CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij raadsvoorstel 5 - Begroting 2022 def

raadsvergadering openbaar 4 november 2021, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Besluitvorming programmabegroting 2022-202530.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In de tarieventabel van de begraafplaatsen in Hendrik-Ido-Ambacht 2021 zijn de tarieven aangepast op de uitgangspunten zoals vastgelegd in het nieuwe beleidsplan. Beleidsplan Openbare Verlichting In 2019 is het nieuwe beleidsplan vastgesteld met daarbij een budget per jaar voor het vervangen en het verduurzamen van ons areaal. In 2022 gaan we verder met het vervangen van de armaturen en masten zoals vastgesteld in het beleidsplan. Ook gaan we in 2022 de slimme 'pucks' voor SmartLighting instaleren op de armaturen waarmee we de armaturen op afstand kunnen beheren en aansturen. Gemeentelijk rioleringsplan Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Met het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (GRP) vullen wij de gemeentelijke zorgplichten in voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. Ook staat in dit plan welke middelen onze gemeente hiervoor inzet. Duidelijk is dat het klimaat verandert. De zomers worden heter en de kans op extreme neerslag wordt steeds groter. Daarom zal de aanpak van klimaatadaptatie in 2022 verder vorm moeten krijgen. Om de kansen te benutten, willen we klimaatadaptatie verder uitwerken bij stedelijke ontwikkeling, herstructurering van bestaande gebieden en het slim koppelen van beheerplannen.

Stedelijk waterbeheer Sinds 2019 gaan de wateraspecten op hoofdlijnen op in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (GRP) in plaats van in een waterplan. In 2022 geven wij samen met het waterschap Hollandse Delta hier nadere invulling aan, door samenwerking in de waterketen en de Kaderrichtlijn Water (KRW).

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

27

Wat mag het kosten ? Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025

(bedragen x € 1.000)

PMA3 Buitenruimte Taakveld Lasten per taakveld 2.1 Verkeer en vervoer 2.5 Openbaar vervoer 5.73 Openbaar groen (prog 3) 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.5 Begraafplaatsen en crematoria 8.13 RO Vastgoedregistratie (prog 3) Totaal lasten Buitenruimte

2022

2023

2024

2025

3.961 480 2.903 2.102 4.296 571 192 14.505

3.997 147 2.208 2.126 4.250 572 192 13.492

4.004 147 2.230 2.117 4.386 574 192 13.650

4.121 149 2.099 2.127 4.555 571 192 13.814

Taakveld Baten per taakveld 2.1 Verkeer en vervoer 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.5 Begraafplaatsen en crematoria Totaal baten Buitenruimte

-167 -2.519 -4.433 -650 -7.769

-167 -2.519 -4.582 -650 -7.918

-167 -2.519 -4.579 -650 -7.915

-167 -2.519 -4.760 -650 -8.096

6.736

5.574

5.735

5.718

Geraamd totaal saldo van baten en lasten Buitenruimte

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

28

Buitenruimte (bedragen x € 1.000) Apparaatskosten 1.445 Materieel 10.801 Rente & Afschrijving 1.298 Subsidies en overdrachten 148 Verbonden Partijen 441 Voorzieningen 372 Eindtotaal 14.504

Uitgaven 2022

1.298 9%

148 441 372 1% 3% 3%

1.445 10%

Apparaatskosten Materieel Rente & Afschrijving Subsidies en overdrachten Verbonden Partijen Voorzieningen 10.801 74%

Buitenruimte (bedragen x € 1.000) Lokale heffingen 7.216 Overige inkomsten 400 Subsidies en overdrachten 153 Eindtotaal 7.769

Inkomsten 2022

400 5%

153 2%

Lokale heffingen

Overige inkomsten

Subsidies en overdrachten

7.216 93%

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

29

Programma 4 Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen De Ambachtse samenleving vormen we samen met onze inwoners, verenigingen en bedrijven. Met elkaar werken we aan de toekomst van onze gemeente. Dat gaat niet vanzelf: we moeten ervoor zorgen dat onze gemeente veilig is, we een solide en financieel beleid kunnen voeren en op een goede, effectieve manier samenwerken in de regio. Daarbij zijn wij verantwoordelijk voor allerlei wettelijke taken die ons zijn opgelegd. Als transparant en daadkrachtig gemeentebestuur voeren wij deze taken met onze ervaring en kennis uit. Vertalingen coalitieprogramma naar collegewerkprogramma Beleidsplan Integrale Veiligheid Een van de doelstellingen uit het coalitieprogramma is dat het veiligheidsniveau in onze gemeente op het huidige niveau blijft. Dit vraagt om continu anticiperen op de ontwikkelingen in onze gemeente maar ook op nieuwe regelgeving. Ontwikkelingen die voorzienbaar zijn, proberen we op een goede wijze in onze organisatie te borgen en we geven uitvoering aan de wensen van de gemeenteraad. In 2022 zullen we dan ook vooral bezig zijn met de ontwikkeling van een nieuw meerjarig beleidsplan integrale veiligheid (2022-2025) waarin we deze ontwikkelingen en politieke wensen vastleggen. Dit nieuwe meerjarig beleidsplan zal aansluiten bij de vastgelegde wensen in het nieuwe coalitieprogramma.

Bestedingsplan CAI gelden Op dit moment gebruiken we de laatste toezeggingen van het CAI-fonds om onder andere het Havenhoofd en het skatepark in het Baxpark te realiseren. In 2022 zijn deze projecten afgerond. Dienstverleningsconcept Door corona is de digitale dienstverlening op punten sneller verlopen en corona heeft het belang om deel te nemen aan nieuwe ontwikkelingen onderstreept. De aandacht hiervoor blijft dan ook onverminderd groot. De persoonlijke benadering is zo mogelijk nog belangrijker en blijft ook dit jaar een belangrijk speerpunt. Door continue klanttevredenheidsmetingen houden we de vinger aan de pols en zorgen we dat onze dienstverlening op hoog niveau blijft. Participatienota In 2022 gaan we verder met het werken volgens de principes van de participatienota en ronden de medewerkers van de ambtelijke organisatie opleidingstrajecten af. De 'Ambachtse aanpak' voor participatie is begin 2021 vastgesteld. Hiermee beschikken we over een beleidskader wat ons een basis geeft om op een heldere manier met participatie om te gaan en om het proces steeds uniform te doorlopen, zodat dit herkenbaar verloopt.

Visie op regionale samenwerking en Nota verbonden partijen In 2022 starten we met het actualiseren van de Nota verbonden partijen en de Visie op regionale samenwerking. De inhoud van deze beide nota's is sterk gerelateerd aan de nieuwe manier van samenwerken in de Drechtsteden. In 2021 is dit verder uitgekristalliseerd en zijn besluiten genomen over de transities in het sociaal domein en het bedrijfsvoeringsdomein. Vanaf 1 januari 2022 wordt de samenwerking in het sociaal domein in de Drechtsteden voortgezet in een klassieke gemeenschappelijke regeling. Vanaf datzelfde moment zal de samenwerking op bedrijfsvoering via

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

30

de servicegemeente Dordrecht verlopen. Een gevolg van het nieuwe construct is onder andere dat de Drechtraad en het Drechtstedenbestuur vanaf 2022 niet meer bestaan. Grote beleidstrajecten niet voortvloeiend uit het coalitieprogramma Informatieveiligheid Informatieveiligheid is en wordt steeds belangrijker. We realiseren ons dat een waterdichte informatiebeveiliging niet mogelijk is. Door risico-gestuurd te werken, kennen we onze risico's, weten we deze te beperken en zijn we in staat gerichte maatregelen te nemen. De menselijke factor speelt een belangrijke rol. Er is dan ook continu aandacht voor het risicobewustzijn van onze medewerkers op dit gebied. In 2022 gaan we verder met het borgen van informatieveiligheid in de organisatie en het implementeren van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Dit betekent een voortzetting van risico-gestuurd werken. De volgende stap die we zetten in risico-gestuurd werken is het in gebruik nemen van een Information Security Management System(ISMS). Hiermee gaan we in 2022 aan de slag. Dit zorgt voor een integraal beeld van de onderlinge risico's die daardoor beter zijn beheerst. Deze implementatie doen we in samenwerking met onze partners in de regio. Na de coronacrisis is het hoogstwaarschijnlijk dat er blijvend meer en vaker thuis wordt gewerkt. We werken er aan om dat op een informatie-veilige en verantwoorde manier te doen.

