumulatief Taakstelling Voor 2020 was een taakstelling voorzien van € 3,6 mln. Ten behoeve van de realisatie van deze taakstelling zijn verschillende beheersmaatregelen ingezet. Het gaat om versobering van de baanbonus, beperking van de Drechthopper uren, eigen bijdrage individuele begeleiding/dagbesteding, verlaging bijdrage collectieve aanvullende zorgverzekering en schrappen van de Drechthopper als algemene voorziening 75+. Per 1 oktober zou de SDD ook stoppen met regionale inzet van de adviseur geldzaken. Dordrecht heeft echter aangegeven deze activiteiten voor eigen rekening te zullen voortzetten. Daarmee worden de frictiekosten tot een minimum beperkt.
Door middel van de structurele verlaging van het budget inkomensondersteuning met € 0,9 mln is de volledige taakstelling van € 3,6 mln structureel volledig ingevuld. Groeiagenda Met ingang van 1 januari 2020 wordt de ambtelijke uitvoeringsorganisatie vanuit de gemeente Dordrecht gestuurd. Het budget was nog opgenomen in de GRD-begrotingen van 2021, maar is inmiddels overgeheveld naar de gemeente Dordrecht en komt daarom niet terug in begroting 2022. Zienswijze begroting 2022 De concept-zienswijze is grotendeels gericht op de problematiek in het sociaal domein. In de zienswijze geven wij aan beleidsarme begroting en reële ramingen te ondersteunen. We constateren ook dat de kosten enorm toenemen en zelfs de -2% lijn voor gemeenten niet meer gedekt kan worden. Om die
reden dwingen wij erop aan in ieder geval op de onderkant van de marge van de -2% lijn aan te sturen en zo mogelijk handvatten aan te reiken voor extra sturingsmogelijkheden. U wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen waarin daarnaast wordt gevraagd: 1. Het gesprek over fundamentele keuzes in het sociale domein op korte termijn te gaan voeren in de Drechtraad en het toekomstige algemeen bestuur van de nieuwe GR 2. Concrete sturingsinformatie per gemeente (in aantallen én bedragen) voor alle gemeenten toegankelijk te maken (bijvoorbeeld via het dashboard) zodat gemeenten goed invulling kunnen geven aan hun nieuwe rol 3. Alle noodzakelijke inspanningen te plegen om binnen de gestelde bandbreedte van planningsonzekerheid te blijven (2% per jaar cumulatief) 4. Om een toelichting op de toekomstige inrichting van de onderdelen Beleid en Bestuur en de Regiogriffie, inclusief een financiële toelichting op waar de kosten worden belegd en hoe deze er meerjarig uit zullen gaan zien. 5. Om het tijdpad voor de transitie niet leidend te laten zijn boven zorgvuldigheid en om stukken, waarop gemeenten om een zienswijze of advies worden gevraagd, tijdig genoeg naar gemeenten te sturen zodat deze tot een gedegen zienswijze/advies kunnen komen. Jaarstukken 2020 Het jaarresultaat bij de jaarrekening 2020 bedraagt € 309.000 positief.
Het resultaat is de uitkomst van de verschillende resultaten van de GRD dochters: De Regiogriffie heeft de haar toegekende budgetten niet geheel benut. Het resultaat van de SDD bedraagt per saldo, ten opzichte van de 2e bestuursrapportage 2020, afgerond € 491.000 positief. Dit positieve resultaat wordt in zijn geheel vertaald in een financieel voordeel voor de gemeenten. De taakstelling over 2020 van 3,6 mln is structureel volledig ingevuld. In 2020 heeft het IBD, in lijn met de vastgestelde begroting, een financieel resultaat behaald van nihil. Het Servicecentrum Drechtsteden sluit 2020 af met een incidenteel positief resultaat van € 286.000. Het GBD/OCD af met een negatief saldo van in totaal € 332.000. Redenen hiervoor zijn onder meer de extra inzet vanwege de corona crisis, het tot stand komen van de digitale balie belastingen, extra werkzaamheden voor de uitvoering van de WOZ en de ontwikkeling van het Smart Data Center. De voorlopige gemeentelijke bijdrage van onze gemeente bedraagt € 16.109.000. De definitieve jaarresultaten over 2020 van de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) én de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) nog niet opgenomen in de conceptjaarstukken 2020 GRD. Ook de actualisatie van de voorziening dubieuze debiteuren wordt op een later moment nog bepaald.
