Bijlage bij raadsvoorstel 7.1 Jaarrekening Definitief gew. exp. def
Tekst van het document
Hendrik-Ido-Ambacht
58.137.401
Begroting 2020 1.759.416
Jaarstukken 2020
Werkelijk in 2020 1.819.343
Verschil
59.928
Boekwaarde 31-12-2020 59.956.744
26
Verwervingen Sloop Milieukosten Bouwrijp maken Woonrijp maken Groen/water Openbare verlichting en brandkranen Hoofdplanstructuur Excessieve bovenwijks Tijdelijk beheer en onderhoud Infocentrum Stortingen in reserve bovenwijks Stortingen in reserve kunst Niet verrekenbare BTW Verkoopkosten Regionalisering Overige goederen en diensten Financieringslasten Totaal UITGAVEN
92.467.643 3.600.651 6.454.922 27.883.041 28.381.438 4.116.672 2.028.457 27.802.349 11.709.601 516.456 670.734 1.965.354 719.679 1.113.316 345.443 126.986 1.993.453 48.956.026 318.989.623
INKOMSTEN Woningbouw Winkels/Horeca Bijzondere bebouwing Bijdrage VINEX Overige subsidies en bijdragen Overige opbrengsten Bijdrage marktpartijen Renteopbrengsten Totaal INKOMSTEN
Totaal 188.510.054 8.371.815 636.662 6.550.478 22.069.324 4.694.025 10.180.663 1.259.121 242.272.142
Saldo nominaal
76.717.481
400.000 0 404.421 2.349.181 1.264.932 526.294 152.961 0 0 243.111 0 0 0 0 0 0 250.000 608.445 7.958.760
0 0 289.964 2.353.967 716.681 417.215 169.415 0 0 161.432 0 0 0 0 2.236 0 133 564.957 6.495.345
-400.000 92.467.643 0 3.600.651 -114.457 6.744.886 4.786 30.237.008 -548.251 29.098.120 -109.079 4.533.887 16.454 2.197.872 0 27.802.349 0 11.709.601 -81.679 677.889 0 670.734 0 1.965.354 0 719.679 0 1.113.316 2.236 347.680 0 126.986 -249.867 1.993.587 -43.488 49.520.983 -1.463.415 325.484.969
10.207.191 0 0 0 19.428.695 115.926 44.639 0 29.796.451
9.928.820 0 0 0 19.658.662 147.456 82.583 0 29.817.520
-278.372 0 0 0 229.967 31.530 37.944 0 21.069
Totaal 198.438.874 8.371.815 636.662 6.550.478 41.727.986 4.841.481 10.263.246 1.259.121 272.089.662
-21.837.691
-23.322.174
-1.484.484
53.395.307
Boekwaarde Per 1 januari 2020 had de grondexploitatie De Volgerlanden een boekwaarde van € 76.717.481,-. Voor 2020 stond er € 8,0 miljoen aan uitgaven en € 29,8 miljoen aan inkomsten geraamd. In werkelijkheid is er in 2020 € 6,5 miljoen aan uitgaven en € 29,8 miljoen aan inkomsten gerealiseerd. De boekwaarde neemt hierdoor met € 23,3 miljoen af tot € 53.395.307,-. Planontwikkelingskosten en VTU (voorbereiding, toezicht en uitvoering) De gerealiseerde plankosten zijn € 60.000,- hoger uitgevallen dan geraamd. Een groot aandeel in de overschrijding heeft de premie van de Constructie All Risk (CAR) verzekering. Voorheen viel deze premie onder de gemeentelijke overhead, maar omdat deze specifiek voor de gemeentelijke bouwwerkzaamheden is afgesloten, wordt deze direct ten laste van de projecten gebracht. In de grex 2020 was hier geen rekening mee gehouden. Het budget voor Stedenbouw en planologie is ook overschreden. Met name in De Erfjes heeft de discussie met de ontwikkelaars over de parkeerschuren ertoe geleid dat het plan enkele keren aangepast moest worden. Verder bleek de beoogde locatie van de school in De Erfjes niet geschikt en diende de bebouwing nabij de rotonde op de kruising van de Jacobuslaan en de Dubbele Wetering aangepast te worden. De kosten voor bestekken en voorbereiding, toezicht en uitvoering (VTU) zijn hoger uitgevallen dan geraamd.
Er zijn veel projecten in voorbereiding en uitvoering. Zo wordt er volop gebouwd in De
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
27
Laantjes, wordt de voorbelasting verplaatst van De Straatjes en De Erfjes-Noord naar De Erfjes-Zuid en De Hofjes. De damwanden langs de randen van het plangebied zijn en worden geplaatst en de dorpsweide en het noordelijke deel van de Dubbele Wetering zijn aangelegd. Het gevolg hiervan is dat de inzet van de toezichthouders verhoogd moest worden. De ramingen voor marketing en communicatie en landmeetkundige werkzaamheden zijn lager uitgevallen dan geraamd, al betreffen dit voornamelijk verschuivingen van kosten in de tijd. Grondverwerving Alle geplande verwervingen zijn inmiddels afgerond. Onderdeel van de laatste verwerving was een vergoeding van belastingschade (als onderdeel van de schadeloosstelling), die als kostenpost voor 2020 was opgenomen. De eventuele belastingschade is nog niet bij de gemeente geclaimd, waardoor deze doorgeschoven is naar 2021. Milieukosten De gerealiseerde milieukosten zijn ca. € 114.000,- lager uitgevallen dan geraamd. Dit komt voornamelijk doordat diverse werkzaamheden zijn doorgeschoven in de tijd. Aan de begeleiding van bodemonderzoeken door de Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid is ca. € 65.000,- meer uitgegeven. Bouwrijp maken Per saldo komen de gerealiseerde kosten voor bouwrijp maken zo goed als overeen met de geraamde kosten. Per deelgebied zitten er wel verschillen tussen raming en realisatie.
In West zijn de kosten lager uitgevallen dan geraamd. Voor een deel zijn deze kosten verantwoord onder woonrijp maken, waardoor het een verschuiving van kosten is. In Oost zijn veel deelgebiedoverstijgende kosten gemaakt, zoals voor voorbelasten en gesloten frontboringen. Deze kosten hebben betrekking op meerdere deelgebieden, waardoor deze niet altijd goed zijn toe te bedelen aan het deelgebied waar de kosten geraamd stonden, met over- en onderschrijdingen tot gevolg. Per saldo gaat het om een verschuiving van kosten, en niet om werkelijke over- en onderschrijdingen. Woonrijp maken De kosten voor woonrijp maken zijn ca. € 548.000,- lager uitgevallen dan geraamd. In West zijn de kosten ca. € 200.000,- lager uitgevallen. Dit komt voornamelijk doordat diverse werkzaamheden nog niet uitgevoerd zijn, zoals het woonrijp maken van Onder de perenboom (de kavel is nog niet verkocht) en de aanleg van de fietsbrug in de Parkzone-West. De werkzaamheden van het woonrijp maken van project Stekelbaars zijn nog niet afgerond, al zijn de kosten ook hoger uitgevallen dan geraamd. De kosten voor Oost zijn ca. € 350.000,- lager uitgevallen dan geraamd, ook hier omdat verschillende werkzaamheden nog niet (volledig) uitgevoerd zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor Onder de Linden, waar de aansluitingen op de Vrouwgelenweg nog niet volledig afgerond zijn.
