Bijlage bij raadsvoorstel 7.1 PO031221-1917 Rapport Opvolging aanbevelingen 2017-2022 - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
Tekst van het document
| 23 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
● ●
kennis te nemen van het rapport Rekenkamercommissie Onderzoek inkoop- en aanbestedingsbeleid ten aanzien van inhuur derden; de genoemde aanbevelingen over te nemen.’
Met het amendement wordt voorgesteld om de tweede bullit van het raadsbesluit als volgt aan te passen: ‘de genoemde aanbevelingen met inachtneming van de bestuurlijke reactie van het college van 24 januari 2020 over te nemen’, en het raadsbesluit aan te vullen met een derde bullit: ‘het college de opdracht te geven vanaf de P&C-cyclus 2020 verantwoording af te leggen over de omvang en de categorieën van inhuur’. Het amendement wordt vervolgens in stemming gebracht en aangenomen.
8.3 Welke aanbevelingen zijn door het college van B&W en de ambtelijke organisatie aantoonbaar opgevolgd? In het onderzoek naar het inkoop- en aanbestedingsbeleid ten aanzien van de inhuur van derden zijn zes aanbevelingen gedaan: 1. Vertaal generieke doelstellingen aan HR beleid. In haar bestuurlijke reactie geeft het college aan dat alle extra kaders en doelstellingen die hierbij worden geformuleerd een tegengesteld effect hebben op het doel van het college om snel en flexibel te kunnen reageren op de vraag. Door een mismatch van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt is het al erg lastig om te zorgen voor voldoende (vast) personeel en extra kaders en doelstellingen zullen er volgens het college voor zorgen dat dit nog lastiger wordt en een hogere druk leggen op de ambtelijke organisatie. 2. Wees duidelijk over de sturingsfilosofie en het gebruik van uitbesteden, inbesteden en inhuur. In de bestuurlijke reactie staat beschreven dat het college van mening is dat de huidige manier van werken goed aansluit bij de arbeidsmarkt en dat met deze werkwijze de door de raad gestelde kaders uitgevoerd kunnen worden. De wijze waarop dat gebeurt wordt als aangelegenheid van het college beschouwd. Om toch aan de bevindingen en aanbevelingen van het onderzoek tegemoet te komen, zal het college in het vervolg in de P&C-cyclus rapporteren op categorisering van inhuur van derden.
Dit gebeurt op basis van de volgende categorieën: ● Inhuur van specialisme ● Vervanging voor vacatures ● Vervanging langdurige afwezigheid ● Inhuur/inzet via de regio ● Inhuur via intergemeentelijk ProjectManagement (iPM) Ook verwijst het college naar een aanbeveling die in een rekenkameronderzoek van 2013 ook al werd gedaan omtrent het afwegingskader voor inhuur. Een dergelijk afwegingskader, in het bijzonder een norm voor de maximale verhouding tussen vast personeel en het budget voor externe inhuur, vindt het college vanuit het oogpunt van flexibiliteit niet wenselijk.
| 24 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
3. Monitoren van de kwaliteit van de inhuur. Ten aanzien van het monitoren van de kwaliteit van de inhuur merkt het college op geen onderscheid te maken tussen het monitoren van de kwaliteit van vaste medewerkers en ingehuurde medewerkers; ook met ingehuurde medewerkers worden regelmatig voortgangsgesprekken gevoerd en afspraken gemaakt over de kwaliteit van het te leveren werk. 4. Operationaliseer de doelstelling om de lokale economie te willen stimuleren. Met betrekking tot de vierde aanbeveling merkt het college in de bestuurlijke reactie op dat het van belang is de keuze te maken voor de kwaliteit die het beste aansluit bij de vraag en dat daarbij natuurlijk gebruikgemaakt wordt van lokale kennis wanneer deze beschikbaar is. 5. Blijf alert op toekomstige ontwikkeling. Het college geeft in haar bestuurlijke reactie aan dat de nota ‘Op maat verbinden’ een strategische nota is waarin de hoe-vraag aan de hand van thema’s op een strategische manier is uitgewerkt. De invulling met concrete acties gebeurt op tactisch/operationeel niveau en past wat het college betreft niet in een strategisch document. 6. Nader onderzoek naar inhuur projectmanagers iPM. Met betrekking tot de laatste aanbeveling geeft het college aan dat de Regeling onderlinge samenwerking Drechtsteden voor haar een goede en werkbare basis is voor de inhuur van projectmanagers en projectondersteuners.
Zij ziet dan ook geen aanleiding om de reikwijdte van de in te besteden werkzaamheden te verduidelijken: het college ziet hier geen misverstanden, aldus de bestuurlijke reactie. In de Jaarstukken van 2020 wordt alleen verwezen naar aanbeveling 2 en staat beschreven dat er voortaan, zoals toegezegd, in de jaarrekening wordt gerapporteerd over de categorisering van inhuur van derden. Dat is al in de jaarrekening over 2019 gebeurd. Omdat dit een vaste rapportage wordt, kan het actiepunt vanaf nu hier worden afgevoerd, aldus de Jaarstukken 2020. Er wordt in de Jaarstukken van 2020 en in de jaren erna niet expliciet ingegaan op de (andere) aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek.
8.4 Op welke wijze is er uitvoering gegeven aan de aanbevelingen? In de Jaarstukken over 2019 staat met betrekking tot inhuur beschreven dat gedurende 2019 voor € 2,1 miljoen is ingehuurd. De verdeling naar het type inhuur is als volgt: ● Inhuur van specialisme 34% ● Vervanging voor vacatures 22% ● Vervanging langdurige afwezigheid 8% ● Inhuur/inzet via de regio 19% ● Inhuur via iPM 17% In de Jaarstukken 2020 staat vermeld dat de gemeente in 2020 voor € 2,8 miljoen heeft ingehuurd, waarvan ruim € 1 miljoen uit de eigen Drechtstedelijke samenwerking wordt betrokken. De verdeling naar type inhuur wordt afgezet tegen de inhuur in 2020.
