Bijlage bij raadsvoorstel 7.1 Toelichting zienswijze per verbonden partij DEF
Tekst van het document
Bijlage bij het raadsvoorstel ten behoeve van de zienswijzen Inleiding Een belangrijk sturingsinstrument voor de raad is de begroting van een verbonden partij. In onze Nota Verbonden Partijen is opgenomen dat het college de gemeenteraad in de gelegenheid stelt om zienswijzen op begrotingen in te dienen. In april hebben de gemeenschappelijke regelingen, met uitzondering van de GR Gevudo, hun concept begroting 2023 en concept jaarstukken 2021 aan ons toegestuurd. Via het raadsvoorstel worden deze stukken in één keer, met één raadsvoorstel aan u voorgelegd, voor zover van toepassing vergezeld van een concept zienswijze. Om het raadsvoorstel overzichtelijker te maken hebben wij de algemene opmerkingen over de verbonden partijen en de toelichting per verbonden partij in deze bijlage opgenomen. Algemene opmerkingen Risicoprofiel Er is veel variatie in financiële en bestuurlijke belangen bij de verbonden partijen. Daardoor kan de wijze en de mate van sturing per verbonden partij verschillen. In dat kader is in de Nota Verbonden Partijen gekozen voor een methodiek waarbij door een risicoanalyse per partij een risicoprofiel wordt bepaald. Dit risicoprofiel vormt de basis voor het sturingsarrangement dat we inzetten. Hoe groter het risico des te hoger onze intensiteit van sturing. Dit wordt zichtbaar gemaakt in de onderstaande figuur, die ontleend is aan de Nota Verbonden Partijen.
Begrotingen 2023 De mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen bestaat op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De wet is in 2015 gewijzigd om gemeenteraden beter in positie te brengen. De algemeen besturen van de afzonderlijke GR-en stellen de jaarstukken en begroting vast. Het algemeen bestuur hoeft de ingediende zienswijzen echter niet over te nemen. Vanaf 1 juli 2022 treedt een wijziging van de Wgr in werking. Het doel van deze wijziging is het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen. De wijzigingen zijn grofweg in te delen in drie categorieën: 1. Het versterken van de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in de gemeenschappelijke regelingen (bijvoorbeeld: verruiming zienswijzen, introductie gemeenschappelijke adviescommissie, verplichte afspraken over participatie, actieve informatieplicht) 2. Aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden (bijvoorbeeld: introductie gemeenschappelijk onderzoeksrecht, verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers richting bestuur gemeenschappelijke regeling) 3. Verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling (bijvoorbeeld: afspraken over evaluatie, aanscherping afspraken uittreding, beter aansluiting begrotingscyclus gemeenschappelijke regeling op gemeente cyclus)
1
De ons toegezonden begrotingen 2023 geven allen aanleiding om een zienswijze kenbaar te maken. De effecten van deze begrotingen worden in de gemeentelijke begroting 2023 verwerkt. Het is mogelijk dat er specifiek bij de raad wordt teruggekomen met nadere besluitvorming of informatie, zoals bij geactualiseerde begrotingen. Jaarstukken 2021 De jaarstukken kunnen een voorlopige status hebben, bijvoorbeeld in verband met afrekeningen of herverdelingsvraagstukken die nog spelen. Ook uit de accountantscontrole kunnen nog wijzigingen naar voren komen waardoor de jaarstukken moeten worden aangepast. De vaststelling van de jaarstukken is aan het algemeen bestuur van de GR. Indien er bijzonderheden over de jaarstukken zijn, is dit als extra onderwerp verwerkt in de zienswijzebrief. Toelichting per verbonden partij A. GR Drechtsteden (risicoprofiel hoog) & GR Sociaal Begroting 2023 De voorliggende begroting is opgesteld op basis van de huidige beleidskaders en bevat nog niet de financiële consequenties van de door de raden te maken beleidskeuzen op basis van coalitieprogramma's en/of lokaal maatwerk (als uitkomst van de lopende herijkingen). Het is tevens het eerste jaar dat de begroting van de Sociale Dienst Drechtsteden geen onderdeel meer uitmaakt van de totale begroting van de GR Drechtsteden.
De prognoses in de begroting 2023 zijn gebaseerd op het 'Financieel Kader Sociale Dienst Drechtsteden' en een uitgangspuntennotitie en bevatten geen beleidswijzigingen. Waar in de voorgaande begroting COVID-19 grote onzekerheden met zich meebracht, is voor de begroting 2023 sprake van meer ontwikkelingen met een onzeker effect op het werk van de SDD. Het effect van het stopzetten van de Corona steunmaatregelen, de sterk stijgende energiekosten en inflatie en de oorlog in Oekraïne maken dat het moeilijk is een prognose af te geven over de verwachte doorwerking voor klantaantallen en de vraag naar voorzieningen. Daarnaast lopen binnen de GR Sociaal herijkingen van de opgaven 'Bestaanszekerheid versterken', 'Ontwikkelen naar werk' en 'Zorgen voor ondersteuning'. Dit gebeurt in nauwe samenwerking tussen de SDD en de Drechtstedengemeenten. In de herijkingen moet niet alleen een passend antwoord worden gevonden op de actuele ontwikkelingen, maar wordt tevens de mogelijkheid geboden tot gemeentelijk maatwerk. De effecten van deze trajecten op de begroting zijn nog niet te bepalen. Bijdrageverordening In november 2021 zijn in de Drechtraad afspraken gemaakt over de geactualiseerde verdeelsleutels. Gemeenten worden nu gevraagd hun zienswijze mee te geven over de Verordening Financiële bijdragen deelnemers openbaar lichaam Sociaal, waarin de gemaakte afspraken zijn vervat.