Verder leggen we in 2022, zoals ieder jaar, weer verantwoording af op het gebied van informatieveiligheid via de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA). Momenteel is informatieveiligheid voor een groot deel bij het Service Centrum Drechtsteden(SCD) belegd. Per 1 januari 2022 valt het SCD onder de gemeente Dordrecht. Deze transitie heeft voor informatieveiligheid gevolgen, zowel in de regio als bij onze organisatie. Met deze opgave zijn we in 2022 ook bezig.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

31

Indicatoren begroting 2022 Let op: alle getallen, bedragen en percentages zijn afgerond Programma 4 Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen

Hendrik-IdoAmbacht

Hendrik-IdoAmbacht

Papendrecht Sliedrecht

Zwijndrecht

Alblasserdam

Dordrecht

HardinxveldGiessendam Bron

Toelichting

2020

2019

Veiligheid Diefstal uit woningen (per 10.000 inwoners)

12

11

11

6

17

12

14

6

Waarstaatjegemeente.nl

Aantal diefstallen uit woningen

Vernielingen c.q. zaakbeschadigingen (per 10.000 inwoners)

35

37

52

31

39

58

55

21

Waarstaatjegemeente.nl

Specifiek het aantal vernielingen c.q. zaakbeschadigingen

Netto schuld (per inwoner) Reserves (per inwoner)

€ €

4.068 € 680 €

3.102 € 1.035 €

1.558 € 1.725 €

1.086 € 52 €

2.828 € 801 €

1.882 € 256 €

1.756 € 317 €

1.188 Jaarstukken gemeenten 743 Jaarstukken gemeenten

Berekeningen netto schuld per inwoner 2020

Hendrik-IdoAmbacht

Papendrecht Sliedrecht

Vaste schulden met looptijd > 1 jaar Uitstaande leningen Netto schuld

€ € €

€ 69.386.000 € 28.760.000 € 131.703.000 € 40.823.000 € € 19.077.000 € 1.369.000 € 5.444.000 € 3.042.000 € € 50.309.000 € 27.391.000 € 126.259.000 € 37.781.000 €

Aantal inwoners Schuld per inwoner

€

Berekeningen reserves per inwoner 2020

Hendrik-IdoAmbacht

Middelen

Algemene reserves per 1-1-2021 Aantal inwoners per 1-1-2021 Reserves per inwoner

Berekeningen veiligheid 2019 Aantal inwoners per 1‐1‐2019 Aantal 'groepjes' van 10.000 Diefstal uit woningen Vernielingen en misdrijven per 10.000

Berekeningen veiligheid 2019 Aantal inwoners per 1‐1‐2018 Aantal 'groepjes' van 10.000 Diefstal uit woningen Vernielingen en misdrijven per 10.000

€ €

101.750.000 5.678.000 96.072.000 31.205 3.102

€

Zwijndrecht

25.230

44.730

20.070

1.558 €

1.086 €

2.828 €

1.882 €

Papendrecht Sliedrecht

Zwijndrecht

32.307.000 € 55.426.000 € 1.321.000 € 31.205 25.230 32.130 1.035 € 1.725 € 52 €

Hendrik-IdoAmbacht

30.970 3,1 38 12

HardinxveldGiessendam

Alblasserdam Dordrecht

32.130

236.884.000 € 28.436.000 € 208.448.000 € 119.345

21.520.000 82.000 21.438.000 18.295

1.756 €

1.188

HardinxveldGiessendam

Alblasserdam Dordrecht

35.816.000 € 5.135.000 € 20.070 44.730 801 € 256 €

Vaste schulden met een looptijd >1 jaar minus uitstaande leningen, afgezet tegen het totaal aantal inwoners. Alleen algemene reserves (weerstandsvermogen)

37.874.000 € 119.345

317 €

13.586.000 18295 743

HardinxveldGiessendam Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Alblasserdam Dordrecht 32.295 25.025 44.640 20.070 118.710 18.051

3,2 50 15

2,5 18 7

4,5 57 13

2,0 28 14

11,9 210 18

1,8 24 13

Hendrik-IdoAmbacht

Hendrik-Ido-Ambacht

30.680 3,1 41 13

Begroting 2022

32

Wat mag het kosten ? Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025

(bedragen x € 1.000)

PMA4 Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen 2022 Taakveld Lasten per taakveld 0.1 Bestuur 2.214 0.10 Mutaties reserves 190 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten 218 0.2 Burgerzaken 976 0.4 Overhead 6.997 0.5 Treasury -15 0.61 OZB woningen 50 0.62 OZB niet-woningen 199 0.64 Belastingen overig 12 0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds 219 0.8 Overige baten en lasten 1.640 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) 0 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 2.052 1.2 Openbare orde en veiligheid 450 Totaal lasten Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middele 15.202

2023

2024

2025

2.194 245 154 969 6.667 25 51 202 12 176 890 0 2.076 450 14.111

2.195 112 221 1.089 6.582 -187 51 202 12 175 140 0 2.076 440 13.108

2.215 240 83 1.165 6.563 -162 53 208 13 186 140 0 2.159 440 13.303

Taakveld Baten per taakveld 0.10 Mutaties reserves -1.469 0.2 Burgerzaken -299 0.4 Overhead -24 0.5 Treasury -155 0.61 OZB woningen -4.147 0.62 OZB niet-woningen -1.639 0.64 Belastingen overig -195 0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds -44.308 0.8 Overige baten en lasten -50 1.2 Openbare orde en veiligheid -20 Totaal baten Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middele -52.306

-409 -294 -24 -154 -4.147 -1.639 -195 -43.314 -50 -20 -50.246

-197 -500 -24 -153 -4.147 -1.639 -195 -43.107 -50 -20 -50.032

-140 -500 -24 -153 -4.147 -1.639 -195 -43.829 -50 -20 -50.697

-36.135

-36.924

-37.394

Geraamd totaal saldo van baten en lasten Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

-37.104

33

Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen (bedragen x € 1.000) Apparaatskosten 5.079 Materieel 2.963 Rente & Afschrijving 169 Reserve mutaties 190 Rijksbijdragen 87 Subsidies en overdrachten 1.639 Verbonden Partijen 4.859 Eindtotaal 14.985

Uitgaven 2022

4.859 32%

5.079 34% Apparaatskosten Materieel Rente & Afschrijving Reserve mutaties Rijksbijdragen Subsidies en overdrachten

1.639 11%

Verbonden Partijen 87190169 1%1% 1%

Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen (bedragen x € 1.000) Lokale heffingen 6.301 Overige inkomsten 116 Rente & Afschrijving 63 Reserve mutaties 1.469 Rijksbijdragen 44.308 Voorzieningen 50 Eindtotaal 52.307

2.963 20%

Inkomsten 2022

50 0%

6.301 12%

116 63 1.469 0% 3%

Lokale heffingen Overige inkomsten Rente & Afschrijving Reserve mutaties Rijksbijdragen Voorzieningen

44.308 85%

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

34

Totaal van de programma's (bedragen x € 1.000) Apparaatskosten 10.790 Materieel 26.245 Mutaties onderhandenwerk 17.409 Rente & Afschrijving 3.393 Reserve mutaties 190 Rijksbijdragen 87 Subsidies en overdrachten 7.904 Verbonden Partijen 30.361 Voorzieningen 372 Eindtotaal 96.749

Totaal van de programma's (bedragen x € 1.000) Lokale heffingen 14.303 Materieel 26 Mutaties onderhandenwerk 876 Overige inkomsten 15.367 Rente & Afschrijving 63 Reserve mutaties 1.469 Rijksbijdragen 49.920 Subsidies en overdrachten 14.893 Voorzieningen 50 Eindtotaal 96.967