| 25 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
In 2020 ziet de verdeling er als volgt uit: ● Inhuur van specialisme ● Vervanging voor vacatures ● Vervanging langdurige afwezigheid ● Inhuur/inzet via de regio ● Inhuur via iPM
29% 31% 2% 22% 16%
In 2021 heeft de gemeente voor € 2,2 miljoen ingehuurd, waarvan ruim € 800.000 werd betrokken uit de Drechtstedelijke samenwerking. De verdeling naar type inhuur wordt in de Jaarstukken 2021 afgezet tegen 2020 en ziet er voor 2021 als volgt uit: ● Inhuur van specialisme 32% ● Vervanging voor vacatures 28% ● Vervanging langdurige afwezigheid 3% ● Inhuur/inzet via de regio 25% ● Inhuur via iPM 12%
8.5 Hebben de aanbevelingen geleid tot veranderingen in het gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan? Het rekenkameronderzoek lijkt geen gevolgen voor het gemeentelijk beleid of de uitvoering daarvan te hebben gehad. Volgens een respondent vanuit de ambtelijke organisatie blijkt uit het uiteindelijke raadsbesluit dat de behoefte aan dit betreffende rekenkameronderzoek beperkt was. Hij vraagt zich dan ook af hoe de RKC tot de keuze voor dit onderwerp is gekomen. Het onderwerp leefde naar zijn mening minder bij de raad en de onderwerpkeuze was vanuit het college gezien niet relevant. Voor wat betreft inhuur wordt er veel samengewerkt in de regio Drechtsteden en wordt er verder alleen ingehuurd bij ziekte en vacatures. De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is zo klein dat vrij precies bekend is wie er werkt en wie wordt ingehuurd. Belangrijke inhuur komt altijd op de agenda van het MT. Er wordt voor wat betreft inhuur vanuit de ambtelijke organisatie geen probleem ervaren; toen al niet en nu met de huidige arbeidsmarkt ook niet, aldus de respondent. Er wordt in het rekenkameronderzoek aanbevolen het personeelsbeleid aan te passen. Deze aanbeveling is niet opgevolgd. Het wordt met name van belang geacht om structurele inhuur in de gaten te houden. De laatste jaren is de gemeente zelfs nadrukkelijk bezig met het inhuren van trainees.
Daaruit blijkt dat inhuur ook als een positieve ontwikkeling gezien kan worden. Er is naar aanleiding van het rekenkameronderzoek een gebaar gemaakt vanuit het college door op een andere, meer transparante manier te rapporteren aan de raad; de verdeling naar type inhuur wordt nu expliciet in de jaarstukken opgenomen. Verder bleek uit het onderzoek geen aanleiding tot grote aanpassingen. Er is verder ook weinig aandacht voor het rekenkameronderzoek geweest, aldus de respondent.
| 26 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
H9 | Sportief Hendrik-Ido-Ambacht 9.1 Welke aanbevelingen heeft de RKC geformuleerd en in welke mate heeft hierover discussie en besluitvorming plaatsgevonden? Op basis van het feitelijk relaas dat ten grondslag ligt aan de conclusies zijn vier aanbevelingen geformuleerd: 1. Stel een sportvisie op met het breed gedragen lokale sportakkoord als uitgangspunt. 2. Zorg voor een beter meetbare en meer tijdsgebonden operationalisatie van de doelen van het sportbeleid. 3. Actualiseer sportgerelateerde beleidskaders met nieuwe trends om zo ook het beleid toekomstbestendig te maken. 4. Investeer in de samenwerking tussen de gemeente en sportverenigingen, zodat partijen elkaar makkelijker weten te vinden. Het rapport is aangeboden en besproken tijdens de raadscommissie van 17 mei 2021. Tijdens de aanbieding zijn er twee presentaties gehouden door het Mullier Instituut die het onderzoek had uitgevoerd en de Nederlandse Sportraad die als gastspreker was uitgenodigd. Er heeft een uitgebreide behandeling van anderhalf uur plaatsgevonden waarin de raad verschillende technische vragen heeft gesteld aan de sprekers. Op basis van de behandeling in de commissie is besloten het raadsvoorstel voor debat door te zetten naar de raadsvergadering, waarna ook tijdens de behandeling in de raad op 7 juni 2021 het rapport uitgebreid is besproken.
Uit interviews komt naar voren dat de betrokkenen de behandeling als constructief en nuttig hebben ervaren, wat leidde tot de overtuiging bij allen om een integrale sportvisie op te stellen.
9.2 Welke aanbevelingen van de RKC zijn door de gemeenteraad overgenomen? Welke zijn niet overgenomen en waarom niet? Tijdens de raadsvergadering van 7 juni 2021 is uiteindelijk zonder hoofdelijke stemming kennis genomen van het rapport en de aanbevelingen. Wel is in het raadsvoorstel aanbeveling 4 besloten nu al in te zetten en over te nemen door college én raad en als doorlopend proces te zien.
9.3 Welke aanbevelingen zijn door het college van B&W en de ambtelijke organisatie aantoonbaar opgevolgd? Uit de bestuurlijke reactie komt naar voren dat het college alle vier de aanbevelingen overneemt. 1. Stel een sportvisie op: het college onderschrijft deze aanbeveling waarbij verwezen wordt naar het nieuwe sportakkoord. Het college stelt voor om in de nieuwe raadsperiode 2022-2026 een visie op sport te gaan opstellen. Het is dan aan de nieuwe raad/het nieuwe raadsprogramma/collegeprogramma om dit daarin op te nemen.
| 27 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
2. Zorg voor een beter meetbare en meer tijdsgebonden operationalisatie van de doelen: het college neemt deze aanbeveling over, maar zet ook deze op termijn. Eerst dient volgens het college een visie te worden opgesteld. Een termijn wordt niet verder genoemd. 3. Actualiseer sportgerelateerde beleidskaders met nieuwe trends: het college geeft aan deze aanbeveling te begrijpen en wil bij het opstellen en actualiseren van de gerelateerde beleidskaders specifiek aandacht besteden voor de koppeling met sport. 4. Investeer in de samenwerking tussen de gemeente en sportverenigingen: zie ook de reactie bij aanbeveling 2. Er wordt door het college opgemerkt dat het focussen op meetbaarheid op dit beleidsterrein kan leiden tot het voorbijgaan aan de inhoudelijke waarde van sport. Wel wil het college blijven investeren in een goede samenwerking met de sportverenigingen. De rol van Hi5Ambacht neemt het college hierin mee. Op het moment van de behandeling (zomer 2021) heeft het college aangegeven dat ze de sportvisie niet konden oppakken, maar dat ze de nieuwe raad van harte zou aanbevelen om dit thema op te pakken en dit in de coalitieonderhandelingen een plek te geven. Het is bij de vorming van de coalitie ook opgenomen in het coalitieakkoord.