De definitieve gemeentelijke bijdragen over 2020 kunnen daarom nog afwijken. Resultaatbestemming Het te bestemmen resultaat bij de jaarrekening 2020 bedraagt € 0. Bij alle programmaonderdelen is sprake van resultaatbepaling. Bij deze onderdelen worden de vaste financieringsafspraken, inclusief de afrekening met de gemeenten, reeds in de jaarrekening verwerkt, bij wijze van resultaatbepaling. Er is dan geen te bestemmen resultaat meer.
Zienswijze jaarrekening 2020 Omdat er over het jaar 2020 geen te bestemmen resultaat is behaald, wordt voorgesteld geen zienswijze over de jaarstukken in te dienen.
B. GR Dienst Gezondheid & Jeugd (risicoprofiel hoog) Begroting 2022 DG&J De begroting 2022 is opgesteld conform de uitgangspunten van de door het algemeen bestuur vastgestelde kaderbrief 2022 en bevat tevens een meerjarenraming voor de periode 2023-2025. In de begroting zijn twee inhoudelijke voorstellen verwerkt die leiden tot een aanpassing van de inwonerbijdrage voor het organisatieonderdeel DG&J. Het betreft het structureel maken van extra middelen voor het Meldpunt Zorg & Overlast en het vrijmaken van incidentele en structurele middelen voor het programma seksuele gezondheid. De voorstellen zijn nog niet verwerkt in de inwonersbijdrage. De gemeenteraden wordt gevraagd in de zienswijze aan te geven of en welke van deze voorstellen ondersteund worden. Indien gemeenten hiermee instemmen stijgt de inwonersbijdrage voor het jaar 2022 naar € 134.150. Hiervan is € 128.350 structureel. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht betekent dit dat de inwonerbijdrage voor 2022 voor DG&J (€ 8.570.356) wordt opgehoogd met € 7.514. De begroting 2022 van DG&J is volgens de kaders zoals deze in de kaderbrief 2022 zijn aangegeven geïndexeerd, wat betekent dat de lonen met 1,3% zijn geïndexeerd en de materiele budgetten met 1,5%. Voor de SOJ is rekening gehouden met indexatie naar prijspeil 2022 van 1,34 procent.
SOJ In maart 2021 heeft het bureau Its Public een benchmark gepubliceerd over hoe de tekorten in de jeugdzorg over Nederland zijn verdeeld. Dit rapport is als bijlage bij het raadsvoorstel gevoegd. Het doel van de benchmark is om de tekorten in alle Nederlandse gemeenten objectief te bekijken. Daarbij is gekeken naar de rijksinkomsten versus gemeentelijke uitgaven in het jaar 2019. Uit de benchmark komt naar voren dat het procentuele tekort voor jeugdzorg in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht op 13% ligt (0,8 mln). In de jeugdzorgregio Zuid-Holland Zuid ligt het tekort tussen de 4% en 16%. Landelijk bedraagt het tekort gemiddeld 30%. Opvallend is dat er verschillen in tekorten kunnen zitten tussen gemeenten die in dezelfde inkooporganisatie werken waar gemeenten met dezelfde contract- en tariefafspraken werken. Dit geldt ook voor Zuid-Holland Zuid. In april 2021 heeft de Rijksoverheid aangegeven een bijdrage van € 600mln beschikbaar te stellen aan gemeenten ten behoeve van jeugdzorg, waarvan een deel in de vorm van een specifieke uitkering. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht gaat het om een bedrag van circa € 1 mln (exclusief ons deel in de specifieke uitkering gaat het om een bedrag van € 850.000). Hiermee erkent het Rijk de financiële knelpunten in de jeugdzorg die eerder al door het rapport van AEF zichtbaar zijn gemaakt.