Zienswijze begroting 2023 U wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen waarin specifiek aandacht wordt gevraagd voor de volgende punten: 1. Te blijven werken in de geest van de GR Sociaal door gemeenten en hun raden tijdig in positie te brengen, juist als het gaat om besluiten met financiële gevolgen voor de lokale begrotingen 2. Onze raad verwelkomt de stap naar verdere integratie van de GR Sociaal en de GR Drechtwerk, maar hechten er aan dat het eigen karakter van Drechtwerk zichtbaar blijft
2
3.
4.
5. 6.
Gezien de grote druk op de gemeentelijke begroting en de beperkte speelruimte voor gemeenten in de begroting voor 2023 de verwachte groei in de meerjarenbegroting 2024-2026 vlak te houden en deze op te nemen in de risicoparagraaf De onderbouwing van de kosten voor informatievoorziening is onduidelijk. Gevraagd wordt om meer inzicht hierop te geven, te beginnen met een voorstel in de richting van het AB Aan de GR wordt verzocht de Servicegemeente Dordrecht te vragen gemeenten tijdig te informeren over de uitkomsten van het onderzoek naar de tekorten bij GBD/OCD Onze raad kan zich vinden in de concept Verordening Financiële bijdragen deelnemers openbaar lichaam Sociaal
Jaarstukken 2021 Ten opzichte van de 2e bestuursrapportage 2021 GRD bedraagt het jaarresultaat over 2021 in totaal € 3.482.000 positief. Een deel van dit bedrag wordt op basis van voor- en nacalculatie met gemeenten afgerekend (€ 3.036.000). De GRD en de gemeenten verwerken dit in hun respectievelijke begrotingen. Dit deel maakt daarom geen onderdeel uit van het resultaat van de GRD waarover resultaatsbestemming plaatsvindt. Het andere deel van het resultaat dat wel ter bestemming wordt voorgelegd is €446.000 positief. Resultaatsbestemming en zienswijze jaarrekening 2021 Het te bestemmen resultaat bij de jaarrekening 2021 bedraagt € 446.000. Voorgesteld wordt dit bedrag over te hevelen naar 2022 ter dekking van de kosten die nog gemaakt moeten worden om de controle en verantwoording van de Tozo goed af te ronden. Het overschot van de TONK middelen die niet zijn opgehaald kunnen in de jaarrekening 2021 van de gemeenten vrijvallen. In de zienswijze wordt aangegeven de procedure ongelukkig te vinden maar wordt aangegeven dat de raad zich kan vinden in het voorstel. B. GR Dienst Gezondheid & Jeugd (risicoprofiel hoog) Begroting 2023 DG&J De begroting 2023 is opgesteld conform de uitgangspunten van de door het algemeen bestuur vastgestelde kaderbrief 2023 en bevat tevens een meerjarenraming voor de periode 20242026.
Bij de gevraagde gemeentelijke bijdragen voor het onderdeel DG&J ZHZ is uitgegaan van de in 2019 vastgestelde Bijdrageverordening. Voor de implementatie van deze vernieuwde Bijdrageverordening is een ingroeimodel gehanteerd, waarbij 2023 het eerste jaar is waar de begroting volledig op basis van de nieuwe systematiek is opgesteld. Tevens is een inhoudelijk voorstel gedaan dat leidt tot aanpassing van de inwonersbijdrage, te weten aanvullende structurele middelen voor het Meldpunt Zorg & Overlast. Daarnaast wordt voorgesteld de beoogde afbouw van formatieplaatsen bij Veilig Thuis, anders dan voorgesteld in de begrotingswijziging 2022, niet te laten plaatsvinden in 2023. De effecten van deze voorstellen zijn opgenomen in de begroting 2023. De gemeenteraden wordt gevraagd in de zienswijze aan te geven of zij met deze voorstellen instemmen. De begroting 2023 van DG&J is volgens de kaders zoals deze in de kaderbrief 2023 zijn aangegeven geïndexeerd, wat betekent dat de lonen met 2% zijn geïndexeerd en de materiele budgetten met 1,5%. SOJ Dit is waarschijnlijk de laatste zienswijze waar de SOJ onderdeel van uit maakt. Per januari 2023 is voorzien dat de SOJ onderdeel wordt van DG&J binnen het cluster Gezond en Veilig Opgroeien. De raad ontvangt hiertoe nog een voorstel tot wijziging van de GR DG&J.
3
De begroting voor 2023 is de eerste begroting waarbij de solidariteit volledig is afgebouwd. Om die reden zijn in de primaire begroting 2023 de actuele inzichten van de zorgvraag per gemeente verwerkt. Op basis van de groei van de jeugdhulpuitgaven (exclusief overhead SOJ) van de laatste drie jaar zijn in de AB vergadering van 7 april jl. twee scenario's voor de toekomstige groei besproken: Een scenario gebaseerd op de referentiejaren 2019, 2020, 2021 met een groei van 6% in 2022, 4% in 2023 en 2% in 2024 Een scenario gebaseerd op de referentiejaren 2020, 2021 met een groei van 5% in 2022, 2,5% in 2023 en 0% voor de jaren erna. In het AB is ervoor gekozen dit laatste scenario als uitgangspunt voor de begroting 2023 te hanteren. Gemeenten wordt daarnaast de mogelijkheid geboden om af te wijken van dit scenario, met de daarbij behorende onderbouwing waarom. Jaarstukken 2021 Voor het 2021 is voor het eerst de aangepaste bijdrageverordening van toepassing. Uit de jaarstukken komt naar voren dat de gerealiseerde kosten voor DG&J als gevolg van COVID-19 aanzienlijk hoger zijn dan voorzien. Omdat deze kosten gedeclareerd kunnen worden bij het Rijk hebben ze geen effect op het jaarrekeningresultaat van DG&J. Ook voor de kosten van de Regionale Ambulancevoorziening geldt dat er geen resultaat is in 2021. Voor de SOJ geeft u aan dat de realisatie in 2021 € 3,9 mln.