9.4 Op welke wijze is er uitvoering gegeven aan de aanbevelingen? Op het moment van schrijven (maart 2023) was de gemeentelijke jaarrekening, waar de opvolging van de aanbevelingen is opgenomen, nog niet verschenen. Wel hebben we voor dit onderzoek met verschillende betrokkenen over de opvolging van de aanbevelingen gesproken. De belangrijkste aanbeveling was het opstellen van de sportvisie. Uit de gesprekken komt naar voren dat deze integrale visie er eind 2023 moet liggen. Hieraan gekoppeld is een beheer- en beleidsplan omdat er een grote accommodatiebehoefte is bij verenigingen. Nadat de sportvisie is vastgesteld volgt een actualisatie van het accommodatiebeleid en een aangepast beheer- en beleidsplan Sportpark Schildman. In een collegevoorstel van 15 november 2022 wordt aangegeven dat het onderzoek (Sportief Hendrik-Ido-Ambacht) heeft laten zien dat er een sportvisie nodig is. In het coalitieakkoord is daarom opgenomen dat er een sportvisie moet komen, in samenhang met een actualisering van de nota accommodatiebeleid op het onderdeel sportaccommodaties en een daarop aangepast beleids- en beheerplan voor Sportpark Schildman. Voorgesteld wordt de sportvisie en de daaraan gekoppelde actualisering van de nota accommodatiebeleid extern te laten opstellen en hiervoor € 75.000 beschikbaar te stellen.
Het rekenkameronderzoek ligt volgens geïnterviewden ten grondslag aan het nieuwe integrale sportbeleid. Het voorgaande beleid was heel erg versnipperd over onderwijs, accommodatiebeleid, gezondheidsbeleid et cetera, dus het was voor bijvoorbeeld sportverenigingen erg ingewikkeld om daarin een lijn te ontdekken. Of zoals tijdens een van de gesprekken werd gezegd: ‘Beleidsmatig is het onderzoek in zekere zin een cadeautje geweest’.
| 28 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
De ervaring is dat de aanbevelingen een goede mix waren van concreet genoeg, maar ook ruimte gevend. De RKC heeft niet gezegd wat er allemaal precies in de sportvisie moet komen te staan, maar was wel heel concreet op een aantal punten. Zoals bij het goed onderhouden van contacten met sportverenigingen en wat daar opgehaald kon worden qua input voor beleid. Ook was het concreet waar het ging om het inzetten op een (nieuw) sportakkoord. Er zijn sinds het rekenkameronderzoek verschillende intensieve en waardevolle gesprekken gevoerd met de verenigingen, waarbij Hi5Ambacht vaak een belangrijke rol speelde. De ambtelijke organisatie en het college hebben nu veel meer contact met de verenigingen en signalen worden sneller opgepikt. Er zijn contacten via de beleidsmedewerker sport en de beleidsmedewerkers bij beheer openbare ruimte.
9.5 Hebben de aanbevelingen geleid tot veranderingen in het gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan? Het rekenkameronderzoek heeft volgens de organisatie in de eerste plaats gezorgd voor bewustwording. De gemeente had vaak indirect contact met de sportverenigingen, waardoor onbedoeld de binding met verenigingen minder werd. Het onderzoek heeft laten zien dat er maatschappelijk een grote behoefte was aan een heldere en integrale sportvisie. Daarnaast was de organisatie op dat moment bezig met het ‘lokaal preventieplan sociaal domein’, waarin duidelijk werd dat veel kracht en maatschappelijk effect uitgaat van sport en de verenigingen. Een sterke en goede relatie met verenigingen is belangrijk om het beleid effectief te laten zijn, ook om bepaalde doelgroepen te bereiken. Het contact met verenigingen is op tal van onderwerpen van belang: gezond leven, bewegen, kinderen laten sporten, versterking van sociale netwerken, aanpak eenzaamheid, enzovoorts. De timing van het onderzoek was dus buitengewoon goed. Uit gesprekken komt naar voren dat de organisatie echt profijt heeft gehad van het onderzoek naar sportbeleid waarin niet alleen naar een visie is gekeken, maar ook naar het capaciteitsvraagstuk. Door het rekenkameronderzoek heeft het capaciteitsvraagstuk ook echt gewicht gekregen.
Het onderwerp had al vaker op het raadsprogramma gestaan, maar het ontbrak daarbij aan het overzicht (totaalplaatje) van het aanbod van sport- en bewegen binnen de gemeente, dus het onderzoek sloot heel goed aan op de behoefte die de organisatie en de raad hadden. Het onderzoek is dusdanig belangrijk geweest dat de aanbevelingen zijn opgenomen in het coalitieprogramma.
| 29 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
H10 | Raad weten met de Omgevingswet 10.1 Welke aanbevelingen heeft de RKC geformuleerd en in welke mate heeft hierover discussie en besluitvorming plaatsgevonden? De RKC heeft in 2020 een onderzoek uitgevoerd naar hoe de gemeenteraad zich het beste kan positioneren in het kader van de nieuwe Omgevingswet. Het rapport kent een hele serie aanbevelingen die onderverdeeld zijn in drie categorieën die we hieronder opsommen. Kennisontwikkeling Organiseer als raad, collectief, een laagdrempelige toegang tot informatie rondom de Omgevingswet en voer regie op de agenda rond de Omgevingswet. Het uitstel van de Omgevingswet biedt extra ruimte om hier invulling aan te geven. Gebruik deze periode om kennis op te doen over de Omgevingswet en de rol en positie van de raad. Concrete aanbevelingen: ● Stel een raadswerkgroep in die de implementatie van de Omgevingswet actief volgt en monitort. ● Organiseer Omgevingswet thema-uren in de raadscyclus. ● Vraag het college om een laagdrempelige toegang tot informatie op te zetten (digitaal dossier) met actuele feiten, voortgang en resultaten rond de invoering van de Omgevingswet binnen de eigen gemeente. ● Verzoek het college om een periodieke terugkoppeling naar de raad van leerervaringen en resultaten uit het implementatietraject Omgevingswet.