Ook is er een extra aansluiting (op de Zilverreiger en de Brasem) bijgekomen. Ook het openbaar gebied in Watervogels is nog niet volledig woonrijp. Door de hogere inrichtingskosten van Het Eiland zijn deze kosten ook hoger uitgevallen dan geraamd. Daarnaast zullen werkzaamheden aan de Jacobuslaan en het Perenlaantje pas later uitgevoerd worden. In De Laantjes zijn enkele werkzaamheden juist eerder uitgevoerd dan geraamd. Groenvoorziening De kosten voor de aanleg van groen zijn ca. € 109.000,- lager uitgevallen dan geraamd. Dit komt doordat verschillende werkzaamheden nog niet afgerond zijn. Groenaanleg gebeurt in het plantseizoen (november tot en met april), waardoor diverse verstrekte opdrachten per 31 december nog niet (volledig) uitgevoerd zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de aanplant in de projecten
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
28
Stekelbaars en Watervogels en op de Dorpsweide, de Jacobuslaan en de Dubbele Wetering. Verder waren extra werkzaamheden aan de speeltuin langs de Sophialaan nodig. Openbare verlichting en brandkranen De gerealiseerde kosten voor de aanleg van openbare verlichting en brandkranen zijn hoger uitgevallen dan geraamd. De kosten voor de openbare verlichting in de Parkzone-West zijn hoger uitgevallen en een deel van de voorbereidingswerkzaamheden voor De Laantjes zijn eerder dan gepland uitgevoerd. Tijdelijk beheer en onderhoud De beheerkosten worden geraamd op basis van een percentage van de kosten van de nog uit te voeren civieltechnische werkzaamheden. Vervolgens worden deze kosten evenredig over de resterende looptijd verspreid. De kosten voor beheer en onderhoud zijn in 2020 lager uitgevallen dan geraamd. Dit betreft een verschuiving van kosten. Verkoopkosten Verkoopkosten worden geraamd onder 'Plankosten en VTU'. Een deel van de gemaakte verkoopkosten is in 2020 echter op verkoopkosten geboekt. Overige goederen en diensten In 2020 werd de eerste bijdrage aan de tijdelijke warmtevoorziening van het warmtenet verwacht. Deze bijdrage is nog niet gedaan maar doorgeschoven naar 2021. Financieringslasten De financieringslasten zijn lager uitgevallen dan geraamd doordat de werkelijk omslagrente lager is uitgevallen.
Grondverkopen woningbouw De in 2020 gerealiseerde opbrengsten uit woningbouw zijn iets lager dan geraamd, doordat één verkoopovereenkomst van een kavel op Het Eiland ontbonden is en er een kavel minder in De Laantjes notarieel is overgedragen. Overige subsidies en bijdragen Net als de opbrengsten uit woningbouw zijn de exploitatiebijdragen van een kavel op Het Eiland en een in De Laantjes doorgeschoven naar 2021. Wel zijn er meer exploitatiebijdragen voor projectmatige woningen in De Laantjes ontvangen. Overige opbrengsten Een kavelkoper in project Voorn heeft de kavel doorverkocht en heeft de hiervoor verschuldigde boete voldaan. Verder zijn er legesinkomsten voor de aanleg van nutsvoorzieningen geboekt, welke niet waren geraamd. Bijdrage marktpartijen Dit betreft de bijdrage in de kosten voor marketing en communicatie door projectontwikkelaars. Deze kosten zijn eerder voldaan dan geraamd.
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
29
Baten Fysieke bedrijfsinfrastructuur Het saldo wordt veroorzaakt door verschillen tussen geraamde en werkelijke uitgaven en inkomsten binnen het project Ambachtsezoom. Zie de toelichting onder de lasten. Bij de behandeling van de grex Bedrijvenpark Ambachtsezoom worden de verschillen verder gedetailleerd toegelicht. Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) In 2020 is € 44.600 meer inkomsten snippergroen ontvangen dan begroot. Wonen en bouwen Er zijn meer werkelijke baten dan begroot. Dit komt omdat er meer complexe aanvragen zijn ingediend. Daarnaast zijn veel grote projecten gestart betreffende Ambachtsezoom, het Waterbusplein en De Laantjes in De Volgerlanden.
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
30
Uitgaven 2020 Programma Uitgaven
95-02 U
Realisatie. HI-Ambacht Apparaatskosten Materieel Mutaties onderhandenwerk Rente & Afschrijving Subsidies en overdrachten Verbonden Partijen Eindtotaal
Totaal 3.590 7.319 24.170 1.460 100 705 37.345
Ruimtelijke ordening, economie en wonen
705; 2% 1.460; 4%100; 0%
3.590; 10%
7.319; 19%
Apparaatskosten Materieel Mutaties onderhandenwerk Rente & Afschrijving Subsidies en overdrachten Verbonden Partijen
24.170; 65%
Inkomsten 2020 Programma Inkomsten
Ruimtelijke ordening, economie en wonen
95-02 I
Realisatie. HI-Ambacht Apparaatskosten Lokale heffingen Materieel Mutaties onderhandenwerk Overige inkomsten Rijksbijdragen Subsidies en overdrachten Eindtotaal
320; ‐26; ; 0% 1% 0% 1.265; 25; 3% 0%
Totaal -26 1.265 25 2.476 32.284 320
2.476; 7%
Apparaatskosten Lokale heffingen Materieel
36.343
Mutaties onderhandenwerk Overige inkomsten Rijksbijdragen Subsidies en overdrachten
32.284; 89%
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
31
Programma 3 Buitenruimte De groene openbare ruimte vervult een centrale rol in Hendrik-Ido-Ambacht. Het groen heeft een positieve invloed op de gezondheid en het welbevinden van onze inwoners. Wij vinden het belangrijk dat ons dorp schoon, veilig en aantrekkelijk is om in te verblijven. Inwoners, bedrijven en gemeente leveren daaraan elk een bijdrage. Duurzaamheid is daarbij een belangrijk principe. Of het nu gaat om de inrichting en onderhoud van ons groen, afvalscheiding of mobiliteit. We zoeken steeds naar de optimale balans tussen mens, economie en milieu. Vertalingen coalitieprogramma naar collegewerkprogramma - Actieplan zwerfafval In 2019 stelde het college het Zwerfafval-uitvoeringsplan 2019-2023 vast. Hierin zijn de volgende acties benoemd: • Gescheiden afvalbakken in de buitenruimte; • De landelijke opschoondag; • De afvalvrije school. We hebben van Nedvang een zwerfafvalvergoeding ontvangen, die we besteden aan de maatregelen die in het uitvoeringsplan staan. In 2020 plaatsten wee op de Sophiapromenade nieuwe afvalbakken, waarbij naastsigarettenpeuken en restafval ook PBD (plastic, blikjes en drankenkartons) gescheiden wordt ingezameld. Deze afvalbakken zorgen voor een duurzamere uitstraling en dragen bij aan de bewustwording van de noodzaak van afvalscheiding. Ook hebben we ons verder ingezet voor het concreet maken en uitrollen van het project afvalvrije scholen.
We organiseerden een opschoondag en realiseerden een uitgiftepunt voor afvalprikkers in het gemeentehuis.
- Grondstoffenbeleidsplan Op basis van het door de raad vastgestelde grondstoffenbeleidsplan hebben we een pilot uitgevoerd om het scheiden van etensresten te stimuleren via: • Intensieve communicatie; • Persoonlijke benadering; • Aanbieden van een speciaal bakje. Helaas blijken de meetbare effecten van de pilot te beperkt om deze aanpak in de hele gemeente in te zetten. Daarnaast hebben we de volgende maatregelen uit het grondstoffenbeleidsplan uitgevoerd:
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
32
• Apothekersroute voor de inzameling van medicijnresten; • Betalen voor het ophalen van grof huishoudelijk afval; • De actie om het gebruik van minicontainers in de laagbouw te stimuleren is afgerond. Het resultaat is dat ruim 450 woningen alsnog gebruik zijn gaan maken van een minicontainer voor het gescheiden aanbieden van oud papier en karton. Bovenstaande maatregelen zullen naar verwachting een kleine bijdrage leveren aan het verbeteren van het scheiden van afval door onze inwoners. In 2020 hebben onze inwoners ruim 270 kg ongescheiden restafval per inwoner aangeboden. Opvallend is dat de totale hoeveelheid afval per inwoner in 2020 is toegenomen met bijna 7,5 % ten opzichte van 2019. Dit is een landelijke tendens die verklaard wordt door de gevolgen van corona. Mensen zijn meer thuis en produceren daardoor meer afval. Positief is dat het scheidingspercentage licht stijgt, namelijk met 1%. De landelijke doelstelling is 100 kg restafval in 2020 en 30 kg restafval in 2025 per inwoner per jaar. Duidelijk is dat in onze gemeente ingrijpende maatregelen nodig zijn om de hoeveelheid ongescheiden afval terug te dringen. - Speel- en groengebieden inrichten Na vaststelling door de raad van het Speelruimteplan in juni 2020 hebben we een uitvoeringsplan gemaakt als voorbereiding op de grootschalige renovaties en vervangingen van 14 speelplekken in de periode 2021- 2022.