hoger ligt dan de gewijzigde begroting bij de eerste bestuursrapportage 2021. Bij de tweede bestuursrapportage was al een kostenstijging van € 1,7 mln. ten opzichte van de eerste bestuursrapportage aangegeven. Zienswijze U wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen waarin specifiek aandacht wordt gevraagd voor de volgende punten: Ten aanzien van de begroting 2022 van het onderdeel Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) 1. Met het structureel maken van de incidentele extra middelen voor het Meldpunt Zorg en Overlast kunt u instemmen met de verwachting dat inzet wordt gepleegd op het verminderen van het aantal meldingen door inzet van preventieve maatregelen 2. Het ook 2023 aanhouden van de formatie bij Veilig Thuis vraagt om heldere communicatie met de gemeenten over welke stappen zij moeten zetten zodat Veilig Thuis casuïstiek kan overdragen. Dit is op dit moment onvoldoende helder. Daarnaast adviseert u de middelen die vrij zouden vallen bij het afbouwen van de formatie bij Veilig Thuis in te zetten om de nog te maken stappen door de gemeenten te bereiken. Dit lijkt een meer duurzame inzet van beperkte middelen van de gemeenten. Ten aanzien van de jaarrekening 2020 van het onderdeel DG&J 1. U neemt kennis van het behaalde resultaat. Ten aanzien van de begroting 2023 van het onderdeel Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) 1.
In de zienswijze geeft u aan dat u zich kunt vinden in de door het AB voorgestelde groei van de kosten voor jeugdhulp. 2. Het bereiken van een aantal belangrijke doelstellingen uit het Aanjaagplan (zoals het inkoopkader en contractmanagement en de afbakening van jeugdhulp in de Verordening Jeugdhulp) ziet u als belangrijke stappen, maar de verwachte groei onderstreept opnieuw het belang om ook de overige doelstellingen uit het
4
Aanjaagplan te realiseren. Het monitoren van de (financiële) effecten moeten wel worden gemonitord, zowel door de SOJ als door gemeenten.
C. GR Omgevingsdienst (risicoprofiel gemiddeld/hoog) Ontwerpbegroting 2023 De ontwerpbegroting 2023 en de meerjarenbegroting 2024-2026 zijn structureel in evenwicht. Tegelijkertijd spelen er voor de deelnemers aan de GR OZHZ belangrijke ontwikkelingen die de komende periode de aandacht zullen vragen. Hieronder lichten wij een aantal, voor onze gemeente relevante, ontwikkelingen toe: 1. Implementatie Omgevingswet: De manier waarop de OZHZ de implementatie van de Omgevingswet uitvoert is opgenomen in programma 1 van de zogeheten 'Ontwikkelaanpak 2022-2025'. Deze is door het AB vastgesteld en is te vinden op de website van de OZHZ. De OZHZ richt zich op de komst van de wet per 1 januari 2023 en het uitgangspunt is dat zij blijft doen wat zij al deed. In 2021 heeft de OZHZ gesprekken met de deelnemers gevoerd over de uitvoering, echter een deel van de afspraken kan pas vastgelegd worden bij de inwerkingtreding van de wet. Dat geldt dus ook voor het in kaart brengen van de financiële consequenties. Vorig jaar hebben wij dit reeds in ditzelfde gemeld. Inhoudelijk gezien worden de aspecten geluid, lucht en natuur onder de Omgevingswet betrokken bij omgevingsplannen en vergunningen. De OZHZ voert hiervoor integrale advisering uit en wil in 2022 afspraken maken over hoe dit in de jaarprogramma's 2023 opgenomen moet worden.
Tot slot is de OZHZ op provinciaal niveau aangehaakt bij het regiobrede project voor de Omgevingswet. De werkgroepen binnen dat project bieden hulpmiddelen voor de implementatie en uitvoering van de wet. Een voorbeeld hiervan is handvatten voor het opstellen van het vergunningsproces. 2. De overgang van bodemtaken van provincie naar gemeenten: Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat het bevoegd gezag voor bodemsaneringstaken grotendeels over van de provincie naar de gemeenten, met uitzondering van de gemeente Dordrecht. Die gemeente is namelijk nu al bevoegd gezag. De bodemsaneringstaak is onderdeel van het basistakenpakket van omgevingsdiensten. OZHZ gaat deze taak daarom voor ons uitvoeren. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet veranderen de bodemtaken inhoudelijk, voor wat betreft bevoegd gezag en financiering. Daarom moeten er keuzes gemaakt worden. Dit legt de OZHZ vast in nieuw beleid: een uitvoeringskader voor vergunningverlening en het toezicht en handhaving op de bodemtaken. De bedoeling is zoveel mogelijk aan te sluiten bij de Nota VTH-beleid gemeentelijke taken Zuid-Holland Zuid. In de afgelopen jaren is de financiering van de overkomende gemeentelijke bodemtaken uitvoerig besproken, onder andere in het AB. Het Rijk, het IPO, de VNG en de UvW overleggen al langere tijd met elkaar over de financiering van de overgaande bodemtaken.