● Bezoek als gemeenteraadslid zelf regelmatig de website van het programma Aan de slag met de Omgevingswet. Hier staat de actuele informatie over de Omgevingswet, wordende landelijke ervaringen vanuit pilots en experimenten gedeeld en bijeenkomsten rond de Omgevingswet aangekondigd (www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl). Raadpleeg ook Notubox waar door gebruik te maken van de zoekfunctie, presentaties en raadsinformatiebrieven over de Omgevingswet te vinden zijn. ● Leestip: De gemeenteraad en de Omgevingswet. Hoe raadsleden hun rol kunnen pakken en focus aanbrengen (mr. Trees van der Schoot en Dick Spel). ● De raad geeft politieke richting aan de wijze waarop de Omgevingswet wordt geïmplementeerd, bewaakt de voortgang en dient gelijktijdig te reflecteren op de eigen rol in het grotere geheel. Dat vraagt van een raad niet alleen dat men zich tijdig laat informeren over de voortgang van de implementatie, maar ook dat de raad zich op een kritische manier laat spiegelen over het eigen functioneren. Met andere woorden, dat de raad haar eigen functioneren kritisch laat bekijken. Omgevingsvisie en omgevingsplan Het college en de ambtelijke organisatie hebben het recht op een door de raad geformuleerd ambitieniveau voor de omgevingsvisie en het omgevingsplan.
Formuleer als raad dus het ambitieniveau op thema’s als bouwen, wonen, verkeer, mobiliteit en bedrijventerreinen, energie, milieu, veiligheid, gezondheid en andere sociale aspecten van de leefomgeving.
| 30 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
Dit ambitieniveau is tevens het referentiekader voor de raad zelf en wordt het vanzelfsprekender om als raad een leidende rol in plaats van een volgende rol te hebben bij het omgevingsvisietraject. Denk als raad vooraf, collectief en autonoom na over de invulling van de omgevingsvisie. Wacht niet op een voorstel van het college. Concrete aanbevelingen: ● Steek tijd en energie in de omgevingsvisie en richt het proces zo in dat de raad het proces en uitkomsten acties kan monitoren (idem voor het omgevingsplan). ● Stel het ambitieniveau voor de omgevingsvisie vast (daar waar dat voor de implementatie van de Omgevingswet niet is gedaan). ● Ken het krachtenveld in de samenleving en weet wie betrokken is bij participatietrajecten. Hierdoor is de raad op de hoogte wat speelt in de gemeente en is daardoor beter in staat toekomstgerichte keuzes te maken die een plek krijgen in de omgevingsvisie. ● Wees als raad betrokken bij participatietrajecten om voeling te krijgen met de wensen en ideeën vanuit de gemeenschap. Laat je vanuit de griffie informeren wanneer welk participatietraject start. ● Breng de afwijkingen van de huidige bestemmingsplannen in kaart.
Dit geeft inzicht in de praktijk; het aantal afwijkingen, de omvang van de afwijkingen, verloop van de besluitvorming, rol van de raad en het college daarbij, met welke procedure is afgeweken? Is de raad echt overal nodig en wat zegt dat over de toekomstige rol van de raad richting het omgevingsplan? Reflectie op eigen handelen en positionering Start als raad periodiek een kritische reflectie op de voortgang en breng de inhoud van de Omgevingswet in kaart. Ook een kritische reflectie op het eigen functioneren kan de raad goed helpen om hiaten of vraagstukken in kaart te brengen en de raad vooruit te helpen bij het werken richting de opzet van een integrale omgevingsvisie en de implementatie van de Omgevingswet. Concrete aanbevelingen: ● Geef een impuls aan de lokale democratie door onder andere in een vroeg stadium betrokken te zijn bij participatietrajecten. Blijf hierbij kritisch op de eigen rol, zoals reeds is benoemd in vastgestelde participatienota. ● Laat de RKC ook onderzoek uitvoeren gedurende het proces van de implementatie van de Omgevingswet over de positiebepaling van de raad. ● Organiseer kritische reflectie op inhoud, voortgang en rol van de raad bij de implementatie van de Omgevingswet. ● Breng de griffie in positie om een verbindende rol te spelen tussen college, gemeenteraad en ambtelijke organisatie.
Het rapport is aangeboden en besproken tijdens de raadscommissie RZ-de Volgerlanden op 19 januari 2021. Naast een introductie van de voorzitter en een presentatie van het onderzoeksbureau, is er een presentatie gegeven door de raadsadviseur van de gemeente Berkelland. De presentatie van de raadsadviseur ging over de rol van de raad bij de invoering van de Omgevingswet en heel specifiek over de rol van de raadsbrede werkgroep. Het stuk is op basis van de behandeling in de commissie, waar uitvoerig over het rapport is gesproken, doorgezet als debatstuk naar de raadsvergadering.
| 31 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
10.2 Welke aanbevelingen van de RKC zijn door de gemeenteraad overgenomen? Welke zijn niet overgenomen en waarom niet? Op 1 februari 2021 is het onderzoek ook besproken in de raadsvergadering. Daarin wordt zonder hoofdelijk stemming, maar met een stemverklaring van D66 over de uitzondering voor het niet instellen van een raadsbrede werkgroep. De raad besluit om: ● kennis te nemen van het rapport Rekenkamercommissie "Raad weten met de Omgevingswet"; ● kennis te nemen van de bestuurlijke reactie van het college; ● de genoemde aanbevelingen in het rapport "Raad weten met de Omgevingswet" over te nemen; behoudens het instellen van een raadsbrede werkgroep. Op basis van de bespreking in de commissie heeft de raad dus besloten om geen werkgroep in te stellen vanuit de argumentatie dat er al een traject met onderzoeksbureau Antea was opgezet die eigenlijk in deze behoefte voorziet.
10.3 Welke aanbevelingen zijn door het college van B&W en de ambtelijke organisatie aantoonbaar opgevolgd? Het college onderschrijft de meeste aanbevelingen en geeft aan al een aantal in gang te hebben gezet. Ze geeft echter ook aan over een deel van de aanbevelingen een andere opvatting te hebben. Dit gaat met name over het instellen van een raadsbrede werkgroep. Ze geeft verder aan dat de meeste aanbevelingen die zijn gedaan, aansluiten bij de praktijk die inmiddels is ontstaan. Kennisontwikkeling Themabijeenkomsten Het college geeft aan dat de afgelopen jaren meerdere raadsbijeenkomsten hierover zijn georganiseerd en dat de raad het komende jaar zeer actief aan de slag gaat met de omgevingsvisie. In de bijeenkomsten die inmiddels met het externe bureau Antea zijn geweest, heeft de raad daar al kennis mee kunnen maken. Raadswerkgroep Een van de aanbevelingen is een werkgroep in te stellen. Het college geeft aan dat dit aan de raad zelf is. Wel zijn ze van mening dat de Omgevingswet een dusdanig veelomvattend en integraal traject is, dat het juist goed is om de gehele raad hier steeds bij te betrekken. Informatievoorziening Het college geeft aan dat er veel informatie is te vinden over de Omgevingswet op openbare websites. Daarnaast is het via Notubox mogelijk om stukken die in de raad zijn behandeld of aan de raad zijn aangeboden, terug te vinden.