Grote beleidstrajecten niet voortvloeiend uit het Coalitieprogramma - Beleidsplan begraafplaatsen De raad heeft in maart 2020 het nieuwe Begraafplaatsenbeleidsplan 2020 - 2030 vastgesteld. - Beleidsplan Openbare Verlichting Het beleidsplan Openbare Verlichting 2020-2024 is door de raad op 7 oktober 2019 vastgesteld. In de eerste helft van 2020 hebben een uitvoeringsplan opgesteld. Dit heeft door de coronacrisis wel enige vertraging opgelopen. In het 1e kwartaal van 2021 starten we met projectmatige vervanging van masten en armaturen met energiezuinige ledverlichting. - Gemeentelijk rioleringsplan • Rioolproject Hoge Kade uitgevoerd. • Rioolprojecten Kruiswiel: fase 2 uitgevoerd en fase 3 voorbereid • Bestuurlijke ondertekening afvalwaterakkoord met Waterschap op 5 maart 2020 afgerond. Hierin staan afspraken over het zo duurzaam mogelijk en tegen zo laag mogelijke kosten zuiveren van het rioolwater. • Ambtelijke uitwerking klimaatadaptatie deels afgerond, doorlopend proces.
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
33
Wat heeft het gekost ? Bedragen x € 1.000 Primitieve begroting
3 - Buitenruimte Taakveld Verkeer en vervoer Openbaar vervoer Openbaar groen Riolering Afval Begraafplaatsen en crematoria RO - vastgoedregistratie Totaal
Begroting t/m wijz. raad december
Werkelijk
Resultaat
Lasten 3.792 131 1.960 2.080 3.852 443 196
Baten -234 -2.404 -3.992 -520 -
Saldo 3.558 131 1.960 -324 -140 -77 196
Lasten 4.027 137 2.786 2.080 4.363 565 196
Baten -184 -2.404 -4.063 -538 -
Saldo 3.843 137 2.786 -324 300 27 196
Lasten 3.589 123 2.673 2.304 4.209 522 185
Baten -289 -4 -2.826 -4.052 -580 -
Saldo 3.300 119 2.673 -522 157 -58 185
Saldo W-B -543 -18 -113 -198 -143 -85 -11
12.454
-7.150
5.304
14.154
-7.189
6.965
13.605
-7.751
5.854
-1.111
Specificatie begrotingswijzigingen t/m raad december 422 185 1.044 10
Kadernota Resultaatbestemming jaarrekening 2019 Winternota Diversen Saldo begrotingswijzigingen
1.661
Uitsplitsing van het eindresultaat naar lasten en baten (op basis van gewijzigde begroting) Lasten Verkeer en vervoer Openbaar vervoer Openbaar groen Riolering Afval Begraafplaatsen en crematoria RO - vastgoedregistratie Totaal
Begroot 4.027 137 2.786 2.080 4.363 565 196 14.154
Werkelijk 3.589 123 2.673 2.304 4.209 522 185 13.605
Saldo -438 -14 -113 224 -154 -43 -11 -549
Baten Verkeer en vervoer Openbaar vervoer Riolering Afval Begraafplaatsen en crematoria Totaal
Begroot -184 -2.404 -4.063 -538 -7.189
Werkelijk -289 -4 -2.826 -4.052 -580 -7.751
Saldo -105 -4 -422 11 -42 -562
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
34
Wat heeft het gekost? Programma 3 Buitenruimte Lasten Verkeer en vervoer Er zijn drie voorname oorzaken voor het verschil tussen begroot en werkelijk: 1. Bij groot onderhoud wegen en kunstwerken zijn projecten doorgeschoven naar 2021 (o.a. kruising Reeweg/Weteringsingel en Laan van Welhorst tussen Krommeweg en Sophialaan). Het geld dat we in 2020 niet uitgegaven, gaat naar de reserve wegen zodat deze projecten in 2021 uitgevoerd kunnen worden ( +/- € 300.000). 2. Door de zachte winter in 2020 hebben we minder kosten gemaakt voor gladheidsbestrijding (+/- € 60.000) 3. Door de lage rente hebben we een rentevoordeel bij de kapitaallasten (+/-€ 100.000). Openbaar groen De lagere uitgaven worden veroorzaakt doordat onderhoudswerkzaamheden geheel of gedeeltelijk zijn doorgeschoven naar 2021. Dit betreft onder andere baggerwerkzaamheden (waar het verschil tussen werkelijk en begroot in een reserve wordt gestort). Ook bij de inrichting van 't Landje worden de kosten doorgeschoven naar 2021, omdat de inrichting nog niet is voltooid. Riolering Het verschil tussen begrote en werkelijke lasten wordt veroorzaakt door: 1. We hebben meer kosten gemaakt voor de rioolaansluitingen omdat we meer rioolaansluitingen hebben gerealiseerd. Hier staan inkomsten van rioolaansluitingen tegenover. 2.
Door lagere extra comptabele overheadkosten dan begroot is het verschil tussen de totale kosten en inkomsten groter geworden. Dit houdt in dat de storting in de voorziening ook hoger is dan begroot. Afval De lagere kosten voor afval worden voornamelijk veroorzaakt door: 1. We hebben vergoedingen vanuit het afvalfonds ontvangen over voorgaande jaren waar in de begroting geen rekening mee is gehouden. 2. De uitvoeringskosten zijn lager dan begroot doordat het werkelijke aantal woonhuisaansluitingen lager is dan begroot en de totale verwerkingskosten afval minder sterk zijn gestegen dan waar in de begrotingswijziging rekening mee isgehouden.
Baten Verkeer en vervoer De nutsbedrijven hebben meer kabels en leidingen door onze wegen aangelegd dan waar we in de begroting rekening mee hebben gehouden. Daardoor hebben we meer inkomsten aan degeneratievergoeding en legesinkomsten dan begroot. Daarnaast hebben we inkomsten van schadevergoedingen die niet waren begroot.
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
35
Riolering We hebben 6 ton meer aan mutaties voorziening riolering dan begroot. Dit heeft ermee te maken dat we precariobaten niet in de voorziening mogen verantwoorden maar in een nieuw aangemaakte reserve riolering. Daarnaast hebben we meer rioolaansluitingen gerealiseerd en daardoor zijn de inkomsten voor rioolaansluitingen hoger dan begroot.
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
36
Uitgaven 2020 Programma Uitgaven
95-03 U
Realisatie. HI-Ambacht Apparaatskosten Materieel Rente & Afschrijving Subsidies en overdrachten Verbonden Partijen Voorzieningen Eindtotaal
Totaal 1.395 9.548 1.310 102 542 708 13.605
Buitenruimte
542; 4% 102; 1%
708; 5%
1.395; 10%
1.310; 10%
Apparaatskosten Materieel Rente & Afschrijving Subsidies en overdrachten Verbonden Partijen Voorzieningen
9.548; 70%
Inkomsten 2020 Programma Inkomsten
Buitenruimte
95-03 I
Realisatie. HI-Ambacht Lokale heffingen Materieel Overige inkomsten Subsidies en overdrachten Voorzieningen Eindtotaal
Totaal 6.660
104; 1% 303; 4% 684; 9% ; 0%
684 104 303 7.751
Lokale heffingen Materieel Overige inkomsten Subsidies en overdrachten Voorzieningen
6.660; 86%
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
37
Programma 4 Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen De Ambachtse samenleving vormen we samen met onze inwoners, verenigingen en bedrijven. Met elkaar werken we aan de toekomst van onze gemeente. Dat gaat niet vanzelf: we moeten ervoor zorgen dat onze gemeente veilig is, we een solide en financieel beleid kunnen voeren en op een goede, effectieve manier samenwerken in de regio. Daarbij zijn wij verantwoordelijk voor allerlei wettelijke taken die ons zijn opgelegd. Als transparant en daadkrachtig gemeentebestuur voeren we deze taken met onze ervaring en kennis uit. Vertalingen coalitieprogramma naar collegewerkprogramma - Beleidsplan Integrale Veiligheid Het meerjarig beleidsplan Integrale Veiligheid heeft een uitvoeringstermijn tot en met 2021. Een aantal thema's is inmiddels klaar: - Actualisatie incidentbestrijdingsplan rioleringen; - Werving van brandweervrijwilligers; - Aandacht voor veilig internet gebruik; Ook in 2021 wordt gewerkt aan het beleidsplan, maar door de coronacrisis is e.e.a. wel onder druk komen te staan. - Bestedingsplan CAI gelden Bestedingsplan is afgekeurd door de Stichting CAI-gelden. - Dienstverleningsconcept Begin 2020 is het meerjarenplan Dienstverlening vastgesteld. De kernboodschap is dat wij leven in een tijd waarin verandering de enige constante is.