Uitgaven 2022 372 1%

26.245 27%

7.904 8% 190 0% 87 0%

3.393 4%

17.409 18%

Apparaatskosten Materieel Mutaties onderhandenwerk Rente & Afschrijving Reserve mutaties Rijksbijdragen Subsidies en overdrachten Verbonden Partijen Voorzieningen

Inkomsten 2022

14.893 15%

50 0%

14.303 15%

876 1%

26 0% 15.367 16% 63 0%

Lokale heffingen Materieel Mutaties onderhandenwerk Overige inkomsten Rente & Afschrijving Reserve mutaties Rijksbijdragen Subsidies en overdrachten Voorzieningen

1.469 2%

49.920 51%

Hendrik-Ido-Ambacht

10.790 11%

30.361 31%

Begroting 2022

35

II - Paragrafen

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

36

Paragraaf 1. Weerstandsvermogen en risicoparagraaf Inleiding Om de financiële positie van de gemeente te kunnen beoordelen, moeten we ook de risico’s in kaart brengen. Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente Hendrik-IdoAmbacht en de weerstandscapaciteit om die risico’s op te vangen. De weerstandsratio is de weerstandscapaciteit gedeeld door de omvang van de risico’s. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit algemene reserves en onbenutte belastingcapaciteit. Bestemmingsreserves en voorzieningen zijn in feite niet vrij beschikbaar en tellen niet mee voor de weerstandscapaciteit. In de Nota Reserves en Voorzieningen 2011 is het beleid voor het gewenste weerstandsvermogen vastgesteld. De reserve projecten is in 2021 ingezet voor het waterbusplein en het I.H.P., de algemene reserve is ingezet voor het traject "i.c.t. verandert" en de algemene reserve Grondbedrijf is (tijdelijk) ingezet voor het I.H.P. De algemene reserves zijn daardoor afgenomen en een bestemmingsreserve I.H.P. gevormd. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit richt zich op de gemeentelijke heffingen: de OZB, de afvalstoffenheffing, het rioolrecht en de overige rechten.

Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer het gemeentelijke OZB-tarief lager is dan het normtarief dat geldt voor artikel 12-gemeenten en/of wanneer de ander genoemde tarieven niet kostendekkend zijn. Voor een toelichting op de kostendekking verwijzen we naar de paragraaf Lokale Heffingen.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

37

Weerstandscapaciteit (x 1.000)

1-1-2021

1-1-2022

per inw.

Algemene reserves

28.075

21.941

687

Incidenteel beschikbaar

28.075

21.941

687

25

25

1

1.293

888

28

-

-0

-0

7.385

7.385

231

Beschikbaar voor "Onvoorzien"

Onbenutte belastingcapaciteit Afvalstoffenheffing Riolering OZB Opbrengst volgens art. 12 norm Opbrengst volgens tarief HIA

5.561

5.786

181

Vrije ruimte

3.117

2.487

78

Marktgelden

34

31

1

Begraafplaatsen

0

-0

-0

Wabo

791

804

25

Burgerzaken

758

755

24

overige leges

227

177

6

4.927

4.254

133

-

-

-

33.027

26.220

821

Totaal vrije ruimte belastingen

Totaal weerstandsvermogen (Incidenteel + Structureel)

Risicobeleid De doelstellingen voor risicomanagement zijn:  tijdig inzicht krijgen in de risico’s en het beheersen van deze risico’s  het beperken van de gevolgen van risico’s;  het risicobewust maken, ter voorkoming van risico’s of het beperken van de gevolgschade;  de beoordeling van het weerstandsvermogen in het kader van de BBV. Definitie: In dit kader gaat het om financiële risico’s, dat wil zeggen: gebeurtenissen die onze vermogenspositie positief of negatief beïnvloeden. Het risico wordt daarbij nader geconcretiseerd met de formule “kans x impact”. Risico´s met een structureel karakter hebben structurele maatregelen nodig, zoals het afsluiten van verzekeringen, het treffen van voorzieningen, het bijsturen van de administratieve organisatie, het aanpassen van beleid en de begroting etc. Tegenvallers met een structureel karakter kunnen we incidenteel opvangen met het weerstandsvermogen, maar moeten vervolgens van structurele maatregelen worden voorzien. Exploitatierisico´s die samenhangen met een recessie worden daarom (incidenteel) gerekend tot de risico´s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen: het risico op lagere rijksbijdragen, bijstandsverlening, bouwleges etc., maar moeten structureel worden

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

38

aangepakt. Het bepalen van de risico’s is altijd een momentopname en moet daarom regelmatig worden herijkt (liefst binnen de P&C cyclus). Bij de inventarisatie van de risico’s in deze paragraaf betreft het de actuele risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen. Dit zijn risico’s:  die niet op een andere manier zijn te ondervangen;  die een financieel nadelig gevolg kunnen hebben;  die relevant zijn (lees: risico van materieel belang);  die met redelijke zekerheid zich gaan voordoen en  niet direct beïnvloedbaar zijn. Voor de inventarisatie van de risico’s gelden de volgende criteria:  In het kader van het weerstandsvermogen zijn in principe alleen de financiële risico’s van toepassing waarvoor vooralsnog geen of onvoldoende beheersmaatregelen aanwezig zijn.  Voor invulling van het begrip ‘risico van materiële betekenis’ is gekozen voor een norm van 0,5% van de totale uitgaven van de gemeente, t.w. € 0,3 mln. Dus richten we ons op risico’s die een financiële impact kunnen hebben van € 0,3 miljoen of meer. Door clustering van een aantal kleinere risico’s binnen een programma, kan eventueel een al te strikt gebruik van deze minimum norm worden ondervangen.  Voor de beschouwing van de risico’s wordt een tijdshorizon gehanteerd van 4 jaar. De risicoberekening Per risico wordt op hoofdlijnen toegelicht wat het risico inhoudt.

Vervolgens maken we op basis van de beschikbare informatie een inschatting over de omvang van het risico en de mate van zekerheid dat het risico zich voordoet. De mate van zekerheid duiden we als volgt: zeer laag (10%), laag (30%), gemiddeld (50%) en hoog (80%). Daarnaast wordt bekeken of het risico structurele of incidentele gevolgen heeft. Risico verbonden partijen Wij zijn eigenaar van een aantal verbonden partijen. Daardoor lopen wij ook indirecte risico's. Voor onze grote verbonden partijen maken we een inschatting welk risico wij als eigenaar in onze eigen risicoparagraaf moeten opnemen. Dit zijn:  De GRD: onze bijdrage is circa 18,2 miljoen (5,4%), waarvan 5,2 miljoen doeluitkering inkomensvoorziening (BUIG).  De OZHZ: onze bijdrage is circa 5 ton (2,1%).  De VRZHZ: onze bijdrage is circa 1,9 mln (5,4%).  De Dienst Gezondheid & Jeugd: onze bijdrage is zo’n 1,8 mln (6,8%) en SOJ 8 mln (6%).  Drechtwerk: onze (verlies) bijdrage is circa 2 ton (4,0% van de inwonerbijdragen). In de begrotingen van deze partijen zijn de risico's niet altijd in cijfers uitgedrukt en zeker niet opgeteld tot een gewogen gemiddelde. Inhoudelijk hebben veel risico’s een relatie met rijksmaatregelen en/of decentralisaties, m.n. op het gebied van sociale zekerheid.