Naar mening van het college zijn dit twee makkelijke en toegankelijke bronnen die raadsleden kunnen raadplegen.
| 32 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
Omgevingsvisie en omgevingsplan De omgevingsvisie is een kaderstellend document en primair van de raad. De ambities van de raad krijgen hier een nadrukkelijke plek in. Het college geeft aan dat ze na de zomer 2020 volop aan de slag zijn gegaan met het traject van de Omgevingsvisie. In de eerste interactieve bijeenkomst met de raad is een goede start gemaakt voor de komende periode waarin de omgevingsvisie wordt opgesteld. Er was volop gelegenheid voor raadsleden om mee te denken en inbreng te leveren op het proces. Tijdens deze bijeenkomst werd duidelijk dat er de komende tijd veel gelegenheid is voor de raad om het proces te monitoren, inbreng te leveren, ambities te bepalen en actief mee te denken en te werken aan de invulling van de omgevingsvisie. Met het vaststellen van de Nota van Uitgangspunten heeft de raad de ambities voor de omgevingsvisie helder vastgelegd, geeft het college aan. Ook participatie heeft hierin een nadrukkelijke plek gekregen. Het is zeker belangrijk dat raadsleden het krachtenveld van de samenleving goed kennen en betrokken zijn bij participatietrajecten. Tijdens de bijeenkomsten met de raad is dan ook de oproep aan raadsleden gedaan om (als toehoorder) aan te sluiten in de actieweek van de omgevingsvisie. Op deze manier kan de raad zich een goed beeld vormen van wat er speelt in de samenleving.
De rol van de raad richting het omgevingsplan komt aan de orde wanneer het omgevingsplantraject wordt gestart. Het college is van mening dat het traject dat ze nu, gezamenlijk met de raad, zijn ingegaan goed aansluit op de aanbevelingen uit het rapport. Reflectie op eigen handelen en positionering De aanbevelingen die gaan over reflectie op het eigen handelen en positionering van de raad, zijn specifiek gericht op de raad zelf. De raad bepaalt of en op welke wijze zij hun eigen handelen kritisch bekijkt. Het college doet de suggestie om de relatie op dit onderdeel te leggen met de participatienota. Hierin is een paragraaf opgenomen over de reflecterende rol van de raad. Daarin staat dat de raad moet blijven kijken naar de eigen rol ten opzichte van initiatieven uit de samenleving.
10.4 Op welke wijze is er uitvoering gegeven aan de aanbevelingen? Uit gesprekken komt naar voren dat de timing van het onderzoek aan de ene kant ongelukkig was omdat de organisatie aan de vooravond stond van een uitgebreid traject rondom de omgevingsvisie. Aan de andere kant was het toen wel het moment voor de raad om na te gaan hoe het er voor stond. Er zijn een heleboel stukken over het thema verschenen na afloop van het rapport die vanuit de Omgevingswet verplicht zijn om vast te stellen. Denk hierbij aan de omgevingsvisie, adviesrecht onder Omgevingswet, omgevingsplan en verordening nadeelcompensatie. Ook is er een verzameldocument Participatie Omgevingsvisie Hendrik-Ido-Ambacht opgesteld door onderzoeksbureau Antea. Verder zijn er de afgelopen jaren verschillende bijeenkomsten georganiseerd om de raad mee te nemen en bij te spijkeren over de omgevingswet, zoals de bijpraatsessie ‘Van omgevingsvisie naar omgevingsplan HIA’ op 22 juli 2022 en de themasessie ‘Omgevingsvisie Hendrik Ido Ambacht Themasessie vraagstukken’.
| 33 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
Het college lijkt de raad met andere woorden de raad de afgelopen jaren goed geïnformeerd te hebben. In geen van de aangeleverde stukken wordt het rekenkameronderzoek echter specifiek genoemd. Uit gesprekken blijkt dat het rekenkameronderzoek in het gehele traject van besluitvorming niet direct een grote rol heeft gespeeld, wel heeft het duidelijk aangetoond dat de organisatie op de goede weg was, en heeft het de betrokkenheid van de raad op het thema vergroot.
10.5 Hebben de aanbevelingen geleid tot veranderingen in het gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan? In alle gesprekken over dit onderzoek naar de Omgevingswet is door de respondenten aangegeven dat de aanbevelingen voor een groot deel laaghangend fruit en/of open deuren waren. Daarbij is wel opgemerkt dat een rekenkameronderzoek ook juist hiervoor nuttig kan zijn, door alles te inventariseren en het op een rijtje te zetten, zodat dit ook gemonitord kan worden. Tevens is door de organisatie aangegeven dat het onderzoek een bevestiging was dat ze op de goede weg waren. Er is bij de behandeling ook gesproken over een raadsbrede werkgroep, waarvoor ook een externe spreker was uitgenodigd, maar in die discussie was redelijk snel duidelijk dat dit niet wenselijk was voor Hendrik-Ido-Ambacht. Uit gesprekken komt verder naar voren dat de besluiten en bijeenkomsten rond de Omgevingswet al lange tijd op de planning stonden. Andersom heeft onderzoek wel het college geholpen in de communicatie richting de raad. Met name op de momenten dat de raad aangaf dat ze er te veel waren bijeenkomsten of wanneer ze te veel informatie ontvingen. Hierbij kon het college terugverwijzen op het rekenkameronderzoek waarin hier juist om was gevraagd.
| 34 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
H11 | Overkoepelende bevindingen In dit hoofdstuk worden de overkoepelende bevindingen uiteengezet en wordt antwoord gegeven op de deelvragen 6 tot en met 9.