Deze bijdrage verlicht de financiële druk op gemeenten, waaronder ook de onze. De begroting van de SOJ gaat ervan uit dat de reeds voorziene kostenbesparing gerealiseerd wordt met de maatregelen uit het aanjaagplan. Daarvoor zijn gemeenten afzonderlijk, gemeenten gezamenlijk, Serviceorganisatie en Stichting Jeugdteams verantwoordelijk. De maatregelen uit het aanjaagplan die door de SOJ worden uitgevoerd zijn opgenomen in de begroting 2022. Eerste effecten van de uitvoering van het aanjaagplan zijn inmiddels zichtbaar. Zo heeft Stichting Jeugdteams een evaluatie van het programma Anders Zorgen aangeboden aan de SOJ en gemeenten. Voor gemeenteraden wordt door dit
soort evaluaties zichtbaar welke concrete stappen er worden gezet om de doelstellingen uit het aanjaagplan te realiseren. De reële mogelijkheid bestaat dat de voorziene kostenbesparing niet wordt gerealiseerd. Om die reden werkt de SOJ met scenario's. Naast het basisscenario's (1) primaire begroting realiseren besparingen (vorig jaar scenario 2a) worden voor de jaren 2022-2025 de volgende scenario's berekend. Scenario 2 gaat uit van uitgaven in 2021 conform uitgaven 2020 en realiseren besparingen vanaf 2022. Scenario 3 gaat ervan uit dat de kosten de komende jaren hetzelfde blijven als in 2020. Gemeenteraden worden gevraagd aan te geven of zij het wenselijk achten de begroting op een ander scenario dan scenario 1 te baseren. Jaarstukken 2020 Uit de jaarstukken komt naar voren dat DG&J een positief resultaat kent van € 128.000 als gevolg van financiële afwikkelingen in 2020 die betrekking hadden op eerdere jaren. Het AB stelt voor dit bedrag aan de deelnemende gemeenten uit te keren. Zienswijze U wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen waarin specifiek aandacht wordt gevraagd voor de volgende punten: Ten aanzien van de begroting 2022 van het onderdeel Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) 1. Met het structureel maken van de incidentele extra middelen voor het Meldpunt Zorg en Overlast kunnen wij instemmen Ten aanzien van de jaarrekening 2020 van het onderdeel DG&J 2.
Met de beoogde bestemming van het rekeningresultaat kunnen wij instemmen Ten aanzien van de begroting 2022 van het onderdeel Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) 3. Geven wij onze voorkeur aan voor scenario 1, gegeven de reeds ingezette inspanningen om de kosten terug te brengen via het aanjaagplan en de inzet op preventie 4. Ondanks de toezegging vanuit het Rijk voor aanvullende middelen voor de jeugdzorg (€ 600mln landelijk) hechten wij aan het doorzetten van de realisatie van de doelstellingen uit het aanjaagteam en de taakstelling die voortkomt uit scenario 1 5. Wijzen wij op het belang van de nieuwe inkoopstrategie om invulling te geven aan de taakstelling 6. Verzoeken wij om bij alle P&C stukken middels een bijlage een update te geven op alle 28 projecten uit het Aanjaagplan zodat de voortgang en het rendement zichtbaar en herleidbaar worden C. GR Omgevingsdienst (risicoprofel gemiddeld/hoog) Ontwerpbegroting 2022 De ontwerpbegroting 2022 en de meerjarenbegroting 2023-2025 zijn structureel in evenwicht. Tegelijkertijd spelen er voor de provincie Zuid-Holland en de gemeenten in de komende periode een aantal belangrijke ontwikkelingen. Hieronder lichten wij een aantal, voor onze gemeente relevante, ontwikkelingen toe: 1. Omgevingswet: De uitgangspunten voor de taakuitvoering van OZHZ onder de Omgevingswet zijn in lijn met de huidige taakuitvoering.
Daarover maakte OZHZ in 2021 afspraken met alle
2.
3.
opdrachtgevers. De financiële consequenties van de wet hangen in grote mate af van keuzes die onder andere gemeenten maken. Niet alle keuzes hoeven echter vóór 1 januari 2022 gemaakt te worden. Dit zorgt ervoor dat het in beeld brengen van de financiële consequenties van de wet een meerjarig proces is. Hierover is OZHZ met de opdrachtgevers in gesprek. In de voorliggende begroting kunnen de financiële effecten nog niet worden aangegeven. De overgang van bodemtaken van provincie naar gemeenten: Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat het bevoegd gezag voor bodemsaneringstaken grotendeels over van de provincie naar de gemeenten, met uitzondering van de gemeente Dordrecht. Die gemeente is namelijk nu al bevoegd gezag. De bodemsaneringstaak is onderdeel van het basistakenpakket van omgevingsdiensten. OZHZ gaat deze taak daarom uitvoeren voor alle gemeenten. Tot en met het eerste kwartaal van 2021 heeft het Rijk echter nog geen duidelijkheid gegeven over budgetten die overkomen. Namens de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten is daarom een brief gestuurd naar de minister. Hierin zijn zorgen geuit over de voortgang van de implementatie van de bodemsaneringstaken en de bijbehorende financiering. Bij het schrijven van deze ontwerpbegroting 2022 is nog geen reactie ontvangen vanuit het Rijk.