Extra aandacht gaat daarbij uit naar de (prognose van de) tekorten op de inkomensvoorziening bij de GRD/SDD en de verwachte tekorten bij de Serviceorganisatie van de DG&J. Ons risico schatten wij in als maximaal 10% van onze bijdragen. Specifieke risico's We moeten extra rekening houden met de (grote) tekorten die verwacht worden bij de SDD en de Serviceorganisatie van de DG&J. Met beide organisaties is afgesproken dat ze flink moeten bijsturen om de groeiende kosten in de hand te houden. Het gaat daarbij om grote bedragen. Daarnaast is er

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

39

de (ook landelijke) lobby van gemeenten voor méér middelen van het Rijk. Voor dit onderdeel nemen we een extra risicopost van 10% op van de bijdrage SDD excl. BUIG en de bijdrage SOJ bovenop de al eerder meegetelde 10 procent van onze totale bijdrage. De uitbraak van COVID-19 (Corona) eind februari 2020 heeft nog steeds een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. De omvang van dit risico valt op het moment van schrijven met geen mogelijkheid in te schatten. Daarbij gaan we er vooralsnog vanuit dat het Rijk haar belofte blijft nakomen om de extra kosten te vergoeden aan gemeenten. Bij de verkoop van de aandelen in Eneco Groep N.V. (hierna Eneco) in 2020 is de koper gevrijwaard van de claim van de oud-aandeelhouders van REMU N.V. (hierna REMU). Samenvattend stelt REMU dat Eneco door het juridisch verzet tegen de Splitsingswet verhinderd heeft dat Eneco vóór 31 december 2010 geprivatiseerd is en dat REMU daardoor een contractueel afgesproken privatiseringsvergoeding niet ontvangen heeft. Eneco betoogt op hoofdlijnen dat Eneco, inclusief REMU, niet vóór 31 december 2010 verkocht is en dat de aandeelhouders daartoe ook geen plan hadden. De hoogte van claim bedraagt nominaal EUR 133 miljoen.

De totale claim bedraagt het nominale bedrag vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 1 juli 2009.’ Ons aandeel in Eneco bedraagt slechts 0,45%. De kans wordt als zeer minimaal ingeschat. Conclusie verbonden partijen Alles tezamen resulteert een cumulatief bedrag van ongeveer € 2,5 miljoen algemeen en € 1,8 miljoen specifiek (i/s) met een hoge kans van optreden (80%) vanwege Corona. Beheersmaatregel: het actief bewaken in de ambtelijk en bestuurlijke overlegvormen. Risico Grondexploitaties Voor de grondbedrijfcomplexen geldt dat het niet alleen om negatieve, maar ook om positieve risico’s gaat. De begrote eindwaarde kan door marktrisico's immers zowel nadeliger als voordeliger uitvallen dan de prognose. Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden tot bijsturing, bijvoorbeeld in tempo, programmering etc. Ook eventuele subsidies kunnen een positief risico met zich meebrengen. Jaarlijks leggen we de risico’s van de lopende grondexploitaties ter kennisname voor aan de raad in de geactualiseerde GREX’en. Als we een verlies voorzien, wordt een 'voorziening' gevormd. Voor de algemene en specifieke risico’s is een algemene reserve Grondbedrijf gevormd (en een 'voorziening' voor ons aandeel in het voorziene verlies De Volgerlanden). Grondexploitaties kennen algemene risico’s zoals rente- en prijsmutaties, tijdsplanningen en afzetrisico’s en specifieke projectrisico’s.

Bovendien geldt dat de risico's in zo’n grex op basis van onderzoek zo goed mogelijk, maar enigszins voorzichtig worden geraamd. Hierdoor kunnen zowel voor- als nadelen optreden. Voor een uitgebreide toelichting op de Grex'en en risico’s verwijzen we naar de paragraaf Grondbeleid en de Grex'en zelf. Volgerlanden Deze concept Grex 2021 kent een negatief verwacht saldo op eindwaarde van 0,4 miljoen dat door een voorziening is afgedekt. Op basis van de laatste actualisatie en door de risicobeheersings¬methodiek die we hanteren, is voor de korte termijn (3 jaar) met 90% zekerheid een risicobuffer van 2,8 miljoen voldoende. In het verleden werd dit risico samen met de gemeente Zwijndrecht gedeeld. Vanwege de lopende gesprekken om die samenwerking te beëindigen, is nu met het totale risico rekening gehouden. Ambachtsezoom De Grex 2021 fase 1 kent een maximale risicobuffer van 2,0 miljoen (met 90% zekerheid), en een verwacht positief saldo van 2,8 miljoen. Genieterrein-Waterbusplein In de Grex 2021 is het maximale risico berekent op 0,2 miljoen.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

40

Conclusie grondexploitaties Om het gecombineerde risico te bepalen, moet ook rekening worden gehouden met het positieve resultaat Ambachtsezoom. Dat is nog niet in de boeken opgenomen. Ons aandeel in het risico Volgerlanden, Genieterrein-Waterbusplein plus het risico Ambachtsezoom, minus het positieve resultaat Ambachtsezoom resulteert in een gecombineerd risico van 2,2 miljoen met een gemiddelde kans van optreden (50%). Risico Algemene uitkering / decentralisaties De effecten van rijksmaatregelen zijn voor de middellange termijn allerminst zeker. De macroeconomische ontwikkelingen (en Corona gevolgen) zijn moeilijk te voorspellen, laat staan de bestuurlijke vertaling door het Rijk naar de uitkeringen voor gemeenten en/of verdeelmodellen. Dat geldt in het bijzonder voor het sociale domein. Voor de drie decentralisaties Jeugdhulp, WMO en Participatiewet met hun kortingen zijn de effecten zorgwekkend, zowel voor het totaal als voor een individuele gemeente (het verdeelmodel). Deze middelen zijn immers onderdeel geworden van de algemene uitkering. We zullen dit de komende periode actief blijven monitoren. Herijking gemeentefonds Tegelijkertijd speelt de herijking van de algemene uitkering (dus inclusief sociaal domein). Weliswaar is de ingangsdatum uitgesteld tot 2023, maar in de eerste berekeningen zijn er flinke herverdeeleffecten.

En was onze gemeente in de eerste berekening een flinke voordeel gemeente, in de derde berekening zijn we nu een flinke nadeelgemeente van €31 per inwoner (dus circa 1 miljoen), waarschijnlijk in stappen van maximaal €15 per jaar. De kans van optreden is hoog (80%). Specifiek risico In een bestuurlijk overleg van 2 juni 2021 van kabinet en VNG heeft het Rijk extra middelen voor Jeugdzorg ter beschikking gesteld tot het jaar 2022 van 1,3 miljard. Voor onze gemeente gaat het om € 2,3 miljoen. De middelen voor het jaar 2023 en daarna worden onderwerp van een 'hervormingsagenda' met als doel de extra rijksmiddelen in 10 jaar overbodig te maken. Conform specifieke provinciale afspraken terzake mogen gemeenten deze extra middelen vooralsnog voor 75% in hun meerjarenramingen meenemen vanaf 2024. Een flinke onzekerheid dus. Omdat hierdoor impliciet al een marge van 25% in de cijfers zit, is hiervoor geen extra risicopost opgenomen. Conclusie algemene uitkering en doeluitkeringen In onze P&C instrumenten anticiperen we zo goed mogelijk op plannen van het Rijk (taakstellingen). Dat geldt ook voor eventuele herverdelingseffecten. Voor deze risicoparagraaf houden we rekening met een nadelig restrisico ter grootte van 5% van ons taakveld Algemene Uitkering = € 2,2 miljoen en met een gemiddelde (50%) kans van optreden.

Beheersmaatregelen: Actief volgen en indien noodzakelijk maatregelen nemen tot bijsturing, met name bij Kadernota of begroting. Incidentele, algemene risico’s Naast de specifieke risico's kennen we ook incidentele, algemene risico's, zoals een beroep op onze achtergestelde garantieverstrekkingen. Deze bedragen in totaal circa € 49 miljoen. Ook een hogere loon- of prijsstijging dan geraamd valt hieronder: een omzet van circa € 97 miljoen, inclusief GREX’en en verbonden partijen. De kans hierop wordt ingeschat op extreem laag, oftewel 1 procent.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

41

Recapitulatie SAMENVATTING (x € 1.000)

BG 2021

BG 2022

Verbonden partijen algemeen

3.200

4.060

Verbonden partijen SDD en SOJ specifiek

3.100

2.820

600

1.075

2.000

2.200

800

1.600

Algemeen

1.850

1.460

Totaal risico's

11.550

13.215

Weerstandscapaciteit

33.094

26.220

2,9

2,0

Programma 1 - Sociaal, Welzijn en Educatie

Programma 2 - Ruimtelijke Ordening, Economie en Wonen Grondexploitaties Programma 4. Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen Algemene uitkering en overige rijksbijdragen Herijking gemeentefonds

Weerstandsratio

Omdat de risico's van verbonden partijen en rijksuitkeringen semi structureel zijn, worden deze tweemaal meegeteld in de totaal telling.