11.1 Is de opvolging van de aanbevelingen gelijk of zijn er verschillen? Als het gaat om de behandeling van de rapporten, dan zijn de actoren hier tamelijk tevreden over. Dit gaat dan vooral over de vorm en procedure. Er wordt een collegebrief geschreven als reactie op het onderzoek waarin wordt aangegeven of de aanbevelingen worden overgenomen of niet. Vervolgens wordt het onderzoek aangeboden in een commissievergadering. De raad kan er vooraf kennis van nemen en/of opmerkingen maken tijdens de behandeling in de commissie. Alle respondenten geven aan dat de behandeling doorgaans open en constructief is. De onderzoeken van de RKC worden altijd zorgvuldig en uitgebreid behandeld. Tegelijkertijd bemerken respondenten dat wanneer de conclusies en aanbevelingen niet al te spannend zijn, en wanneer het college alles omarmt, de discussie daarmee achterwege blijft. Uit gesprekken komt naar voren dat veel onderzoeken bevestigen dat de gemeente op de goede weg is. Dat neemt niet weg dat het rekenkameronderzoek een krachtig middel is om dat onafhankelijk te toetsen en om het inzichtelijk te maken voor de raad, zodat deze het ook kan toetsen. Respondenten geven desondanks aan dat de aanbevelingen soms steviger of scherper mogen zijn. De raad heeft in verschillende onderzoeken dan ook aanbevelingen geamendeerd (of niet overgenomen) zoals bij de Omgevingswet en de inhuur van derden.
Het college en de ambtelijke organisatie voeren de aanbevelingen doorgaans zorgvuldig uit. Wel duurt de opvolging soms iets langer dan aangegeven in de collegereactie. Uit verschillende gesprekken, waaronder ook met de raad, komt naar voren dat ze eigenlijk te weinig praten over het rapport nadat het is aangeboden. Er wordt wel gerapporteerd in de jaarrekening over de aanbevelingen, maar het blijft niet bij de raad hangen wat er vervolgens mee wordt gedaan. Raadsleden geven aan dat er wel behoefte is om wat vaker over de opvolging te praten. Met andere woorden, ze zijn tevreden over de inhoud van de rapporten, maar het is geen afgerond geheel in de zin dat de opvolging wordt besproken (in paragraaf 11.4 gaan we nader in op de monitoring van de aanbevelingen).
11.2 Welke factoren zijn van invloed op de (mate van) opvolging? In dit opvolgingsonderzoek is ook gekeken naar mogelijke factoren die van invloed zijn op de opvolging, waarbij de belangrijkste zijn weergegeven in onderstaande figuur. Uit gesprekken komt naar voren dat de RKC kwalitatieve goede rapporten levert en zorgt voor een dito behandeling. Op dat laatste punt valt op dat de behandeling vaak erg uitgebreid is en dat er per rapport een passende aanbieding wordt gekozen, met vaak ook externe onafhankelijke sprekers. De raad is tevreden met de huidige RKC en haar werkwijze, ook waar het gaat om het betrekken van raadsleden bij het onderzoek. Van tevoren wordt aan de raad gevraagd welke onderzoeken prioriteit hebben. Als ze de groslijst aanhouden die door raad is opgesteld, kan de onderwerpkeuze wel eens achterhaald zijn door de realiteit.
| 35 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
Er is altijd wel spanningsveld in het seniorenconvent tussen de wens van de RKC en de groslijst van de raad. Uiteindelijk is het aan de RKC om een keuze te maken vanuit hun onafhankelijke rol. Daarbij speelt ook het budget van de RKC een rol, dat een aantal jaren geleden is gehalveerd. Doorgaans luistert de RKC wel goed naar de wensen van de raad. Vanuit de ambtelijke organisatie en het college komt naar voren dat iets vaker de dialoog opgezocht mag worden. In het kader van onafhankelijkheid is dat te billijken, maar het zou kunnen helpen als de RKC wat vaker hun oor te luister legt bij de organisatie. Er mag dus meer vooronderzoek en afstemming zijn over het onderwerp en de opzet, om af te pellen of er ook echt een probleem is. Soms mag nog wel meer het gevoel en de sfeer van de gemeente terugkomen in de onderzoeken, het is belangrijk de gemeente te proeven, bemerken raadsleden. Het is goed om van te voren te onderzoeken hoe groot de urgentie is en of het echt betekenisvol is voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. De RKC moet bij elk onderwerp dat aangedragen wordt door de raad ook kritische vragen blijven stellen over wat het oplevert voor de gemeente. Volgens verschillende respondenten kan de RKC nog meer op zoek gaan naar onderwerpen waar de organisatie ook echt mee aan de slag kan.
Daarbij is aangegeven dat het prettig zou zijn als enigszins van tevoren wordt aangegeven wanneer het rekenkameronderzoek plaatsvindt en waar het over gaat, omdat er veel capaciteit voor nodig is in korte tijd. Dat heeft gevolgen voor de andere werkzaamheden van de organisatie.
Bij verschillende onderzoeken die zijn meegenomen in dit onderzoek, zoals het onderzoek naar de Omgevingswet (hoofdstuk 10) en de vindbaarheid op de website (hoofdstuk 5), was de timing volgens respondenten niet ideaal, waardoor er geen momentum was voor het goed laten landen van het onderzoek. Ook zien we in veel collegereacties dat de aanbevelingen vaak al (gedeeltelijk) zijn uitgevoerd. De aanbevelingen worden doorgaans als concreet en helder omschreven.
| 36 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
Wel worden er vaak aanbevelingen gedaan die reeds zijn uitgevoerd (zoals bij het onderzoek naar vindbaarheid op website, informatieveiligheid of bij voorliggende voorzieningen voor Wmo). Door de snelle ontwikkelingen op bepaalde beleidsterreinen ontstaat dan voortschrijdend inzicht. Ook de raad bemerkt dat aanbevelingen soms zijn achterhaald, met name door de lange doorlooptijd van het onderzoek. Het college kijkt daarom nauwkeurig of ze de aanbeveling kunnen uitvoeren, of dat ze het al doen. Vanuit de organisatie is aangegeven dat de aanbevelingen goed uitvoerbaar zijn, waarbij het als een groot goed wordt gezien dat ze veelal ingaan op het ‘wat’ en niet op het ‘hoe’, zodat de ambtelijke organisatie en het college de opvolgingswijze zelf invullen.