In deze ontwerpbegroting is daarom een inschatting gemaakt van de gemoeide kosten, op basis van de begrotingsrichtlijnen 2022 en daarna bekend geworden informatie. Het vervolg op de onderzoeken naar het VTH-systeem (Commissie Van Aartsen) en de doorontwikkeling van de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten: Op 4 maart 2021 bood de commissie Van Aartsen haar eindrapport “Om de leefomgeving” aan bij de staatssecretaris. De commissie komt tot de conclusie dat het VTH-stelsel niet goed functioneert en niet voldoet aan de oorspronkelijke bedoeling van de commissie Mans uit 2008. Toch hebben de opdrachtgevers en eigenaren van OZHZ sinds 2011 al veel stappen gezet om hun omgevingstaken op een goede en zorgvuldige manier uit te voeren. De OZHZ ziet het onderzoek dan ook als signaal dat de dienst op de goede weg is. Verdere verbetering is altijd mogelijk onder andere op het vlak van structurele financiering, de kwaliteit en kwantiteit binnen de organisatie, de betrokkenheid van OZHZ bij lokale planvorming en normstelling onder de Omgevingswet. Daarnaast werkt OZHZ reeds aan het vergroten van de nabijheid en het proactief en oplossingsgericht meedenken met de opdrachtgevers. De uitwerking en implementatie van de aanbevelingen uit het landelijke en provinciale onderzoek krijgen een vervolg in 2022.
Met name op de onderdelen 'overgang bodemtaken van provincie naar gemeenten' en de Omgevingswet is er sprake van financiële onzekerheid. Ten aanzien van de overgang van de bodemtaken is onduidelijk welke middelen er vanuit het Rijk beschikbaar gesteld zullen worden. Het voorstel is daarom om hier aandacht voor te vragen in de zienswijze. Concept Jaarstukken 2020 De programmarekening 2020 sluit met een positief financieel resultaat van € 618.000. Ten opzichte van de tweede bestuursrapportage (€ 225.000) is er sprake van een voordeel van € 393.000. Dit verschil heeft de volgende oorzaken: 1. De urenomzet is hoger dan begroot (per saldo € 86.000); 2. Lagere autonome lasten personeel (€ 43.000) 3. Lagere bedrijfskosten (€ 67.000) 4. Vrijval onvoorzien (€ 46.000) 5. Onderbesteding inwonerbijdrage (€ 151.000) Het Dagelijks Bestuur is voornemens het resultaat als volgt te verdelen: 1. Weerstandsvermogen verhogen (€ 65.000) 2. Opschonen van het archief in het kader van de archiefwet (€ 300.000) 3. Invoering van het nieuwe werkconcept (€ 200.000)
Het restant ad. € 53.000 wordt geretourneerd naar de eigenaren. Daarnaast keert de OZHZ € 600.000 uit als gevolg van de vrijval van de reserve 'Frictiekosten ontvlechting'. Zienswijze U wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen waarin aandacht wordt gevraagd voor: 1. De bestemming van het resultaat van de jaarrekening 2020 (nieuw werkconcept), waarbij wordt aangegeven dat de kosten voor het nieuwe werkconcept opgevangen moeten worden in de lopende begroting 2. De financiële onzekerheden in de begroting 2022
D. GR Veiligheidsregio (risicoprofiel gemiddeld/hoog) Begroting 2022 Voor u ligt de ontwerpbegroting van de VRZHZ. Deze ontwerpbegroting 2022 is de eerste begroting die is gebaseerd op het (nu nog concept) beleidsplan 2022-2025. In dit beleidsplan geven we de koers voor de komende jaren aan. De begroting 2022 geeft de concrete stappen weer die we in 2022 zetten om invulling aan deze koers te geven. Het is goed vast te stellen dat er reeds in de begroting wordt geanticipeerd op het nog vast te stellen beleidsplan. Het concept beleidsplan 2022-2025 zal worden behandeld in het algemeen bestuur van 24 juni 2021. Daarna gaat dit concept beleidsplan de wettelijke consultatieronde in en zal het plan aan de gemeenteraden worden aangeboden. De begroting van de VRZHZ wordt steeds realistischer. Structurele besparingen worden gerealiseerd als dekking voor de frictie Vijfheerenlanden. Conform de bestuurlijke afspraken moet deze in 2024 zijn opgelost. Inmiddels is dit voor het grootste gedeelte gerealiseerd en rest er nog een bedrag € 300.000. De ruimte om ontwikkelingen binnen de begroting op te vangen wordt daarmee steeds kleiner. Tegelijk worden er ontwikkelingen gezien als stijgende ICT kosten en een hogere CAO stijging van de loonkosten dan waar in de indexering rekening mee is gehouden.