Financiële kengetallen in relatie tot de financiële positie Hierna volgt een overzicht gegeven van de verplichte, financiële kengetallen afgezet tegen de normen van de VNG. Zoals bekend is onze schuldquote hoog door onze relatief grote grondexploitatie Volgerlanden. Tegelijkertijd zien we dat door ons voorzichtige, solide, financiële beleid de trend van alle financiële kengetallen positief is. Dat geldt ook voor onze weerstandsratio die we hiervoor berekend hebben. Wanneer we de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie bekijken, kunnen we concluderen dat de gemeente financieel gezond is. Recapitulatie

voldoende

onvoldoende

2022

2023

2024

2025 88%

Netto schuldquote

<100%

>130%

104%

99%

92%

Netto schuldquote gecorr. voor verstrekte leningen

<100%

>130%

100%

94%

87%

83%

Solvabiliteitsratio

>50%

<30%

28%

30%

33%

34%

Grondexploitatie

>0,6%

<0%

60%

45%

30%

20%

Structurele exploitatieruimte

<50%

>100%

- 0,7%

0,4%

0,4%

0,5%

Belastingcapaciteit

<100%

>120%

109%

109%

109%

109%

Voor de gedetailleerde berekening van bovenstaande kengetallen wordt verwezen naar de bijlage. Beleidsindicatoren bedrijfsvoering

2022

2023

Formatie (fte per 1.000 inwoners)

2,72

2,68

2024 2025 2,65 2,55

Bezetting (fte per 1.000 inwoners)

2,69

2,65

2,62 2,54

Apparaatskosten per inwoner

366

351

345

334

Externe inhuur excl. VP (% totale loonkst + inhuur) 11,9% 10,7% 10,0% 9,2% Overhead (% van totale lasten excl. toev. reserves)

Hendrik-Ido-Ambacht

7,2%

7,6%

8,2% 8,3%

Begroting 2022

42

Paragraaf 2 Financiering Inleiding In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente, zoals de stand van de leningen portefeuille, de rente ontwikkeling, de kasgeldlimiet en de garantstellingen. Het kader voor het geldstromenbeleid is het op 8 december 2015 door de gemeenteraad vastgestelde Financieringsstatuut en de algemene wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat dit zo goedkoop mogelijk gebeurd door de kasgeldlimiet optimaal te benutten en zoveel mogelijk (goedkoop) kort vermogen wordt aangetrokken. Bij het aantrekken van lang geld proberen we zoveel mogelijk te anticiperen op de meerjarige kapitaalbehoefte en het spreiden van rente risico's. Rente ontwikkelingen De tarieven op de geldmarkt (kort lopende leningen), blijven naar verwachting negatief. De maatregelen van de ECB in de afgelopen periode zullen volgens de markt ook in 2022 nog een negatieve rente voor kortlopende leningen te zien geven. De kapitaalmarktrentes vertoonden in het voorjaar van 2021 een relatief sterk opgaande. Dit werd vooral veroorzaakt door de verwachting dat de heropening van de economie zal leiden tot een aanzienlijk herstel van de economische groei. De rente voor 10-jarige staatsleningen is daardoor medio juli 2021 gestegen naar een niveau van 0,12%.

Banken berekenen bij het verstrekken van langjarige financiering liquiditeitsopslagen bovenop de IRS-niveaus. Voor bijvoorbeeld een 10-jaars lening bedraagt deze opslag medio juli 2021 circa 0,20% (20 basispunten). Het afgelopen jaar heeft de renteontwikkeling het volgende beeld laten zien:

Langlopende leningen De totale gemeentelijke langlopende leningenportefeuille valt in twee delen uiteen, te weten een deel voor de Algemene Dienst en een deel voor De Volgerlanden. Mede op grond van de

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

43

liquiditeitenplanning wordt voor 2022 het hierna volgende verloop van de leningenportefeuilles voorzien. Voor 2022 worden geen nieuwe langlopende leningen verwacht. De aflossingen van de leningen voor De Volgerlanden kunnen volgens de meest recente grondexploitatie opgebracht worden door de grondverkopen in 2022. Conclusie: In verhouding tot de grootte van de gemeente kennen wij met het project De Volgerlanden een bijzonder grote grondexploitatie, waardoor onze gemeente een hoge schuldquote kent (zie voor de kengetallen in de paragraaf 1. Weerstandsvermogen). Nu dit project vergevorderd is, neemt onze schuldpositie en schuldquote flink af. Voor een gedetailleerd meerjarenoverzicht van al onze geldleningen wordt verwezen naar de bijlagen, daarin is te zien dat we eind 2025 circa 25 miljoen aan langlopende geldleningen verwachten. Verwachte leningenportefeuille

Stand per

Nieuwe lening

Aflossingen

Stand per

1-1-2022

2022

2022

31-12-2022

Algemene Dienst

€ 49.875

€-

€ 4.625

€ 45.250

De Volgerlanden

€ 42.000

€-

€ 12.333

€ 29.667

Totaal

€ 91.875

€-

€ 16.958

€ 74.917

Renterisico korte termijn: de kasgeldlimiet De externe financieringsbehoefte wordt ingevuld met kortlopende en langlopende leningen. Bij het aantrekken van kortlopende geldleningen met een looptijd tot 1 jaar, dient rekening gehouden te worden met de kasgeldlimiet, gemaximeerd in de Wet FIDO. De kasgeldlimiet is gelijk aan 8,5% van het begrotingstotaal. De Wet fido bepaalt ook dat maximaal drie achtereenvolgende kwartaaloverschrijdingen zijn toegestaan. Oogmerk van het door het SCD uit te voeren gemeentelijke saldobeheer is om de limietruimte optimaal te benutten. Berekening kasgeldlimiet

Bedragen x € 1.000 1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

€ 8.245

€ 8.245

€ 8.245

€ 8.245

Gemiddeld. netto vlottende schuld (+) of gemiddeld netto vlottend overschot (-)

€ 2.000

€ 4.000

€ 5.000

€ 2.000

Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

€ 6.245

€ 4.245

€ 3.245

€ 6.245

Begrotingstotaal 2022

€ 97.000

Limiet 8,5% van 84 mln totaal begroting

€ 8.245

Renterisico lange termijn: de rente risico norm De Wet fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met de renterisiconorm biedt de Wet fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. De norm heeft als doel om het toekomstig renterisico op de lange financiering te beperken door spreiding in de aflossingen en renteherzieningen af te dwingen. Deze norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal. Uit deze tabel blijkt dat de gemeente in 2022 de renterisiconorm niet zal overschrijden.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

44

Rente Risico Norm

Renterisico's Renteherzieningen

Bedragen x € 1.000

2022

2023

2024

2025

€-

€-

€-

€-

Aflossingen

€ 16.958

€ 17.458

€ 15.458

€ 16.625

Renterisico

€ 16.958

€ 17.458

€ 15.458

€ 16.625

€ 97.000

€ 88.000

€ 80.000

€ 79.000

Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal 2022-2025

20%

20%

20%

20%

Renterisiconorm

Percentage regeling

€ 19.400

€ 17.600

€ 16.000

€ 15.800

Toetsing aan norm:

€ 2.442-

€ 142-

€ 542-

€ 825

Liquiditeitsrisico Liquiditeitsrisico is het risico dat de gemeente vanwege een tekort aan geldmiddelen niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is dit risico beperkt, onder meer vanwege een met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) per 1 januari 2019 herziene kredietlimiet van € 8 miljoen. Kredietrisico's De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht loopt kredietrisico op verstrekte geldleningen en leningen waarop een borgstelling is afgegeven. Het totaalbedrag aan verstrekte geldleningen per eind 2022 is: • Leningen aan woningcorporatie Rhiant: € 0,05 miljoen • Woningfinancieringen gemeentepersoneel: € 2,3 miljoen • Veiligheidsregio ZHZ (kazerne): € 1,2 miljoen • Startersleningen: € 0,1 miljoen • Lening VVOG: € 0,2 miljoen • Totaal: € 3,8 miljoen Daarnaast stond de gemeente per 31 december 2022 voor € 48,6 miljoen garant. • aan directe borgstellingen € 10,4 miljoen. De belangrijkste directe borgstellingen worden gevormd door: o HVC Alkmaar (1,38 procent-belang; "getrapt" via GR Gevudo): € 8,7 miljoen o Woningstichting Rhiant € 1,9 miljoen (1 lening) • aan indirecte borgstelling € 38,2 miljoen, dat heeft betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Gezien de zekerheidsstructuur rond de WSW is aan deze garantstellingen een relatief laag risico verbonden.