Er zijn bij opstellen van de ontwerpbegroting 2023, nog steeds geen definitieve afspraken gemaakt. De OZHZ verwacht dat de beschikbare Rijksmiddelen substantieel zullen afnemen. De argumentatie hierbij is dat de grote bodemsaneringen inmiddels achter de rug zijn. Daarbij wordt echter onvoldoende verbinding met actuele onderwerpen zoals woningbouwopgaven, ontwikkeling van industrie en het verduurzamen van de omgeving gelegd. Er is daarom sprake van een substantieel risico dat de bodemtaak niet kostendekkend overkomt. Vanwege deze onzekerheid is het AB ermee akkoord gegaan dat de OZHZ € 500.000,- structureel en € 300.000,- incidenteel toevoegt aan de gemeentelijke jaarprogramma's. De OZHZ ziet 2023 daarbij als een overgangsjaar. Het doel is om in dit jaar aan de hand van de eerste ervaringen met de Omgevingswet meer inzicht te krijgen in de omvang van de uitvoering en de beschikbare middelen.
5
Op basis van dit inzicht zullen later structurele afspraken over uitvoeringsbeleid en benodigde middelen worden gemaakt. 3. Doorontwikkeling van de VTH-taken: Zoals vorig jaar aangegeven in deze zelfde toelichting heeft de commissie Van Aartsen onderzoek gedaan naar de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) door Omgevingsdiensten. Daarnaast hebben de Algemene Rekenkamer en de provincie Zuid-Holland onderzoek gedaan en is er een zogeheten document 'Dreigingsbeeld milieucriminaliteit'. Over de opvolging van de landelijke onderzoeken moet het nieuwe kabinet nog besluiten. De verkenning van de provincie heeft inmiddels al wel geleid tot een bestuursopdracht van vijf DB's van omgevingsdiensten aan de corresponderende directeuren. De opdracht is om te starten met een verbetertraject op de volgende onderwerpen: Arbeidsmarktcommunicatie, behoud en ontwikkeling van kennis en expertise Informatiehuishouding en digitalisering De OZHZ gebruikt de jaarplannen van eerdergenoemde Ontwikkelaanpak 2022 – 2025 om het vervolg op de genoemde landelijke onderzoeken en de provinciebrede bestuursopdracht te faciliteren. Naast de kosten voor bovenstaande ontwikkelingen voorziet de OZHZ in dit stadium reeds aanvullende kosten voor het jaarprogramma 2023. Het gaat om onder andere de Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en de Energieagenda.
Deze kosten heeft de OZHZ nog niet meegenomen in de voorliggende ontwerpbegroting omdat nog geen besluiten over genomen zijn. In de toekomst is de bedoeling dat de OZHZ een zo compleet mogelijke ontwerpbegroting oplevert. De huidige situatie sluit niet goed aan bij de systematiek van het indienen van een ontwerpbegroting inclusief zienswijzeprocedure en de doorwerking daarvan in onze Kadernota. Het voorstel is om hiervoor aandacht te vragen in de zienswijze. Concept Jaarstukken 2021 De OZHZ sluit 2021 af met een positief financieel resultaat van € 267.000. Ten opzichte van de tweede bestuursrapportage 2021 (€ 293.000) is er sprake van een nadeel van € 27.000. Dit verschil heeft op hoofdlijnen volgende oorzaken: 1. De urenomzet is hoger dan begroot (per saldo € 125.000); 2. Lagere autonome lasten personeel (€ 270.000) 3. Lagere bedrijfskosten (€ 118.000) 4. Hogere additionele productkosten (€ 492.000) Het Dagelijks Bestuur is, zoals te lezen is in de aanbiedingsbrief, voornemens het volledige resultaat toe te voegen aan het weerstandsvermogen. De OZHZ keert met dit voornemen geen bedrag uit aan de deelnemers. Zienswijze U wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen waarin aandacht wordt gevraagd voor: 1.
De bestemming van het resultaat van de jaarrekening 2021 (verhoging weerstandsvermogen), waarbij wordt aangegeven dat het overige resultaat van € 220.000 alsnog aan de deelnemers uitgekeerd moet worden. 2. De overdracht van de bodemtaken en de gesprekken hierover met de landelijk betrokken partijen. 3. Een complete ontwerpbegroting waarin alle kosten voor het jaarprogramma worden meegenomen D. GR Veiligheidsregio (risicoprofiel gemiddeld/hoog) Begroting 2023 en jaarrekening 2021 Voor u liggen de ontwerpbegroting 2023 en jaarrekening 2021 welke op 14 april 2022 door het Algemeen Bestuur zijn vastgesteld. Deze ontwerpbegroting 2023 is de tweede begroting die is 6
gebaseerd op het beleidsplan 2022-2025. In het beleidsplan 2022-2025 is de koers voor de VRZHZ voor de komende jaren uiteengezet. De begroting 2023 geeft de concrete stappen weer, die we in 2023 willen zetten om verder invulling aan deze koers te geven. De ontwerpbegroting 2023 volgt daarmee de lijn van de zes sporen uit het beleidsplan. Zo kunnen de stappen voor de jaarschijf 2023 goed in het licht van het beleidsplan worden gezien. De ontwerpbegroting richt zich vooral op de specifieke en bijzondere zaken die in 2023 aandacht vragen. In onderstaande toelichting nemen wij de jaarrekening 2021 mee. Benodigde extra structurele bijdragen De ontwerpbegroting 2023 vraagt de 10 gemeenten om extra bij te dragen aan de begroting van VRZHZ. Zoals toegelicht in het Algemeen Bestuur van 10 maart 2022 en 14 april 2022, zorgen de nieuwe CAO, stijgende kosten en exogene ontwikkelingen voor negatieve begrotingsresultaten in het meerjarig perspectief. In 2021 kon dit tekort worden gedekt uit de reserve Vijfheerenlanden. Voor de jaren 2022 en verder is nodig dat de gemeenten extra gaan bijdragen aan de begroting van de Veiligheidsregio. Al geruime tijd spreekt het Algemeen Bestuur met elkaar over de kwaliteit van dienstverlening aan onze inwoners. Over stijgende kosten, exogene ontwikkelingen, innovaties.