In de begroting van 2022 zien we (op basis van de werkbegroting 2021) een kostenverhoging van ca € 1 miljoen die vooralsnog als taakstelling in de begroting is opgenomen. Het betreft voornamelijk structurele kosten. In het najaar van 2021 wordt hierover gesproken met het algemeen bestuur. Wij zullen de VR verzoeken voor de taakstelling zo spoedig mogelijk tot een zodanige concrete uitwerking te komen dat provinciale goedkeuring verwacht mag worden. Voor de langere termijn is nog niet bekend wat het effect zal zijn en wat het voor de deelnemende gemeenten zal betekenen als deze taakstelling niet wordt gerealiseerd. Vooralsnog ligt er voor het jaar 2022 wederom een sluitende begroting. De bestrijding van de Corona pandemie vraagt veel inzet van de VRZHZ en heel veel andere partners. Vanwege de crisis verwacht de veiligheidsregio dat een aantal zaken worden doorgeschoven van 2021 naar 2022. Inhoudelijk zijn de volgende twee ontwikkelingen relevant: 1. De deeltijdrichtlijn conflicteert met de wijze waarop het huidige stelsel met beroeps- en vrijwillige krachten is vormgegeven. Landelijk is er grote overeenstemming dat dit stelsel een kostbare waarde voor de brandweer heeft. Een landelijke denktank, onder leiding van onze voorzitter, burgemeester Kolff, denkt na over hoe aan de deeltijdrichtlijn kan worden voldaan. 2.
De conclusie van de evaluatie WVR (Wet Veiligheidsregio's) is dat een verschuiving nodig is van een geografisch georiënteerde crisisaanpak naar een aanpak, waar de aard en omvang van de crisis bepalend is. Dit geldt voor zowel de bestuurlijke als operationele schaal en aansturing. Deze ontwikkelingen volgt de veiligheidsregio ook in 2022 op de voet en zal dit vertalen naar wat dit voor de veiligheidsregio en gemeenten betekent.
Jaarstukken 2019 Het jaar 2020 stond vooral in het teken van Corona. Vanuit de VRZHZ is, in samenwerking met verschillende partners, een forse inzet gepleegd in de aanpak van de Corona crisis. Hierdoor was het noodzakelijk te prioriteren, waarbij de aanpak van de crisis en de kritieke processen zoals brandbestrijding en hulpverlening voorop stonden. Daarnaast heeft de VRZHZ zoveel als mogelijk invulling gegeven aan de reguliere werkzaamheden. Een aantal taken zijn niet of slechts voor een gedeelte uitgevoerd en doorgeschoven naar 2021. Gegeven de nog altijd voortdurende Corona crisis moeten ook in 2021 prioriteiten worden gesteld. De risico’s die het doorschuiven van werkzaamheden heeft, zijn in het algemeen beperkt. Bij het bepalen van prioriteiten wordt gekeken naar de effecten van de risico’s en mogelijke beheersmaatregelen die kunnen worden getroffen. De voorliggende jaarrekening van de VR is een duidelijke jaarrekening. Wel valt op te merken dat er kwetsbaarheid is ontstaan op het gebied van bedrijfsvoering en er veel onzekerheden naar de toekomst zijn. Zoals ook bij de begroting al in aangegeven dient dit onderdeel te zijn van de bestuurlijke gesprekken tijdens de retraite in het najaar. Tijdens deze gesprekken zullen we een oproep doen om als gemeente ook tussentijdse buraps te mogen ontvangen en een onafhankelijke eindverantwoording.