Voor de specificatie van de door de gemeente gewaarborgde leningen wordt verwezen naar de Staat van gewaarborgde geldleningen.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

45

Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mag de gemeente een bedrag van 2,0 procent van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. Wanneer de gemeente het drempelbedrag overschrijdt dient het meerdere afgestort te worden in s Rijks Schatkist. Over dit saldo wordt op dit moment geen rente vergoed. In de beleidsdoorlichting schatkistbankieren door het Rijk van juli 2019 is onder meer geconstateerd dat decentrale overheden kampen met administratieve lasten bij schatkistbankieren. Na een overlegtraject met alle betrokken partijen is besloten om het drempelbedrag per 1 juli 2021 te verhogen. Het drempelbedrag is aangepast op onderstaande punten: • een verhoging van de ondergrens van € 250.000 naar € 1 miljoen euro; • een verhoging van het percentage begrotingstotaal t/m € 500 miljoen euro van 0,75% naar 2%. Berekening drempel Begrotingstotaal

€ 97.000

Relevant percentage

2,00%

Drempelbedrag (afgerond)

€ 1.940.000

Rente toerekening Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteren we in de begroting een omslagrente van 0,5 %.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

46

Paragraaf 3. Lokale heffingen Inleiding Lokale heffingen kunnen we onderverdelen in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding is gekoppeld aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelastingen (OZB) en hondenbelasting. Deze heffingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen. Deze paragraaf bevat conform artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV): a. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; b. de geraamde inkomsten; c. een duiding van de lokale lastendruk en tarieven; d. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen plus kostendekkendheid; e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Ontwikkelingen en rijksbeleid Herziening gemeentelijk belastinggebied Al enige tijd wordt in deze paragraaf lokale heffingen in zowel de begroting als jaarrekening aandacht besteed aan de herziening cq. verruiming van het gemeentelijk belastinggebied.

Hierover zijn ten opzichte van de begroting 2021 op dit moment geen nieuwe ontwikkelingen te melden. Vervangen macronorm OZB door benchmark lokale lasten Vanaf 2021 is de macronorm OZB vervangen door de jaarlijkse benchmark, waarin naast de ozb ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. De benchmark beoogt door middel van meer vergelijking, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. Hierna is deze benchmark voor 2021 opgenomen uit de Coelo atlas 2021. De landelijke evaluatie van de benchmark staat gepland voor 2025. Ook zal gekeken worden naar de relatie tussen de afschaffing van de macronorm en de ontwikkeling van de lokale woonlasten.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

47

Overzicht belastingopbrengsten en belastingdruk Onderstaande tabel geeft een overzicht met de opbrengsten. De verschillen worden op de eerste plaats veroorzaakt door indexatie en groei van de gemeente. Bij de afvalstoffenheffing vindt een gedeeltelijke doorbelasting plaats van de (rijks)afvalstoffenbelasting. In het begrotingsjaar is circa 16% van de inkomsten van de gemeente afkomstig uit lokale heffingen. De lokale heffingen vormen daarom een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

48

Belastingopbrengsten (x € 1.000)

JR 2020

BG 2021

BG 2022

perc van totaal

Algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen) 5.425

5.558

5.786

40%

Hondenbelasting

Onroerende-zaakbelastingen

193

175

195

1%

Precariobelasting

528

523

0

0%

6.146

6.256

5.981

42%

Afvalstoffenheffing

3.750

3.923

4.245

30%

Rioolheffing

2.305

2.343

2.408

17%

580

609

491

3%

1.227

671

736

5%

Burgerzaken + overige leges

422

512

394

3%

Marktgeld

32

47

47

0%

Subtotaal

8.316

8.105

8.321

58%

TOTAAL

14.462

14.361

14.302

100%

2018

2019

2020

2021

2022

Gemiddelde WOZ-waarde

234.000

255.000

280.000

302.000

329.000

OZB-eigenaar

302,33

306,51

310,24

318,00

322,45

Afvalstoffenheffing (meerpers.)

321,36

326,16

334,56

350,64

373,68

Rioolheffing eigenaar

120,84

122,64

125,76

128,52

130,31

Rioolheffing gebruiker (meerpers.)

56,16

56,88

58,32

59,52

60,24

801

812

829

857

887

1,4%

2,1%

3,4%

3,5%

Subtotaal

Gebonden heffingen

Lijkbezorgingsrechten Bouwleges

Belastingdruk

Ontwikkeling lastendruk % stijging tov vorig jaar

Toelichting Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen het grootste deel van de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk. De gemiddelde woonlast O.Z.B. is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde (kolom 2022 is een voorlopige schatting) te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De OZB is na de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. De OZB bestaat uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen (bedrijven, enz.). De gemeenteraad bepaalt de tarieven en daarmee de door belastingplichtigen te betalen belasting. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak. Deze wordt vastgesteld op basis van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Voor 2022 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2021. De verschuldigde OZB is een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

49

afval te dekken. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval. Rioolheffing Met ingang van 2010 hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om de kosten voor het hemel- en grondwater en het afvalwater te verhalen via de rioolheffing. Welke kosten via de rioolheffing worden verhaald wordt in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld. Hondenbelasting De Gemeentewet regelt dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. De hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelasting, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. In onze gemeente is een relatie tussen de opbrengst en de voorzieningen die voor honden worden gerealiseerd. Het tarief 2021 is € 125,28 voor de eerste hond en € 205,56 voor een tweede hond. Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven over de kabels, buizen en leidingen van nutsbedrijven die in gemeentegrond liggen. Op 1 juli 2017 is wetgeving in werking is getreden die bepaalt dat gemeenten geen precariobelasting meer kunnen heffen over netwerken van nutsbedrijven. Er is wel een overgangsregeling. Gemeenten die op 10 februari 2016 een tarief hadden voor nutsnetwerken kunnen tot 2022 precariobelasting blijven heffen.

Hierbij geldt wel dat die gemeenten over de resterende jaren maximaal het tarief in rekening kunnen brengen dat gold op 10 februari 2016. Tarieven In het algemeen zijn de woonlasten voor 2022 zijn met 1,4% geïndexeerd. Het tarief van de OZB daalt de laatste jaren om de stijging van de WOZ-waarde te compenseren. Het tarief van de afvalstoffenheffing is met ingang van 2021 iets extra verhoogd om de kosten van de rijks afvalstoffenbelasting in 3 jaar / in 3 stappen te compenseren. Voor de rioolheffing betalen eigenaren van panden een vast bedrag per jaar. Hierbij is de situatie van 1 januari bepalend. Daarnaast betalen ook gebruikers van panden rioolheffing. De OZB percentages voor 2022 kunnen pas definitief worden berekend wanneer de stijging of daling van de WOZ-waarden bekend zijn, deze zijn op dit moment onvoldoende bekend. In de tabel is een voorlopig tarief opgenomen. De verwachte stijging van de waarde van de woningen, leidt tot aanpassing van het tarief. Hierdoor geeft een stijging van de waarde, geen stijging van de belastingen. Met de jaarlijkse voorstellen tot wijziging van de belastingverordeningen, worden de nieuwe tarieven voorgelegd. Op dat moment zijn de stijgingen van de WOZ-waarden bekend en kan het nieuwe tarief berekend worden.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

50

O.Z.B.

2019

2020

2021

2022

Eigenaar woning

0,1202

0,1108

0,1088

n.n.b.

Eigenaar niet-woning

0,2507

0,2579

0,2593

n.n.b.

Gebruiker niet-woning

0,1985

0,2039

0,2093

n.n.b.