En over de financiële consequenties daarvan voor de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ). De uitgangspunten van dienstverlening zijn vastgelegd in het beleidsplan 2022-2025. Daar hebben de gemeenteraden van de 10 gemeenten in onze regio eind 2021 volmondig mee ingestemd. De VRZHZ wordt gezien als een zelfstandige veiligheidsregio met als kernwaarden: compact, nabij en veerkrachtig. De volgende stap is dat het beleidsplan financieel gedragen zal moeten worden. Dat is geen sinecure, want we zien betere arbeidsvoorwaarden voor de medewerkers (CAO), stijgende bedrijfskosten, exogene ontwikkelingen en gewenste innovaties 1 een grote en blijvende (extra) financiële impact hebben. De begroting staat in toenemende mate onder druk. Zoals toegelicht in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 10 maart 2022 en 14 april 2022, zorgen de nieuwe CAO, stijgende kosten en exogene ontwikkelingen nu reeds voor een negatief resultaat in 2021 (gedekt uit de reserve Vijfheerenlanden). Voor 2022 geldt een negatieve prognose van € -2.161.000,- ongedekt (inclusief CAO). De reserve Vijfheerenlanden is leeg. Het kostenniveau in de bedrijfsvoering is significant gestegen. De veiligheidszorg voor onze inwoners moeten we op het huidige niveau garanderen. De VRZHZ heeft de afgelopen jaren aanzienlijke bezuinigingen doorgevoerd.
Daarom zullen nieuwe besparingen direct effect hebben op de kwaliteit van de dienstverlening. Daarom doet de VRZHZ een dringend beroep op de 10 gemeenten in onze regio. Concreet: Een eenmalige extra bijdrage van € 2.161.000,- in 2022. Vanaf 2023 een structurele extra bijdrage van € 2.264.000,-, bestaande uit: 1. € 464.000,- om de CAO-effecten voor onze medewerkers te dragen;
1
Stijgende kosten (in mln.) betreffen onder andere CAO ontwikkelingen (0,5), inkoop/onderhoud materieel en materialen (0,3), onderhoud gebouwen (0,3), ICT (0,5) en informatieveiligheid (0,2). Bij kosten exogene ontwikkelingen gaat het vooral om invoering van de omgevingswet (0,4). Een gewenste innovatie is het Multi Intelligence Center (0,35). Voor de Risk Factory wordt onderzoek gedaan naar een sluitende businesscase waarover aparte besluitvorming plaats vindt.
7
2. € 1.800.000,- om structureel hogere kosten te kunnen absorberen. Voor 2022 betreft het nadrukkelijk een prognose. Het werkelijke jaarresultaat over 2022 kan afwijken. DE VRZHZ blijft onderzoeken of en hoe ze in 2022 (incidentele) besparingen kunnen vinden waarbij het serviceniveau overeind blijft. Tegelijkertijd zien we een grote mate van onzekerheid. De Oekraïne crisis heeft een grote invloed op de kosten van materialen, grondstoffen en energie. Steeds meer wordt ervaren dat vanuit het Rijk op Veiligheidsregio’s samen met gemeenten een beroep wordt gedaan om crisissen het hoofd te bieden. Lang niet altijd is (vooraf) duidelijk hoe financiële vergoedingen lopen en of deze toereikend zijn. De huidige doorrekening van het financieel perspectief is daardoor een redelijke indicatie, maar geenszins definitief. Meer onzekerheid in het meerjarig perspectief De Veiligheidsregio heeft zich met de coronapandemie en de Oekraïnecrisis geconfronteerd gezien met bijzondere extra taken en werkzaamheden. In tegenstelling tot wat we gewend waren, moeten zij nu invulling geven aan crisissituaties die langlopend zijn en waarbij de Veiligheidsregio een continue schakel vormen voor zowel Rijk als gemeenten. Hoe de Oekraïnecrisis en de coronapandemie zich zullen ontwikkelen en welke (blijvende) effecten dit zal hebben voor de Veiligheidsregio is nog erg onzeker.
Al met al is het dus onzeker of de verhoging van de gevraagde gemeentelijke bijdrage op termijn voldoende zal zijn. Schuldquote De schuldquote van de VRZHZ is gestegen tot boven de kaders die de provincie adviseert (max. 130%). Er is hierover onlangs overleg geweest tussen de Veiligheidsregio met de toezichthouder van de provincie. Zij geeft aan dat er voor de gemeenschappelijke regelingen een ander toetsingskader wordt gemaakt, omdat de provincie bewust is van de afwijkende afspraken tussen GR’en en gemeenten m.b.t. reserves. Uiteindelijk staan deelnemende gemeenten voor schulden van GR-en aan de lat. Dit levert dus geen knelpunt op bij de toezichthouder, zolang de gemeenten (volgens afspraak) rekening houden met de ongedekte financiële risico’s van de VRZHZ in hun eigen paragraaf weerstandsvermogen. Zienswijze U wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen waarin onder andere aandacht wordt gevraagd voor: De onzekerheid in de voorliggende begroting ten gevolge van de kostenstijgingen en opgelegde taken ten aanzien van de Coronacrisis en Oekraïnecrisis E. GR Drechtwerk (risicoprofiel gemiddeld) Begroting 2023 De jaarrekening 2021 en de begroting 2023 zijn opgesteld in een periode die grote onzekerheden kent. De Corona steunmaatregelen zijn eind vorig jaar en het is nog ongewis welke gevolgen dit zal hebben.