Het financieel resultaat is per saldo een positief resultaat van €5.000. De kosten die samenhangen met de inzet voor Corona bedragen per saldo €0,775 mln. maar zitten neutraal in het resultaat omdat deze verrekend worden met het ministerie van VWS. Zienswijze U wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen waarin aandacht wordt gevraagd voor: • Het uitgangspunt dat de taakstelling van € 1 miljoen geen afbreuk doet aan de opkomsttijden en kwaliteit van de huidige crisisorganisatie en brandweerorganisatie. • Het feit dat de gemeenteraad groot belang hecht aan de inzet en behoudt van de vrijwilligers en graag op de hoogte wil worden gehouden. • Het op de hoogte houden van de raden over de ontwikkelingen naar aanleiding van de evaluatie van de wet veiligheidregio's.
E. GR Drechtwerk (risicoprofel gemiddeld) Begroting 2022 De intensivering van de samenwerking met de SDD is voortgezet. De bestuurlijke samenwerking met de SDD moet in 2022 worden afgerond, na realisatie van de nieuwe collegeregeling voor het sociaal domein. Het traject Perspct is uitgebouwd, waarbij Drechtwerk ervoor zorgt dat er genoeg werk is voor de kandidaten. Vanwege het succes wordt de capaciteit verder opgeschaald. Na een doorlooptijd van 3 tot zes maanden zijn de kandidaten gereed om uit te stromen. De verwachting is dat zo’n 200 kandidaten per jaar die stap zullen zetten. Tegelijkertijd biedt Drechtwerk ook een ontwikkeltraject aan voor SW – medewerkers en nieuwe instromers voor beschut werk (pre-Perspct). Dit leer-werktraject geeft deze medewerkers de mogelijkheid werkvaardigheden op te doen zodat zij op termijn via Perspct kunnen uitstromen naar regulier werk c.q. worden gedetacheerd buiten Drechtwerk. Als gevolg van de corona maatregelen konden niet alle activiteiten doorgaan zoals beoogd en heeft dit er toe bijgedragen dat het financiële resultaat van Drechtwerk sterk vertekend is. Het ontwikkelen van leerlijnen, het structureel inzetten van uitstroomtrajecten is, ook omdat Perspct gesloten was, minder goed van de grond gekomen. Door het gedeeltelijk uitvallen van de productie is de omzet sterk gedaald,
maar als gevolg van de ruimhartige compensatie van de Rijksoverheid valt het uiteindelijke resultaat mee, de afwijking van de begroting is gering en in het voordeel van de deelnemende gemeenten. Tegenover een achterblijvende omzet van Drechtwerk Actief staat in 2020 een positief resultaat voor Drechtwerk Groen. De uitval als gevolg van corona is bij DWGroen gering. Drechtwerk blijft erop gericht de gemeentelijke bijdragen zo klein mogelijk te laten zijn. Belangrijke factoren waar nu nog geen zicht op is, zijn de effecten van het Rijksbeleid, de ontwikkeling van prijzen en lonen en de inflatie. Daarnaast is er nog geen zicht op de effecten van het post-coronatijdperk en in hoeverre deze merkbaar zijn in het begrotingsjaar 2022. Jaarrekening 2020 Financieel heeft Drechtwerk in 2020 goed gedraaid ondanks Corona. Er is een positief rekeningresultaat van € 2.841.000,- ten opzichte van de vastgestelde begroting 2020 (€ 832.000,- ten opzichte van de 2de burap). Het bestuur heeft het voornemen het volledige bedrag van € 2.841.000,- te restitueren aan de gemeenten als vermindering op hun verliesbijdrage 2020. Zienswijze U wordt voorgesteld ten aanzien van de begroting 2022 een zienswijze in te dienen waarin aandacht gevraagd wordt voor: 1. Belang van samenwerking met de SDD (inclusief bestuurlijke invlechting na de realisatie van de nieuwe GR SDD) 2.