De ingewikkelde samenleving vraagt een eerlijke en begripvolle overheid met menselijke maat. Iedere inwoner heeft daarin zijn eigen behoefte. Daarop inspelen, is de rode draad van dienstverlening in de komende jaren. Digitale ontwikkeling is van groot belang om toekomstbestendig te blijven. Zo doet Dienstverlening Drechtsteden mee aan een landelijke project om via de telefoon identiteitsvaststelling mogelijk te maken. Daarmee kan in de toekomst meer informatie telefonisch verstrekt worden. Ook bij dienstverlening vraagt de coronacrisis extra aandacht. Er zijn meer producten digitaal beschikbaar gesteld en er wordt op gestuurd zoveel als mogelijk hiervan gebruik te maken. Voor inwoners die hier moeite mee hebben is altijd maatwerk mogelijk. De openingstijden hoefden we nauwelijks aan te passen. Wel wordt alleen gewerkt op afspraak om drukte in de publiekshal te voorkomen. Over deze maatregelen hebben we steeds gecommuniceerd via (sociale) media. Bij telefonie is het aantal telefoontjes aanzienlijk toegenomen. Veel inwoners komen met hun vragen over corona naar de gemeente toe. Hoewel dit vooral in de zomer tot langere wachttijden heeft geleid, is de klanttevredenheid nog steeds goed. - Drugsnota actualiseren Het nieuwe coffeeshopbeleid is in 2020 door de burgemeester na betrokkenheid van de gemeenteraad vastgesteld.
Het huidige nul beleid ten aanzien voor coffeeshops wordt voortgezet. Het vastgestelde beleid is ter kennisname naar de gemeenteraad gestuurd. Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
38
- Participatienota In 2020 is de participatienota met inbreng van raad, college, inwoners en de ambtelijke organisatie opgesteld. In de 'Ambachtse Aanpak' staat hoe we willen samenwerken met inwoners, bedrijven, en organisaties bij de ontwikkeling van onze gemeente. Participatie krijgt op deze manier een structurele plaats in de totstandkoming van onze projecten en beleid. Met de participatienota wordt het participatieproces eenduidig en herkenbaar. Het geeft de raad een goed instrument om met participatie om te gaan aan de hand van een participatieadvies. De participatienota is eind 2020 ter vaststelling aangeboden aan de raad en in december besproken in commissieverband.
- Visie op regionale samenwerking en Nota verbonden partijen Er zijn veel ontwikkelingen gaande in de samenwerking in de Drechtsteden. In oktober 2020 zijn afspraken gemaakt over de transities binnen de GRD. Afgesproken is dat de samenwerking in de Drechtsteden in het sociaal domein vanaf 1 januari 2022 wordt voortgezet in een klassieke gemeenschappelijke regeling. Het Drechtstedenbestuur en de Drechtraad komen daarmee te vervallen. De lokale raden komen meer in positie en er is meer ruimte voor lokale regie. De samenwerking in het bedrijfsvoeringsdomein zal vanaf 1 januari 2022 plaatsvinden via een servicegemeente-constructie, waarbij Dordrecht de servicegemeente vormt. De raden in de Drechtsteden hebben deze afspraken bevestigd in een principe-besluit. Dit moet verder worden uitgewerkt. We willen eerst meer zicht hebben op de effecten van de vernieuwde samenwerking en ontwikkelingen op het sociaal domein en de bedrijfsvoering. We zijn in 2020 dan ook nog niet gestart met de actualisering van de Visie op regionale samenwerking en de Nota verbonden partijen.
Grote beleidstrajecten niet voortvloeiend uit het coalitieprogramma - Informatieveiligheid Via de ENSIA zelfevaluatie rapporteren wij over de stand van de informatiebeveiliging op vele gebieden, zoals op de systemen die gebruikt worden voor de persoonsgegevens bij burgerzaken, sociale dienst en belastingdienst. Deze gegevens worden aangeleverd bij de toezichthoudende instanties. Ook bevat de ENSIA een deel waarop een zelfevaluatie wordt uitgevoerd op allerlei andere gebieden zoals organisatie, facilitaire zaken, inkoop, privacy, enz. In 2020 hebben we in de eerste helft van het jaar de verantwoordingsfase van de ENSIA over 2019 succesvol afgerond. Op alle onderdelen is goed gescoord. Voor de onderdelen met een verantwoording richting het Rijk (Suwinet en DigiD) is dit ook door de audit bekrachtigd. Alleen voor de BRO (Basisregistratie Ondergrond) hebben we net geen voldoende gescoord. Dit was verwacht. De BRO is nieuw en in 2019 voor het eerst in de ENSIA meegenomen. In 2020 is dit opgelost en scoren we een voldoende. Verder hebben we in de tweede helft van 2020 de zelfevaluatie-fase voor de ENSIA over 2020 afgerond. Hierbij is voor het eerst gewerkt met de BIO (Baseline Informatieveiligheid Overheid). Alles is op tijd ingeleverd en er zijn geen bijzonderheden te noemen. Begin 2021 volgt weer de verantwoordingsfase.
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
39
Wat heeft het gekost ? Bedragen x € 1.000 4 - Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen Taakveld Bestuur Burgerzaken Overhead Treasury OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting (VpB) Mutaties reserves Resultaat van de rekening van baten en lasten Crisisbeheersing en brandweer Openbare orde en veiligheid Totaal
Primitieve begroting
Begroting t/m wijz. raad december
Werkelijk
Resultaat
Lasten 2.267 1.060 6.242 -266 40 162 10 -23 540 178 903 2.010 431
Baten -419 -23 -605 -3.770 -1.583 -698 -37.578 -12 -338 -20
Saldo 2.267 641 6.219 -871 -3.730 -1.421 -688 -37.601 528 -160 903 2.010 411
Lasten 2.267 1.035 5.494 3.728 46 185 11 1.007 222 19.076 38 2.004 551
Baten -419 -28 -19.156 -3.870 -1.583 -698 -40.361 -4.492 -20
Saldo 2.267 616 5.466 -15.428 -3.824 -1.398 -687 -39.354 222 14.584 38 2.004 531
Lasten 1.986 945 5.808 4.409 51 206 12 137 1 21.616 678 2.056 522
Baten -1 -298 -98 -19.124 -3.884 -1.541 -721 -40.321 44 -4.757 -4 -17
Saldo 1.985 647 5.710 -14.715 -3.833 -1.335 -709 -40.321 181 1 16.859 678 2.052 505
Saldo W-B -282 31 244 713 -9 63 -22 -967 -41 1 2.275 640 48 -26
13.554
-45.046
-31.492
35.664
-70.627
-34.963
38.427
-70.722
-32.295
2.668
Specificatie begrotingswijzigingen t/m raad december -1.092 -888 -885 -606
Kadernota Resultaatbestemming jaarrekening 2019 Winternota Diversen Saldo begrotingswijzigingen
-3.471
Uitsplitsing van het eindresultaat naar lasten en baten (op basis van gewijzigde begroting) Lasten Bestuur Burgerzaken Overhead Treasury OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting (VpB) Mutaties reserves Resultaat van de rekening van baten en lasten Crisisbeheersing en brandweer Openbare orde en veiligheid Totaal
Begroot 2.267 1.035 5.494 3.728 46 185 11 1.007 222 19.076 38 2.004 551 35.664
Werkelijk 1.986 945 5.808 4.409 51 206 12 137 1 21.616 678 2.056 522 38.427
Saldo -281 -90 314 681 5 21 1 -1.007 -85 1 2.540 640 52 -29 2.763
Baten Bestuur Burgerzaken Overhead Treasury OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds Overige baten en lasten Mutaties reserves Crisisbeheersing en brandweer Openbare orde en veiligheid Totaal
Begroot -419 -28 -19.156 -3.870 -1.583 -698 -40.361 -4.492 -20 -70.627
Werkelijk -1 -298 -98 -19.124 -3.884 -1.541 -721 -40.321 44 -4.757 -4 -17 -70.722
Saldo -1 121 -70 32 -14 42 -23 40 44 -265 -4 3 -95
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
40
Wat heeft het gekost? Programma 4 Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen Lasten Mutaties reserves Op dit taakveld vinden alle mutaties op de reserves plaats. Alle vermeerderingen en verminderingen staan gespecificeerd in deel III jaarrekening. Burgerzaken Door minder afdrachten aan het Rijk zijn hier minder uitgaven. Aan de batenkant zijn er ook minder inkomsten. Overhead Door de coronacrisis werd veel thuis gewerkt, hierdoor zijn minder kosten gemaakt voor schoonmaak en catering. Daar tegenover staan extra ICT kosten. Daarnaast wordt het verschil grotendeels veroorzaakt door een nadelig resultaat op de toegerekende loonkosten naar taakvelden. Dit levert op de taakvelden een voordeel op. Per saldo is er een voordeel van € 29.000 op de personeelslasten. Treasury Door de lage rente is er een groot rentevoordeel voor de kapitaallasten van onze investeringen. Hierdoor is er een lagere doorbelasting geweest naar de taakvelden. Algemene uitkering De ontvangen gelden van het Rijk voor COVID-19 zijn hier als uitgaven opgenomen als een stelpost. Bij de Kadernota is het accres met betrekking tot het sociaal domein op een stelpost gezet. Dit bedrag staat tegenover het tekort van de 2e burap van de serviceorganisatie Jeugd. Overige baten en lasten Er is geen beroep op de post onvoorzien gedaan. Daarnaast hebben we het bedrag voorziene debiteuren verlaagd.