We hebben bovendien te maken met snel stijgende prijzen, met name voor energie, die de koopkracht van onze inwoners onder druk zet. De oorlog in Oekraïne maakt dat een nieuwe groep vluchtelingen veiligheid zoeken in Nederland, ook in onze regio. De verwachting is dat ook 2023 in het teken van deze grote onzekerheden zal staan. De intensivering van de samenwerking met de SDD is voortgezet. De colleges van B&W van de deelnemende gemeenten hebben, evenals de besturen van de GR Sociaal en de GR Drechtwerk, ingestemd met een besluit om in de loop van 2022 beide GR-en te integreren. 8
Voorzien is dat Drechtwerk een herkenbaar onderdeel blijft, met eigen doelstellingen en een eigen financiële basis. Het streven is om per 1 januari 2023 vanuit één entiteit aan het werk te gaan, ook in geval dit proces juridisch nog niet geheel is afgerond. Drechtwerk werkt aan verbetering van het bedrijfsresultaat door in te zetten op een meer efficiënte bedrijfsvoering, verdere automatisering en optimalisering van de samenwerking van de twee werkbedrijven binnen Drechtwerk bv. De verdere actualisatie van de tarieven bij individueel detacheren en het opnieuw in beeld brengen van de loonkostensubsidie hebben mogelijk een negatieve bijstelling. Tot slot kan de verdere integratie van de GR Drechtwerk en de GR Sociaal bijdragen aan het bereiken van nieuwe doelgroepen. Dit is nodig omdat de uitstroom de instroom overtreft. Jaarrekening 2021 Financieel heeft Drechtwerk in 2021 goed gedraaid ondanks Corona. Er is een positief rekeningresultaat van € 1.279.000,- ten opzichte van de vastgestelde begroting 2022 (€ 667.000,- ten opzichte van de 2de burap). Het bestuur heeft het voornemen het volledige bedrag van € 1.279.000,- te restitueren aan de gemeenten als vermindering op hun verliesbijdrage 2021. Zienswijze U wordt voorgesteld ten aanzien van de begroting 2022 een zienswijze in te dienen waarin aandacht gevraagd wordt voor: 1.
Waardering voor de wijze waarop Drechtwerk zich heeft ingespannen om tot een positief resultaat te komen. 2. Verwelkoming van de stap naar verdere integratie van de GR Drechtwerk en de GR Sociaal, waarbij wel wordt gehecht aan het behouden van het eigen karakter van Drechtwerk (ook financieel) 3. De gemeentelijke bijdrage van Hendrik-Ido-Ambacht in 2023 daalt niet omdat ons aandeel stijgt van 4,10% naar 4,39%. We worden graag in een vroegtijdig stadium geïnformeerd als zichtbaar wordt wat de effecten van de integratie van beide GR-en op de respectievelijke begrotingen wordt. 4. De integratie van beide GR-en heeft naar verwachting een positief effect op de instroom van nieuwe doelgroepen mits hier aandacht voor blijft. F. GR NRIJ (risicoprofel laag/gemiddeld) Het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde is een gemeenschappelijke regeling waarin de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard, Ridderkerk, Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht deelnemen. Het NRIJ heeft tot doel de natuur- en recreatiegebieden in deze efficiënt en effectief te beheren. Enkele jaren geleden besloten de gemeente Rotterdam en de Provincie Zuid-Holland uit het schap te treden. Met hen is er nu een langjarige subsidieregeling tot 2025. Hun bijdrage hierna is onzeker. Staatsbosbeheer (SBB) verzorgt de uitvoering van de werkzaamheden van het schap.
Dit gebeurt op basis van een samenwerkingsovereenkomst tussen SBB en het schap. Concept programmabegroting 2023 Uitvoeringsprogramma In 2021 is het Gezamenlijk Uitvoeringsprogramma IJsselmonde 2021-2025 tussen NRIJ en SBB vastgesteld. Hierin staan de activiteiten die door SBB worden uitgevoerd. Dit uitvoeringsprogramma is verwerkt in voorliggende begroting.
9
Optimaliseringsrichtingen De provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam stellen tot en met 2025 jaarlijks samen €1.273.366 subsidie beschikbaar aan Natuur- en recreatieschap IJsselmonde. Het uitgangspunt van de provincie voor na 2025 is dat zij haar medeverantwoordelijkheid voor recreatiebeheer behoudt en daarvoor middelen beschikbaar stelt. De Provincie heeft echter ook laten weten de subsidie vanaf 2022 met ingang van 2022 te zullen verlagen. Gesprekken met Provincie Zuid Holland over toekomstige bijdragen zijn gaande maar moeten met gemeente Rotterdam grotendeels nog beginnen. Ondanks de uittreding hebben beide uitgetreden partijen nog steeds een groot belang bij de kwaliteit en functies van de NRIJgebieden. De kans bestaat dat de komende jaren in een bandbreedte van € 0 tot € 1.250.000 substantieel minder geld beschikbaar wordt gesteld door de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam. Het schapsbestuur heeft aangegeven zich de komende tijd in te zetten om zowel bij de gemeente Rotterdam als de Provincie een passend financieel perspectief voor na 2025 te creëren. Daarnaast zijn in 2021 eerste verkenningen uitgevoerd naar optimalisatierichtingen die kunnen bijdragen aan het opvangen van een mogelijke daling van de subsidiebijdragen. Besloten is om de eerste serie van optimaliseringsvoorstellen uit te werken en door te voeren.