Afval

2019

2020

2021

2022

Meerpersoons

326,16

334,56

350,64

373,68

Eenpersoons

229,56

235,44

246,72

265,20

Stijging

1,5%

2,6%

4,8%

7,0%

Riool

2019

2020

2021

2022

Eigendom

122,64

125,76

128,52

130,31

Gebruik meerpersoons

56,88

58,32

59,52

60,24

Gebruik eenpersoons

28,44

29,16

29,76

30,12

Stijging

1,0%

2,5%

2,1%

1,3%

Honden

2019

2020

2021

2022

Tarief 1ste hond

119,64

122,64

125,28

126,96

Tarief 2e e.v. hond

196,20

201,24

205,56

208,44

Tarief kennel

712,32

730,80

746,88

757,32

Vergelijking andere gemeenten Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen. Vergelijking is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2020 (op www.coelo.nl) en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden weer. Gemeente

Gemiddelde

tarief

OZB

Rioolheffing

Afvalstoffen

lasten 2021

WOZ-waarde

OZB

eigenaar

eig/gebr

heffing

Totaal

Rangnr. meerp.huish.

Dordrecht

226.000 0,1020

231

202

301

734

53

Sliedrecht

239.000 0,0823

196

254

293

743

64

Papendrecht

258.000 0,1065

274

158

327

759

92

Alblasserdam

251.000 0,1084

272

159

358

789

127

Hardinxveld-G'dam

268.000 0,1172

314

237

309

860

229

Hendrik-Ido-Ambacht

307.000 0,1053

323

188

351

862

232

Zwijndrecht*

236.000 0,1052

248

302

386

914

298

Landelijk gemiddelde

309.000 0,1043

305

201

305

811

De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten * Voor Zwijndrecht is het totaalbedrag verlaagd met € 22 wegens een tegemoetkoming in de woonlasten

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

51

Kwijtschelding Als een belastingplichtige als door financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen deze inkomensgrens verruimen naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats. Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst om op deze manier de administratieve lasten voor de burger te verminderen en de afhandeltermijn te verkorten. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. De bedragen aan kwijtschelding zijn: JR 2020

Begroot 2021

Begroot 2022

Afvalstoffenheffing

123.000

137.000

139.000

Rioolheffing gebruik woning

19.000

23.000

23.000

Totaal

142.000

160.000

162.000

Kostendekking kostendekkendheid

riool

afval

begraven

markt

bouwleges

burgerzk

overig

1.722.795

4.434.889

571.139

71.426

740.771

915.345

129.401

282.867

-

-122.310

-

-

-

-

-

-187.741

-159.067

-6.704

-

-

-

2.005.662

4.247.148

289.762

64.722

740.771

915.345

129.401

Overhead

249.280

88.973

200.757

-

773.709

135.416

142.435

b.t.w.

152.666

797.780

-

13.592

25.133

3.116

-

Totale kosten (a)

2.407.608

5.133.901

490.519

78.314

1.539.613

1.053.877

271.836

Opbrengst heffingen (b)

2.408.000

4.245.414

490.519

47.490

735.832

299.199

94.506

Onbenut

-392

888.487

-0

30.824

803.781

754.678

177.330

Dekking (b/a*100)

100%

83%

100%

61%

48%

28%

35%

Kosten taakveld incl kwijtschelding mutatie reserve Inkomsten excl. heffingen Netto kosten taakveld

Overige toe te rekenen kosten:

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

52

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Wegen, riolering, water, openbaar groen, gebouwen en afvalinzamelvoorzieningen vormen niet alleen belangrijke schakels in de gemeentelijke infrastructuur, maar leveren ook een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de gemeente. Ze hebben daarmee waarde voor de bereikbaarheid, de economie, de omgevingskwaliteit en de veiligheid. Om die waarde duurzaam en efficiënt in stand te houden, is een systematisch en planmatig beheer noodzakelijk. Het beheer is dan ook gericht op het duurzaam in stand houden van de gemeentelijke voorzieningen. Dit houdt in dat we kapitaalgoederen op een zodanige manier onderhouden dat tegen zo beperkt mogelijke kosten de voorzieningen voortdurend goed functioneren en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is dat de veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte op voldoende wijze gewaarborgd blijven en daar waar mogelijk een vorm van burgerparticipatie wordt ingebouwd. Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), artikel 12, lid 2, moet in de begroting over het onderhoud van kapitaalgoederen worden aangegeven: 1. het actueel beleidskader (met betrekking tot beheerplannen: wanneer vastgesteld of geactualiseerd); 2. het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau; 3.

de vertaling van de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau in de begroting. Voor het beheer zijn beheersystemen beschikbaar om de beheertaak te ondersteunen en om goede financiële ramingen te maken. De beheersystemen hebben als doel het beheer binnen vastgestelde kwalitatieve normen zo effectief en efficiënt mogelijk in te richten. Dat betekent: op het aan te houden kwaliteitsniveau gerichte maatregelen op de juiste plaats en op de juiste momenten tegen de laagst mogelijke kosten. Bij het bepalen van prioriteiten worden risico's afgewogen. In de beleidsplannen worden alle afwegingen en de consequenties daarvan inzichtelijk gemaakt. Op deze wijze komen wij tot effectief en efficiënt beheer. Leidend voor het daadwerkelijke onderhoudsprogramma zijn de resultaten van de jaarlijkse inspecties van kapitaalgoederen. Voor de financiële aspecten van het beheer wordt verwezen naar de programma's (met name "3. Buitenruimte") en de staat 'reserves en voorzieningen' (reserve Wegen en voorziening Riolering). Kapitaalgoederen Onderstaand overzicht geeft de actuele beleid- en beheerplannen weer. In de beleidsplannen zijn de kaders en ambities opgenomen. De beheerplannen geven aan hoe het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd. In dit overzicht is te zien dat een aantal beheerplannen niet geactualiseerd zijn aan het einde van de planperiode.

Deze achterstand is veroorzaakt door het feit dat wij al enkele jaren bezig zijn met het implementeren van een nieuw beheersysteem. Voor de implementatie moeten de gegevens vanuit het oude beheersysteem geconverteerd worden naar het nieuwe beheersysteem. De gegevens vanuit het nieuwe beheersysteem vormen de basis voor de beheerplannen. De verwachting is dat de implementatie van het nieuwe beheersysteem in 2021 volledig wordt afgerond. De actualisatie van de betreffende beheerplannen staat daarom gepland in 2021. De vertraging van de actualisatie heeft geen directe impact op het beheer. De methodiek van beheer, inclusief inspecties, is uitgevoerd volgens de laatste beheerplannen.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

53

Onderdeel openbare ruimte

Beleid- en beheerplan

Vastgesteld

Planning/ actualisering

1. Wegen

Beleidsplan wegenbeheer 2013-2023

13-5-2013

2023

Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan 2009-2020 inclusief parkeernota

7-12-2009

2021

Beleidsplan openbare verlichting 2020-2024

7-10-2019

2024

Beheerplan openbare verlichting 2015-2019

7-9-2015

2021

Beleidsplan infrastructurele kunstwerken 2015-2023

12-01-2017

2023

Beheerplan infrastructurele kunstwerken 2015-2019

12-01-2017

2023

Beleidsplan verkeersvoorzieningen 2015-2023

25-08-2015

2023

Beheerplan verkeersvoorzieningen 2015-2019

25-08-2015

2021

Beleidsplan straatmeubilair 2015-2023

25-08-2015

2023

Beheerplan straatmeubilair 2013-2019

25-8-2015

2021

2. Riolering

Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2019-2023

3-12-2018

2023

3. Water

Baggerplan 2019

8-7-2019

2024

Beheer- en onderhoudsplan oeverbeschermingen 2018-2026

5-3-2018

2026

Beeldkwaliteitsplan Groen 2015-2019

1-12-2016

2021

Beleidsplan bomen 2019-2033

3-12-2018

2033

Groenstructuurplan 2013- 2023

21-5-2013

2023

Beleidsplan begraafplaatsen 2020-2030

2-3-2020

2030

Beheerplan begraafplaatsen 2009-2014

17-3-2008

2021

Speelruimteplan 2020-2030

15-6-2020

2030

Beheerplan speelvoorzieningen 2015-2019

24-11-2015

2021

5. Gebouwen

Gebouwenbeheerplan 2012-2021

27-5-2014

2021

6. Afvalinzameling

Grondstoffenbeleidsplan 2019-2023

4-9-2019

2023

Zwerfafval- uitvoeringsplan 2019-2023

2-7-2019

2023

4. Openbaar groen

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

54

Kerncijfers Onderwerp Wegen

Kerncijfers 2020 Totaal areaal 1.500.722 m2 Asfalt 411.835 m2 Elementen 1.080.331 m2 Half verharding (wandelpaden) 8.556 m2