11.3 Zijn er vervolgacties nodig om alsnog opvolging te geven aan de aanbevelingen? In onderstaande tabel staat weergegeven in welke mate de aanbevelingen vanuit de verschillende onderzoeken zijn opgevolgd. De aanbevelingen die zijn opgevolgd zijn groen gearceerd, de aanbevelingen die gedeeltelijk zijn opgevolgd zijn oranje gearceerd en de aanbevelingen die niet zijn opgevolgd zijn rood gearceerd. Tabel 1: Overzicht opgevolgde aanbevelingen Nr.
Onderzoek decentralisaties/algemene voorzieningen Wmo (2017)
1
Actieve promotie gericht op doelgroepen (en aandacht is voor cliëntondersteuning als losstaand product).
2
Managen van de verwachtingen (van inwoners).
3
Trekkersrol gemeente werven en opleiden jongere vrijwilligers. Quickscan vindbaarheid info op de website (2018)
1
Verbeter de zoekfunctie op de website.
2
Bekijk waar de thema-indeling van de website overzichtelijker en logischer kan.
3
Beschouw de website als een heel belangrijk communicatiemiddel (en zorg dus voor een gebruiksvriendelijke website), maar blijf daarnaast ook via andere kanalen informeren. Quickscan informatieveiligheid (2017)
1
Voor de afdeling Burgerzaken voldoet het bestaande beleid voor het werken met de BRP buiten het gemeentehuis (toegang tot de BRP op afstand) niet aan de wensen van de gemeente.
2
De governance rondom informatieveiligheid zou eenduidig gecommuniceerd moeten worden.
3
Bij de zelfevaluaties is het van belang de juiste medewerkers te betrekken bij de beantwoording van de vragen.
4
De aandacht van het college van B&W voor informatiebeveiliging is vrij beperkt. Ook de aandacht van de raad en raadscommissie voor informatiebeveiliging en privacybescherming van de burger is beperkt. Deze thema’s verdienen meer aandacht.
Grondstoffenbeleid in Hendrik-Ido-Ambacht (2018)
| 37 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
1
Betrek de raad bij het vaststellen van het ambitieniveau.
2
Vertaal het ambitieniveau van de raad in het nieuwe beleid. Formuleer in het nieuwe beleid de doelstellingen zo SMART mogelijk.
3
Geef HVC de opdracht verschillende scenario's uit te werken.
4
Presenteer de uitwerking van de scenario's en resultaten aan de raad. De raad kan zich uitspreken over een voorkeur voor een (mogelijke) wijziging en inzamelsystematiek. Onderzoek inkoop- en aanbestedingsbeleid ten aanzien van inhuur derden (2019)
1
Vertaal generieke doelstellingen aan HR-beleid.
2
Monitoren van de kwaliteit van de inhuur.
3
Operationaliseer de doelstelling om de lokale economie te willen stimuleren.
4
Blijf alert op toekomstige ontwikkeling.
5
Nader onderzoek naar inhuur projectmanagers iPM. Sportief Hendrik-Ido-Ambacht (2021)
1
Stel een sportvisie op.
2
Zorg voor een beter meetbare en meer tijdsgebonden operationalisatie van de doelen.
3
Actualiseer sportgerelateerde beleidskaders met nieuwe trends.
4
Investeer in de samenwerking tussen de gemeente en sportverenigingen. Omgevingsdienst (2021)
1
Diverse aanbevelingen m.b.t. kennisontwikkeling.
2
Diverse aanbevelingen m.b.t. Omgevingsvisie en omgevingsplan.
3
Diverse aanbevelingen m.b.t. reflectie op eigen handelen en positionering.
Als het gaat om de aanbevelingen uit de onderzochte onderzoeken in dit onderzoek, dan zijn deze ofwel uitgevoerd door het college en organisatie, dan wel in gang gezet, of inmiddels achterhaald door recente ontwikkelingen op het beleidsterrein. De rode draad is wel duidelijk dat de aanbevelingen worden opgevolgd. Wel is er in de gesprekken een aantal zaken benoemd die de opvolging in de toekomst kunnen verbeteren, zoals de scherpte van de aanbevelingen. Verder geeft de raad zelf aan nog niet optimaal gebruik te maken van de rapporten van de RKC. Een rekenkameronderzoek is een lerend geheel, maar de leercurve wordt niet altijd afgemaakt, omdat de raad te weinig gebruikmaakt van de inhoud en aanbevelingen in de rapporten. Daarbij helpt het ook niet dat de monitoring van de aanbevelingen op dit moment niet duidelijk is voor veel raadsleden (waar we hieronder in paragraaf 10.4 nader op ingaan). In het gesprek met de raad is daarom geopperd om een of twee keer per jaar de auditcommissie te laten rapporteren over de
| 38 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
opvolging van de aanbevelingen, dus niet alleen via de jaarrekening, om te kijken of het onderzoek ook echt meerwaarde heeft opgeleverd.
11.4 Op welke wijze is de monitoring van de uitvoering van de aanbevelingen geborgd? Op dit moment wordt de verordening uit 2016 vernieuwd. In de huidige verordening staat niets over de monitoring van aanbevelingen. Op 4 september 2017 heeft de gemeenteraad besloten naar aanleiding van de quickscan Informatieveiligheid om de monitoring van de acties uit het rapport te beleggen bij de auditcommissie. Deze werkwijze is daarna aangehouden voor alle onderzoeken van de RKC. De aanbevelingen worden besproken door de auditcommissie en de aanbevelingen staan benoemd in het jaarverslag van de gemeente. Aan de ene kant komt uit gesprekken naar voren dat dit een prima werkwijze is voor een kleine organisatie als Hendrik-Ido-Ambacht. De organisatie kan hier in ieder geval goed mee uit de voeten. Dit zorgt voor een precedent richting het college (en de organisatie) om de aanbevelingen op te volgen. Al heeft de organisatie die aansporing niet per se nodig. Aan de andere kant is - zoals in paragraaf 10.1 al werd gemeld - voor veel raadsleden de werkwijze niet bekend. Wat hierbij vooral wordt gemist is het gesprek (met de auditcommissie) over de opvolging van de aanbevelingen en de uiteindelijke meerwaarde van het onderzoek.
Door de raad is aangegeven dat het monitoren van de aanbevelingen door de auditcommissie misschien valt te heroverwegen; wellicht kan het beter bij de griffie liggen of de rekenkamercommissie zelf.
| 39 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
Bijlage 1 | Analysekader Onderzoeksvraag
Norm
Per individueel onderzoek 1. Welke aanbevelingen heeft de RKC geformuleerd en in welke mate heeft hierover discussie en besluitvorming plaatsgevonden?