Waardering voor de uitbreiding van doelgroepen vanuit Drechtwerk 3. Behoefte aan sturingsinformatie op lokaal niveau 4. Zicht en sturing op de verbonden partijen van Drechtwerk 5. Blijf sturen op resultaat, in financieel onzekere tijden F. GR NRIJ (risicoprofel laag/gemiddeld) Begroting 2020 Ontwikkelingen Het recreatieschap en Staatsbosbeheer hebben eind 2020 een nieuwe samenwerkingsovereenkomst (SOK) met elkaar gesloten voor de periode 2021 tot en met 2024 met de mogelijkheid om deze met vier jaar te verlengen. In deze overeenkomst is afgesproken dat het recreatieschap en Staatsbosbeheer gezamenlijk een uitvoeringsprogramma opstellen op de gewenste ambities en inrichting van het werkgebied van het schap. Dit uitvoeringsprogramma is in 2021 opgesteld en als uitgangspunt gehanteerd voor de begroting 2022. SBB heeft een product- en dienstencatalogus (PDC) ontwikkeld waarmee de noodzakelijke inzet en daarmee de kosten van de personele inzet van Staatsbosbeheer op productniveau gekwantificeerd zijn. Met ingang van 2022 zal Staatsbosbeheer de kosten van personele inzet op basis van werkelijk bestede uren verantwoorden. De bestaande productenstructuur is daarmee vervangen waardoor nu kan worden gewerkt met kostendekkende productafspraken in plaats van de historisch bepaalde fixed price afspraken.
Op onderdelen van de begroting leidt dit eenmalig tot veranderingen en/of verschuivingen in de budgetten. Per saldo dalen de kosten. Dit voordeel wordt ingezet voor de optimalisatie van het fysiek terreinbeheer. Optimaliseringsrichtingen voor een toekomstbestendig NRIJ De provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam stellen tot en met 2025 jaarlijks samen €1.273.366 subsidie beschikbaar aan Natuur- en recreatieschap IJsselmonde. Voor wat betreft de
periode na 2025 is het uitgangspunt van de provincie dat zij haar medeverantwoordelijkheid voor recreatiebeheer behoudt en daarvoor middelen beschikbaar stelt. De provincie heeft inmiddels wel kenbaar gemaakt voornemens te zijn de subsidie aan NRIJ met ingang van 2022 met € 92.092 te willen verlagen. De gemeente Rotterdam geeft aan dat zij financiële middelen beschikbaar houdt ten behoeve van regionale, buitenstedelijke groengebieden, waaronder ook de gebieden van het schap. Gelet op het maatschappelijk belang van de taken van NRIJ zal het bestuur zich de komende tijd inzetten om zowel bij de gemeente Rotterdam als de Provincie een passend financieel perspectief voor na 2025 te creëren. De kans bestaat dat de komende jaren in een bandbreedte van € 0 tot € 1.250.000 substantieel minder geld beschikbaar wordt gesteld door de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam. Daarom hebben het schap en Staatsbosbeheer afgesproken dat zij zich ook willen voorbereiden op andere scenario's (met grotere en kleinere financiële impact) en te willen onderzoeken via welke optimalisatierichtingen welke bijdrage geleverd kan worden aan het opvangen van een mogelijke daling van de subsidiebijdragen. Dit is dan naast het afgesproken 20%-scenario uit de SOK, waarbij tot 20% moet worden bespaard op fysiek terrein beheer in 2025.
De verwachting is dat investeringen moeten te worden gedaan om het uiteindelijke doel, een lagere beheerlast, te realiseren. Dit onderzoek wordt in 2021 uitgevoerd. Op basis hiervan kunnen naar verwachting voor 1 januari 2022 keuzes worden gemaakt. Daarnaast worden een investeringsagenda en een financieel toekomstperspectief voor de lange termijn gemaakt. Hiermee wordt ook invulling geven aan de benutting van de reserve besparingen en investeringsreserve. Indexering Voor de prijsstijging op de ramingen voor 2022 is een indexatie van 1,9% toegepast, overeenkomstig het indexeringspercentage van de Kring van gemeentesecretarissen. Deze indexering wordt toegepast op alle lasten, met uitzondering van belastingen, verzekeringen, rentelasten en afschrijvingen. De indexering wordt in principe niet toegepast op de baten (voorzichtigheidsbeginsel). Voor de meerjarenraming 2023 tot en met 2026 is geen indexering toegepast. De deelnemerbijdrage is conform de gemeenschappelijke regeling het resultaat aan lasten minus de (overige) baten. Het aandeel in het nadelige exploitatiesaldo wordt verdeeld conform de vastgestelde verdeelsleutel naar de betreffende deelnemers. De deelnemersbijdrage is ook met 1,9% geïndexeerd. De deelnemersbijdrage stijgt hierdoor in totaal met € 27.142 voor alle gemeenten. Concept jaarstukken 2020 De jaarrekening 2020 sluit met een voordelig resultaat van € 27.490.