Crisisbeheersing en brandweer Binnen dit taakveld zijn meer uren geschreven dan geraamd. Baten Mutaties reserves Op dit taakveld vinden alle mutaties op de reserves plaats. Alle vermeerderingen en verminderingen staan gespecificeerd in deel III jaarrekening. Burgerzaken Er zijn minder legesinkomsten bij burgerzaken. Overhead Detachering van diverse medewerkers heeft een bedrag opgeleverd van € 57.000. Hier tegenover staan de kosten van deze medewerkers bij de lastenkant.
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
41
Algemene uitkering Na berekening van de decembercirculaire geeft de algemene uitkering een nadeel van € 65.000.
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
42
Uitgaven 2020 Programma Uitgaven
Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen
95-04 U
Realisatie. HI-Ambacht Apparaatskosten Begrotings- of exploitatie saldo Materieel Rente & Afschrijving Reserve mutaties Rijksbijdragen Subsidies en overdrachten Verbonden Partijen Voorzieningen Eindtotaal
Totaal 4.339 4.775; 13%
1.290 4.594 22.295 87 1.048 4.775
; 0%
4.339; 11% ; 0% 1.290; 3%
1.048; 3% 87; 0%
4.594; 12%
Apparaatskosten Begrotings‐ of exploitatie saldo Materieel Rente & Afschrijving
38.428
Reserve mutaties Rijksbijdragen Subsidies en overdrachten Verbonden Partijen Voorzieningen
22.295; 58%
Inkomsten 2020 Programma Inkomsten
Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen
95-04 I
Realisatie. HI-Ambacht Apparaatskosten Lokale heffingen Overige inkomsten Rente & Afschrijving Reserve mutaties Rijksbijdragen Voorzieningen Eindtotaal
57; ; 0% 0%
Totaal
6.461; 9%
57 6.461 18.988 134 4.757 40.327
18.988; 27% Apparaatskosten Lokale heffingen
70.724
Overige inkomsten Rente & Afschrijving Reserve mutaties
40.327; 57%
Rijksbijdragen Voorzieningen 134; 0% 4.757; 7%
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
43
Uitgaven 2020 Programma Uitgaven
Meerdere Programma's
(Meerdere items) U
Realisatie. HI-Ambacht Apparaatskosten Begrotings- of exploitatie saldo Materieel Mutaties onderhandenwerk Rente & Afschrijving Reserve mutaties Rijksbijdragen Subsidies en overdrachten Verbonden Partijen Voorzieningen Eindtotaal
Totaal 10.368
708; 1%
20.859 24.170 8.687 22.295 87 6.237 30.555 708 123.965
10.368; 8%
; 0%
30.555; 25% 20.859; 17% Apparaatskosten Begrotings‐ of exploitatie saldo Materieel Mutaties onderhandenwerk Rente & Afschrijving Reserve mutaties
6.237; 5%
Rijksbijdragen
87; 0%
Subsidies en overdrachten 24.170; 19%
Verbonden Partijen Voorzieningen
22.295; 18% 8.687; 7%
Inkomsten 2020 Programma Inkomsten
Meerdere Programma's
(Meerdere items) I
Realisatie. HI-Ambacht Apparaatskosten Lokale heffingen Materieel Mutaties onderhandenwerk Overige inkomsten Rente & Afschrijving Reserve mutaties Rijksbijdragen Subsidies en overdrachten Voorzieningen Eindtotaal
31;0% 0% 136; 303; 0%
Totaal 31 14.385 25 2.476 53.497 134 4.757 48.222 136 303 123.965
14.385; 12% 25;2.476; 0% 2%
48.222; 39%
Apparaatskosten Lokale heffingen Materieel Mutaties onderhandenwerk Overige inkomsten Rente & Afschrijving Reserve mutaties Rijksbijdragen 53.497; 43%
Subsidies en overdrachten Voorzieningen
4.757; 4% 134; 0%
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
44
II - Paragrafen
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
45
1. Weerstandsvermogen en risicoparagraaf Inleiding Om de financiële positie van de gemeente te kunnen beoordelen, zijn niet alleen de cijfermatige gegevens van belang die in deze begroting worden gepresenteerd. Ook de risico’s die niet in cijfers kunnen worden uitgedrukt moeten we in kaart brengen. Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en de weerstandscapaciteit om die risico’s op te vangen. Het weerstandsvermogen is het vermogen om financiële risico’s op te vangen. De weerstandsratio is de weerstandscapaciteit gedeeld door de omvang van de risico’s. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit algemene reserves en onbenutte belastingcapaciteit. Bestemmingsreserves en voorzieningen zijn in feite niet vrij beschikbaar. Vanwege deze beperkingen zetten we de algemene reserves slechts in als component van de weerstandscapaciteit. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit richt zich op de gemeentelijke heffingen: de OZB, de afvalstoffenheffing, het reinigingsrecht en het rioolrecht. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer het gemeentelijke OZB-tarief lager is dan het normtarief voor artikel 12-gemeenten en/of wanneer de andere genoemde tarieven niet kostendekkend zijn. Voor een toelichting op de kostendekking verwijzen we naar de paragraaf Lokale Heffingen.
Weerstandscapaciteit (x 1.000)
31-12-2019
31-12-2020
Per inwoner
Algemene reserves
21.213
32.307
1.035
Incidenteel beschikbaar
21.213
32.307
1.035
Beschikbaar voor "Onvoorzien"
25
25
1
Onbenutte belastingcapaciteit
-
-
-
1.393
1.007
32
Afvalstoffenheffing Riolering
-
-
-
OZB
-
-
-
Opbrengst volgens art. 12 norm
7.188
7.769
249
Opbrengst volgens tarief HIA
5.458
5.425
174
Vrije ruimte
1.730
2.343
75
Marktgelden
2
47
1
Begraafplaatsen
-
0
0
1.454
99
3
586
792
25
Wabo Burgerzaken overige leges
133
85
3
Totaal vrije ruimte belastingen
5.298
4.372
140
Totaal weerstandsvermogen
26.536
36.704
1.176
(Incidenteel + Structureel)
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
46
Risicobeleid In de Nota Reserves en Voorzieningen 2011 is het beleid voor het gewenste weerstandsvermogen vastgesteld. Om het gewenste niveau van het weerstandsvermogen te kunnen bepalen, is inzicht nodig in de weerstandscapaciteit die we als gevolg van de risico’s nodig hebben. De doelstellingen voor het risicomanagement van de gemeente zijn: Tijdig inzicht krijgen in de risico’s en het beheersen van deze risico’s. Het beperken van de gevolgen van risico’s. Het risicobewust maken, ter voorkoming van risico’s of het beperken van de gevolgschade. De beoordeling van het weerstandsvermogen in het kader van de BBV. Definitie: in dit kader gaat het om financiële risico’s. Dat wil zeggen: de mogelijkheid dat zich een gebeurtenis voordoet die de middelen voor het realiseren van onze doelen positief of negatief beïnvloedt. Het risico wordt daarbij geconcretiseerd met de formule ‘kans x impact’. Risico´s met een regulier of structureel karakter hebben structurele maatregelen nodig. Denk bijvoorbeeld aan het afsluiten van verzekeringen, het treffen van voorzieningen, het inrichten van de administratieve organisatie en het aanpassen van beleid en de begroting. Tegenvallers met een structureel karakter kunnen we incidenteel opvangen met het weerstandsvermogen, maar ook daar hebben we structurele maatregelen voor nodig.