● ● ●
2. Welke aanbevelingen van de RKC zijn door de gemeenteraad en/of het college van B&W overgenomen? Welke zijn niet overgenomen en waarom niet?
● ● ● ● ●
3. Welke door de gemeenteraad overgenomen aanbevelingen zijn door het college van B&W en de ambtelijke organisatie aantoonbaar opgevolgd? Welke aanbevelingen niet en waarom niet?
● ●
● ●
●
4. Op welke wijze is er uitvoering gegeven aan de aanbevelingen? Is hierbij sprake van een structurele inbedding in de organisatie, werkwijzen of procedures, zodat het
●
●
De onderzoeken zijn gepresenteerd/aangeboden aan de raad. Er is voldoende aandacht door de raad genomen voor bespreking van het rapport. Er is door de raad ruimte genomen voor discussie over het onderzoek en de daarin opgenomen conclusies en aanbevelingen. De hoofdlijnen van het rapport zijn niet/deels/volledig gesteund door de raad. De bevindingen van het rapport zijn niet/deels/volledig gesteund door de raad. De conclusies van het rapport zijn niet/deels/volledig gesteund door de raad. De aanbevelingen van het rapport zijn niet/deels/volledig overgenomen door de raad. Er is door de raad op een andere manier vervolg gegeven aan het rapport, bijvoorbeeld door het aannemen van een amendement of motie. De conclusies en/of redeneertrant zijn overgenomen in beleid(svoornemens). De aanbevelingen zijn aantoonbaar en/of bewust niet overgenomen in beleid(svoornemens). De aanbevelingen zijn deels/volledig/niet geïmplementeerd. Er is per aanbeveling een redeneertrant of uitleg gegeven waarom de uitvoering van de aanbeveling niet is opgevolgd. Het niet opvolgen van de aanbeveling is gedeeld met de raad. Er is sprake van aantoonbare inbedding van de aanbevelingen in de organisatie, werkwijzen, procedures. Er wordt door de organisatie bewaakt in hoeverre deze inbedding structureel is.
| 40 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
verbetereffect blijvend van karakter is? 5. Hebben de aanbevelingen geleid tot veranderingen in het gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan en waarom wel of niet?
●
●
Als gevolg van de onderzoeken is een aantoonbare verandering opgetreden in: ○ de beleidsvorming door de ambtelijke organisatie, het college en/of de raad; ○ de beleidsuitvoering; ○ de verantwoording over het uitgevoerde beleid. De onderzoeken hebben niet/deels/volledig voldaan aan de doelen die de RKC ermee voor ogen had.
Overkoepelend 6. Is er een patroon in de opvolging van de aanbevelingen te herkennen?
Hiervoor bestaat in beginsel geen norm, dit moet blijken uit het onderzoek.
7. Welke relevante factoren zijn van invloed op de (mate van) opvolging van de aanbevelingen?
Hiervoor bestaat in beginsel geen norm, dit moet blijken uit het onderzoek.
8. Op welke wijze is de monitoring van de uitvoering van de aanbevelingen geborgd door het college van B&W en de gemeenteraad/griffie/RKC? En in hoeverre wordt er op de uitvoering van de aanbevelingen gestuurd?
●
9. Welke lessen kunnen we trekken uit de wijze waarop en de mate waarin de gegeven aanbevelingen zijn opgevolgd?
Hiervoor bestaat in beginsel geen norm, dit moet blijken uit het onderzoek.
● ●
Er wordt door de organisatie bewaakt in hoeverre het college gedane toezeggingen nakomt. De raad houdt een vinger aan de pols bij de uitvoering van de aanbevelingen. Het college rapporteert regelmatig (al dan niet via de P&C-cyclus) aan de raad over de voortgang en tussenresultaten ten aanzien van conclusies en aanbevelingen.
| 41 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
Bijlage 2 | Bestudeerde documenten ●
●
● ● ● ●
De geselecteerde rekenkamerrapporten: ○ Onderzoek decentralisaties/algemene voorzieningen Wmo (2016) ○ Quickscan vindbaarheid info op de website (2017-2018) ○ Quickscan informatieveiligheid (2017) ○ Grondstoffenbeleid in Hendrik-Ido-Ambacht (2018) ○ Onderzoek inkoop- en aanbestedingsbeleid ten aanzien van inhuur derden (2019-2020) ○ Sportief Hendrik-Ido-Ambacht (2021) ○ Omgevingsdienst (2021) Raadsverslagen van de behandeling van de afzonderlijke rekenkamerrapporten in de raad, inclusief eventuele: ○ moties aangaande de onderzoeken; ○ amendementen aangaande de onderzoeken; ○ raadsvragen aangaande de onderzoeken; ○ relevante college-/raadsinformatiebrieven. ○ raadsvoorstellen. Verordening Rekenkamercommissie van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 2016. Programmabegrotingen gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 2016 tot en met 2022. Jaarrekeningen 2016 tot en met 2021. Aangaande de geselecteerde onderzoeken: ○ Beleidsnota’s ○ Kadernota’s ○ Uitvoeringsprogramma’s ○ Voortgangsrapportages ○ Tussen- en eindevaluaties ○ Raadsvoorstellen en besluiten
| 42 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
Bijlage 3 | Geïnterviewde personen Algemeen Vertegenwoordiging van de gemeenteraad Vertegenwoordiging van het college Concerncontroller Per onderzoek Senior beleidsadviseur Sociaal Domein (Wmo) Senior beleidsmedewerker Sociaal Domein (Sport) Beleidsmedewerker Sociaal Domein (Sport) Beleidsmedewerker ruimtelijke ordening Strategisch adviseur Adviseur Bedrijfsvoering & Dienstverlening
| 43 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht
BMC Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort Postbus 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl KvK BMC Advies 32078667 IBAN NL91ABNA0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01
Colofon 3 juli 2023 Classificatie
: Vertrouwelijk
Namen adviseurs
: T. (Tom) Plat MA dr. M.S. (Marsha) de Vries CPC
Projectnummer
: PO031221
Correspondentienummer
: PO031221-1917
| 44 | Rapport Opvolgingsonderzoek - Rekenkamercommissie Hendrik-Ido-Ambacht