Op hoofdlijnen wordt dit veroorzaakt door een voordeel op de gebiedsbeheer (130.000 euro), een nadeel als gevolg van COVID19 op de debiteuren (treffen van een voorziening dubieuze debiteuren 95.000 euro). Het bestuur stelt voor het resultaat toe te voegen aan de algemene reserve. Zienswijze
De zienswijze gaat met name in op de volgende onderdelen: - waardering voor de inspanningen van het schap om te komen tot een solide en toekomstbestendig schap; - onze zorgen hiervoor blijven echter bestaan; - daarom wordt gevraagd om hier blijvende inspanning op te verrichten en te zorgen voor een goede relatie en samenwerking met Rotterdam en de Provincie.
G. Bureau Openbare verlichting (risicoprofel laag) Begroting 2021 In de begroting van Bureau OVL voor het jaar 2022 dalen de kosten ten overstaande van de herziene begroting 2021 van €12,75 per lichtobject naar €10,- per lichtobject. Dit betekent dat onze gemeentelijke bijdrage daalt van €94.158,75 naar €73.850,-. Dit is een daling van €20.308,75 en een stijging van €2.602,40 ten overstaande van de originele begroting 2021. Bureau OVL zal zich in 2022 vooral focussen op rust en consolidatie. Hun belangrijkste doel is het verbeteren van de dienstverlening, alsmede ook de communicatie met ambtenaren en bestuurders. Hun motto voor het jaar 2022 is 'back to basics'. Bureau OVL hoopt met de afronding van de aanbesteding van het onderhoudsbestek een goede aannemer te hebben waardoor Bureau OVL in rustiger vaarwater komt en weer op haar kerntaken kan focussen, namelijk het beheer en onderhoud van de openbare verlichting voor de aangesloten gemeentes. In 2022 komt er ook meer aandacht voor projecten en met name de aansturing door middel van KPI's en verhoogde declarabiliteit zodat het projectenteam zichzelf financieel kan bedruipen.
Jaarrekening 2020 De baten voortkomend uit de dienstverleningsovereenkomst en projecten zijn in 2020 €21.422,- hoger uitgekomen dan begroot en de lasten voortkomend uit de dienstverleningsovereenkomst en projecten zijn €108.261,- hoger uitgekomen dan begroot. Verder zijn de overheadkosten met €39.911,- in 2020 gestegen. Dit resulteert in een negatief resultaat van €126.750,- voor het jaar 2020. Bureau OVL heeft gevraagd aan de deelnemende gemeenten om het tekort te bekostigen. Hierover is de raad geïnformeerd via de toegestuurde raadsinformatiebrief van Bureau OVL. Zienswijze In 2020 hebben wij aangegeven dat wij niet tevreden zijn met de prestaties van Bureau OVL. Wij hebben toen aangegeven dat we verwachten dat Bureau OVL zichzelf verbetert op het gebied van communicatie en dienstverlening. Ten delen kwam de onrust bij Bureau OVL voort uit slechte prestaties van de aannemer. De aanbesteding is door Bureau OVL echter niet voortvarend uitgevoerd en ook de planning liep, mede door corona vertraging op. Hoewel Bureau OVL stappen heeft gezet in 2020, moeten er nog grote stappen gezet worden voor het herstel van Bureau OVL. De extra bijdrage is fors en daarvoor moet bureau OVL dan ook daadwerkelijke verbetering laten zien en zich verantwoorden in 2022 via het jaarverslag 2021.
In de zienswijze is aangegeven dat wij verbetering en resultaat verwachten en dat de verhoogde bijdrage ook daadwerkelijk eenmalig is.