Wanneer alle voorstellen kunnen worden gerealiseerd in de maximale varianten, dan kan dit in 2022 leiden tot een daling van de beheeruitgaven met ruim 5%. Naar verwachting is het wel nodig om investeringen te doen om een lagere beheerlast te kunnen realiseren. Om verder invulling te geven aan de toekomstbestendigheid van het schap, zal in 2022 een nadere verkenning worden uitgevoerd naar de haalbaarheid en uitwerking van de optimaliseringsvoorstellen voor 2023 tot en met 2025. Deelnemerbijdrage Voor de prijsstijging op de ramingen voor 2023 is een indexatie van 4,8% toegepast. De deelnemersbijdrage is ook met 4,8% geïndexeerd. De deelnemersbijdrage van Hendrik-IdoAmbacht stijgt hiermee van € 231.227 in 2022 naar € 241.864 in 2023. Concept jaarstukken 2021 De jaarrekening 2021 sluit met een positief resultaat van € 235.334. Op hoofdlijnen wordt dit veroorzaakt door een voordeel op economisch beheer en minder gemaakte kosten door uitstel vanwege COVID19. Aan de andere kant waren er juist meer kosten door extra schoonmaakwerkzaamheden als gevolg van de pandemie. Voorgesteld wordt het jaarresultaat van € 235.334 over 2021: voor € 64.000 toe te voegen aan het regulier onderhoudsbudget van 2022 en voor € 171.334 toe te voegen aan de reserve besparingen.
Een aantal geplande werkzaamheden die een lagere urgentie hadden zijn niet uitgevoerd door het op orde en schoon houden van de gebieden in verband met COVID-19. Het betreft in hoofdzaak herstel- en reparatiewerkzaamheden aan elementenverhardingen en bitumineuze verhardingen. Daarom wordt voorgesteld het overgebleven budget van € 64.000 over te hevelen naar 2022 om deze werkzaamheden alsnog uit te voeren. Voor de uitwerking van de optimaliseringsvoorstellen zijn investeringen nodig om op termijn de gebieden meer extensief te kunnen beheren en toekomstige beheerlasten te verlagen.
10
Daarvoor is de reserve besparingen toegevoegd en afgesproken dat een voordelig resultaat aan deze reserve wordt toegevoegd om de benodigde investeringen hieruit te kunnen dekken. Een uitgebreide toelichting op de noodzaak van de investeringen is opgenomen op pagina 3 en 4 van de jaarrekening (onder 'financiële context). Desalniettemin roepen wij op het moment dat de optimaliseringsvoorstellen voor 2023 tot en met 2025 zijn uitgewerkt – maar uiterlijk eind 2022 - meer inzicht te geven in de stand van de reserves en de aanspraken die daar in de (nabije) toekomst mogelijk op worden gedaan. Zienswijze De zienswijze gaat met name in op de volgende onderdelen: 1. waardering voor de inspanningen van het schap om te komen tot een solide en toekomstbestendig schap; 2. onze zorgen hiervoor blijven echter bestaan en daarom wordt gevraagd om hierop blijvende inspanning te verrichten en te zorgen voor een goede relatie en samenwerking met Rotterdam en de Provincie; 3. de hoogte van de reserves waardoor wij de oproep doen om eind 2022 meer inzicht te geven in de stand van de reserves en de aanspraken die daar in de (nabije) toekomst mogelijk op worden gedaan. G.
Bureau Openbare verlichting (risicoprofiel laag) De gemeenschappelijke regeling Bureau Openbare Verlichting (OVL) Lek-Merwede is een gemeenschappelijke regeling met de taak om het beheer en onderhoud van de openbare verlichting voor haar deelnemende gemeenten uit te voeren. Bureau OVL fungeert ook als het kenniscentrum voor de deelnemers en voert opdrachten en projecten voor de gemeenten uit. Jaarverslag 2021 Ontwikkelingen binnen Bureau OVL 2021 Begin 2021 is de aanbesteding gehouden voor de onderhoudswerkzaamheden voor de openbare verlichting. Deze aanbesteding is vanwege procedurefouten en hoge verrekenprijzen teruggetrokken door Bureau OVL. In 2021 heeft een interimmanager de aansturing van Bureau OVL en andere zaken waargenomen. De interimmanager heeft zich beziggehouden met de afhandeling van diverse slepende zaken tussen BOVL en de vorige aannemer Heijmans, de afgewezen aannemers als gevolg van het terugtrekken van het bestek, de problemen op het gebied van contractvorming en organisatie rondom de aannemer VDV en de optimalisering van de interne bedrijfsvoering. Op 1 september is er een nieuwe algemeen manager aangesteld. Binnen Bureau OVL is er een verbeter- en kwaliteitsslag in dienstverlening en projecten gestart. Een onderdeel hiervan is een betere financiële bewaking op kosten en opbrengsten.
Om alle projecten langs deze lat te houden is veel inspanning geleverd door de medewerkers om a) een heldere splitsing te maken tussen DVO en projecten (DVO+) en een betere prognose in het jaar van overlopende, declarabele kosten (Kosten gemaakt in 2021 en afgerekend in 2022). Dit proces is nagenoeg afgerond, echter nog niet alle gemaakte kosten en de te verwachte opbrengsten zijn in beeld. Dit heeft inmiddels al geleid tot extra baten van € 58.811. Met de accountant is afgesproken om het accountantsonderzoek af te ronden als alle projecten zijn beschouwd. Eind april 2022 is dit gereed. 11
In september heeft een warme overdracht plaatsgevonden tussen de interimmanager en de nieuwe manager. Per 30 september 2021 heeft de interimmanager afscheid genomen van Bureau OVL. Bij zijn vertrek zijn alle zware discussiepunten uit het Heijmansdossier op een wenselijke manier opgelost. Zodoende kan nu gewerkt worden aan de herinrichting en herpositionering van Bureau OVL. Financieel De baten uit de dienstverleningsovereenkomst (DVO) en de projecten zijn in 2021 €706.668 hoger dan begroot. Dit valt als volgt te verklaren: - Extra bijdragen van gemeenten voor tekort 2020; - Hogere bijdragen van gemeenten in 2021 - Overnemen leveranties van tijdelijke aannemer door Bureau OVL; In 2021 heeft Bureau OVL de aanschaf van materialen en de leveranties overgenomen van de “tijdelijke” aannemer die lopende het jaar liquide in slecht weer kwam. Om deze reden werd de afrekening van inkoop van materialen tijdelijk in de begroting administratie van Bureau OVL opgenomen in plaats van bij de aannemer. Bureau OVL had een tekort in 2020 van € 126.750,-. De gemeenten hebben gezamenlijk €102.172,- extra bijgedragen en € 24.578,- is onttrokken uit de bestemmingsreserve om het tekort te bekostigen. Deze bijdrage is in maart 2021 bij elkaar gebracht. De bijdrage van Hendrik-Ido-Ambacht bedroeg € 15.393,-.