Kunstwerken

Bruggen en onderdoorgangen (tunnels) 93 Overige kunstwerken 196

Riolering

Vrijverval riolering

gemengd riool: 57 km vuilwaterriool: 51 km regenwaterriool: 66 km drainage: 13 km totaal: 188 km Rioolgemalen

rioolgemalen: 27 in beheer van het waterschap: 2 Drukrioleringen

pompunits: 123 drukriolering: 26 km Peilbuizen 33 Lengte watergangen 31 km Groen

Aantal bomen 12.717 Gazon 761.561 m2 (incl. bermen) Plantsoen 259.035 m2 Aantal speelplekken 144

Gebouwen

Hendrik-Ido-Ambacht

Aantal gebouwen in onderhoud

Begroting 2022

55

14 Afval

Aantal molsystemen (ondergrondse afval inzamelsysteem) 717 Aantal afvalbakken 510

Verlichting

Aantal lichtmasten 7.536

Toelichting 1. Wegen 1.A Wegenbeheer Wat gaan we in 2022 doen? Volgend jaar willen we het asfaltonderhoud aan de Onderdijkse Rijweg uitvoeren en het kruispunt Reeweg-Weteringsingel herinrichten. Met betrekking tot het onderhoud aan de elementenverhardingen zullen we Kruiswiel fase 4 (gelijktijdig met de rioolwerkzaamheden) uitvoeren en de Amandelgaarde en de Bramengaarde onderhouden. Daarnaast zullen nog onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd worden naar aanleiding van de inspectieresultaten van de laatste weginspectie maar hier is op dit moment nog geen zicht op. Beleidskader De algemene doelstelling voor het wegbeheer is het voeren van een duurzaam wegbeheer waarbij de veiligheid voor de verkeersdeelnemers in stand wordt gehouden. Comfort en aanzien van de weg spelen hierbij een beperkte rol. Uitgangspunt van het wegbeheer is het in 2013 vastgestelde Beleidsplan Wegen 2013-2023. 1.B Verkeer en vervoer Wat gaan we in 2022 doen? In 2021 hebben we het Mobiliteitsplan 2021-2030 opgesteld. In het Mobiliteitsplan staat hoe wij in Hendrik-Ido-Ambacht in de periode 2021-2030 om willen gaan met autoverkeer, langzaam verkeer (o.a. voetgangers en fietsen), openbaar vervoer, parkeren, verkeersveiligheid en duurzaamheid (o.a. elektrische auto en fiets).

Bij het Mobiliteitsplan is een uitvoeringsplan opgesteld waarin de onderzoeken en maatregelen zijn opgenomen die we de komende jaren gaan uitvoeren. Beleidskader De planning is dat de raad in december 2021 het Mobiliteitsplan 2021-2030 vaststelt. Hierin zijn de kaders opgenomen voor het beleid voor de komende jaren. Naast het mobiliteitsplan zijn er ook andere beleidsplannen voor het verkeer in Hendrik-Ido-Ambacht. Hierbij valt te denken aan het "actieplan geluid" en de "beleidsregels oplaad infrastructuur elektrische voertuigen gemeente Hendrik-Ido-Ambacht". 1. C Openbare verlichting Wat gaan we in 2022 doen? In 2019 is het nieuwe beleidsplan vastgesteld met daarbij een budget per jaar voor het vervangen en het verduurzamen van ons areaal. In 2022 gaan we verder met het vervangen van de armaturen en masten zoals vastgesteld in het beleidsplan. Ook gaan we in 2022 de slimme 'pucks' voor SmartLighting installeren op de armaturen waarmee we de armaturen op afstand kunnen beheren en aansturen.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2022

56

Beleidskader In 2019 is het Openbare Verlichting 2020-2024 door de raad vastgesteld. 1.D Infrastructurele kunstwerken Wat gaan we in 2022 doen? In 2020 zijn alle kunstwerken geïnspecteerd op staat van onderhoud en veiligheid. De gegevens uit de inspectie hebben we gebruikt om een onderhoudsplanning voor de komende jaren op te stellen. We gaan de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitvoeren om te voldoen aan de kwaliteitseisen die aan de kunstwerken worden gesteld. In 2022 vervangen we de bruggen tussen Groenewaal en het Jaagpad en het bruggetje dat aansluit op de Burgemeester Jonkerkade (ter hoogte van de Pompe van Meerdervoortsingel). Beleidskader Binnen de openbare ruimte bevinden zich infrastructurele kunstwerken, die de kruising van (water)wegen of andere natuurlijke barrières mogelijk maken. Dit zijn onder andere bruggen, duikers, keermuren, trappen, tunnels en viaducten. Het huidige beleid is erop gericht de kunstwerken op het kwaliteitsniveau "basis" te onderhouden. Uitgangspunt is een zodanig kwaliteitsniveau dat de kunstwerken en bruggen naar behoren functioneren en er dus geen sprake is van achterstallig onderhoud of gevaarlijke situaties. Bij het beheer heeft het voorkomen van gevaarlijke situaties eerste prioriteit. Tweede prioriteit is zorg dragen voor het goed functioneren van de voorzieningen, gevolgd door het wegwerken van eventueel achterstallig onderhoud.

1.E Verkeersvoorzieningen Wat gaan we in 2022 doen? Het beheerplan verkeersvoorzieningen wordt in 2021 geactualiseerd. Op basis van de uitkomsten van het nieuwe beheerplan voeren we als eerste de maatregelen uit om mogelijke knelpunten en achterstanden op te pakken. Vervolgens voeren we het reguliere onderhoud uit. Beleidskader De gemeenteraad heeft in 2015 het beleidsplan Verkeersvoorzieningen 2015-2023 en de hiervoor benodigde jaarlijkse budgetten vastgesteld. Verkeersvoorzieningen zoals verkeersborden, straatnaamborden, ANWB-bebording, schrikhekken en verkeerspalen zijn onderdeel van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden volgens het beheerplan. De verkeersvoorzieningen worden op het basisniveau onderhouden, waarbij niet meer wordt uitgegaan van een kwaliteitsdifferentiatie per gebied. Reden hiervoor is dat verkeersvoorzieningen qua plaatsing, beheer en onderhoud moeten voldoen aan wettelijke bepalingen en landelijke richtlijnen. In het beheerplan zijn uitgangspunten voor de verkeersvoorzieningen geformuleerd. 1.F Straatmeubilair Wat gaan we in 2022 doen? Het beheerplan straatmeubilair wordt in 2021 geactualiseerd. Op basis van de uitkomsten van het nieuwe beheerplan vieren we als eerste de maatregelen uit om mogelijke knelpunten en achterstanden op te pakken.

Vervolgens voeren we het reguliere onderhoud uit. Beleidskader De gemeenteraad heeft in 2015 het beleidsplan Straatmeubilair 2015-2023 en de hiervoor benodigde jaarlijkse budgetten vastgesteld. Aansluitend is een apart beheerplan voor het straatmeubilair opgesteld. Straatmeubilair zoals banken, afvalbakken, fietsenstallingen en abri?s, is een wezenlijk onderdeel van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van veiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden. Periodiek worden de beleids- en beheerplannen "straatmeubilair" geactualiseerd. In de plannen zijn nieuwe beleidsuitgangspunten vertaald naar een geactualiseerd plan van aanpak voor het onderhoud aan de verschillende items en zijn de verschillende consequenties nader aangegeven. Essentieel bij het beheer/onderhoud is het te

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10628282/2