Exploitatierisico´s die samenhangen met de recessie worden daarom (incidenteel) gerekend tot de risico´s die aanspraak maken op het weerstandsvermogen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het risico op lagere rijksbijdragen, bijstandsverlening of bouwleges. Het bepalen een risico is altijd een momentopname. Daarom moeten risico’s regelmatig worden herijkt – liefst binnen de P&C-cyclus. Bij de inventarisatie van de risico’s in deze paragraaf betreft het de actuele risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen. Dit zijn risico’s: die niet op een andere manier zijn te ondervangen; die een financieel nadelig gevolg kunnen hebben; die relevant zijn (lees: risico van materieel belang); die met redelijke zekerheid zich gaan voordoen en niet direct beïnvloedbaar zijn. Voor de inventarisatie van de risico’s gelden de volgende criteria: In het kader van het weerstandsvermogen zijn in principe alleen de financiële risico’s van toepassing waarvoor vooralsnog geen of onvoldoende beheersmaatregelen aanwezig zijn. Voor invulling van het begrip ‘risico van materiële betekenis’ is gekozen voor een norm van 0,5% van de totale uitgaven van de gemeente, t.w. € 0,3 mln. Dus richten we ons op risico’s die redelijkerwijs een financiële impact kunnen hebben van € 0,3 miljoen of meer.
Door clustering van een aantal kleinere risico’s binnen een programma, kan eventueel al te rigide hantering van het materialiteitsbegrip worden ondervangen. Voor de beschouwing van de risico’s wordt een tijdshorizon gehanteerd van 4 jaar. De risicoberekening Per risico lichten we op hoofdlijnen toe wat het risico inhoudt. Vervolgens maken we op basis van de beschikbare informatie een inschatting over de omvang van het risico en de mate van zekerheid
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
47
dat het risico zich gaat voordoen. De mate van zekerheid duiden we als volgt: zeer laag (10 procent), laag (30 procent), gemiddeld (50 procent) en hoog (80 procent). Daarnaast kijken we of het risico structurele of incidentele gevolgen heeft. Daar waar er structurele gevolgen zijn, moeten structurele beheersmaatregelen genomen worden als dit risico zich voordoet. Eventuele incidentele gevolgen kunnen we afzetten tegen incidentele beheersmaatregelen, zoals onder andere de reserves. Risico verbonden partijen Wij zijn gedeeld eigenaar van een aantal verbonden partijen. Daardoor lopen wij indirect ook risico's. Voor onze grote verbonden partijen maken we een inschatting welk risico wij als eigenaar in onze eigen risicoparagraaf moeten opnemen. Dit zijn: De GRD: onze bijdrage is circa € 16 miljoen (5,5 procent) en 11 miljoen na aftrek doeluitkering inkomensvoorziening. De OZHZ: onze bijdrage is circa € 430.000 (1,8 procent). De VRZHZ: onze bijdrage is circa € 1,9 miljoen (5,1 procent). De Dienst Gezondheid & Jeugd: onze inwonerbijdrage DGJ is zo’n € 1,7 miljoen (6,6 procent) en SOJ: onze bijdrage is circa € 7,3 miljoen (5,7 procent). Drechtwerk, onze (verlies)bijdrage is circa € 240.000 (4 procent van de inwonerbijdragen). Natuur- en recreatieschap IJsselmonde: onze bijdrage is circa € 215.000 (15,3%).
In de begrotingen van deze partijen zijn de risico’s niet altijd in cijfers uitgedrukt en zeker niet opgeteld tot een gewogen gemiddelde. Inhoudelijk zijn veel risico’s gerelateerd aan rijksmaatregelen en/of decentralisaties, vooral die op het gebied van sociale zekerheid en werkvoorziening. Specifiek risico We moeten extra rekening houden met de (grote) tekorten die verwacht worden bij de SDD en de Serviceorganisatie van de DG&J. Met beide organisaties is afgesproken dat ze flink moeten bijsturen om de groeiende kosten in de hand te houden. Voor de netto kosten van de SDD en de kosten van de SOJ (samen € 18,3 miljoen) rekenen we daarbij met een extra risico van 10% incidenteel, met een hoge kans van optreden (80 procent) bovenop de al eerder meegetelde 10 procent van onze totale bijdrage. Conclusie verbonden partijen Wanneer we uitgaan van een maximaal structureel risico van 10 procent van onze (netto)bijdrage van € 22,8 miljoen met een hoge kans van optreden (80 procent) plus het specifieke risico, komen we op een risicopost van € 5,1 miljoen. De beheersmaatregel die we hierbij moeten nemen is: het actief bewaken van de ambtelijke en bestuurlijke overlegvormen. Risico Grondexploitaties Voor de grondbedrijfcomplexen geldt dat het niet alleen om negatieve, maar ook om positieve risico’s gaat.
De begrote eindwaarde kan door marktrisico’s tenslotte zowel nadeliger als voordeliger uitvallen dan de prognose. Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden tot bijsturing, bijvoorbeeld in tempo en programmering. Ook eventuele subsidies kunnen een positief risico met zich meebrengen. Jaarlijks leggen we de risico’s van de lopende grondexploitaties aan de raad voor in de geactualiseerde GREX’en. In geval van een voorzien verlies wordt een 'voorziening' gevormd. Voor de algemene en specifieke risico’s zijn een Algemene Reserve Grondbedrijf gevormd, en een voorziening voor ons aandeel in het voorziene verlies De Volgerlanden. Grondexploitaties kennen algemene risico’s, zoals rente- en prijsmutaties, tijdsplanningen en afzetrisico’s. Ook zijn er specifieke projectrisico’s. Bovendien geldt dat de risico’s in zo’n GREX op basis van onderzoek zo
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
48
goed mogelijk, maar enigszins voorzichtig worden geraamd. Hierdoor kunnen zowel voor- als nadelen optreden. Voor een uitgebreide toelichting op de GREX'en en risico’s verwijzen we naar de paragraaf Grondbeleid en de GREX'en zelf. Volgerlanden De concept GREX 2021 kent een klein negatief verwacht saldo op eindwaarde dat door een voorziening is afgedekt. Voor de komende drie jaar is een risicobuffer van € 2,8 miljoen met 90 procent zekerheid afdoende. Dit hebben we berekend op basis van de laatste actualisatie van de risico’s en de risicobeheersingsmethode die we gebruiken. Ambachtsezoom De concept GREX 2021 fase 1 (incl. fase 1a) kent met 90 procent zekerheid een verwacht positief resultaat van € 2,8 miljoen op contante waarde en een maximale risicobuffer van 2,0 miljoen. Conclusie grondexploitaties Om het gecombineerde risico te bepalen, moet ook rekening worden gehouden met het positieve resultaat van de Ambachtsezoom. Dat is nog niet in de boeken opgenomen. Het risico Volgerlanden plus het risico Ambachtsezoom, min het positieve resultaat Ambachtsezoom, resulteert in een gecombineerd risico van € 2,0 miljoen met een gemiddelde kans van optreden, oftewel 50 procent. Risico Algemene uitkering en doeluitkering / decentralisaties De effecten van rijksmaatregelen zijn voor de middellange termijn allerminst zeker.
De macroeconomische ontwikkelingen zijn moeilijk te voorspellen, laat staan de bestuurlijke vertaling van het Rijk naar de uitkeringen voor gemeenten en/of verdeelmodellen. Dat geldt in het bijzonder voor het sociale domein. Voor het sociaal domein (de decentralisaties) met hun kortingen zijn de effecten zorgwekkend, ondanks verschillende rapporten die onderbouwen dat het Rijk te weinig middelen beschikbaar stelt voor gemeenten. We zullen dit de komende periode actief monitoren. Voor deze onderdelen geldt daarnaast dat steeds minder op basis van regionale solidariteit worden opgepakt. Anderzijds zijn de risico's van Verbonden Partijen ook al hiervoor meegenomen. Daarnaast staat een grote herijking van het rekenmodel Algemene Uitkering, inclusief sociaal domein, op de planning die in 2023 van kracht moet worden. Volgens de allereerste cijfers zou onze gemeente voor deze herijking een zog. voordeel gemeente zijn. Er is echter een flinke landelijke discussie over dit verdeelmodel. Specifiek risico In de meicirculaire 2019 / septembercirculaire 2020 heeft het Rijk tijdelijk extra middelen voor Jeugdzorg ter beschikking gesteld tot en met het jaar 2022. Voor onze gemeente gaat het om € 0,5 miljoen. De middelen voor het jaar 2023 en daarna zijn nog onderwerp van nader onderzoek, maar de gemeenten mogen deze vooralsnog wel in hun meerjarenramingen meenemen.