Vanwege de hogere kosten in 2021, die voortkwamen uit de vaststellingsovereenkomst met de vorige algemeen manager, het tijdelijk inhuren van een interimmanager is de gemeentelijke bijdrage in 2021 éénmalig verhoogd met € 3,03 van € 9,72 naar € 12,75 per lichtpunt. Met 7341 lichtpunten in 2021 groeide de bijdrage van Hendrik-Ido-Ambacht met € 22.243,- naar € 93.598,-. Met de extra bijdrage voor 2020 meegerekend, heeft Hendrik-Ido-Ambacht in 2021 € 108.991,- betaald aan Bureau OVL. Het uiteindelijke resultaat van Bureau OVL voor 2021 staat nu geprognosticeerd op € 22.987. Het voorstel aan het AB is om het gerealiseerde resultaat ten gunste van de bestemmingsreserve bedrijfsvoering te laten vallen. Aan de gemeenten zal niets worden teruggestort. Herziene begroting BOVL 2022 Ontwikkelingen en doelen van Bureau OVL in 2022 In een extra AB-vergadering is besloten dat Bureau OVL zal toetreden tot de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (WSGO). Door deze toetreding is het mogelijk dat de medewerkers gebruik kunnen maken van de cao-SGO. Dit alles in het kader van goed werkgeverschap. Daarnaast zijn de Baten en Lasten verhoogd als gevolg van het feit dat de tijdelijke” aannemer nog tot eind april zijn werkzaamheden uitvoert, waarbij de inkoopkosten en -opbrengsten nog via de boeken van Bureau OVL lopen.
In de begroting is geen rekening gehouden met de extreme gevolgen van de oorlog in Oekraïne en de Coronapandemie. Welke impact en tijdpad dit heeft is niet in te schatten. Mogelijk zijn er gevolgen voor levertijden, beschikbaarheid van materialen en extreme kostenstijgingen. In 2022 zal een projectenbestek in de markt worden gezet door Bureau OVL. Hiermee wordt een scheiding gemaakt tussen het DVO en het DVO+ pakket. De projecten zullen via minicompetities op de markt worden gezet. Daarnaast zal invulling worden gegeven aan het verder invullen van Elektrotechnische Installatieverantwoordelijkheid voor de openbare verlichting. Ook zal er een koppeling worden gemaakt met de gemeentelijke meldsystemen
12
zodat de meldingen eenduidig en compleet in beeld zijn en als zodanig worden verwerkt en afgehandeld. Bureau OVL zal zich in 2022 vooral focussen op rust en consolidatie. Het belangrijkste doel is het verbeteren van de dienstverlening, en de communicatie met de gemeenten .Bureau OVL hoopt met de afronding van de aanbesteding van het onderhoudsbestek een goede aannemer te krijgen waardoor Bureau OVL in rustiger vaarwater komt en zich weer op haar kerntaken kan focussen, namelijk het beheer en onderhoud van de openbare verlichting voor de aangesloten gemeenten. Financieel Op basis van de voorliggende herziene begroting 2022, stijgt de bijdrage van Hendrik-IdoAmbacht van € 75.770,- naar € 83.801,62. Dit houdt verband met hogere DVO+- tarieven, hogere kosten bij toezicht/directievoering, werkvoorbereiding en projectcoördinatie en toetreding tot de cao-SGO. Begroting BOVL 2023 De inkoopverplichtingen zullen weer worden overgenomen door de aannemers. Deze kosten hoeven daardoor niet meer opgenomen te worden in de begroting. Hierdoor daalt het totaal aan baten en lasten in de meerjarenbegroting 2023-2026. Vanaf 2022 is er ook meer aandacht voor projecten gekomen en met name de aansturing door middel van KPI's en verhoogde declarabiliteit zodat het projectenteam zichzelf financieel kan bedruipen. Het gehanteerde tarief van € 11,06 zal dan ook voor 2023 gehandhaafd blijven.
Alles onder voorbehoud van de ontwikkelingen op het wereld toneel. Positieve zienswijze In 2021 hebben wij aangegeven aan Bureau OVL dat wij de extra bijdrage fors vonden. Bureau OVL moest daarvoor dan ook daadwerkelijke verbetering laten zien. Wij maakten ons zorgen over de onrust en problemen rondom de aanbesteding van de aannemer en de dienstverlening bij Bureau OVL. In 2021 hebben wij gevraagd aan Bureau OVL om zich te verantwoorden in de jaarstukken 2021. Dit is opgevolgd. Met een nieuwe aannemer, focus op goedwerkgeverschap en aandacht voor verbetering van eigenprocessen en dienstverlening voldoet Bureau OVL aan onze verwachtingen. Geadviseerd wordt om een positieve zienswijze in te dienen en akkoord te gaan met de jaarstukken en de begrotingen.
13