Een flinke onzekerheid dus. Conclusie algemene uitkeringen en doeluitkeringen In onze Kadernota anticiperen we zo goed mogelijk geanticipeerd op de plannen van Het Rijk, waaronder de taakstellingen. Dit geldt ook voor eventuele herverdelingseffecten. Voor deze risicoparagraaf houden we rekening met een nadelig structureel restrisico ter grootte van 5 procent van ons taakveld Algemene Uitkering. Dit is een bedrag van € 2,0 miljoen, met een gemiddelde kans van optreden, oftewel 50 procent. Voor het specifieke, structurele risico gaan we uit van € 0,5
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
49
miljoen met een grote kans, oftewel 80 procent. De beheersmaatregelen die we moeten nemen, zijn: het actief volgen van de Kadernota en de begroting, en deze bijsturen als dat nodig is. Incidentele, algemene risico's Naast de specifieke risico's kennen we ook incidentele, algemene risico's, zoals een beroep op onze achtergestelde garantieverstrekkingen. Deze bedragen in totaal circa € 110 miljoen. Ook een hogere loon- of prijsstijging dan geraamd valt hieronder: een omzet van circa € 105 miljoen (excl. mutaties reserves), inclusief GREX’en en verbonden partijen. De kans hierop wordt ingeschat op extreem laag, oftewel 1 procent. Recapitulatie De risico's van verbonden partijen en rijksuitkeringen zijn semi-structureel. Daarom hebben we deze tweemaal meegeteld in de totaaltelling. SAMENVATTING (x € 1.000)
JR2019
JR2020
3.900
5.110
600
1.000
2.600
2.400
Programma 1 - Sociaal, Welzijn en Educatie Verbonden partijen Programma 2 - Ruimtelijke Ordening, Economie en Wonen Grondexploitaties Programma 4. Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen Algemene uitkering en overige rijksbijdragen Algemeen
2.150
Totaal risico's
7.100
10.660
Weerstandscapaciteit
26.535
36.704
3,7
3,4
Weerstandsratio
Financiële kengetallen in relatie tot de financiële positie Hierna wordt een overzicht gegeven van de (verplichte) financiële kengetallen. Volgens het gemeentelijk toezichtskader is hierin neutraal een schuldquote tussen 90 en 130%, solvabiliteit tussen 20 en 50%, rondexploitatie tussen 20 en 35%, structurele ruimte van 0 en belastingcapaciteit tussen 95 en 105%. Zoals bekend is onze schuldquote en ons aandeel "grondexploitatie" door onze relatief grote grondexploitatie Volgerlanden hoog (> 130% schuld). Maar in dit soort getallen komt de deelname in het risico door gemeente Zwijndrecht niet tot uitdrukking (n.b. voor onze gemeentegrootte is het aandeel 'grondexploitatie' gemiddeld 16%). Tegelijkertijd is zichtbaar dat door ons voorzichtige, solide financieel beleid de trend van alle financiële kengetallen positief is, dat geldt ook voor ons hiervoor berekende weerstandsratio. Wanneer we de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie bekijken, kunnen we concluderen dat de gemeente financieel gezond is. Ook de trend is gunstig, de schuldquote daalt en de solvabiliteit stijgt. Dat wordt met name veroorzaakt door flinke verkopen (en dus minder projectfinanciering) in grex De Volgerlanden enerzijds en de verkoop van onze Eneco aandelen anderzijds (toename reservepositie).
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
50
KENGETALLEN (x € 1.000)
JR 2019
JR2020
Netto schuldquote
179%
95%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
172%
90%
Solvabiliteitsratio
17%
29%
Grondexploitatie
121%
65%
2%
2%
109%
112%
Vaste schulden (cf. art. 46 BBV)
131.625
101.750
Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV)
20.000
15.758
Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV)
6.202
4.238
-
-
8.400
7.759
Recapitulatie
Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
1A. Netto schuldquote
Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) Liquide middelen (cf art. 40 BBV)
11
13
Overlopende activa (cf. art. 40a BBV)
2.390
1.255
Totale baten (excl. mutaties reserves)
82.306
119.205
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%
179%
95%
minus vaste geldleningen Volgerlanden netto
106%
53%
Vaste schulden (cf. art. 46 BBV)
131.625
101.750
Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV)
20.000
15.758
1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV)
6.202
4.238
Financiële activa (cf. art. 36 lid b, c, d, e en f)
5.631
5.677
Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV)
8.400
7.759
11
13
Overlopende activa (cf. art. 40a BBV)
2.390
1.255
Totale baten (excl. mutaties reserves)
82.306
119.205
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte
172%
90%
Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV)
34.462
51.962
Balanstotaal
197.520
179.342
17%
29%
Bouwgronden in exploitatie (cf. art.38 lid b BBV)
99.522
77.825
Totale baten (excl. mutaties reserves)
82.306
119.205
Grondexploitatie (A+B)/C x 100%
121%
65%
Liquide middelen (cf art. 40 BBV)
leningen (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%
2. Solvabliteitsratio
Solvabiliteitratio (A/B) x 100%
3. Kengetal grondexploitatie Niet in exploitatie genomen bouwgronden (art. 38a)
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
51
4. Structurele exploitatieruimte Totale structurele lasten excl alle reserves en incidenteel
73.757
94.493
Totale structurele baten excl alle reserves en incidenteel
75.129
96.169
Totale structurele toevoegingen reserves (tabel 7)
-
111
Totale structurele onttrekkingen reserves (tabel 7)
55
420
82.306
119.205
1,7%
1,7%
304
308
Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
180
184
Afvalstoffenheffing voor een gezin
326
335
0
0
Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
810
827
Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1
740
740
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor
109,4%
111,8%
Formatie (fte per 1.000 inwoners)
2,69
2,68
Bezetting (fte per 1.000 inwoners)
2,51
2,51
Apparaatskosten (kosten per inwoner)
287
305,67
Externe inhuur excl VP (% van tot.loonkst + tot.inhuur)
16,1%
19,2%
Overhead (% van totale lasten excl toev.reserves)
6,8%
5,4%
Totale baten excl mutaties reserves C Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E
5. Belastingcapaciteit OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
Eventuele heffingskorting
Beleidsindicatoren programma 4
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
52
2. Financiering Inleiding De financiering van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht wordt alleen benut voor de publieke taak. Het prudente beleid valt binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Centraal in deze wet staan transparantie en risicobeheersing. Om inzicht te geven in de wijze waarop de gemeente dit doet en beeld te geven van de stand van zaken wordt in deze paragraaf ingegaan op het risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financieringsen schuldpositie, het kasbeheer en de informatievoorziening. Het op 8 december 2015 in werking getreden Financieringsstatuut, vormt het kader voor beleid en uitvoering van de treasuryfunctie van de gemeente. Afhankelijk van de hoogte en de verwachte duur van het liquiditeitstekort of –overschot, wordt vermogen tijdelijk of langdurig aangetrokken of uitgezet (Schatkist). Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat de kasgeldlimiet optimaal benut wordt en zoveel mogelijk kort vermogen wordt aangetrokken. In deze paragraaf staan de kas- en financieringsstromen centraal. Rente ontwikkelingen De rente op de kapitaalmarkt vertoonde over het algemeen in 2020 een constante neerwaartse lijn.
De rente van een 10-jarige staatslening bedroeg begin januari 2020 ongeveer 0,21%, door het jaar heen zakte de rente geleidelijk waardoor het in december het niveau van ongeveer -/-0,26% bereikte. De 3-maands Euribor begon het jaar met een rente van circa -/- 0,39%. Door een geleidelijke daling bedroeg de 3-maands Euribor eind december 2020 ongeveer -/- 0,54%. Vanuit Treasury SCD vindt monitoring van de renteontwikkelingen plaats en waar nodig in samenspraak met de gemeente gehandeld. Bij het verstrekken van lange financiering berekenen banken liquiditeitsopslag bovenop de IRSniveaus. Voor bijvoorbeeld een tienjarige lening bedroeg deze opslag eind 2020 circa 0,25 procent. Het afgelopen jaar heeft de renteontwikkeling het volgende beeld laten zien:
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
53
Leningen De totale gemeentelijke langlopende leningenportefeuille valt in twee delen uiteen, te weten een deel voor de Algemene Dienst en een deel voor De Volgerlanden. verloop leningenportefeuilles
BIJ:
AF:
Stand per 1-1-2020
Nieuwe lening 2020
Aflossing 2020
Stand per 31-12-2020
Algemene Dienst
€ 71.625
€ 12.500
€ 32.375
€ 51.750
De Volgerlanden
€ 60.000
-
€ 10.000
€ 50.000
€ 131.625
-
€ 29.875
€ 101.750
Portefeuille
Totaal
Vanuit de ontvangen Eneco-middelen zijn 2 BNG fixe-leningen via een rente-afkoop afgelost en omgezet naar lineaire leningen naar langere looptijden. Dit betreft de leningen van € 5 miljoen tot 2027 met een rente van 4,017% en een lening van € 7,5 miljoen, lopend tot 2029 tegen 4.047%. Beide leningen zijn omgezet naar een 25-jarige lineaire modaliteit met een nieuwe rente van 0,47% respectievelijk 0,495%. Als gevolg van de Enecoverkoop is de aflossing van een éénjarige lening van € 15 miljoen niet geherfinancierd. Mede daardoor is de schuldpositie van de Algemene Dienst in 2020 met € 20 miljoen verlaagd. De aflossing van de leningen voor De Volgerlanden konden worden gedekt uit de grondverkopen in 2020. De gemiddelde rente over de totale lening portefeuille bedroeg per eind 2020 0,95 procent (eind 2019: 1,11 procent). De lening portefeuille van de Algemene Dienst heeft een gemiddelde rente van 1,02 procent tegenover 1,31 procent per ultimo 2019. Renterisico korte termijn: de kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet fido bedraagt deze limiet 8,5 procent van het totaal van de exploitatiebegroting. Gezien de omvang van de begroting 2020 (ca.
€ 85,37 miljoen) betekende dit dat de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht haar financiële huishouding voor maximaal ruim € 7,3 miljoen met kort geld mocht financieren. In de tabel hierna ziet u hoe het verloop van de kortlopende middelen ten opzichte van de kasgeldlimiet gedurende 2020 is verlopen. In 2020 is de kasgeldlimiet alleen het eerste kwartaal overschreden. Dit is binnen de door de Wet fido toegestane maximaal drie kwartaaloverschrijdingen. De ontvangst van de Eneco middelen gaf enkele maanden een positief liquiditeitensaldo te zien. Vanaf medio augustus zijn echter weer kasgeldleningen aangetrokken. Deze leningen waren gemiddeld bijna. € 10 miljoen groot tegen een negatieve rente van gemiddeld -0,40 procent.
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
54
Verloop kasgeldlimiet
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
Limiet
€ 7.249
€ 7.249
€ 7.249
€ 7.249
Gemiddeld netto vlottende schuld (+) of gemiddeld netto vlottend overschot (-)
€ 19.028
€ 5.471-
€ 2.228
€ 4.398
Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)
-11.779
12.720
5.021
2.851
Renterisico lange termijn: de rente risico norm De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. Omdat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer dan 20 procent zijn van het begrotingstotaal. De renterisiconorm van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht bedroeg in 2020 € 17,0 miljoen. Uit de berekening komt naar voren dat de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht in 2020 de renterisiconorm feitelijk fors heeft overschreden. Deze overschrijding kent twee oorzaken: • de aflossing van de in 2019 afgesloten fixe-lening van € 15 miljoen. Deze lening is eind juni 2019 aangetrokken als verplichte consolidatie van de gedurende enkele kwartalen (toegestane) overschreden kasgeldlimiet. Daarbij is bewust een keuze gemaakt voor twee kortlopende leningen van één en twee jaar van respectievelijk € 15 en € 12 miljoen. Dit omdat in deze periode de opbrengst van de verkochte Eneco-aandelen werd verwacht. Wanneer dan binnen de normen van de renterisiconorm zou zijn geopereerd, dan ontstond er een forse overliquiditeit hetgeen niet gewenst was. • De omzetting van twee BNG fixe-leningen van totaal € 12,5 miljoen naar twee lineaire leningen tegen een lager rentepercentage (zie onderdeel Financiering).
Formeel zijn de oorspronkelijke leningen afgelost, maar direct weer opgenomen. In de praktijk hebben er derhalve geen "echte" aflossingen conform de definitie van de renterisiconorm plaatsgevonden. Rente Risico Norm renterisico:
(x € 1.000) Bedrag renteherzieningen
€-
Bedrag aflossingen
€ 42.375
Totaal renterisico
€ 42.375
Renterisiconorm
ca. € 85,3 miljoen x 20 procent
€ 17.055
Toets aan renterisiconorm
Overschrijding
€ 25.320-
Kredietrisico's De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht loopt kredietrisico op uitzettingen (o.a. verstrekte geldleningen) en leningen waarop door haar een borgstelling is afgegeven. Hieronder ziet u de werkelijke kredietrisico's van de gemeente in 2020. Uitzettingen Het totaalbedrag aan uitzettingen van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht per eind 2020 kan in hoofdlijnen als volgt worden gespecificeerd: • Leningen aan woningcorporaties € 0,1 miljoen • Woningfinancieringen gemeentepersoneel € 2,8 miljoen • Lening aan ROM-D € 1,2 miljoen • Veiligheidsregio ZHZ € 1,3 miljoen
Hendrik-Ido-Ambacht
Jaarstukken 2020
55
• Startersleningen € 0,2 miljoen Totaal € 5,6 miljoen Garantstellingen Daarnaast stond de gemeente per 31 december 2020 voor € 56,9 miljoen garant. Hiervan had € 46,4 miljoen (ofwel 82%) betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (indirecte borgstelling). Gezien de rond het WSW gebouwde zekerheidsstructuur is aan deze garantstellingen een relatief laag risico verbonden. Het bedrag aan directe borgstellingen bedroeg per eind 2020 € 10,5 miljoen. De belangrijkste directe borgstellingen worden gevormd door: • HVC Alkmaar (1,38 procent-belang; ‘getrapt’ via GR Gevudo): € 8,5 miljoen • Woningstichting Rhiant € 2,1 miljoen (1 lening). Voor de specificatie van alle door de gemeente gewaarborgde leningen wordt verwezen naar de Staat van gewaarborgde geldleningen elders in deze jaarrekening. Liquiditeitsrisico Liquiditeitsrisico is het risico dat de gemeente vanwege een tekort aan geldmiddelen niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is dit risico beperkt, onder meer vanwege een met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) per 1 januari 2019 herziene kredietlimiet van € 8 miljoen. Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mag de gemeente een bedrag van 0,75 procent van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag.
Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. In 2020 was dat drempelbedrag 0,75% van €85,3 miljoen is (afgerond) € 640.000. In 2020 waren de gemiddelde positieve banksaldi in de 4 kwartalen resp. €62.000; €615.000; €209.000 en €331.000. Hieruit blijkt dat in 2020 volledig binnen het drempelbedrag is gebleven. Wanneer de gemeente het drempelbedrag overschrijdt dient het meerdere afgestort te worden in ’s Rijks Schatkist. Over dit saldo wordt op dit moment geen rente vergoed. De in 2019 door de VNG-IPO-UVW gedane oproep tot vereenvoudiging van het verplichte schatkistbankieren, heeft in 2020 nog niet geleid tot een andere invulling van het schatkistbankieren. Rentetoerekening Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteren we een omslagrente, in de begroting was uitgegaan van 1,2 procent. De BBV-notitie rente schrijft voor dat indien de werkelijke rentelasten die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden door belast afwijken van de rentelasten die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, dan kan de gemeente besluiten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld indien deze afwijking groter is dan 25 procent. In 2020 was die afwijking ruim boven de 25%, zodat de renteomslag in de jaarrekening is gewijzigd naar 0,38%.